Vrouwenvuur: 1917-2017

FB_IMG_1474672121146
De Rode Tentbeweging van 2017 is een mystieke variant op de vrouwenpraatgroepen uit de jaren ’70.

Laatst stapte ik zomaar een eeuw terug in de tijd. In de Krimpenerwaard, in een privéwoning van een welgestelde weduwe uit 1923 te Haastrecht. Het was alsof je een boek van Couperus instapte, ieder moment verwachtte je in de marmelen hal van de museumwoning van Paulina Bisdom van Vliet (1840-1923) een bediende, die zou aankondigen: “mevrouw komt zo bij u”. Op gele papieren slofjes over je schoenen loop je over de dikke tapijten door haar huiskamers vol porselein. Een ”gestolde wereld”.

M9527 Bisdom Van Vliet 3
Interieur rond 1900 van Paulina Bisdom van Vliet, te Haastrecht. Museumwoning.

Pauline, als kinderloze weduwe, had in die tijd – ondanks haar geld – als vrouw niet veel te vertellen over haar financiën. Ze was volgens de wet als vrouw zgn. “handelingsonbekwaam”. Tja, dat veranderde pas in 1956 ! Voor alles had ze toestemming van een man nodig. Wel mocht ze in 1919 voor het eerst gaan stemmen, maar of ze dat gedaan heeft, weet ik niet.

Sinds 1917 hadden mannen Algemeen Kiesrecht. Vrouwen: slechts Passief Kiesrecht. Dat betekende dat mannen voor het eerst konden stemmen òp een vrouw. Voor de SDAP, de voorloper van de PvdA, werd in 1918 Suze Groeneweg (1875-1940) als eerste vrouw in de Tweede Kamer gekozen.

Ik heb haar vernoemd, die Suze. Voor de aardigheid noemde ik mijn eerste kat Suze. En niet eens omdat over Groeneweg werd gezegd dat ze “geen katje was om zonder handschoenen aan te pakken“, maar wel omdat ze zich inzette voor vrouwenbelangen.
Ik was toen actief in de vrouwenbeweging tijdens de Tweede Feministische Golf (1960-1985). Mijn inspiratiebron waren de vrouwen uit de Eerste Feministische Golf (1870-1920). Ik bewonderde Emma Goldman in Amerika, Aleksandra Kollontaj in Rusland, Henriette Roland Holst in Nederland. En: Suze Groeneweg. Mijn kat had wat dat betreft net zo goed Henriette of Aleksa of Emma kunnen heten, 😃maar het werd toen Suze.

Vrouwenkiesrecht1914
In 1917 konden vrouwen voor het eerst in de Tweede Kamer worden gekozen. Demonstratie voor Vrouwenkiesrecht, 1914.

Wij vrouwen wilden in die jaren, op het Sociologisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam, ons vakgebied de maatschappij  – niet langer bestuderen als iets “van alleen buitenshuis”, maar ook in relatie tot binnenshuis. Daarmee kwam de betekenis van vrouwen voor de maatschappij veel beter in beeld. En de problematiek. We plaatsten de maatschappelijke functie van vrouwenarbeid binnenshuis, op de kaart van de Heren Sociologen; parttime werken, ouderschapsverlof, seksuele intimidatie op het werk en andere belemmeringen wilden we bestuderen: we hervormden de manier waarop je naar de maatschappij kon kijken.

Het persoonlijke is politiek” zeiden we. We maakten als feministes totaal andere onderzoekkeuzes en keuzes in literatuurstudie. “Vrouwenstudies” als universitair vak werd geboren.

DSC06321
Wilhelmina Drucker in A’dam Zuid. Strijdster voor Vrouwenkiesrecht. Beeld:Gerrit van der Veen

Rode vrouwen als Aletta Jacobs, Suze Groeneweg en Wilhelmina Drucker maakten zich 100 jaar terug al sterk voor vrouwenbelangen. Wilhelmina werd in 1969 vernoemd door actiegroep Dolle Mina. Haar standbeeld staat op de Churchilllaan in Amsterdam-Zuid, gemaakt door beeldhouwer Gerrit van der Veen, die in een eerdere column over de oorlog al voorbijkwam.
Ik woonde er destijds om de hoek, maar het beeld heb ik nooit gezien toen! Ik fietste er aan voorbij. Hield me in die jaren niet met kunst bezig, wel met vrouwenstrijd.

Tja, vrouwenstrijd. Een ouderwets woord nu. Tegenwoordig hoor ik vrouwen in online-facebookgroepen elkaar eerder met “dames” aanspreken dan met “vrouwen”. Voor mij is dat erg wennen. Stel je toch eens voor dat we het destijds damesbeweging hadden genoemd. Het zou een klasseverschil hebben betekend. Zoals mijn oma van moederskant, van eenvoudige komaf, mij ooit vertelde dat er “mevrouwen” waren, waar je als “vrouw” in de huishouding ging werken. Bij mevrouwen als Paulina Bisdom van Vliet uit Haastrecht.

Het feministisch-socialistische strijdkarakter is er tegenwoordig wel van af, sommige vrouwen willen de naam feminist ook absoluut niet gebruiken, maar toch…. vrouwenzaken onderling bespreken, voorziet nog altijd in een behoefte. En in een meerwaarde blijkbaar.

RODE TENT-BEWEGING

cf11ea73b2b0920c00821319bb45b38f

Naast “gewone” vrouwen-leesgroepen, die zich bundelen vanuit gelijkgestemde belangstelling voor literatuur, is er wereldwijd een Global Sisterhood Movement, met een heus ‘Awakening women sisterhood manifest‘.

Daarin gaat het over de “feminine essence” en de “feminin Divine’. Het specifiek Vrouwelijke wordt verheerlijkt. Sites als die van Lisa Schrader met haar awakeningshakti.com bekrachtigen vrouwen in hun ‘shaktipower‘ en ‘yonipower‘.
Ook in Nederland zie je, via vrouwen als Marleen Janssen en haar ‘Vallei-orgasme-groepen’, vrouwen zich nogal sterk maken voor een verdieping van hun vrouwelijke seksualiteit, waarbij geput wordt uit oude kennis uit het Verre Oosten en de Taoïstische leer. De tijd van “sletvrees” en een dubbele moraal t.a.v. seksueel actieve vrouwen en mannen moet maar ‘es voorbij zijn, vindt ook iemand als documentairemaakster/ schrijfster Sunny Bergman.
En dan is er nog wereldwijd de Rode Tent-beweging.

20161001_182401_resized (2)
Rode tule doeken en een vleugje magie in de Rode Tent Vrouwencirkel in A’dam-Zuid

Vrouwencafés en vrouwenpraatgroepen uit de jaren ’70 zijn ingeruild voor ‘Vrouwencirkels‘ in ‘Maangroepen’, die in Rode Tenten in huiskamers bijeenkomen rond Nieuwe Maan. Waarbij de mystiek – en de natuur – van vrouwen, wiens maandelijkse cyclus parallel loopt aan de cyclus van de maan, breed wordt uitgemeten. Duizenden en duizenden van deze Rode Tenten zijn er inmiddels wereldwijd.

De Rode Tentbeweging is ook tot de Stadionbuurt doorgedrongen. Amsterdam-Zuid kent een Rode Tent ‘Olympia’. Als ik me uit nieuwsgierigheid een keer aanmeld, wordt me gevraagd me in rode kleren te hullen. Gelukkig heb ik net vorige zomer een groot rood gewaad aangeschaft.
Ik zie rode tule in de huiskamer en rode kleden op de vloer en een doek met een grote maan. Er wordt rode tomatensoep geserveerd. De sfeer is geheimzinnig; de kamer schaars verlicht. Rode bessen liggen er, veertjes, tarotkaarten en een “talkingstick” als bij de Indianen. Bij binnenkomst word ik met witte salie “ge-smudged”: schoongerookt van onreine geesten van buiten. Aan het eind wrijven we in een cirkel elkaars handen warm om elkaars energie te delen en elkaar te bedanken voor de verbinding. En hebben we privézaken besproken, die sommigen van ons niet met vriendinnen of familie (durven of kunnen of willen) bespreken.

Op Netflix loopt een mini-serie ‘De Rode Tent’. Gebaseerd op het boek “The red Tent” van de Amerikaanse Anita Diamant. Het hele Rode Tent-idee stamt volgens haar uit de bijbel, waarin moeders, zusters en dochters in een rode tent bijeenkwamen tijdens hun maandelijkse cyclus, voor bevallingen en andere vrouwenzaken.

Blijkbaar is de tijd nu eerder rijp voor spiritualiteit en mystiek, dan voor politiek. In de Tweede Kamer zitten in 2017, precies 100 jaar na invoering van het Passief Vrouwenkiesrecht, immers zoveel vrouwen niet.
Misschien is de politiek nu persoonlijk geworden bij de dames van nu. Zoals wij vrouwen uit de jaren ’70 het persoonlijke eerst politiek maakten.
Toch praat ik nog steeds liever over ‘vrouwenzaken’, dan over ‘dameszaken’. Daarbij moet ik toch echt eerder denken aan chique dameswinkels als ‘Maison de Bonneterie’ in de Kalverstraat.
Hoewel ook die ter ziele is.

Bruin goud in A’dam

Bruin goud in Amsterdam rukt op. Verrast drink ik mijn koffie in de gloednieuwe horecagelegenheid ‘Het Amsterdamse Proeflokaal’ op het Stadionplein. Ze schenken er Mocca d’Or, een koffiemerk dat in de rest van Nederland vaker te proeven is in de horeca, rondom Zwolle, Breda, maar ook in Friesland en Limburg ben ik het wel tegengekomen.

20170603_132424_resized
Koffie uit ambachtelijke Zwolse koffiebranderij in het A’damse Proeflokaal op Stadionplein

In Amsterdam wordt de koffie van deze koffiebranderij uit Zwolle in zo’n 26 horecagelegenheden geschonken, bijvoorbeeld in het restaurant van het Stedelijk Museum en in restaurant Sluizer in de Utrechtsestraat.
En ook achter de schermen bij de Johan Cruyff Arena en de Ziggo Dome wordt personeel en VIP bediend met Mocca d’ Or of Earth Coffee”, vertelt mijn achterneef Jelle Algra, werkzaam bij de koffiebranderij.

Ik vind dat leuk! Ten eerste smaakt de koffie bepaald niet verkeerd. Maar ten tweede, tja…, het is nu eenmaal zo dat het oorspronkelijk “mijn opa’s koffie” was! Mijn grootvader Durk Algra zette in 1933 de koffiebranderij en theehandel “Algra Koffie” op in Zwolle. DAZ stond er op het label, Durk – Algra – Zwolle.
In 2004 nam het bedrijf een koffiebranderij uit Breda over en werd de nieuwe naam Algra Mocca d’ Or. Inmiddels heeft het bedrijf ook andere branderijen overgenomen en werkt het samen met bedrijven die espressoapparatuur en koffiemolens leveren en is de naam Algra uit de merknaam verdwenen.

Afbeelding2Maar ik ruik ze nóg, hoor, de vers gebrande bonen uit mijn jeugd, als ik vanuit Amsterdam op bezoek ging met mijn vader bij mijn opa in de koffiebranderij in Zwolle. De bleekgroene rauwe bonen uit de jutezakken gingen grote ketels in – trommels heten ze geloof ik  – om geroosterd te worden; ik herinner me nóg het luide geritsel van de harde bonen, als ze en masse donkergebrand verder rolden via een soort glijbaan en trechter heen. Ik was nog maar klein en onder de indruk van het lawaai van de ketels en ritselende bonen en de bedwelmende versgebrande koffiegeur. Ik zie nog een klein bruinig kantoortje voor me met een schuifdeur geloof ik, op die Zwolse Thorbeckegracht toen. Met mijn opa Algra erin.

 

AUTHENTIEK AMSTERDAMS GEBRAND

Ik heb geen aandelen hoor in dit koffiemerk. Maar je kunt aan de presentatie van de koffie bij ‘’Het Proeflokaal’’ op het Stadionplein zien, dat koffie tegenwoordig een hele cultus is geworden. De koffieblikken staan prominent uitgestald op de koffiebar bij de ingang van het restaurant en er staat een jute bonenzak op de vloer. Daarin zitten normaliter de rauwe bonen, die nog gebrand moeten worden. De ambachtelijkheid van Mocca d’Or wordt breed uitgemeten. Er is ook een speciale blend, een eigen koffiemélange, voor ‘’Het Proeflokaal’’ ontwikkeld: Authentiek Amsterdams Gebrand, staat er op de bonenzak. Dat is toch wel vermeldenswaard?

FB_IMG_1496505562456_1496849327407
Latte Art

Tegenwoordig heeft men het over “een koffiebeleving” in deze kringen. Tjonge. Het is een trendy hippe business geworden, die koffiebranche, met koffiefestivals en concours voor koffieschenkers uit de horeca, barista-trainingen en speciale Latte Art-trainingen: koffieschenken is een kunst op zich geworden, Latte Art, melkkunst heet het en is een expertise van Mocca d’Or.
Koffie is voor ons het meest belangrijk,” vertelt mijn achterneef, “daar smeren we de boterham van, maar om dit goed te kunnen bereiden, heb je de juiste apparatuur nodig en veel belangrijker: barista-trainingen. We hebben drie barista’’s in dienst, die al onze klanten de basisvaardigheden van het koffie bereiden leren en gevorderden extra tips en trainingen als Latte Art geven. Latte Art is de kunst van het melkschuim: de hartjes, blaadjes, olifantjes en indianen die je in je cappuccino voorbij kunt zien komen”.

THEE

image1_dutch-harvest-hemptea-packshot-hempherbs-1-500x382_bigAls kind leerde ik al vroeg koffiedrinken. Met koffiemelk. Ik vond het smerig! Toen ik op mijn 14e aan de zwarte koffie ging, was ik verkocht. Maar tegenwoordig word ik door vrienden beetje bij beetje de gespecialiseerde theekant opgetrokken. Thee en koffie zijn altijd samengegaan in het bedrijf van mijn grootvader. Mocca d’ Or, dat nu zo’n 60 koffiesoorten levert, heeft 150 theemelanges in hun assortiment, in alle kleuren, van witte tot groene, rode en zwarte thee. Ik zie wereldtop Oolong- theeën als Tin Kuan Yin op hun website, groene theemélanges met intrigerende namen als “Oosterse Liefde“, kruidentheemelanges als Jogy Classic Bio of zwarte thee met leuke namen als “Droom van Zwolle“. Ze hebben ook een theesommelier in dienst. Ook leuk: ze branden een Dutch Harvest hennepthee van Nederlandse bodem en een speciaal Zwols Goud Theebier.

Silde02Als particulier kun je dit alles alleen kopen bij koffie- en theespeciaalzaken. Zelf heeft het bedrijf een eigen speciaalzaak in Zwolle, het Konkeltje.
Het is dus een merk dat verder alleen in restaurants, hotels, grandcafé’s te vinden is. Een keuze, die mijn opa destijds al maakte als kleine koffiebrander; hij wilde niet hoeven concurreren met het spaarpuntensysteem voor cadeaus, van de grote bekende koffiemerken. En richtte zich op speciaalzaken, hotels en horeca, congrescentra, stationsrestauraties, ziekenhuizen en andere grootverbruikers. Tegenwoordig alleen horeca.
Het is altijd een branderij gebleven (met 60 medewerkers nu in Zwolle, Breda en Heiloo), waarbij de bonen ambachtelijk worden gebrand. Volgens een langzame “SlowRoast-methode”.  “Het kost iets meer tijd, maar de smaak en het aroma komen op die manier wel het best tot hun recht,” lees ik.  De bonen komen uit o.a. Brazilië, Colombia, Peru, Guatamala en Indonesië.
In de horeca top 100 voor beste koffie hebben ze 16 vermeldingen gekregen.

EARTH

In 1988 was ”Algra Koffie en Thee” één van de eerste Max Havelaar-branders in Nederland. Waarbij er geprobeerd werd faire prijzen te rekenen aan de koffieboeren. Dat paste, vind ik wel, in de lijn van de protestants- christelijke levensvisie van mijn familie. Als zakenman moest je winst maken, maar uitbuiting van boeren, dat was iets anders. Winst maken op zich was al wat: “Als christen kun je eigenlijk geen zakenman zijn,” zou mijn opa ooit verzucht hebben, zo gaat het verhaal. Of was het andersom en zei hij: “als zakenman kun je eigenlijk geen christen zijn”?

Hoe dan ook. Mocca d’Or heeft nu een eigen stichting, de Mocca d’Or Foundation, die biologische Earth Coffee levert – en Earth Tea – en doneert aan maatschappelijke projecten in de koffieproducerende landen, “projekten die de leefomstandigheden van de lokale bevolking op de koffieplantages willen verbeteren“, lees ik op de website.

Het bedrijf werkt samen met het Nederlandse mineraalwaterbedrijf Earth Water uit Drenthe en steunt waterprojecten in de hele wereld voor schoon drinkwater; in 2016 bijvoorbeeld: “De aanleg van een waterput met een pomp die wordt aangedreven door zonne-energie, waardoor schoon drinkwater beschikbaar komt voor de mensen in Nigeria en voldoende water voor het koffieproject dat daar is opgezet”.
Of een project in Ghana, dat zich richt op het vergroten van de economische kracht van meisjes en vrouwen. “De Mocca d’Or Foundation heeft een bijdrage geleverd aan de bouw van latrines bij een school in Ghana, waardoor de kinderen in een gezonde en hygiënisch situatie kunnen bouwen aan hun toekomst”.

Als ik dit zo lees, snap ik waarom ik ooit Groen Links-stemmer ben geworden. Niet helemaal in de oorspronkelijke lijn van de familie, maar toch…koffiesoort zoekt theesoort.
In het Amsterdamse Proeflokaal op het Stadionplein kunt u ermee kennismaken.

Spel van dimensies

De vrolijke 3-potige trollen op de Minervalaan van twee jaar terug zijn in de Art Zuid-beeldenroute van 2017 vervangen door drie verkreukelde rechthoeken van spiegelglad gepolijst staal. In het herdenkingsjaar van Mondriaan en de Nederlandse kunstbeweging De Stijl uit 1917 staat nu abstracte beeldhouwkunst centraal. Curator Rudi Fuchs, oud-directeur van het Stedelijk Museum, die twee jaar terug de figuratieve beeldhouwkunst tentoonstelde, had toen direct gezegd dat hij bij de volgende Art Zuid de abstractie in wilde. En dat zullen we weten!

DSC06663
‘Three of a kind’, 2017, geïmplodeerde rechthoeken, Ewert Hilgemann (1938)

Fuchs wil ons geloof ik een beetje opvoeden. Makkelijke kunst is het nl. op het eerste gezicht niet, daar op de lommerrijke lanen van Art Zuid. En met makkelijk bedoel ik: dat je in één klap wordt gegrepen of ontroerd en uitgenodigd wordt om van je fiets af te stappen. Daar zijn bij mij blijkbaar twee klappen voor nodig. Het lijkt op het eerste gezicht een beetje ‘strenge’ tentoonstelling van ijzer en beton. Vooral in de ‘hardcore’ van de beeldenroute rond het Hiltonhotel.

DSC06654
‘Antipode” (2010), een beeld dat de zwaartekracht wil tarten, Lon Pennock (1945)

Dat zijn keuze “niet voor het grote publiek is” kon Fuchs niet veel schelen, begrijp ik van Art Zuid. In de uitlopers van de beeldenroute – zo’n 60 sculpturen in totaal in de openlucht –  mocht het allemaal wat ‘toegankelijker kunst’ worden met kleurrijke mediterrane beeldhouwkunst van vrolijke Spanjaarden, zoals bij het Rijksmuseum en op de Zuidas bij het NS-station. Maar de Apollo- en Minervalaan rondom het Hilton blijven als centrale as met hun ‘strenge’ Hollandse en Duitse kunst zo toch een beetje voor de ‘elite’. Passend bij de buurt en bij Fuchs, die om de hoek woont. 

DSC06644
”Statistocrat”(2015), een ambtenaar die met zijn buro versmolten is, Joep van Lieshout (1965)

Een beetje tekst en uitleg bij de sculpturen is dan wel handig. Of zelfs nodig. Om het daardoor ineens toch weer spannend te gaan vinden!
Je moet blijkbaar gewoon twee keer kijken, in plaats van één keer! Niet iedere eerste klap is een daalder waard.

LUCHT

Uit de stalen gelaste rechthoeken op de Minervalaan blijkt bijvoorbeeld de lucht weggezogen te zijn. Ik laat me bijpraten en rondvoeren door kunsthistorica drs. Inge Raadgever van de Vrije Academie. De tekstbordjes naast de beelden bieden, vind ik, niet al te veel houvast.
Zo’n kunsthistorica stimuleert je om twee- dan wel driemaal te kijken en je af te vragen wat een kunstenaar bezielt. Z
e vergelijkt de drie ingedeukte rechthoeken uit 2017 met een keurige witte kubusstructuur uit 1973 van dezelfde kunstenaar Hilgemann, even verder op de Apollolaan.
Zijn eigen perfectionisme zat ‘m in de loop van zijn leven in de weg”, vertelt ze. Hij last tegenwoordig een perfecte vorm in elkaar, maar laat daarna de lucht eruit zuigen en laat zo heel bewust het toeval de vorm van zijn werk bepalen. Weg met het perfectionisme. “Smeden met lucht”, noemt ie dat”, vertelt zeGeïmplodeerde kubussen zijn het.
Het stalen drietal zou nog iets te maken kunnen hebben met Drie Griekse Godinnen, zo krijg ik te horen, ‘The Three of a Kind’ zoals ze heten, zouden ook Hera, Athene en Aphrodite kunnen voorstellen. Waarbij ik er dan maar vanuit ga dat de liggende rechthoek Aphrodite is. (Ik verzin het, waar u bijstaat ;-)).

DSC06646
“Public Hybrid”, 2017 David Jablonovski (1982), sculptuur met spiegelbeeld

Op de Apollolaan kijk ik – gek genoeg – vooral naar het voetstuk van een sculptuur. Dat voetstuk maakt het beeld wat er op staat interessanter dan zichzelf, wat mij betreft. Maar dat blijkt ook de bedoeling te zijn. De metershoge sculptuur van zwart carbon fiber en aluminium van David Jablonowski, die schuin omhoog de hemel in rijst, staat op een metersbreed spiegelend oppervlak.
In de spiegel duikt die sculptuur dus de diepte in, het spiegelbeeld. Metersdiep gaat het beeld omlaag de spiegel in. Je ziet dus steeds in feite twee kunstwerken, het origineel, en de reflectie: de kopie. En eigenlijk maakt die complexheid het beeld juist spannend. Want wat is nou het werkelijke beeld, en wat de reflectie, de kopie? Het loopt gewoon in elkaar over.

Volgens de kunsthistorica gaat het de kunstenaar vooral om de vraag hoe een 3-dimensionaal beeld er op het platte vlak (2-dimensionaal) uitziet. En omgekeerd. Bij een 2-dimensionaal schilderij vraagt hij zich af, hoe het er ruimtelijk zou uitzien. Maar de platte spiegel geeft het nu een dimensie, waardoor ikzelf niet meer weet of ik in de 2e, 3e of 4e dimensie ben beland. Ik verdrink in de spiegel tussen de wolken. En dat is leuk.

DSC06648

KOPIE of Werkelijkheid

De vraag wat een reflectie van de werkelijkheid is – een kopie – en hoe een 2-dimensionele afbeelding (van de werkelijkheid) er in 3-d uitziet, houdt ook de twee vrouwelijke kunstenaars van Art Zuid 2017 bezig. Beiden stellen op hun eigen manier ter discussie: wat Werkelijk is en wat Onecht.
Saskia Noor van Imhoff (1982) onderzoekt het verschil tussen een kopie en een origineel. Er ligt een stenen kei op het gras, gestempeld “terminal 8A“, wat de kei nog aardser en reëler maakt dan hij al is, doordat hij een lokatiebestemming in de natuur krijgt, wellicht gehouwen uit een terminal van een bepaalde grot. Daarachter ligt dezelfde keivorm, in aluminium gegoten. De éen is kunst, de ander origineel. Maar beiden vormen het kunstwerk.
Verandert door die aluminium kopie het origineel?”, stimuleert de kunsthistorica je, om na te denken over Echt en Onecht. “Krijgt het origineel daardoor een meerwaarde?”.

DSC06666
Aluminium kei, 2017, getiteld #+30.00, Saskia Noor van Imhoff (1982)

Het is een vraag die anno nu met alle multi-media-mogelijkheden die er zijn, actueler is dan ooit en door een kunstenaar als Rob Scholte in de jaren ’80 binnen de Nederlandse kunst al is aangekaart. Het leidt op de Universiteit van Amsterdam al jarenlang tot een hele collegeserie “Jatwerk”, als onderdeel van het bachelor Kunstgeschiedenis. Wat is de werkelijkheid en “echt”, als een getrouwe kopie zo makkelijk te maken is? Wat is dan de waarde van het origineel? En wat is plagiaat?

Vragen, vragen en ter discussie stellen. Dat is wat de kunst doet. Esther Tielemans (1976) doet dat op de Minervalaan met haar rood-geel- en blauwe kolommen (een verwijzing naar de Stijl en Mondriaan) die de illusie van een plat schilderij willen geven. Kunsthistorica Inge Raadgever:  “Ze vraagt zich af : waarom zou een 3-dimensionale opstelling van rechte lijnen geen schilderij kunnen zijn, terwijl het normaal is dat je naar een 2-dimensionaal (plat) schilderij kijkt, dat de illusie wil scheppen van een 3-dimensionale werkelijkheid” .

ABSTRACTE WERKELIJKHEID

Het tv-programma The Mind of the Universe op zondagavond met wetenschapper Robert Dijkgraaf gaat toevallig ook over diezelfde vermaledijde werkelijkheid. Die bestaat niet, zeggen ze daar a.s. zondag. Je kunt de werkelijkheid niet ervaren, hoogstens interpreteren”.

De vraag is ook: als er al een werkelijkheid zou bestaan, waarom zou je ‘m dan eigenlijk in de kunst zo perfect mogelijk willen nabootsen? Zeker nu film en digitale fotografie dat voor ons in een split-second doen. Waarom zou je de ‘werkelijkheid’ zowiezo willen uitbeelden, als er al een 3-dimensionale werkelijkheid om je heen is? Is nabootsen niet per definitie een kopie?

DSC06494
“Non Verbal”, Theo Niermeijer (1940-2005), een Taoïstisch symbool in staal

Bovendien: als je door een sculptuur heen kunt kijken, zoals bij de sculptuur van Theo Niermeier (1940-2005) op de Apollolaan, lost het beeld dan op in die werkelijkheid? Doordat de ruimte erachter onderdeel is geworden van het beeld? M.a.w.  wat is de 3-dimensionale werkelijkheid nou eigenlijk precies?

De regels van de Renaissance, hoe je de werkelijkheid in perspectief zo getrouw mogelijk kon weergeven, werden radicaal doorbroken toen men begon de werkelijkheid te abstraheren. Dat begon in 1907 met Picasso en zijn “Les demoiselles d’Avignon” en in Nederland, toen Mondriaan rond 1912 zijn boom begon te abstraheren.

Geloof me, de Abstracte Kunst van Art Zuid is 10x spannender dan je in eerste instantie misschien denkt.

 

 

De oertijd van Zuid

Half mei spoelde er weer ‘es een gigantisch zeemonster aan, dit keer bij het Indonesische eiland Seram (zie video) en niemand weet wat het is. Fascinerend vind ik zoiets. Ik moest daaraan denken toen ik vorige week voor “De Oertijd van Zuid” stond, zeven enorme wandschilderingen vol fossielen en zeemonsters van vele miljoenen jaren geleden, uit de begintijd van de wereld, in de hal van het Joke Smit College in Amsterdam-Zuid.

DSC06452 (2)
Detail uit het Krijttijdperk (154-66 miljoen jaar geleden),  wandschildering Maria Hubrecht

De wandschilderingen over de oertijd, in totaal 65 m² doek, zijn van de kunstenares Maria Hubrecht (1865-1950) uit 1925-1928 en hangen in de school, die destijds het eerste Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes was in Amsterdam (1926), aan de Reijnier Vinkeleskade.
Een school die zowel paste in het architectonische Plan Zuid van Berlage voor uitbreiding van de stad – de oertijd van Zuid – als in de filosofie van het socialistische gemeentecollege van toen, om “het volk te verheffen” en dus ook meisjes toegang tot hoger onderwijs te geven. De HBS en de universiteit waren lange tijd onbereikbaar voor vrouwen geweest.

Eerste Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes (1926, in Amsterdamse Schoolstijl) in 1984 omgedoopt tot Joke Smit College, een school voor volwassen vrouwen, tegenwoordig een school voor Volwassenen met mavo, havo en vwo-onderwijs.

In Plan Zuid werd veel aandacht besteed aan de bouw van scholen. In opdracht van de gemeente werd het meisjeslyceum in Amsterdamse School-stijl neergezet. De wandschilderingen zijn heel dun met olieverf op dun doek aangebracht, een soort gobelins lijken het, en zijn zo niet versmolten met de architectuur, niet volledig geïntegreerd in de architectuur, iets wat de architecten van de Amsterdamse Schoolstijl wel met hun “Gesamtkunstwerken” van kunst en architectuur voor ogen hadden.
Misschien was het een kwestie van geld voor de gemeente, dat weten we niet echt, maar dat kan hebben meegespeeld om een – in kunstkringen-  volkomen onbekende vrouw als Maria Hubrecht destijds de opdracht voor de wandschilderingen op doek te geven.
Sterker nog: Maria Hubrecht bood zich hiervoor – zonder er een cent voor te vragen – zelf aan bij de gemeente, vertelt schoolconrector Dicky van der Zalm tijdens het weekend Open Ateliers Zuid in mei.

MARIA HUBRECHT

Maria Hubrecht (1865-1950), kunstenares

Ze was een dame in stijl, maar ook een dame met ballen,” zegt Van der Zalm over Maria Hubrecht. Een vrouw uit gegoede kring, een amateurkunstenares, zoals dat heette, zonder kunstopleiding.
Ze verkeerde, als ongehuwde vrouw uit een rijke patriciërsfamilie, in kringen van wetenschappers en politici en had voor een vriendin in Oslo, in een klaslokaal al “Het Paradijs” geschilderd. Toen de kinderen haar daar – na de onthulling van de wandschildering – huilend van ontroering in de armen waren gevlogen, nam ze zich als missie voor om voor de jeugd “Het Ontstaan van de Wereld” te gaan schilderen.

OERTIJD

Ze dook – op haar 60e –  in de boeken over de oertijd van de wereld: geologische tijdvakken die lopen van 541 miljoen jaar geleden van het Cambrium, via o.a. het Devoon en Perm tot aan het Krijt-tijdperk van 154 tot 66 miljoen jaar geleden. Met eerst slechts leven in zee van fossielen, sponzen, zeelelies en kwallen en pas veel later vissen en planten en weer later dinosaurussen en de eerste zoogdieren.  

Biologen en paleontologen zeggen dat Maria Hubrecht – op basis van boeken – aardig heeft weergegeven hoe de oertijd eruit moet hebben gezien. Haar geschilderde wandkleden lijken een beetje op de vroegere schoolplaten van Wolters-Noordhoff, zegt conrector Van der Zalm, zelf kunsthistoricus en coordinator Kunstzaken op het Joke Smit College.

DSC06449
Hal van het Joke Smit College met 7 oertijd-schilderingen, van Maria Hubrecht

In kunstkringen in de jaren ’20 vielen de wandschilderingen van Hubrecht niet echt op. Het was de tijd, waarin binnen de kunst het Kubisme opkwam en de bijna naïeve stijl van Maria’s schilderingen, in de sfeer van iemand als Henri Rousseau (1844-1910), niet zorgde voor veel erkenning. Amateurkunstenares wordt dan ook wel gezegd over haar. De vraag is ook wel of het naschilderen van zeefossielen uit boeken echte kunst kan heten, maar die discussie hoort u mij hier niet aangaan. Want wat is Kunst? Of het mooi is, of niet mooi, daar gaat het in de Kunst ook niet over. Dat is een kwestie van smaak. Maar ik vind de wandschilderingen prachtig! En noem het dan al snel: kunst!

Na een grote crowdfundingsactie en restauratie werden de Oertijd-schilderingen de dag voor OpenAteliersZuid in mei onthuld door Hedy d’ Ancona, die zich in de jaren zeventig tijdens de zgn. Tweede Feministische Golf samen met Joke Smit (1933-1981) had ingezet voor vrouwenemancipatie en onderwijs voor vrouwen, die hun schoolopleiding ooit hadden afgebroken vanwege hun huwelijk: de moedermavo werd een begrip in die tijd. Maria Hubrecht had er waarschijnlijk zelf van genoten.

DSC06464
Uitzicht vanuit de school op de Reijnier Vinkeleskade
  • Foto-overzicht van de wandschilderingen: ®Wim Ruigrok

Stomme film gaat live

DSC06630

Naar de film op een snikhete middag in filmmuseum Eye: lekker koel en cool. Naar een zwart-witte “stomme” film uit 1928 over de Olympische Spelen in Amsterdam.

Hoe laat je zo’n stille film een beetje leven? Sporthistoricus Jurryt Van De Vooren doet dat door LIVE de “stomme” sportbeelden te begeleiden met tal van anekdotes en verhalen en door oude audio-opnames te gebruiken van interviews met de laatstlevende Nederlandse Olympische deelnemers en Olympische boks- en zwemkampioenen van 1928.

De filmopnames zijn door de Italiaanse producent Luce ooit gemaakt, maar de film die oorspronkelijk meer dan 3 uur duurt, is nooit in de Nederlandse bioscopen terechtgekomen, door onenigheid tussen de Nederlandse Bioscoopbond en het Nederlandse Olympisch Comité over het verkopen van filmrechten aan een buitenlandse filmproducent. Of ie ooit in Italië is vertoond is de vraag, veel weten we er niet van. In Nederland is ie alleen in kleine kring te zien geweest in 1929. De film is nu teruggebracht tot 90 minuten, om de traagheid van de beelden te ondervangen.

Het is zeker geen spektakelfilm qua filmtechniek à la “Olympia’ van Leni Riefenstahl tien jaar later, over de Spelen van Berlijn uit 1936, waar Riefenstahl internationaal ooit filmprijzen mee won, maar later – door haar betrokkenheid bij het Nazi-regime – in de filmwereld in de problemen kwam. Maar ook de filmtechniek uit de twintiger jaren om filmbeelden te vertragen, heeft aldus Van de Vooren, Nederlandse sporters destijds al geholpen om gedetailleerd te kunnen kijken naar de sporttechniek van de concurrentie, bijvoorbeeld naar hoogspringen over de lat.

Er zijn tal van parafernalia en souvenirs te verzamelen uit 1928: van Nederlandse koffie- en toffeeblikken die speciaal voor de Olympische Spelen uitgebracht werden en gedenktegeltjes van porselein, tot postzegels of reclameposters van de KLM, Heineken of van Coca Cola (dat voor het eerst op het vaste land in Europa kwam). Het leukste zou natuurlijk een film zijn, waarin dat gewone stadse leven uit 1928 ook te zien zou zijn, vindt ook Van de Vooren, meer beelden van Amsterdam: hoe voor het eerst parkeerborden werden ingevoerd om de verkeersdrukte rond de Olympische Spelen te kunnen opvangen, hoe in Amsterdam het Olympische Vuur voor het eerst werd aangestoken (door een ambtenaar van het Gemeentelijke Energie Bedrijf), of beelden hoe het eraan toe ging in het centrum van de stad waar kaartverkoop soms tot relletjes uitliep.

