Amsterdamse Stijl

giphy_63_1508014948363Het zal u niet ontgaan zijn dat er een jaar ten einde loopt waarin de kunststroming De Stijl centraal stond, 1917-2017. Het was het themajaar “Van Mondriaan tot Dutch Design” .  Nu hebben we misschien wel stijl in Amsterdam, maar weinig van De Stijl.

Voor het spectaculaire Victory Boogie-Woogie-schilderij van Piet Mondriaan (1872-1944) dat met overheidsgeld in 1997 gekocht is voor 37 miljoen euri, moet je naar Den Haag, voor zijn geboortehuis naar Amersfoort, voor het modernistische Rietveld-Schröderhuis van meubelmaker/architect Gerrit Rietveld (1888-1964) en zijn muze moet je naar Utrecht.
Wat heeft Amsterdam-Zuid?

In 2011 behoorde een villa op de Apollolaan 1 in Zuid met zijn vraagprijs van €4.500.000 bij de top 5 duurste huizen van Amsterdam. Bouwjaar: 1927. Aantal kamers: 11. Woonoppervlakte: 399 m². Perceeloppervlakte: 589 m². Maarrrrr, dan heeft u wel een huis met een raam, ontworpen door Gerrit Rietveld himself , dat u zich dat even realiseert.😃
De ramen van Rietveld met hun dunne spijlen, waarin hij buiten en binnen graag in elkaar liet overlopen, zelfs zonder kozijnen op de hoek, waren in die tijd – de jaren twintig van de 20e eeuw – heel beroemd.

P1000063
Harrenstein-Slaapkamer 1926, ontwerp Rietveld, vaste collectie Stedelijk Museum A’dam

“Het lijkt wel een Ikea-interieur” hoor ik een buitenlandse bezoekster zeggen, als ik bij een slaapkamerinterieur van Rietveld sta, in het kader van “100 jaar De Stijl” in het Stedelijk Museum. De slaapkamer is een zogenaamde Stijlkamer, in zijn geheel overgenomen uit een huis aan de Weteringsschans in Amsterdam. Het Stedelijk Museum heeft ook stoelen van Rietveld en Mondriaanschilderijen, en had vorig jaar zelfs per ongeluk een vervalste Mondriaan geleend, zoals laatst bleek. Iets wat net op tijd ontdekt werd, voordat het in De Stijl-jaar 2017 tentoongesteld werd.

Ik begreep dat eigenlijk wel, die Ikea-opmerking van die bezoekster, maar dacht aan al de eikenhouten meubels waar iedereen in de jaren twintig van de vorige eeuw nog tussen bivakkeerde en welke enorme shock en verandering die abstracte ontwerpen van Rietveld en Mondriaan moeten zijn geweest. Kunst als Avant Garde. Kunst die voorop loopt. Het is wel een ontwerp uit 1926 moet u bedenken, hoe dodelijk een “Ikea-label” anno nu ook is.Gerrit-Rietveld-College2

Natuurlijk hebben we in Zuid de Gerrit Rietveld Academie aan de Stadionkade, een glazen rechthoek, als Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving; daar neergezet in1962, ontworpen door Rietveld. Ook het Van Goghmuseum (1973) is als gebouw mede door hem ontworpen.

Hbeugel-bedet komende kunstwerk op het vernieuwde Stadionplein krijgt eveneens een Stijl-element: in het betonnen appartement van 65 m2 komt een bedontwerp van Rietveld te staan. In zwart gepatineerd brons, zoals alles in het kunstwerk. Volgens mij wil je nog niet dood neergelegd worden op dat Rietveldbed 😃 Maar daar gaat het niet om. Dat is een kwestie van smaak. En daar gaat het in de kunst niet over.

beozek_bronsgieterij-1[33627]
Maquette Kunstwerk Stadionplein, Matthew Darbyshire (1977) met rechtsonder bed van Gerrit Rietveld. Foto, ©S. Capel
Meer in het oog springen in Amsterdam-Zuid de zgn. Warnersblokken, de vier rood-blauw-gele woonblokken in De Stijlkleuren, net achter de Stadionkade en de Parnassusweg. Een eilandje moderniteit uit 1957. Flats die sinds 2010 de status van Rijksmonument hebben. De gekleurde gevelplaten zijn ontworpen door kunstenaar Joseph Ongenae, geïnspireerd door De Stijl.

P1000209
Vier huizenblokken van architect Allert Warners, 1957. Amsterdam Zuid
image_db_asp
Slotermeerlaan (De Verfdoos, 1954)

Van dezelfde architect Allert Warners (1914-1980) staan er in Amsterdam-West ook twee flats, die De Verfdoos worden genoemd. Ook heeft West een Piet Mondriaanstraat, maar dat is natuurlijk geen “De Stijl-landmark”.

Vervolgens hebben we in Zuid de 1e Openluchtschool uit 1929 van architect Jan Duiker (1890-1935), net achter de Apollolaan en Beethovenstraat. In de Cliostraat.
Duiker was officieel geen lid van De Stijl-groep, maar behoorde net als Rietveld tot wat in kunstkringen de “Nieuwe Zakelijkheid” heet. Beide kunststromingen waren een reactie op de expressieve Art Nouveau-stijl van begin 20e eeuw en de uitbundige Amsterdamse School-architectuur, waar Zuid vol mee zit. 

DSC06188
Cliostraat, ingang Openluchtschool (1929) van Jan Duiker, gepropt tussen baksteenarchitectuur;
16856513cf0788da1f1baae0cb2b411c
De Openluchtschool uit 1929 van Jan Duiker, verbannen naar de tuinen van het huizenblok

Aan die school van Duiker kun je eigenlijk wel zien hoe er “geschipperd” werd in die tijd. De gemeente wilde het bakstenen straatbeeld niet teveel laten afwijken en verbande de moderne school zelf naar de binnenplaats van het huizenblok. De schoolingang aan de straatzijde zit tussen de baksteenarchitectuur ingepropt. Bijna, zoals er vroeger katholieke ”schuilkerken” in Amsterdam waren. Als je het aan de straatzijde maar niet zag. Lekker hypocriet.😃

Overigens was Jan Wils, de architect van het Olympisch Stadion (1928) in zijn begintijd ooit aanhanger van De Stijl, maar later een afvallige, die door de Stijlpuristen “van effectbejag” beschuldigd werd met zijn baksteenbouwsels in Zuid.

Toch bestonden de kunststijlen naast elkaar. Tegelijkertijd. Het was 2017 zowel het herdenkingsjaar van De Stijl als van 100 jaar Amsterdamse School. 

Het kon blijkbaar allebei. De opdrachtgevers voor de Rietveldslaapkamer (foto hierboven) gaven – naast Gerrit Rietveld – bijvoorbeeld op hetzelfde Weteringsschansadres aan architect Piet Kramer (1881-1961) opdrachten, zowel voor de pui van het huis als voor een studeerkamer. Nou, en die Kramer kennen we natuurlijk als DE zwierige bruggenbouwer van de Amsterdamse Schoolstijl (200 bruggen, waaronder de Stadionbrug in 1937 en het golvende wooncomplex De Dageraad (1919-1922) in Zuid, nu onderdeel van museum Het Schip).

DSC06524
Rietveldhuisje, 1972, in het Amstelpark, van een kunstenaarscollectief

Ook in Zuid ontwaar ik nog een niet door Rietveld ontworpen gebouw, dat Rietveldhuisje heet, in het Amstelpark. Het staat er sinds de Floriade, 1972.

MONDRIAAN

20170914_130904 (2)Verder kom ik er in het Mondriaanhuis in Amersfoort – Mondriaans geboortehuis en alleraardigst nieuw multi-mediamuseum – achter dat Mondriaan zelf lange tijd in Amsterdam heeft gebivakkeerd en er naar de Rijksacademie ging om kunstenaar te worden. Het is de tijd voordat hij naar Parijs vertrok, en later naar New York.

Hij schilderde rondom Amsterdam, nog net voordat hij – via zijn bomen – langzaam maar zeker tot abstractie kwam. Het Amsterdam Museum had daar in 2012/13 al een tentoonstelling over. Het zijn dus geen De Stijl-schilderijen, maar is wel Mondriaan.

20170914_130249 - kopie (4)
Knotwilgen aan een sloot, buiten Amsterdam, 1905
mondriaan-de-man-die-alles-veranderde
Boerderij bij Duivendrecht, 1916, Piet Mondriaan

Al inventarisend ontdek ik dan nog dat Amsterdam-Zuid ook een toren naar Mondriaan heeft vernoemd. Nooit geweten! De op 1 na hoogste wolkenkrabber in Amsterdam blijkt de Mondriaantoren te heten.
De Rembrandttoren, die er naast staat, in een wijkje naast het Amstelstation, is de hoogste van de stad. Met de zgn. Breitner-toren vormen ze zo een schilders-hoogbouwtrio. Maar ik denk dat weinig Amsterdammers de Mondriaantoren kennen, hij wordt eerder de Rabobank-toren of Delta Loyd-toren genoemd.

De Rembrandttoren is de bekendste.
Maar dat is misschien wel een kwestie van smaak. Of van stijl. 😃

20284536843_de3269f832_b
Bij Amstelstation: de Mondriaantoren (rechts). De Rembrandtoren (links) is de hoogste toren van de stad. Middenin: de Breitnertoren. Drie schilders, die alle drie in Amsterdam schilderden.
  • T/m 27 november kunt u nog de tentoonstelling ‘De Stijl in het Stedelijk’ zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Station FEBO

P1000634
Deze méters diepe roltrap komt uit op het 16,5 m diepgelegen eerste perron van metrostation De Pijp van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. Daaronder, 10 m dieper, ligt het volgende perron, op 26,5 m onder NAP. De ene lijn brengt je naar Noord. De andere naar Zuid. De twee perrons liggen boven elkaar en niet naast elkaar. Het station wordt het diepst gelegen metrostation in Nederland

De FEBO-kroketten van het Stadionplein zijn een begrip voor elke Stadionbezoeker in Amsterdam, maar minder bekend is waar die naam Febo van de landelijke snackbarketen vandaan komt. Het is een afkorting van de Ferdinand Bol, een straat in stadsbuurt De Pijp in Zuid, waar de eerste krokettenbakker ooit zou beginnen. Uiteindelijk begon de bakker niet daar, maar aan de Karperweg, bij de Amstelveenseweg in de Stadionbuurt kroketten te bakken in 1942, waar hij de allereerste automatiek opende in 1960.

