Tagarchief: Art Zuid

Proklamasi 17 augustus

16d7bde361c67c24e3855f6dd944b2ea00d7f09c501b8964c140bc6a7fb15da5.jpg
1942: Tekening van Jan Sluijters jr (1914-2005) van het vroegere Generaal Van Heutszmonument op het Olympiaplein, het huidige Indië-Nederland monument (copyright: Stadsarchief)

Ik ben in verwarring. Over een monument. Echt gek is dat niet, want half Amsterdam zit vanaf 1935 al in zijn maag met dit enorme monument, dat in zijn volle 19 meter lengte ons koloniale verleden vertegenwoor-digt, onze relatie met Indonesië. Maar deze zomer heb ik er echt last van. Ik heb nog nooit zo vaak als deze zomer langs het water staan kijken.

Omdat het er zo lieflijk en mooi bij ligt van ’t zomer, met dikbillerige wulpse vrouwensculpturen in de waterpartij voor het monument, een waterpartij die onderdeel van het architectonisch geheel is. Eigenlijk, vind ik het gewoon een heel mooi geheel, en daar heb ik dus last van. Raar he?
Het monument heeft nu door deze zwoele dames een poëtisch rondborstig accent gekregen, met een erg hoog Tempo Doeloe gehalte, zullen we maar zeggen. Nederlands Indië: “die goeie ouwe tijd”, die sfeer.

Vrouwensculpturen van beeldhouwer Nic Jonk staan vanwege Art Zuid 2019 tot 15 september in het water van het huidige Indië-Nederlandmonument aan ’t Olympiaplein

Omdat ik vier jaar terug, op 17 augustus 2015, al eerder een column schreef over dit monument onder de titel Vrouw In Sarong ga ik nu niet diep in op de politieke geschiedenis ervan.

Maar voor alle duidelijkheid: het Indië-Nederland monument aan het Olympiaplein is echt een totaal ander Indisch monument, als waar donderdag 15 augustus in Den Haag het eind van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië werd herdacht.

Op 15 augustus herdenken ze in Den Haag het einde van de bezetting van Nederlands-Indië door de Japanners. Maar in Amsterdam-Zuid gaat het monument in wezen over de bezetting van Nederland van de Indische archipel.

Tentoonstellingscurator Michiel Romeyn van de Amsterdamse sculptuurbiennale #ArtZuid (altijd in voor grappen vanuit zijn Jiskefettijd) had graag het huidige Indië-Nederlandmonument op het Olympiaplein, dat herinnert aan de glorie van de koloniale overheersing van Nederland over Indonesië, alsnog willen opblazen, zei hij bij de opening van Art Zuid, om er vervolgens als curator dan daarna de duim omhoog van kunstenaar César (1921-1998) in te zetten, die nu als sculptuur op de Minervalaan is neergezet.

FB_IMG_1565910771157.jpg

Witverf-acties van Provo, een bomaanslag in 1967, het stelen van de bronzen plaquette van generaal Van Heutsz (1851-1924), – degene die de opstandige Indonesische bevolking van Atjeh wist “te pacificeren”, zoals we in onze geschiedenisboekjes eufemistisch leerden op school – en zélfs de verandering van de naam van het Van Heutszmonument in Indië-Nederland monument, hebben nog nooit geleid tot een goede oplossing voor dit pijnlijke koloniale verleden.

De duim van kunstenaar César en van komiek Romeyn kwam er niet. Wel de Indische Waternimfen. Althans zo ben ik ze gaan noemen, die bronzen dames van beeldhouwer Nic Jonk (1928-1994), indachtig het “sprookje van Fabiola” in de Efteling, over Indische waterlelies waarbij sterren, bij Volle Maan, in waterlelies worden omgetoverd en als waternimfen moeten dansen.

INDISCH SPROOKJE

43424986-b904-4416-9995-faef1d65deaa.jpg
Waternimf in een waterlelie in het Eftelingsprookje De Indische Waterlelies

Als schone waternimfen in de Indische oceaan staan de gladgepolijste bronzen van Nic Jonk, in het water rond het huidige Indië-Nederlandmonument. En daar zit ‘m nu net het probleem. Mijn verwarring.
Het monument wordt er sprookjesachtig en romantisch door. Ik zie ineens literatuur over baboes en klamboes voor mijn ogen. Of hoor het meeslepende liedje van de Indische Waterlelies uit de Efteling in mijn oren.

Ik kan ze nu wel heel poëtisch – met veel waterspetters – gaan fotograferen, zoals ik deed op een snikhete 25 juni-dag in een fotoreportage op mijn columpagina op Facebook, maar lieflijk WAS het niet, die Nederlandse bezetting van Indonesië.
Het was geen sprookje, het was helemaal niet lieflijk, niet voor de Indonesiërs.

20190816_000618.jpg
details van het Indie-Nederland monument op het Olympiaplein

Misschien was de Nederlands-Indische literatuur sprookjesachtig, vol heimwee en geheimenissen. Nooit vergeet ik de eerste verfilming op tv van het boek “De Stille Kracht” van Louis Couperus, met een naakte actrice Pleuni Touw onder de douche, die plots onder de bloedspatters zat. Brrr. Dat maakte wel indruk. Stille Krachten. Oosterse sferen.

Door de Indische locatie zetten de naakte vrouwenbeelden van Nic Jonk mij meteen op het been van de Nederlandse kolonisator die het Indisch vrouwelijk schoon niet kon weerstaan en voor een hele schare – al of niet erkende – “Indische” kinderen heeft gezorgd, al of niet uit buitenechtelijke relaties, al of niet in overeenstemming met de wens of wil van de “inlandse” vrouwen. Het heeft een hele Indo-bevolking opgeleverd.

Soms werd de Indonesische vrouw gewoon in haar eentje terug naar de kampong gestuurd en werd het Indische “halfbloed” kind volledig op Nederlandse leest opgevoed en geschoold. Het Niod schat dat er zo’n 1 à 2 miljoen Indo-Europeanen in Nederland wonen.

1050258.jpg

Door de vrouwenbeelden van Nic Jonk komt de oosterse liefelijkheid van de Indische archipel met haar 14.572 eilanden met zijn mooie vrouwen meer naar voren. De verovering, bezetting en de strijd om Indië valt weg.

20190518_225847-1.jpg
details van het Indië-Nederland monument

Het is de schoonheid dus van dit monument, met dat water en die beelden, die mij verwart. Het is alsof de bakstenen meterslange ronde muren de Indonesische archipel met haar eilanden willen omarmen, koesteren. Die waterpartij is superfunctioneel, terwijl tal van gebeeldhouwde halfreliefs het Indische leven uit de koloniale tijd verbeelden.

Beeldend kunstenaar Frits van Hall, geboren op Java in 1899 en in 1945 als communistisch verzetsstrijder vermoord in een Pools concentratiekamp, heeft ook altijd gevonden, dat er op zijn ontwerp net zo goed “Merdeka” had kunnen staan. Vrijheid.

maar tja…..ondertussen staat er wel sinds 1935 – en nu nog steeds! – boven de waterpartij het Nederlandse gezag te gloreren, gesymboliseerd als een vrouw met een wetsrol in haar hand, geflankeerd door Nederlandsche leeuwtjes.

20190812_142423.jpg

17 AUGUSTUS

Maar op een gegeven moment was het Indische sprookje uit. Twee dagen nadat de Japanners als bezetters van Nederlands-Indië bakzeil haalden, dachten de Indonesiërs: maar nu willen we die Nederlandse bezetters ook niet meer, 17 augustus is de dag van het uitroepen van de onafhankelijkheid (Hari Proklamasi Kemerdekaan Republik Indonesia). Ze vieren feest vandaag.

Op 17 augustus 1945 greep de Indonesische bevolking de bevrijding van de Japanners aan om zich in een Proklamasi onafhankelijk van Nederland te verklaren. Nou, dat zag Nederland niet zitten natuurlijk. En tot 1949 volgde toen een bloedige Onafhankelijksheidsoorlog, waarbij “onze jongens” (zoals dat óok al zo gekleurd heette) naar het opstandige Indonesië werden gestuurd. Iedereen kent of heeft wel ergens éen of ander familielid of oom, die zijn diensttijd toen in Indonesië moest uitdienen.

De Proclamasi van 17 augustus 1945 is pas in 1949 door Nederland erkend.

Op 15 augustus verscheen er in het Parool een artikel, waarin het exact ging om wat mij nu dwars zit. Waarom wel aandacht voor de Nederlandse slachtoffers uit de Jappenkampen en de Indische afstammelingen van Europeanen bij het Indisch monument in Den Haag en géén aandacht voor de Indonesische slachtoffers, die door Nederlandse militairen zijn gemaakt nà 1945.

In het Parool-artikel pleitte historicus Lara Nuberg om één en ander te combineren. Een artikel naar mijn hart.
Amsterdam heeft helemaal geen Indiëherdenking zoals Den Haag. Maar Amsterdam heeft wel een raar “koloniaal” monument, dat Indië-Nederland-monument heet.

Video van de Nic Jonk Beelden in het water van de Indische archipel. Klik:


In zijn eigen beeldentuin in het Noordhollandse dorpje Grootschermer staan de bronzen vrouwensculpturen van Nic Jonk langs de sloot of ze lijken er in te duiken of kijken uit over groene weilanden. Op het Olympiaplein is het Indische eilandenrijk hun omgeving, met waterstralen en al…

  1. https://www.parool.nl/columns-opinie/amsterdam-initieer-een-inclusieve-indieherdenking~b880771f/?utm_campaign=shared_earned&utm_medium=social&utm_source=copylink

Muziek in wrakhout


Kun je hout laten dansen? Met een videofragment van een ballet over Apollo, de Griekse God van de kunsten en de muziek, introduceer ik hier het gigantische houten balletgezelschap, dat architect/beeldhouwer Ivan Cremer (1984) op de Apollolaan heeft geplaatst.
Maar liefst 10 houten sculpturen zet Cremer als ensemble neer, met Apollo in het midden. Om hem heen: de negen muzen, zijn halfzussen, die elk een tak van kunst vertegenwoordigen, en die de muziek inspireren.

20190608_195811.jpg
Birth of Apollo, 2019, sculptuur van hout en staal, Ivan Cremer, Apollolaan, Amsterdam Zuid

De muziek die u hoort is van Igor Stravinsky uit 1927. Een echt 20e eeuws klassiek muziekstuk. Het ballet werd in 1928 door choreograaf George Balanchine gearrangeerd en heeft Cremer geïnspireerd tot zijn sculptuur “Birth of Apollo” voor de Amsterdam Sculptuur Biennale Art Zuid.

“The birth of Apollo” is ook de naam van de proloog van het ballet. Stravinsky liet zich door de Klassieke Oudheid inspireren of door schilderijen als “Apollo en de 9 muzen” van Baldassare Peruzzi (1520) en noemde zijn muziekcompositie Apollon Musagète: “Apollo, aanvoerder van de muzen”.

AKG241827.jpg
Dans met de 9 muzen, olieverf panel v Baldasare Peruzzi (architect/schilder), ooit onderdeel van een toetseninstrument.

Het totale muziekstuk van Stravinsky duurt een half uur. Onderaan dit blog kan de liefhebber ernaar luisteren.

Kijkt u naar het balletfragment en dan nog eens naar het beeldhouwwerk op de Apollolaan.

New York City Ballet, Tiler Peck, Indiana Woodward, Brittany Pollack and Taylor Stanley in George Balanchine’s Apollo. © Erin Baiano.

20190614_145301.jpg

1050378.jpg

Apollo tussen 9 muzen op de Apollolaan, Ivan Cremer, 2019
Cremer in zijn studio in Leipzig, bij het beeld van Apollo. copyright: ivanattila.com
1040980.jpg
Ivan Cremer tijdens de perspresentatie van ArtZuid met zijn Birth of Apollo, op de Apollolaan

IVAN CREMER

Het is niet de eerste keer dat Cremer balletdanseressen bouwt. Eerder al ontwierp hij een hele serie “Dancers from Oblivion”. De zoon van kunstenaar/schrijver Jan Cremer, is van het robuuste handwerk. Uit Italiaans afvalhout uit ruïnes hakt, bikt, schuurt, timmert en schroeft hij handmatig zelf zijn sculpturen in elkaar.20190614_150309.jpgHij is een echte bouwer, van oorsprong architect met zijn opleiding aan de TU in Delft. Hij moet weinig hebben van computergestuurde kunst, die hij eerder als design ziet. Hij maakt in zijn atelier liever alles zelf met eigen handen.
Het zijn bonkige woeste brokken hout waarmee hij werkt, met staalplaten bij elkaar gehouden, niet roestvrij. Het hoofd van Apollo of de hoofden van de danseressen of hun losse wilde haren bestaan uit stalen troffels of gekartelde schijven, waarmee hij ook beweging suggereert.

Ik probeer ballerina’s te portretteren, ik ga niet de beweging nadoen,” zegt hij tijdens de perspresentatie. Hij heeft dus niet overwogen om als een bewegingskunstenaar Jean Tinguely (1925-1991) het balletgezelschap letterlijk te laten draaien aan stalen kabels om Apollo heen.
Ieder staat op zijn eigen (betonnen) voetstuk, beklemtoont Cremer. Iedere muze. Elke kunstdiscipline. Zowel de dichtkunst (als muze). Als de zang. Alle negen muzen kunnen muziek doen ontstaan.
De kunsten beïnvloeden elkaar wederzijds, maar geen één is superieur, wil Cremer maar zeggen. Ook Apollo niet.

MUZEN, MUSEUM, MUZIEK, AMUSEMENT

Muziek (Apollo) ontstaat in combinatie met:

  • poëzie,
  • zang, de voordrachtkunst,
  • mime, expressie
  • geschiedenis (Stravinsky componeert bijvoorbeeld op basis van de Antieke Oudheid)
  • tragediespelen (voor een opera)
  • of komediespelen (voor een operette of musical).

Voor elk is er een muze.

Ze zijn structureel van elkaar afhankelijk. Ze staan op zichzelf, maar trekken zich aan elkaar op, en beïnvloeden elkaar, houden elkaar in balans en worden ondersteund door Apollo” zegt Cremer.

Essentieel voor de sculptuur van Cremer is zo het feit dat de 10 figuren, ondanks hun eigen voetstuk, toch met elkaar verbonden zijn. De God van de kunsten en muziek is met stalen kettingen verbonden met zijn Muzen. En inspireert op zijn beurt weer schilders.

Als architect heb ik naar de straten rondom de Apollolaan gekeken, er zijn schildersstraten van Michelangelo en Rubens en Van Eijck, en er zijn muziekstraten als Beethoven in deze buurt”.

(Ook zijn er parallel aan de Apollolaan twee straten naar muzen genoemd, waaronder de Cliostraat, muze van de geschiedenis).

Stravinsky noemde zijn muziekcompositie: Apollo, leider van de Muzen: Apollo Musagète. Ook bij Cremer is Apollo weliswaar groter dan zijn zussen en staat hij centraal middenin, maar bij Cremer lijkt het toch ook alsof het de muzen zijn die Apollo in beweging zetten.

20190517_225844.jpg
Urania, links, met haar armen in de lucht, zorgt als muze voor hemelse muziek. Vooraan staat Terpsichore als muze van de dans op muziek.

In de balletvideo zie je ook hoe de ingebakerde mannelijke God Apollo pas geboren kan worden als zijn katoenen windselen worden afgewikkeld door drie van zijn halfzussen. Apollo heeft zijn muzen nodig.
Stravinsky en Balanchine gebruiken maar drie danseressen als muzen, Cremer doet het met negen en volgt hierin getrouw de mythologie.

20190608_005717.jpg
Muzen voor de muziek. 1. Urania met hemelbol voor hemelse klanken. 2. Euterpe van de instrumentale muziek, met dubbele fluit, 3. Calliope voor de voordrachtskunst en zang 4.Terpsichore met lier voor de dans.
20190608_010848.jpg
5. Thalia met vrolijk masker, voor komediespelen 6. Polyhymnia met meditatieve blik, voor religieuze muziek 7. Melpomene met een tragediemasker 8. Erato met haar cupido en liefdespoëzie 9. Clio met haar geschiedenisrol

Zo kan muziek hemels klinken (Urania: met hemelbol), en komt muziek via allerlei instrumenten tot ons (Euterpe: met dubbele fluit), kun je op muziek vaak dansen (muze Terpsichore) en vertelt muziek vaak een verhaal, al of niet als programmamuziek of met zang (Calliope van de zang en Clio, muze van de geschiedenis, met een papierrol).

Die inter-afhankelijkheid van Apollo met zijn muzen laat Ivan Cremer nu zien. In hout. Met kettingen. Op de Apollolaan.

Zo was er eerst de Griekse mythe; toen in 1520 een schilderij over Apollo en zijn 9 muzen, toen in 1927 Stravinsky met zijn instrumentale muziek, toen Balanchine met zijn ballet en ook een film daarover in 1968 en nu in 2019 Cremer met zijn houten beeldhouwversie van Apollo’s geboorte.

Zo voedt de mythologie de schilderkunst, de muziek de dans en die weer de beeldhouwer. Een mooie pirouette. In het Openlucht-museum dat Art Zuid heet.

Plastic beeldhouwer

20190607_132035
Michelangelo in polystyrene op de Minervalaan, achter de Michelangelo in tufsteen in de Michelangelostraat 29

Hoe een bijna 100-jaar oude gevelsteen van tufsteen in Amsterdam-Zuid een jonge – in Nederland wonende – Japanse kunstenaar inspireert tot een Michelangelo-sculptuur van wegwerp-plastic (polystyrene) en harslijm (epoxy).

Behalve schilder was Michelangelo (1475-1564) architect, dichter en één van de belangrijkste beeldhouwers uit de Renaissance. In opdracht van de paus heeft hij tot op zeer hoge leeftijd heéel wat zwaar werk verzet en moest dan – in grote armoede – bedelen om de betaling.
Via een houten trapje kun je op de Minervalaan nu binnenin het hoofd van de grote beeldhouwer stappen.

Dus:
hoe een Italiaanse Renaissance-beeldhouwer inspiratiebron was voor de Nederlandse steenbeeldhouwer Anton Rädecker (1887-1960) die bij veel architectuur van Amsterdam-Zuid betrokken was en op zijn beurt in 2019 weer Sachi Miyachi (1978) inspireert.
(het hoekreliëf van tufsteen is op de hoek van de Michelangelostraat 29 en de Gerrit van de Veenstraat, achter de Minervalaan).

Leestip: een heéeéerlijke roman van Irving Stone: ‘Michelangelo‘: je hoort en ziet en ruikt hem bijna zwetend bikken in het witte Carrara-marmer!
#artzuid

https://www.facebook.com/FaceToFaceOlympischKwartier/

EEN MAN IN JE BADKAMER

Met zijn iconische kubusbank 430 uit 1969 is Nederlands bekendste binnenhuisarchitect, Jan des Bouvrie (77), zonder dat hij het zelf eigenlijk wist, opgenomen in de beeldenroute van Artzuid: zijn bank is onderdeel van het zwartbronzen meubelkunstwerk “11 rue Simon-Crubellier” van Matthew Darbyshire op het Stadionplein.

20190524_231843.jpg
Op de Minervalaan staat uit de privé-kunstcollectie van Jan Des Bouvrie een zwartbronzen beeld van Arman (1995). In beide kunstwerken speelt water een rol. Des Bouvrie opende Art Zuid 2019 door de kranen even open te zetten.

Dat de zwartbronzen bank een kopie van zijn origineel in wit is, vindt hij “prima” zegt hij me. Daar hoefde hij geen toestemming voor te geven aan Darbyshire.
Het is een gebruiksvoorwerp. Er zijn er ruim 55.000 van verkocht. Hij zit ook gewoon lekker, heeft hoge armleuningen. Ze zijn in tal van kleuren verkocht”.

Hij vindt het “eervol,” zegt Des Bouvrie, dat zijn bank nu in brons is vereeuwigd. “Ik sta ermee tussen hele grote namen“. In het meubelkunstwerk op het Stadionplein staat achter zijn bank een kopie van een chaise longue van “Le Corbu”, de beroemde Franse architect Le Corbusier uit begin 20e eeuw en ernaast een boekenkastmeubel van de Memphisgroep uit de jaren 80, in designkringen ook niet één van de minsten.
Van Des Bouvries leermeester op de kunstnijverheidsopleiding, architect/meubelmaker Gerrit Rietveld, die later de Rietveldacademie in Amsterdam-Zuid ontwierp, staat een eenvoudig zwart bed op het Stadionplein. Van Rietveld leerde Des Bouvrie de eenvoud.
Hij ontwerpt in wit of zwart, al zijn het maar zwarte accenten, zegt hij. Kleur haal je in je huis met bloemen en met kunst, vindt hij.
De rest moet rust uitstralen.

KUNSTVERZAMELAAR

Zijn kubusbank was niet de reden waarom hij werd uitgenodigd om ArtZuid 2019 te openen. Hij stond er die avond vooral als fanatieke kunstverzamelaar.
Vier beelden uit zijn privécollectie heeft hij beschikbaar gesteld aan Art Zuid, het zwart-bronzen beeld Monsieur Teste (1995) met waterkranen van Arman (hierboven) en een glimmend bronzen beeld van Jan Fabre: “De man die vuur geeft“. Ook een koffiekan met peer van Klaas Gubbels in Amstelveen en het glad gepolijste witte “Opzittend konijn” van Tom Claassen vlakbij de Zuidas behoren tot de privécollectie van Des Bouvrie. Zelf noemt hij het een haas, merk ik in gesprek met hem.

1050285.jpg
Opzittend konijn, Tom Claasen, 2012, polystyreen, bij Zuid WTC
P1050301
De man die een vuurtje geeft, Jan Fabre, 2006, brons, op de Minervalaan
IMG_0662
Klaas Gubbels op de Bovenkerkerkade in Amstelveen, foto ©AgreyLady

De privécollectie van Des Bouvrie is dermate spraakmakend, dat in 2012 een expositie van zijn verzameling werd gehouden in het Singer Museum in Laren.

Ik heb geleerd om kunst te kopen op het moment dat het net uitkomt, kunst die betaalbaar is“, zei hij tijdens de opening van ArtZuid. Hij benadrukte het belang van kunst voor je huis. “Een huis zonder kunst is geen huis,” vindt hij.

De interieurontwerper begon ooit met kunstverzamelen voor zijn showroom/woonwinkel in Naarden, omdat hij mensen wilde laten zien hoe bij een rustig wit interieur kunst mooi uitkomt en sfeer geeft.

Het was de bedoeling in eerste instantie dat hij die kunst tegelijk verkocht met zijn eigen interieurontwerpen. Mensen raakten ook wel enthousiast, maar op den duur bleef hij zitten met de wat meer gewaagdere, experimentele kunst die niet meteen 1,2,3 “boven de bank” past. En zo begon zijn kunstverzameling.

P1040959
Monsieur Teste van Arman, 1995, op de Minervalaan

WATER

Armans zwartbronzen beeld, dat tijdens de openingsavond voor het gemak “de waterman” werd genoemd – waarbij even de kranen met water werden aangesloten door Des Bouvrie en directeur Cintha van Heeswijck  – staat bij Des Bouvrie thuis in de badkamer, vertelt hij mij. Ik ben stomverbaasd.
En heeft u die kranen dan ook aanstaan?”.
“Nee, zelden”. Zijn stem is zacht en kwetsbaar.
Frappant vind ik, dat in beide kunstwerken – de zwartbronzen kubusbank van Des Bouvrie in het designkunstwerk op het Stadionplein en het zwartbronzen Arman-beeld op de Minervalaan – het element water een rol speelt. En dat beiden zwartbrons zijn.

ARMAN

Werk van Arman (1928-2005) bestaat doorgaans uit opeenhopingen van voorwerpen uit de consumptiemaatschappij, vanuit de gedachte dat de alledaagse werkelijkheid ook kunst kan zijn. Behalve een overdosis douchekranen, zoals nu op de Minervalaan, kunnen het grote verzamelingen brillen, auto’s, cello’s, kunstgebitten of strijkijzers zijn, al of niet aan elkaar gelast of in beton gegoten. Of bergen afval in doorzichtig perspex.

20190525_160742.jpg
De zgn. ”accumulaties” van Arman

P1050110Zijn sculpturen “Apollo’s offering” (die hij aan Amsterdam schonk, en ook op de Minervalaan staat) en “Monsieur Teste” met douchekranen zijn beiden gefragmenteerde beelden: geen mannen uit één stuk, omdat Arman ook graag objecten ontleedde of vernietigde.

In een interview in 2006 met de Volkskrant zei Des Bouvrie over de verschillende Arman-kunstwerken bij hem thuis:

Of ik Arman’s werk ‘mooi’ vind? Ik ben helemaal niet bezig met mooi. Arman is vernieuwend, hij is spannend. Hij heeft de kunst veranderd. Net als Picasso de schilderkunst heeft veranderd, the Beatles de muziek, Le Corbusier de architectuur, of Philippe Starck de styling. De verandering die zij teweegbrengen, vind ik belangrijker dan wát ze doen. Het moet niet mooi zijn, het moet uitstraling hebben.””(Volkskrant, sept 2006)

FAUN

Of het beeld dat Des Bouvrie in zijn badkamer heeft staan nu een waterman is, of een Grieks mythologische Hermes of Hercules of Monsieur Teste heet – ik lees diverse omschrijvingen – kan me niet zoveel schelen.
Het beeld had mijn bijzondere aandacht getrokken, omdat ik er een faun in zag. Een weerspiegeling van de tufstenen reliëfs eromheen van beeldhouwer Anton Rådecker (1887-1960) in de architectuur met gevelstenen van de Minervalaan. Dezelfde Rådecker die de monumentale “Polospeler‘ en ‘Ruiter te paard‘ in 1930 op het Van Tuyl van Serooskerkenplein in de Stadionbuurt maakte.

“Ha, meneer Pan!” dacht ik, toen ik het beeld zag staan. Het kraantje uit zijn billen lijkt verdacht veel op het staartje van mythologische faunen, onderaan hun rug. De gebogen kranen op het hoofd lijken op hoorns en manen, de armen met douchekranen op klauwen. En beiden hebben ook een sik. Desnoods wil ik in de koperen kraan bij zijn mond nog wel een fluit zien, al ziet een panfluit er anders uit.

Ik sluit absoluut niet uit dat Arman geïnspireerd kan zijn door de antieke Dancing Faun, een klein beeldje uit een huis in Pompeï, dat als souvenir en interieurkunst naast je bank thuis kan staan (zie middenin collagefoto). Arman’s vader was bovendien antiquair, misschien verkocht hij het wel. Het lijkt wel of Arman dit beeldje heeft willen ontleden.

Overigens komt “Monsieur Teste” als persoon voor in een roman van Paul Valéry (1871 – 1945) over een man die erg ‘in zijn hoofd zit’, bezig is met zijn eigen Bewustzijn (het oud-Franse woord “Test” =hoofd). Maar daarin zie ik zelf, al bladerend, niet meteen 1,2,3 een aanknopingspunt voor onze kranenman.

“Het Ik zou nooit ergens aan kunnen beginnen als het niet meende dat het Alles was”. (p.78)

Dat is wel wat anders dan een man in je badkamer thuis.

Of Jan Des Bouvrie betaald wordt voor zijn kunstwerken op Art Zuid weet ik niet. Desgevraagd zegt Art Zuid hierover: “Wat de basis is van een bruikleen verschilt van geval tot geval. Daar doen we verder geen uitspraken over”.

De kunstverzamelaar was op het moment dat ik hem sprak nog niet naar zijn eigen kubusbank op het Stadionplein wezen kijken. Hij kende het meubelkunstwerk van Darbyshire alleen van foto’s. En hoopte dat de Britse kunstenaar niet te “hatelijk” met het onderwerp ‘design’ omgaat.

  1. meer Informatie over het meubelkunstwerk ’11 rue Simon-Crubellier’, zie mijn blog: Hygiea, Hercules, Perec: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  2. Bronnen:
    – Persoonlijk interview met Des Bouvrie tijdens de opening ART ZUID 2019
    – NPO-documentaire over Des Bouvrie en diverse tv-interviews.
    – Meneer Teste, Paul Valéry, 1946
  3. Antieke faun: http://toussaintbonnet.nl/nl/portfolio_page/dansende-faun/

Verbindende elementen

20190516_002235.jpgEen atletische hoogspringer, een hordeloper en een atletische duiker in de lucht, van de Poolse kunstenares Jerzy Jotka Kędziora verbinden op het Stadionplein deze zomer – in het kader van Art Zuid – het historische Olympisch Stadion met het moderne kunstwerk dat ertegenover staat, waarvan de titel ontleend is aan een schrijver met Poolse roots.

Het thema van Art Zuid dit jaar is “Tussenruimte en verbinding“. En dat is wat ik van ’t zomer in mijn foto’s en fotocollages vooral wil laten zien: de kunst in verbinding met haar omgeving, de kunst in verbinding tot de architectuur van Berlage Zuid. De kunst in relatie tot de mythologische straatnamen erom heen. Maar ook de beeldende kunst: in relatie tot de historie van de buurt. Ik deed dat al in eerdere blogs.

P1050013
Cintha van Heeswijck, Directeur ART ZUID

Directeur Cintha van Heeswijck van Art Zuid zegt: “Berlage heeft de tussenruimte op de lanen geclaimd”. En Art Zuid vult die lanen nu in, voor de zesde keer op rij, in de tweejaarlijkse beeldententoonstelling in de openlucht.
Art Zuid wil ook de verschillende pleinen van Zuid met elkaar verbinden, het Van Tuyll van Serooskerkenplein, het Hygieaplein, het Stadionplein, ze wil ze er allemaal bij betrekken. “we willen mensen naar buiten krijgen, uit hun sociale isolement. En als ze iets niet mooi vinden of confronterends: kom er maar over discussiëren, zeg ik dan”.

Kunst als ontmoetingsplek. Ook de ontmoeting tussen de diverse sculpturen onderling wil ik fotografisch in beeld brengen deze zomer. Het wordt via die invalshoek mijn eigen visuele verslag en verbindende interpretatie van Art Zuid.

BELADEN BUURT

P1050002
Eén van de twee curatoren: Michiel Romeyn

Het is een beladen buurt” zegt één van de twee curatoren Michiel Romeyn tot tweemaal toe over de locatie van Art Zuid in de Apollobuurt, de aangrenzende Stadionbuurt en (via het Muzenplein) zelfs tot in de Rivierenbuurt. Gedoeld wordt op de oorlogsjaren, de jodenvervolging.

Habitation – security or isolation, van Dini Thomsen (Katwijk 1943), wonend in Duitsland
Elsa Thomkowiak (1981) kunstwerk OUT. Op achtergrond Jan Havermans‘ herdenkingsmonument ’40-’45 op de Apollolaan
Apollo offering (1994), beeld van Arman (1928-2005) op de Minervalaan, een gespleten beeld

Romeyn: “Ja, een beladen buurt…..en dan nu met al die beelden hier….ik zeg: er stroomt bloed door de aderen van Zuid. Ik vind het wel wat hebben om juist op die lanen hier dan nu allemaal gekke eigentijdse beelden te plaatsen”. Het is volgens hem ook wel tijd voor grappen en grollen.
En dat is gelukt. Laat dat maar aan ex-Jiskefet acteur Michiel Romeyn over, samen verantwoordelijk met co-curator Jhim Lamoree voor de keuze van de beelden. Romeyn, zelf beeldend kunstenaar, was in 2009 al eerder curator van Art Zuid. Het levert een verfrissend andere tentoonstelling op dan die onder ex-curator Rudi Fuchs.

Ik zie een Jezus met avocado’s, een Maria met spitskolen, een glimmend bronzen meneer in bad (wiens schrijvende vinger per ongeluk, geloof ik, net onder water steekt), gekke dansende of hangende beesten als balletdansers, ik zie een soort faun en atleten.
Er is voor elk wat wils.
Romeyn: “Er hangt iets in de lucht, maar wat precies blijft onduidelijk. De reis begint…..Voor iedereen”. 

P1040867

P1040870
Tony Matelli (1978), een Maria en een Jesus, 2016, met avocado’s en kolen
P1050068
Barry Flanagan (1941-2009): balletdanser Nijinski als dansende haas (1985)
P1050100
Arman (1928-2005), Monsieur Teste (1995). Hij lijkt op een faun, op bosgod Pan

video, klik online: ‘The man writing on water’ (2006), Jan Fabre (1958) . Tussen zeven badkuipen in zit hij daar: wie is hij? En waarom zeven, in deze opstelling?

De liefde voor Zuid spat van de tentoonstelling af. Romeyn: “Het is net als naar je psychiater gaan: van Zuid kom je nooit meer af”.

 

 

Spel van dimensies

De vrolijke 3-potige trollen op de Minervalaan van twee jaar terug zijn in de Art Zuid-beeldenroute van 2017 vervangen door drie verkreukelde rechthoeken van spiegelglad gepolijst staal. In het herdenkingsjaar van Mondriaan en de Nederlandse kunstbeweging De Stijl uit 1917 staat nu abstracte beeldhouwkunst centraal. Curator Rudi Fuchs, oud-directeur van het Stedelijk Museum, die twee jaar terug de figuratieve beeldhouwkunst tentoonstelde, had toen direct gezegd dat hij bij de volgende Art Zuid de abstractie in wilde. En dat zullen we weten!

DSC06663
‘Three of a kind’, 2017, geïmplodeerde rechthoeken, Ewert Hilgemann (1938)

Fuchs wil ons geloof ik een beetje opvoeden. Makkelijke kunst is het nl. op het eerste gezicht niet, daar op de lommerrijke lanen van Art Zuid. En met makkelijk bedoel ik: dat je in één klap wordt gegrepen of ontroerd en uitgenodigd wordt om van je fiets af te stappen. Daar zijn bij mij blijkbaar twee klappen voor nodig. Het lijkt op het eerste gezicht een beetje ‘strenge’ tentoonstelling van ijzer en beton. Vooral in de ‘hardcore’ van de beeldenroute rond het Hiltonhotel.

DSC06654
‘Antipode” (2010), een beeld dat de zwaartekracht wil tarten, Lon Pennock (1945)

Dat zijn keuze “niet voor het grote publiek is” kon Fuchs niet veel schelen, begrijp ik van Art Zuid. In de uitlopers van de beeldenroute – zo’n 60 sculpturen in totaal in de openlucht –  mocht het allemaal wat ‘toegankelijker kunst’ worden met kleurrijke mediterrane beeldhouwkunst van vrolijke Spanjaarden, zoals bij het Rijksmuseum en op de Zuidas bij het NS-station. Maar de Apollo- en Minervalaan rondom het Hilton blijven als centrale as met hun ‘strenge’ Hollandse en Duitse kunst zo toch een beetje voor de ‘elite’. Passend bij de buurt en bij Fuchs, die om de hoek woont. 

DSC06644
”Statistocrat”(2015), een ambtenaar die met zijn buro versmolten is, Joep van Lieshout (1965)

Een beetje tekst en uitleg bij de sculpturen is dan wel handig. Of zelfs nodig. Om het daardoor ineens toch weer spannend te gaan vinden!
Je moet blijkbaar gewoon twee keer kijken, in plaats van één keer! Niet iedere eerste klap is een daalder waard.

LUCHT

Uit de stalen gelaste rechthoeken op de Minervalaan blijkt bijvoorbeeld de lucht weggezogen te zijn. Ik laat me bijpraten en rondvoeren door kunsthistorica drs. Inge Raadgever van de Vrije Academie. De tekstbordjes naast de beelden bieden, vind ik, niet al te veel houvast.
Zo’n kunsthistorica stimuleert je om twee- dan wel driemaal te kijken en je af te vragen wat een kunstenaar bezielt. Z
e vergelijkt de drie ingedeukte rechthoeken uit 2017 met een keurige witte kubusstructuur uit 1973 van dezelfde kunstenaar Hilgemann, even verder op de Apollolaan.
Zijn eigen perfectionisme zat ‘m in de loop van zijn leven in de weg”, vertelt ze. Hij last tegenwoordig een perfecte vorm in elkaar, maar laat daarna de lucht eruit zuigen en laat zo heel bewust het toeval de vorm van zijn werk bepalen. Weg met het perfectionisme. “Smeden met lucht”, noemt ie dat”, vertelt zeGeïmplodeerde kubussen zijn het.
Het stalen drietal zou nog iets te maken kunnen hebben met Drie Griekse Godinnen, zo krijg ik te horen, ‘The Three of a Kind’ zoals ze heten, zouden ook Hera, Athene en Aphrodite kunnen voorstellen. Waarbij ik er dan maar vanuit ga dat de liggende rechthoek Aphrodite is. (Ik verzin het, waar u bijstaat ;-)).

DSC06646
“Public Hybrid”, 2017 David Jablonovski (1982), sculptuur met spiegelbeeld

Op de Apollolaan kijk ik – gek genoeg – vooral naar het voetstuk van een sculptuur. Dat voetstuk maakt het beeld wat er op staat interessanter dan zichzelf, wat mij betreft. Maar dat blijkt ook de bedoeling te zijn. De metershoge sculptuur van zwart carbon fiber en aluminium van David Jablonowski, die schuin omhoog de hemel in rijst, staat op een metersbreed spiegelend oppervlak.
In de spiegel duikt die sculptuur dus de diepte in, het spiegelbeeld. Metersdiep gaat het beeld omlaag de spiegel in. Je ziet dus steeds in feite twee kunstwerken, het origineel, en de reflectie: de kopie. En eigenlijk maakt die complexheid het beeld juist spannend. Want wat is nou het werkelijke beeld, en wat de reflectie, de kopie? Het loopt gewoon in elkaar over.

Volgens de kunsthistorica gaat het de kunstenaar vooral om de vraag hoe een 3-dimensionaal beeld er op het platte vlak (2-dimensionaal) uitziet. En omgekeerd. Bij een 2-dimensionaal schilderij vraagt hij zich af, hoe het er ruimtelijk zou uitzien. Maar de platte spiegel geeft het nu een dimensie, waardoor ikzelf niet meer weet of ik in de 2e, 3e of 4e dimensie ben beland. Ik verdrink in de spiegel tussen de wolken. En dat is leuk.

DSC06648

KOPIE of Werkelijkheid

De vraag wat een reflectie van de werkelijkheid is – een kopie – en hoe een 2-dimensionele afbeelding (van de werkelijkheid) er in 3-d uitziet, houdt ook de twee vrouwelijke kunstenaars van Art Zuid 2017 bezig. Beiden stellen op hun eigen manier ter discussie: wat Werkelijk is en wat Onecht.
Saskia Noor van Imhoff (1982) onderzoekt het verschil tussen een kopie en een origineel. Er ligt een stenen kei op het gras, gestempeld “terminal 8A“, wat de kei nog aardser en reëler maakt dan hij al is, doordat hij een lokatiebestemming in de natuur krijgt, wellicht gehouwen uit een terminal van een bepaalde grot. Daarachter ligt dezelfde keivorm, in aluminium gegoten. De éen is kunst, de ander origineel. Maar beiden vormen het kunstwerk.
Verandert door die aluminium kopie het origineel?”, stimuleert de kunsthistorica je, om na te denken over Echt en Onecht. “Krijgt het origineel daardoor een meerwaarde?”.

DSC06666
Aluminium kei, 2017, getiteld #+30.00, Saskia Noor van Imhoff (1982)

Het is een vraag die anno nu met alle multi-media-mogelijkheden die er zijn, actueler is dan ooit en door een kunstenaar als Rob Scholte in de jaren ’80 binnen de Nederlandse kunst al is aangekaart. Het leidt op de Universiteit van Amsterdam al jarenlang tot een hele collegeserie “Jatwerk”, als onderdeel van het bachelor Kunstgeschiedenis. Wat is de werkelijkheid en “echt”, als een getrouwe kopie zo makkelijk te maken is? Wat is dan de waarde van het origineel? En wat is plagiaat?

Vragen, vragen en ter discussie stellen. Dat is wat de kunst doet. Esther Tielemans (1976) doet dat op de Minervalaan met haar rood-geel- en blauwe kolommen (een verwijzing naar de Stijl en Mondriaan) die de illusie van een plat schilderij willen geven. Kunsthistorica Inge Raadgever:  “Ze vraagt zich af : waarom zou een 3-dimensionale opstelling van rechte lijnen geen schilderij kunnen zijn, terwijl het normaal is dat je naar een 2-dimensionaal (plat) schilderij kijkt, dat de illusie wil scheppen van een 3-dimensionale werkelijkheid” .

ABSTRACTE WERKELIJKHEID

Het tv-programma The Mind of the Universe op zondagavond met wetenschapper Robert Dijkgraaf gaat toevallig ook over diezelfde vermaledijde werkelijkheid. Die bestaat niet, zeggen ze daar a.s. zondag. Je kunt de werkelijkheid niet ervaren, hoogstens interpreteren”.

De vraag is ook: als er al een werkelijkheid zou bestaan, waarom zou je ‘m dan eigenlijk in de kunst zo perfect mogelijk willen nabootsen? Zeker nu film en digitale fotografie dat voor ons in een split-second doen. Waarom zou je de ‘werkelijkheid’ zowiezo willen uitbeelden, als er al een 3-dimensionale werkelijkheid om je heen is? Is nabootsen niet per definitie een kopie?

DSC06494
“Non Verbal”, Theo Niermeijer (1940-2005), een Taoïstisch symbool in staal

Bovendien: als je door een sculptuur heen kunt kijken, zoals bij de sculptuur van Theo Niermeier (1940-2005) op de Apollolaan, lost het beeld dan op in die werkelijkheid? Doordat de ruimte erachter onderdeel is geworden van het beeld? M.a.w.  wat is de 3-dimensionale werkelijkheid nou eigenlijk precies?

De regels van de Renaissance, hoe je de werkelijkheid in perspectief zo getrouw mogelijk kon weergeven, werden radicaal doorbroken toen men begon de werkelijkheid te abstraheren. Dat begon in 1907 met Picasso en zijn “Les demoiselles d’Avignon” en in Nederland, toen Mondriaan rond 1912 zijn boom begon te abstraheren.

Geloof me, de Abstracte Kunst van Art Zuid is 10x spannender dan je in eerste instantie misschien denkt.

 

 

Zomers kunstwalhalla

DSC04581

Er staat een paard op de Apollolaan. Een raar paard. Toen ik het de allereerste keer zag, flitste meteen een paard uit de Oudheid aan me voorbij, dat ik vrij recent op internet gezien had. Trundholm_resizedHet bronzen paard uit 1400 voor Chr. uit Trundheim in Denemarken, trekt een zonnewagen voort. De zon wordt in de Noors-Germaanse mythologie in de loop van de dag langs het hemelgewelf voortgetrokken van Oost naar West. Net als in de Griekse mythologie de Titanen Helios en Eos dat doen. Tijdens de zonsverduistering in maart was ik met dit onderwerp voor een column bezig.

DSC04541Het paard op de Apollolaan van de Italiaan Mimmo Paladino (1948) is van aluminium met ijzer, gebutst met gaatjes erin, alsof het aan erosie onderhevig en oud is en niet uit 2014. In zijn buik: een vrouwenhoofd als van een aluminiumpaspop.
 “Oh, het paard van Troje!” hoor ik omstanders interpreteren. Heerlijk hoe iedereen zijn gang mag gaan met hedendaagse kunst. Ik heb geen flauw idee waarom er een vrouwenhoofd in zit. Ik hoor alleen op mijn Art-Zuid-app op mijn smartphone dat Paladino van de Commedia del Arte en van maskers houdt en zich door mythes laat inspireren.
Ook het paard zelf heeft een masker op. De kunstenaar geeft verder geen duiding. Het blijft raadselachtig. De “kunst” is misschien ook wel om als kijker die behoefte aan duiding los te laten. Het gaat er niet om wat de kunstenaar ermee bedoelt, het gaat erom wat jijzelf met die kunst wilt en kunt.

Kunsthistorica Suzanne Mascini van de beeldenroute ART ZUID laat ons gissen en vrij associëren, maar denkt niet “dat er een 1-op-1-relatie met het paard van Troje is, want daar zaten soldaten in verstopt”. Ook bij andere sculpturen van Paladino op de Apollolaan laat ze onszelf interpreteren.

De metershoge beelden, die oud-Stedelijk Museumdirecteur Rudi Fuchs als kunstcurator van Art Zuid heeft uitgekozen, staan in de context van Plan Zuid met haar brede groene lanen en hoge grote huizenblokken. Daarmee moeten de beelden een dialoog aangaan. Volgens Fuchs: de reden dat er maar van één vrouwelijke kunstenaar werk te zien is, omdat weinig vrouwen zulke kolossale beelden produceren.
Mascini wijst op het gebruik van materialen: of het al of niet onbewerkt of gladgepolijst is, of het houten- dan wel klei- of wassen model vanonder het gegoten brons, koper of aluminium zichtbaar is. Het beeld hoeft ook niet “af” te zijn om te laten spreken. Onaf, of onvolmaakt(heid) kan ook het doel zijn. Bij veel (neo)-expressionistische kunstenaars die Fuchs heeft uitgekozen gaat het om het laten zien van het maakproces, de vingerafdruk in het kleimodel laten zien in het gegoten beeld.
Rijksmuseumtuin met Miro-beelden
Rijksmuseumtuin met Miró-beelden
Heel Zuid is deze maanden een kunstwalhalla. In de Noors-Germaanse mythologie was Walhalla het Paradijs. Naast de beeldenroute hebben we de Amsterdam Art Fair voor Hedendaagse Kunst in de Citroëngarage gehad, en tegelijkertijd de beurs in de KunstRAI.
In de schitterende tuin van het Rijksmuseum kruipen van ’t zomer merkwaardige creaturen van de Spanjaard Miró (1893-1983) surrealistisch tegen je oogleden op. “Automatic writing” heten de onbewuste “doodles” wel, die je al telefonerend op een kladje kliedert. Zo maakte Miro zijn schilderijen en zijn beelden: het Onderbewuste aan het Woord.
DSC04532
Wet Scene – study no. V – Lahuis

In de Kunstrai zag ik vooral kunst voor boven de bank en op het dressoir, kunst die vooral “mooi” moet zijn.

In de Citroëngarage ging het er experimenteler aan toe. Mooie diakunst van blauwe Lapis Lazuli-steen van Pieter Paul Pothoven (1981) en op de betonnen garagevloer een “sculptuur” van tekst, geschreven met water en siliconen van Lennart Lahuis (1986). Niet echt voor in je huiskamer, wel intrigerend.
Het ging er vooral om jong talent, om nog niet gesettelde kunstenaars, zoals op Art Zuid. Als je wilde weten wat de huidige stand van zaken in de kunst is, en de stand van morgen, dan moest je op de Art Fair zijn.
Ik begaf me tijdens de opening in de Citroëngarage tussen de jonge hipsters en “Ons-kent-Ons” – galeriepubliek en keek wat sceptisch bij een soort bruinleren flap aan de wDSC04507and.
Ze denkt dat het geen kunst is,” lachte een passant. Ja, het kon net zo goed een achtergebleven auto-achterbank uit de Citroëngarage zijn, wat mij betreft. Zoals een aluminiumpijp aan een pilaar verderop ook tot ’t garageinterieur behoorde, maar niet detoneerde met de sculpturen rondom de pilaar in de Citroëngarage.
wel kunst
wel kunst. Olga Balema, 2014
geen kunst
op de pilaar: geen kunst

Op beide beurzen kwamen food-items regelmatig terug. In de Citroëngarage stalden toevallig 2 totaal verschillende kunstenaars verguld eten uit: Guido Geelen (1961), geen beginner meer, een vergulde boerenkool uit 2009. En de in Nederland wonende Israëliër Itamar Gilboa (1973) een vergulde bak frites.
Wat zegt dat over onze voedselcultuur in Nederland, dacht ik. Over de veredeling en cultus van culinair eten tegenwoordig? Zoals in pop-up restaurant Citroen op de bovenetage van de Citroëngarage zelf? De term “Kunst eten” hoor ik wel eens vallen.

DSC04539
boerenkool, verguld aluminium, Geelen

Mag het bij Geelen en de barokke vormentaal die we van hem kennen, misschien “gewoon” om schoonheid gaan, bij Gilboa gaat het inderdaad om een sociaal statement: hij stelt met zijn vergulden patatje à raison van 1400 euri – en zijn “Food Chain Project” uit 2015 – de voedselconsumptie en honger in de wereld ter discussie.

Ook trof me iets anders. Iets wat wellicht met het gebruik van xtc, paddo’s of andere psychedelische middelen te maken heeft anno nu. Zowel op de Art Fair als de KunstRAI meende ik de “weirde” vormentaal van Jeroen Bosch (1540-1590) te herkennen in divers werk.
MALEONN: Journey to the West, 2013 - 3D photoprint in lichtbox
MALEONN: Journey to the West, 2013 – 3D photoprint in lichtbox

In de Citroëngarage leek me de 3-dimensionale lichtbak met fotoprint – een drieluik van de Chinees Ma Maleonn (1972) – geïnspireerd op het drieluik Tuin der Lusten van Bosch: met wonderlijke creaturen, die ontspruiten kunnen aan het Onbewuste van de geest als men geestverruimende middelen tot zich neemt.

DSC04558Ook in de Kunstrai meende ik Bosch te herkennen in een glassculptuur van Bernard Heesen, maar tevens in de beeldtaal van de 22-jarige Hareley Davelaar, een protegé van David Bade (1970), beiden van Curacao. Hij is geïnteresseerd in ’t menselijk lichaam dat afwijkt van de norm. “And to be able to mix and combine reality with my imaginary world into art is what my work is all about haha you can say as a crossbreed between two universes” aldus Davelaar.

DSC04547
Hij eert met zijn beeld “Oh mother mine” zijn moeder die zeven kinderen gebaard heeft, door haar uit te beelden met een buik zo dik als was ze zwanger van zeven kinderen tegelijk.
Je kunt in kunst de realiteit naar je eigen hand zetten. Hoe heerlijk is dat?
DSC04650Ook op de Minervalaan ontmoet ik weer gnoom-achtige wezens. Een soort trollen of figuren uit Lord of the Rings, van Thomas Schütte (1954). Alweer dus stap ik in een andere werkelijkheid. Het surrealisme of de mythe is “all over us”.
Ze hebben samen 3-poten, die schepsels, en zijn met boeien aan elkaar gebonden. “Unitied Animies“, heten ze veelzeggend. Kunsthistoricia Mascini: “Ze hebben elkaar nodig. Misschien kent u ze zelf wel uit uw eigen omgeving, mensen die niet Met en niet Zonder elkaar Kunnen”.
DSC04583Een verademing na al deze gedrochten is dan tot slot het metershoge platte meisjesgezicht in ’t plantsoen voor het Hiltonhotel, van de Catalaan Jaume Plensa (1955). Ik bleef er maar omheenlopen. En kijken hoe een lichte welving van oogleden en wimpers voor een zachte uitdrukking kon zorgen. De mal komt uit een 3-D printer, waarna het gegoten is in brons.
Ik begrijp niets van dat 3-D proces en kijk op You Tube naar de werking van een 3-D printer: zoals inkt op papier verschijnen kan, zo kan elke vorm blijkbaar uit het niets ontstaan.
Plensa is gefascineerd door het transformatieproces van meisje tot vrouw“, vertelt Suzanne Mascini. Hij heeft het gezicht van het meisje opgerekt, waardoor ze ineens veel ouder lijkt. “Een soort konigin Wilhelmina,” hoorde ik een buurvrouw uit het Olympisch Kwartier haar grappend noemen.
Doordat de ogen naar binnen gekeerd zijn tijdens dat transformatieproces, creëert Plensa een meditatief rustmoment middenin de drukte en hectiek van de stad, aldus de kunsthistorica.

 DSC04641

DSC04587
Heart of Treas, 2007. Plensa

Gaat het zien. Gaat het zien deze zomer. Omarm de bomen, zoals de beeldjes van Plensa op weg naar Station Zuid, die met de namen van klassieke musici getatoeërd zijn.  Ga picknicken in de tuin van het Rijksmuseum bij Miró. En geniet ervan!

DE DENKERS VAN ZUID

2014-04-20 16.40.38
De Denker van Rodin, bij Hiltonhotel, Apollolaan

Het was een echte man uit Zuid, met een mini-mini hondje aan de lijn, een deftige stem, gebronst, donker costuum en met zijn wit-met zwarte herenschoenen met gaatjes, brogues ja, toch eerder Nieuwgeld dan Oudgeld, denk ik.
Zijn weinige haren waren glimmend achterover gekamd over zijn kale schedel heen, zijn colbert hing losjes om zijn schouders, zoals er mannen zijn die rode truien om hun schouders knopen.
Een man die aan het eind van onze ontmoeting op de Apollolaan, in het plantsoen voor het Hiltonhotel, “Ciao, ciao!” tegen me zou zeggen.
Het was een lenteachtige zondag en ik maakte een wandeling door de buurt.

2014-04-20 2014-04-20 002 077Ongelofelijk mooi he?” hoorde ik zijn stem – vragend – achter me.
Ik had net foto’s van De Denker gemaakt, het beeldhouwwerk van Auguste Rodin (1840-1917), links naast ’t Hilton (één van de vele afgietsels) en stond nu uitgebreid een dikke boom te fotograferen in het plantsoen voor het hotel, waarvan de bast mij uitermate fascineerde: het leek wel kanten houtsnijwerk wat er in de loop der jaren overheen gespannen was.2014-04-20 2014-04-20 002 078Sinds ik niet meer werk,” begon hij, “sta ik bij de dingen stil, heb ik tijd om bij dingen stil te staan.”
En met uw hondje buiten lopen, helpt zeker ook?”.
Hij knikte: “Als je loopt, ga je niet aan de dingen voorbij.”
We bewonderden de oude boom. Daarna wees ik hem op de Denker. Wat hij daarvan vond.
U weet dat het Dante is, de filosoof?”, vroeg ik: “Die Rodin bovenaan de Poorten van de Hel heeft gebeeldhouwd, uit Dante’s Goddelijke Komedie?”.
Hij keek me onderzoekend aan.800px-Hoellentor_Detail_grDoor mijn Dantestudie weet ik dat er eind 19e eeuw een nieuw Frans museum zou komen, waarvoor Rodin in 1880 een bronzen toegangsdeur zou ontwerpen. Een reliëf met taferelen uit het gedicht De Goddelijke Komedie van Dante: een Visioen over het Leven na de Dood.

1gatesofhellrodin
Dante bovenin de Hellepoort van Rodin, in Parijs

Zoals Florence haar bronzen Paradijsdeuren van de beeldhouwer Ghiberti heeft in de middeleeuwse Doopkapel, het Baptisteriumzo zou Parijs haar eigen bronzen 19e eeuwse museumdeuren met Helle-taferelen krijgen. Rodin werkte ruim 37 jaar aan dit epos.

En zoals een Christus bovenaan gotische en romaanse kerkportalen staat, zette Rodin Dante als filosoof bovenaan zijn Hellepoort neer, piekerend over het lot van de zielen na de dood.
Hij heeft zijn compositie nooit afgekregen, maar zijn “Poorten van de Hel” zijn in Parijs in het Musée Rodin te zien. Onderdelen uit die Hellepoort werkte hij ondertussen uit tot zelfstandige sculptuur en zo kennen wij o.a.. De Kus en De Denker.

EMOTIE

Wij hebben hier om de 2 jaar een beeldententoonstelling Art-Zuid rond de Apollo/ Minervalaan en toen heb ik De Denker toch maar mooi een maand lang voor mijn deur gehad!,” vertelde de man trots.
“Kijk, zei ik dan tegen mijn vrienden, “I am a philosopher!” …mevrouw, het is toch on-ge-lo-fe-lijk hoe je geëmotioneerd kunt raken door een beeld”.
“Jaha,” beaamde ik, “maar welke emotie maakt de Denker dan bij u los? Weet u dat?” 

De man gooide zijn armen wat hulpeloos wijd in de lucht, waardoor zijn loshangende jasje van zijn schouders gleed. “Tja, wat zal ik u zeggen….”
Hij keek me vragend aan, kwam er niet goed uit.
En u dan?” speelde hij snel de bal terug: “u toch ook? U heeft ‘m net staan fotograferen, u vindt ‘m ook prachtig, wat doet hij u dan?
Oef….hij piekert zich suf, daar met zijn elleboog op zijn knieëen, hij moet die hele tocht door het hiernamaals maken voor zijn Beatrice…” brainstormde ik, “hoe krijgt hij dat gedicht geschreven?… hij heeft het zwaar, hij gaat zwoegend door het leven…”.
De man bleef me al die tijd indringend aankijken, maar begon zich geloof ik ook wat ongemakkelijk te voelen: zijn ogen werden een beetje vochtig en rood. Het werd ‘m denk ik allemaal iets te persoonlijk.
Het hondje trok.

GEEN DROMER

2014-04-30 19.07.15A
Dante als Denker in het Olympisch Kwartier, bovenin mijn boekenkast

Het is geen dromer, maar een schepper,” zei Rodin ooit in een brief over “zijn Dante”, de Denker. Het beeld staat ook op het graf van Rodin zelf.

Er zijn stemmen die zeggen dat Rodin zich voor zijn Denker heeft laten inspireren door een beeld Il Pensiaroso van Michelangelo. Zelf zie ik dat niet zo, denk dan nog eerder aan Michelangelo’s fresco van de piekerende profeet Jeremia in de Sixtijnse Kapel, maar ik denk ook dat Rodin voor zijn Denker het schilderijDante’s Dream” van zijn tijdgenoot Sir Joseph Noel Patton voor ogen kan hebben gehad, een Schotse schilder uit de “pre-Raphaellitische kunststijl” (Veel Pre-Raphaëlieten in de 19e eeuw schilderden Dante’s romantische liefde voor Beatrice (o.a. Gabriël Rossetti).
Daar zit Dante piekerend voorovergebogen, met middeleeuws mutsje op. Eenzelfde afhangend mutsje zien we bij de Denker van Rodin.

2014-04-28 11.59.41
Bookcover in mijn kast: Sir Joseph Noel Patton, 1852: Dante Meditating

2014-04-20 16.39.24

Ik zei de man, dat ik nog even naar de andere “Denker” op de Minervalaan wilde doorlopen.
Maar dat is geen Rodin, en geen echte Denker”, waarschuwde hij mij.
Maar wat het wel was en van wie, wist ie ook niet.

HAVERMANS

Dat niet iedereen met een hand onder zijn kin een Denker hoeft te zijn, bewijst onze “nepdenker” op de kruising Minervalaan/ Stadionweg.
Het blijkt een steenplastiek van “Een rustende Atleet” te zijn, something quite different, van beeldhouwer Jan Havermans. Uit 1941, lees ik online.

2014-04-20 2014-04-20 002 092
Rustende atleet, van Jan Havermans, 1941

Uit 1941..? denk ik, eenmaal thuis googelend. Werden er dan gewoon middenin de oorlog beeldhouwwerken op straat geplaatst, terwijl om de hoek in de Beethovenstraat en bij ’t Olympiaplein de Joden uit hun huizen werden gehaald?

Ik moet aan de “Kulturkammer” denken, waar Nederlandse kunstenaars lid van moesten worden vanaf 1942; ik lees dat Havermans met de kunstenaar Paul Citroen in 1933 de Nieuwe Kunstschool oprichtte, naar model van het modernistische Bauhaus. En dat die vernieuwende kunstschool hier tot 1941 heeft bestaan. Tja…, het Bauhaus moest in Duitsland van de Nazi’s ook dicht, als zijnde Entartete Kunst.

Hoe deze moderne ‘Rustende atleet’ hier in 1941 geplaatst is, moet ik ooit maar voor een nieuw blog uitzoeken. Misschien was ie wel met zijn atletische esthetiek “op-zijn-Leni-Riefenstahl’s” Arisch verantwoord?

UPDATE:
1941 is verkeerde informatie. Dat moet 1951 zijn, meldt Hans Havermans, kleinzoon van beeldhouwer Jan Havermans, mij. Hij reageert per mail op bovenstaand blog. Het beeld is een Gemeente Opdracht geweest van 26 april 1940”, schrijft hij. Het beeld is voor het eerst tentoongesteld in juli 1950 in Antwerpen tijdens een internationale beeldententoonstelling (nu Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst, park Middelheim).
April 1951 wordt het op het Minervaplein geplaatst.
Hans Havermans: “Wat Jan Havermans betreft, hij had vele Joodse leerlingen , waaronder bijvoorbeeld Benno Premsela en de ontwerper Otto Treuman, hij was overtuigd partij communist . De schrijver Theun de Vries is bij hem ondergedoken geweest. Ik denk niet dat hij geassocieerd zou willen worden met Leni Riefenstahl.”
(waarvoor excuus).
De Nieuwe Kunstschool sloot niet in 1941 maar in 1943 haar deuren.

scannen0355
Jan Havermans, met alpinopet, bij zijn beeld

Dit stuk is eerder verschenen op 1 mei 2014 op Facebook als column: https://www.facebook.com/notes/face-to-face-column-olympisch-kwartier/column-de-denkers-van-zuid/249386918578260