Foto’s zijn er her en der wel van, vooral vanuit het fotoarchief van de vroegere Drukkerij en Uitgeverij De Spaarnestad, een collectie vol met pers- en documentairefotografie. Foto’s van een klompensouvenirverkoper bijvoorbeeld, of van een Amsterdamse schone die een handtekening vraagt van een Canadese tennisspeler, op het terrein waar nu het Olympisch Kwartier is gebouwd, maar de Italiaanse filmmaatschappij Luce heeft zulke filmbeelden in 1928 niet geschoten.

IDFA

De film “Olympische Spelen Amsterdam 1928” blijft een verslag van alle sportfestiviteiten. Maar is daarmee wel een historisch document, een eerste officiële film in de geschiedenis van de Olympische Spelen.
De film zoals hij nu is, 90 minuten met LIVE begeleiding, is sinds vorige zomer een paar keer vertoond geweest en zal op het IDFA in november, het Internationale Documentaire Film Festival Amsterdam, 28 x vertoond worden, weer met begeleiding van Jurryt van de Vooren.

Huiskamer in zwart

11 Rue Simon-Crubellier
11 Rue Simon-Crubellier heet het toekomstige grijs betonnen kunstwerk voor het Stadionplein. De meubels en gebruiksvoorwerpen zijn van zwart gepatineerd brons. De maquette van het kunstwerk is vanaf deze week in de Openbare Bibliotheek op het Stadionplein te zien.
cariltonDe kenmerkende felle kleuren van het Memphis-boekenmeubel uit 1981 van Etore Scottsass zijn vervangen door mat zwart gepatineerd brons. Net als alle objecten in het toekomstig kunstwerk voor het Stadionplein van de Brit Matthew Darbyshire (1977): een betonnen huiskamer in grijs en zwart uitgevoerd. Omgevingskunst, heet dat, je kunt er straks doorheen lopen of erin gaan zitten.
Het interieur van het betonnen appartement moest een overzicht geven van een eeuw internationaal Design, te vinden in Nederlandse musea. Om harmonie te brengen in al die verschillende objecten, is alles in 1 kleur gegoten. Niet in glanzend bruinbrons, hoewel het materiaal brons is. Maar in mat zwart gepatineerd brons.
DSC06439.JPG
Keukenapparatuur van Philippe Starck, zoals de driepotige metalen citruspers uit 1990 – nu in zwart gepatineerd brons – staat gebroederlijk met de koffiemolen en steelstofzuiger en koelkast uit de jaren ’50 in één appartement. Zoals ook elk echt “levend” huis veelal een verzameling van stijlen is, een ratjetoe, een samenraapsel van antieke spullen van oma’s en opa’s plus eigentijds design.

Achter de zwarte flat-screen tv aan het voeteneind van het strakke zwarte bed staat een ouderwetse grammofoon uit de jaren ’10 van de twintigste eeuw.  In zwart. Bij de zwart lederen fauteuil van Le Corbusier uit 1928 van de Internationale Stijl past het goed, al dat zwart. Maar ook de fel gekleurde Deense stoel van designer Arne Jacobsen uit 1958 is zwart. En ook de uit 1 mal gegoten fleurige kunststoffen stoel van Verner Panton uit 1959.

Zo’n zestig buurtbewoners hebben, volgens de gemeente, hun favorieten kunnen kiezen uit de voorselectie aan designobjecten, die de kunstenaar voor zijn betonnen huiskamer voor ogen had. Andere buurtbewoners betwistten de keus van de kunstcommissie (ACK) van de gemeente voor dit grijs/zwarte kunstwerk en weigerden mee te denken over het interieur. Veel buurtbewoners wilden een grote fontein op het Stadionplein. Uit de grijs betonnen wc-pot, radiator, wasbak en douche in het kunstwerk gaat – als compromis – straks om de zoveel tijd een straaltje water spuiten.

Sebastiaan Capel, voorzitter van Stadsdeel Zuid en portefeuillehouder Kunst, onthulde maandagavond 15 mei de maquette van het toekomstige kunstwerk. Vanaf nu te zien in de Openbare Bibliotheek op het Stadionplein.

11 RUE SIMON- CRUBELLIER

Het kunstwerk, de betonnen huiskamer, heeft als titel de naam van een Frans adres: “11 Rue Simon-Crubellier” . Het is een fictief adres uit een lijvig boek uit 1978 van de Franse schrijver Georges Perec (1936-1982),  “La vie mode d’emploi” . Dat is een 600 pagina’s tellende bekroonde roman over de levens en interieurs van bewoners in een flatgebouw van 10 verdiepingen in een Parijse straat.
Perec geeft een soort dwarsdoorsnede van wie er allemaal woont en woonde op dat Parijs’ adres 11 Rue Simon-Crubellier. Huidige en vorige bewoners passeren de revue: ”excentrieke miljonairs, croupiers, moordenaars, necrofiele schilders, televisieproducenten, danseressen, kamermeisjes en coureurs”.
21691f4bc05d2d20b20154999349ce8f
Maar het adres is dus fictief.
De Britse kunstenaar Darbyshire, die het betonnen huiskamerappartement voor het Stadionplein heeft ontworpen is niet de eerste kunstenaar, die zich door deze Franse roman en dit fictieve Franse adres heeft laten inspireren. Op YouTube zijn twee videos te zien van Australische kunstenaars, die in Parijs op zoek gaan naar de Rue Simon-Crubellier. Het idee achter dit videoproject is:

” Searching for rue Simon-Crubellier is processed based. It is an actual search for an imaginary place – exploring actual and imagined relations to place. It poses the question: is it possible to bring something that does not exist into existence by searching for it?”
In deel 1 van de video vragen de Australische kunstenaars op straat aan voorbijgangers de weg naar La Rue Simon-Crubellier, in deel 2 drijven ze ambtenaren tot gekte met hun zoektocht naar een adres dat niet bestaat.

Voortaan kan men hen dus verwijzen naar het Stadionplein. Ik zal van ’t zomer de moeite nemen om dit boek van 99 hoofdstukken voor u te lezen. En samen te vatten.
Het boek is vertaald in het Engels: http://fractiousfiction.com/life_a_users_manual.html .
Er is ook een Nederlandse vertaling: ’Het Leven een gebruiksaanwijzing’ vertaald door Edu Borger ’. Sommige bibliotheekfilialen hebben een exemplaar in hun collectie.DSC06438De productie van het zwart bronzen interieur gaat binnenkort van start. Over ruim een half jaar wordt een feestelijke plaatsing van het kunstwerk verwacht. Dat zal de finale worden van het nieuwe Stadionplein, wanneer ook het plantsoen en speelplaats op de Van Tuyll van Serooskerkenweg gerenoveerd zijn.
Misschien kunt u intussen een toepasselijker bijnaam voor het kunstwerk verzinnen? Want “11 Rue Simon-Crubellier”” bekt niet echt lekker, denk ik maar zo. Ik had bij al dat grijs/zwart zo mijn eigen associaties.

Lentewijding a/d Amstel

o-THE-RITE-OF-SPRING-100-facebook
Le Sacre du Printemps (1913), de heiliging van de Lente, choreografie Joffrey Ballet 2013

Verrast sta ik plots in de winkelpassage aan de Nevsky Projekt, de grote winkelboulevard van St. Petersburg. Nou ja: in een zaalgrote nagebouwde winkelpassage, in de Hermitage aan de Amstel, op de tentoonstelling over de keizerlijke Romanovs en de Russische Revolutie van 1917.

Ah, daar hebben we nog geluncht, weet je nog?“, vraag ik mijn oude moeder die bij me is. Nee, ze weet het niet meer. Onze cruisevakantie naar St. Petersburg is alweer zes jaar terug.

Jawel, mam, in dat mooie Jugendstilgebouw van Singer, van de naaimachines, dat nu een boekwinkel is, daar hebben we boven koffie genomen met een broodje. Met uitzicht op de winkelboulevard“. Nu begint het haar weer wat te dagen.

Plots klinkt er harde staccato-achtige ritmisch opzwepende muziek door de tentoonstellingszaal, ik herken Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky, de Wijding van de Lente. Of liever gezegd: de Heiliging van de Lente.

3224281847_1_2_8n2ZhE8u
Fins Nationaal Ballet, Le Sacre

Wat raar, denk ik terplekke. Waarom Le Sacre? Waarom hier? Muziek over een ritueel om de lente te vieren?
Le Sacre du Printemps gaat over oude wijze voorvaderen en “De Aanbidding van de Aarde” en het “Lenteoffer”, het is een wijdingsdans. En Stravinsky (1882-1971) componeerde deze muziek in 1911. In Frankrijk.

(Kort videofragment Le Sacre in 2 choreografieversies: https://youtu.be/VOgh2EwbQm4 )

De tentoonstellingsmakers in Amsterdam hebben de opzwepende ritmische muziek gezet onder filmbeelden van een oprukkende mensenmassa. De komst van de Revolutie van 1917 hangt vanaf het begin van de Romanov-tentoonstelling dreigend in de lucht.

20170424_133118_resized
Standbeeld van Lenin, Hermitage aan de Amstel
LE SACRE DU PRINTEMPS
In het stuk is de maatschappelijke onrust hoorbaar die in die tijd in Rusland heerste, ” schrijven de tentoonstellingmakers in een uitleg. Daarom klinkt Le Sacre bij filmbeelden over “armoede, demonstraties in Rusland, bestorming van het Winterpaleis”.
Maar het vieren van een traditioneel plattelands meifeest is toch zeker iets anders dan een revolutionaire volksmassa?
640px-RiteofSpringDancers
Choreografie van Nijinski in 1913

Meifeesten, een meiboom en meitakken komen op het Nederlandse platteland, in dorpen in Limburg, nog steeds voor. Onze maand mei heet naar de Griekse godin Maia, de godin van de vruchtbaarheid. In Le Sacre du Printemps heeft Stravinsky zo’n volks meifeest – zo’n heidens ritueel – op muziek gezet.

De Russische dirigent Valery Gergjev herkent in Le Sacre een Litouws volksliedje en zegt (in een schitterende 5-delige tv documentaireserie “All the Russia, a musical journey”), dat Stravinsky zich liet inspireren door Russische folklore. Zoals tal van volksverhalen, mythen en sprookjes op muziek gezet zijn door Russische componisten, in een land dat zó groot was dat het vele vele volksculturen kende en enorm veel plattelandsbevolking, allen met eigen rituelen.
‘The Rite of Spring’ heet het muziekstuk van Stravinsky in het Engels, het Ritueel van de Lente.

5301794b9aea285945942cf5d6db62d6
Lente-offer in Le Sacre du Printemps, Joffrey Ballet, 2013

In ‘de Sacre’ gaat het om oude voor-Christelijke volksstammen die de Aarde aanbidden: er moet een maagd geofferd worden aan de goden, om de Lente te laten beginnen: een plechtig ritueel. Daar was je na een barre Russische winter wel aan toe.

Om de goden gunstig te stemmen, heiligde je de lente. Uit dankbaarheid. En nog altijd worden er, volgens Gergjev, op het Russische platteland rondedansen als in Le Sacre gedanst, die zeven weken na Pasen de cirkel van de zon nabootsen. Hoe woest en ruig en modern de muziek ook klinkt, Stravinsky putte volop uit folklore, zegt Gergjev, en zag de lente als een soort wakkerworden van de wereld, na een harde winter.

De muziek is voor ballet geschreven, om het Lenteoffer uit te beelden, en zo kun je m.i. Le Sacre dan ook het allerbeste tot je nemen. Niet in het Concertgebouw, maar in de Stopera, bedoel ik: met een balletpodium bij een orkestbak.

Of kijk hier, via de link beneden, online naar deze rituele lentewijding van een half uur, deze Sacre du Printemps. En onderga de spiritualiteit van dit aardse vereringsritueel. In een choreografie uit 1987, die zo dicht mogelijk die van 1913 heeft willen benaderen.

We zien dansers van het Joffreyballet in kledij, schoeisel en haartooi alsof ze van een Centraal-Aziatische steppe komen en zien hoe de jonge vrouw, zich ritmisch woest hoogspringend dooddanst. Zij is het offer van de stam aan de goden, zodat de lente kan beginnen. Dansers in berenvellen tillen haar in de lucht.
the_joffrey_ballet_winter_2009
Dus hoezo, revolutie?

De ritmische klanken hebben met de Oktoberrevolutie van Lenin niet van doen. Je kunt moeilijk van een revolutionaire tijdgeest spreken, als het gaat om een lenteritueel van een primitieve stam.

REVOLUTIONAIR

Wel was het muziekstuk een revolutie in zijn soort. Het was een turningpoint in de muziekgeschiedenis. De muziek was zo weinig harmonieus, Stravinsky liet verschillende muziekpartijen in verschillende toonsoorten spelen, en het klinkt ook nog ‘es alsof hij verschillende maatsoorten door elkaar gebruikt.

Plus: er werd allesbehalve pittoresque en sierlijk gedanst. Er werd woest gesprongen, zoals je dat bij een wijdingsritueel van de lente ook wel kunt voorstellen: rauw en primitief.

Een enorme rel was het in 1913 in Parijs, op 29 mei, bij die moderne dansuitvoering van Sergej Djagilev en Vaslav Nijinski en hun gezelschap “Les Ballets Russes”. Grote, grote shock bij het Franse publiek. Mensen sprongen op van hun stoel en gingen met elkaar op de vuist, “is er een dokter in de zaal?” riep iemand. De zaal liep half leeg. Stravinsky kan er zelf in een interview smakelijk over vertellen.

(Video: Stravinsky: https://youtu.be/3vwq1AyYGzo )

OKTOBERREVOLUTIE 1917
En daar zit ik dan, aan het eind van de tentoonstelling over de vermoorde Romanovs, met mijn oude moeder op een bankje voor filmbeelden van Sergei Eisenstein’s beroemde film “Oktober” uit 1928, op muziek van Sjostakovitch. Hier klinkt een musicus, die op last van de revolutionairen theatraal en verheerlijkend over de revolutie van 1917 verhaalt.
Ik had mijn moeder al gewaarschuwd, want ze is namelijk nogal “van de tsaar en de koning”, en ik wist dat die revolutiefilm eraan kwam.
Je zult het wel niet leuk vinden, maar ik wil er toch een stukje van zien”.
“Tja, tis toch historie,” zucht ze, “het hoort erbij”.
 Ik praat haar door de – in de ogen van nu – trage film heen:
“Zo meteen komt de scene van de bestorming van de Hermitage, mam”, waarschuw ik, “maar eerst het fluitsignaal van het Auroraschip, je weet wel, dat marineschip, we hebben erbij gestaan, toen we in St. Petersburg waren. En toen DAT sein van de mariniers kwam, vanaf dat moment begon de revolutie”.
Tuut, tuut, horen we.

“Daar is het sein!”, zegt mijn moeder. De “Russische lente” van oktober kon beginnen.

(Videofragment van Eisensteins film ‘Oktober’, muziek Sjostakovitch)

  • Le Sacre du Printemps, 30 minuten: https://youtu.be/jo4sf2wT0wU
  • leuke BBC speelfilm “Riot of the rite” over de tumultueuze première van Le Sacre du Printemps (The Rite of Spring). https://youtu.be/JcZ7lfdhVQw
  • Gergiev’s Russia: All the Russia, a musical Journey, deel 1:
    https://youtu.be/phc66-P0bA4
  • NTR-documentaire, 1996, deel 1 van serie ‘Het Meesterwerk’: Le Sacre du Printemps, Gergjev Rotterdams Philharmonisch  Orkest
  • Voor de muziekliefhebber, die het rurale karakter van de Sacre wil doorgronden: theatrale uitleg van het ritueel en de muziek: https://youtu.be/R3cJ_u9pTw8
  • Muziek ten tijde van de Revolutie: Testomony – From the memoirs of Sjostakovitch, 1988: https://youtu.be/S-Mj-zkUrqA
  • “De koning, de keizer en de czaar”, Catharina Clay. Als e-book verkrijgbaar. (Hoe familieverbanden tussen Europese koningshuizen de Eerste Wereldoorlog beïnvloedden en zo de Russische Revolutie).
  • Ook leuk: speelfilm Coco Chanel & Igor Stravinsky: https://youtu.be/jM-3cbH8mFM

Nimf met straatverleden

14223190560_3a1e6c93f2_b
Euterpe: scuptuur van Pierre Francois Berruer, 1780, Grandtheater Bordeaux. Foto 2014, Valery Hugotte

Ze was een nimf. Euterpe. Muze van de poëzie. En de beschermgodin van menig koor of muziekvereniging. De Oude Grieken droegen onder begeleiding van muziek hun gedichten voor. Vandaar dat Euterpe als sculptuur meestal wordt uitgebeeld met een muziekinstrument.
Na 1945 was haar frivole, poëtische naam voor een straatnaam in Amsterdam-Zuid niet langer gepast, de straat was haar blije karakter volkomen kwijt. Er was teveel gebeurd. De naam was besmet. Uit haar midden, vanaf een centraal pleintje, waren ruim 18.000 joden afgevoerd. Euterpe verdween.  Ze is nu een nimf met een straatverleden. En heet Gerrit van der Veen.

Euterpe
Een treurende Euterpe, op het graf van de Frans/Poolse componist Frederic Chopin, Père Lachaise Cemetery, Paris. Foto: Panoramio, 2011, Martin van den Bogaerdt
Apollo, god van de muziek en Euterpe, Detail van een sculptuur uit 1844 van de Deense beeldhouwer Bertel Thorvaldsen The Dance of the Muses on Helicon : Foto: Frank M. Rafik, Berlijn.

Euterpe hoorde met haar muzische karakter bij de Beethovenstraat, het Bachplein, de Schubert- en Chopinstraat en de grote laan in Zuid, die naar de Griekse God van de muziek, Apollo, is vernoemd. Euterpe verbond als dwarsstraat de schildersbuurt van Michelangelo, Rubens en Jan van Eyck, met de musici. Zoals het een heuse Godin van de Kunsten betaamt.

Op die Apollolaan, even achter de vroegere Euterpestraat, wordt nog jaarlijks op 4 mei de oorlog herdacht. Het is voor mij een vertrouwde plek. Als kind liep ik aan de hand van mijn vader met de buurman, en soms de buurjongens, mee ernaar toe. En nog kom ik er. Het is altijd een plechtig moment, die stilte, te midden van de vele mensen met een keppeltje op. Zuid heeft sinds de jaren ’30 altijd veel Joden gehuisvest. Het indrukwekkendst vond ik misschien wel, toen in 1995 Simon Wiesenthal (1908-2005) er sprak, de Joodse Oostenrijker die wereldwijd vele Nazi-oorlogmisdadigers opspoorde. “Als haat en bruutheid een verbintenis aangaan met de technologie, is het gevolg een catastrofe”, waarschuwde hij. Na afloop van de herdenking zag ik hem hotel ‘ApolloFirst’ ingaan. Zou hij wel hebben geweten wat voor plek dat was?

’40-’45

Als over iemand in de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam werd gezegd: “hij is naar de Euterpe” dan beloofde dat weinig goeds.
Schrijver Heere Heeresma (1932-2011) woonde toen in de Stadionbuurt en beschrijft in ‘Een jongen uit plan Zuid’ en ‘Kaddish voor een buurt’ hoe hun onderduiker Johan werd opgepakt op de Marathonweg en werd afgevoerd “naar de Euterpestrasse”. De straat had in de volksmond gewoon een Duitse bijnaam gekregen!
Verschillende panden en scholen in Zuid waren door de nazi’s gevorderd. In de Euterpestraat twee scholen tegenover elkaar, de meisjes-HBS en de Christelijke HBS. Daar was de Duitse Staatsinlichtingendienst ingetrokken, de Sicherheitsdienst, de SD. En ook de Geheime StaatsPolizei, de Gestapo.

Duitse soldaten op de brug voor het Amsterdams Lyceum, bij de Apollolaan
Grüne Polizei bij Amsterdams Lyceum, bij Apollolaan.

Beneden in de kelders van de HBS werden verzetsmensen en joodse Amsterdammers gemarteld en verhoord. Heeresma: “Ik heb hem horen jammeren, huilen, genade smeken, alles”  ( uit ‘Kaddish voor een buurt’).

c14203d6d17c4229e214fcc786deb966
Sicherheitsdienst in de meisjes-HBS in de Euterpestraat

Behalve de SD en de Gestapo was er ook de ”Zentralstelle für jüdische Auswanderung” gevestigd (letterlijk vertaald ‘Centraal bureau voor Joodse emigratie’) die de deportatie van Joden uit heel Nederland voorbereidde.
Vanaf het pleintje midden in de straat, het Adama van Scheltemaplein, werden tussen 1941 en 1943 ruim 18.000 joden verzameld en afgevoerd. Via de halte van tram 24 in de Beethovenstraat naar het Centraal Station, Westerbork en concentratiekampen in Polen en Duitsland.

20170428_121655_resized
Duitse militairen op Valeriusplein, bij no. 38-40. Foto: J.W.Hofman

Vanuit het hoofdkwartier in de Euterpestraat regelden de nazi’s de organisatie en deportatie van in totaal 70.000 Amsterdamse Joden. Het is anno nu bijna niet voor te stellen. “Die Fahne hoch, die Reihen festgeschlossen” klonk het op de Stadionweg uit kelen van marcherende Wehrmachtsoldaten, schrijft Heeresma. De Duitse Kriegsmarine had een kantoor op de hoek Olympiakade. En over die kade hing volgens Heeresma eind ’44-’45 heel lang een spandoek: “V = Victorie, want Duitschland wint op alle fronten“.

Toen er in Amsterdam geen Joden meer te deporteren vielen na 1943 richtte de SD in de Euterpestraat zijn activiteiten op het ontmantelen van het Nederlandse Ondergrondse Verzet. De ‘ondergrondse’ besloot toen een centrale SD-officier te liquideren. Als repressaille werden daarop 29 Nederlanders op de Apollolaan, hoek Beethovenstraat door de nazi’s geliquideerd. Daar, waar nu jaarlijks de oorlog wordt herdacht.

Euterpe zag het allemaal.

En Euterpe verdween.

Direct na de oorlog, al in 1945, werd haar naam veranderd in Gerrit van de Veenstraat, zoals ook de middelbare school nu Gerrit van der Veen College heet.
Gerrit van der Veen (1902-1944) was een Amsterdamse verzetsman en beeldhouwer, die betrokken was bij de overval op het Amsterdamse Bevolkingsregister in Amsterdam-Oost. Zoals bekend, wilde het Verzet de administratieve persoonsgegevens van het Bevolkingsregister vernietigen, om het de Duitsers moeilijker te maken mensen te deporteren of op te pakken. Anno nu vind je bij Artis van deze verzetsactie een klein herdenkingsmonument. Van der Veen werd in 1944 in de duinen bij Overveen gefusilleerd, waar een jaar later ook de communistische verzetsvrouw Hannie Schaft werd gefusilleerd, het Meisje met het Rode Haar. Zij zat vlak voor haar executie nog geïnterneerd in het Huis van Bewaring aan de Amstelveenseweg in Zuid, lees ik.

Van de hand van Gerrit van der Veen, de beeldhouwer, staat sinds 1946 een standbeeld op de Churchilllaan in Zuid, gemaakt in 1939. Het verbeeldt Wilhelmina Drucker, de feministische voorvechtster (net als Aletta Jacobs) voor het Vrouwenkiesrecht, uit de Eerste feministische Golf (1870-1920). Haar naam kennen we beter via Dolle Mina, uit de Tweede feministische Golf (1960-1985).

Wilhelmina Drucker (1847-1925), Churchilllaan, beeldhouwer Gerrit van de Veen (1902-1944)

De vroegere Euterpestraat zit nu vol met gedenkstenen.

Er zijn boeken over haar geschreven, zoals ‘Zwijgen over de Euterpestraat’ van Jan Hopman in 2012, hoe “op het hoofdkwartier van de Sicherheitsdienst in 1944 verraad en verzet hand in hand gingen”.
In de boeken ‘De laatste huzaar’ van oud-militair en verzetsman Tonny van Renterghem en ‘De Koningin van Plan Zuid’ van Frank van Kolfschooten komt het luchtbombardement van de Engelsen met de Royal Air Force op de Euterpestraat ter sprake, het niet al te precies uitgevoerde luchtbombardement, eind 1944. Het SD-hoofdkwartier was het doelwit maar werd maar ten dele geraakt; de woonwijk des te meer, er vielen 69 doden, waaronder vier SD’ers. Toch was de schade aan de twee scholen zodanig dat de SD uit de Euterpestraat vertrok: naar hotel ‘Apollofirst’ op de Apollolaan.

Ik zou een weemoedige Chopin Nocturne met fluit onder deze column willen zetten. Om Euterpe als muzische nimf te gedenken. Die muziek zet ik op mijn Facebook-columnpagina onder de fotoreportage als video. Maar poëzie kan ik er niet van maken: zeer recent heeft iemand naast mijn lift iets over “Joden” op de muur gekalkt. Dit had ook de openingszin van deze column kunnen zijn…

DSC06165DSC06163DSC06149Plaquette_voor_Ox_en_Ploeger_in_de_Gerrit_van_der_Veenstraat_te_AmsterdamDSC06160

Zie:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Borduren met baksteen

2015-01-29 15.15.57Ik was niet goed in breien vroeger. Wel in borduren. Ik heb ooit zelfs een heel tafellaken geborduurd. Dat je ook kan ‘borduren met baksteen’, begreep ik pas later. DSC03625Ik moet de term gehoord hebben op één van mijn vele architectuurcursussen destijds in buurthuis Zuid, van een architectuurhistoricus. Alleen weet ik niet meer welke architect siermetselwerk ook wel ‘borduren met baksteen’ noemde. Ik kan het citaat niet terugvinden. Maar ik vind het een sterke term. Ik begreep meteen wat er bedoeld werd en hoe ik voortaan naar onze buurt kon kijken.

Bakstenen zijn meer dan koude, harde dode brokken. Ik zie ze ook als levend materiaal. Het is zand met water: gebakken klei. Eigenlijk wonen we dus in de stad gewoon in grote veredelde kleien hutten !

Voor de structuur van het vroegere Burgerweeshuiscomplex aan het imagesIJsbaanpad heeft architect Aldo van Eyck zelfs echte hutten als uitgangspunt genomen. Hij was vaak in Afrika. De bouwvakkers in de jaren ’60 en de Stadionbuurt noemden het – nogal politiek incorrect – “het kafferdorp” aan de Amstelveenseweg. De huttenstructuur met koepels is nog steeds zichtbaar.

Rivierklei, waarin veel ijzer zit, geeft bij het bakken rode stenen en klei met veel kalk erin geeft gele stenen. Daarin kun je leuk DSC06243variëren, zo zie je in de huidige nieuwbouw op het Stadionplein.
Behalve met kleur kun je ook variëren in metselverbanden met reliëf en sierstroken.
Toen men gewapend beton ging gebruiken in het bouwskelet van een woonblok en de stenen buitenmuur geen dragende functie meer had, konden architecten vrijelijk gaan borduren met baksteen.’  Ook met verticaal gemetselde stenen, nu ze niet meer als dragend bouwmateriaal fungeerden. Zelfs een hele gevelwand kan een “zigzagsteek”  zijn, zoals het woonblok Amstelveenseweg/ Pieter Lastmankade. Zie foto.

In de huizenbouw van begin 20e eeuw werd ruwe, poreuze baksteen gebruikt. Vandaag zijn ze vaak glad. Nadeel is dat ze daardoor geen geluid absorberen maar juist afketsen. Akoestisch zijn zo in de nieuwbouw van het Olympisch Kwartier zowel de straten als de tuincomplexen erg gehorig.

De nieuwbouw met veel grote moderne glaspartijen sluit toch aan bij de bakstenen oudbouw van Zuid, doordat op de Laan der Hesperiden haaks op de raamkozijnen, loze bakstenen zijn geplaatst. Optisch lijkt het zo een aaneengesloten bakstenen muur, als je er langs kijkt.

Ook de verticale rode dakpannen als wandbekleding gaan een dialoog aan met de grijze halfronde leistenen verticaal op de wand van het pand uit 1919, hoek Stadionplein.

Let u er maar ‘es op, hoe die ‘kleihutten’ van ons in elkaar steken. Als het aan mij ligt, plaag ik u nog vaker met mijn architectuurhobby. Zo niet, dan laat ik het onderwerp snel weer vallen. Als een baksteen.

  •  Deze column is verschenen in de buurtkrant van Huis van de Wijk Olympus, april 2017 en wordt verspreid in Amsterdam-Zuid in de Hoofddorppleinbuurt, Schinkelbuurt en Stadionbuurt, in een oplage van 15.000

Tea in het oude stadhuis

Geachte heer. Zou ik in aanmerking kunnen komen voor een muurschildering? Hopende antwoord van U te ontvangen teken ik, Hoogachtend. C.K. Appel“. De brief met dit simpele verzoek was op 5 april 1948 bezorgd op het Amsterdamse stadhuis”. Het stadhuis op de Oudezijds Voorburgwal waarin tegenwoordig hotel The Grand is gevestigd.
De biograaf van Karel Appel, Cathérine van Houts verhaalt met smaak en uitgebreid over de enorme rel die in 1949 uiteindelijk uitbrak, toen Appel zijn ”Appeliaanse” moderne muurschildering voor de koffiekamer van het historische stadhuis klaar had.

Op Tweede Kerstdag was ik op deze plek. Ik trakteerde mezelf in de cosy bibliotheek van hotel The Grand op een High Tea met mijn 88-jarige moeder. Vanuit Zuid met tram 16 naar de binnenstad.

Ik ben meer van koffie, dan van thee eigenlijk. Maar een High Tea, daar zeg ik geen ‘nee’ tegen. 😉 En dan vooral in een Grand Hotel. Ik hou wel van die (vergane) glorie in een historisch pand. Op Netflix heb ik me deze weken min of meer verstopt in de Spaanse t.v.- serie Gran Hotel.
Een bezoekje aan The Grand in Amsterdam moest er dus maar ‘es van komen, ook al is het dan geen Grand Hotel van origine. Maar het voormalig stadhuis, in een historisch pand uit 1578.

Ooit was er maar één Amsterdams stadhuis en waren er géen 7 stadsdeelraden zoals nu. Vanaf de Dam verhuisde het stadsbestuur in 1808 naar de Oudezijds Voorburgwal, toen koning Lodewijk Napoleon het Stadspaleis op de Dam tot Koninklijk Paleis bombardeerde. Op de Oudezijds Voorburgwal werd het voormalige Prinsenhof uit 1578 toen stadhuis, totdat in 1988 de huidige Stopera als nieuw stadhuis geopend werd.
In 1926 kreeg het historische pand op de Wallen een gevel in de stijl van de Amsterdamse School en ook een raadzaal in die stijl. Het pand, waar nu The Grand zit, is inmiddels Rijksmonument.

Misschien weet u al van mij dat ik een zwak heb voor Grand Hotels. Ik schreef er in 2014 een column over. Zo mag ik graag in hotel de Roode Leeuw tegenover de Bijenkorf bij gelegenheid een lunchje “doen”. Ook dat is een prima plek om met mijn moeder te bezoeken, net als The Grand. Of koffiedrinken in de lobby van hotel Victoria tegenover het CS, u weet wel, dat pand waarin die twee oude huisjes zijn verpakt, zoals in het boek Publieke Werken door Thomas Rosenboom zo prachtig wordt beschreven.
(column: https://m.facebook.com/notes/face-to-face-column-olympisch-kwartier/column-grand-hotels/239978769519075/ )

In de bibliotheek van het huidige hotel The Grand serveren ze ’s middags een Afternoon Tea. Mijn moeder is in dit voormalige stadhuis getrouwd op 3 juni 1953; alleen daarom al nam ik haar er mee naar toe (natuurlijk niet voor de scones met clotted cream, dat snapt u wel 😃).
Net als vele andere Amsterdammers trouwde ze er in een eenvoudige Burgerzaal, die nu verdwenen is. Maar na ons ge-thee tijdens de kerst mochten we de historische raad- en trouwzaal even bekijken. Een juweel: een totaalkunstwerk van meubels, lampen, tapijten, ramen en muurschilderingen in de kunststijl van de Amsterdamse School. Daar trouwden op 10 maart 1966 Beatrix en Claus.

APPEL

Met verbazing sta ik voor de abstracte muurschildering van Karel Appel in het huidige café-restaurant van The Grand. Appel schilderde zijn “Vragende Kinderen” in 1949 met op zijn netvlies de hongerige ogen van kinderen (in Duitsland en Oostenrijk) net na de Tweede Wereldoorlog, Een thema dat hij in die jaren vaker in zijn werk zal gebruiken. “Al schilderend verschijnt steeds het beeld van het eeuwig vragende kind voor zijn geest. Het kind dat telkens opnieuw geboren wordt en onophoudelijk vragen over het leven blijft stellen”, aldus zijn biograaf Cathérine van Houts.

15740800_10202384934700352_7104604244867410079_nDe fresco besloeg een hele wand van de toenmalige kantine, maar de ambtenaren vonden in 1950 die “kinderlijke” Appel-beeldtaal shockerend. Hun verging de lust tot eten, zeiden ze, zo lees ik in de Appel-biografie. Men was kunst gewend, die getrouwe afbeeldingen van de werkelijkheid maakte. “De ambtenaren verslikken zich in hun broodjes. (-) De vragende kinderen krijgen koffiebekers toegesmeten. De toon is gezet. Een affaire is geboren. Zo ongeveer de halve vaderlandse pers valt over Appel heen”.

De abstracte kunst van Appel leidt tot grote controverses, her en der zelfs tot vechtpartijen. Nihilisme, wordt het genoemd. Terwijl internationaal Appel met kunststroming Cobra doorbreekt, verdwijnt de fresco “Vragende Kinderen” in 1950 achter een laag tengel en behang. Om de lunchende ambtenaren tegemoet te komen. De witkwast gaat er nog net niet overheen. Pas in 1959 wordt het weer vrijgegeven.

Tegenwoordig zijn de Vragende Kinderen te zien in het café-restaurant van The Grand. En constateer je met verbazing hoe gewoon we die kunsttaal zijn gaan vinden. Geen afbeelding van de werkelijkheid nee, maar een interpretatie van die werkelijkheid.

– over Appel: http://www.onsamsterdam.nl/…/292-hier-gebeurde-het-stadhuis…

– over het stadhuis: amsterdamse-school.nl/objecten/gebouwen/hotel-the-grand/

  —————-
187 bereikte personen
LeukMeer reacties weergeven

Reageren                  

2 reacties
Reacties
Face to Face Column Olympisch Kwartier
Schrijf een reactie… 
Jeannette Algra
Verwijderen
Jeannette Algra Kende ik niet dat verhaal over Karel Appel. Interessant om te lezen. Mam had overigens genoten van het uitje!

 

Willem Heemstra
Verwijderen
Willem Heemstra Prachtig gedaan graag gedeeld!

 

Blog uit Amsterdam Zuid met haar Griekse godinnen Eos en Hestia rond het Olympisch Stadion, uitwaaierend over de stad met liefde voor kunst, architectuur, historie en spiritualiteit.

%d bloggers liken dit: