Tagarchief: Amsterdamse School

Rondlopen in stadsdorp

Je moet het maar zien. Schoonheid in architectuur en kunst zit ‘m vaak in de details, en het is handig als iemand je daar op wijst. Mooi gebeeldhouwde brughoofden, brughuisjes in Amsterdamse Schoolstijl, aparte dakkapellen, siermetselwerk rond portiekingangen, moderne kunstzinnige letters “Stoned forever, forever in stone” in de plint van bakstenen muren. Je moet het maar weten. Je moet het maar zien. 

DSC03556A
Stoned forever, stalen bouwstenen van kunstenaar Martijn Sandberg

VOOR ARM EN RIJK

Lezers van mijn blog weten hoe rijk de Stadionbuurt aan schoonheid is; vanaf maart 2014 schrijf ik er op dit blog over. Maar vanaf deze maand worden zeer laagdrempelige kunst- en architectuurwandelingen aangeboden, voor arm en rijk, voor jong en oud. Iedereen kan mee.
Het is een nieuw buurtinitiatief. De rondleidingen worden verzorgd door kunsthistorici en beeldend kunstenaars uit de buurt, in samenwerking met Stadsdorp Olympia.

Stadsdorp Olympia is één van de vele stadsdorpen die Amsterdam rijk is: een buurtcollectief dat met sociale en culturele activiteiten mensen met elkaar wil verbinden en de betrokkenheid bij de buurt wil vergroten. Het is opgezet “om de voordelen van een dorp te verbinden aan die van een stad“, met bijvoorbeeld ook een maandelijkse buurtborrel op het Stadionplein, zoals a.s. woensdag.

Rond 2019-def2.jpg
informatie 5 verschillende rondwandelingen

Het is de bedoeling dat iedereen kan genieten van de kunstzinnige schoonheid van de omgeving, dus de prijs van de rondwandelingen is heel bewust heel erg laag gehouden. Zij die het zich kunnen veroorloven mogen vrijwillig natuurlijk de reguliere prijs van 10 euro bijdragen. Zie de foto hierboven voor informatie.
A.s. donderdagavond 27 juni is er een Engelstalige rondleiding, vrijdagmiddag 26 juli de eerste Nederlandstalige.

DSC03790
Stadionweg, Hygieastraat: Eén van de vele stadspoorten die de Stadionbuurt rijk is
2014-04-20 2014-04-20 002 039 (2)
De koloniale geschiedenis van Nederland vind je terug in de reliëfs van het Indiëmonument op het Olympiaplein
DSC04335
Wie is Prometheus, de reus die bij het Olympisch Stadion staat?

Amsterdam Zuid heeft diverse stadsdorpen waar je lid van kunt worden. E: info@stadsdorp-olympia.nl

Home

Rondleidingen Stadionbuurt

Welkom

Face to Face Olympisch Kwartier

 

 

Plastic beeldhouwer

20190607_132035
Michelangelo in polystyrene op de Minervalaan, achter de Michelangelo in tufsteen in de Michelangelostraat 29

Hoe een bijna 100-jaar oude gevelsteen van tufsteen in Amsterdam-Zuid een jonge – in Nederland wonende – Japanse kunstenaar inspireert tot een Michelangelo-sculptuur van wegwerp-plastic (polystyrene) en harslijm (epoxy).

Behalve schilder was Michelangelo (1475-1564) architect, dichter en één van de belangrijkste beeldhouwers uit de Renaissance. In opdracht van de paus heeft hij tot op zeer hoge leeftijd heéel wat zwaar werk verzet en moest dan – in grote armoede – bedelen om de betaling.
Via een houten trapje kun je op de Minervalaan nu binnenin het hoofd van de grote beeldhouwer stappen.

Dus:
hoe een Italiaanse Renaissance-beeldhouwer inspiratiebron was voor de Nederlandse steenbeeldhouwer Anton Rädecker (1887-1960) die bij veel architectuur van Amsterdam-Zuid betrokken was en op zijn beurt in 2019 weer Sachi Miyachi (1978) inspireert.
(het hoekreliëf van tufsteen is op de hoek van de Michelangelostraat 29 en de Gerrit van de Veenstraat, achter de Minervalaan).

Leestip: een heéeéerlijke roman van Irving Stone: ‘Michelangelo‘: je hoort en ziet en ruikt hem bijna zwetend bikken in het witte Carrara-marmer!
#artzuid

https://www.facebook.com/FaceToFaceOlympischKwartier/

GESTAPELDE BAKSTEEN

20190518_135445.jpg
moderne beeldhouwkunst in dialoog met bakstenen uit 1919 op het Stadionplein

Hoe blijven ze op elkaar staan, die enorme loodzware cortenstalen, roestkleurige “bakstenen” van de Nederlandse beeldhouwer Lon Pennock (1945). Welke specie houdt ze bij elkaar?
Moderne beeldhouwkunst mengt zich tijdens Art Zuid 2019 met de honderd jaar oude baksteenarchitectuur erom heen, zie ik. De beelden gaan een dialoog aan met de Stadionbuurt.
Een strak moderne sculptuur, recht tegenover woonblokken uit 1919-1923, van o.a. architect Ernst Roest (1875-1952) 😃 waarin “geborduurd” wordt met rode bakstenen: siermetselwerk in portieken bij de ingangsdeuren, rond raampartijen en dakkapellen.

20190515_001539.jpg

Stalen sculpturen van Len Pennock in dialoog met de nieuwbouw in de Stadionbuurt

Ook de nieuwbouwwijk het “Olympisch Kwartier” uit 2006 “citeert” uit deze baksteenarchitectuur van de late Amsterdamse Schoolstijl.
Nieuwbouw vraagt om moderne kamerhoge raampartijen, maar om aan te sluiten bij het uiterlijk van Plan Zuid van Berlage is de glasgevel verbloemd, door dwars op de kozijnen niet-dragende nep-bakstenen te plaatsen, zodat zijwaarts de gevelvand een bakstenen uiterlijk lijkt te hebben, een project van architect Rudy Uytenhaak (1949).

ZWAARTEKRACHT

Het is het tarten van de zwaartekracht, wat beeldhouwer Lon Pennock wil laten zien. Sommige stalen constructies van hem heten Antipode.
Een antipode, letterlijk een tegenvoeter, is afkomstig uit een mythisch gebied aan de andere kant van de aarde waar zwaartekracht afwezig is,” staat in de Art Zuid-catalogus 2017, toen de beelden nog op de Apollolaan stonden.

Zijn roestvast-stalen sculpturen Harvest en Man uit 2008 staan nu op de grens Stadionweg/Stadionplein, tegenover de “geborduurde” baksteen-architectuur uit 1919.

Harvest en Man, 2008, van Lon Pennock (1945), Stadionplein 2019

Een Griekse tragedie

William-Adolphe_Bouguereau_(1825-1905)_-_The_Remorse_of_Orestes_(1862)
De Drie Erinyen, Griekse wraakgodinnen kwellen Orestes, de zoon van Agamemnon. Schilderij uit 1862 van William-Adolphe Bouguereau (1825-1905). Soms ook getiteld: Orestes heeft spijt

Het stadsbestuur van Amsterdam wilde ons dolgraag doen geloven dat wij in de Stadionbuurt wonen in straten, die “allen sportgerelateerd” zijn. Maar voor hoe dom houden ze ons?

Ik woon al 61 jaar in een Grieks-mythologische buurt en niet in een sportbuurt en doorzag het flinterdunne argument van het stadsbestuur om persé het Stadionplein haar nek om te draaien, omdat ze een plek zochten met allure, zo schrijven ze ons, om wijlen Johan Cruijff  “passend” te eren.

De noodzaak daartoe was groot, omdat de omnoeming van het voetbalstadion De Arena maar steeds voor problemen bleef zorgen met de STAK, de stichting van aandeelhouders die naast Ajax en de gemeente, partij waren bij het tot stand brengen van de Johan Cruijfarena.

Dus zocht de gemeente ook een stedelijke lokatie ter ere van Johan Cruijff. Maar of je dan een Grande Dame, zoals ik het Stadionplein ben gaan noemen – met haar historie van 104 jaar –  daartoe dan maar ineens de nek moet omdraaien, dat vond ikzelf nou niet zo gepast.

Drie vrouwen, alle drie Stadionbuurtbewoners staken de koppen bij elkaar en ondersteunden de petitie, die buurtbewoner Menno Köhler was gestart om het Stadionplein haar naam te laten houden. Trap op, trap af, portiek in, portiek uit, bootsteiger op en af werden flyers rond gebracht en affiches opgeplakt om de petitie te doen groeien. De drie vrouwen, de drie MMM-en genoemd voor het gemak, begonnen aan een Verzoekschrift. En zochten steun bij Wijkraad ZuidWest en andere – al jarenlang – actieve bewuste Stadionbuurters. Die allen het Verzoekschrift ondertekenden.

HOORZITTING

Op 29 mei wordt nu een bezwaarschrift, op basis van dat Verzoekschrift, tijdens een Hoorzitting over het Stadionplein besproken. Ook andere bezwaarschriften van bewoners komen aan de orde. Als de actualiteit dit tenminste nog nodig maakt.

Het wordt dan een hoorzitting van Stadionbuurtbewoners versus de gemeente Amsterdam. Waarbij de 3 MMM’en zich per dag en per uur meer en meer aan het ontpoppen zijn als de drie Wraakgodinnen uit de Griekse mythologische onderwereld, De Drie Erinyen. Inmiddels lijkt dat een betere naam voor de 3 MMM’en. De Erinyen zijn ook bekend onder hun Latijnse naam, als de drie Furiën.

videobijschrift: fragment van de Drie Furiën uit de operafilm Gianni Schizzi, van opera Spanga, regie: Corina van Eyk. De opera van Puccini is gebaseerd op een verhaal uit Dante’s  La Divina Commedia


De vraag is alleen wel wie de drie Erinyen aan het kwellen zijn in dit geval. Wie de Orestes uit de Griekse tragedie is, waarin we met ons allen beland zijn.

Inmiddels laat de demissionair wethouder van Sport Eric van der Burg het in de Volkskrant van zaterdag doen voorkomen, alsof het waarnemend burgemeester Jozias Van Aartsen is, die in februari 2018  het oude college van B&W verkeerd heeft voorgelicht rondom de omnoeming van Stadionplein in Johan Cruijffplein. De Stadionbuurters denken dat het probleem al ver voor februari 2018 speelt.

DEMOCRATIE

Ons woord democratie stamt uit het oude Griekenland.  Bij de presentatie van het nieuwe coalitieakkoord in Amsterdam afgelopen donderdag deed Groenlinks voorman Rutger Groot Wassink ferme uitspraken over het vergroten van de zeggenschap van Amsterdammers bij hun buurt.
Maar de hamvraag is nu: wat doet Van Aartsen de komende dagen? Wat doet hij met het besluit van het oude college om het historische Stadionplein op te doeken?

De Stadionbuurters, die a.s. dinsdag een Hoorzitting wacht, verbazen zich met zijn allen over de uitlatingen van Van der Burg, dat “het stadsbestuur” verkeerd is voorgelicht, omdat ze zien dat de Commissie Naamgeving  Openbare Ruimte – de CNOR – al op 2 december 2017 haar negatief advies uitbracht aan het oude college, en op dat moment Van der Burg de loco-burgemeester was van Amsterdam.
Van Aartsen werd op 4 december benoemd.
Van der Burg is ook, samen met de zieke en wijlen burgemeester Eberhard Van der Laan steeds betrokken geweest bij de hele procedure rond de naamsverandering van de Amsterdam ArenA en het voornemen om daarnaast in de stad Cruijff op een goede locatie “passend”  te eren.

Erinyen (Furiae ofwel De Drie Furien)
De drie Furiën

Op de Hoorzitting  a.s. dinsdag willen de Stadionbuurters o.a. aan de orde stellen of het negatieve advies van de CNOR gemeld had moeten worden aan de Gemeenteraad, voordat het stadsbestuur zijn besluit nam op 20 februari 2018.

In een brief van 21 december 2017 aan de gemeenteraad meldt Van Aartsen wel, dat de vernoeming van de Arena nog steeds op zich laat wachten, maar er staat niets in over de (negatieve) vorderingen m.b.t. een straatnaam voor Johan Cruijff. Het negatieve CNOR-advies van 2 december 2017 wordt aan de gemeenteraad niet vermeld.
Eerst moest Stadsdeel Zuid nog om advies gevraagd worden. Naar later bleek, werd Zuid toen rond januari 2018 foutief voorgelicht. Voorgespiegeld werd alsof de CNOR positief geadviseerd had over het Johan Cruijffplein in Zuid. Dit kwam pas tot uiting, nadat via een WOB-verzoek van Wijkraad Zuidwest, het negatueve advies van de CNOR in de openbaarheid werd gebracht.

ACHTERKAMERTJES

De buurtbewoners willen op de hoorzitting aantonen hoe ondemocratisch het is, dat enerzijds heel Amsterdam een mening heeft over (de vernoeming van) Johan Cruijff, maar toen er problemen waren met de vernoeming van het voetbalstadion De ArenA, er plots alleen nog maar achter gesloten deuren mocht worden overlegd over een stedelijke locatie voor Cruijff.
Daarbij waren – naast de Dienst Basis Informatie en de CNOR – de wethouder Sport Eric Van der Burg en ook de waarnemend burgemeester Van Aartsen heus wel eens betrokken, denken de buurtbewoners, en heeft (opvallend genoeg) ook een woordvoerder van de familie Cruijff mogen meedenken, staat er in de brief aan de Stadionbuurters.
De buurtbewoners vinden dit opvallend omdat de familie Cruijff langs het Stadionplein wel twee firma’s heeft, zowel de Cruyff Institute als de Cruyfffoundation. En de woordvoerder van de familie altijd Carol Thate is, de “general manager” van de “World of Johan Cruyff”, d.w.z.  de manager van alles wat met het merk Cruyff te maken heeft.

Door deze achterkamertjespolitiek is het totaal niet transparant uit welke hoek het idee voor het Stadionplein is gekomen, en waarom alternatieve locatiekeuzes als de Sportheldenbuurt op het nieuwe Zeeburgereiland of vernoeming van Cruijff op de Arenaboulevard van tafel zijn geveegd. De afwegingen zijn nog steeds geheim.

JURIDISCH STEEKSPEL MET BURGERS

Als de hoorzitting van de Stadionbuurters nog doorgaat a.s. dinsdag – gezien de recente ontwikkelingen – zullen diverse bezwaarschriften op tafel komen. Ook een advocaat zal voor enkele bezwaarden het woord voeren.

Duidelijk is, dat het dan een juridisch steekspel wordt tussen de gemeente en de Stadionbuurtbewoners over de vraag of burgers juridisch wel of geen bezwaar mogen maken over een Naamgevingsbesluit m.b.t. een plein. Voorafgaand aan de zitting is al duidelijk dat de gemeente wil aantonen dat alle regels m.b.t. de Algemene Wet Bestuursrecht niet van toepassing zijn.

Het gevaar dreigt dat het dinsdag gaat om juridische haarkloverij i.p.v. over de inhoud van de bezwaren. Waarom nou eigenlijk tal van mensen het geen goed plan vinden om een historisch plein als het Stadionplein op te doeken en om te noemen naar Johan Cruijff.  Niet alleen buurtbewoners, maar ook architectuur-historici als Erik Mattie in de NRC, sporthistorici als Jurryt van de Vooren en Wendingen, digitaal platform van de Amsterdamse School van Museum Het Schip hebben zich erover uitgesproken een andere locatie voor Cruijff een beter plan te vinden.

image
Stadionbuurtbewoners verrassen op 16 mei Stadsdeelcommissie Zuid, tijdens hun rondwandeling op het Olympiaplein. Foto: Chris Aalberts

De Stadionbuurtbewoners laten zich niet uit het veld slaan, door achterhaalde jurisprudentie waarmee de gemeente schermt in hun verweerschrift.  In hun bezwaarschriften benadrukken de buurtbewoners dat een negatief advies van een deskundige CNOR zelden wordt genegeerd. Slechts als B&W ”een zwaarwegende reden” heeft mag B&W juridisch zo’n advies negeren.

Gelet op de bijzondere verdiensten van Johan Cruijff voor de stad Amsterdam” – aldus de brief van Van Aartsen aan de Stadionbuurters – mag dat dan blijkbaar? Moet dat dan de zwaarwegende reden zijn om een deskundig advies m.b.t. naamgeving te passeren?.
De Stadionbuurters vragen zich af of die reden – juridisch gezien – zwaarwegend genoeg is, en wie of welk orgaan dat nou moet toetsen in een democratische samenleving.
De statuur van Cruijff lijkt groter geworden dan de democratie in Amsterdam“, betogen de Stadionbuurtbewoners in hun bezwaarschriften.

INTREKKEN

Zolang Van Aartsen het op 6 maart genomen besluit nog niet heeft uitgesteld of ingetrokken, betekent dit dat de bezwaarde Stadionbuurters zich voorbereiden op de Hoorzitting, omdat reeds voor 1 juni de ingangsdatum is aangekondigd voor een Johan Cruijffplein. Zelfs het Gemeente Vervoerbedrijf heeft haar lijnenkaart al aangepast.

33583349_10156007216243889_8893515417490817024_n
Johan Cruijffplein is al ingetekend

Maar verwacht wordt dat tijdens een aangekondigde laatste vergadering van het oude collegebestuur a.s. maandag of dinsdag alles nog kan veranderen.

Zo niet, dan hoort dinsdag de Bezwaarschriftencommissie op de Hoorzitting beide partijen aan en brengt daarna een advies uit aan het nieuwe college van B&W, dat op 30 mei, de dag na de hoorzitting, beëdigd wordt.

Opvallend is dat het oude college zich bij de hoorzitting o.a. laat vertegenwoordigen door de heer H. Tomson, van de Dienst Basis Informatie. De buurtbewoners zullen hem tijdens de zitting aanspreken op het feit, dat hij tegelijkertijd lid is van de CNOR, die juist negatief adviseerde over een Johan Cruijffplein in Zuid.

Een nogal vreemde hoorzitting wordt het dus.

ALS er nog een hoorzitting nodig is.😃

Architect tot 1941

Gestold in de tijd. Aan de Stadionweg 44 ligt een privewoning, maar eigenlijk is het een museumwoning. Het is een rijksmonument. De huidige bewoner zat me tijdens Open Monumentendag 2015 op de hielen en had weinig tijd. Lekker vrij rondlopen was er niet bij. Je voelt je ook wel een gluurder als je door iemands huiskamer mag rondbanjeren en iemands toilet wordt binnengeleid om de groene betegeling en groene beglazing te bewonderen: alles geconserveerd in een stijl van rond 1930.”

“Kunst en Ambacht” was op die Open Monumentendag het thema, zoals dat vorig jaar “Stad en land” was en ik in mijn column “Na Druk Geluk” de lommerrijke Amstelveenseweg een monument noemde, als verbindingsader met de vroegere landerijen rondom Amsterdam.

Het thema “Kunst en Ambacht” brengt je al snel bij de Amsterdamse School: bouwstijl van begin 20e eeuw, waarbij glas-in-lood, artistiek metselwerk- meubels en design als kunstzinnige ambachten samengingen met de bouwkunst.

P1030399
Rijksmonument 1928: Stadionweg 44.
Het hele interieur in die Stadionwegwoning – van mahoniehouten lambriseringen, ingebouwd theemeubel, Art-Deco lampen tot glas-in-loodwand in het trapportaal – was op elkaar afgestemd. Een Gesamtkunstwerk, zoals Amsterdamse School-architecten dat graag bouwden.
P1030254
Woonhuis Elte, 1928. Ontwerp groenglazen bouwstenen naast de voordeur is van H.P. Berlage
HARRY ELTE (1880 – Theresienstadt, 1 april 1944)

De woning was tot 1942 van architect Harry Elte. Hij had de woning voor zichzelf gebouwd. De lamp in het trappenhuis is ook van zijn hand, het glas-in-lood van glazenier Willem Bogtman, met wie veel Amsterdamse Schoolarchitecten samenwerkten.
Harry_ElteElte was een Joods architect, die voor veel Joodse opdrachtgevers bouwde: bedrijfspanden, winkels, Joodse instellingen en diverse synagogen. Maar ook privéwoningen, o.a. in Amsterdam-Zuid.

Net voordat de crisisjaren ’30 aanbraken – en de stad zich vanaf het Concertgebouw (1888) verder zuidwaarts uitbreidde – bouwde Elte achter de Apollolaan, schuin tegenover zijn eigen huis, zo’n 14 villa’s. Het is het chiquere deel van de Stadionweg, een villawijkje tussen Stadionkade en Stadionweg in. In de Schubertstraat hield Elte zelf een architectenkantoor met 6 man personeel.

P1030267
Voorbeeld van een Elte-villa, Wagnerstraat 2-4, met inpandige garage, 1929. Op de achtergrond: de Sociale Verzekeringsbank, hoek Stadionweg/Apollolaan
Het was de gegoede burgerij die zich in deze eerste en tweede ring van Zuid achter het Concertgebouw vestigde. De villa’s hebben vaak een centrale ontvangsthal, inpandige of aangebouwde garages, centrale verwarming, erkers, serres en balkons. Hoewel hij doorgaans privéopdrachten kreeg, bouwde Elte langs de Stadionkade in 1931 een groot woonblok, met daarin ruim 30 woningen.

20180428004400
Woonblok aan de Stadionkade, Holbeinstraat, Velasquezstraat en Rubensstraat, 1931

De schoonheid zit ‘m vaak in de details: het metselwerk, een extra bouwelement als accent, een vloermozaïek of betegeld wandtableau in een trapportiek. Als geboren Stadionbuurtbewoner ken ik deze robuuste bouwstijl ‘van huis uit’ en fiets er gewoonlijk aan voorbij. Maar vandaag, vandaag sta ik er ineens bij stil.

Letterlijk sta ik met mijn fiets stil bij de huizen die Harry Elte ons in Zuid heeft nagelaten. Nu ik me er bewust van ben geworden, dat het Elte is, aan wie we sinds 1914 de naam ‘Stadionbuurt’ te danken hebben, de naam Stadionplein en Stadionweg e
n dat die naamgeving losstaat van het Olympisch Stadion uit 1927.

hetstadion00
Eltes stadion, naamgever van de Stadionbuurt, gebouwd in 1912, afgebroken in 1929 voor woningbouw. Op de achtergrond de landerijen van Buitenveldert.
STADIONBUURT

Aan de Zuidrand van de toenmalige stad, omgeven door landerijen, bouwde Elte het eerste nationale voetbalstadion in 1912, voor 30.000 toeschouwers. Op de plek, waar nu de Argonauten- en Jasonstraat liggen. Vanaf 1914 sprak de pers van een “Stadionplein” als men de ruimte voor het stadion bedoelde, waar chique zwarte auto’s geparkeerd konden worden. De gewone man had toen nog geen auto.

oudetsadion1914artistensportfeest
artiestensportfeest, 1914 in Elte Stadion, Stadionplein

Vijftien jaar later bouwde architect Jan Wils ertegenover, aan de andere kant van de Amstelveenseweg, nog een tweede stadion, voor de Olympische Spelen van 1928. Tijdens de Spelen werd Eltes stadion gebruikt voor oefenwedstrijden. Maar in 1929 werd het afgebroken voor verdere uitbreiding van ‘Plan Zuid‘ van H.P. Berlage, voor massale woningbouw in de Stadionbuurt.

20110611_hetstadion005
april 1929, sloop van Eltes Stadion

Elte is niet de architect van de wulps golvende gevelwanden van vroege Amsterdamse Schoolarchitecten, als Michiel de Klerk of Piet Kramer, maar Elte hoort bij de sobere, strakkere Late Amsterdamse Schoolstijl, als leerling van – en werknemer ooit – van Berlage.
En dat kun je zien, als je denkt aan het Beursgebouw aan het Damrak in Amsterdam of aan de Burcht van Berlage (het gebouw van de Algemene Nederlandse Diamant Bewerkersbond) in de Henri Polaklaan in Amsterdam-Oost, in welke straat ook Elte monumentale panden voor Joodse instellingen neerzette.

Stoere, kloeke torens bouwde Elte, ook in zijn villa’s in de Stadionbuurt zie ik dat in forse schoorstenen wel terug; ook bij een driedubbele villa van Eltes hand in de Willemsparkbuurt, langs het Vondelpark. En in zijn beroemde “Obrecht-sjoel”, aan het Jacob Obrechtplein, richting Concertgebouw.

In de gevel staat in het Hebreeuws een regel uit Psalm 84: “Hoe lieflijk is uw woning, Heer van de hemelse machten”. En op de grote luifel: “Ik heb U een prachtig huis gebouwd” (Koningen I, hoofdstuk 8, vers 13).

20180427200049
1927:  Raw Aron Schuster Synagoge, Jacob Obrechtplein
Die luifels zijn ook kenmerkend voor Elte. Zowel Berlage als hij waren bewonderaars van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright (1867-1959) en dat zie je terug in de ruim overhangende dakranden en overkragingen bij Elte.
20180427115125
Driedubbele villa, Sophialaan 2-6, Willemsparkbuurt. Entree met luifel. 1920

ENTREE

Een deur is niet zomaar een deur bij Elte. Altijd zal er wel een geometrisch gemetseld pilaartje bovenaan een toegangstrapje of een abstract houtelement in de deur zijn, die de entree van het huis accentueert. Kom Binnen, roept het huis. Het geeft je volgens mij een welkom gevoel. Ik zie dat zowel bij de ingang van de synagoge op het Obrechtplein als in de stadsvilla’s in Zuid.

1030271-1
tegelplateau-en vloermozaiek in trapportaal Velasquezstraat 3

Hij speelt ook met lichtinval. Ik zag dat in 2015 in het zachtgroene schijnsel van de glas- in-loodramen in de toilet van zijn eigen woonhuis, maar ook zie ik dat in het trapportiek aan de Velasquezstraat en, zo lees ik, binnenin de synagoge speelt lichtinval bij Elte via het vele glas-in-lood een hele spirituele rol.

JODENVERVOLGING

Eltes eigen woning is qua interieur gestold in de tijd, schreef ik niet zonder reden. Het is zowel bijzonder, als wrang dat het huis aan de Stadionweg vanbinnen in dezelfde staat verkeert, waarin Elte zijn woning onvrijwillig heeft moeten verlaten tijdens de oorlog.

Vanaf 1941 mocht hij als Jood geen leiding meer geven aan zijn eigen bedrijf; in 1942 werd hij met zijn vrouw gedeporteerd naar Westerbork. Zoals vele, vele andere Joden uit de Stadionbuurt. In Theresiënstad overleed hij op 1 april 1944 aan een longontsteking.

VERDWIJNEN

Van Verdwijnen naar Herdenken. Die stap kunnen wij als Stadionbuurtbewoners zetten, als we ons ervan bewustworden dat Elte met zijn stadion de naamgever van onze buurt is, waaraan ook het Stadionplein haar historische naam te danken heeft.

Eerst moest zijn stadion verdwijnen in 1929, toen Elte zelf in 1942 en nu moet, volgens B & W van Amsterdam ook zijn Stadionplein verdwijnen?

Als bewuste Stadionbuurters zijn we van plan dat anders aan te pakken. Er gaan stemmen op om juist Elte – en de vele, vele andere verdwenen Joden uit de Stadionbuurt – eindelijk te gaan herdenken.
Met een beeld, een monument of Stolpersteine: zogenaamde struikelstenen met naamplaatjes van messing, bij woningen van verdwenen, gedeporteerde en vermoorde Joodse buurtgenoten.
Eén van die adressen kennen we al. Stadionweg 44.

Amsterdamse Stijl

giphy_63_1508014948363Het zal u niet ontgaan zijn dat er een jaar ten einde loopt waarin de kunststroming De Stijl centraal stond, 1917-2017. Het was het themajaar “Van Mondriaan tot Dutch Design” .  Nu hebben we misschien wel stijl in Amsterdam, maar weinig van De Stijl.

Voor het spectaculaire Victory Boogie-Woogie-schilderij van Piet Mondriaan (1872-1944) dat met overheidsgeld in 1997 gekocht is voor 37 miljoen euri, moet je naar Den Haag, voor zijn geboortehuis naar Amersfoort, voor het modernistische Rietveld-Schröderhuis van meubelmaker/architect Gerrit Rietveld (1888-1964) en zijn muze moet je naar Utrecht.
Wat heeft Amsterdam-Zuid?

In 2011 behoorde een villa op de Apollolaan 1 in Zuid met zijn vraagprijs van €4.500.000 bij de top 5 duurste huizen van Amsterdam. Bouwjaar: 1927. Aantal kamers: 11. Woonoppervlakte: 399 m². Perceeloppervlakte: 589 m². Maarrrrr, dan heeft u wel een huis met een raam, ontworpen door Gerrit Rietveld himself , dat u zich dat even realiseert.😃
De ramen van Rietveld met hun dunne spijlen, waarin hij buiten en binnen graag in elkaar liet overlopen, zelfs zonder kozijnen op de hoek, waren in die tijd – de jaren twintig van de 20e eeuw – heel beroemd.

P1000063
Harrenstein-Slaapkamer 1926, ontwerp Rietveld, vaste collectie Stedelijk Museum A’dam

“Het lijkt wel een Ikea-interieur” hoor ik een buitenlandse bezoekster zeggen, als ik bij een slaapkamerinterieur van Rietveld sta, in het kader van “100 jaar De Stijl” in het Stedelijk Museum. De slaapkamer is een zogenaamde Stijlkamer, in zijn geheel overgenomen uit een huis aan de Weteringsschans in Amsterdam. Het Stedelijk Museum heeft ook stoelen van Rietveld en Mondriaanschilderijen, en had vorig jaar zelfs per ongeluk een vervalste Mondriaan geleend, zoals laatst bleek. Iets wat net op tijd ontdekt werd, voordat het in De Stijl-jaar 2017 tentoongesteld werd.

Ik begreep dat eigenlijk wel, die Ikea-opmerking van die bezoekster, maar dacht aan al de eikenhouten meubels waar iedereen in de jaren twintig van de vorige eeuw nog tussen bivakkeerde en welke enorme shock en verandering die abstracte ontwerpen van Rietveld en Mondriaan moeten zijn geweest. Kunst als Avant Garde. Kunst die voorop loopt. Het is wel een ontwerp uit 1926 moet u bedenken, hoe dodelijk een “Ikea-label” anno nu ook is.Gerrit-Rietveld-College2

Natuurlijk hebben we in Zuid de Gerrit Rietveld Academie aan de Stadionkade, een glazen rechthoek, als Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving; daar neergezet in1962, ontworpen door Rietveld. Ook het Van Goghmuseum (1973) is als gebouw mede door hem ontworpen.

Hbeugel-bedet komende kunstwerk op het vernieuwde Stadionplein krijgt eveneens een Stijl-element: in het betonnen appartement van 65 m2 komt een bedontwerp van Rietveld te staan. In zwart gepatineerd brons, zoals alles in het kunstwerk. Volgens mij wil je nog niet dood neergelegd worden op dat Rietveldbed 😃 Maar daar gaat het niet om. Dat is een kwestie van smaak. En daar gaat het in de kunst niet over.

beozek_bronsgieterij-1[33627]
Maquette Kunstwerk Stadionplein, Matthew Darbyshire (1977) met rechtsonder bed van Gerrit Rietveld. Foto, ©S. Capel
Meer in het oog springen in Amsterdam-Zuid de zgn. Warnersblokken, de vier rood-blauw-gele woonblokken in De Stijlkleuren, net achter de Stadionkade en de Parnassusweg. Een eilandje moderniteit uit 1957. Flats die sinds 2010 de status van Rijksmonument hebben. De gekleurde gevelplaten zijn ontworpen door kunstenaar Joseph Ongenae, geïnspireerd door De Stijl.

P1000209
Vier huizenblokken van architect Allert Warners, 1957. Amsterdam Zuid
image_db_asp
Slotermeerlaan (De Verfdoos, 1954)

Van dezelfde architect Allert Warners (1914-1980) staan er in Amsterdam-West ook twee flats, die De Verfdoos worden genoemd. Ook heeft West een Piet Mondriaanstraat, maar dat is natuurlijk geen “De Stijl-landmark”.

Vervolgens hebben we in Zuid de 1e Openluchtschool uit 1929 van architect Jan Duiker (1890-1935), net achter de Apollolaan en Beethovenstraat. In de Cliostraat.
Duiker was officieel geen lid van De Stijl-groep, maar behoorde net als Rietveld tot wat in kunstkringen de “Nieuwe Zakelijkheid” heet. Beide kunststromingen waren een reactie op de expressieve Art Nouveau-stijl van begin 20e eeuw en de uitbundige Amsterdamse School-architectuur, waar Zuid vol mee zit. 

DSC06188
Cliostraat, ingang Openluchtschool (1929) van Jan Duiker, gepropt tussen baksteenarchitectuur;
16856513cf0788da1f1baae0cb2b411c
De Openluchtschool uit 1929 van Jan Duiker, verbannen naar de tuinen van het huizenblok

Aan die school van Duiker kun je eigenlijk wel zien hoe er “geschipperd” werd in die tijd. De gemeente wilde het bakstenen straatbeeld niet teveel laten afwijken en verbande de moderne school zelf naar de binnenplaats van het huizenblok. De schoolingang aan de straatzijde zit tussen de baksteenarchitectuur ingepropt. Bijna, zoals er vroeger katholieke ”schuilkerken” in Amsterdam waren. Als je het aan de straatzijde maar niet zag. Lekker hypocriet.😃

Overigens was Jan Wils, de architect van het Olympisch Stadion (1928) in zijn begintijd ooit aanhanger van De Stijl, maar later een afvallige, die door de Stijlpuristen “van effectbejag” beschuldigd werd met zijn baksteenbouwsels in Zuid.

Toch bestonden de kunststijlen naast elkaar. Tegelijkertijd. Het was 2017 zowel het herdenkingsjaar van De Stijl als van 100 jaar Amsterdamse School. 

Het kon blijkbaar allebei. De opdrachtgevers voor de Rietveldslaapkamer (foto hierboven) gaven – naast Gerrit Rietveld – bijvoorbeeld op hetzelfde Weteringsschansadres aan architect Piet Kramer (1881-1961) opdrachten, zowel voor de pui van het huis als voor een studeerkamer. Nou, en die Kramer kennen we natuurlijk als DE zwierige bruggenbouwer van de Amsterdamse Schoolstijl (200 bruggen, waaronder de Stadionbrug in 1937 en het golvende wooncomplex De Dageraad (1919-1922) in Zuid, nu onderdeel van museum Het Schip).

DSC06524
Rietveldhuisje, 1972, in het Amstelpark, van een kunstenaarscollectief

Ook in Zuid ontwaar ik nog een niet door Rietveld ontworpen gebouw, dat Rietveldhuisje heet, in het Amstelpark. Het staat er sinds de Floriade, 1972.

MONDRIAAN

20170914_130904 (2)Verder kom ik er in het Mondriaanhuis in Amersfoort – Mondriaans geboortehuis en alleraardigst nieuw multi-mediamuseum – achter dat Mondriaan zelf lange tijd in Amsterdam heeft gebivakkeerd en er naar de Rijksacademie ging om kunstenaar te worden. Het is de tijd voordat hij naar Parijs vertrok, en later naar New York.

Hij schilderde rondom Amsterdam, nog net voordat hij – via zijn bomen – langzaam maar zeker tot abstractie kwam. Het Amsterdam Museum had daar in 2012/13 al een tentoonstelling over. Het zijn dus geen De Stijl-schilderijen, maar is wel Mondriaan.

20170914_130249 - kopie (4)
Knotwilgen aan een sloot, buiten Amsterdam, 1905
mondriaan-de-man-die-alles-veranderde
Boerderij bij Duivendrecht, 1916, Piet Mondriaan

Al inventarisend ontdek ik dan nog dat Amsterdam-Zuid ook een toren naar Mondriaan heeft vernoemd. Nooit geweten! De op 1 na hoogste wolkenkrabber in Amsterdam blijkt de Mondriaantoren te heten.
De Rembrandttoren, die er naast staat, in een wijkje naast het Amstelstation, is de hoogste van de stad. Met de zgn. Breitner-toren vormen ze zo een schilders-hoogbouwtrio. Maar ik denk dat weinig Amsterdammers de Mondriaantoren kennen, hij wordt eerder de Rabobank-toren of Delta Loyd-toren genoemd.

De Rembrandttoren is de bekendste.
Maar dat is misschien wel een kwestie van smaak. Of van stijl. 😃

20284536843_de3269f832_b
Bij Amstelstation: de Mondriaantoren (rechts). De Rembrandtoren (links) is de hoogste toren van de stad. Middenin: de Breitnertoren. Drie schilders, die alle drie in Amsterdam schilderden.
  • T/m 27 november kunt u nog de tentoonstelling ‘De Stijl in het Stedelijk’ zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De oertijd van Zuid

Half mei spoelde er weer ‘es een gigantisch zeemonster aan, dit keer bij het Indonesische eiland Seram (zie video) en niemand weet wat het is. Fascinerend vind ik zoiets. Ik moest daaraan denken toen ik vorige week voor “De Oertijd van Zuid” stond, zeven enorme wandschilderingen vol fossielen en zeemonsters van vele miljoenen jaren geleden, uit de begintijd van de wereld, in de hal van het Joke Smit College in Amsterdam-Zuid.

DSC06452 (2)
Detail uit het Krijttijdperk (154-66 miljoen jaar geleden),  wandschildering Maria Hubrecht

De wandschilderingen over de oertijd, in totaal 65 m² doek, zijn van de kunstenares Maria Hubrecht (1865-1950) uit 1925-1928 en hangen in de school, die destijds het eerste Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes was in Amsterdam (1926), aan de Reijnier Vinkeleskade.
Een school die zowel paste in het architectonische Plan Zuid van Berlage voor uitbreiding van de stad – de oertijd van Zuid – als in de filosofie van het socialistische gemeentecollege van toen, om “het volk te verheffen” en dus ook meisjes toegang tot hoger onderwijs te geven. De HBS en de universiteit waren lange tijd onbereikbaar voor vrouwen geweest.

Eerste Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes (1926, in Amsterdamse Schoolstijl) in 1984 omgedoopt tot Joke Smit College, een school voor volwassen vrouwen, tegenwoordig een school voor Volwassenen met mavo, havo en vwo-onderwijs.

In Plan Zuid werd veel aandacht besteed aan de bouw van scholen. In opdracht van de gemeente werd het meisjeslyceum in Amsterdamse School-stijl neergezet. De wandschilderingen zijn heel dun met olieverf op dun doek aangebracht, een soort gobelins lijken het, en zijn zo niet versmolten met de architectuur, niet volledig geïntegreerd in de architectuur, iets wat de architecten van de Amsterdamse Schoolstijl wel met hun “Gesamtkunstwerken” van kunst en architectuur voor ogen hadden.
Misschien was het een kwestie van geld voor de gemeente, dat weten we niet echt, maar dat kan hebben meegespeeld om een – in kunstkringen-  volkomen onbekende vrouw als Maria Hubrecht destijds de opdracht voor de wandschilderingen op doek te geven.
Sterker nog: Maria Hubrecht bood zich hiervoor – zonder er een cent voor te vragen – zelf aan bij de gemeente, vertelt schoolconrector Dicky van der Zalm tijdens het weekend Open Ateliers Zuid in mei.

MARIA HUBRECHT

Maria Hubrecht (1865-1950), kunstenares

Ze was een dame in stijl, maar ook een dame met ballen,” zegt Van der Zalm over Maria Hubrecht. Een vrouw uit gegoede kring, een amateurkunstenares, zoals dat heette, zonder kunstopleiding.
Ze verkeerde, als ongehuwde vrouw uit een rijke patriciërsfamilie, in kringen van wetenschappers en politici en had voor een vriendin in Oslo, in een klaslokaal al “Het Paradijs” geschilderd. Toen de kinderen haar daar – na de onthulling van de wandschildering – huilend van ontroering in de armen waren gevlogen, nam ze zich als missie voor om voor de jeugd “Het Ontstaan van de Wereld” te gaan schilderen.

OERTIJD

Ze dook – op haar 60e –  in de boeken over de oertijd van de wereld: geologische tijdvakken die lopen van 541 miljoen jaar geleden van het Cambrium, via o.a. het Devoon en Perm tot aan het Krijt-tijdperk van 154 tot 66 miljoen jaar geleden. Met eerst slechts leven in zee van fossielen, sponzen, zeelelies en kwallen en pas veel later vissen en planten en weer later dinosaurussen en de eerste zoogdieren.  

Biologen en paleontologen zeggen dat Maria Hubrecht – op basis van boeken – aardig heeft weergegeven hoe de oertijd eruit moet hebben gezien. Haar geschilderde wandkleden lijken een beetje op de vroegere schoolplaten van Wolters-Noordhoff, zegt conrector Van der Zalm, zelf kunsthistoricus en coordinator Kunstzaken op het Joke Smit College.

DSC06449
Hal van het Joke Smit College met 7 oertijd-schilderingen, van Maria Hubrecht

In kunstkringen in de jaren ’20 vielen de wandschilderingen van Hubrecht niet echt op. Het was de tijd, waarin binnen de kunst het Kubisme opkwam en de bijna naïeve stijl van Maria’s schilderingen, in de sfeer van iemand als Henri Rousseau (1844-1910), niet zorgde voor veel erkenning. Amateurkunstenares wordt dan ook wel gezegd over haar. De vraag is ook wel of het naschilderen van zeefossielen uit boeken echte kunst kan heten, maar die discussie hoort u mij hier niet aangaan. Want wat is Kunst? Of het mooi is, of niet mooi, daar gaat het in de Kunst ook niet over. Dat is een kwestie van smaak. Maar ik vind de wandschilderingen prachtig! En noem het dan al snel: kunst!

Na een grote crowdfundingsactie en restauratie werden de Oertijd-schilderingen de dag voor OpenAteliersZuid in mei onthuld door Hedy d’ Ancona, die zich in de jaren zeventig tijdens de zgn. Tweede Feministische Golf samen met Joke Smit (1933-1981) had ingezet voor vrouwenemancipatie en onderwijs voor vrouwen, die hun schoolopleiding ooit hadden afgebroken vanwege hun huwelijk: de moedermavo werd een begrip in die tijd. Maria Hubrecht had er waarschijnlijk zelf van genoten.

DSC06464
Uitzicht vanuit de school op de Reijnier Vinkeleskade
  • Foto-overzicht van de wandschilderingen: ®Wim Ruigrok

Verkloot

 

IMG_10171

Wat is dit zonde om de tafel zo te verkloten!”. Frons van Marktplaats reageerde nogal kortaf op mijn advertentie, waarin ik een 8-hoekige vintage tafel aanbood onder het kopje “retro Amsterdamse School-stijl” . Het ging om een grijswit geschilderde oude tafel van mijn overleden oude buurvrouw S. uit het Olympisch Kwartier.
2013-10-19 2013-10-19 001 002In plaats van ‘m op straat te zetten, zoals de familie wilde, had ik ‘m in huis gehaald, terwijl ik eigenlijk niet wist wat ik met het nogal logge “monster” aan moest.
Er waren zwarte plastic wielen onder gemonteerd: die konden er af. Maar aan de geometrische details van het houtsnijwerk zag ik wel, door de witte verf heen, dat het vermoedelijk om een bruinhouten Amsterdamse-School meubel ging uit begin 20e eeuw. Ik zag onder de verf 2013-10-19 2013-10-19 001 001de contouren van een grote ster, ingelegd in het hout, ter grootte van het 8-hoekige tafelblad. Toch bleef ’t een wit log monster in mijn huis met een spiegelende 8-hoekige glazen afdekplaat, waar ik me eigenlijk geen raad mee wist. Maar op straat zetten was ook zo weer wat.

Hij staat er nog. Frons van Marktplaats vond ‘m dus niks. Iemand anders promootIMG_1142a1te via Markplaats hoe ik de verf kon laten verwijderen voor nogal wat geld. En ene Truus wilde de glasplaat wel van me kopen voor 35 euri, want ze had een huisinterieur in Amsterdamse Schoolstijl, vertelde ze en de glasplaat paste exact op de tafel, die zij had. Ze stuurde me een foto van haar interieur en salontafel toe en mijn bek viel ervan open. DAT was inderdaad de lelijke witte tafel in mijn zijkamer, maar nu met prachtige zwart/bruine accenten. WOW!
Frons vond het echt vreselijk hoe mijn tafel witgeschilderd was: “Echt jammer hoor, het toont weinig respect voor het origineel en zeker met dit tafeltje met vele details, moet je voorstellen dat ze zo’n Amsterdamse School-gevel wit zouden spuiten, daar gruwel je toch van?”

TENTOONSTELLING

Het zal u niet ontgaan zijn in de media dat de beroemde Amsterdamse bouwstijl De Amsterdamse School dit jaar 100 jaar bestaat. Dit weekend opent er in het Stedelijk Museum in Amsterdam een tentoonstelling over Amsterdamse School-meubels. “Wonen in de Amsterdamse School“.

DSC03530
AS-stijl Stadionweg 1926/8

De meeste mensen kennen de architectuurstroming “De Amsterdamse School” (1910-1930) wel, afgekort AS, waar ook sommige huizenblokken in de Stadionbuurt toegerekend mogen worden en waar de architecten van het moderne Olympisch Kwartier op hebben willen voortborduren, met kunstzinnige huisnummering, typografie in de bakstenen muren en de neoncirkels in de glazen tuinpoorten (zie columnlink Stoned Forever).
Kenmerk van de AS-stijl was o.a. de integratie van kunst en architectuur, een gebouw als Gesamtkunstwerk in sculpturale vorm. Er is aandacht voor Toegepaste Kunst: Amsterdamse School-design. Ontwerpers en architecten hielden zich zowel bezig met het exterieur van de woning of het gebouw, als met het interieur. Alles moest in perfecte harmonie zijn.

Amsterdamse School-design kun je o.a. vinden in tafels, stoelen, bureaus, dressoirs, klokken, lampen, spiegellijsten, fotolijstjes, schoorsteenmantels, behang- en tapijtontwerpen, trappenhuizen met glas in loodramen. Het Stedelijk Museum laat vanaf zaterdag 9 april zo’n 500 objecten zien. “Wonen in de Amsterdamse School”, een ontwerpstijl 1910-1930, met invloeden van de Art Déco, architect Berlage en het expressionisme.

Behalve op de tijdelijke tentoonstelling van het Stedelijk Museum kunt u in Amsterdam door het jaar heen ook complete Amsterdamse School-interieurs bekijken. Het leuke van museumwoningen vind ik altijd dat je over de drempel heen echt terug in de tijd stapt.
Dat kan allereerst in Museum Het Schip, het voormalige postkantoor aan het Spaarndammerplantsoen in A’dam West – een hoogtepunt in Amsterdamse School-architectuur gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging Eigen Haard – maar ook in het Sociale Woningbouwcomplex De Dageraad in A’dam Zuid (zie interieurfoto’s hierboven).

Wie van de Highlights van Amsterdamse School-design wil genieten, raad ik aan eens een (kunsthistorische) rondleiding te boeken (via museum het Schip) door het voormalige Scheepvaarthuis, schuin tegenover het Centraal Station, een pronkstuk van AS-stijl, zowel van binnen als van buiten, gebouwd tussen 1912- 1916. Tegenwoordig is dit opgekocht door Grand Hotel Amrath.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

trappenhuis = daklichtHDK_10_0141_a_lowres
Lamp Burcht van Berlage

Maar voor de niet-puristen onder u is ook een audiotour door filmkathedraal Tuschinki uit de jaren ’20, met een interieur van Jugendstil, Amsterdamse School en Art Deco een leuk uitje. Of het vroeg 20-eeuwse interieur van De Burcht van Berlage in de Henri Polaklaan in Oost met een schitterende lamp uit 1919. Het gebouw is nog ontworpen door Berlage himself voor het vakbondskantoor van de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB). Ook hier zijn rondleidingen te boeken. Of is tijdens Open Monumentendagen gratis te bezichtigen.

Zelfs in het archeologische Allard Piersonmuseum aan het Rokin, het voormalige gebouw van de Nederlandse Bank, stapte ik tot mijn verrassing zomaar een kamer binnen geheel in jaren ’20-stijl, al of niet verwant aan AS-design.

20140830_152441
wachtkamer Ned. Bank, in het gebouw van ’t Allard Pierson Museum

Het is natuurlijk de terreur van de witkwast uit de jaren zeventig, waar mijn tafel thuis onder geleden heeft. Zelf heb ik in mijn studententijd ook tafeltjes van mijn oma en kastjes van mijn tante Anne “verkloot”, zoals Frons van Marktplaats het zo fijntjes uitdrukt. Alles wat bruin en van hout was, werd als “burgerlijk” ervaren en moest een kleurtje krijgen. Ik was allergisch voor de bruine vooroorlogse sferen, die een zompigheid en benauwdheid, zwaarte en donkerte uitademden. Alles moest lichter worden in de jaren ’70. Ruimer en vrijer.

Er zijn wel eens dagen, dat ik me afvraag wat we in die jaren ’70 nog meer verkloot hebben dan slechts een aantal mooie bruinhouten meubels. Maar het gevaar is dat ik dan al filosoferend beland in een somberte en zwaarte die niet goed voor me is. Dus ik kijk maar bewust naar het grijswitte monster in mijn huis – een aandenken aan mijn overleden buuf – en zie het maar als een trofee. Een zegeteken van de vrijheid (van stijl).
Er wordt tenslotte al genoeg oude troep tegenwoordig op straat gezet bij ons:-(

VENSTERS OP ZUID

Jan Dibbets, Tollebeek 1, 1999
Jan Dibbets, Tollenbeek 1, 1999

DSC03612Geïnspireerd door een kunstwerk van Jan Dibbets (9 mei 1941) van een raam in perspectief, (Tollebeek I, 1998-1999) dat ik laatst zag hangen op de Zuidas bij de ABN/Amrobank, breng ik vensters in beeld uit de Stadionbuurt en Olympisch Kwartier: een wonderlijke mix van moderne architectuur met Late Amsterdamse School-stijl.

Filmpje:

Moongate: poort in Zuid

DSC03724
Neon Moongate, in tuinpoort Olympisch Kwartier, artist: Willem Hoebink

Tien passen vanaf mijn voordeur in het moderne Olympische Kwartier stap ik zo een Moongate in: een tuinpoort van glas: 10 meter breed, 9 meter hoog, met een neoncirkel van 7 meter doorsnee, die op ooghoogte begint. Alsof je door een Cirkel van Licht heen de tuin binnentreedt. Het is een neon- kunstwerk van Willem Hoebink (1966) uit 2008.

Oorspronkelijk is een Moongate in tuinarchitectuur een ronde opening in een stenen tuinmuur en stamt uit de klassieke Chinese landschapsarchitectuur van de Chinese adel; het refereert aan openheid naar de buren en symbolisch aan de terugkerende cyclus van de seizoenen, de cirkelgang van geboorte, leven, dood en hergeboorte in de natuur, de leer van het Chinese Taoïsme.

In Amsterdam-Zuid kun je in Buitenveldert in de Hortus van de VU zo’n chinese tuin-moongate zien. 

Maar Moongates zijn er inmiddels in soorten en maten, niet alleen als ronding in een muur – een oprijzende maan aan de horizon – maar ook van metaal, van hout, of dus van neon op glas. Bovenstaande video geeft een mooi overzicht, evenals de link onderaan dit blog.

foto: Hoebink

Het Olympisch Kwartier heeft maar liefst 9 neon- Moongates.
Vijf woonblokken hebben grote glazen tuinpoorten, ontworpen door Lafour en Wijk Architekten. De poorten liggen in elkaars verlengde, waardoor er een zichtas door de hele wijk heen ontstaat op de binnentuinen.

DSC03709In de glazen poorten weerkaatsen ’s avonds de felle neoncirkels, in een eindeloos refrein, als Olympische ringen door de tuinpoorten heen. Zo passen ze prachtig  in een wijk, die grenst aan een Olympisch Stadion.

De lichtcirkels van Hoebink vormen één van de drie kunstwerken die in de architectuur van de nieuwbouwwijk geïntegreerd zijn, zoals ik al eerder beschreef in mijn blog “Stoned forever” (februari 2015) over de metalen letters in de bakstenen muren en de stylistische huisnummers. Kunst verweven in architectuur, in de lijn en stijl van Amsterdamse School-architectuur uit Plan-Zuid van Berlage.

640px-Youyicun_garden
Klassieke Chin. tuin in Suzhou regio, Jiangsu provincie
Op zich zou de historie of filosofie van de Aziatische Moongates een mooie achtergrond voor een column over de neon Moongates in het Olympisch Kwartier kunnen zijn.
Maar mijn ogen doen iets anders. Mijn ogen herkennen in de klassieke Chinese Moongate een poortvorm, die ik alom op mijn zwerftochten door de Stadionbuurt tegenkom.
Mijn ogen zien de neoncirkels niet alleen als een 21e eeuwse interpretatie van de klassieke chinese Moongate, maar mijn ogen zien in de glazen tuinpoorten van het Olympisch Kwartier tegelijkertijd een 21e eeuwse toevoeging aan het bestaande poortenplan van de Stadionbuurt.DSC03694
Als er namelijk iets is waarin het Olympisch Kwartier als nieuwbouwwijk een dialoog aangaat met de vroeg-20e eeuwse Stadionbuurt, dan is het toch wel met haar poorten, is mijn conclusie.

Het Olympisch Kwartier heeft behalve haar 9 glazen tuinpoorten ook nog eens een overbouwde toegangspoort tot de wijk, aan de zijde van de Aphroditekade, die uitkomt op de centrale Eosstraat.

DSC03573
Ik laat in bijgaande fotoserie zien hoe m.i. deze parallel te trekken is.

Als een Middeleeuwse toegangspoort tot de vesting Nieuw-Zuid: zo rijst aan de Pieter Lastmankade het Amsterdams Lyceum op, net achter de Oud-Zuid stadsgordel rond het Concertgebouw. Het is 1919, het eerste jaar na de Eerste Wereldoorlog, vertelt de gevel. Hier treedt u binnen in het Uitbreidingsplan Zuid van Berlage. Met de Moongates en de toegangspoort in het Olympisch Kwartier als sluitstuk.

Terwijl ik sta te fotograferen in het poortje naar het Hygieaplein, raak ik in gesprek met een echte fotograaf, DSC03533een Engelsman. Hij zou de fietsen of de verkeersstopborden graag van het fotobeeld verwijderd willen zien, zegt hij. Dan krijg je mooiere architectuurfoto’s.
But that’s life” geef ik als commentaar. Net als de kapotte neonringen, die ik fotografeer, de lichtcirkels die om de haverklap door voetballen of andere botsingen in de tuinpoorten in stukjes naar beneden hangen. Niets is perfect. Ook de maan is niet altijd vol. Dus ook de Moongate niet.

De fotograaf vraagt wat ik aan het doen ben. Ik fotografeer in de buurt “lots of ports” antwoord ik en schiet hardop in de lach als ik zijn fronzende wenkbrauwen zie en ook zelf mijn Engelse taalfout hoor. Maar het is wel een leuke taalfout om i.p.v. “gate” de onderdoorgangen een “port” te noemen: een haven!DSC03799

De stadspoorten in Zuid vormen immers een haven van rust temidden van de drukte.

In Plan Zuid van Berlage, uit 1917, werden woonwijken bewust afgeschermd van drukke doorgangswegen als de Stadionweg, Olympiaweg en Marathonweg, door poorten in de bakstenen woonblokken aan te brengen. Hierdoor ontstonden er binnenhoven en stille pleinen, zoals bv. het Hygieaplein of de Sportstraat (foto).
Ook daarbij hebben de architecten van het Olympisch Kwartier willen aansluiten. En spreekt Stadsdeel Zuid van “Plan Zuid in de 21e eeuw“.
En noem ik de neon Moongates van Hoebink in de glazen tuinpoorten een 21e eeuwse interpretatie van Amsterdamse School-verfraaiing in architectuur.