Tagarchief: Michelangelo

Plastic beeldhouwer

20190607_132035
Michelangelo in polystyrene op de Minervalaan, achter de Michelangelo in tufsteen in de Michelangelostraat 29

Hoe een bijna 100-jaar oude gevelsteen van tufsteen in Amsterdam-Zuid een jonge – in Nederland wonende – Japanse kunstenaar inspireert tot een Michelangelo-sculptuur van wegwerp-plastic (polystyrene) en harslijm (epoxy).

Behalve schilder was Michelangelo (1475-1564) architect, dichter en één van de belangrijkste beeldhouwers uit de Renaissance. In opdracht van de paus heeft hij tot op zeer hoge leeftijd heéel wat zwaar werk verzet en moest dan – in grote armoede – bedelen om de betaling.
Via een houten trapje kun je op de Minervalaan nu binnenin het hoofd van de grote beeldhouwer stappen.

Dus:
hoe een Italiaanse Renaissance-beeldhouwer inspiratiebron was voor de Nederlandse steenbeeldhouwer Anton Rädecker (1887-1960) die bij veel architectuur van Amsterdam-Zuid betrokken was en op zijn beurt in 2019 weer Sachi Miyachi (1978) inspireert.
(het hoekreliëf van tufsteen is op de hoek van de Michelangelostraat 29 en de Gerrit van de Veenstraat, achter de Minervalaan).

Leestip: een heéeéerlijke roman van Irving Stone: ‘Michelangelo‘: je hoort en ziet en ruikt hem bijna zwetend bikken in het witte Carrara-marmer!
#artzuid

https://www.facebook.com/FaceToFaceOlympischKwartier/

Rothko als laatste wens


Jarenlang had ik een ingelijste Rothko-poster boven mijn eettafel hangen. In het glas werd het hele interieur weerspiegeld. Hij zou zich werkelijk omdraaien in zijn graf, Mark Rothko.
Eten en kunstkijken, dat ging niet samen bij hem. Zijn schilderijen waren bedoeld voor contemplatie. Niet als behang. Dus gaf hij ooit een (omgerekend naar nu ) miljoenencontract voor de muren van een chique restaurant in Manhattan terug aan zijn opdrachtgever, nadat hij in Florence in het San Marco-klooster in stille kloostercellen ervaren had hoe meditatief de fresco’s van de 15e eeuwse Fra Angelico op hem inwerkten.

Zo wilde hij het. En niet anders. Hij wenste dat de eetlust van de gasten hen zou vergaan in dat peperdure restaurant in New York en dat zijn Bruinen en Kastanjeroden hen het gevoel zouden geven “gevangen te zitten”.
Een gepijnigd man hoor, die Rothko. In 1970 op 25 februari – precies 45 jaar geleden –  stopte hij ermee: nam in zijn atelier, temidden van zijn grote ‘murals’ — zijn metersgrote schilderijen – een overdosis anti-depressiva en sneed zijn polsen door.

Vorige week was ik in Den Haag en deed een ochtendje “Vaticaan”  met een 3-D bril op mijn neus in de bioscoop en ’s middags ‘deed’ ik de Rothko-tentoonstelling. Een introspectief dagje. Allebei in Hoger Sferen, zeg maar. Al zal niet iedereen dat bij de grote kleurvlakken van Rothko zo ervaren.

’s Ochtends in de documentairefilm The Vaticans Museums 3 D ging ’t over de Grieks/Romeinse beeldhouwkunst, die de basiscollectie van de Vaticaanse musea vormt en hoe deze Antieke kunstenaars het Geheim van het Leven hadden proberen te vangen in hun beelden.
In de Renaissance poogden Raphael en Michelangelo dat opnieuw: “Kunst is de spirituele reis van de mensheid naar opperste schoonheid” zei een paus, volgens de film. En Michelangelo deed alsof ie God was, als schepper uit ’t Niets, toen hij het Leven dat in het marmer zat, probeerde te Ontsluiten.

Wat deed Rothko eigenlijk anders? Ik laat u 2 filmpjes zien. De ene is de trailer van de 3-Dimensionale film The Vatican Museums, de ander is een video van de Rothko-Chapel in Houston, die – buiten de drukte van 4300 bezoekers p/dag om – in Den Haag ook te zien was als video. En bepaalt u dan voor uzelf: welke reis spiritueler is, die van Rothko of die van het Vaticaan?

20150221_140020Wat wilde Rothko anders, dan ons achter de dagelijkse werkelijkheid te laten kijken, op zoek te gaan naar de diepere lagen van de ziel, ons onderbewuste aan te boren, ons confronteren met de stilte in onszelf?
In plaats van een plaatje van de realiteit te maken – een nabootsing –  ging hij op weg naar abstractie. Naar een IDEE over de realiteit, geen plaatje.
Voor een Joodse Russische immigrant als Markus Rothkowitz, met een in ’t zwart geklede Cheider- en Talmoed-achtergrond, is dat niet zo’n vreemde stap, stelt zijn biograaf Annie Cohen-Solal in haar recent in t Nederlands uitgekomen boek. In de joodse tempels waren afbeeldingen afwezig.
Werd bij de surrealisten de werkelijkheid vervangen door (verwrongen) droombeelden. Bij Rothko stap je in zijn Zwart een heel Universum binnen. Allesbehalve een plat vlak.

20150221_141210”Nee, ik heb zelf geen mensen zien huilen, maar collega’s wel,” zegt een suppoost tegen mij.

Wel heb ik tot 3x toe hier mensen over de tentoonstelling begeleid, met brancard en al, terminale patienten, die als hun laatste wens hadden: Rothko zien”

”Eerst Rothko zien, dan sterven??”  vraag ik verrast, “Kunt u zich daar iets bij voorstellen?’

Nee. Maar er was wel een keer een oude moeder bij met haar dochter, ik dacht, he..dat lijkt mijn moeder wel… daar komt mama binnen….maar dat kon niet, die is er niet meer…en ja, als ik dan die dochter even de hand van die moeder in dat bed zie pakken, bij zo’n schilderij…kijk…dan vind ik dat veel mooier dan die hele Rothko”.

‘U kunt geen Rothko meer zien?’

‘Ik kan geen Rothko meer zien, nee. Maar wel mooi was een keer een mevrouw, die zag ik staan met haar armen wijd opengespreid, staan wiegen voor t laatste schilderij van Rothko. Dat rode. Dat hier naast “Victor Boogie Woogie” hangt…’t laatste schilderij van Mondriaan.Toen liep ze weg en kwam weer terug en ging ze opnieuw zo staan. Wiegen. Met ‘r armen wijdopen.’

”Ze ontving Rothko, zeg maar en liet ‘m binnen’?

20150222_115738De oneindige ruimte van Rothko moet je niet afbakenen met een passe-partout en een lijst erom heen boven je eettafel. Zijn ‘murals’ hebben geen lijst. En geen naam, omdat ze niet aan de gewone werkelijkheid willen refereren.
Inmiddels hangt er alweer lange tijd iets anders boven mijn tafel, en heb ik gewoon een hele muur in siennarood laten verven. Maar die verf heeft niet de lagen, de diepte en de transparantie van een 3x 3 m grote Rothko-mural, opgebouwd uit zware pigmenten met eigeel.

Dat je dat als “laatste wens’ hebt, om vóór je dood gaat Rothko te willen zien. Een ander zou zeggen: eerst Rome zien, dan sterven. Toevallig deed ik beide reizen vorige week op één dag. (Maar eigenlijk is het: Napels zien…).20150221_134934

  • Mark Rothko, biografie: Annie Cohen-Solal, 2014
  • Rood, toneelstuk NT Gent, Brussel, 2013
  • tentoonstelling Haags Gemeentemuseum t/m 1 maart 2015

Vriendschapshanddruk

“Mani incontrando” , Margot Homan

In de hal van ons nieuwe Stadsdeelkantoor prijkt een bronzen sculptuur van twee handen. “Weet u wat het betekent,” vroeg ik de mevrouw van de receptie. “Uhhh…Vriendschap,” antwoordde ze. “Geloof ik…” voegde ze er aarzelend aan toe. “Twee handen die elkaar schudden“.

Ja, dat zou heel goed kunnen in zo’n multi-culturele stad als Amsterdam.

Mij deed de sculptuur echter direct denken aan de handen in Michelangelo’s fresco van de Schepping van de Mens: een vingeraanraking van God.

Die verwijzing zou toch ook heel mooi passen bij het Aangifte doen van Geboorte en Dood bij het register van de stad, dacht ik even. Maar dat was een domme gedachte van mij: wellicht toch iets te religieus voor een Westers overheidsgebouw als een Stadsdeelkantoor.

Wij houden Godsbeleving en Burgermanszaken toch graag gescheiden. Althans: sinds de Franse Revolutie.

God schept de mens, fresco Michelangelo
God schept de mens, fresco Michelangelo

Ik kom echt voor Michelangelo’s vingertje“, zei een reisgenote tegen me toen ik ooit een kunstreis naar Italie maakte en we het Vaticaan in Rome zouden bezoeken. Ik wist toen nog niet zoveel over kunstgeschiedenis en begreep niet meteen waar ze op doelde. Mijn protestantse achtergrond had me een enorme achterstand opgeleverd aan beeldcultuur.

Kunst was toch eeuwenlang in het Westen vooral Katholieke kunst geweest, kunst gemaakt in opdracht van de Roomse kerk. En God en Jezus beeldde je niet uit bij de protestanten. Het ging, zoals bij Joden en moslims, om het Woord van God. Niet om Zijn afbeelding.

Toen ik dus een jaar of 15 geleden een serieuze aanvang maakte met mijn hobby kunsthistorie donderde ik echt het rijkse roomse leven en de kerkgeschiedenis in, en moest ik me suf lezen om de protestantse “schade” weg te werken.

de-sixtijnse-kapelIn het lijvige boek “De hemel van de paus” van pracht-schrijver Ross King las ik o.a. over de gewelfschilderingen van Michelangelo in de Sixtijnse kapel. Het is echt een pageturner dat boek. Ross King is romancier, maar is een kenner van Italiaanse kunst en architectuur en schrijft zijn historieboeken als een roman. Lees verder Vriendschapshanddruk