Voorbij Indisch zwijgen

De kleinzoon van drie Indische grootouders en de kleindochter van een Molukse grootvader slaan de handen ineen. De derde generatie nazaten van een koloniaal verleden, met gemengd bloed, zoeken elkaar op. “Het moet er niet toe doen hoeveel liter Europees bloed je in je aderen hebt, hoeveel druppels Indonesisch bloed, Indonesisch-Chinees bloed, of je Papoea bent, hoe wit je bent, of je 2 of 3 Indische (groot)ouders hebt, of een Molukse grootvader: niemand hoeft zich méer te voelen, dan een ander.”

Eerste Dekoloniale Indië Herdenking in Amsterdam, 16 augustus 2021

Dat was de strekking gisteravond op 16 augustus 2021 bij het Indië-Nederlandmonument – het voormalige koloniale Van Heutszmonument – in Amsterdam op een historische bijeenkomst, waarbij Indische, Molukse en Indonesiche sprekers van 3 generaties zich verenigd hadden op de allereerste gezamenlijke #Dekoloniale Indië Herdenking in Nederland.

Opvallend aanwezig: veel jongeren, twintigers en dertigers, die opgroeien in een stad en op scholen met een veelvoud aan culturen, een veelvoud aan kleuren. En die het voortouw nemen om de traditionele Indiëherdenking van 15 augustus te verbreden, waarbij jaarlijks het leed van Nederlanders en Indo’s in de Jappenkampen wordt herdacht. En het einde van WO2 in Nederlands-Indië.

Lara Nuberg, historica, documentairemaakster, 16 augustus 2021, Olympiaplein

Maar of je (groot)ouders in een Jappenkamp hebben gezeten tijdens WO2, “buitenkampers” waren door hun kleur of slachtoffer waren van de Bersiap-revoltes van Indonesiërs: of dat er familieleden zijn vermoord  in de Onafhankelijkheidsoorlog die erna kwam: het vond allemaal plaats in eenzelfde koloniale context van het oude Nederlands-Indië, betoogden de sprekers op 16 augustus.

VERBINDING

Van al die verschillen wil historica Lara Nuberg daarom af. Of je Indo bent of Indonesisch moet niet uitmaken.. “Laten we ophouden met die hokjesgeest. Het denken in hokjes is een product van koloniaal hierarchisch Denken. Verbind en heers, zou ik zeggen, in plaats van: Verdeel en heers,” betoogde ze.

Waarom zou je je als Indische Nederlander –  Indo, met gemengd bloed – alleen met de witte familienaam van je Nederlandse voorvader identificeren? “We zijn een product van het kolonialisme. Als je naar je roots gaat kijken, kom je uiteindelijk allemaal uit Indonesië. Kom je uit bij je Indonesische (over)grootmoeder. Verzwijg je Indonesische voorouders niet, je oma, onderzoek waar je vandaan komt”, aldus Nuberg.

Indische spekkoek

Er was spekkoek, er was gamelanmuziek, er waren 2 minuten stilte en een kranslegging, en er was een indrukwekkend gezongen Indisch “Onze Vader” met gitaarmuziek. 

Peter Lengams speelt en zingt het Indisch ” Onze Vader”
Kranslegging met defilé na 2 minuten stilte

Het beruchte Indische zwijgen is voorbij.

Het is een begin van een marathon”, noemde organisator Benjamin Caton dit, kleinzoon van drie Indische grootouders, politiek actief in Amsterdam. “Het begin van een nieuwe traditie”.

Hij benadrukte dat de geschiedenis van het Indiëmonument op het Olympiaplein, (met haar koloniale roots bij generaal Van Heutsz, maar inmiddels veranderde naam) daarvoor de perfecte locatie is. Ook spreekster Flora Breemer van Stadsdeel Zuid beklemtoonde deze verandering “We gaan steeds weer opnieuw, anders over het verleden nadenken”.

Het monument van beeldhouwer Frits van Hall, geboren op Java en zelf oorlogslachtoffer van WO2 als communist, is qua ontwerp zo gemaakt, dat de plaquette van generaal Van Heutsz makkelijk vervangen kon worden, vond Van Hall zelf al in 1935. ” Zet er het woord Merdeka op en je hebt een bevrijdingsmonument“, zou hij gezegd hebben.

Het Indië-Nederland monument evolueert mee met de derde generatie.

——–

Op 17 augustus vieren Indonesiërs hun Bevrijdingsdag, hun Onafhankelijkheid van de Nederlanders.

Op 15 augustus herdenken Nederlanders uit Nederlands Indië en Indische Nederlanders de bevrijding van de Jappen.

Op 16 augustus 2021 is er een Dekoloniale Indië Herdenking in Amsterdam geboren.

———————


TAART

In gedachten hoor ik het drukke gebabbel, gelach en geteut om me heen van mijn vele tantes in de volle huiskamer met snuisterijen en jaren 70-meubels in Amsterdam-Zuid: het geredder van mijn moeder op haar verjaardag; haar theeblad vol engelse Royal Albert rozenkopjes.

Het is 4 augustus. Ik ruik haar monchoutaart van biscuitjes en zelfgeplukte bramen(jam), haar jaar-in-jaar-uit gemaakte nattige cognactaart op een bodem van lange vingers (maar steeds vaker: een gekochte cakebodem), het was een taart vol geklutste rauwe eidooiers, waarvan ik al jaren zei: “mam, is dat nou wel zo’n goed idee met al die oudjes op visite?”. Dan haalde ze nonchalant haar wenkbrauwen op, terwijl ze haar lippen opkrulde: “onzin“, vond ze dat. De forse scheut cognac erin deed wonderen dacht ze. De chocoladevlokken er bovenop: wel zo feestelijk.
Ook haar kristallen bonbonnière stond op de salontafel. En haar chinese blauwe rijstkom met de porceleinen lepel erin, met bijpassende kleine saké-schaaltjes, die sinds de jaren 50 – gehavend, gelijmd en wel – voor de pinda’s waren bedoeld.

Mijn moeder was dol op visite. Het kon een kamer vol zijn. De ochtendvisite wisselde af met de middagvisite, de taarten moesten gesneden worden en gepresenteerd, er was een borrel om 12 uur, een lunch, er was zelfgetrokken groentensoep van schenkelvlees, er was huzarensalade. Jaar in, jaar uit kwamen dezelfde recepten weer te voorschijn en als er een lichte variatie op was, werd dat uitgebreid besproken. En becommentarieerd.

Ik mis vandaag het zweterige geplak van zóvele van die te warme 4 augustus-verjaardagen, met uur na uur visite, tantes, ooms, neven en nichten van buiten de stad, plus de aanloop van haar Amsterdamse vrienden en vriendinnen, kennissen uit de kerk. Soms lag er een oude tante amechtig van de hitte, in een tuinstoel op het balkon. Ouder en ouder werd iedereen, jaar na jaar, na jaar, tot niet iedereen meer kon komen, en het steeds stiller werd.

ORGANISATIETALENT

Ik zie nóg mijn moeders vernuftige gegoochel voor me met koelboxen en koelelementen, vriezer in, vriezer uit, om iedereen zo’n hele dag door van frisse drankjes te kunnen voorzien. Haar zelfgemaakte vruchtenbowl van druiven, banaan, meloen, appel en cocktailfruit schepten we in haar deftig kristallen bowlglazen, die uiteindelijk bij de kringloop zijn beland.
Haar grote rieten platte mand lieten we rondgaan: met al die kleine hapjes erop  die ze elk jaar weer zelf maakte, dagen van te voren in koelkastbakjes goed georganiseerd, hapjes die anno nu keurig in een koolhydraatarm dieet zouden passen en kant-en-klaar in plastic bakjes in de supermarkt te koop zijn: een rolletje kipfilet met kruidenkaas, rookvlees rond één-achtste ei gevouwen, plakjes cervelaat met groen- en rode paprikareepjes erin.

Ik mis die drukke dag zonder vaatwassser, het eindeloos afwassen van kopjes en schoteltjes en vorkjes en gebaksbordjes, waarin het afwasschuim tussen de gaatjes van het gevlochten porselein bleef hangen; het eeuwige droge theedoeken zoeken in haar linnenkast. “Een dróge theedoek voor het glaswerk, anders streept het!” riep mijn moeder dan. “En het water moet héeet zijn!”. De linnenkast die zo fris rook.

BOODSCHAPPEN

Met alle aandacht voor de proviand creëerde ze een heuse verjaardagssfeer, jaar na jaar, na jaar. Vol trots kon ze zeggen dat ze “uit 1928” was, het jaar van de Olympische Spelen in Amsterdam. Dat vond ze prachtig, als Stadionbuurtbewoonster vanaf 1950.

Na mijn vaders overlijden, 40 jaar geleden, werd die 4e augustus veertig jaar lang echt een mama-dag.
Tot ze  (- op-twee-weken-na – ) 92 was en ze vorig jaar – al boodschappendoend in de supermarkt – dood neerviel. Een shock. Ook al riep iedereen dat ze “in het harnas” was gestorven en we daar dankbaar voor moesten zijn. Haar kapotgevallen bril en boodschappenbriefje uit de supermarkt heb ik hier nog steeds bij me. Als een relikwie.

Stiekem inspecteer ik deze week of ze al voorbereidingen voor haar verjaardag aan het treffen was. Maar daar was 17 juli toch nog net te vroeg voor, geloof ik. Hoewel haar – in hanenpoterige, mij wel bekende handschrift – op het lijstje geschreven “een boerenmetworst” en “franse kaas – met vraagteken?” er wel op lijken. Misschien dat “2 kip-kerrysalade voor 2.68 euro” ook wel voor 4 augustus bedoeld waren?
Ze wilde “3 groene kiwi’s voor 1.10 euro” gaan kopen, en “een half pondje trostomaten van 79 cent” en kant-en-klare “pannenkoeken van 1,49“: ze lette op alle aanbiedingen en vergaarde zo haar eigen spaarcentjes, haar eigen marge en financiële ruimte in het leven. Heel knap gedaan, mama.

Met haar viel vorig jaar zomer een hele – in-de-jaren-vijftig-opgebouwde – mentaliteit zomaar om. Een hele epoque. Een hele verjaardagstraditie. Ze zou vandaag 93 jaar geworden zijn.
Ik geloof dat ik taart wil.

OLYMPISCHE GLANS

Shine (2021), Ronald A. Westerhuis, hoek Stadionweg/Minervalaan tijdens ArtZuid2021

Kunstenaar Ronald A. Westerhuis (1971) houdt van de zelfreflecterende hoogglans van gepolijst roestvrijstaal. Al zijn werk bestaat er uit. De kijker en de omgeving worden onderdeel van zijn spiegelende kunstwerken. Je ziet jezelf. Of de wereld om je heen. Vaak op zijn kop. Of in miniatuur.

Naked Eye, locatie: Sauna Swoll, Zwolle, 2015, Ronald A. Westerhuis

Ze hebben vaak intrigerende namen als: Soul, Eye, Naked Eye, Selfreflection, Spirit, Matrix, Stardust, of Earth. Of zoals deze zomer tijdens de Sculptuur Biennale van #ArtZuid in de lanen van Amsterdam-Zuid: “Shine” en “New Life”. Vaak zijn het cilindrische vormen, geïnspireerd op de Chinese filosofie van Ying-Yang en Feng Shui: in balans met de natuur. Westerhuis heeft wel ” wat” met China.

OLYMPISCHE SPELEN

Olympic Flame, Ronald A. Westerhuis, 2003. foto: RAWDSIGN

In 2003 bedacht hij een ontwerp voor de Olympische Vlamhouder tijdens de Olympische Spelen in China, in Beijing, voor de zomer van 2008.

Je staat er niet altijd bij stil, maar inderdaad: kunstenaars en designers en architecten spelen allemaal een rol bij de Olympische Spelen. Het is niet alleen een sportfestijn. Tijdens de Winterspelen van 2018 schreef ik hier een blog over: Olympic Art Design.

Bij elk Olympisch tournooi – om de vier jaar – wordt er weer een nieuw vormgegeven Olympische fakkel bedacht, een nieuw Olympisch Stadion ontworpen, nieuw ontworpen medailles ook, en ook een nieuwe vlamketel, caldron, waarin het vuur tijdens de openingsceremonie wordt aangestoken met de fakkel.

Ronald A. Westerhuis bedacht een 7 meter hoge designketel waarin de Olympische vlam gedurende de Spelen zou branden in 2008, maarrr: uiteindelijk kozen de Chinezen toch liever voor een Chinees ontwerp. Zoals de Japanners tijdens de huidige Olympische Spelen in 2021 Japanse ontwerpen hebben gekozen voor hun prachtige rozegoudkleurige fakkel – in de vorm van de Japanse kersenbloesem – en de bolvormige witte caldron, die zich tijdens de openingsceremonie opende als een bloemknop.

China koos in 2008 voor deze vlamketel i.p.v. Westerhuis’ ontwerp
Tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Beijing, 2008, zag dat er zo uit.
Tijdens de huidige Tokyospelen is dit in 2021 de Japanse caldron

Video caldron Tokyo 2021: https://youtu.be/SaZazCIF2uk

Westerhuis’ naam was echter wel in 2004 meteen gevestigd, zeker in China. In Shanghai heeft hij inmiddels een atelier, naast zijn vaste werkplek in Zwolle.

ANDER WERK

Nationaal Monument MH17 – Vijfhuizen, Ronald A. Westerhuis, 2017

Westerhuis kunt u ook kennen van het Nationaal MH-17 monument in Park Vijfhuizen. Voor een gekromde stalen wand van 16 x 4 meter ligt een sculptuur in een ellipsvorm waarin alle 298 namen zijn gegraveerd van de slachtoffers uit het – uit de lucht geschoten – vliegtuig van Malaysia Airlines.

Of u kent hem uit de vaste collectie van de beeldentuin bij Kasteel Nijenhuis, in Heino, Overijssel. De directeur daarvan is Ralph Keuning, en hij is degene die de huidige beeldencollectie op ArtZuid2021 heeft samengesteld.

Keuning is ook directeur van Museum De Fundatie in Zwolle. Aan hem en zijn keus, zijn smaak, danken we dus Westerhuis deze zomer in Amsterdam.

Op ArtZuid staat Westerhuis met een spiegelende bol “Shine” (2021) op de kruising Stadionweg/Minervalaan en met “New Life” (2014) bij de Zuidas, zes meter hoog, geïnspireerd op een bamboescheut. Maar een puntige korenaar kan ik er ook wel in zien.

De ene zijde van de bamboescheut reflecteert de omgeving in glimmende hoogglans; de voorzijde is mat, met een slijptol gegraveerd met een plantmotief.

Normaal gesproken staat dit beeld in Shanghai, China, in beeldentuin Jing An.

Ook zijn cylindrische “Naked Eye” uit 2014, hierbovenaan afgebeeld, vind ik om persoonlijke redenen indrukwekkend, oogbollen fascineren me tegenwoordig: het staat niet op Art Zuid, (maar bij een Zwolse sauna!) evenmin als zijn “Olympic Flame” en zijn “Earth” op Art Zuid te zien zijn, maar ik plaats deze werken erbij om de context van de twee beelden in de lanen van Zuid te verbreden, te duiden. Soms is het mooi om een oeuvre van een kunstenaar in totaliteit te zien.

“EARTH”, 2019, Ronald A. Westerhuis
detail van Earth, 2019
SOUL, 2018, Ronald A.Westerhuis

Je verdrinkt net zo goed in zijn Eye, zijn Earth, als in zijn Soul. Als in zijn spiegelende Shine op de Minervalaan.

SOUL

Kijk er maar ‘es in, van dichtbij, in plaats van in het voorbijlopen te snel te denken: “oh, hum, een glimmende bol”. Het is toch spannender dan dat, met holtes en vervormingen, verkleiningen: Jijzelf en een wereld op zijn kop.

6 maart 2014, beeldentuin Heino, Kasteel Nijenhuis: Weerspiegeling van zowel mijn zus, op haar kop, als mijn moeder, in miniatuur rechts, in RAWSOME! (2011) van Ronald A. Westerhuis

OP NAAR HET LICHT

Je zult maar een fascinatie voor dans en beweging hebben, maar architect zijn en beeldhouwer; voor #IvanCremer (1984) geldt dat. In ruw hout, roest, staal en brons ziet hij vloeiende vormen, giet hij beweging, kneedt hij het leven er in, dat er van oorsprong in zit. Als een Hebreeuwse “Golem” van klei, uit de joodse legende: tot levend mens gewekt door een rabbijn.

ORIGINS, heet zijn 7 meter hoge sculptuur in de Thomaskerk, aan de Prinses Irenestraat, langs de Zuidas.

In de serene grijs- betonnen protestantse kerkruimte van zijn grootvader, de architect Karel Sijmons (1908-1989), zet Ivan Cremer deze zomer – in het kader van #ArtZuid – zijn beeldengroep neer pál onder het driehoekig dakraam. De “Trinity” – de heilige Drie-eenheid beschijnt de Origins. Op naar het Licht rijzen en buigen de beelden achterover, reikend naar omhoog.

Bidhoekje in de kerk

In de kerk uit 1964 – geïnspireerd op de betonnen architectuur van de beroemde Franse architect Le Corbusier – heeft lichtinval een zelfstandige rol. Vond ik de kerk als kind vooral kil in al haar grijsheid, nu ervaar ik juist de sacraliteit ervan. Zoals ik dat ook zeker ooit ervaarde in het Franse dorp Ronchamp, toen ik twintig jaar terug met mijn moeder de kapel “Notre Dame du Haut” van Le Corbusier uit 1955 bezocht.

Als dragend onderdeel van de architectuur geeft het Licht vorm aan spiritualiteit, zoals het dat ook deed in de gekleurde gebrandschilderde ramen van middeleeuwse kathedralen. Bij Le Corbu kan dat ook bewust een spleet in een betonnen muur zijn.

ORIGINS

Weer is het bij Cremer een groep sculpturen, die samen één kolossale sculptuur vormen. Geen eenlingen, maar een ensemble. Twee jaar terug tijdens Art Zuid 2019 deed hij dat ook al met zijn mega-grote sculptuur op de Apollolaan: “The birth of Apollo“, met middenin de muziekgod en daarom heen 9 schonkig dansende houten nymphen. Ik schreef er toen een blog over: “Muziek in wrakhout“, waarin ik het ballet van Stravinsky belichtte, dat Cremer als voorbeeld nam. Zie: Muziek in wrakhout

NON-BEWUSTZIJN

Dancers from Oblivion

Buiten, vóór de Thomaskerk, zet hij nu een ensemble bronzen “Dancers of Oblivion” neer, waarbij “oblivion” verwijst naar de staat van non-bewustzijn die intreedt na de dood, als je de mythologische rivier “de Lethe” oversteekt in het hiernamaals.

Als je van de rivier de Lethe drinkt, zoals Dante deed in zijn paradijshemel, vergeet je alles uit je voorbije leven. Een staat van gelukzaligheid.

Architect Karel Sijmons, Thomaskerk

Ik zie zelfs een golfslag, een rivier in het houten plafond, boven de preekstoel in de Thomaskerk van Sijmons.

Maquette van de Thomaskerk

Zo speelt de jonge Cremer m.i. op geheel eigen wijze met de grote thema’s van het bestaan.

Kleinzoon Cremer eert zijn grootvader Sijmons in de Thomaskerk met “Origins”. Vader Jan Cremer (1940), de schrijver/kunstenaar, is hun verbindende schakel, en is aanwezig met een gedicht dat hij schreef bij de dood van zijn schoonvader Sijmons: “door gouden gloed/verlicht gelaat/ Een zonnenstraal/ Het is de laatste”.

BARTJE KOMT SPELEN

We gaan de zomer tegemoet en kunnen eindelijk weer kunst opsnuiven. We hebben een Minister van Volksgezondheid die laatst zei dat we in coronatijd best wel “een dagje” zonder cultuur konden en maar een dvd moesten opzetten. Maandenlang hield hij de musea en bibliotheken dicht. Ik troostte me met online-rondleidingen, online-lezingen en kunst van buurtkunstenaars in de raametalage van de AH op de Stadionweg, in de Kijkkunstgalerie. Kunst is geestelijke voeding, zeg ik in weerwil van de minister. Na al die corona-ellende heb ik gewoon kunsthonger.

Eén van de eerste beelden van ArtZuid21 is deze week geplaatst op de Van Tuylweg

Over anderhalve maand kunnen we langs de groene lanen van Amsterdam-Zuid weer genieten van beelden van Art Zuid, de tweejaarlijkse Amsterdam Sculptuur Biënnale in de openlucht. Eén van die beelden kwam gisteren al vroegtijdig in de Stadionbuurt aan: het is Bartje, de eigenzinnige – beetje ondeugende – Drentse boerenarbeidersjongen op klompen, die zelfs in de crisisjaren ’30 nog geen zin had om te bidden voor bruine bonen.
In 1972 was er een tv-serie naar het jeugdboek ‘Bartje’ van Anne de Vries, een onderwijzer van beroep. Bartje is dus een romanfiguur, een imaginaire stripheld. Het boek werd in vele talen vertaald.

Drentse Bartje, tijdelijk in Amsterdam @Olympisch Stadion

Een still uit de t.v.-serie van het bruine bonen- etende gezin doet me aan de Aardappeleters van Van Gogh denken. De kleuren, de armoede. De Drentse boerentaal: “Ik bid nie veur brunne boon’n”. Onderaan dit blog plaats ik een link naar de tv-serie.

Stilstaand filmshot uit tv-serie Bartje

Art Zuid haalt met curator Ralph Keuning, die in het dagelijks leven directeur van museum De Fundatie in Zwolle is en van Kasteel Het Nijenhuis bij Wijhe, de provincie naar de hoofdstad.
Ook de stenen figuren van de Overijsselse beeldhouwer uit Steenwijk, Hildo Krop, blijven inspiratiebron voor de Amsterdamse Sculptuur Biënnale, waar dit jaar vijftig (inter)nationale kunstenaars aan meewerken. Krop was de belangrijkste stadsbeeldhouwer van Amsterdam toen de stad zich vanaf 1917 zuidwaarts uitbreidde (Plan Zuid). Krops brugbeelden zijn alom bekend. Vaak waren het kinderen, dieren, mythologische droomfiguren.
Laat de kunstenaars maar dromen, stelt Art Zuid. Het thema wordt tijdens deze 7e editie: Imagine.
Ook Bartje was als romanfiguur een dromerige jongen.

Bartje is een uit de kluiten gewassen Bart hier in Amsterdam, maar liefst 6,5 meter hoog, gemaakt van wit piepschuim, met een coating erover in groenig-uitgeslagen betonkleur, waardoor hij bijna opgaat in het lentegroene gras van de Van Tuyl van Serooskerkenweg. Tussen huizen uit de crisisjaren 30.

Met zijn handen in zijn zakken kijkt hij richting het Olympisch Stadion, maar ook richting het zwartbronzen kunstwerk dat er sinds 2018 staat – een leeg appartement zonder mensen erin, vol meubels en keukenapparatuur – appartement “11 Rue Simon-Crubellier” van de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire, een kunstwerk dat in praktijk meer een speelplaats voor kinderen is geworden.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is 1070957.jpg
zwartbronzen appartement “11 rue Simon-Crubellier” schuin voor Bartje

Zowel grote Bart als het zwarte appartement heten postmoderne kunst te zijn. Geen elitaire High Art voor het museum, eerder toegankelijke street-art, for the fun. Het is precies het thema waar Art Zuid dit jaar mee speelt: is iets kunst of commercieel amusement, of kan het ook allebei tegelijk zijn?
Speelgoed, fantasie, toeristische trekpleister, marketingtool, én multi- vermenigvuldigbaar, niks geen unieke originaliteit meer, Bartjes vind je in diverse maten, op diverse plekken in het land, in diverse materialen uitgevoerd.

KUNST ALS AMUSEMENT

In Beilen, Drenthe, fleurt normaal gesproken de grote piepschuimen Bart een amusementscentrum op, waarin een bowlingbaan, casino en diverse eettenten uit de fastfoodwereld huizen. De gemeente Assen had er, aldus de Drentse pers, geen kunstbudget voor over. Maar Beilen wel.

Kolossale Bartje werd in 2019 door een kunststoffenfabriek als marketingtool gezien om Drenthe op de kaart te zetten. Het moest maar ‘es afgelopen zijn met de bescheidenheid van het Noorden t.o.v. het Westen. Hup, promoten die handel, hoe groter hoe beter.
Opvallend is, dat op de sokkel groots de naam van de firma vermeld wordt die het piepschuim leverde, en (nog) niet de ontwerper, de Slowaakse kunstenaar Jozef Bohdan. Het is nog een maandje wachten op een bordje van Art Zuid.
Het ontwerp is overigens geïnspireerd op het kleine originele kalkstenen beeldje van Bartje uit 1954 van beeldhouwster Suze Boschma-Berkhout, (1922-1997) dat in Assen staat.

Het kleine origineel uit 1954 is van kalksteen en ligt in het Drents archief. Een bronzen exemplaar van dezelfde beeldhouwster uit 1982 staat bij het Drents Museum in Assen.

ORIGINEEL VERSUS KOPIE

Zoals piepschuimen Bart een opgeblazen kopie is van het origineel, zo staat het zwarte meubelkunstwerk vol met kopieën van originele designspullen: de bank van Jan de Bouvrie, de boekenkast van Memphis, de chaise longue van Le Corbusier. Op de salontafel een groteske penisvaas, een kopie van een ontwerp van Jaan Mobach. Op het bureau: een kopie van een sculptuur van Hans Arp.
Gekopieerde kunstwerken in een kunstwerk dus.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is 1070975.jpg

Een fantàstische keus van Art Zuid is het om Bartje ernaast te zetten: het versterkt de intentie van het zwartbronzen appartement van Darbyshire.
Een andere parallel is dat Bartje uit een roman is gestapt, en ook Darbyshire zich heeft laten inspireren door een roman, waaraan hij de naam 11 Rue Simon-Crubellier heeft ontleend. Een imaginair persoon, een imaginair adres.

Darbyshire zal er verguld mee zijn, met de tijdelijke logeerpartij van Bartje. Ook hij  werkt  graag met eigentijdse materialen, hij heeft een metershoog Hercules-beeld op zijn naam staan van polystyreen, de kunststof voor wegwerpbekertjes. Het zwart gepatineerde brons voor de meubels was, wat hem betreft, dan ook echt een concessie naar Stadsdeel Zuid, in wiens opdracht hij het meubelkunstwerk maakte in 2018.

BRUINE BONENPARTY

Laat Stadsdeel Zuid er maar een bruine bonenparty organiseren deze zomer, op het gras naast de tafels en het aanrecht in het zwarte appartement. Bijvoorbeeld op de eerste zaterdag van september, de dag waarop elk jaar in Assen Bartjes 12e verjaardag wordt gevierd.
Met bruine bonen kun je heerlijke salades met kaas maken, Bartje. Daar wil iedereen vast wel voor bidden. Al is het maar in onze fantasie.

  • Art Zuid begint op 1 juli en loopt tot 17 oktober 2021
  • De link naar de eerste aflevering van de tv-serie uit 1972, met daarin de beroemde scene (vanaf 26.40 minuten) waarin Bartje niet wil bidden voor bruine bonen: https://youtu.be/Q6QtH8RuvcM

UIT DE LUCHT GEGREPEN

Deze hele maand mei verkoopt bakker Blankendaal in de Jasonstraat, in de Amsterdamse Stadionbuurt, Zweeds wittebrood. Een klein half brood, precies zoals het in 1945 werd uitgereikt. Hij bakt het zelf. Ook heeft hij in zijn winkel een kleine expositie aan de Tweede Wereldoorlog en de bevrijding gewijd, in twee glazen vitrines middenin de winkel en in zijn etalage. Oude legerhelmen, een Duits boekje met soldatenliederen, voedselbussen uit 1945, oude telefoons, zakken met Zweeds broodmeel.

Bakker Blankendaal wijst naar de twee kleine broden op de ondersre plank

Boven de broodvitrine hangt een grote zwart-wit foto uit de oorlog van een Amsterdamse bakkerij die in februari/maart 1945 Zweeds witte brood bakte.

MYTHE VAN HET ZWEEDSE BROOD

Het is een mythe dat er Zweedse wittebroden begin mei uit de lucht kwamen vallen,” vertelt bakker Blankendaal me. Er zijn helemaal geen broden gedropt. Dat verhaal is uit de lucht gegrepen.

Het meel was – met toestemming van de Duitsers – als buitenlandse voedselhulp in Delfzijl met boten aangekomen uit Zweden op 28 januari 1945 – onder de vlag van het Rode Kruis. Twee vrachtschepen, later nog één. Met aan boord elk 2250 ton meel. Behalve meel was er ook nog aan boord: gort, erwten, margarine, melkpoeder, gedroogde groente en 10 ton levertraan.

Het Rode Kruis was vervolgens verantwoordelijk voor het transport naar de grote steden in West-Nederland, dat nog niet bevrijd was zoals het Zuiden van het land. De bewoners in het Westen kampten met honger en kou, gebrek aan voedsel en gebrek aan brandstof. Het ging in Amsterdam over tulpenbollen en suikerbieten, en houten bielzen uit de tramrails jatten.

Het Rode Kruis verspreidde de zakken meel met kleine binnenvaartschepen over diverse centrale bakkerijen in West-Nederland. Maar pas 27 februari, begin maart 1945 kon er voor het eerst gebakken worden. Ten eerste duurde het, om diverse redenen, twee weken voordat de schepen in Delfzijl gelost konden worden, maar ook lag er overal ijs op kanalen en rivieren, waardoor de binnenvaart belemmerd werd.

Voor elk persoon was er één half wittebrood en een pakje margarine.

etalage van de bakker in de Jasonstraat met zak meel en oude telefoons
Een van de Zweedse schepen, die meel transporteerde naar Delfzijl

VOEDSELDROPPINGS

De herinneringen aan de voedseldroppings van geallieerde vliegtuigen begin mei 1945 en de euforische herinneringen aan het Zweedse wittebrood van maart 1945 lopen blijkbaar bij veel mensen door elkaar. Er waren na de oorlog mensen, die zeiden de broden zelfs aan parachutes naar beneden te hebben zien komen.

Ook ik heb het verkeerd onthouden door die verhalen. Ik zou hebben gezworen dat er hele broden naar beneden waren gegooid. Hoe ik me dat middenin een stad moest voorstellen, daar had ik niet zo bij stilgestaan. Maar de bakker helpt me uit de droom.

In de voedselpakketten, die – met toestemming van de Nazi’s – tussen 29 april en 8 mei gedropt werden uit laagvliegende Britse en Amerikaanse bommenwerpers, zaten geen broden. Al noemden, verwarrend genoeg, de Britten hun droppings wél Operation “Manna“, naar een Bijbelse passage uit Exodus, waarin manna een soort witachtig zaad was, dat als voedsel uit de hemel kwam, toen de Israëlieten met Mozes veertig jaar door de Sinaïwoestijn trokken. De Amerikanen noemden hun voedseldroppings Operation Chowhound.

Inhoud van het door de geallieerden boven Schiphol afgeworpen voedselpakket in 1945. Bron: Gemeentearchief Amstelveen

In de podcast ” Van vrees naar hoop” over de voedseldroppings van mei ’45 hoor ik dit jaar ook een 94-jarige mevrouw vertellen: “De vliegtuigen vlogen zo laag dat je de bemanning kon zien zitten. Ze dropten vooral eten in blik. Groenten, worst. En koeken. Lekkere dingen. Nee, geen Zweeds wittebrood. Dat bakten de bakkers met meel dat Zweedse Rode Kruisschepen naar Nederland hadden gebracht. De gedropte spullen werden verdeeld onder mensen die er voedselbonnen voor inleverden.”

Op een foto uit het Amsterdamse Stadsarchief zie ik op de daken bij de Agneskerk en de Amstelveenseweg in de Stadionbuurt, blije drukzwaaiende mensen staan. Ze zwaaien naar de laagvliegende vliegtuigen richting Schiphol, mei 1945. Er zouden, aldus verhalen online, geen voedseldroppings op het Zandland achter de Stadionkade zijn geweest (ter hoogte van de huidige Rietveldacademie) maar wel bij de rietvelden achter rivier de Schinkel, op de grens met de Haarlemmermeerpolder, op weg naar Schiphol.

Weiland rond Schiphol vol met voedselpakketten

12 MEI

De gedropte voedselpakketten bevatten onder andere gecondenseerde melkpoeder, eipoeder, ingeblikt vlees, chocolade, thee, koffie en biscuits, havermouth en ook meel. Maar het duurde weken voordat al dat eten verdeeld en gedistribueerd werd onder de hongerige Amsterdammers.

Tot 12 mei 1945 duurde het, volgens het Verzetsmuseum, voordat de eerste Amsterdammers iets uit die voedselpakketten ontvingen. De meesten kregen het pas 17 mei: 100 gram boter, een blikje worst of kaas, een tablet chocolade en thee. 

Bron: Stadarchief, Mei 1945, laagvliegende vliegtuigen met voedselpakketten op weg naar Schiphol. Gefotografeerd vanaf een dak bij de Amstelveenseweg in de Stadionbuurt. Vermoedelijk onderaan: de contouren van het Olympisch Stadion.
bron: Stadsarchief. mei 1945, vliegtuigen bij Stadionplein

NIEUWSGIERIGE BAKKER

Frappant genoeg was dezelfde locatie in de Jasonstraat, waar nu tijdelijk Zweeds witte brood te koop is, ook in de oorlog een bakkerij, weet ik. Met – naar verluid – “een foute bakker” erin, zoals dat toen heette, zoals er ook een ‘foute slager” op de Olympiaweg zat. En… zoals er hééel erg veel andere NSB-leden in de Stadionbuurt woonden. Een paar jaar terug deed een interactieve kaart van het Stadsarchief met de hoeveelheid NSB-leden per straat me wat dat betreft echt verbijsteren.

Bakker Broersma uit de oorlog is echter geen verre voorzaat van de huidige bakker Blankendaal (ik check het voor de zekerheid maar even, als ik in de winkel over dat brood en de oorlog aan de praat raak). De huidige bakker heeft de bakkerij gewoon in 1995 gekocht, vertelt hij. En Broersma emigreerde twee jaar na de oorlog.

Over bakker Broersma hoorde ik een verhaal van een oude buurtbewoner van de Van Tuyl van Serooskerkenweg, een kennis van mijn ouders, die ik oom noemde, en met wie ik met enige regelmaat over de oorlog sprak.

Mijn oom was in mei 1940 in de Stadionbuurt komen wonen met zijn ouders, in juli 1940 werd hij 20 jaar, een gedemobiliseerde ex-soldaat, die een baantje als jonge bankemployee in het centrum vond. Wat er overdag in de Stadionbuurt gebeurde, maakte hij niet zo mee.

Toen zijn moeder op een dag bij Broersma op de hoek Jasonstraat/Amazonenstraat brood ging kopen en de bakker net iets te nieuwsgierig informeerde “u heeft toch ook een zoon….hoe oud is die eigenlijk?”, vond het gezin op de Van Tuylweg het hoog tijd worden dat de zoon ging onderduiken. De Arbeitseinsatz bij de Duitsers dreigde voor deze jongen van 20.

In Friesland dook hij onder en bracht de rest van de oorlog op een boerderij door en vond daar in de stal bij de koeien en de melk zijn (latere) bruid. Hij overleed dit voorjaar 2021, bijna 101 jaar oud.

Video met voedseldroppings nabij Schiphol, met beelden van de huidige oeverlanden: https://youtu.be/AbjKerdXa0o

De hele maand mei nog bakt de bakker in de Jasonstraat met Zweeds tarwemeel van Koopmans het witbrood. Vijftig eurocent per brood draagt hij af aan de Stichting Oorlogsgraven.

https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/voedselhulp-in-de-hongerwinter-begon-in-delfzijl

https://www.verzetsmuseum.org/nl/kennisbank/1945-voedsel-uit-de-lucht

https://www.anderetijden.nl/aflevering/391/Geschenk-uit-de-hemel-de-mythe-van-het-Zweeds-wittebrood

Ik vergeet de tijd: A Dieu

De klimop regeert. Grafkunst in Zuid. Meerdere werktitels voor dit blog vlogen aan mij voorbij, toen ik met mijn fototoestel de afgelopen maanden rondzwierf over drie begraafplaatsen in Amsterdam Zuid, langs de rivier de Schinkel, langs de Amstel en achter de Stadionkade. Ooit lagen ze aan de rand van de stad, nu zijn het parels van rust, ingekapseld tussen hoogbouw. Ik proef de verschillen tussen de drie, hun verschil in geschiedenis, in toon. Maar één ding is op alle drie hetzelfde: ik vergeet er de tijd. Het is een andere wereld. En het is er goed toeven.

Samen in het licht, op de R.K. Begraafplaats Buitenveldert, achter de Stadionkade
Begraafplaats Huis te Vraag, langs de Schinkel: de klimop is de kunst die hier regeert
Grafsculptuur op begraafplaats Zorgvlied, aan de Amstel

Het kleine begraafplaatsje “Huis te Vraag” (1891) aan de Schinkelrivier achter het Olympisch Stadion, uit het  videofragment waarmee dit blog opende (klik als emailvolger: online), is recent een petitie gestart om de rust van die andere wereld – middenin de grote stad – te kunnen bewaren. Het dreigt te worden opgeslorpt in gemeentelijke bestemmingsplannen, met fietspaden naar een nieuw woongebied achter het Olympisch Kwartier, een nog te bouwen Schinkelkwartier. Begraafplaats Huis Te Vraag wil echter geen stadspark worden. Maar een stiltetuin blijven.

Vanaf begraafplaats Huis te Vraag: de nieuwbouw van het Olympisch Kwartier aan de overkant van de Schinkelrivier, met rechts het Olympisch Stadion in de verte

Over de protestantse dodenakker uit 1891 met haar markante naam, waar geen nieuwe doden meer worden opgenomen, is een hele geschiedenis te vertellen, die notabene teruggaat tot Maximiliaan van Oostenrijk in 1489. En Rembrandt in 1652.

Ook kan ik prachtige grafkunst laten zien van de andere twee kerkhoven in Zuid, al staat er dan geen kerk meer: de rooms-katholieke begraafplaats “Buitenveldert” (1835), achter de Stadionkade. En natuurlijk “Zorgvlied” (1870) aan de Amstel, de bekendste van Zuid.

Grafkunst noem ik de sculpturen, die sommige nabestaanden plaatsen op de graven van hun geliefden. Ik bedoel er niet persé de grafsteen mee. Het zijn beelden vol symboliek. En het is lang niet altijd verdriet, dat wordt uitgebeeld, vaker is het de transitie naar de dood. Vreugde, hoop, bevrijding, overgave. Harmonie.

Mensen lopen hun pad af, zie ik. Of gaan door een tunnel naar het Licht.

Onderaan dit blog zal ik een videomontage van grafkunst tonen, op muziek van Tsjaikowski. Waarbij Cherubijnen, als gevleugelde engelen, de zielen begeleiden naar omhoog.

Op de nieuwere gedeelten van begraafplaats “Zorgvlied” en “Buitenveldert” zijn de traditionele gevleugelde engelen die de zielen vervoeren, vogels geworden, die de transitie volbrengen, of zijn de engelen gewoon vervangen door dikbuikige putti van de Intratuin of Blokker, zie ik : sommigen liggen gevleugeld en wel, wulps op hun zij, op hun rug, soms vrolijk op hun buik, met het gezicht in hun handen gesteund. Een fascinerende seculiere overgang. De ziel moet toch ergens naartoe blijkbaar. Als je tenminste in een ziel gelooft.

Dat er muziek aan gene zijde zal klinken, dat leerde ik al bij Dante, in zijn visionaire reis door het hiernamaals, de Goddelijke Komedie. Hij baseerde zich daarbij op de Bijbel en de Griekse mythen. Wist Orpheus al niet met zijn lier en zijn zang de dode zielen in het dodenrijk te bekoren?

IJle muziek zal het zijn, zoals het “Im Paradisum” van Fauré of Tsjaikowsky’sHymne voor de Cherubijnen”. Engelenkoren. Harpen. Ik kom op een katholieke grafsteen een engel met luit tegen, maar op een moderne grafsteen wordt een pianoklavier afgebeeld. Of staan er kleine kleurrijke jazzmuzikantjes met trombones te swingen. Poppetjes, ook rechtsreeks van de Blokker.

HET VERSCHIL

Petrus aan de Hemelpoort: knock, knock…grafsteen op R.K. Begraafplaats Buitenveldert 

Monumentale grafstenen met Petrus aan de Hemelpoort of Jezus aan het kruis, zult u op de stilteplek aan de Schinkel niet vinden. Evenmin: het werelds uiterlijk vertoon, dat zich op Zorgvlied manifesteert.

Praalgraven op Zorgvlied, rijksmonumenten inmiddels, ook van slavenhandelaren als Van Banda, genoemd naar een Moluks eiland. En een Griekse tempel, voor theaterdirecteur Oscar Carré.

Op Zorgvlied staan vlakbij de ingang imposante praalgraven van de ”multinationals uit de 19e eeuw”, die met hun geld uit suikerplantages en Indische nootmuskaat- en foelieplantages hun huizen aan de grachtengordel hadden aangeschaft. Zorgvlied aan de Amstel raakte, na 1870, al snel in trek bij de elite, omdat vooral de gegoede burgerij haar buitenverblijven langs de Amstel had.

De begraafplaats is als een echt stadspark aangelegd, door dezelfde tuinarchitect die het Vondelpark ontwierp, J.D. Zocher. Er ligt notabene 60 km wandelpad op Zorgvlied, vertelt een gids mij tijdens de laatste Open Monumentendag.

Het wordt ook wel het Parijse Père Lachaise van Amsterdam genoemd vanwege de beroemdheden uit de amusementswereld die er liggen. Terwijl er 19.000 graven zijn, waarbij in elk graf drie doden kunnen, liggen er op Zorgvlied in feite maar 350 BN’ers, vertelt de gids. Maar landelijk staat het er juist om bekend.

KLIMOP

Zorgvlied is zo ongeveer alles, wat begraafplaats Huis Te Vraag niet is en niet wil zijn. Geen netjes gecoiffeerd stadspark met wandelpaden, of erger nog: met fietspaden naar een nieuwe woonwijk. Maar een vrije landschapstuin.

Op Huis te Vraag regeert de klimop, die niet vergaat

Het bijzondere van het – met klimop, fluitekruid, paardenbloem, mos en grassen begroeide – begraafplaatsje langs de Schinkel is – behalve haar geschiedenis – juist de afwezigheid van monumentale grafkunst. Het is de meest mystieke begraafplaats van de drie die Zuid heeft. En dat wil ik best graag zo houden.

Hier is de klimop, de natuur eigenlijk tot grafkunst verheven.

In de onovertroffen, poëtische Ikon-documentaire “De klimop rouwt nog steeds” van Barbara den Uyl, uit 2007 (waaruit bovenstaand videofragment) vertelt de man, die zo’n 30 jaar van zijn leven wijdde aan het scheppen van en bewaken van “de stemming” op Huis te Vraag, kunstenaar-tuinman Leon Jozef van der Heijden (1938-2020), hoe hij zo min mogelijk wilde ingrijpen in de natuur:

De sfeer op de begraafplaats is iets anders dan de stemming. De stemming is van een hogere orde. Het is datgene, dat alles laat zijn hier zoals het is”.

Je hoeft niet alles te stylen en polijsten, vond Van der Heijden, die vorig jaar 3 april overleed. Van zijn kunstenaarshand is ook de ruwhouten grote Kruiwagen in het Amsterdamse Bos, die herinnert hoe werklozen met de schop en kruiwagen het “Bosplan” hebben aangelegd in de jaren ’30, als werklozenproject.

Huis Te Vraag is geen wildernis, zoals sommigen denken, maar gecultiveerde klimopgroei. Bladeren worden aangeharkt, de klimop geleid, gesnoeid, niet weggetrokken. “De natuur mag zijn werk doen, maar binnen de perken,” aldus één van de huidige tuinvrouwen Katja Kandelaars, in dienst van stadsdeel Zuid. De landschapsvisie van Leon Van der Heijden is hun leidraad voor het tuinonderhoud.

Klimop is een plant, die zomer en winter groen blijft en daardoor al vanaf de Griekse Oudheid het zinnebeeld is voor onsterfelijkheid. Klimop hecht zich als plant heel makkelijk ergens aan vast, de klimop houdt de herinnering vast, zegt men wel.

Volgens de Griekse mythologie zou de klimopplant zelfs Goddelijke vermogens aan de mens verschaffen. In heel wat kronen van Griekse goden en muzen of bij altaren werd daarom klimop verwerkt. En terwijl het Christendom het Grieks-mythologische “heidendom” verdreef op den duur, werden klimop-motieven op Christelijke sarcofagen en catacomben overgenomen. Als teken van onsterfelijkheid.
Ook op Zorgvlied zie ik klimop verwerkt in ornamenten op sierlijke pilaren van graven, funeraire grafsymboliek heet dat.

GROENE OASE

In deze groene oases van de stad word ik gezelschap gehouden door een spin op Huis te Vraag, en een poes die op haar rug gaat liggen kroelen voor me op een bemoste grafsteen.

Twee zwarte raven op begraafplaats Buitenveldert loeren me aan en op Zorgvlied wacht ik met mijn fototoestel op een bankje op een eekhoorn, die razendsnel voorbij schiet en knabbelt van de Turkse notenboomnootjes.

De eekhoorn is me te snel af. Ik krijg geen scherp beeld. Maar: ik heb het er reuze naar mijn zin. Zelfs een kolossaal hert kom ik tegen, op Zorgvlied, als grafsteen.

Een monumentaal hert als grafsteen op Zorgvlied

MAXIMILIAAN VAN OOSTENRIJK

Het bijzondere van begraafplaats Huis Te Vraag is natuurlijk ook haar naam. En haar geschiedenis. De tuin heeft zelfs een gemeentelijke monumentenstatus. Daar ga je toch geen fietspad doorheen plannen, zou je zeggen.

Gezicht op de herberg Huis Te Vraag aan de Sloterweg, Rembrandt van Rijn, ca. 1652. Rijksmuseum

Het verhaal gaat dat de Habsburgse koning Maximiliaan van Oostenrijk, die door zijn huwelijk met prinses Maria van Bourgondië, graaf van Holland, graaf van Zeeland en heer van Friesland was geworden, de plek ooit op weg naar Amsterdam bezocht. Het moet in 1489 geweest zijn.

Er stond toen een boerenhofstede aan de oever van de Schinkelrivier, temidden van de veengronden buiten Amsterdam. En Maximiliaan moet er toen de weg naar de stad gevraagd hebben, waar hij op bedevaart wilde gaan, bij het Mirakel van Amsterdam.
Een mooi verhaal.
Rembrandt schilderde de boerderij in 1652.

De herbergier zette er later een bord neer: ” Huis te vraghe”,  waar informatie opgevraagd kon worden. Een soort VVV, avant la lettre dus. Een later herenhuis op die plek nam die naam over en weer later, in 1891, de particuliere begraafplaats van de protestanten uit het dorp Sloten, buiten Amsterdam.

Huis Te Vraag als herenhuis, 1814. Tekening: Hermanus Numan – Foto Beeldbank stadsarchief

A DIEU

Het vroegere bloemenhuisje op Huis te Vraag.

In het vroegere grafbloemenhuisje van Huis te Vraag, achter glas, hing Leon Jozef van der Heijden iedere maand een nieuw gedicht op. Tegenwoordig doen de tuinvrouwen van Stadsdeel Zuid dat nog steeds, maar de laatste keer hing er een brief van een Amsterdammer, die in coronatijd bloemen naar het huisje had gebracht. Ondertekend met: God…..

Beste Amsterdammers

Deze bloemen worden u gegeven met de liefde van alle levenden & doden, opdat wij nooit mogen vergeten.

God

Het is een plaats om te koesteren. Een plaats in rust, waar je de tijd vergeet. A Dieu.

HILDO KROP in de buurt

1060764Nors kijkende zeerobben op de vier brughoofden van de Zeilbrug over de “rivier” de Schinkel loeren je van alle kanten aan; met een beetje dreigende, strakke blik. Het zijn niet bepaald de gezellige “Gompie“-zeehonden uit de tv-serie uit mijn jeugd. Het is wel Hildo Krop (1884-1970) ten voeten uit, de beeldhouwer uit Steenwijk, begonnen als banketbakker, die in 1956 tot “Stadsbeeldhouwer van Amsterdam” werd uitgeroepen en begin twintigste eeuw de hele stad heeft mogen opleuken met zijn steensculpturen. 

Hildo Krop aan het steenhouwen voor zijn beeld van Berlage (still uit een documentaire)

Omdat het 20 augustus 2020 vijftig jaar geleden was dat hij stierf (in het harnas, op 86-jarige leeftijd in zijn Amsterdamse atelier), was 2020 uitgeroepen tot Hildo Kropjaar. Het zal u niet ontgaan zijn. Tot 20 september zijn er bijvoorbeeld zaterdags en zondags om 13 uur Hildo Krop-tours te boeken, via #ArtZuid.

De kunstrondwandelingen van Art Zuid gaan door het oostelijke deel van Amsterdam Zuid, rond het Muzenplein, aan de rand van de Rivierenbuurt. Bij het beginpunt van de Stadionweg.
Maar laten we vooral niet het westelijk deel van Zuid, de Stadionbuurt en Schinkelbuurt, vergeten waar Krop net zo bepalend voor het straatbeeld is.

Meisje met eekhoorns, Muzenplein, Krop-fietsexcursie met Museum Het Schip, 17 april 2017

Zelf vind ik het meisje met de eekhoorns op het Muzenplein wel leuk en zijn Zwevende Muze-sculptuur op de Parnassusbrug zelfs fantastisch. Vaker al liet ik zien hoe beelden van Krop de Stadionbuurt verfraaien.  Bijvoorbeeld in een blog over Spinoza: Allochtoon in Zuid. Of in een blog over Atlas en zijn wereldbol, waarbij ik Krop’s ronde stenen Windroos met hartjes op de Stadionbrug, per ongeluk/expres aanzag voor een wereldbol: A’dam: een wereldbol

Het museum Hildo Krop in Steenwijk, Krops geboorteplaats, geeft online een prachtig overzicht van zijn werk. De museumwebsite heeft een mooie interactieve plattegrond van Amsterdam, waarop je kunt zien waar in de stad – en specifiek wáar in heel Zuid – werk van Krop is te zien. https://www.timswings.nl/hildokrop/krop-locaties-in-amsterdam/

11 verschillende reliefs van Krop in de muur van de school op Hygieaplein 40

ACHT LOCATIES IN STADIONBUURT

Onderaan dit blog zal ik 8 links van het museum geven naar 8 plekken in de Stadionbuurt met sculpturen van Krop. Zulke detailfoto’s kan ik zelf gewoon niet evenaren. Op elke locatie bovendien gaat het om meerdere werken, soms wel 4 tegelijk of, zoals op het Hygieaplein om 12 plateaus met elk 11 reliëfs van terracotta: van o.a. een kikker, aap en clown tot een vos en een springend paard.

Nou heb ik toch 20 jaar op dat plein gewoond, maar nooit had ik er bij stilgestaan! Heeft u dat nou ook wel eens, dat je zomaar aan de dingen voorbijloopt? Terwijl je ze ongetwijfeld zou missen, als ze er niet meer zijn?

Gebakken reliëf met o.a. een steenbok, vos, springend paard, een rund, clown, kikker en lopende man

De 8 locaties in de Stadionbuurt zijn:

Stadionbrug

1. De Stadionbrug, 1936, die nu Aldo van Eyckbrug heet, met man-en-vrouw sculpturen op hoge pilaren en aan de voet van de brug aan beide zijden een windroos.
2. De Parnassusbrug, 1942, met de Zwevende Muze maar ook met een brugsculptuur die een ode brengt aan Berlage en medekunstenaars Roland Holst en Mendes Da Costa.
3. Elf terracotta reliëfs (1924) op Hygieaplein 40, in het schoolgebouw, 12 x herhaald.
4. Het standbeeld van Spinoza bij het Spinozalyceum aan de Stadionkade, 1956

5. De Amsterdams Lyceumbrug, 1926, achter het Olympiaplein, met sculpturen van vaders, moeders, dochters en zoons. Een moeder geeft haar dochter een🌹.
6. Trapdecoraties met o.a. mythologische faunen in een privévilla, links van de Lyceumbrug, op het Valeriusterras, 1924.
7. Faunen in het trapinterieur van een luxe appartementencomplex Westhove, 1921, rechts van de Amsterdams Lyceumbrug. aan de Jan van Goyenkade.

faunsculptuur van Hildo Krop in het trapportaal van het luxueuze appartementencomplex Westhove, foto: Wendingen

8. En de Zeilbrug, 1926, Schinkelbuurt, grenzend aan de Stadionbuurt, op loopafstand van mijn huis.

HARPONIER EN WALVIS

Neem nu die Zeilbrug, waar ik jarenlang voor boodschappen overheen heb gefietst naar Dirk van de Broek, toen ik nog geen oogoperatie had ondergaan. Tegenwoordig ga ik lopend door het leven. Het aardige van de website van Museum Hildo Krop is dat het je laat kijken. En lopend zie je veel meer details dan op de fiets.

De Zeilbrug (gemoderniseerd en niet meer origineel in Amsterdamse Schoolstijl) zit bomvol details die te maken hebben met scheepvaart en visserij. Met opbollende zeilen van een zeilschip, een visser die een boot voortroeit en brugleuningen die gesteenhouwd zijn als golven in de branding.

Vlak boven de waterspiegel in de kademuren bovendien laten drie driehoekige steenreliëfs vissen zien, een naakte mevrouw in de golven en een harpoenier met walvissen. Nooit in al die jaren heb ik die steenreliefs op waterhoogte opgemerkt!

Harponier met walvissen, in de kademuur van de Zeilbrug

STEIGEREND PAARD IN STADIONBUURT

Het bekendste werk van Krop wordt wel eens zijn steigerend paard genoemd, hoog op een pilaar van 10 m, op het Muzenplein. Een klein meisje staat tussen de benen van het paard. “De onbevangenheid der mensen tegenover het leven” heet het beeld uit 1929 (foto rechts)

Meteen valt me dan de parallel op met de twee paardensculpturen met polospeler en ruiter uit 1930, op hoge pilaren in de Stadionbuurt, van de Amsterdamse beeldhouwer Antoon Rädecker (1887- 1960) , waarmee de lange allee naar het Olympisch Stadion theatraal opent op het Van Tuyll van Serooskerkenplein.

Krop was bevriend met diens broer, de beeldhouwer John Rädecker (1885-1956, bekend van het Dammonument) die hem steenhouwen leerde en werkte samen met de drie Amsterdamse Rädecker-broers: drie zonen van een steenhouwer. De wederzijdse invloed op – en van – de grote Stadsbeeldhouwer van Amsterdam, klinken m.i. door op het Van Tuyllplein.

Maar een echt Krop-paard blijken we dus eigenlijk op het Hygieaplein te hebben, zij het dan een mini-paardje, in een versleten laagreliëf.

Eén van de elf slecht onderhouden laagreliefs van Hildo Krop op het Hygieaplein: een springend paard

KROP IN STEENWIJK

Hoewel ik al eerder in 2017 een fietsexcursie met gids van Museum Het Schip maakte langs werken van Krop in Zuid, had ik mij van ‘ t zomer ook aangemeld voor een wandelexcursie met Art Zuid, voor zo’n Kroptour. Ware het niet dat toen plotseling mijn oude moeder overleed (notabene al boodschappen doende in zo’n Dirk van de Broeksupermarkt, waar ik het hierboven – op weg naar de Zeilbrug – net over had…zij stierf, zo kunnen we zeggen “in het harnas”. Eigenlijk net als de oude Krop in zijn atelier), waardoor ik mijn reeds geboekte excursie stilletjes voorbij heb laten gaan. Ook zult u mij voorlopig niet meer in een Dirk van de Broekfiliaal tegenkomen 😦

🌹Rozenkopjes van mijn moeder in Steenwijk

Het museum van Hildo Krop in Steenwijk, in een schitterend Jugendstilpand, met een expositie (tot 30 november) over faunen in het werk van Krop, wil ik wél alsnog bezoeken.

En dan meteen ook het Stadslogement De Smederij van Steenwijk: een klein hotel in een oude smederij, waar ze binnenkort een High Tea serveren in de “Royal Albert“- porseleinen rozenkopjes 🌹van mijn overleden moeder. Er wordt ook koffie en thee van het merk Mocca d’Or geserveerd én verkocht, uit een Zwolse koffiebranderij die van mijn opa Algra afstamt. (Zie een oud blog over die Algra’s koffie: Bruin goud in Amsterdam )

Hoe die rozenkopjes uit de erfenis van mijn moeder en die koffie van mijn opa in één Overijssels logement toevallig samenkomen zou een prachtig apart verhaal kunnen opleveren. Maar eerst ga ik naar Steenwijk.

_______

Museumfoto’s van Kropbeelden in de Stadionbuurt:
1.Stadionbrug: https://www.timswings.nl/hildokrop/werken-in-nederland/beelden/b-100-brug-nr-413-stadionbrug-amsterdam/
2. Parnassusbrug: https://www.timswings.nl/hildokrop/werken-in-nederland/beelden/b-114-brug-nr-415-parnassusbrug-amsterdam/
3. Hygieaplein: https://www.timswings.nl/hildokrop/werken-in-nederland/beelden/b-49-voorbereidende-montessorischool/
4. Spinoza: https://www.timswings.nl/hildokrop/werken-in-nederland/algemeen-monument/mo-50-standbeeld-spinoza/
5. A”dams Lyceumbrug: https://www.timswings.nl/hildokrop/werken-in-nederland/beelden/b-69-brug-nr-410-lyceumbrug-amsterdam/
6. Valeriusterras: https://www.timswings.nl/hildokrop/werken-in-nederland/beelden/b-48-trappijler-amsterdam/
7. Westhove: https://www.timswings.nl/hildokrop/werken-in-nederland/beelden/b-28-flatgebouw-westhove-amsterdam/
8. Zeilbrug: https://www.timswings.nl/hildokrop/werken-in-nederland/beelden/b-62-brug-nr-348/

Niet onvermeld wil ik nog laten de Amsterdamse School-website van Wendingen met faunsculpturen van Krop in het interieur van wooncomplex Westhove aan de Jan van Goyenkade: https://amsterdamse-school.nl/objecten/gebouwen/westhove,-amsterdam/

Tickets voor de Hildo Kroptours: https://www.artzuid.nl/product/hildo-krop-tour/

Onsterfelijke appels

FACE to FACE Olympisch Kwartier

 
Oneindig leven. Wie wil dat nou?? Hoeveel moeite we als mens ook hebben met de dood, wie wil nou eigenlijk on-sterfelijk zijn?

Bovenstaande video schoot ik in augustus 2016 bij de begraafplaats achter de Stadionkade. De klokken luiden de doden de eeuwigheid binnen. Luister hierboven maar, hoe mooi.

Niet ver van die begraafplaats vandaan, woon ik achter de Laan der Hesperiden, waar volgens de Griekse mythe in een Tuin de Gouden Appels van Onsterfelijkheid groeiden. Appels, waar sterfelijke menswezens (als Hercules) op aasten. Een stel nimfen, de Hesperiden, moesten dat voorkomen en bewaakten die appels, die je onsterfelijk konden maken.

Edward_Burne-Jones_-_Garden_of_the_Hesperides_(Hamburger_Kunsthalle) Tuin der Hesperiden, 1873, Edward Burne-Jones

z14 de reus Atlas die de aarde draagt

Voordat ik hier kwam wonen, had ik nog niet van de dames gehoord: van die Hesperiden, dochters van de half-goddelijke reus Atlas (wiens broer Prometheus als reus voor het Olympisch Stadion staat)

Aan het eind…

View original post 1.014 woorden meer

Vlucht uit Turkije

#vluchtelingenproblematiek #oorlog #Turkije #Griekenland #Italië # Aeneas vlucht uit Troje

Geheel onopvallend, in de schaduw van een dikke boom, flankeert een bronzen sculptuur de ingang van het Hiltonhotel, op de Apollolaan in Amsterdam-Zuid, en dat beeld heeft met Italië te maken, met Griekenland en ook met Turkije. Het is een verhaal over vluchtelingen en oorlog.

GettyImages-1203899156 (3)
(c)Gettyimages: vluchtelingen uit Turkije

Zo kom ik dan, laat in de nacht, weer bij mijn tochtgenoten..

Tot mijn verbazing merk ik dat een grote menigte van nieuwe vluchtelingen daar is toegestroomd, van mannen

én vrouwen, triest maar krachtig volk, vereend in ballingschap,

en overal vandaan, beladen met bezit én wilskracht

om mij te volgen over zee naar welk land ik maar wil.

Uit: Het verhaal van Aeneas, Vergilius, vertaling 2008: M. d’Hane-Scheltema

1050982
Enea, sculptuur uit 1999  van de Florentijn  Sandro Chia (1946)

Het is de prins uit Troje, de mythische Aeneas, waarmee ik zomaar oog in oog sta bij het Hilton, leider van een schare vluchtelingen, die – na de oorlog met Griekenland – het middellandse zeegebied introk.

Correcter was geweest als ik dit blog had genoemd: Troje ontvlucht. Dat Troje, dat als stadsstaat lag aan de kust van het huidige Turkije, waar de oude Grieken een veldslag van jewelste leverden met de Trojanen.

greekvases-640

Een echte classicus zal mij niet in dank afnemen als ik de Trojanen als volk verwar met de huidige Turken, maar gezien de locatie aan de Turkse kust doe ik het toch. De vluchtelingenproblematiek is van alle eeuwen. We hebben hier laatst een kamerdebat over het opnemen van 500 vluchtelingkinderen gehad.

shutterstock_1664290714-1132x670
(c)Shutterstock.com: vluchtelingen Middelandsezeegebied

Aeneas wordt bij het Hilton afgebeeld met zijn vader Anchises op zijn rug en zijn zoontje Ascanius aan zijn hand, op het moment dat ze Troje moeten verlaten, waarbij de vrouw van Aeneas omkomt.

20190811_222037.jpg

“Tussen veel Trojanen vluchten wij.
Ik draag mijn vader op mijn schouders. “
(-)
Met mijn linkerhand houd ik mijn vader vast, met mijn rechterhand Ascanius.
De kleine jongen kan met zijn voeten het tempo nauwelijks bijhouden.
(-)
Wij vluchten allen verschrikt naar verschillende kanten.”.

Uit: Aeneas, rond 20 voor Chr., gedicht van Vergilius, in 10.000 verzen

Een oude vader op de rug van zijn zoon, het kleinkind ernaast. Het reisverhaal over deze zwerftocht in ballingschap is van Vergilius (Italiaanse dichter, 70 voor Christus – 19 voor Chr), een tocht via Libië (Carthago) en Sicilië naar Rome. Het is een soort (Romeins-Italiaans) vervolg op de Ilias en Odysee van de Griekse schrijver Homerus. En alle drie epossen zijn geschreven rondom de oorlog om Troje,

reis-Aeneas-768x425
De zwerftocht van de migrant Aeneas van Troje via Libië, Sicilië naar Italië

TROJAN HORSE EN ITALIE

Nu zal ik u niet vermoeien met de ins en outs van de Trojaanse oorlog, maar feit is dat Troje in ons collectieve bewustzijn aanwezig is als een verhaal over list (het houten Paard van Troje waarin de Grieken zich verstopten) en over overwinning: de Grieken versloegen de Trojanen. En sommige Trojanen vluchtten weg, zoals de familie van Aeneas.

Troje is een naam die u ook kent als een virus, Trojan horse!, die zich stiekem inmengt in uw computer en de boel overneemt. Net als de Grieken deden😃

Tegelijkertijd zien de Italianen Aeneas als de mythische stichter van Rome en Italië, na zijn omzwervingen op zee. Het is een lang mythologisch verhaal, van Aeneas als zoon van de Griekse godin Aphrodite en de Trojaan Anchises, via het dramatische verhaal over zijn liefdesgeschiedenis met Dido in Libië, Carthago, tot aan Rome.

Maar Aeneas zie ik vooral hier als de migrant, zwervend rond de Middellandse Zee.

MIGRANT

Op de één of andere wijze moet dat migrantenverhaal van Aeneas de Italiaanse hoteldirecteur Roberto Payer (1950) van het Hilton Hotel hebben aangesproken, toen het beeld van de Florentijnse kunstenaar Sandro Chia (1946) door het Hilton aangekocht werd in 2011 van #ArtZuid, de internationale sculptuur-biennale in Amsterdam.

Payer, die zelf als migrant uit Italië kwam in 1969 en hier als kelner in het Hilton begon. Payer, die dit jaar voor zijn diverse werkzaamheden een koninklijke onderscheiding ontving.

Het beeld voor het Hiltonhotel drukt ontegenzeglijk zijn liefde voor Italië uit. Zoals ook het beeld De Denker van August Rodin dat doet, tegenover Aeneas, een paar meter verderop, aan de andere zijde van de hotelingang. Eveneens aangekocht door het Hilton, van Art Zuid. 1050961(0).jpg

Het Rodin-beeld  (bekend als De Denker) beeldt in werkelijkheid de grote Italiaanse dichter Dante Alighieri uit. Ik schreef hierover eerder het blog: De Denkers van Zuid.

Zo staan er twee Italiaanse ‘landmarks‘ voor het Hiltonhotel, geleid door een Italiaanse migrant. De één verwijst naar Dante. De ander naar Vergilius. En die twee dichters kun je niet los van elkaar zien.

DANTE

De Italiaanse manager weet als geen ander dat het reisverhaal van Vergilius over Aeneas, (waarin Aeneas ook zijn vader Anchises zal gaan bezoeken in het dodenrijk) een directe inspiratiebron is geweest voor het Italiaanse reisverhaal van Dante, De Goddelijke Komedie, 13 eeuwen later.

De mythologie is voor Dante altijd, altijd, samen met de bijbel, een basis geweest voor zijn visionaire tocht door de onderwereld, het dodenrijk, het hiernamaals.

Dante zelf was een vluchteling, een banneling. Hij mocht om politieke redenen grote delen van Italië niet meer in, dus de zwerftocht van Aeneas inspireerde hem. Hij geeft de dichter Vergilius een grote rol als gids in zijn Goddelijke Komedie. En zelfs de vader van Aeneas, dood als hij is, duikt op in Dantes hiernamaals.

20190918_124554.jpg

KUNST EN MUZIEK EN LITERATUUR

Anchises op de nek van zijn zoon zien we op veel kunstwerken terug, allereerst op sommige Griekse vazen. Een vaas in het Louvre geeft het duidelijkste beeld. Een vaas uit 520-510 voor Christus.

Aineias_Ankhises_Louvre_F118

Maar ook het Museum voor Oudheden in Leiden heeft er één, uit: 510-500 v. Chr. Ook hier: Anchises op de rug van zijn zoon, vluchtend uit Troje, met de kleine Ascanius aan hun zij.

De vrouw ernaast is Aeneas’ vrouw Creuse, die tijdens hun vlucht omkomt. Zij wordt wel vaker afgebeeld:

pompeo-batoni-aeneas-fleeing-from-troy-1753.jpg
Pompeo Batoni, Aeneas vluchtend uit Troje, 1753.

a1bd672f1f56dd514cce5a6ba3cf1961.jpg
Aeneas, Anchises en Ascanius, 1619 – Lorenzo Bernini, Galleria Borghese, Rome

Ook de Italiaanse beeldhouwer Bernini (15981680) van wie op dit moment in het Rijksmuseum een mooie tentoonstelling schijnt te zijn (ik moet er nog heen) heeft het drietal uitgebeeld. Ongetwijfeld is deze sculptuur voorbeeld geweest voor het beeld van Chia (1946) bij het Hilton. Voorafgaand aan ArtZuid stond Chias beeld eerst in Rome.

1009140057
Aeneas and Anchises” by Sandro Chia, 2005 Palazzo Valentini, Via IV Novembre Rome, September 2010

De vluchtreis van Aeneas, waarbij hij ook op de kust van Libië aanspoelde, is als opera “verbeeld” door de Engelse componist Purcell (1659-1695). Aeneas, op doorreis, begon een liefdesaffaire met Dido, koningin van Carthago. Maar zich verbinden met haar kon hij niet, hij was slechts een passant. Wanhopig pleegt zij daarna zelfmoord.

muziekvideo online: (emaillezers: klik op de titel van dit blog): 

Ook Dido komt voor in De Goddelijke Komedie van Dante.

Zo kan via de kunst, een vluchtverhaal van lang, lang geleden ineens dichtbij komen in de straten van de stad. Zo kan de vluchtelingenproblematiek van dit moment zomaar zichtbaar worden in de straten van Zuid.
Als het je opvalt.

Blog uit Amsterdam Zuid met haar Griekse godinnen Eos en Hestia rond het Olympisch Stadion, uitwaaierend over de stad met liefde voor kunst, architectuur, historie en spiritualiteit.

%d bloggers liken dit: