Tagarchief: architectuur

Rondlopen in stadsdorp

Je moet het maar zien. Schoonheid in architectuur en kunst zit ‘m vaak in de details, en het is handig als iemand je daar op wijst. Mooi gebeeldhouwde brughoofden, brughuisjes in Amsterdamse Schoolstijl, aparte dakkapellen, siermetselwerk rond portiekingangen, moderne kunstzinnige letters “Stoned forever, forever in stone” in de plint van bakstenen muren. Je moet het maar weten. Je moet het maar zien. 

DSC03556A
Stoned forever, stalen bouwstenen van kunstenaar Martijn Sandberg

VOOR ARM EN RIJK

Lezers van mijn blog weten hoe rijk de Stadionbuurt aan schoonheid is; vanaf maart 2014 schrijf ik er op dit blog over. Maar vanaf deze maand worden zeer laagdrempelige kunst- en architectuurwandelingen aangeboden, voor arm en rijk, voor jong en oud. Iedereen kan mee.
Het is een nieuw buurtinitiatief. De rondleidingen worden verzorgd door kunsthistorici en beeldend kunstenaars uit de buurt, in samenwerking met Stadsdorp Olympia.

Stadsdorp Olympia is één van de vele stadsdorpen die Amsterdam rijk is: een buurtcollectief dat met sociale en culturele activiteiten mensen met elkaar wil verbinden en de betrokkenheid bij de buurt wil vergroten. Het is opgezet “om de voordelen van een dorp te verbinden aan die van een stad“, met bijvoorbeeld ook een maandelijkse buurtborrel op het Stadionplein, zoals a.s. woensdag.

Rond 2019-def2.jpg
informatie 5 verschillende rondwandelingen

Het is de bedoeling dat iedereen kan genieten van de kunstzinnige schoonheid van de omgeving, dus de prijs van de rondwandelingen is heel bewust heel erg laag gehouden. Zij die het zich kunnen veroorloven mogen vrijwillig natuurlijk de reguliere prijs van 10 euro bijdragen. Zie de foto hierboven voor informatie.
A.s. donderdagavond 27 juni is er een Engelstalige rondleiding, vrijdagmiddag 26 juli de eerste Nederlandstalige.

DSC03790
Stadionweg, Hygieastraat: Eén van de vele stadspoorten die de Stadionbuurt rijk is
2014-04-20 2014-04-20 002 039 (2)
De koloniale geschiedenis van Nederland vind je terug in de reliëfs van het Indiëmonument op het Olympiaplein
DSC04335
Wie is Prometheus, de reus die bij het Olympisch Stadion staat?

Amsterdam Zuid heeft diverse stadsdorpen waar je lid van kunt worden. E: info@stadsdorp-olympia.nl

Home

Rondleidingen Stadionbuurt

Welkom

Face to Face Olympisch Kwartier

 

 

Plastic beeldhouwer

20190607_132035
Michelangelo in polystyrene op de Minervalaan, achter de Michelangelo in tufsteen in de Michelangelostraat 29

Hoe een bijna 100-jaar oude gevelsteen van tufsteen in Amsterdam-Zuid een jonge – in Nederland wonende – Japanse kunstenaar inspireert tot een Michelangelo-sculptuur van wegwerp-plastic (polystyrene) en harslijm (epoxy).

Behalve schilder was Michelangelo (1475-1564) architect, dichter en één van de belangrijkste beeldhouwers uit de Renaissance. In opdracht van de paus heeft hij tot op zeer hoge leeftijd heéel wat zwaar werk verzet en moest dan – in grote armoede – bedelen om de betaling.
Via een houten trapje kun je op de Minervalaan nu binnenin het hoofd van de grote beeldhouwer stappen.

Dus:
hoe een Italiaanse Renaissance-beeldhouwer inspiratiebron was voor de Nederlandse steenbeeldhouwer Anton Rädecker (1887-1960) die bij veel architectuur van Amsterdam-Zuid betrokken was en op zijn beurt in 2019 weer Sachi Miyachi (1978) inspireert.
(het hoekreliëf van tufsteen is op de hoek van de Michelangelostraat 29 en de Gerrit van de Veenstraat, achter de Minervalaan).

Leestip: een heéeéerlijke roman van Irving Stone: ‘Michelangelo‘: je hoort en ziet en ruikt hem bijna zwetend bikken in het witte Carrara-marmer!
#artzuid

https://www.facebook.com/FaceToFaceOlympischKwartier/

EEN MAN IN JE BADKAMER

Met zijn iconische kubusbank 430 uit 1969 is Nederlands bekendste binnenhuisarchitect, Jan des Bouvrie (77), zonder dat hij het zelf eigenlijk wist, opgenomen in de beeldenroute van Artzuid: zijn bank is onderdeel van het zwartbronzen meubelkunstwerk “11 rue Simon-Crubellier” van Matthew Darbyshire op het Stadionplein.

20190524_231843.jpg
Op de Minervalaan staat uit de privé-kunstcollectie van Jan Des Bouvrie een zwartbronzen beeld van Arman (1995). In beide kunstwerken speelt water een rol. Des Bouvrie opende Art Zuid 2019 door de kranen even open te zetten.

Dat de zwartbronzen bank een kopie van zijn origineel in wit is, vindt hij “prima” zegt hij me. Daar hoefde hij geen toestemming voor te geven aan Darbyshire.
Het is een gebruiksvoorwerp. Er zijn er ruim 55.000 van verkocht. Hij zit ook gewoon lekker, heeft hoge armleuningen. Ze zijn in tal van kleuren verkocht”.

Hij vindt het “eervol,” zegt Des Bouvrie, dat zijn bank nu in brons is vereeuwigd. “Ik sta ermee tussen hele grote namen“. In het meubelkunstwerk op het Stadionplein staat achter zijn bank een kopie van een chaise longue van “Le Corbu”, de beroemde Franse architect Le Corbusier uit begin 20e eeuw en ernaast een boekenkastmeubel van de Memphisgroep uit de jaren 80, in designkringen ook niet één van de minsten.
Van Des Bouvries leermeester op de kunstnijverheidsopleiding, architect/meubelmaker Gerrit Rietveld, die later de Rietveldacademie in Amsterdam-Zuid ontwierp, staat een eenvoudig zwart bed op het Stadionplein. Van Rietveld leerde Des Bouvrie de eenvoud.
Hij ontwerpt in wit of zwart, al zijn het maar zwarte accenten, zegt hij. Kleur haal je in je huis met bloemen en met kunst, vindt hij.
De rest moet rust uitstralen.

KUNSTVERZAMELAAR

Zijn kubusbank was niet de reden waarom hij werd uitgenodigd om ArtZuid 2019 te openen. Hij stond er die avond vooral als fanatieke kunstverzamelaar.
Vier beelden uit zijn privécollectie heeft hij beschikbaar gesteld aan Art Zuid, het zwart-bronzen beeld Monsieur Teste (1995) met waterkranen van Arman (hierboven) en een glimmend bronzen beeld van Jan Fabre: “De man die vuur geeft“. Ook een koffiekan met peer van Klaas Gubbels in Amstelveen en het glad gepolijste witte “Opzittend konijn” van Tom Claassen vlakbij de Zuidas behoren tot de privécollectie van Des Bouvrie. Zelf noemt hij het een haas, merk ik in gesprek met hem.

1050285.jpg
Opzittend konijn, Tom Claasen, 2012, polystyreen, bij Zuid WTC
P1050301
De man die een vuurtje geeft, Jan Fabre, 2006, brons, op de Minervalaan
IMG_0662
Klaas Gubbels op de Bovenkerkerkade in Amstelveen, foto ©AgreyLady

De privécollectie van Des Bouvrie is dermate spraakmakend, dat in 2012 een expositie van zijn verzameling werd gehouden in het Singer Museum in Laren.

Ik heb geleerd om kunst te kopen op het moment dat het net uitkomt, kunst die betaalbaar is“, zei hij tijdens de opening van ArtZuid. Hij benadrukte het belang van kunst voor je huis. “Een huis zonder kunst is geen huis,” vindt hij.

De interieurontwerper begon ooit met kunstverzamelen voor zijn showroom/woonwinkel in Naarden, omdat hij mensen wilde laten zien hoe bij een rustig wit interieur kunst mooi uitkomt en sfeer geeft.

Het was de bedoeling in eerste instantie dat hij die kunst tegelijk verkocht met zijn eigen interieurontwerpen. Mensen raakten ook wel enthousiast, maar op den duur bleef hij zitten met de wat meer gewaagdere, experimentele kunst die niet meteen 1,2,3 “boven de bank” past. En zo begon zijn kunstverzameling.

P1040959
Monsieur Teste van Arman, 1995, op de Minervalaan

WATER

Armans zwartbronzen beeld, dat tijdens de openingsavond voor het gemak “de waterman” werd genoemd – waarbij even de kranen met water werden aangesloten door Des Bouvrie en directeur Cintha van Heeswijck  – staat bij Des Bouvrie thuis in de badkamer, vertelt hij mij. Ik ben stomverbaasd.
En heeft u die kranen dan ook aanstaan?”.
“Nee, zelden”. Zijn stem is zacht en kwetsbaar.
Frappant vind ik, dat in beide kunstwerken – de zwartbronzen kubusbank van Des Bouvrie in het designkunstwerk op het Stadionplein en het zwartbronzen Arman-beeld op de Minervalaan – het element water een rol speelt. En dat beiden zwartbrons zijn.

ARMAN

Werk van Arman (1928-2005) bestaat doorgaans uit opeenhopingen van voorwerpen uit de consumptiemaatschappij, vanuit de gedachte dat de alledaagse werkelijkheid ook kunst kan zijn. Behalve een overdosis douchekranen, zoals nu op de Minervalaan, kunnen het grote verzamelingen brillen, auto’s, cello’s, kunstgebitten of strijkijzers zijn, al of niet aan elkaar gelast of in beton gegoten. Of bergen afval in doorzichtig perspex.

20190525_160742.jpg
De zgn. ”accumulaties” van Arman

P1050110Zijn sculpturen “Apollo’s offering” (die hij aan Amsterdam schonk, en ook op de Minervalaan staat) en “Monsieur Teste” met douchekranen zijn beiden gefragmenteerde beelden: geen mannen uit één stuk, omdat Arman ook graag objecten ontleedde of vernietigde.

In een interview in 2006 met de Volkskrant zei Des Bouvrie over de verschillende Arman-kunstwerken bij hem thuis:

Of ik Arman’s werk ‘mooi’ vind? Ik ben helemaal niet bezig met mooi. Arman is vernieuwend, hij is spannend. Hij heeft de kunst veranderd. Net als Picasso de schilderkunst heeft veranderd, the Beatles de muziek, Le Corbusier de architectuur, of Philippe Starck de styling. De verandering die zij teweegbrengen, vind ik belangrijker dan wát ze doen. Het moet niet mooi zijn, het moet uitstraling hebben.””(Volkskrant, sept 2006)

FAUN

Of het beeld dat Des Bouvrie in zijn badkamer heeft staan nu een waterman is, of een Grieks mythologische Hermes of Hercules of Monsieur Teste heet – ik lees diverse omschrijvingen – kan me niet zoveel schelen.
Het beeld had mijn bijzondere aandacht getrokken, omdat ik er een faun in zag. Een weerspiegeling van de tufstenen reliëfs eromheen van beeldhouwer Anton Rådecker (1887-1960) in de architectuur met gevelstenen van de Minervalaan. Dezelfde Rådecker die de monumentale “Polospeler‘ en ‘Ruiter te paard‘ in 1930 op het Van Tuyl van Serooskerkenplein in de Stadionbuurt maakte.

“Ha, meneer Pan!” dacht ik, toen ik het beeld zag staan. Het kraantje uit zijn billen lijkt verdacht veel op het staartje van mythologische faunen, onderaan hun rug. De gebogen kranen op het hoofd lijken op hoorns en manen, de armen met douchekranen op klauwen. En beiden hebben ook een sik. Desnoods wil ik in de koperen kraan bij zijn mond nog wel een fluit zien, al ziet een panfluit er anders uit.

Ik sluit absoluut niet uit dat Arman geïnspireerd kan zijn door de antieke Dancing Faun, een klein beeldje uit een huis in Pompeï, dat als souvenir en interieurkunst naast je bank thuis kan staan (zie middenin collagefoto). Arman’s vader was bovendien antiquair, misschien verkocht hij het wel. Het lijkt wel of Arman dit beeldje heeft willen ontleden.

Overigens komt “Monsieur Teste” als persoon voor in een roman van Paul Valéry (1871 – 1945) over een man die erg ‘in zijn hoofd zit’, bezig is met zijn eigen Bewustzijn (het oud-Franse woord “Test” =hoofd). Maar daarin zie ik zelf, al bladerend, niet meteen 1,2,3 een aanknopingspunt voor onze kranenman.

“Het Ik zou nooit ergens aan kunnen beginnen als het niet meende dat het Alles was”. (p.78)

Dat is wel wat anders dan een man in je badkamer thuis.

Of Jan Des Bouvrie betaald wordt voor zijn kunstwerken op Art Zuid weet ik niet. Desgevraagd zegt Art Zuid hierover: “Wat de basis is van een bruikleen verschilt van geval tot geval. Daar doen we verder geen uitspraken over”.

De kunstverzamelaar was op het moment dat ik hem sprak nog niet naar zijn eigen kubusbank op het Stadionplein wezen kijken. Hij kende het meubelkunstwerk van Darbyshire alleen van foto’s. En hoopte dat de Britse kunstenaar niet te “hatelijk” met het onderwerp ‘design’ omgaat.

  1. meer Informatie over het meubelkunstwerk ’11 rue Simon-Crubellier’, zie mijn blog: Hygiea, Hercules, Perec: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  2. Bronnen:
    – Persoonlijk interview met Des Bouvrie tijdens de opening ART ZUID 2019
    – NPO-documentaire over Des Bouvrie en diverse tv-interviews.
    – Meneer Teste, Paul Valéry, 1946
  3. Antieke faun: http://toussaintbonnet.nl/nl/portfolio_page/dansende-faun/

GESTAPELDE BAKSTEEN

20190518_135445.jpg
moderne beeldhouwkunst in dialoog met bakstenen uit 1919 op het Stadionplein

Hoe blijven ze op elkaar staan, die enorme loodzware cortenstalen, roestkleurige “bakstenen” van de Nederlandse beeldhouwer Lon Pennock (1945). Welke specie houdt ze bij elkaar?
Moderne beeldhouwkunst mengt zich tijdens Art Zuid 2019 met de honderd jaar oude baksteenarchitectuur erom heen, zie ik. De beelden gaan een dialoog aan met de Stadionbuurt.
Een strak moderne sculptuur, recht tegenover woonblokken uit 1919-1923, van o.a. architect Ernst Roest (1875-1952) 😃 waarin “geborduurd” wordt met rode bakstenen: siermetselwerk in portieken bij de ingangsdeuren, rond raampartijen en dakkapellen.

20190515_001539.jpg

Stalen sculpturen van Len Pennock in dialoog met de nieuwbouw in de Stadionbuurt

Ook de nieuwbouwwijk het “Olympisch Kwartier” uit 2006 “citeert” uit deze baksteenarchitectuur van de late Amsterdamse Schoolstijl.
Nieuwbouw vraagt om moderne kamerhoge raampartijen, maar om aan te sluiten bij het uiterlijk van Plan Zuid van Berlage is de glasgevel verbloemd, door dwars op de kozijnen niet-dragende nep-bakstenen te plaatsen, zodat zijwaarts de gevelvand een bakstenen uiterlijk lijkt te hebben, een project van architect Rudy Uytenhaak (1949).

ZWAARTEKRACHT

Het is het tarten van de zwaartekracht, wat beeldhouwer Lon Pennock wil laten zien. Sommige stalen constructies van hem heten Antipode.
Een antipode, letterlijk een tegenvoeter, is afkomstig uit een mythisch gebied aan de andere kant van de aarde waar zwaartekracht afwezig is,” staat in de Art Zuid-catalogus 2017, toen de beelden nog op de Apollolaan stonden.

Zijn roestvast-stalen sculpturen Harvest en Man uit 2008 staan nu op de grens Stadionweg/Stadionplein, tegenover de “geborduurde” baksteen-architectuur uit 1919.

Harvest en Man, 2008, van Lon Pennock (1945), Stadionplein 2019

Hygiea’s gezondheid

photo_detail
detail van schilderij Hygiea van Gustav Klimt, 1900
hy to earth.jpg
Planetoïde Hygiea draait met haar diameter van 431 km in 5 ½ jaar om de zon

Verloskundigen- en huisartsenpraktijken, gymnastiekverenigingen, ja zelfs een counselingsbedrijf voor zorgprofessionals: ze kunnen zomaar naar HYGIEA heten, de Griekse godin van de gezondheid, de patrones van de apothekers.
Haar vader was Asklepios, ja, die van de dokterslang, de esculaap: de Griekse God van de geneeskunde. Zoon van de grote Apollo.

Beiden werden in het Oude Griekenland in Epidaurus op de Peloponesos vereerd. Er was een kuuroord en patienten hoefden er alleen maar te slapen worden gelegd voor genezing. Wanneer men in een droom een slang zag, was men meteen genezen…

Ik ben er een keer geweest, op een gloeiendhete kurkdroge zomermiddag. Met mijn schoolvriendin F. vergat ik me destijds altijd aan te passen aan de uren van de dag, de temperatuur van het Zuiden.
Ook het Griekse slow-motion-ritme van “sigá sigá !” leerden we pas later over te nemen. Een Griekse lover G. zei – op bezoek in Nederland ooit – dat hij hier de treinen miste, omdat ze hier altijd op tijd reden! Ja, dat is Griekenland: de bussen vertrokken nooit op tijd. Soms stapte de buschauffeur onderweg gewoon even uit om bij de bakker een broodje te kopen. Zo trokken we een maand door Griekenland.
Slowly – slowly: heeeeel gezond!

epidaurus

Epidaurus, tempel ter ere van Asklepios en Hygiea, met de slang als symbool

In de kunsten wordt Hygiea meestal uitge

salus hygieia_-3.jpg

beeld met de slang (van haar vader) en een schaaltje: de geneeskunst voedt zich uit de gezondheid.
De kleurrijke Hygiea van de schilder Gustav Klimt uit 1900 is misschien wel de bekendste afbeelding van haar uit de kunst. Ze was onderdeel van een grotere uitbeelding van de Medische Faculteit voor een zaal in de Universiteit van Wenen.

Het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden bezit een marmeren reliëf uit de 2e eeuw na Christus, waarop ze haar vader Asklepios eert.

Het Rijksmuseum in Amsterdam bezit een prent uit 1640 naar een (stand)beeld van Hygiea in Rome.

Asklepios_800p-4.jpg

2e eeuw na Chr.: Marmeren reliëf: Hygiea eert haar vader Asklepios , Museum voor Oudheden Leiden

unnamed-3.jpg

Hygiea, naar een sculptuur uit Rome, prent uit 1640, Rijksmuseum A’dam

Nieuw voor mij was dat er ook in de ruimte een asteriode met veel ijs erop naar haar is vernoemd. Het rotsblok draait samen met ook Hestia/Vesta – genoemd naar de Griekse godin van het huiselijke vuur – als een van de vier grootste ruimtebrokken tussen Mars en Jupiter in een grote asteroïde-regen om de zon. Daar doet ze 5 ½ x langer over dan de aarde, die dat traject in een jaar aflegt. video online:

hygieia-brunnen-01

Hygiea, als waterbron bij stadhuis in Hamburg

Vaak staat ze als sculptuur bij kuurooorden of bij waterbronnen of fonteinen, zoals in Rome in de Trefi-fontein of in Hamburg op de binnenplaats van het Stadhuis, in Karlsruhe voor een kuuroord.
Water en gezondheid: die twee horen bij elkaar.

NEDERLAND

Voorstreek 58 (5) (Small).jpg

Hygiea als tegelplateau op Jugenstill apotheek in Leeuwarden, 1905

Als schutspatroon voor apothekers prijkt ze in Leeuwarden in een prachtig tegelplateau boven de Centraal Apotheek uit 1905; in Groningen als zandreliëf boven een voormalig laboratorium.

In Spijkenisse staat er voor het Medische Centrum een moderne naakte sculptuur met slang van Hygiea. Ongetwijfeld vergeet ik er een aantal te noemen.

AMSTERDAM

In Amsterdam is Hygiea opgenomen als sculptuur in de beeldencollectie van het AMC-ziekenhuis, een “Vrouwe Hygieia‘ uit 1935 van beeldhouwer Christiaan Jozef Hassoldt (1877-1956) afkomstig uit het vroegere Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, een van de voorlopers van het AMC.

GR07fb-5.jpg

Hygiea in Groningen

2016-amc-beeld1-3.jpg

Vrouwe Hygiea, 1935 in het AMC

Daarnaast is ze in Amsterdam opgenomen in de architectuur van de stad, en vooral bekend als groot plein in de mythologische Olympische buurt, rond het Olympisch Stadion.
Het plein zit barstensvol met scholen en kinderen. Ik ging er als kind naar de Volksmuziekschool op no. 7 waar ik muzieknoten leerde lezen en waar de basis werd gelegd voor mijn liefde voor klassieke muziek. Veel later heb ik naast die school op no. 9 twintig jaar gewoond.
Mijn huisarts heeft er zijn praktijk.

jjjj-05-09-uu40-13_edited

Hygieaplein, 1928: toen de stad nog groene pleinen mocht hebben

Hygiea, godin van de gezondheid: we vinden haar dus overal en nergens. In dromen – of als ik een doodenkel keertje in mijn leven es stoned ben, zo heb ik gemerkt – komt er vaak een angst voor slangen omhoog. Maar bang, dat moet ik helemaal niet zijn, begrijp ik nu. Slangen zijn het zinnebeeld van de gezondheid! Wanneer men in een droom een slang zag, in het Griekse Epidaurus, waar Hygiea werd vereerd, was men juist genezen!
Ik zal dat onthouden.

ZH63am-2.jpg
Hygiea, modern beeld voor het ziekenhuis in Spijkenisse

Architect tot 1941

Gestold in de tijd. Aan de Stadionweg 44 ligt een privewoning, maar eigenlijk is het een museumwoning. Het is een rijksmonument. De huidige bewoner zat me tijdens Open Monumentendag 2015 op de hielen en had weinig tijd. Lekker vrij rondlopen was er niet bij. Je voelt je ook wel een gluurder als je door iemands huiskamer mag rondbanjeren en iemands toilet wordt binnengeleid om de groene betegeling en groene beglazing te bewonderen: alles geconserveerd in een stijl van rond 1930.”

“Kunst en Ambacht” was op die Open Monumentendag het thema, zoals dat vorig jaar “Stad en land” was en ik in mijn column “Na Druk Geluk” de lommerrijke Amstelveenseweg een monument noemde, als verbindingsader met de vroegere landerijen rondom Amsterdam.

Het thema “Kunst en Ambacht” brengt je al snel bij de Amsterdamse School: bouwstijl van begin 20e eeuw, waarbij glas-in-lood, artistiek metselwerk- meubels en design als kunstzinnige ambachten samengingen met de bouwkunst.

P1030399
Rijksmonument 1928: Stadionweg 44.
Het hele interieur in die Stadionwegwoning – van mahoniehouten lambriseringen, ingebouwd theemeubel, Art-Deco lampen tot glas-in-loodwand in het trapportaal – was op elkaar afgestemd. Een Gesamtkunstwerk, zoals Amsterdamse School-architecten dat graag bouwden.
P1030254
Woonhuis Elte, 1928. Ontwerp groenglazen bouwstenen naast de voordeur is van H.P. Berlage
HARRY ELTE (1880 – Theresienstadt, 1 april 1944)

De woning was tot 1942 van architect Harry Elte. Hij had de woning voor zichzelf gebouwd. De lamp in het trappenhuis is ook van zijn hand, het glas-in-lood van glazenier Willem Bogtman, met wie veel Amsterdamse Schoolarchitecten samenwerkten.
Harry_ElteElte was een Joods architect, die voor veel Joodse opdrachtgevers bouwde: bedrijfspanden, winkels, Joodse instellingen en diverse synagogen. Maar ook privéwoningen, o.a. in Amsterdam-Zuid.

Net voordat de crisisjaren ’30 aanbraken – en de stad zich vanaf het Concertgebouw (1888) verder zuidwaarts uitbreidde – bouwde Elte achter de Apollolaan, schuin tegenover zijn eigen huis, zo’n 14 villa’s. Het is het chiquere deel van de Stadionweg, een villawijkje tussen Stadionkade en Stadionweg in. In de Schubertstraat hield Elte zelf een architectenkantoor met 6 man personeel.

P1030267
Voorbeeld van een Elte-villa, Wagnerstraat 2-4, met inpandige garage, 1929. Op de achtergrond: de Sociale Verzekeringsbank, hoek Stadionweg/Apollolaan
Het was de gegoede burgerij die zich in deze eerste en tweede ring van Zuid achter het Concertgebouw vestigde. De villa’s hebben vaak een centrale ontvangsthal, inpandige of aangebouwde garages, centrale verwarming, erkers, serres en balkons. Hoewel hij doorgaans privéopdrachten kreeg, bouwde Elte langs de Stadionkade in 1931 een groot woonblok, met daarin ruim 30 woningen.

20180428004400
Woonblok aan de Stadionkade, Holbeinstraat, Velasquezstraat en Rubensstraat, 1931

De schoonheid zit ‘m vaak in de details: het metselwerk, een extra bouwelement als accent, een vloermozaïek of betegeld wandtableau in een trapportiek. Als geboren Stadionbuurtbewoner ken ik deze robuuste bouwstijl ‘van huis uit’ en fiets er gewoonlijk aan voorbij. Maar vandaag, vandaag sta ik er ineens bij stil.

Letterlijk sta ik met mijn fiets stil bij de huizen die Harry Elte ons in Zuid heeft nagelaten. Nu ik me er bewust van ben geworden, dat het Elte is, aan wie we sinds 1914 de naam ‘Stadionbuurt’ te danken hebben, de naam Stadionplein en Stadionweg e
n dat die naamgeving losstaat van het Olympisch Stadion uit 1927.

hetstadion00
Eltes stadion, naamgever van de Stadionbuurt, gebouwd in 1912, afgebroken in 1929 voor woningbouw. Op de achtergrond de landerijen van Buitenveldert.
STADIONBUURT

Aan de Zuidrand van de toenmalige stad, omgeven door landerijen, bouwde Elte het eerste nationale voetbalstadion in 1912, voor 30.000 toeschouwers. Op de plek, waar nu de Argonauten- en Jasonstraat liggen. Vanaf 1914 sprak de pers van een “Stadionplein” als men de ruimte voor het stadion bedoelde, waar chique zwarte auto’s geparkeerd konden worden. De gewone man had toen nog geen auto.

oudetsadion1914artistensportfeest
artiestensportfeest, 1914 in Elte Stadion, Stadionplein

Vijftien jaar later bouwde architect Jan Wils ertegenover, aan de andere kant van de Amstelveenseweg, nog een tweede stadion, voor de Olympische Spelen van 1928. Tijdens de Spelen werd Eltes stadion gebruikt voor oefenwedstrijden. Maar in 1929 werd het afgebroken voor verdere uitbreiding van ‘Plan Zuid‘ van H.P. Berlage, voor massale woningbouw in de Stadionbuurt.

20110611_hetstadion005
april 1929, sloop van Eltes Stadion

Elte is niet de architect van de wulps golvende gevelwanden van vroege Amsterdamse Schoolarchitecten, als Michiel de Klerk of Piet Kramer, maar Elte hoort bij de sobere, strakkere Late Amsterdamse Schoolstijl, als leerling van – en werknemer ooit – van Berlage.
En dat kun je zien, als je denkt aan het Beursgebouw aan het Damrak in Amsterdam of aan de Burcht van Berlage (het gebouw van de Algemene Nederlandse Diamant Bewerkersbond) in de Henri Polaklaan in Amsterdam-Oost, in welke straat ook Elte monumentale panden voor Joodse instellingen neerzette.

Stoere, kloeke torens bouwde Elte, ook in zijn villa’s in de Stadionbuurt zie ik dat in forse schoorstenen wel terug; ook bij een driedubbele villa van Eltes hand in de Willemsparkbuurt, langs het Vondelpark. En in zijn beroemde “Obrecht-sjoel”, aan het Jacob Obrechtplein, richting Concertgebouw.

In de gevel staat in het Hebreeuws een regel uit Psalm 84: “Hoe lieflijk is uw woning, Heer van de hemelse machten”. En op de grote luifel: “Ik heb U een prachtig huis gebouwd” (Koningen I, hoofdstuk 8, vers 13).

20180427200049
1927:  Raw Aron Schuster Synagoge, Jacob Obrechtplein
Die luifels zijn ook kenmerkend voor Elte. Zowel Berlage als hij waren bewonderaars van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright (1867-1959) en dat zie je terug in de ruim overhangende dakranden en overkragingen bij Elte.
20180427115125
Driedubbele villa, Sophialaan 2-6, Willemsparkbuurt. Entree met luifel. 1920

ENTREE

Een deur is niet zomaar een deur bij Elte. Altijd zal er wel een geometrisch gemetseld pilaartje bovenaan een toegangstrapje of een abstract houtelement in de deur zijn, die de entree van het huis accentueert. Kom Binnen, roept het huis. Het geeft je volgens mij een welkom gevoel. Ik zie dat zowel bij de ingang van de synagoge op het Obrechtplein als in de stadsvilla’s in Zuid.

1030271-1
tegelplateau-en vloermozaiek in trapportaal Velasquezstraat 3

Hij speelt ook met lichtinval. Ik zag dat in 2015 in het zachtgroene schijnsel van de glas- in-loodramen in de toilet van zijn eigen woonhuis, maar ook zie ik dat in het trapportiek aan de Velasquezstraat en, zo lees ik, binnenin de synagoge speelt lichtinval bij Elte via het vele glas-in-lood een hele spirituele rol.

JODENVERVOLGING

Eltes eigen woning is qua interieur gestold in de tijd, schreef ik niet zonder reden. Het is zowel bijzonder, als wrang dat het huis aan de Stadionweg vanbinnen in dezelfde staat verkeert, waarin Elte zijn woning onvrijwillig heeft moeten verlaten tijdens de oorlog.

Vanaf 1941 mocht hij als Jood geen leiding meer geven aan zijn eigen bedrijf; in 1942 werd hij met zijn vrouw gedeporteerd naar Westerbork. Zoals vele, vele andere Joden uit de Stadionbuurt. In Theresiënstad overleed hij op 1 april 1944 aan een longontsteking.

VERDWIJNEN

Van Verdwijnen naar Herdenken. Die stap kunnen wij als Stadionbuurtbewoners zetten, als we ons ervan bewustworden dat Elte met zijn stadion de naamgever van onze buurt is, waaraan ook het Stadionplein haar historische naam te danken heeft.

Eerst moest zijn stadion verdwijnen in 1929, toen Elte zelf in 1942 en nu moet, volgens B & W van Amsterdam ook zijn Stadionplein verdwijnen?

Als bewuste Stadionbuurters zijn we van plan dat anders aan te pakken. Er gaan stemmen op om juist Elte – en de vele, vele andere verdwenen Joden uit de Stadionbuurt – eindelijk te gaan herdenken.
Met een beeld, een monument of Stolpersteine: zogenaamde struikelstenen met naamplaatjes van messing, bij woningen van verdwenen, gedeporteerde en vermoorde Joodse buurtgenoten.
Eén van die adressen kennen we al. Stadionweg 44.

Amsterdamse Stijl

giphy_63_1508014948363Het zal u niet ontgaan zijn dat er een jaar ten einde loopt waarin de kunststroming De Stijl centraal stond, 1917-2017. Het was het themajaar “Van Mondriaan tot Dutch Design” .  Nu hebben we misschien wel stijl in Amsterdam, maar weinig van De Stijl.

Voor het spectaculaire Victory Boogie-Woogie-schilderij van Piet Mondriaan (1872-1944) dat met overheidsgeld in 1997 gekocht is voor 37 miljoen euri, moet je naar Den Haag, voor zijn geboortehuis naar Amersfoort, voor het modernistische Rietveld-Schröderhuis van meubelmaker/architect Gerrit Rietveld (1888-1964) en zijn muze moet je naar Utrecht.
Wat heeft Amsterdam-Zuid?

In 2011 behoorde een villa op de Apollolaan 1 in Zuid met zijn vraagprijs van €4.500.000 bij de top 5 duurste huizen van Amsterdam. Bouwjaar: 1927. Aantal kamers: 11. Woonoppervlakte: 399 m². Perceeloppervlakte: 589 m². Maarrrrr, dan heeft u wel een huis met een raam, ontworpen door Gerrit Rietveld himself , dat u zich dat even realiseert.😃
De ramen van Rietveld met hun dunne spijlen, waarin hij buiten en binnen graag in elkaar liet overlopen, zelfs zonder kozijnen op de hoek, waren in die tijd – de jaren twintig van de 20e eeuw – heel beroemd.

P1000063
Harrenstein-Slaapkamer 1926, ontwerp Rietveld, vaste collectie Stedelijk Museum A’dam

“Het lijkt wel een Ikea-interieur” hoor ik een buitenlandse bezoekster zeggen, als ik bij een slaapkamerinterieur van Rietveld sta, in het kader van “100 jaar De Stijl” in het Stedelijk Museum. De slaapkamer is een zogenaamde Stijlkamer, in zijn geheel overgenomen uit een huis aan de Weteringsschans in Amsterdam. Het Stedelijk Museum heeft ook stoelen van Rietveld en Mondriaanschilderijen, en had vorig jaar zelfs per ongeluk een vervalste Mondriaan geleend, zoals laatst bleek. Iets wat net op tijd ontdekt werd, voordat het in De Stijl-jaar 2017 tentoongesteld werd.

Ik begreep dat eigenlijk wel, die Ikea-opmerking van die bezoekster, maar dacht aan al de eikenhouten meubels waar iedereen in de jaren twintig van de vorige eeuw nog tussen bivakkeerde en welke enorme shock en verandering die abstracte ontwerpen van Rietveld en Mondriaan moeten zijn geweest. Kunst als Avant Garde. Kunst die voorop loopt. Het is wel een ontwerp uit 1926 moet u bedenken, hoe dodelijk een “Ikea-label” anno nu ook is.Gerrit-Rietveld-College2

Natuurlijk hebben we in Zuid de Gerrit Rietveld Academie aan de Stadionkade, een glazen rechthoek, als Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving; daar neergezet in1962, ontworpen door Rietveld. Ook het Van Goghmuseum (1973) is als gebouw mede door hem ontworpen.

Hbeugel-bedet komende kunstwerk op het vernieuwde Stadionplein krijgt eveneens een Stijl-element: in het betonnen appartement van 65 m2 komt een bedontwerp van Rietveld te staan. In zwart gepatineerd brons, zoals alles in het kunstwerk. Volgens mij wil je nog niet dood neergelegd worden op dat Rietveldbed 😃 Maar daar gaat het niet om. Dat is een kwestie van smaak. En daar gaat het in de kunst niet over.

beozek_bronsgieterij-1[33627]
Maquette Kunstwerk Stadionplein, Matthew Darbyshire (1977) met rechtsonder bed van Gerrit Rietveld. Foto, ©S. Capel
Meer in het oog springen in Amsterdam-Zuid de zgn. Warnersblokken, de vier rood-blauw-gele woonblokken in De Stijlkleuren, net achter de Stadionkade en de Parnassusweg. Een eilandje moderniteit uit 1957. Flats die sinds 2010 de status van Rijksmonument hebben. De gekleurde gevelplaten zijn ontworpen door kunstenaar Joseph Ongenae, geïnspireerd door De Stijl.

P1000209
Vier huizenblokken van architect Allert Warners, 1957. Amsterdam Zuid
image_db_asp
Slotermeerlaan (De Verfdoos, 1954)

Van dezelfde architect Allert Warners (1914-1980) staan er in Amsterdam-West ook twee flats, die De Verfdoos worden genoemd. Ook heeft West een Piet Mondriaanstraat, maar dat is natuurlijk geen “De Stijl-landmark”.

Vervolgens hebben we in Zuid de 1e Openluchtschool uit 1929 van architect Jan Duiker (1890-1935), net achter de Apollolaan en Beethovenstraat. In de Cliostraat.
Duiker was officieel geen lid van De Stijl-groep, maar behoorde net als Rietveld tot wat in kunstkringen de “Nieuwe Zakelijkheid” heet. Beide kunststromingen waren een reactie op de expressieve Art Nouveau-stijl van begin 20e eeuw en de uitbundige Amsterdamse School-architectuur, waar Zuid vol mee zit. 

DSC06188
Cliostraat, ingang Openluchtschool (1929) van Jan Duiker, gepropt tussen baksteenarchitectuur;
16856513cf0788da1f1baae0cb2b411c
De Openluchtschool uit 1929 van Jan Duiker, verbannen naar de tuinen van het huizenblok

Aan die school van Duiker kun je eigenlijk wel zien hoe er “geschipperd” werd in die tijd. De gemeente wilde het bakstenen straatbeeld niet teveel laten afwijken en verbande de moderne school zelf naar de binnenplaats van het huizenblok. De schoolingang aan de straatzijde zit tussen de baksteenarchitectuur ingepropt. Bijna, zoals er vroeger katholieke ”schuilkerken” in Amsterdam waren. Als je het aan de straatzijde maar niet zag. Lekker hypocriet.😃

Overigens was Jan Wils, de architect van het Olympisch Stadion (1928) in zijn begintijd ooit aanhanger van De Stijl, maar later een afvallige, die door de Stijlpuristen “van effectbejag” beschuldigd werd met zijn baksteenbouwsels in Zuid.

Toch bestonden de kunststijlen naast elkaar. Tegelijkertijd. Het was 2017 zowel het herdenkingsjaar van De Stijl als van 100 jaar Amsterdamse School. 

Het kon blijkbaar allebei. De opdrachtgevers voor de Rietveldslaapkamer (foto hierboven) gaven – naast Gerrit Rietveld – bijvoorbeeld op hetzelfde Weteringsschansadres aan architect Piet Kramer (1881-1961) opdrachten, zowel voor de pui van het huis als voor een studeerkamer. Nou, en die Kramer kennen we natuurlijk als DE zwierige bruggenbouwer van de Amsterdamse Schoolstijl (200 bruggen, waaronder de Stadionbrug in 1937 en het golvende wooncomplex De Dageraad (1919-1922) in Zuid, nu onderdeel van museum Het Schip).

DSC06524
Rietveldhuisje, 1972, in het Amstelpark, van een kunstenaarscollectief

Ook in Zuid ontwaar ik nog een niet door Rietveld ontworpen gebouw, dat Rietveldhuisje heet, in het Amstelpark. Het staat er sinds de Floriade, 1972.

MONDRIAAN

20170914_130904 (2)Verder kom ik er in het Mondriaanhuis in Amersfoort – Mondriaans geboortehuis en alleraardigst nieuw multi-mediamuseum – achter dat Mondriaan zelf lange tijd in Amsterdam heeft gebivakkeerd en er naar de Rijksacademie ging om kunstenaar te worden. Het is de tijd voordat hij naar Parijs vertrok, en later naar New York.

Hij schilderde rondom Amsterdam, nog net voordat hij – via zijn bomen – langzaam maar zeker tot abstractie kwam. Het Amsterdam Museum had daar in 2012/13 al een tentoonstelling over. Het zijn dus geen De Stijl-schilderijen, maar is wel Mondriaan.

20170914_130249 - kopie (4)
Knotwilgen aan een sloot, buiten Amsterdam, 1905
mondriaan-de-man-die-alles-veranderde
Boerderij bij Duivendrecht, 1916, Piet Mondriaan

Al inventarisend ontdek ik dan nog dat Amsterdam-Zuid ook een toren naar Mondriaan heeft vernoemd. Nooit geweten! De op 1 na hoogste wolkenkrabber in Amsterdam blijkt de Mondriaantoren te heten.
De Rembrandttoren, die er naast staat, in een wijkje naast het Amstelstation, is de hoogste van de stad. Met de zgn. Breitner-toren vormen ze zo een schilders-hoogbouwtrio. Maar ik denk dat weinig Amsterdammers de Mondriaantoren kennen, hij wordt eerder de Rabobank-toren of Delta Loyd-toren genoemd.

De Rembrandttoren is de bekendste.
Maar dat is misschien wel een kwestie van smaak. Of van stijl. 😃

20284536843_de3269f832_b
Bij Amstelstation: de Mondriaantoren (rechts). De Rembrandtoren (links) is de hoogste toren van de stad. Middenin: de Breitnertoren. Drie schilders, die alle drie in Amsterdam schilderden.
  • T/m 27 november kunt u nog de tentoonstelling ‘De Stijl in het Stedelijk’ zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Station FEBO

P1000634
Deze méters diepe roltrap komt uit op het 16,5 m diepgelegen eerste perron van metrostation De Pijp van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. Daaronder, 10 m dieper, ligt het volgende perron, op 26,5 m onder NAP. De ene lijn brengt je naar Noord. De andere naar Zuid. De twee perrons liggen boven elkaar en niet naast elkaar. Het station wordt het diepst gelegen metrostation in Nederland

De FEBO-kroketten van het Stadionplein zijn een begrip voor elke Stadionbezoeker in Amsterdam, maar minder bekend is waar die naam Febo van de landelijke snackbarketen vandaan komt. Het is een afkorting van de Ferdinand Bol, een straat in stadsbuurt De Pijp in Zuid, waar de eerste krokettenbakker ooit zou beginnen. Uiteindelijk begon de bakker niet daar, maar aan de Karperweg, bij de Amstelveenseweg in de Stadionbuurt kroketten te bakken in 1942, waar hij de allereerste automatiek opende in 1960.

P1000654

In die Ferdinand Bolstraat was ik deze week, toen ik met een helm op en bouwlaarzen aan, toekomstig metrostation De Pijp bezocht, één van de nieuwe Noord-Zuidlijn-stations. Pas volgend jaar gaat die beruchte peperdure metrolijn rijden, waarmee je in 16 minuten van Amsterdam Noord naar Amsterdam Zuid kunt ondergronds. Ik was er als bezoeker, tijdens een excursie van Bureau Kunststad.

40 JAAR

Deze maand is het 40 jaar geleden, dat de allereerste metro in Amsterdam ging rijden, in oktober 1977. Tegenwoordig heet dit de Oostlijn, die de Bijlmer met het centrum verbindt. Die metro kwam er destijds niet zomaar. Hele huizenblokken moesten ervoor plat in het centrum bij de Nieuwmarkt, en dat pikten bewoners niet.

Die “Nieuwmarktrellen” uit 1975 herinner ik me nog goed. Ik werkte op dat moment bij het fotopersbureau van het Algemeen Nederlands Persbureau ANP en de fotografen kwamen met hele verhalen “thuis”. Ook mijn chef ging ’s avonds uit het werk de Nieuwmarkt op. Om “rellen te schoppen”. Dat vond ik wel vreemd. Het was ook een aparte man, een oorspronkelijke jonkheer, die een beetje omlaag gesukkeld was. De volgende ochtend lag er een gele metrohelm op zijn bureau tegenover mij en toonde hij zijn schaafwonden. De helm lag erbij als zijn veroverde trofee.

P1000621Nu had ik deze week ineens zelf een metrohelm op mijn hoofd in station De Pijp in de Ferdinand Bolstraat. Ook een veiligheidsvestje met fluoriserende strepen en gele rubberlaarzen met metalen neuzen. Met Bureau Kunststad dook ik ondergronds.
Eerder al was ik beneden in de krochten van de Noord-Zuidlijn in 2011 en in 2014 liep ik tijdens de Landelijke Open Dag van de Bouw door de kale metrotunnel onder het IJ door en in 2015 bezocht ik toekomstig metrostation RAI.

PLAKJE HEIPAAL

2014-03-31 17.57.05Bijzonder is dat ik daardoor thuis een “plakje paal” heb, van één van de heipalen die ruim een eeuw onder het Centraal Station heeft gestaan. Amsterdam is, zoals u weet, gebouwd op palen. En het Centraal Station in 1881 dus ook. Kun je nagaan hoe oud die boomstammen zijn, die voor die heipalen gebruikt werden. Ik kijk wel ‘es geïntrigeerd naar de ringen van het “plakje paal”.
Het Centraal Station stond op 8687 houten heipalen. Zo’n 3000 daarvan moesten worden weggehaald, onder het middendeel van het station, wilde er een nieuwe metrotunnel kunnen worden “ingeschoven”. Een giga  technische bouwklus, terwijl het CS tegelijkertijd moest blijven functioneren.

In 2011 lagen die ‘weggesneden’ houten heipalen – nat en wel – in plakjes gezaagd – voor het grijpen. Ze hadden ruim een eeuw in drassige veengrond gestaan. Thuis barstte het plakje open, toen het opdroogde. Ik schreef daarover in mijn eerdere column “Ondergronds Zuidwaarts” op de Face to Face-pagina op Facebook en vertelde waar de ingang van die kale metrotunnel onder het CS mij aan deed denken. Aan de grijsgrauwe hemelpoort van Jeroen Bosch bizar genoeg, een merkwaardige sensatie daar onder de grond.

Uit: “Ondergronds Zuidwaarts”:

“Als ik zaterdag vanuit de Kathedraal, zoals de ondergrondse 15 meter hoge hal onder het CS nu al wordt genoemd, doorloop richting Damrak naar de ingang van de volgende betonnen metrobuis, ziet mijn oog iets wat mij – bizar genoeg – direct, in een split second, doet denken aan Jeroen Bosch, de 15e eeuwse schilder uit Den Bosch.

Was Bosch hier eerder, dan ik? In één van zijn visioenen?

Wat mijn oog ziet, is een tunnelbeeld dat ik qua kleur en vorm ken. Op een drieluik van Bosch met de titel “Visioenen uit het hiernamaals” schilderde Bosch op het linker paneel de ingang van de hemel: we zien zielen opstijgen in een grijze tunnel van licht. Deze tunnel bestaat uit zeven segmenten, die verwijzen naar de zeven planeetsferen tussen aarde en empyreum, de hoogste hemelsfeer, de plek waar in het Middeleeuwse Denken God zich bevindt.
In die 15e eeuw werden die 7 hemelsferen wel vaker geschilderd, maar nooit als tunnel.

Je vraagt je toch af waar Bosch zijn visioenen van de hel en de hemel vandaan had en op basis waarvan hij – ook op al zijn andere schilderijen – zijn zeer merkwaardige fantasie-en kleurrijke schepsels ontwierp. Er zijn boeken over volgeschreven; velen suggereren dat Bosch hallucinerende middelen zou hebben gebruikt, waaruit dit soort beelden zijn voortgekomen.

Wonderlijk toevallig eigenlijk dat de ondergrondse hal onder het CS ook nog eens, als bijnaam, de Kathedraal heet, schiet het thuis door me heen: een kathedraal, zo pal voor de ronde tunnel naar het Damrak: Bosch’ tunnel op het paneel “Het opstijgen naar de Hoogste Hemel”. 

STATION DE PIJP

P1000660

Om te voorkomen dat er voor de Noord-Zuidlijn in de smalle Ferdinand Bolstraat in de Pijp (de wijk heet niet voor niets zo!) ook weer huizenblokken plat moesten en er opnieuw metrorellen zouden uitbreken, zoals bij de Nieuwmarkt 42 jaar geleden, is station De Pijp een héel diep station geworden, met twee metrosporen boven elkaar i.p.v. twee sporen naast elkaar.

P1000644.JPG

Métersdiepe roltrappen zijn het zo geworden. Er is 75.000 kuub zand uitgegraven. “Als je alle vrachtwagens vol zand op een rij zet, die hier zijn weggereden, dan heb je een file van hier tot aan Hoek van Holland, zo hebben wij berekend ”, zegt Richard Koenders, projectbegeleider van de afdeling Communicatie van de Noord-Zuid lijn. Het pure zand, dat van 26 meter diepte kwam, en schoon was, is gebruikt om de Volgermeerpolder – een voormalige vuilstortplaats – in Noord- Holland, op te spuiten tot een nieuw ontwikkeld natuurgebied.

KUNST

P1000658
De meterslange wand van metrohal De Pijp is versierd met een gedigitaliseerde aquarel van Amalia Pica (1978). “De kleuren van de Pijp sijpelen door” schrijft de Noord-Zuidlijn online

Het metrostation is met een gedigitaliseerde aquarel van de Argentijnse kunstenares Amalia Pica opgeleukt en moet het samensmelten voorstellen van de diverse culturen en kleuren die de Amsterdamse Pijp en de Albert Cuypmarkt kenmerken. De vlaggetjes op de muur bij de metro-ingang horen ook bij het kunstwerk.

P1000661
Kunst! De vlaggetjes moeten de multi-culturaliteit van de Albert Cuypmarkt symboliseren. Onderdeel van de gedigitaliseerde muur-aquarel van Amalia Pica (1978) in station De Pijp

Als je het niet weet, loop je aan die aquarelkunst voorbij. Nu waren wij als excursiegroep de enige bezoekers. Straks lopen er naar verwachting zo’n 18.000 bezoekers per dag langs, op station De Pijp in de Ferdinand Bol.
U kunt het zelf zien vanaf 22 juli 2018.

Eerdere publicaties over de NZ-lijn op Face to Face:

  1. column “Ondergronds Zuidwaarts”, 2014: https://www.facebook.com/notes/face-to-face-column-olympisch-kwartier/column-ondergronds-zuidwaarts/254909164692702/
  2. Filmpje, wandeling metrotunnel CS:
    https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=256317917885160&id=238292489687703
  3. Bezoek station Europaplein bij de RAI in 2015:
    https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=397529070430710&id=238292489687703
  4. Ondergronds concert, 2017: de “Unvollendete” van Schubert in metrohal De Kathedraal, Centraal Station: https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=657168447800103&id=238292489687703

 

 

Zout op je huid

afbeelding1d
Kees Smout (1876-1961), Marathonlopers, Gevelsteen Marathonweg, Amsterdam

Het zout koekte in witte opgedroogde korsten op zijn wangen en de derde trap van mijn etagewoning op het Hygieaplein destijds nam hij kruipend. Tree voor tree. Op handen en voeten omhoog naar drie-hoog. Zijn romp was in een opengeknipte grijze vuilniszak gestoken. Plastic tegen de afkoeling, hadden ze hem gegeven. In het trapportaal, nog voor de deur van mijn woning, zakte hij op de deurmat neer. Hij kon niet meer, mijn oude getrouwe vriend uit mijn studietijd. Maar hij had de Marathon van Amsterdam uitgelopen, een medaille om zijn nek en zijn ogen straalden!

Hij had mij telefonisch gevraagd of hij ’s ochtends voorafgaand aan de marathon en na afloop in mijn huis zich mocht omkleden. Ik woonde op 5 minuten afstand van het Olympisch Stadion, om de hoek van de Marathonweg. Ik had hem nog niet zo vroeg terug verwacht, die middag. Hij had een mooie tijd gemaakt met zijn tanige lijf.

Ik liet hem even zitten op die deurmat en zette zonder het te vragen de kraan van het bad aan. Nou ja, bad: een losstaand plastic zitbadje heb ik. Nog steeds. Lekker languit zou ie niet kunnen liggen, maar toch: “Dan kun je in een heet bad een beetje bijkomen, lekker voor je spieren” , sprak ik hem bemoedigend toe.
Zwijgend knikte hij.

Nog nooit heb ik iemand na een uur zo gelukkig weer uit een klein plastic zitbadje zien komen. En zo grenzeloos dankbaar zien aanschuiven aan mijn eettafel, waar ik een pittige Indiase paprikasoep voor hem had klaarstaan. Het is alweer jaren later nu, maar als ik hem soms zie, die oude kameraad, dan heeft hij het er nòg over. Over die soep. En over dat hete bad. Het is alweer jaren later nu, maar het was de eerste keer dat ik als Stadionbuurter zò persoonlijk bij de marathon betrokken raakte en voor het eerst zelf van binnenuit diep diep respect voelde voor zo’n loper. Petje af! Wat een sport! Wat een prestatie!

Vanaf die eerste bewuste kennismaking met het marathonzout loop ik tegenwoordig als supporter om 9 uur ’s ochtends naar het stadion toe voor de start van de Amsterdam marathon. Mijn zondag is dan al vroeg begonnen met ronkende politie- en tv-helikopters boven mijn tuin, van NOS en lokale media die al circulerend het parcours verkennen.

20161013_161921_resized107De deuren van de Stadionpoort zijn dan nog dicht. Maar als die bij het startschot om half tien opengaan, zoals ik een keer zag….en er een gigantische massa van duizenden mensen zich naar buiten stort, dan weet je niet wat je ruikt.

Het zweet, het zout, de damp, de lucht…

De zweetwalm die zich vanachter die dichte deuren in de smalle poort van het stadion heeft verzameld bij de getrainde en geoefende lopers knalt je gezicht in. Menigeen heeft zich dan al ingelopen. Voorop gaan de professionals, de Kenianen en de Ethiopers, als ranke hindes flitsen ze voorbij, mannen en vrouwen, met tussen die zwarte Afrikanen her en der een verdwaalde blanke. Daarachteraan komt een enorme bulk  blanke wereldburgers. Duizenden. En nog eens duizenden, het zijn er 16.500 voor de hele marathon dit jaar. Engels, Iers, Frans, Duits, Arabisch, aan de omstanders en hun aanmoedigingen merk ik hoe internationaal de wedstrijd is. De vlaggen wapperen. Het is een mega-festijn.

Na de start ga ik dan naar huis, zet de lokale tv-zender aan of Eurosport en volg de renners hoe ze via Ouderkerk, langs de Amstel terugkeren naar het centrum van de stad en via het Vondelpark hun weg terugvinden naar het Stadion: 42, 195 km lang. De wedstrijd is zondag in 138 landen live te volgen op tv.

In twee uur tijd zijn de eerste lopers hier weer terug. Topatleten, als de Kenianen Sammy Kitware, Wilson Chebet en Bernard Kipyego. Het is dan rond half twaalf, het parcoursrecord is  11.35.36. Wie wordt “Mr. Amsterdam”? Ze hopen dit jaar een tijd onder de 2.05 uur te kunnen lopen. De Marokkaanse Nederlander Khalid Choukoud hoopt Nederlands kampioen te worden, maar Koen Raymaekers is ook favoriet. Net als bij de vrouwen, de Keniaanse atlete Priscah Jeptoo en de Ethiopische Meselech Melkamu.
Tot 17 uur ’s middags hebben de andere lopers de kans en de tijd om te finishen.
(tekst loopt onder video door…)

Het is een bonte stoet die op zo’n dag voorbijtrekt. De muziek en de trommels zwepen van alle kanten op. In de loop van de middag sta ik weer achter de dranghekken. Ik moedig de laatste strompelaars tegen 5 uur de hoek van het Stadionplein om.
Nog één bocht en je bent er!!!” schreeuw ik.
Tachtigers, maar ook tieners horen bij de laatste diehards. Soms wandelend of struikelend of hinkstapsprongend trekken ze voorbij of ze nemen, met het eind in zicht, toch nog een laatste spurt. Soms zie ik bloedende tepels onder hun t-shirt van het urenlang schuren langs de stof. Anderen, zo zie ik, hebben daarom pleisters opgeplakt ter bescherming. En iedereen heeft zo zijn eigen loopje. De één met lange halen, de ander met korte, hoge pasjes, de knieën opgetrokken. Ook ’s ochtends bij de start zie je loopjes, waarvan je je afvraagt hoe ze de finish ooit kunnen halen.

Via megafoons worden ze – uur na uur- vanuit een omroepwagen luid het Olympisch Stadion ingeschreeuwd. “Welkommm nummer 3456, hij komt nuuuuu het stadion binnenlopen….dames en heren, 3456 is nu op weg naar de finish, geef hem een warm applaus!!! Nummer 3456 is gefinisht!”
De Kenianen en de Ethiopiërs, de profs, zijn na hun huldiging dan al uren eerder vertrokken.

Die oude kameraad van mij, die van die soep en dat hete bad, heeft zich na die ene keer met de drie trappen na de marathon, niet meer bij mij in Amsterdam gemeld. Hij ging de marathon van New York lopen, en die van Rotterdam. Daar vond ie het publiek wat enthousiaster. Van hem weet ik ook, hoe fijn het is als je de lopers aanmoedigt.
Tegenwoordig is hij reisleider in verre landen. Op mijn verjaardag laatst kreeg ik getrouw een felicitatiemailtje van hem. Vanuit Kenia. Nota-beide-blote-bene.

afbeelding1c
Kees Smout (1876-1961), Marathonlopers, gevelsteen Marathonweg, Amsterdam

 

dsc05777
Olympisch Stadion: wit plastic tegen het afkoelen na afloop van de marathon, 2016

 

Fontein wordt kraantje

En daar stond ie dan in het buurtzaaltje op de informatieavond in de bibliotheek: de jonge eigentijdse Britse kunstenaar op rode gympen met neergeslagen ogen, bijna schuchter: ”ik voel me in het defensief gedreven, voel veel spanning in de zaal”, zei hij in het Engels. Er liepen buurtbewoners weg.

39076d72495d5b88923542b2ee69925f
Matthew Darbyshire, environmental artist, 1977. Ontwerper van het kunstobject Stadionplein 2017

Matthew Darbyshire, uitgekozen door Stadsdeel Zuid voor het toekomstige kunstwerk op het Stadionplein, kwam zijn ontwerp uitleggen. Het wordt een Huiskamer van beton en brons, die op de overgang van plantsoen en plein komt te staan bij de Van Tuyll van Serooskerkenweg. Het krijgt de moeilijk in de volksmond liggende titel mee: “11 Rue Simon-Crubellier”. Ook de voorzitter van Stadsdeel Zuid, Sebastiaan Capel, tevens portefeuillehouder Kunst, had al moeite met het uitspreken ervan.

ENVIRONMENTAL ART

Darbyshire (1977) is een jonge vertegenwoordiger van de Environmental Art, omgevingskunst, een kunststroming die eind jaren ’60, beginjaren 70 begon, waarbij kunst en ruimte in elkaar overvloeien. Een bekende kunstenaar in dit genre is Claes Oldenburg, maar ook Edward Kienholz met zijn klokkencafe The Beanery in de vaste collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam is een mooi voorbeeld. Je kunt als kijker zijn eetcafe inlopen.

Darbyshire heeft zich, al lopend door de Stadionbuurt, voor zijn idee en concept van een betonnen kamerappartement laten inspireren door de interieurs van diverse woningen in de omgeving. Hij werkt zowel in London als in Cambridge als in Amsterdam voor kunst in de Openbare Ruimte. Het summum van omgevingskunst vond hij eigenlijk een platbodem in de Stadionkade, langs de wal voor het Spinozalyceum, waarop diverse stoelen zijn bevestigd. Dat bracht hem op zijn idee, vertelde hij.

1_perspective
Ontwerp voor kunstobject Stadionplein, Matthew Darbyshire (1977)

Omdat een woonhuis de enige omgeving is waarin burgers zichzelf kunnen organiseren, aldus Darbyshire, de enige plek waar burgers vrij zijn van toezicht op openbare ruimte en vrij van alle regels, daarom vindt hij dat “het huis het meest accurate uitkijkpunt biedt om te zien en te beoordelen hoe onze medeburgers hun Vrije Wil uiten”.

KRITIEK

Hij bedoelt het goed, de kunstenaar: wil heel democratisch buurtbewoners mee laten denken over de inrichting van zijn kunstontwerp. Kon hij het helpen dat Stadsdeel Zuid zijn ontwerp uitgekozen had, terwijl bewoners niet allemaal enthousiast zijn?

Er waren zo’n 11 buurtbewoners op de informatieavond in de bibliotheek. Een deel ervan liet merken het idee van die huiskamer als kunstwerk helemaal niks te vinden, dus hoezo meedenken over de inrichting en het interieur van de betonnen huiskamer? Heb je eindelijk een groen plantsoen in de buurt, komt er een appartement als kunstwerk met bronzen meubels en andere interieurobjecten. Alsof er al niet genoeg architectuur staat!

In het zaaltje beriepen de sceptische buurtbewoners zich op eerdere info-avonden: dat er een mooie monumentale fontein zou komen op het Stadionplein, zoals bewoners graag wilden; dat het voor de Klankbordwerkgroep van bewoners, die de kunstcommissie van Stadsdeel Zuid zou adviseren, een raadsel was hoe de afgelopen jaren de selectieprocedure van kunstenaar en kunstwerk tot stand was gekomen. De deelraad kwam en de deelraad ging: een ondoorzichtig  besluitvormingsproces.

De Klankbordgroep (een “pre-adviescommissie” in Stadsdeeltermen) had slechts een paar keer mee mogen denken. Niet mee mogen stemmen. Het is de Adviescommissie voor de Kunst (ACK) van het Stadsdeel die op basis van professionaliteit het dagelijks bestuur van Stadsdeel Zuid over kunst op het Stadionplein moet adviseren.
De advisering van de ACK is gericht op het genereren van artistieke kwaliteit die recht doet aan de karakteristieken van Zuid.” Zo meldt de Stadsdeelwebsite. En daar gingen bewoners niet over natuurlijk, over die artistieke kwaliteit. Slechts professionals. ”Voor zinvolle relaties tussen kunst en het stedelijke leven in Zuid is ook een goede artistiek-inhoudelijke analyse en begeleiding nodig”, lees ik. Waarvan akte.
De klankbordgroep van bewoners heeft het hele Idee van een betonnen appartement als kunstobject nooit zien zitten.

DEMOCRATIE

En zo is het Stadsdeel tot keuzes en besluiten gekomen. Zonder budget voor een kunstwerk, maar wel met een budget voor een fontein, werden fondsen gezocht ter financiering, bij o.a. het Amsterdamse Fonds voor de Kunst (AFK) en Bouwfonds Cultuurfonds, maar ook bij Bouwinvest, de financieerder van veel nieuwbouw rond het Stadion . Het Program van Eisen zei, dat er ”ïets” van water in het kunstwerk moest worden opgenomen. Een “waterelement”.

De projectmanager van de gemeente voor het Stadionplein, Ingrid van Leeningen, knikte aanhoudend instemmend bij het verhaal van de kunstenaar. Het Stadsdeel is enthousiast over het kamerontwerp als Idee. De kunsttaal van Darbyshire vond de Adviescommissie voor de Kunst “volstrekt uniek”, de commissie was vooral gecharmeerd van het idee, dat de kunstenaar de inrichting wilde laten meebepalen door buurtbewoners.

De kunstenaar gaf blijk van zijn democratische intenties: zijn intellectuele concept van een denkbeeldig appartement (gebaseerd op de Franse roman  “Het leven een gebruiksaanwijzing” van George Perec dat zich afspeelt in een Parijs’ appartement aan een fictieve straat 11 Rue Simon-Crubellier) kan interactief door bewoners worden ingevuld en ingericht op een website. Welk designtafeltje had u erin willen hebben? Welk ontwerp wasmachine, uit welk jaar? Welke mixer, citroenpers, koelkast?

De kunstenaar wil graag iconische objecten van de laatste 100 jaar gerepresenteerd zien. En struint de archieven van diverse Nederlandse musea af om een catalogus samentestellen waaruit men objecten kan kiezen.
Hoe leuk kan het niet zijn, benadrukte stadsdeelvoorzitter Sebastiaan Capel, als je als bewoner kunt zeggen later dat die bronzen koffiemolen daar in de hoek van het appartement door jou is aangedragen in het kunstontwerp. Vanaf half oktober kan de catalogus bekeken worden op http://www.amsterdam.nl/stadionplein

20160923_154724
Bewoners laten zich inspireren op Art Zuid, in de hoop mee te kunnen praten over het kunstwerk Stadionplein, 2011

Ooit liep ik als bewoner mee over Art Zuid, een rondleiding ter inspiratie, zodat we  –  aldus het stadsdeel – dan beter met de Adviescommissie voor de Kunst zouden kunnen meedenken over het Stadionplein. Toen ik doorkreeg dat je als pre-adviescommissie niet kon meestemmen en de gemeente de kunstenaar zou kiezen en ook het ontwerp, heb ik niet meer gesolliciteerd voor de Klankbordgroep.

Stiekem had ik van iets monumentaals gedroomd: van een hoge open slanke vlam in lichtbruin brons – een verwijzing naar het historische karakter van het plein, waar het Olympisch Vuur in 1928 voor het eerst sinds de Griekse Oudheid was ontstoken. Maar soms zijn dromen niet conceptueel genoeg. Het is de tijd van de Environmental Art en de Conceptuele Kunst.

hs9-md4336s-448x600
Hercules, Matthew Darbyshire

Wel zag ik dat onze Britse Matthew Darbyshire nog in 2014 een forse sculptuur van een Hercules had tentoongesteld in Cambridge, een voorbeeld van beeldhouwkunst die in de Griekse Goden- en Heldenbuurt rond het Olympisch Stadion (met een heuse Herculesstraat) ook niet misstaan zou hebben. Toch?

FONTEIN

Het hele idee van een fontein is inmiddels van de baan: ja, in het appartement moet “iets van water” te zien zijn, “een waterelement”, zoals het Programma van Eisen zei, en zoals de opdracht van de gemeente aan de kunstenaar nu luidt; het is een schraal en slap aftreksel van het idee van een monumentale fontein, zoals de buurt voor ogen had.
Maar wat voor waterstraal moet het worden dan? Ziet u het voor u: een spuitende douchekop, een overlopende wc-pot, een op hol geslagen wasmachine, een lopend waterkraantje: hoe spectaculair kan het zijn, zo’n waterelement?

Als het aan de kunstenaar ligt: heel spectaculair, met ferme waterstralen in het appartement. Zijn ogen gingen ervan glimmen. Als het aan de gemeente ligt: drupt er geloof ik straks hoogstens een waterkraantje. Maar u kunt wel als buurtbewoners binnenin het kunstwerk straks uw krantje gaan lezen of met elkaar een kaartje leggen op een in brons gegoten – door uzelf uitgekozen – designtafeltje. Dat dan weer wel.
Als u dat al van plan was.

Wilt u meedenken over de huiskamerinrichting van het nieuwe kunstwerk: meldt u dan aan bij t.banen@amsterdam.nl van de Gemeente.
En let op de gemeentekrant, editie Zuid, in uw brievenbus.

Zie: https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/27/een-kunstwerk-een-gebruiksaanwijzing/