P1000654

In die Ferdinand Bolstraat was ik deze week, toen ik met een helm op en bouwlaarzen aan, toekomstig metrostation De Pijp bezocht, één van de nieuwe Noord-Zuidlijn-stations. Pas volgend jaar gaat die beruchte peperdure metrolijn rijden, waarmee je in 16 minuten van Amsterdam Noord naar Amsterdam Zuid kunt ondergronds. Ik was er als bezoeker, tijdens een excursie van Bureau Kunststad.

40 JAAR

Deze maand is het 40 jaar geleden, dat de allereerste metro in Amsterdam ging rijden, in oktober 1977. Tegenwoordig heet dit de Oostlijn, die de Bijlmer met het centrum verbindt. Die metro kwam er destijds niet zomaar. Hele huizenblokken moesten ervoor plat in het centrum bij de Nieuwmarkt, en dat pikten bewoners niet.

Die “Nieuwmarktrellen” uit 1975 herinner ik me nog goed. Ik werkte op dat moment bij het fotopersbureau van het Algemeen Nederlands Persbureau ANP en de fotografen kwamen met hele verhalen “thuis”. Ook mijn chef ging ’s avonds uit het werk de Nieuwmarkt op. Om “rellen te schoppen”. Dat vond ik wel vreemd. Het was ook een aparte man, een oorspronkelijke jonkheer, die een beetje omlaag gesukkeld was. De volgende ochtend lag er een gele metrohelm op zijn bureau tegenover mij en toonde hij zijn schaafwonden. De helm lag erbij als zijn veroverde trofee.

P1000621Nu had ik deze week ineens zelf een metrohelm op mijn hoofd in station De Pijp in de Ferdinand Bolstraat. Ook een veiligheidsvestje met fluoriserende strepen en gele rubberlaarzen met metalen neuzen. Met Bureau Kunststad dook ik ondergronds.
Eerder al was ik beneden in de krochten van de Noord-Zuidlijn in 2011 en in 2014 liep ik tijdens de Landelijke Open Dag van de Bouw door de kale metrotunnel onder het IJ door en in 2015 bezocht ik toekomstig metrostation RAI.

PLAKJE HEIPAAL

2014-03-31 17.57.05Bijzonder is dat ik daardoor thuis een “plakje paal” heb, van één van de heipalen die ruim een eeuw onder het Centraal Station heeft gestaan. Amsterdam is, zoals u weet, gebouwd op palen. En het Centraal Station in 1881 dus ook. Kun je nagaan hoe oud die boomstammen zijn, die voor die heipalen gebruikt werden. Ik kijk wel ‘es geïntrigeerd naar de ringen van het “plakje paal”.
Het Centraal Station stond op 8687 houten heipalen. Zo’n 3000 daarvan moesten worden weggehaald, onder het middendeel van het station, wilde er een nieuwe metrotunnel kunnen worden “ingeschoven”. Een giga  technische bouwklus, terwijl het CS tegelijkertijd moest blijven functioneren.

In 2011 lagen die ‘weggesneden’ houten heipalen – nat en wel – in plakjes gezaagd – voor het grijpen. Ze hadden ruim een eeuw in drassige veengrond gestaan. Thuis barstte het plakje open, toen het opdroogde. Ik schreef daarover in mijn eerdere column “Ondergronds Zuidwaarts” op de Face to Face-pagina op Facebook en vertelde waar de ingang van die kale metrotunnel onder het CS mij aan deed denken. Aan de grijsgrauwe hemelpoort van Jeroen Bosch bizar genoeg, een merkwaardige sensatie daar onder de grond.

 

Uit: “Ondergronds Zuidwaarts”:

“Als ik zaterdag vanuit de Kathedraal, zoals de ondergrondse 15 meter hoge hal onder het CS nu al wordt genoemd, doorloop richting Damrak naar de ingang van de volgende betonnen metrobuis, ziet mijn oog iets wat mij – bizar genoeg – direct, in een split second, doet denken aan Jeroen Bosch, de 15e eeuwse schilder uit Den Bosch.

Was Bosch hier eerder, dan ik? In één van zijn visioenen?

Wat mijn oog ziet, is een tunnelbeeld dat ik qua kleur en vorm ken. Op een drieluik van Bosch met de titel “Visioenen uit het hiernamaals” schilderde Bosch op het linker paneel de ingang van de hemel: we zien zielen opstijgen in een grijze tunnel van licht. Deze tunnel bestaat uit zeven segmenten, die verwijzen naar de zeven planeetsferen tussen aarde en empyreum, de hoogste hemelsfeer, de plek waar in het Middeleeuwse Denken God zich bevindt.
In die 15e eeuw werden die 7 hemelsferen wel vaker geschilderd, maar nooit als tunnel.

Je vraagt je toch af waar Bosch zijn visioenen van de hel en de hemel vandaan had en op basis waarvan hij – ook op al zijn andere schilderijen – zijn zeer merkwaardige fantasie-en kleurrijke schepsels ontwierp. Er zijn boeken over volgeschreven; velen suggereren dat Bosch hallucinerende middelen zou hebben gebruikt, waaruit dit soort beelden zijn voortgekomen.

Wonderlijk toevallig eigenlijk dat de ondergrondse hal onder het CS ook nog eens, als bijnaam, de Kathedraal heet, schiet het thuis door me heen: een kathedraal, zo pal voor de ronde tunnel naar het Damrak: Bosch’ tunnel op het paneel “Het opstijgen naar de Hoogste Hemel”. 

STATION DE PIJP

P1000660

Om te voorkomen dat er voor de Noord-Zuidlijn in de smalle Ferdinand Bolstraat in de Pijp (de wijk heet niet voor niets zo!) ook weer huizenblokken plat moesten en er opnieuw metrorellen zouden uitbreken, zoals bij de Nieuwmarkt 42 jaar geleden, is station De Pijp een héel diep station geworden, met twee metrosporen boven elkaar i.p.v. twee sporen naast elkaar.

P1000644.JPG

Métersdiepe roltrappen zijn het zo geworden. Er is 75.000 kuub zand uitgegraven. “Als je alle vrachtwagens vol zand op een rij zet, die hier zijn weggereden, dan heb je een file van hier tot aan Hoek van Holland, zo hebben wij berekend ”, zegt Richard Koenders, projectbegeleider van de afdeling Communicatie van de Noord-Zuid lijn. Het pure zand, dat van 26 meter diepte kwam, en schoon was, is gebruikt om de Volgermeerpolder – een voormalige vuilstortplaats – in Noord- Holland, op te spuiten tot een nieuw ontwikkeld natuurgebied.

KUNST

P1000658
De meterslange wand van metrohal De Pijp is versierd met een gedigitaliseerde aquarel van Amalia Pica (1978). “De kleuren van de Pijp sijpelen door” schrijft de Noord-Zuidlijn online

Het metrostation is met een gedigitaliseerde aquarel van de Argentijnse kunstenares Amalia Pica opgeleukt en moet het samensmelten voorstellen van de diverse culturen en kleuren die de Amsterdamse Pijp en de Albert Cuypmarkt kenmerken. De vlaggetjes op de muur bij de metro-ingang horen ook bij het kunstwerk.

P1000661
Kunst! De vlaggetjes moeten de multi-culturaliteit van de Albert Cuypmarkt symboliseren. Onderdeel van de gedigitaliseerde muur-aquarel van Amalia Pica (1978) in station De Pijp

Als je het niet weet, loop je aan die aquarelkunst voorbij. Nu waren wij als excursiegroep de enige bezoekers. Straks lopen er naar verwachting zo’n 18.000 bezoekers per dag langs, op station De Pijp in de Ferdinand Bol.
U kunt het zelf zien vanaf 22 juli 2018.

Eerdere publicaties over de NZ-lijn op Face to Face:

  1. column “Ondergronds Zuidwaarts”, 2014: https://www.facebook.com/notes/face-to-face-column-olympisch-kwartier/column-ondergronds-zuidwaarts/254909164692702/
  2. Filmpje, wandeling metrotunnel CS:
    https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=256317917885160&id=238292489687703
  3. Bezoek station Europlein bij de RAI in 2015:
    https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=397529070430710&id=238292489687703
  4. Ondergronds concert, 2017: de “Unvollendete” van Schubert in metrohal De Kathedraal, Centraal Station: https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=657168447800103&id=238292489687703

 

 

Na Druk: Geluk

boerderijoosterschinkel1915
1915 Amstelveenseweg

Een lommerrijke laan, omzoomd door landerijen en boerderijen. Zo landelijk lag hier de Amstelveenseweg er bij. Op de hoek van elke huidige dwarsstraat stond ooit wel een hoeve. De boerderijen hadden poëtische namen als ‘Kent U Zelven’, ‘Zeldenrust’, boerderij ‘Buitenveldert’, hoeve ‘Veldrust’ of ‘Werk en Rust’. In diezelfde lijn moet je de ietwat vreemde naam zien van boerderij ‘Na Druk Geluk’, de boerderij van paardenboer Dirk Beukeboom, ter hoogte van het huidige Olympisch Stadion. Na gedane arbeid:  was het goed rusten.
(♠ email meelezers kunnen i.v.m. de vele foto’s beter op de titel van de column klikken en online meelezen)

NadrukGeluk1922
1922 Boerderij Na Druk Geluk van boer Dirk Beukeboom, een paardenboer met acht kinders. De gemeente zegde hem de pacht op, voor de bouw van het Olympisch Stadion (1928).
DSC07000 (2)
2017 Na-Druk-Geluksbrug, achter het Olympisch Stadion, nabij rivier de Schinkel

De “Na-Druk-Geluksbrug” achter het Olympisch Stadion herinnert aan de landelijke oorsprong van de Amstelveenseweg. Maar dat niet alleen. Ik kan die sfeer nog steeds wel proeven. Ik heb er niet eens veel fantasie voor nodig.
Mensen van buiten de stad, die als automobilist vanaf de A 10 de stad in komen, ervaren slechts de Drukte van het verkeer en de kantoren en de Zuid-As. Maar ik als wandelaar, als Amsterdammer, weet de middenberm van de Amstelveenseweg te vinden, omringd door platanen. En daar, juist daar in die lommer, vind ik iets terug van weleer.

DSC07048
2017 Middenberm Amstelveenseweg, tussen Haarlemmermeerstation en Olympisch Stadion
1910BoederijOverveld253boerderijNAdrukGeluk255
1910 Amstelveenseweg met boerderijen ”Overveld” en ”Na Druk Geluk”, ter hoogte van het latere Olympisch Stadion
pieterlastman1913jpg
1913, hoek Amstelveenseweg met (latere) Pieter Lastmankade
20170819_153207_resized
2017 Voorbij de VU richting Amstelveen

Ook voorbij de VU – weg van de oprit van de drukke A10 – heeft de Amstelveenseweg nog wel iets behouden van haar lommerrijke oude landelijke karakter.

MONUMENT

“Boeren, burgers en buitenlui” is het thema dit weekend van Open Monumentendag. Op 9 en 10 september staat de relatie tussen stad en platteland centraal. In Amsterdam Zuid is alleen het Haarlemmermeerstationnetje aan de Amstelveenseweg, waar vandaan tussen 1915 en 1972 een spoor de provincie inliep, in dit kader als monument te bezoeken. Maar wat mij betreft is de Amstelveenseweg ZELF een monument. Ze verbindt al eeuwen de binnenstad van Amsterdam met het platteland.

1915Willemsparkstation
Haarlemmermeerstation in 1915 heette toen nog Willemsparkstation
linksachterGevangenisHavenstraat1891
Amstelveenseweg, 1891: Links achter zie je het Huis van Bewaring in de huidige Havenstraat, rechts de boerderij Oosterschinkel
beginAveensewegOvertoomsesluisjpg
Begin Amstelveensweg (links) bij Overtoomsesluis, rechts Schinkelkade

Acht, negen eeuwenlang liep er een streep door het veen, een loopspoor, zuidwaarts vanaf de stad, de polder in. Waar de Overtoom, een vroegere vaart, ophield, was een sluis. En een tolhuis. En begon de Amstelveenseweg. Het werd een karrenspoor, en weer later een straat met kasseien. Met sloten ernaast met boerderijen en later met huizen tussen die boerderijen ingebouwd en bruggetjes en dammen over de sloot.

Beide straten zijn vereeuwigd. Bijvoorbeeld in het kinderliedje: “Schuitje varen, theetje drinken, varen we naar de Overtoom…” en in een aftelrijmpje. http://www.liederenbank.nl/sound.php?recordid=70332&lan=nl

IE WIE WAAI WEG

Aan de Amstelveenseweg
Stond een rijtje bomen
Al die bomen waaiden weg
Aan de Amstelveenseweg

221_Amstelveensewef_1891
Amstelveenseweg 1891
Eind 19e eeuw barstte de stad uit zijn voegen en breidde zich steeds verder uit de polder in. De sloten langs die landweg werden gedempt, de weg werd breder en hoger gemaakt. Al die bomen moesten weg, zegt het aftelrijmpje.
1907aveenseweg195noordoostennaarstadRIJKS
1907 A’veenseweg: De Stadsrand loopt bij het Concertgebouw, de torens van het Rijksmuseum zijn zichtbaar. In 1904 was Plan Zuid ingediend, voor uitbreiding van de stad zuidwaarts

Gelukkig legden mensen als Jacob Olie (1834-1905), als hobbyfotograaf, met zijn timmermansoog, al die veranderingen vast. Het stadse leven in de polder rukte zuidwaarts op. En de stad zelf ‘verstadste’.

schinkelhavenRechtsVondelpark1894
1894: paardentram op A”veenseweg, ter hoogte van Vondelpark
800px-Paardentramremise_1
oude paardentramremise

Er kwam een paardentramlijn met een paardentramremise in 1884 tegenover het Vondelpark, dat sinds 1877 een uitgang aan de Amstelveenseweg had. Het houten gebouwtje van architect Abraham Salm staat er nog steeds, een architectonisch monument in landschapsstijl.

Er kwam een hotel aan de Schinkelhaven, een spoorlijntje naar Uithoorn met het latere Haarlemmermeerstation, er kwam een stoomgemaal, veel later een ringspoordijk rond de stad, wat weer later de ringweg rond Amsterdam werd.

linkscafeschikelhavenamstelveensweg124
Café Schinkelhaven aan de A”veenseweg bij het Vondelpark: de paardentram werd elektrisch.

Er kwam een Huis van Bewaring in 1890 in de buurt van de Schinkelhaven, in de huidige Havenstraat, er was een katholieke begraafplaats (1835) aan de rand van de stad gekomen, verderop een schippersinternaat, een burgerweeshuis (1959), een pompstation voor drinkwater (1965), later een ziekenhuis (1966): er kwam van Alles aan de Amstelveenseweg in een eeuw tijd.

1910rechtsSchinkelkerk
1910 rechts de Schinkelkerk aan de Amstelveenseweg

Zeven km lang is die weg. Er werden diverse kerken langs gebouwd en één ervan is zelfs historisch. De Schinkelkerk (1890) naast de vroegere paardentramremise. Toen er in die kerk op zondagavond 23 maart 1924 een dominee Geelkerken was, die waagde te betwijfelen of de slang in het paradijs werkelijk gesproken had tot Eva, was dat de bron van een kerksplitsing bij de protestanten, waarvan een deel zich aansloot bij de Hervormde Kerk.

In 1915 kwam er aan de zuidrand van de stad een sportstadion aan de Amstelveenseweg , waarnaar het Stadionplein is genoemd. In verband met de Olympische Spelen van 1928 werd er later nog een ander groter stadion gebouwd, het Olympisch Stadion. Paardenboer Dirk Beukenboom met zijn acht kinders moest er o.a. voor wijken. De gemeente zei hem de pacht van zijn boerderij ‘Na Druk Geluk” op.

Na de Spelen werd de Amstelveenseweg verder zuidwaarts minder en minder landelijk. De Binnendijkse en Buitendijkse Buitenveldertse polder werd opgeslokt door de stad.
Fotoserie: De jaren 30, vanaf het Olympisch Stadion zuidwaarts richting Amstelveen:

1938Stadionkade
1938: aanleg Brug over de Stadionkade, met het “Zandlandje” erachter
1937 kruising Zuidelijk Amstel Kanaal: Stadiongracht/A’veensweg
1936
1936
1939jpg
1939, rechts de voormalige katholieke kerk bij de begraafplaats

Zo heeft uiteindelijk “de stad zich meer en meer meester gemaakt van het omringende platteland” meldt de folder van de 31e Open Monumentendag Amsterdam voor 9 en 10 september. “De Pijp, Amsterdam-Zuid, de Watergraafsmeer, Amsterdam-Noord. Het was er ooit allemaal groen“.

Nu rest mij nog de landelijkheid achter het Olympisch Stadion van de Schinkeleilanden met de moderne Na Druk Geluksbrug, met haar Led-verlichting in de avondschemer.

En de groene lommerrijke middenberm van de Amstelveenseweg. Een kostbaar kleinood. Ik loop er graag. Vooral in de herfst, als de bladeren van de platanen dik bezaaid op de stoeptegels liggen, dan mag ik er graag schoppend met mijn voeten doorheen stappen. Ik hou van dat knisperende geluid. Het is er nog. Dat ‘weleer’. Als je je voelsprieten maar openzet.
http://www.liederenbank.nl/sound.php?recordid=70332&lan=nl

 

 

 

Vrouwenvuur: 1917-2017

FB_IMG_1474672121146
De Rode Tentbeweging van 2017 is een mystieke variant op de vrouwenpraatgroepen uit de jaren ’70.

Laatst stapte ik zomaar een eeuw terug in de tijd. In de Krimpenerwaard, in een privéwoning van een welgestelde weduwe uit 1923 te Haastrecht. Het was alsof je een boek van Couperus instapte, ieder moment verwachtte je in de marmelen hal van de museumwoning van Paulina Bisdom van Vliet (1840-1923) een bediende, die zou aankondigen: “mevrouw komt zo bij u”. Op gele papieren slofjes over je schoenen loop je over de dikke tapijten door haar huiskamers vol porselein. Een ”gestolde wereld”.

M9527 Bisdom Van Vliet 3
Interieur rond 1900 van Paulina Bisdom van Vliet, te Haastrecht. Museumwoning.

Pauline, als kinderloze weduwe, had in die tijd – ondanks haar geld – als vrouw niet veel te vertellen over haar financiën. Ze was volgens de wet als vrouw zgn. “handelingsonbekwaam”. Tja, dat veranderde pas in 1956 ! Voor alles had ze toestemming van een man nodig. Wel mocht ze in 1919 voor het eerst gaan stemmen, maar of ze dat gedaan heeft, weet ik niet.

Sinds 1917 hadden mannen Algemeen Kiesrecht. Vrouwen: slechts Passief Kiesrecht. Dat betekende dat mannen voor het eerst konden stemmen òp een vrouw. Voor de SDAP, de voorloper van de PvdA, werd in 1918 Suze Groeneweg (1875-1940) als eerste vrouw in de Tweede Kamer gekozen.

Ik heb haar vernoemd, die Suze. Voor de aardigheid noemde ik mijn eerste kat Suze. En niet eens omdat over Groeneweg werd gezegd dat ze “geen katje was om zonder handschoenen aan te pakken“, maar wel omdat ze zich inzette voor vrouwenbelangen.
Ik was toen actief in de vrouwenbeweging tijdens de Tweede Feministische Golf (1960-1985). Mijn inspiratiebron waren de vrouwen uit de Eerste Feministische Golf (1870-1920). Ik bewonderde Emma Goldman in Amerika, Aleksandra Kollontaj in Rusland, Henriette Roland Holst in Nederland. En: Suze Groeneweg. Mijn kat had wat dat betreft net zo goed Henriette of Aleksa of Emma kunnen heten, 😃maar het werd toen Suze.

Vrouwenkiesrecht1914
In 1917 konden vrouwen voor het eerst in de Tweede Kamer worden gekozen. Demonstratie voor Vrouwenkiesrecht, 1914.

Wij vrouwen wilden in die jaren, op het Sociologisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam, ons vakgebied de maatschappij  – niet langer bestuderen als iets “van alleen buitenshuis”, maar ook in relatie tot binnenshuis. Daarmee kwam de betekenis van vrouwen voor de maatschappij veel beter in beeld. En de problematiek. We plaatsten de maatschappelijke functie van vrouwenarbeid binnenshuis, op de kaart van de Heren Sociologen; parttime werken, ouderschapsverlof, seksuele intimidatie op het werk en andere belemmeringen wilden we bestuderen: we hervormden de manier waarop je naar de maatschappij kon kijken.

Het persoonlijke is politiek” zeiden we. We maakten als feministes totaal andere onderzoekkeuzes en keuzes in literatuurstudie. “Vrouwenstudies” als universitair vak werd geboren.

DSC06321
Wilhelmina Drucker in A’dam Zuid. Strijdster voor Vrouwenkiesrecht. Beeld:Gerrit van der Veen

Rode vrouwen als Aletta Jacobs, Suze Groeneweg en Wilhelmina Drucker maakten zich 100 jaar terug al sterk voor vrouwenbelangen. Wilhelmina werd in 1969 vernoemd door actiegroep Dolle Mina. Haar standbeeld staat op de Churchilllaan in Amsterdam-Zuid, gemaakt door beeldhouwer Gerrit van der Veen, die in een eerdere column over de oorlog al voorbijkwam.
Ik woonde er destijds om de hoek, maar het beeld heb ik nooit gezien toen! Ik fietste er aan voorbij. Hield me in die jaren niet met kunst bezig, wel met vrouwenstrijd.

Tja, vrouwenstrijd. Een ouderwets woord nu. Tegenwoordig hoor ik vrouwen in online-facebookgroepen elkaar eerder met “dames” aanspreken dan met “vrouwen”. Voor mij is dat erg wennen. Stel je toch eens voor dat we het destijds damesbeweging hadden genoemd. Het zou een klasseverschil hebben betekend. Zoals mijn oma van moederskant, van eenvoudige komaf, mij ooit vertelde dat er “mevrouwen” waren, waar je als “vrouw” in de huishouding ging werken. Bij mevrouwen als Paulina Bisdom van Vliet uit Haastrecht.

Het feministisch-socialistische strijdkarakter is er tegenwoordig wel van af, sommige vrouwen willen de naam feminist ook absoluut niet gebruiken, maar toch…. vrouwenzaken onderling bespreken, voorziet nog altijd in een behoefte. En in een meerwaarde blijkbaar.

RODE TENT-BEWEGING

cf11ea73b2b0920c00821319bb45b38f

Naast “gewone” vrouwen-leesgroepen, die zich bundelen vanuit gelijkgestemde belangstelling voor literatuur, is er wereldwijd een Global Sisterhood Movement, met een heus ‘Awakening women sisterhood manifest‘.

Daarin gaat het over de “feminine essence” en de “feminin Divine’. Het specifiek Vrouwelijke wordt verheerlijkt. Sites als die van Lisa Schrader met haar awakeningshakti.com bekrachtigen vrouwen in hun ‘shaktipower‘ en ‘yonipower‘.
Ook in Nederland zie je, via vrouwen als Marleen Janssen en haar ‘Vallei-orgasme-groepen’, vrouwen zich nogal sterk maken voor een verdieping van hun vrouwelijke seksualiteit, waarbij geput wordt uit oude kennis uit het Verre Oosten en de Taoïstische leer. De tijd van “sletvrees” en een dubbele moraal t.a.v. seksueel actieve vrouwen en mannen moet maar ‘es voorbij zijn, vindt ook iemand als documentairemaakster/ schrijfster Sunny Bergman.
En dan is er nog wereldwijd de Rode Tent-beweging.

20161001_182401_resized (2)
Rode tule doeken en een vleugje magie in de Rode Tent Vrouwencirkel in A’dam-Zuid

Vrouwencafés en vrouwenpraatgroepen uit de jaren ’70 zijn ingeruild voor ‘Vrouwencirkels‘ in ‘Maangroepen’, die in Rode Tenten in huiskamers bijeenkomen rond Nieuwe Maan. Waarbij de mystiek – en de natuur – van vrouwen, wiens maandelijkse cyclus parallel loopt aan de cyclus van de maan, breed wordt uitgemeten. Duizenden en duizenden van deze Rode Tenten zijn er inmiddels wereldwijd.

De Rode Tentbeweging is ook tot de Stadionbuurt doorgedrongen. Amsterdam-Zuid kent een Rode Tent ‘Olympia’. Als ik me uit nieuwsgierigheid een keer aanmeld, wordt me gevraagd me in rode kleren te hullen. Gelukkig heb ik net vorige zomer een groot rood gewaad aangeschaft.
Ik zie rode tule in de huiskamer en rode kleden op de vloer en een doek met een grote maan. Er wordt rode tomatensoep geserveerd. De sfeer is geheimzinnig; de kamer schaars verlicht. Rode bessen liggen er, veertjes, tarotkaarten en een “talkingstick” als bij de Indianen. Bij binnenkomst word ik met witte salie “ge-smudged”: schoongerookt van onreine geesten van buiten. Aan het eind wrijven we in een cirkel elkaars handen warm om elkaars energie te delen en elkaar te bedanken voor de verbinding. En hebben we privézaken besproken, die sommigen van ons niet met vriendinnen of familie (durven of kunnen of willen) bespreken.

Op Netflix loopt een mini-serie ‘De Rode Tent’. Gebaseerd op het boek “The red Tent” van de Amerikaanse Anita Diamant. Het hele Rode Tent-idee stamt volgens haar uit de bijbel, waarin moeders, zusters en dochters in een rode tent bijeenkwamen tijdens hun maandelijkse cyclus, voor bevallingen en andere vrouwenzaken.

Blijkbaar is de tijd nu eerder rijp voor spiritualiteit en mystiek, dan voor politiek. In de Tweede Kamer zitten in 2017, precies 100 jaar na invoering van het Passief Vrouwenkiesrecht, immers zoveel vrouwen niet.
Misschien is de politiek nu persoonlijk geworden bij de dames van nu. Zoals wij vrouwen uit de jaren ’70 het persoonlijke eerst politiek maakten.
Toch praat ik nog steeds liever over ‘vrouwenzaken’, dan over ‘dameszaken’. Daarbij moet ik toch echt eerder denken aan chique dameswinkels als ‘Maison de Bonneterie’ in de Kalverstraat.
Hoewel ook die ter ziele is.

Bruin goud in A’dam

Bruin goud in Amsterdam rukt op. Verrast drink ik mijn koffie in de gloednieuwe horecagelegenheid ‘Het Amsterdamse Proeflokaal’ op het Stadionplein. Ze schenken er Mocca d’Or, een koffiemerk dat in de rest van Nederland vaker te proeven is in de horeca, rondom Zwolle, Breda, maar ook in Friesland en Limburg ben ik het wel tegengekomen.

20170603_132424_resized
Koffie uit ambachtelijke Zwolse koffiebranderij in het A’damse Proeflokaal op Stadionplein

In Amsterdam wordt de koffie van deze koffiebranderij uit Zwolle in zo’n 26 horecagelegenheden geschonken, bijvoorbeeld in het restaurant van het Stedelijk Museum en in restaurant Sluizer in de Utrechtsestraat.
En ook achter de schermen bij de Johan Cruyff Arena en de Ziggo Dome wordt personeel en VIP bediend met Mocca d’ Or of Earth Coffee”, vertelt mijn achterneef Jelle Algra, werkzaam bij de koffiebranderij.

Ik vind dat leuk! Ten eerste smaakt de koffie bepaald niet verkeerd. Maar ten tweede, tja…, het is nu eenmaal zo dat het oorspronkelijk “mijn opa’s koffie” was! Mijn grootvader Durk Algra zette in 1933 de koffiebranderij en theehandel “Algra Koffie” op in Zwolle. DAZ stond er op het label, Durk – Algra – Zwolle.
In 2004 nam het bedrijf een koffiebranderij uit Breda over en werd de nieuwe naam Algra Mocca d’ Or. Inmiddels heeft het bedrijf ook andere branderijen overgenomen en werkt het samen met bedrijven die espressoapparatuur en koffiemolens leveren en is de naam Algra uit de merknaam verdwenen.

Afbeelding2Maar ik ruik ze nóg, hoor, de vers gebrande bonen uit mijn jeugd, als ik vanuit Amsterdam op bezoek ging met mijn vader bij mijn opa in de koffiebranderij in Zwolle. De bleekgroene rauwe bonen uit de jutezakken gingen grote ketels in – trommels heten ze geloof ik  – om geroosterd te worden; ik herinner me nóg het luide geritsel van de harde bonen, als ze en masse donkergebrand verder rolden via een soort glijbaan en trechter heen. Ik was nog maar klein en onder de indruk van het lawaai van de ketels en ritselende bonen en de bedwelmende versgebrande koffiegeur. Ik zie nog een klein bruinig kantoortje voor me met een schuifdeur geloof ik, op die Zwolse Thorbeckegracht toen. Met mijn opa Algra erin.

 

AUTHENTIEK AMSTERDAMS GEBRAND

Ik heb geen aandelen hoor in dit koffiemerk. Maar je kunt aan de presentatie van de koffie bij ‘’Het Proeflokaal’’ op het Stadionplein zien, dat koffie tegenwoordig een hele cultus is geworden. De koffieblikken staan prominent uitgestald op de koffiebar bij de ingang van het restaurant en er staat een jute bonenzak op de vloer. Daarin zitten normaliter de rauwe bonen, die nog gebrand moeten worden. De ambachtelijkheid van Mocca d’Or wordt breed uitgemeten. Er is ook een speciale blend, een eigen koffiemélange, voor ‘’Het Proeflokaal’’ ontwikkeld: Authentiek Amsterdams Gebrand, staat er op de bonenzak. Dat is toch wel vermeldenswaard?

FB_IMG_1496505562456_1496849327407
Latte Art

Tegenwoordig heeft men het over “een koffiebeleving” in deze kringen. Tjonge. Het is een trendy hippe business geworden, die koffiebranche, met koffiefestivals en concours voor koffieschenkers uit de horeca, barista-trainingen en speciale Latte Art-trainingen: koffieschenken is een kunst op zich geworden, Latte Art, melkkunst heet het en is een expertise van Mocca d’Or.
Koffie is voor ons het meest belangrijk,” vertelt mijn achterneef, “daar smeren we de boterham van, maar om dit goed te kunnen bereiden, heb je de juiste apparatuur nodig en veel belangrijker: barista-trainingen. We hebben drie barista’’s in dienst, die al onze klanten de basisvaardigheden van het koffie bereiden leren en gevorderden extra tips en trainingen als Latte Art geven. Latte Art is de kunst van het melkschuim: de hartjes, blaadjes, olifantjes en indianen die je in je cappuccino voorbij kunt zien komen”.

THEE

image1_dutch-harvest-hemptea-packshot-hempherbs-1-500x382_bigAls kind leerde ik al vroeg koffiedrinken. Met koffiemelk. Ik vond het smerig! Toen ik op mijn 14e aan de zwarte koffie ging, was ik verkocht. Maar tegenwoordig word ik door vrienden beetje bij beetje de gespecialiseerde theekant opgetrokken. Thee en koffie zijn altijd samengegaan in het bedrijf van mijn grootvader. Mocca d’ Or, dat nu zo’n 60 koffiesoorten levert, heeft 150 theemelanges in hun assortiment, in alle kleuren, van witte tot groene, rode en zwarte thee. Ik zie wereldtop Oolong- theeën als Tin Kuan Yin op hun website, groene theemélanges met intrigerende namen als “Oosterse Liefde“, kruidentheemelanges als Jogy Classic Bio of zwarte thee met leuke namen als “Droom van Zwolle“. Ze hebben ook een theesommelier in dienst. Ook leuk: ze branden een Dutch Harvest hennepthee van Nederlandse bodem en een speciaal Zwols Goud Theebier.

Silde02Als particulier kun je dit alles alleen kopen bij koffie- en theespeciaalzaken. Zelf heeft het bedrijf een eigen speciaalzaak in Zwolle, het Konkeltje.
Het is dus een merk dat verder alleen in restaurants, hotels, grandcafé’s te vinden is. Een keuze, die mijn opa destijds al maakte als kleine koffiebrander; hij wilde niet hoeven concurreren met het spaarpuntensysteem voor cadeaus, van de grote bekende koffiemerken. En richtte zich op speciaalzaken, hotels en horeca, congrescentra, stationsrestauraties, ziekenhuizen en andere grootverbruikers. Tegenwoordig alleen horeca.
Het is altijd een branderij gebleven (met 60 medewerkers nu in Zwolle, Breda en Heiloo), waarbij de bonen ambachtelijk worden gebrand. Volgens een langzame “SlowRoast-methode”.  “Het kost iets meer tijd, maar de smaak en het aroma komen op die manier wel het best tot hun recht,” lees ik.  De bonen komen uit o.a. Brazilië, Colombia, Peru, Guatamala en Indonesië.
In de horeca top 100 voor beste koffie hebben ze 16 vermeldingen gekregen.

EARTH

In 1988 was ”Algra Koffie en Thee” één van de eerste Max Havelaar-branders in Nederland. Waarbij er geprobeerd werd faire prijzen te rekenen aan de koffieboeren. Dat paste, vind ik wel, in de lijn van de protestants- christelijke levensvisie van mijn familie. Als zakenman moest je winst maken, maar uitbuiting van boeren, dat was iets anders. Winst maken op zich was al wat: “Als christen kun je eigenlijk geen zakenman zijn,” zou mijn opa ooit verzucht hebben, zo gaat het verhaal. Of was het andersom en zei hij: “als zakenman kun je eigenlijk geen christen zijn”?

Hoe dan ook. Mocca d’Or heeft nu een eigen stichting, de Mocca d’Or Foundation, die biologische Earth Coffee levert – en Earth Tea – en doneert aan maatschappelijke projecten in de koffieproducerende landen, “projekten die de leefomstandigheden van de lokale bevolking op de koffieplantages willen verbeteren“, lees ik op de website.

Het bedrijf werkt samen met het Nederlandse mineraalwaterbedrijf Earth Water uit Drenthe en steunt waterprojecten in de hele wereld voor schoon drinkwater; in 2016 bijvoorbeeld: “De aanleg van een waterput met een pomp die wordt aangedreven door zonne-energie, waardoor schoon drinkwater beschikbaar komt voor de mensen in Nigeria en voldoende water voor het koffieproject dat daar is opgezet”.
Of een project in Ghana, dat zich richt op het vergroten van de economische kracht van meisjes en vrouwen. “De Mocca d’Or Foundation heeft een bijdrage geleverd aan de bouw van latrines bij een school in Ghana, waardoor de kinderen in een gezonde en hygiënisch situatie kunnen bouwen aan hun toekomst”.

Als ik dit zo lees, snap ik waarom ik ooit Groen Links-stemmer ben geworden. Niet helemaal in de oorspronkelijke lijn van de familie, maar toch…koffiesoort zoekt theesoort.
In het Amsterdamse Proeflokaal op het Stadionplein kunt u ermee kennismaken.

Spel van dimensies

De vrolijke 3-potige trollen op de Minervalaan van twee jaar terug zijn in de Art Zuid-beeldenroute van 2017 vervangen door drie verkreukelde rechthoeken van spiegelglad gepolijst staal. In het herdenkingsjaar van Mondriaan en de Nederlandse kunstbeweging De Stijl uit 1917 staat nu abstracte beeldhouwkunst centraal. Curator Rudi Fuchs, oud-directeur van het Stedelijk Museum, die twee jaar terug de figuratieve beeldhouwkunst tentoonstelde, had toen direct gezegd dat hij bij de volgende Art Zuid de abstractie in wilde. En dat zullen we weten!

DSC06663
‘Three of a kind’, 2017, geïmplodeerde rechthoeken, Ewert Hilgemann (1938)

Fuchs wil ons geloof ik een beetje opvoeden. Makkelijke kunst is het nl. op het eerste gezicht niet, daar op de lommerrijke lanen van Art Zuid. En met makkelijk bedoel ik: dat je in één klap wordt gegrepen of ontroerd en uitgenodigd wordt om van je fiets af te stappen. Daar zijn bij mij blijkbaar twee klappen voor nodig. Het lijkt op het eerste gezicht een beetje ‘strenge’ tentoonstelling van ijzer en beton. Vooral in de ‘hardcore’ van de beeldenroute rond het Hiltonhotel.

DSC06654
‘Antipode” (2010), een beeld dat de zwaartekracht wil tarten, Lon Pennock (1945)

Dat zijn keuze “niet voor het grote publiek is” kon Fuchs niet veel schelen, begrijp ik van Art Zuid. In de uitlopers van de beeldenroute – zo’n 60 sculpturen in totaal in de openlucht –  mocht het allemaal wat ‘toegankelijker kunst’ worden met kleurrijke mediterrane beeldhouwkunst van vrolijke Spanjaarden, zoals bij het Rijksmuseum en op de Zuidas bij het NS-station. Maar de Apollo- en Minervalaan rondom het Hilton blijven als centrale as met hun ‘strenge’ Hollandse en Duitse kunst zo toch een beetje voor de ‘elite’. Passend bij de buurt en bij Fuchs, die om de hoek woont. 

DSC06644
”Statistocrat”(2015), een ambtenaar die met zijn buro versmolten is, Joep van Lieshout (1965)

Een beetje tekst en uitleg bij de sculpturen is dan wel handig. Of zelfs nodig. Om het daardoor ineens toch weer spannend te gaan vinden!
Je moet blijkbaar gewoon twee keer kijken, in plaats van één keer! Niet iedere eerste klap is een daalder waard.

LUCHT

Uit de stalen gelaste rechthoeken op de Minervalaan blijkt bijvoorbeeld de lucht weggezogen te zijn. Ik laat me bijpraten en rondvoeren door kunsthistorica drs. Inge Raadgever van de Vrije Academie. De tekstbordjes naast de beelden bieden, vind ik, niet al te veel houvast.
Zo’n kunsthistorica stimuleert je om twee- dan wel driemaal te kijken en je af te vragen wat een kunstenaar bezielt. Z
e vergelijkt de drie ingedeukte rechthoeken uit 2017 met een keurige witte kubusstructuur uit 1973 van dezelfde kunstenaar Hilgemann, even verder op de Apollolaan.
Zijn eigen perfectionisme zat ‘m in de loop van zijn leven in de weg”, vertelt ze. Hij last tegenwoordig een perfecte vorm in elkaar, maar laat daarna de lucht eruit zuigen en laat zo heel bewust het toeval de vorm van zijn werk bepalen. Weg met het perfectionisme. “Smeden met lucht”, noemt ie dat”, vertelt zeGeïmplodeerde kubussen zijn het.
Het stalen drietal zou nog iets te maken kunnen hebben met Drie Griekse Godinnen, zo krijg ik te horen, ‘The Three of a Kind’ zoals ze heten, zouden ook Hera, Athene en Aphrodite kunnen voorstellen. Waarbij ik er dan maar vanuit ga dat de liggende rechthoek Aphrodite is. (Ik verzin het, waar u bijstaat ;-)).

DSC06646
“Public Hybrid”, 2017 David Jablonovski (1982), sculptuur met spiegelbeeld

Op de Apollolaan kijk ik – gek genoeg – vooral naar het voetstuk van een sculptuur. Dat voetstuk maakt het beeld wat er op staat interessanter dan zichzelf, wat mij betreft. Maar dat blijkt ook de bedoeling te zijn. De metershoge sculptuur van zwart carbon fiber en aluminium van David Jablonowski, die schuin omhoog de hemel in rijst, staat op een metersbreed spiegelend oppervlak.
In de spiegel duikt die sculptuur dus de diepte in, het spiegelbeeld. Metersdiep gaat het beeld omlaag de spiegel in. Je ziet dus steeds in feite twee kunstwerken, het origineel, en de reflectie: de kopie. En eigenlijk maakt die complexheid het beeld juist spannend. Want wat is nou het werkelijke beeld, en wat de reflectie, de kopie? Het loopt gewoon in elkaar over.

Volgens de kunsthistorica gaat het de kunstenaar vooral om de vraag hoe een 3-dimensionaal beeld er op het platte vlak (2-dimensionaal) uitziet. En omgekeerd. Bij een 2-dimensionaal schilderij vraagt hij zich af, hoe het er ruimtelijk zou uitzien. Maar de platte spiegel geeft het nu een dimensie, waardoor ikzelf niet meer weet of ik in de 2e, 3e of 4e dimensie ben beland. Ik verdrink in de spiegel tussen de wolken. En dat is leuk.

DSC06648

KOPIE of Werkelijkheid

De vraag wat een reflectie van de werkelijkheid is – een kopie – en hoe een 2-dimensionele afbeelding (van de werkelijkheid) er in 3-d uitziet, houdt ook de twee vrouwelijke kunstenaars van Art Zuid 2017 bezig. Beiden stellen op hun eigen manier ter discussie: wat Werkelijk is en wat Onecht.
Saskia Noor van Imhoff (1982) onderzoekt het verschil tussen een kopie en een origineel. Er ligt een stenen kei op het gras, gestempeld “terminal 8A“, wat de kei nog aardser en reëler maakt dan hij al is, doordat hij een lokatiebestemming in de natuur krijgt, wellicht gehouwen uit een terminal van een bepaalde grot. Daarachter ligt dezelfde keivorm, in aluminium gegoten. De éen is kunst, de ander origineel. Maar beiden vormen het kunstwerk.
Verandert door die aluminium kopie het origineel?”, stimuleert de kunsthistorica je, om na te denken over Echt en Onecht. “Krijgt het origineel daardoor een meerwaarde?”.

DSC06666
Aluminium kei, 2017, getiteld #+30.00, Saskia Noor van Imhoff (1982)

Het is een vraag die anno nu met alle multi-media-mogelijkheden die er zijn, actueler is dan ooit en door een kunstenaar als Rob Scholte in de jaren ’80 binnen de Nederlandse kunst al is aangekaart. Het leidt op de Universiteit van Amsterdam al jarenlang tot een hele collegeserie “Jatwerk”, als onderdeel van het bachelor Kunstgeschiedenis. Wat is de werkelijkheid en “echt”, als een getrouwe kopie zo makkelijk te maken is? Wat is dan de waarde van het origineel? En wat is plagiaat?

Vragen, vragen en ter discussie stellen. Dat is wat de kunst doet. Esther Tielemans (1976) doet dat op de Minervalaan met haar rood-geel- en blauwe kolommen (een verwijzing naar de Stijl en Mondriaan) die de illusie van een plat schilderij willen geven. Kunsthistorica Inge Raadgever:  “Ze vraagt zich af : waarom zou een 3-dimensionale opstelling van rechte lijnen geen schilderij kunnen zijn, terwijl het normaal is dat je naar een 2-dimensionaal (plat) schilderij kijkt, dat de illusie wil scheppen van een 3-dimensionale werkelijkheid” .

ABSTRACTE WERKELIJKHEID

Het tv-programma The Mind of the Universe op zondagavond met wetenschapper Robert Dijkgraaf gaat toevallig ook over diezelfde vermaledijde werkelijkheid. Die bestaat niet, zeggen ze daar a.s. zondag. Je kunt de werkelijkheid niet ervaren, hoogstens interpreteren”.

De vraag is ook: als er al een werkelijkheid zou bestaan, waarom zou je ‘m dan eigenlijk in de kunst zo perfect mogelijk willen nabootsen? Zeker nu film en digitale fotografie dat voor ons in een split-second doen. Waarom zou je de ‘werkelijkheid’ zowiezo willen uitbeelden, als er al een 3-dimensionale werkelijkheid om je heen is? Is nabootsen niet per definitie een kopie?

DSC06494
“Non Verbal”, Theo Niermeijer (1940-2005), een Taoïstisch symbool in staal

Bovendien: als je door een sculptuur heen kunt kijken, zoals bij de sculptuur van Theo Niermeier (1940-2005) op de Apollolaan, lost het beeld dan op in die werkelijkheid? Doordat de ruimte erachter onderdeel is geworden van het beeld? M.a.w.  wat is de 3-dimensionale werkelijkheid nou eigenlijk precies?

De regels van de Renaissance, hoe je de werkelijkheid in perspectief zo getrouw mogelijk kon weergeven, werden radicaal doorbroken toen men begon de werkelijkheid te abstraheren. Dat begon in 1907 met Picasso en zijn “Les demoiselles d’Avignon” en in Nederland, toen Mondriaan rond 1912 zijn boom begon te abstraheren.

Geloof me, de Abstracte Kunst van Art Zuid is 10x spannender dan je in eerste instantie misschien denkt.

 

 

De oertijd van Zuid

Half mei spoelde er weer ‘es een gigantisch zeemonster aan, dit keer bij het Indonesische eiland Seram (zie video) en niemand weet wat het is. Fascinerend vind ik zoiets. Ik moest daaraan denken toen ik vorige week voor “De Oertijd van Zuid” stond, zeven enorme wandschilderingen vol fossielen en zeemonsters van vele miljoenen jaren geleden, uit de begintijd van de wereld, in de hal van het Joke Smit College in Amsterdam-Zuid.

DSC06452 (2)
Detail uit het Krijttijdperk (154-66 miljoen jaar geleden),  wandschildering Maria Hubrecht

De wandschilderingen over de oertijd, in totaal 65 m² doek, zijn van de kunstenares Maria Hubrecht (1865-1950) uit 1925-1928 en hangen in de school, die destijds het eerste Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes was in Amsterdam (1926), aan de Reijnier Vinkeleskade.
Een school die zowel paste in het architectonische Plan Zuid van Berlage voor uitbreiding van de stad – de oertijd van Zuid – als in de filosofie van het socialistische gemeentecollege van toen, om “het volk te verheffen” en dus ook meisjes toegang tot hoger onderwijs te geven. De HBS en de universiteit waren lange tijd onbereikbaar voor vrouwen geweest.

Eerste Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes (1926, in Amsterdamse Schoolstijl) in 1984 omgedoopt tot Joke Smit College, een school voor volwassen vrouwen, tegenwoordig een school voor Volwassenen met mavo, havo en vwo-onderwijs.

In Plan Zuid werd veel aandacht besteed aan de bouw van scholen. In opdracht van de gemeente werd het meisjeslyceum in Amsterdamse School-stijl neergezet. De wandschilderingen zijn heel dun met olieverf op dun doek aangebracht, een soort gobelins lijken het, en zijn zo niet versmolten met de architectuur, niet volledig geïntegreerd in de architectuur, iets wat de architecten van de Amsterdamse Schoolstijl wel met hun “Gesamtkunstwerken” van kunst en architectuur voor ogen hadden.
Misschien was het een kwestie van geld voor de gemeente, dat weten we niet echt, maar dat kan hebben meegespeeld om een – in kunstkringen-  volkomen onbekende vrouw als Maria Hubrecht destijds de opdracht voor de wandschilderingen op doek te geven.
Sterker nog: Maria Hubrecht bood zich hiervoor – zonder er een cent voor te vragen – zelf aan bij de gemeente, vertelt schoolconrector Dicky van der Zalm tijdens het weekend Open Ateliers Zuid in mei.

MARIA HUBRECHT

Maria Hubrecht (1865-1950), kunstenares

Ze was een dame in stijl, maar ook een dame met ballen,” zegt Van der Zalm over Maria Hubrecht. Een vrouw uit gegoede kring, een amateurkunstenares, zoals dat heette, zonder kunstopleiding.
Ze verkeerde, als ongehuwde vrouw uit een rijke patriciërsfamilie, in kringen van wetenschappers en politici en had voor een vriendin in Oslo, in een klaslokaal al “Het Paradijs” geschilderd. Toen de kinderen haar daar – na de onthulling van de wandschildering – huilend van ontroering in de armen waren gevlogen, nam ze zich als missie voor om voor de jeugd “Het Ontstaan van de Wereld” te gaan schilderen.

OERTIJD

Ze dook – op haar 60e –  in de boeken over de oertijd van de wereld: geologische tijdvakken die lopen van 541 miljoen jaar geleden van het Cambrium, via o.a. het Devoon en Perm tot aan het Krijt-tijdperk van 154 tot 66 miljoen jaar geleden. Met eerst slechts leven in zee van fossielen, sponzen, zeelelies en kwallen en pas veel later vissen en planten en weer later dinosaurussen en de eerste zoogdieren.  

Biologen en paleontologen zeggen dat Maria Hubrecht – op basis van boeken – aardig heeft weergegeven hoe de oertijd eruit moet hebben gezien. Haar geschilderde wandkleden lijken een beetje op de vroegere schoolplaten van Wolters-Noordhoff, zegt conrector Van der Zalm, zelf kunsthistoricus en coordinator Kunstzaken op het Joke Smit College.

DSC06449
Hal van het Joke Smit College met 7 oertijd-schilderingen, van Maria Hubrecht

In kunstkringen in de jaren ’20 vielen de wandschilderingen van Hubrecht niet echt op. Het was de tijd, waarin binnen de kunst het Kubisme opkwam en de bijna naïeve stijl van Maria’s schilderingen, in de sfeer van iemand als Henri Rousseau (1844-1910), niet zorgde voor veel erkenning. Amateurkunstenares wordt dan ook wel gezegd over haar. De vraag is ook wel of het naschilderen van zeefossielen uit boeken echte kunst kan heten, maar die discussie hoort u mij hier niet aangaan. Want wat is Kunst? Of het mooi is, of niet mooi, daar gaat het in de Kunst ook niet over. Dat is een kwestie van smaak. Maar ik vind de wandschilderingen prachtig! En noem het dan al snel: kunst!

Na een grote crowdfundingsactie en restauratie werden de Oertijd-schilderingen de dag voor OpenAteliersZuid in mei onthuld door Hedy d’ Ancona, die zich in de jaren zeventig tijdens de zgn. Tweede Feministische Golf samen met Joke Smit (1933-1981) had ingezet voor vrouwenemancipatie en onderwijs voor vrouwen, die hun schoolopleiding ooit hadden afgebroken vanwege hun huwelijk: de moedermavo werd een begrip in die tijd. Maria Hubrecht had er waarschijnlijk zelf van genoten.

DSC06464
Uitzicht vanuit de school op de Reijnier Vinkeleskade
  • Foto-overzicht van de wandschilderingen: ®Wim Ruigrok

Stomme film gaat live

DSC06630

Naar de film op een snikhete middag in filmmuseum Eye: lekker koel en cool. Naar een zwart-witte “stomme” film uit 1928 over de Olympische Spelen in Amsterdam.

Hoe laat je zo’n stille film een beetje leven? Sporthistoricus Jurryt Van De Vooren doet dat door LIVE de “stomme” sportbeelden te begeleiden met tal van anekdotes en verhalen en door oude audio-opnames te gebruiken van interviews met de laatstlevende Nederlandse Olympische deelnemers en Olympische boks- en zwemkampioenen van 1928.

De filmopnames zijn door de Italiaanse producent Luce ooit gemaakt, maar de film die oorspronkelijk meer dan 3 uur duurt, is nooit in de Nederlandse bioscopen terechtgekomen, door onenigheid tussen de Nederlandse Bioscoopbond en het Nederlandse Olympisch Comité over het verkopen van filmrechten aan een buitenlandse filmproducent. Of ie ooit in Italië is vertoond is de vraag, veel weten we er niet van. In Nederland is ie alleen in kleine kring te zien geweest in 1929. De film is nu teruggebracht tot 90 minuten, om de traagheid van de beelden te ondervangen.

Het is zeker geen spektakelfilm qua filmtechniek à la “Olympia’ van Leni Riefenstahl tien jaar later, over de Spelen van Berlijn uit 1936, waar Riefenstahl internationaal ooit filmprijzen mee won, maar later – door haar betrokkenheid bij het Nazi-regime – in de filmwereld in de problemen kwam. Maar ook de filmtechniek uit de twintiger jaren om filmbeelden te vertragen, heeft aldus Van de Vooren, Nederlandse sporters destijds al geholpen om gedetailleerd te kunnen kijken naar de sporttechniek van de concurrentie, bijvoorbeeld naar hoogspringen over de lat.

Er zijn tal van parafernalia en souvenirs te verzamelen uit 1928: van Nederlandse koffie- en toffeeblikken die speciaal voor de Olympische Spelen uitgebracht werden en gedenktegeltjes van porselein, tot postzegels of reclameposters van de KLM, Heineken of van Coca Cola (dat voor het eerst op het vaste land in Europa kwam). Het leukste zou natuurlijk een film zijn, waarin dat gewone stadse leven uit 1928 ook te zien zou zijn, vindt ook Van de Vooren, meer beelden van Amsterdam: hoe voor het eerst parkeerborden werden ingevoerd om de verkeersdrukte rond de Olympische Spelen te kunnen opvangen, hoe in Amsterdam het Olympische Vuur voor het eerst werd aangestoken (door een ambtenaar van het Gemeentelijke Energie Bedrijf), of beelden hoe het eraan toe ging in het centrum van de stad waar kaartverkoop soms tot relletjes uitliep.

Foto’s zijn er her en der wel van, vooral vanuit het fotoarchief van de vroegere Drukkerij en Uitgeverij De Spaarnestad, een collectie vol met pers- en documentairefotografie. Foto’s van een klompensouvenirverkoper bijvoorbeeld, of van een Amsterdamse schone die een handtekening vraagt van een Canadese tennisspeler, op het terrein waar nu het Olympisch Kwartier is gebouwd, maar de Italiaanse filmmaatschappij Luce heeft zulke filmbeelden in 1928 niet geschoten.

IDFA

De film “Olympische Spelen Amsterdam 1928” blijft een verslag van alle sportfestiviteiten. Maar is daarmee wel een historisch document, een eerste officiële film in de geschiedenis van de Olympische Spelen.
De film zoals hij nu is, 90 minuten met LIVE begeleiding, is sinds vorige zomer een paar keer vertoond geweest en zal op het IDFA in november, het Internationale Documentaire Film Festival Amsterdam, 28 x vertoond worden, weer met begeleiding van Jurryt van de Vooren.

Huiskamer in zwart

11 Rue Simon-Crubellier
11 Rue Simon-Crubellier heet het toekomstige grijs betonnen kunstwerk voor het Stadionplein. De meubels en gebruiksvoorwerpen zijn van zwart gepatineerd brons. De maquette van het kunstwerk is vanaf deze week in de Openbare Bibliotheek op het Stadionplein te zien.
cariltonDe kenmerkende felle kleuren van het Memphis-boekenmeubel uit 1981 van Etore Scottsass zijn vervangen door mat zwart gepatineerd brons. Net als alle objecten in het toekomstig kunstwerk voor het Stadionplein van de Brit Matthew Darbyshire (1977): een betonnen huiskamer in grijs en zwart uitgevoerd. Omgevingskunst, heet dat, je kunt er straks doorheen lopen of erin gaan zitten.
Het interieur van het betonnen appartement moest een overzicht geven van een eeuw internationaal Design, te vinden in Nederlandse musea. Om harmonie te brengen in al die verschillende objecten, is alles in 1 kleur gegoten. Niet in glanzend bruinbrons, hoewel het materiaal brons is. Maar in mat zwart gepatineerd brons.
DSC06439.JPG
Keukenapparatuur van Philippe Starck, zoals de driepotige metalen citruspers uit 1990 – nu in zwart gepatineerd brons – staat gebroederlijk met de koffiemolen en steelstofzuiger en koelkast uit de jaren ’50 in één appartement. Zoals ook elk echt “levend” huis veelal een verzameling van stijlen is, een ratjetoe, een samenraapsel van antieke spullen van oma’s en opa’s plus eigentijds design.

Achter de zwarte flat-screen tv aan het voeteneind van het strakke zwarte bed staat een ouderwetse grammofoon uit de jaren ’10 van de twintigste eeuw.  In zwart. Bij de zwart lederen fauteuil van Le Corbusier uit 1928 van de Internationale Stijl past het goed, al dat zwart. Maar ook de fel gekleurde Deense stoel van designer Arne Jacobsen uit 1958 is zwart. En ook de uit 1 mal gegoten fleurige kunststoffen stoel van Verner Panton uit 1959.

Zo’n zestig buurtbewoners hebben, volgens de gemeente, hun favorieten kunnen kiezen uit de voorselectie aan designobjecten, die de kunstenaar voor zijn betonnen huiskamer voor ogen had. Andere buurtbewoners betwistten de keus van de kunstcommissie (ACK) van de gemeente voor dit grijs/zwarte kunstwerk en weigerden mee te denken over het interieur. Veel buurtbewoners wilden een grote fontein op het Stadionplein. Uit de grijs betonnen wc-pot, radiator, wasbak en douche in het kunstwerk gaat – als compromis – straks om de zoveel tijd een straaltje water spuiten.

Sebastiaan Capel, voorzitter van Stadsdeel Zuid en portefeuillehouder Kunst, onthulde maandagavond 15 mei de maquette van het toekomstige kunstwerk. Vanaf nu te zien in de Openbare Bibliotheek op het Stadionplein.

11 RUE SIMON- CRUBELLIER

Het kunstwerk, de betonnen huiskamer, heeft als titel de naam van een Frans adres: “11 Rue Simon-Crubellier” . Het is een fictief adres uit een lijvig boek uit 1978 van de Franse schrijver Georges Perec (1936-1982),  “La vie mode d’emploi” . Dat is een 600 pagina’s tellende bekroonde roman over de levens en interieurs van bewoners in een flatgebouw van 10 verdiepingen in een Parijse straat.
Perec geeft een soort dwarsdoorsnede van wie er allemaal woont en woonde op dat Parijs’ adres 11 Rue Simon-Crubellier. Huidige en vorige bewoners passeren de revue: ”excentrieke miljonairs, croupiers, moordenaars, necrofiele schilders, televisieproducenten, danseressen, kamermeisjes en coureurs”.
21691f4bc05d2d20b20154999349ce8f
Maar het adres is dus fictief.
De Britse kunstenaar Darbyshire, die het betonnen huiskamerappartement voor het Stadionplein heeft ontworpen is niet de eerste kunstenaar, die zich door deze Franse roman en dit fictieve Franse adres heeft laten inspireren. Op YouTube zijn twee videos te zien van Australische kunstenaars, die in Parijs op zoek gaan naar de Rue Simon-Crubellier. Het idee achter dit videoproject is:

” Searching for rue Simon-Crubellier is processed based. It is an actual search for an imaginary place – exploring actual and imagined relations to place. It poses the question: is it possible to bring something that does not exist into existence by searching for it?”
In deel 1 van de video vragen de Australische kunstenaars op straat aan voorbijgangers de weg naar La Rue Simon-Crubellier, in deel 2 drijven ze ambtenaren tot gekte met hun zoektocht naar een adres dat niet bestaat.

Voortaan kan men hen dus verwijzen naar het Stadionplein. Ik zal van ’t zomer de moeite nemen om dit boek van 99 hoofdstukken voor u te lezen. En samen te vatten.
Het boek is vertaald in het Engels: http://fractiousfiction.com/life_a_users_manual.html .
Er is ook een Nederlandse vertaling: ’Het Leven een gebruiksaanwijzing’ vertaald door Edu Borger ’. Sommige bibliotheekfilialen hebben een exemplaar in hun collectie.DSC06438De productie van het zwart bronzen interieur gaat binnenkort van start. Over ruim een half jaar wordt een feestelijke plaatsing van het kunstwerk verwacht. Dat zal de finale worden van het nieuwe Stadionplein, wanneer ook het plantsoen en speelplaats op de Van Tuyll van Serooskerkenweg gerenoveerd zijn.
Misschien kunt u intussen een toepasselijker bijnaam voor het kunstwerk verzinnen? Want “11 Rue Simon-Crubellier”” bekt niet echt lekker, denk ik maar zo. Ik had bij al dat grijs/zwart zo mijn eigen associaties.

Lentewijding a/d Amstel

o-THE-RITE-OF-SPRING-100-facebook
Le Sacre du Printemps (1913), de heiliging van de Lente, choreografie Joffrey Ballet 2013

Verrast sta ik plots in de winkelpassage aan de Nevsky Projekt, de grote winkelboulevard van St. Petersburg. Nou ja: in een zaalgrote nagebouwde winkelpassage, in de Hermitage aan de Amstel, op de tentoonstelling over de keizerlijke Romanovs en de Russische Revolutie van 1917.

Ah, daar hebben we nog geluncht, weet je nog?“, vraag ik mijn oude moeder die bij me is. Nee, ze weet het niet meer. Onze cruisevakantie naar St. Petersburg is alweer zes jaar terug.

Jawel, mam, in dat mooie Jugendstilgebouw van Singer, van de naaimachines, dat nu een boekwinkel is, daar hebben we boven koffie genomen met een broodje. Met uitzicht op de winkelboulevard“. Nu begint het haar weer wat te dagen.

Plots klinkt er harde staccato-achtige ritmisch opzwepende muziek door de tentoonstellingszaal, ik herken Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky, de Wijding van de Lente. Of liever gezegd: de Heiliging van de Lente.

3224281847_1_2_8n2ZhE8u
Fins Nationaal Ballet, Le Sacre

Wat raar, denk ik terplekke. Waarom Le Sacre? Waarom hier? Muziek over een ritueel om de lente te vieren?
Le Sacre du Printemps gaat over oude wijze voorvaderen en “De Aanbidding van de Aarde” en het “Lenteoffer”, het is een wijdingsdans. En Stravinsky (1882-1971) componeerde deze muziek in 1911. In Frankrijk.

(Kort videofragment Le Sacre in 2 choreografieversies: https://youtu.be/VOgh2EwbQm4 )

De tentoonstellingsmakers in Amsterdam hebben de opzwepende ritmische muziek gezet onder filmbeelden van een oprukkende mensenmassa. De komst van de Revolutie van 1917 hangt vanaf het begin van de Romanov-tentoonstelling dreigend in de lucht.

20170424_133118_resized
Standbeeld van Lenin, Hermitage aan de Amstel
LE SACRE DU PRINTEMPS
In het stuk is de maatschappelijke onrust hoorbaar die in die tijd in Rusland heerste, ” schrijven de tentoonstellingmakers in een uitleg. Daarom klinkt Le Sacre bij filmbeelden over “armoede, demonstraties in Rusland, bestorming van het Winterpaleis”.
Maar het vieren van een traditioneel plattelands meifeest is toch zeker iets anders dan een revolutionaire volksmassa?
640px-RiteofSpringDancers
Choreografie van Nijinski in 1913

Meifeesten, een meiboom en meitakken komen op het Nederlandse platteland, in dorpen in Limburg, nog steeds voor. Onze maand mei heet naar de Griekse godin Maia, de godin van de vruchtbaarheid. In Le Sacre du Printemps heeft Stravinsky zo’n volks meifeest – zo’n heidens ritueel – op muziek gezet.

De Russische dirigent Valery Gergjev herkent in Le Sacre een Litouws volksliedje en zegt (in een schitterende 5-delige tv documentaireserie “All the Russia, a musical journey”), dat Stravinsky zich liet inspireren door Russische folklore. Zoals tal van volksverhalen, mythen en sprookjes op muziek gezet zijn door Russische componisten, in een land dat zó groot was dat het vele vele volksculturen kende en enorm veel plattelandsbevolking, allen met eigen rituelen.
‘The Rite of Spring’ heet het muziekstuk van Stravinsky in het Engels, het Ritueel van de Lente.

5301794b9aea285945942cf5d6db62d6
Lente-offer in Le Sacre du Printemps, Joffrey Ballet, 2013

In ‘de Sacre’ gaat het om oude voor-Christelijke volksstammen die de Aarde aanbidden: er moet een maagd geofferd worden aan de goden, om de Lente te laten beginnen: een plechtig ritueel. Daar was je na een barre Russische winter wel aan toe.

Om de goden gunstig te stemmen, heiligde je de lente. Uit dankbaarheid. En nog altijd worden er, volgens Gergjev, op het Russische platteland rondedansen als in Le Sacre gedanst, die zeven weken na Pasen de cirkel van de zon nabootsen. Hoe woest en ruig en modern de muziek ook klinkt, Stravinsky putte volop uit folklore, zegt Gergjev, en zag de lente als een soort wakkerworden van de wereld, na een harde winter.

De muziek is voor ballet geschreven, om het Lenteoffer uit te beelden, en zo kun je m.i. Le Sacre dan ook het allerbeste tot je nemen. Niet in het Concertgebouw, maar in de Stopera, bedoel ik: met een balletpodium bij een orkestbak.

Of kijk hier, via de link beneden, online naar deze rituele lentewijding van een half uur, deze Sacre du Printemps. En onderga de spiritualiteit van dit aardse vereringsritueel. In een choreografie uit 1987, die zo dicht mogelijk die van 1913 heeft willen benaderen.

We zien dansers van het Joffreyballet in kledij, schoeisel en haartooi alsof ze van een Centraal-Aziatische steppe komen en zien hoe de jonge vrouw, zich ritmisch woest hoogspringend dooddanst. Zij is het offer van de stam aan de goden, zodat de lente kan beginnen. Dansers in berenvellen tillen haar in de lucht.
the_joffrey_ballet_winter_2009
Dus hoezo, revolutie?

De ritmische klanken hebben met de Oktoberrevolutie van Lenin niet van doen. Je kunt moeilijk van een revolutionaire tijdgeest spreken, als het gaat om een lenteritueel van een primitieve stam.

REVOLUTIONAIR

Wel was het muziekstuk een revolutie in zijn soort. Het was een turningpoint in de muziekgeschiedenis. De muziek was zo weinig harmonieus, Stravinsky liet verschillende muziekpartijen in verschillende toonsoorten spelen, en het klinkt ook nog ‘es alsof hij verschillende maatsoorten door elkaar gebruikt.

Plus: er werd allesbehalve pittoresque en sierlijk gedanst. Er werd woest gesprongen, zoals je dat bij een wijdingsritueel van de lente ook wel kunt voorstellen: rauw en primitief.

Een enorme rel was het in 1913 in Parijs, op 29 mei, bij die moderne dansuitvoering van Sergej Djagilev en Vaslav Nijinski en hun gezelschap “Les Ballets Russes”. Grote, grote shock bij het Franse publiek. Mensen sprongen op van hun stoel en gingen met elkaar op de vuist, “is er een dokter in de zaal?” riep iemand. De zaal liep half leeg. Stravinsky kan er zelf in een interview smakelijk over vertellen.

(Video: Stravinsky: https://youtu.be/3vwq1AyYGzo )

OKTOBERREVOLUTIE 1917
En daar zit ik dan, aan het eind van de tentoonstelling over de vermoorde Romanovs, met mijn oude moeder op een bankje voor filmbeelden van Sergei Eisenstein’s beroemde film “Oktober” uit 1928, op muziek van Sjostakovitch. Hier klinkt een musicus, die op last van de revolutionairen theatraal en verheerlijkend over de revolutie van 1917 verhaalt.
Ik had mijn moeder al gewaarschuwd, want ze is namelijk nogal “van de tsaar en de koning”, en ik wist dat die revolutiefilm eraan kwam.
Je zult het wel niet leuk vinden, maar ik wil er toch een stukje van zien”.
“Tja, tis toch historie,” zucht ze, “het hoort erbij”.
 Ik praat haar door de – in de ogen van nu – trage film heen:
“Zo meteen komt de scene van de bestorming van de Hermitage, mam”, waarschuw ik, “maar eerst het fluitsignaal van het Auroraschip, je weet wel, dat marineschip, we hebben erbij gestaan, toen we in St. Petersburg waren. En toen DAT sein van de mariniers kwam, vanaf dat moment begon de revolutie”.
Tuut, tuut, horen we.

“Daar is het sein!”, zegt mijn moeder. De “Russische lente” van oktober kon beginnen.

(Videofragment van Eisensteins film ‘Oktober’, muziek Sjostakovitch)

  • Le Sacre du Printemps, 30 minuten: https://youtu.be/jo4sf2wT0wU
  • leuke BBC speelfilm “Riot of the rite” over de tumultueuze première van Le Sacre du Printemps (The Rite of Spring). https://youtu.be/JcZ7lfdhVQw
  • Gergiev’s Russia: All the Russia, a musical Journey, deel 1:
    https://youtu.be/phc66-P0bA4
  • NTR-documentaire, 1996, deel 1 van serie ‘Het Meesterwerk’: Le Sacre du Printemps, Gergjev Rotterdams Philharmonisch  Orkest
  • Voor de muziekliefhebber, die het rurale karakter van de Sacre wil doorgronden: theatrale uitleg van het ritueel en de muziek: https://youtu.be/R3cJ_u9pTw8
  • Muziek ten tijde van de Revolutie: Testomony – From the memoirs of Sjostakovitch, 1988: https://youtu.be/S-Mj-zkUrqA
  • “De koning, de keizer en de czaar”, Catharina Clay. Als e-book verkrijgbaar. (Hoe familieverbanden tussen Europese koningshuizen de Eerste Wereldoorlog beïnvloedden en zo de Russische Revolutie).
  • Ook leuk: speelfilm Coco Chanel & Igor Stravinsky: https://youtu.be/jM-3cbH8mFM

Blog uit Amsterdam Zuid met haar Griekse godinnen Eos en Hestia rond het Olympisch Stadion, uitwaaierend over de stad met liefde voor kunst, architectuur, historie en spiritualiteit.

%d bloggers liken dit: