Tagarchief: beeldende kunst

Hygiea’s gezondheid

photo_detail
detail van schilderij Hygiea van Gustav Klimt, 1900
hy to earth.jpg
Planetoïde Hygiea draait met haar diameter van 431 km in 5 ½ jaar om de zon

Verloskundigen- en huisartsenpraktijken, gymnastiekverenigingen, ja zelfs een counselingsbedrijf voor zorgprofessionals: ze kunnen zomaar naar HYGIEA heten, de Griekse godin van de gezondheid, de patrones van de apothekers.
Haar vader was Asklepios, ja, die van de dokterslang, de esculaap: de Griekse God van de geneeskunde. Zoon van de grote Apollo.

Beiden werden in het Oude Griekenland in Epidaurus op de Peloponesos vereerd. Er was een kuuroord en patienten hoefden er alleen maar te slapen worden gelegd voor genezing. Wanneer men in een droom een slang zag, was men meteen genezen…

Ik ben er een keer geweest, op een gloeiendhete kurkdroge zomermiddag. Met mijn schoolvriendin F. vergat ik me destijds altijd aan te passen aan de uren van de dag, de temperatuur van het Zuiden.
Ook het Griekse slow-motion-ritme van “sigá sigá !” leerden we pas later over te nemen. Een Griekse lover G. zei – op bezoek in Nederland ooit – dat hij hier de treinen miste, omdat ze hier altijd op tijd reden! Ja, dat is Griekenland: de bussen vertrokken nooit op tijd. Soms stapte de buschauffeur onderweg gewoon even uit om bij de bakker een broodje te kopen. Zo trokken we een maand door Griekenland.
Slowly – slowly: heeeeel gezond!

epidaurus

Epidaurus, tempel ter ere van Asklepios en Hygiea, met de slang als symbool

In de kunsten wordt Hygiea meestal uitge

salus hygieia_-3.jpg

beeld met de slang (van haar vader) en een schaaltje: de geneeskunst voedt zich uit de gezondheid.
De kleurrijke Hygiea van de schilder Gustav Klimt uit 1900 is misschien wel de bekendste afbeelding van haar uit de kunst. Ze was onderdeel van een grotere uitbeelding van de Medische Faculteit voor een zaal in de Universiteit van Wenen.

Het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden bezit een marmeren reliëf uit de 2e eeuw na Christus, waarop ze haar vader Asklepios eert.

Het Rijksmuseum in Amsterdam bezit een prent uit 1640 naar een (stand)beeld van Hygiea in Rome.

Asklepios_800p-4.jpg

2e eeuw na Chr.: Marmeren reliëf: Hygiea eert haar vader Asklepios , Museum voor Oudheden Leiden

unnamed-3.jpg

Hygiea, naar een sculptuur uit Rome, prent uit 1640, Rijksmuseum A’dam

Nieuw voor mij was dat er ook in de ruimte een asteriode met veel ijs erop naar haar is vernoemd. Het rotsblok draait samen met ook Hestia/Vesta – genoemd naar de Griekse godin van het huiselijke vuur – als een van de vier grootste ruimtebrokken tussen Mars en Jupiter in een grote asteroïde-regen om de zon. Daar doet ze 5 ½ x langer over dan de aarde, die dat traject in een jaar aflegt. video online:

hygieia-brunnen-01

Hygiea, als waterbron bij stadhuis in Hamburg

Vaak staat ze als sculptuur bij kuurooorden of bij waterbronnen of fonteinen, zoals in Rome in de Trefi-fontein of in Hamburg op de binnenplaats van het Stadhuis, in Karlsruhe voor een kuuroord.
Water en gezondheid: die twee horen bij elkaar.

NEDERLAND

Voorstreek 58 (5) (Small).jpg

Hygiea als tegelplateau op Jugenstill apotheek in Leeuwarden, 1905

Als schutspatroon voor apothekers prijkt ze in Leeuwarden in een prachtig tegelplateau boven de Centraal Apotheek uit 1905; in Groningen als zandreliëf boven een voormalig laboratorium.

In Spijkenisse staat er voor het Medische Centrum een moderne naakte sculptuur met slang van Hygiea. Ongetwijfeld vergeet ik er een aantal te noemen.

AMSTERDAM

In Amsterdam is Hygiea opgenomen als sculptuur in de beeldencollectie van het AMC-ziekenhuis, een “Vrouwe Hygieia‘ uit 1935 van beeldhouwer Christiaan Jozef Hassoldt (1877-1956) afkomstig uit het vroegere Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, een van de voorlopers van het AMC.

GR07fb-5.jpg

Hygiea in Groningen

2016-amc-beeld1-3.jpg

Vrouwe Hygiea, 1935 in het AMC

Daarnaast is ze in Amsterdam opgenomen in de architectuur van de stad, en vooral bekend als groot plein in de mythologische Olympische buurt, rond het Olympisch Stadion.
Het plein zit barstensvol met scholen en kinderen. Ik ging er als kind naar de Volksmuziekschool op no. 7 waar ik muzieknoten leerde lezen en waar de basis werd gelegd voor mijn liefde voor klassieke muziek. Veel later heb ik naast die school op no. 9 twintig jaar gewoond.
Mijn huisarts heeft er zijn praktijk.

jjjj-05-09-uu40-13_edited

Hygieaplein, 1928: toen de stad nog groene pleinen mocht hebben

Hygiea, godin van de gezondheid: we vinden haar dus overal en nergens. In dromen – of als ik een doodenkel keertje in mijn leven es stoned ben, zo heb ik gemerkt – komt er vaak een angst voor slangen omhoog. Maar bang, dat moet ik helemaal niet zijn, begrijp ik nu. Slangen zijn het zinnebeeld van de gezondheid! Wanneer men in een droom een slang zag, in het Griekse Epidaurus, waar Hygiea werd vereerd, was men juist genezen!
Ik zal dat onthouden.

ZH63am-2.jpg
Hygiea, modern beeld voor het ziekenhuis in Spijkenisse

Olympic Art Design

De Olympische fakkel is onderweg naar PyeongChang in Zuid-Korea voor de Olympische Winterspelen. Dat het ontwerp van zo’n fakkel, de Olympische posters, mascottes en medailles ook (toegepaste) kunst is, en dat er zelfs zoiets bestaat als Olympische Kunst daar had ik nooit zo bij stilgestaan. Nog gekker: tussen 1912 – 1948  was kunst gewoon onderdeel van de Olympische Spelen, waar je Olympisch goud, zilver en brons mee kon verdienen. Een impressie.

a36c7704f58165e127703f67804cf55a
De schaatsenrijders, 1924, Johan van Hell, Olympische bronzen medaille

Vorig jaar liet Museum More in de Achterhoek werk zien van Johannes van Hell, waarmee hij voor Nederland een Bronzen Olympische medaille won in 1924. Hij was klarinettist in het Concertgebouworkest maar schilderde ook. En die combi was precies volgens de Olympische regels, om als kunstenaar mee te kunnen doen aan de Spelen. Een kunstenaar mocht, evenmin als een sporter destijds, geen professional zijn. Hij mocht niet van zijn kunst leven; voorwaarde was ook dat het kunstwerk sport-gerelateerd was.

SimonGoossens1920Zilver
Les Patineurs, Simon Goossens, 1920: Olympisch Zilveren medaille

De Franse baron Pierre de Coubertin (1863-1937), die als sportsponsor en 19e eeuwse bobo uit het Old Boys Netwerk de Olympische Spelen uit de Griekse Oudheid weer nieuw leven had ingeblazen in 1896, geloofde in de heilzame missie van kunst.
Hij vond dat lichaam, ziel en geest moesten samengaan. Door hem werd kunst een Olympische discipline, vanaf de Spelen in 1912 .

Kunst moest verbroederen, net als sport, vond hij. Anno nu is dat geen gangbare gedachte meer over kunst. Kunst in de 21e eeuw wil eerder confronteren, zou ik zeggen. Moderne kunst wil zeker niet alleen behagen, plezieren. Of verbroederen. Misschien wel eerder: issues aan de kaak stellen.

SPORT GERELATEERDE KUNST

Atleten als boksers, discuswerpers, worstelaars spraken tot de verbeelding voor Olympische kunst. Maar ook schaatsers, zoals de sculptuur van de Belg Simon Goossens (1893-1964), die daarmee in 1920 Olympisch Zilver won.
In 1932 liet de Britse kunstenaar Cyril Power, bekend van zijn lino-snedes, zich inspireren door de wereldberoemde Noorse Olympische kunstrijdster Sonja Heni voor zijn “Skaters”.

ff8e11708eac59518ec88dca9a1cde15-power_cyril_skaters_jpg
1932 “Skaters” van Cyril Power
En ook veel later, toen Olympische medailles allang weer waren afgeschaft, maar kunstenaars wel werden uitgenodigd om posters voor de Spelen te ontwerpen, liet de Amerikaanse kunstenaar Andy Warhol zich in 1983 door schaatsers inspireren tijdens de Spelen in Serajevo:
34338_600x250_c
‘Speed Skater, 1983′ was Warhol’s bijdrage aan ‘The Official Art Portfolio of the XIV Olympic Winter Games’ in Sarajevo, Yugoslavia in 1984.

Olympic Art in het Olympisch Stadion, 1928

Tot 1948 waren er Olympische medailles te halen voor beeldhouwkunst, schilderkunst en tekenkunst, poezie, reliëfkunst, bouwkunst, medaille-ontwerpen en muziek.
In 1928 was er in Amsterdam in het Stedelijk Museum een kunsttentoonstelling tijdens de Zomerspelen. Schilder Isaac Israels won Olympisch goud met zijn tekening Cavalier Rouge evenals architect Jan Wils, met zijn ontwerp van het Olympisch Stadion.

De wandreliëfs boven de ingangspoorten binnenin het stadion zijn sport-gerelateerd. DSC05787

DSC05796A

DSC05803
Architect Jan Wils won Olympisch goud met het Olympisch Stadion in A’dam. Foto’s: M.Algra

FILMKUNST
catalogusOlympischKunsttentoonstelling1936

In 1938 maakte de Duitse Leni Riefenstahl (1902-2003) in opdracht van het Internationaal Olympisch Comitee IOC de beroemde c.q. beruchte film Olympia over de Spelen van 1936 in Berlijn. Filmtechnisch een hoogstandje voor die tijd. Filmkunst, waarmee ze tussen 1937 – 1948 vele filmprijzen won.
Na de oorlog echter werd haar verweten in haar film  het fascistisch regime van Hitler te prominent met groots vlagvertoon in beeld te hebben gebracht. Zij zelf heeft altijd gezegd dat politiek haar niet interesseerde en ze slechts de kunst en de schoonheid van het menselijk lichaam was toegedaan.
Filmfragment Olympia:

NA 1948

Na de Spelen van 1948 werden Olympische kunstmedailles afgeschaft. De Spelen waren  bedoeld voor niet-professionele deelnemers en steeds meer begon de professionaliteit van kunstenaars te wringen. Je kon ook moeilijk een architectuurmedaille uitreiken aan een niet-professionele architect.
Nu – sinds de jaren 70 – professionele sporters meedoen aan de Spelen, kun je je afvragen waarom kunstenaars niet opnieuw in een Olympische wedstrijd kunnen meedoen? Heeft dat te maken met de functie die Moderne Kunst tegenwoordig heeft? Is de verbroederingsgedachte binnen de kunstwereld nog wel up-to-date?

Men is er niet helemaal uit, lijkt het. In 2012, voor de Spelen in Londen, schreef het IOC voor de 4e keer wel weer een kunstwedstrijd uit, voor beeldhouwwerk en grafische kunst. Maar zonder Olympische medailles, er waren alleen geldprijzen te winnen.

210612-sport-art-01
Drie winnende sculpturen bij de Olympische Spelen in 2012: links “”Omnipotent Triump”” van Martin Linson, rechts “The Cycling Woman” van Fernando SERRANO MUÑOZ en middenin: ” Olympic hymn” van de Georgische kunstenares Levan VARDOSANIDZE
Het onderwerp is ook ruimer dan vroeger: “Sport and the Olympic values of excellence, friendship and respect” . Zestig kunstenaars deden mee. Winnende sculptuur werd het beeld van een paralympische atleet, die in zijn rolstoel de finish overgaat met zijn armen in de lucht, het Victory-teken makend: “Omnipotent Triumph” van de Amerikaan Martin Linson.

DESIGN IN GRAFIEK EN ARCHITECTUUR

mexico-68-wall-artKunst is dus na 1948 altijd verweven gebleven met de Spelen. Ook zonder medailles. Olympische stadions moeten ontworpen worden, net als posters.
De Spelen van Mexico (1968), Munchen (1972) en Montréal (1976) worden zelfs de “Designspelen” genoemd, met veel Op-Art, doorwerkend in logo, uniformen van hostessen en pictogrammen.
In 1972 ontwierp een hele rits wereldberoemde kunstenaars kleuren-lithografiën voor posters: Kitaj, Joseph Albers, Oskar Kokoschka, Hans Hartung, Tom Wesselman, Vasarely, bijvoorbeeld. En Hundertwassser, David Hockney en Marino Marini.

Voor de Spelen van 1968 maakte beeldhouwer Alexander Calder (1898-1976) – van wie in 2014 in de tuinen van het Rijksmuseum nog een beeldententoonstelling te zien was – sculpturen geïnspireerd op de Azteekse pyramidevormen en de Mexicaanse zon.

CalderELSOLROJO1966buitenAztecaStadiumMexico
Alexander Calder (1898-1976): ‘El Sol Rojo’, 1966, buiten het Azteken Stadion

Design was er ook in de architectuur van Kenzo Tange voor het Olympisch Stadion in 1964 in Tokyo en in Montreal, 1972, bij architect Roger Taillibert. En ook het schaatsstadion voor de Winterspelen in Zuid-Korea mag er wezen, de Gangneung Oval.

Het futuristische ontwerp voor een vernieuwd stadion voor de Spelen in 2020 in Tokyo, van de inmiddels overleden beroemde architecte Zaha Hahid (1950-2016), die ook betrokken was bij de Spelen van 2012, gaat niet door in Japan. Men vindt het daar oversized en overprized. Blijkbaar is er een grens aan wat haalbaar is voor Olympisch design.

FAKKEL

TOORTSAmsterdam
Olympische toorts met Inge de Bruijn bij het Olympisch Stadion, 2004

Ook over de vorm van de Olympische fakkels wordt elke keer weer nagedacht. Ik herinner me het  moment dat de fakkel in 2004 – tijdens haar torch relay – even in Amsterdam was en dat er door storm, stromende regen en problemen met de gastoevoer die lentenamiddag een enorme steekvlam uit de marathontoren van het Olympisch Stadion schoot.

alexanderTOORTS2
Erica Terpstra, Inge de Bruijn met toorts, prins Willem Alexander in 2004  kijken naar de marathontoren van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Foto: M.Algra

Nu is de Olympische fakkel in Zuid-Korea. Vrijdag wordt daarmee het Olympisch Vuur ontstoken. Online op Facebook laat ik mooie historische videobeelden zien. Pyeong Chang, here we come.

Bronnen o.a.:

  1. https://www.linkedin.com/pulse/art-competitions-olympics-modern-early-days-painters-sculptors-cruz
  2. https://www.olympic.org/news/ioc-launches-2012-sport-and-art-contest
  3. https://finearts.uvic.ca/research/blog/2014/02/11/going-for-the-gold-in-art-2/
  4. https://news.chass.ncsu.edu/2016/08/16/from-competition-to-exhibition-arts-in-the-olympic-games/
  5. lezing van kunsthistoriscus Michel Didier, in de Openbare Bibliotheek Olympisch Kwartier, 20 augustus 2016 “Olympische Spelen in de Beeldende Kunst”
  6. Paul Arnoldussen, Amsterdam 1928 : “het Verhaal van de IXe Olympiade”, hoofdstuk “Het kunstconcours in het Stedelijk Museum”
  7. Zie: mijn column over de oorsprong van het Olympisch Vuur en Prometheus: https://marionalgra.wordpress.com/2016/05/02/het-vuur-van-de-goden/

 

 

Fontein wordt kraantje

En daar stond ie dan in het buurtzaaltje op de informatieavond in de bibliotheek: de jonge eigentijdse Britse kunstenaar op rode gympen met neergeslagen ogen, bijna schuchter: ”ik voel me in het defensief gedreven, voel veel spanning in de zaal”, zei hij in het Engels. Er liepen buurtbewoners weg.

39076d72495d5b88923542b2ee69925f
Matthew Darbyshire, environmental artist, 1977. Ontwerper van het kunstobject Stadionplein 2017

Matthew Darbyshire, uitgekozen door Stadsdeel Zuid voor het toekomstige kunstwerk op het Stadionplein, kwam zijn ontwerp uitleggen. Het wordt een Huiskamer van beton en brons, die op de overgang van plantsoen en plein komt te staan bij de Van Tuyll van Serooskerkenweg. Het krijgt de moeilijk in de volksmond liggende titel mee: “11 Rue Simon-Crubellier”. Ook de voorzitter van Stadsdeel Zuid, Sebastiaan Capel, tevens portefeuillehouder Kunst, had al moeite met het uitspreken ervan.

ENVIRONMENTAL ART

Darbyshire (1977) is een jonge vertegenwoordiger van de Environmental Art, omgevingskunst, een kunststroming die eind jaren ’60, beginjaren 70 begon, waarbij kunst en ruimte in elkaar overvloeien. Een bekende kunstenaar in dit genre is Claes Oldenburg, maar ook Edward Kienholz met zijn klokkencafe The Beanery in de vaste collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam is een mooi voorbeeld. Je kunt als kijker zijn eetcafe inlopen.

Darbyshire heeft zich, al lopend door de Stadionbuurt, voor zijn idee en concept van een betonnen kamerappartement laten inspireren door de interieurs van diverse woningen in de omgeving. Hij werkt zowel in London als in Cambridge als in Amsterdam voor kunst in de Openbare Ruimte. Het summum van omgevingskunst vond hij eigenlijk een platbodem in de Stadionkade, langs de wal voor het Spinozalyceum, waarop diverse stoelen zijn bevestigd. Dat bracht hem op zijn idee, vertelde hij.

1_perspective
Ontwerp voor kunstobject Stadionplein, Matthew Darbyshire (1977)

Omdat een woonhuis de enige omgeving is waarin burgers zichzelf kunnen organiseren, aldus Darbyshire, de enige plek waar burgers vrij zijn van toezicht op openbare ruimte en vrij van alle regels, daarom vindt hij dat “het huis het meest accurate uitkijkpunt biedt om te zien en te beoordelen hoe onze medeburgers hun Vrije Wil uiten”.

KRITIEK

Hij bedoelt het goed, de kunstenaar: wil heel democratisch buurtbewoners mee laten denken over de inrichting van zijn kunstontwerp. Kon hij het helpen dat Stadsdeel Zuid zijn ontwerp uitgekozen had, terwijl bewoners niet allemaal enthousiast zijn?

Er waren zo’n 11 buurtbewoners op de informatieavond in de bibliotheek. Een deel ervan liet merken het idee van die huiskamer als kunstwerk helemaal niks te vinden, dus hoezo meedenken over de inrichting en het interieur van de betonnen huiskamer? Heb je eindelijk een groen plantsoen in de buurt, komt er een appartement als kunstwerk met bronzen meubels en andere interieurobjecten. Alsof er al niet genoeg architectuur staat!

In het zaaltje beriepen de sceptische buurtbewoners zich op eerdere info-avonden: dat er een mooie monumentale fontein zou komen op het Stadionplein, zoals bewoners graag wilden; dat het voor de Klankbordwerkgroep van bewoners, die de kunstcommissie van Stadsdeel Zuid zou adviseren, een raadsel was hoe de afgelopen jaren de selectieprocedure van kunstenaar en kunstwerk tot stand was gekomen. De deelraad kwam en de deelraad ging: een ondoorzichtig  besluitvormingsproces.

De Klankbordgroep (een “pre-adviescommissie” in Stadsdeeltermen) had slechts een paar keer mee mogen denken. Niet mee mogen stemmen. Het is de Adviescommissie voor de Kunst (ACK) van het Stadsdeel die op basis van professionaliteit het dagelijks bestuur van Stadsdeel Zuid over kunst op het Stadionplein moet adviseren.
De advisering van de ACK is gericht op het genereren van artistieke kwaliteit die recht doet aan de karakteristieken van Zuid.” Zo meldt de Stadsdeelwebsite. En daar gingen bewoners niet over natuurlijk, over die artistieke kwaliteit. Slechts professionals. ”Voor zinvolle relaties tussen kunst en het stedelijke leven in Zuid is ook een goede artistiek-inhoudelijke analyse en begeleiding nodig”, lees ik. Waarvan akte.
De klankbordgroep van bewoners heeft het hele Idee van een betonnen appartement als kunstobject nooit zien zitten.

DEMOCRATIE

En zo is het Stadsdeel tot keuzes en besluiten gekomen. Zonder budget voor een kunstwerk, maar wel met een budget voor een fontein, werden fondsen gezocht ter financiering, bij o.a. het Amsterdamse Fonds voor de Kunst (AFK) en Bouwfonds Cultuurfonds, maar ook bij Bouwinvest, de financieerder van veel nieuwbouw rond het Stadion . Het Program van Eisen zei, dat er ”ïets” van water in het kunstwerk moest worden opgenomen. Een “waterelement”.

De projectmanager van de gemeente voor het Stadionplein, Ingrid van Leeningen, knikte aanhoudend instemmend bij het verhaal van de kunstenaar. Het Stadsdeel is enthousiast over het kamerontwerp als Idee. De kunsttaal van Darbyshire vond de Adviescommissie voor de Kunst “volstrekt uniek”, de commissie was vooral gecharmeerd van het idee, dat de kunstenaar de inrichting wilde laten meebepalen door buurtbewoners.

De kunstenaar gaf blijk van zijn democratische intenties: zijn intellectuele concept van een denkbeeldig appartement (gebaseerd op de Franse roman  “Het leven een gebruiksaanwijzing” van George Perec dat zich afspeelt in een Parijs’ appartement aan een fictieve straat 11 Rue Simon-Crubellier) kan interactief door bewoners worden ingevuld en ingericht op een website. Welk designtafeltje had u erin willen hebben? Welk ontwerp wasmachine, uit welk jaar? Welke mixer, citroenpers, koelkast?

De kunstenaar wil graag iconische objecten van de laatste 100 jaar gerepresenteerd zien. En struint de archieven van diverse Nederlandse musea af om een catalogus samentestellen waaruit men objecten kan kiezen.
Hoe leuk kan het niet zijn, benadrukte stadsdeelvoorzitter Sebastiaan Capel, als je als bewoner kunt zeggen later dat die bronzen koffiemolen daar in de hoek van het appartement door jou is aangedragen in het kunstontwerp. Vanaf half oktober kan de catalogus bekeken worden op http://www.amsterdam.nl/stadionplein

20160923_154724
Bewoners laten zich inspireren op Art Zuid, in de hoop mee te kunnen praten over het kunstwerk Stadionplein, 2011

Ooit liep ik als bewoner mee over Art Zuid, een rondleiding ter inspiratie, zodat we  –  aldus het stadsdeel – dan beter met de Adviescommissie voor de Kunst zouden kunnen meedenken over het Stadionplein. Toen ik doorkreeg dat je als pre-adviescommissie niet kon meestemmen en de gemeente de kunstenaar zou kiezen en ook het ontwerp, heb ik niet meer gesolliciteerd voor de Klankbordgroep.

Stiekem had ik van iets monumentaals gedroomd: van een hoge open slanke vlam in lichtbruin brons – een verwijzing naar het historische karakter van het plein, waar het Olympisch Vuur in 1928 voor het eerst sinds de Griekse Oudheid was ontstoken. Maar soms zijn dromen niet conceptueel genoeg. Het is de tijd van de Environmental Art en de Conceptuele Kunst.

hs9-md4336s-448x600
Hercules, Matthew Darbyshire

Wel zag ik dat onze Britse Matthew Darbyshire nog in 2014 een forse sculptuur van een Hercules had tentoongesteld in Cambridge, een voorbeeld van beeldhouwkunst die in de Griekse Goden- en Heldenbuurt rond het Olympisch Stadion (met een heuse Herculesstraat) ook niet misstaan zou hebben. Toch?

FONTEIN

Het hele idee van een fontein is inmiddels van de baan: ja, in het appartement moet “iets van water” te zien zijn, “een waterelement”, zoals het Programma van Eisen zei, en zoals de opdracht van de gemeente aan de kunstenaar nu luidt; het is een schraal en slap aftreksel van het idee van een monumentale fontein, zoals de buurt voor ogen had.
Maar wat voor waterstraal moet het worden dan? Ziet u het voor u: een spuitende douchekop, een overlopende wc-pot, een op hol geslagen wasmachine, een lopend waterkraantje: hoe spectaculair kan het zijn, zo’n waterelement?

Als het aan de kunstenaar ligt: heel spectaculair, met ferme waterstralen in het appartement. Zijn ogen gingen ervan glimmen. Als het aan de gemeente ligt: drupt er geloof ik straks hoogstens een waterkraantje. Maar u kunt wel als buurtbewoners binnenin het kunstwerk straks uw krantje gaan lezen of met elkaar een kaartje leggen op een in brons gegoten – door uzelf uitgekozen – designtafeltje. Dat dan weer wel.
Als u dat al van plan was.

Wilt u meedenken over de huiskamerinrichting van het nieuwe kunstwerk: meldt u dan aan bij t.banen@amsterdam.nl van de Gemeente.
En let op de gemeentekrant, editie Zuid, in uw brievenbus.

Zie: https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/27/een-kunstwerk-een-gebruiksaanwijzing/

 

De rustende atleet

header-image-new-1024-campaign-ret1
Affiche European Athletics Championships #ECH2016

Ik sport niet. En dat zie je. Ik ben bepaald geen Dafne Schippers. En dan woon je in een woonblok dat De Atleet heet. In Olympisch gebied, waar deze juliweek de Europese Kampioenschappen Atletiek gehouden worden. Waar Schippers op een immens groot spandoek van haar sponsor Nike met “JUST DO IT” je lijkt aan te moedigen. Ook EK-sponsor Brooks, die op 10 juli een 10 km loop voor het publiek organiseert, moedigt rond het Olympisch Stadion aan met de leus “Live the way you run, run happy”. Maar verder dan een rondwandeling rondom het stadion om de sfeer te proeven, kom ik zelf nog niet.

Ik ben dan ook stomverbaasd als ik op het Twitteraccount van mijn Face to Face-columnpagina vorige week het Ajax Soccer-News als nieuwe follower krijg. Het centrale beeld van het Olympisch Stadion op mijn website heeft mij al vaker sportliefhebbers als lezer opgeleverd, merk ik. Het schept verwachtingen zo’n buurt.

Maar er staat toch echt vermeld dat ik vanuit het Olympisch Kwartier schrijf over kunst, architectuur, historie, mythologie en aanverwante zaken als bewoner in Zuid. Er staat niet dat ik over sport schrijf.

2014-04-20 2014-04-20 002 091
De Rustende Atleet op het Minervaplein, beeld v Jan Havermans

Eerder nog schrijf ik over “Een Rustende Atleet”, zoals ik deed in mijn column “De Denkers van Zuid”, april vorig jaar, toen ik het standbeeld op de kruising Stadionweg/Minervaplein aanzag voor een soort “De Denker” van kunstenaar Rodin. Het standbeeld “Een Rustende Atleet” heeft voordat het in 1951 geplaatst werd in Zuid nog tijdelijk bij de ingang van het Stedelijk Museum gestaan.

scannen0355
De Rustende Atleet werd in 1951 geëxposeerd voor het Stedelijk Museum. Beeldhouwer Jan Havermans, rechts met alpinopet

Toch schreef ik in de zijlijn soms wel eens over sport. Over het Olympisch Zwemmen in 1928 van Johnny Weismuller in het Olympisch Kwartier. En over een Voetbal-Amsterdammer naast me op de tribune van de Coolste Baan van Nederland, toen het Olympisch Stadion in 2014 even schaatsstadion was. En vorig jaar tijdens de Tour de France schreef ik over de eerste rondemiss in 1954, toen de Tour vanuit het Stadion in Amsterdam vertrok. Ook frummelde ik een filmpje in elkaar over boksen en schermen in 1928 op de plaats van de huidige Citroëngebouwen.

Maar ja, gij sportlezers onder u, wat moet ik nou met jullie in deze Europese Atletiekweek?

20160701_173049_resized

Een vaardigheidsdiploma in mijn archief vertelt me dat ik ooit de 80 meter in 11,8 seconden liep, terwijl 13,8 seconden de minimumvereisten waren.
Bij polsstokhoogspringen krijg ik associaties met slootjespringen, dat ik niet beheerste toen ik als stadskind bij familie in de provincie logeerde. En met een hoofd vol kroos bovenkwam uit de sloot.
Bij discuswerpen denk ik al snel aan de discussen tussen mijn ruggewervels, die zowel op laag L5S1 nivo als op neknivo de neiging tot verschuiven hebben in herniastand.
En bij kogelslingeren denk ik slechts aan mijn driftige jeugdworp van een oranje busje gestampte muisjes van De Ruijter, naar mijn zusjes hoofd, waardoor alle plinten en schilderijlijsten in de huiskamer witbepoederd raakten en mijn moeder in alle staten.

U ziet, mijn sportieve handelingen stammen uit een langvervlogen tijd.

(online foto slide-show):

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

EK-Atletiek

Met vrijkaarten beland ik als buurtbewoner woensdag desondanks in het stadion. De omroeper vraagt de verschillende rood, wit, blauw en oranje kartonnen waaiers om de beurt te laten wapperen, als dat op commando via de geluidsinstallatie wordt gevraagd. Maar zo ver komt het woensdag nog niet. Er is nog weinig oranjes te verdienen. Er is nog geen Wilhelmus.

Familieleden van de Nederlandse polsstokhoogspringer Menno Vloon zitten vóor mij op de tribune en houden enthousiast een spandoek met “Fly noon” omhoog , maar na de 5.35 m komt hij 3 x niet over de 5.50 m heen. Nu weet ik ineens waar het spreekwoord “de lat hoog leggen” vandaan komt. En weet ik meteen ook dat ik niet in de wieg gelegd ben voor sportfotografie met mijn apparatuur.

Op de 10 km zie ik de Nederlandse hardloopster Jip Vastenburg niet in de buurt van de eerste drie komen, zoals ze zelf had voorspeld. Wel joelen in oranje t-shirt geklede (vermoedelijk) Nederlandse-Turken met de Turkse vlag als de 10 km wordt gewonnen door Yasemin Can, een Keniaanse met een Turks paspoort. Een grote rode vlag met witte halve maan en ster hangt achter hen in het stadion tegen de muur van de tribune en kleurt bijkans oranje in het zonlicht.

Ook zijn aan de voorkant, op het rommelige Stadionplein vol bouwobjecten, de lege kale Citroëngebouwen op straatnivo met oranje doek bespannen en verbergt het reuzenspandoek van Dafne Schippers de bouwput voor de internationale pers.

Zij zal het moeten doen de komende dagen. De nieuwe ruiten van het lege – nog op te leveren- wooncomplex op het plein zijn vorige week met een hoogwerker niet voor niets net op tijd gelapt. De Marathontoren weerspiegelt zich er prachtig in. Huurprijs per appartement: vanaf 1.675 euro per maand.

JUST DO IT.

________________________________________________

Eerdere columns FACE to FACE: over SPORT:

De Tour in Amsterdam:

https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=403949043122046&id=238292489687703

Voetbal-Amsterdammer:

https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=3960615749466&id=238292489687703

Olympisch Vuur 2014:

https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=241058846077734&id=238292489687703

Huldigingsceremonie Olympische schaatsers: https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=243947722455513&id=238292489687703

De Coolste Baan v Nederland: https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=243958909121061&id=238292489687703

Boksen en schermen in 1928: 

https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=388681571315460&id=238292489687703

Zwemmen, 1928, Johnny Weismuller:

https://m.facebook.com/notes/face-to-face-column-olympisch-kwartier/column-you-tarzan-me-jane/253609004822718/

Zwemmende Tarzan:

https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=320453084804976&id=238292489687703

Een Rustende Atleet in: De Denkers van Zuid:

https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=379632075553743&id=238292489687703

Het vuur van de goden: de mythe over het Olympisch Vuur:

https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=496798453837104&substory_index=0&id=238292489687703

 

Het vuur van de goden

Jan_Cossiers_-_Prometeo_trayendo_el_fuego,_1637
Prometheus draagt het Olympisch vuur, Jan Cossiers, 1637 – Pradomuseum

Het vuur is aan. Het Olympische vuur. Via zonnestralen werd eind april de fakkel ontstoken in het Griekse stadje Olympia, op weg naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, augustus 2016.
Actrices, gekleed als priesteressen, verrichtten het ritueel in het voormalige heiligdom uit de Oudheid, Olympia: daar waar de Olympische Spelen ooit gehouden werden ter ere van oppergod Zeus (zie: videolink, onderaan).

media_xll_3752014
Olympia,  ceremonie 21 april 2016: het vuur komt van de zon ©AP

Bij de eerste Spelen – 776 voor Christus – was er nog geen fakkel, geen estafetteloop en geen openingsceremonie met het ontbranden van het Olympische vuur. Wel brandde er bij dit soort ceremonieën ter ere van de Goden het vuur van godin Hestia, het haardvuur dat altijd brandende gehouden moest worden.

De fakkel werd pas later bedacht. In navolging van de Griekse mythe over de reus Prometheus, die het vuur van de Hemelgoden stal van de hoogste berg van Griekenland, de Olympus, en het – verborgen in een opgerold venkelblad – naar de mensen op aarde bracht. Trots staat de reus naast de ingang van het Olympisch Stadion met de fakkel in zijn hand.

In Amsterdam hebben we zo zomaar twee reuzen als standbeeld, de gebroeders Atlas en Prometheus. Atlas staat als Hemeldrager bovenop het Paleis op de Dam (hij moest de hemel op zijn nek dragen van Zeus) en zijn broer Prometheus – de Vuurbrenger – staat in Zuid. Twee reuzen – Titanen, halfgoden – die volgens de Oude Grieken tussen de mens en de goden bemiddelden. (Zie ook column over Atlas: “Amsterdam: een wereldbol”).

DSC04335
Het standbeeld van Prometheus met fakkel; Stadionplein, naast de marathontoren, waar in 1928 voor het eerst Olympisch Vuur ceremonieel werd aangestoken.

In het Grieks zeggen ze dat het Olympische vuur niet wordt aangestoken, maar wordt aangeraakt door de toorts, zo leer ik uit een VPRO-radiodocumentaire uit 2004 over het ontstaan van het Olympische Vuur, van sporthistoricus Jurryt van de Vooren. Dat vind ik een nogal interessant taalkundig detail, moet ik zeggen: “aangeraakt worden”. Het doet me direct denken aan het vingertje van Michelangelo in de Sixtijnse kapel: het vingertje van God waarmee Adam werd aangeraakt en tot leven kwam.

Dat dat geen gekke associatie is, merk ik, als ik me voor deze column verder verdiep in de mythe van Prometheus, die veel en veel verder blijkt te gaan dan het (letterlijk) brengen van het vuur van de berg Olympus naar de aarde.

Creation_of_man_Prometheus_Berthelemy_Louvre_INV20043_n2-1
Plafondschildering Louvre: Prometheus schept de mens; Jean-Simon Berthélemy (1745-1811), Jean-Baptiste Mauzaisse (1784-1844)

Het meest bekend is de letterlijke interpretatie van de mythe: Prometheus steelt het vuur – opgerold in een venkelblad –  van de berg Olympus omdat hij de mens wil uitrusten met meer macht. Het vuur van donder en bliksem had altijd bij de Hemelgoden gehoord. Maar Prometheus wil, als halfgodenzoon, de mens minder afhankelijk van de weergoden maken. Met vuur en techniek kan de mens tot verdere beschaving komen.
Maar het verhaal begon ermee, volgens sommige auteurs van de mythe, dat Prometheus zelf in opdracht van Zeus de eerste mens had geschapen. Uit klei.

Scheppingsverhaal

Het verhaal over het ontstaan van de mens uit klei is een oeroud esoterisch scheppingsverhaal, dat in diverse culturen voorkomt en ooit in de Griekse mythologie bij de reus Prometheus terecht is gekomen, maar ook via de mystieke Kabbala in de Joodse Thora en het eerste bijbelboek Genesis en zo via de Joodse traditie in het latere Christendom (Oude Testament, deel 1 uit de Christelijke bijbel).
In het Hebreeuws zijn de woorden “mens” (Adam) en “aardbodem” (Adama) verwant aan elkaar.
Genesis 6:4: “Er leefden toen en ook later nog reuzen op aarde. Het waren de kinderen die de godenzonen bij de dochters van de mensen gekregen hadden. Zij staan als de beroemde helden van de oudheid bekend“.
PROM-367
Sf-film Prometheus, 2012

In 2012 speelde de science fictionfilm Prometheus hier mooi op in. In de film blijkt de reus Prometheus afkomstig te zijn van een andere planeet, die achterblijft op aarde en die zijn DNA aan de mens geeft.

Prometheus als schepper van de mens werpt – wat mij betreft- een verrassend ander licht op het hele Vuurbrengers-thema.
Wil je de Griekse mythes doorgronden dan moet je op zoek gaan naar de ziel van het verhaal, de symboliek, zegt de Franse classicus prof. Jean-Pierre Vernant, in zijn boek “De wereld, de Goden, de Mensen“. Prometheus is dan de brenger van het goddelijke vuur naar de aarde. Oftewel: Prometheus brengt de goddelijke vonk en het leven, geeft de mens zijn onsterfelijke ziel.
prometheussarco_center
Relief sculpture Prometheus, creating man. Roman, 3rd century CE. Rome, Capitoline Museums (Palazzo Nuovo).

Op tal van marmeren reliëfs op Romeinse sarcofagen wordt juist dit aspect van de Prometheus-mythe afgebeeld. Prometheus’ vuurfakkel krijgt op die manier wel een heel andere betekenis!

Opvallend is dat wij vooral het letterlijke aspect van de mythe lijken te hebben onthouden, Prometheus als vuurdrager, niet zozeer als vuur-géver. Wellicht komt dat doordat het Grieks-mythologische scheppingsverhaal in de loop der eeuwen verdrongen werd door de opkomst van het (Grieks-orthodoxe) Christendom en het scheppingsverhaal uit Genesis. (Zie ook mijn column  “Onsterfelijke appels” over de appels van de Griekse Hesperiden en de latere Adam en Eva-appelmythe uit de bijbel).

Olympisch Vuur

Ook de Olympische Spelen zelf werden verdrongen. Door opkomst van het Christendom verdwenen eeuwenlang de Spelen, als zijnde een heidense eredienst voor Zeus.
Pas in 1896 kwamen de Olympische Spelen weer terug (ontdaan van elke religieuze context). In 1928 sprak de confessionele pers in Nederland nog schande van dit “heidens spektakel” en werd mede vanwege het sporten op zondag overheidssubsidie voor de Spelen in Amsterdam onthouden. Dat de Spelen in 1928 toch konden doorgaan, komt puur door een grootschalige collecte onder het volk, ter financiering van het spektakel. Architekt Jan Wils van het Stadion, die ook de marathontoren ontwierp met voor het eerst de vuurschaal bovenin, moet deze noviteit voor het Olympische Vuur bewust zo ontworpen hebben: een heidens spektakel? Dan ook: heidens vuur!
12096385_10206711190691798_707531947699330875_n
Prometheus vanaf 1947 tot de renovatie in 2000, op de tribune binnenin het Olympisch Stadion.

4 mei

DSC04328
4 mei herdenking, 2015

Het standbeeld van Prometheus als fakkeldrager staat sinds 1947 in Amsterdam. Hier wordt tegenwoordig op 4 mei de Nationale Sportherdenking gehouden. Het Nederlands Olympisch Comité had na W.O. II opdracht gegeven tot een oorlogsmonument bij het stadion.
Met het standbeeld blijkt men vooral de opstandige kant van Prometheus te hebben willen uitdrukken. Volgens de kleindochter van de beeldhouwer Fred Carasso (1899-1969) werd in 1947, aldus informatie van het Olympisch Stadion, Prometheus gezien als een soort verzetsheld: hij kwam in opstand tegen het heersende gezag (de Olympische goden) toen hij de mens van vuur voorzag. nationaal-committee-4-en-5-meiHet scheppen van de mens was keurig in opdracht van Zeus gegaan, maar de mens vuur geven was tegen diens zin geweest: Prometheus stal het vuur van Zeus, zodat de mens zich onderscheiden kon van andere levende wezens op aarde en macht kreeg, ook ten opzichte van de goden. Met het vuur kon de mens zelf creëren (techniek).

Het vuur bracht zo ook vrijheid. ‘Deze daad van verzet was uiteraard al geschikt als onderwerp voor een oorlogsmonument.’  schreef Deirdre Carasso in 2003, aldus informatie van het Stadion, in het tijdschrift Amstelodamum over het kunstwerk van haar grootvader. Daarnaast constateerde ze dat de symboliek van de vlam soms ook bij andere oorlogsmonumenten een rol speelt: ‘Het niet te doven vuur van verzet, het vuur als vrijheid, als een gloed waardoor het kwade wordt verteerd, en het vuur als teken van hoop en licht.”

De fakkel wordt vaker als vrijheidssymbool gebruikt. Het Vrijheidsbeeld in Amerika draagt een fakkel. En we zien de fakkel terug in het logo van het 4 -5 mei comité. Morgen, 3 mei, arriveert de Olympische fakkel in Brazilië. Overmorgen, 4 mei, wordt om 10.30 uur bij het Olympisch Stadion bij het beeld van Prometheus stilgestaan.
Geef de fakkel door. Het vuur is aan.


Onsterfelijke appels

 
Oneindig leven. Wie wil dat nou??? Bijgaande video schoot ik in augustus bij de begraafplaats achter de Stadionkade. De klokken luiden de doden de eeuwigheid binnen. Ik woon achter de Laan der Hesperiden, waar volgens de Griekse mythe de Gouden Appels van Onsterfelijkheid liggen. Aan het eind van de laan “spotte” ik zelfs een heus appelboompje langs de Stadiongracht. Het is appeltijd, had ik in oktober willen schrijven voor deze column over (on)sterfelijkheid. Tijd om te oogsten. In mijn privéleven gebeurde echter zoveel rond het leven van mijn oude moeder, op weg naar de 88, dat ik schrijven over onsterfelijke appels en de Hesperiden steeds maar voor me uitschoof. Te ingewikkeld thema. Wat was mijn point?

Hans_von_Marées_005
Drieluik van Hans von Mareés, 1884: Appels van de Hesperiden. Neue Pinakothek, München

Oude mythes over de mensheid vertellen altijd weer het verhaal van de strijd die de mens aangaat met de dood, verhalen in feite over de menselijke jaloezie op de Onsterfelijkheid van de Goden, een dualiteit waar we amper mee kunnen leven als mens. Wij hebben moeite met de eindigheid van het leven. Hoe langer leven, hoe liever, lijkt het dogma anno nu. “Maar mag een mens ook nog rustig sterven,” vraagt mijn moeder zich af.

Griekse mythe en Bijbelse appelmythe

2016-03-18 12.36.47_resized
Gespot: piepklein Appelboompje: eind v d Laan der Hesperiden

Voordat ik hier kwam wonen, had ik nog niet van de dames gehoord: van de Hesperiden. In de Tuin der Hesperiden wonen, aldus de Griekse mythe, de dochters van de half-goddelijke reus Atlas (zijn broer Prometheus staat als reuzen-standbeeld voor het Olympisch Stadion, maar daarover in mei meer). In de Tuin der Hesperiden bevinden zich ook de Appels der Onsterfelijkheid, die Hercules – de stoere menselijke held – wilde stelen.
Appels als symbool voor leven en dood komen vaker voor. In de Bijbelse mythe zijn het Adam en Eva die sterfelijk worden, als zij een appel eten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad. Als straf moeten ze de goddelijke Paradijstuin uit: verliezen ze zo hun onsterfelijkheid.
Beide mythen zijn aan elkaar verwant, maar het Griekse verhaal was er eerder.

Zowel de verstoting van Adam en Eva uit de Paradijstuin als de Hesperiden in hun Tuin met gouden appels zijn vaak bron van inspiratie geweest voor kunstenaars, o.a. bij Edward Burne-Jones (1873). Vele blote Eva’s en romantische nymphen als Hesperiden. Het Drieluik van Hans von Marées laat beide mythen tegelijkertijd zien (1884);
Ook zien we in de kunst soms Jezus Christus met een appel in zijn hand terug, zoals bij Lucas Cranach de Oudere (1531). Hoewel de appel in de Christelijke kunst vaak negatief symbool staat voor de “zondeval” van Adam en Eva, kun je terzelfdertijd zeggen dat de appel symbool staat voor onsterfelijkheid, symbool van Eeuwig leven, kennis over Goddelijkheid.
Het ging ook niet om de appel zelf, maar om de Gnosis – de Kennis – die Adam en Eva wilden verwerven door het eten van de verboden vrucht. Kennis, waarover zij als mensen blijkbaar niet mochten beschikken. En daardoor verloren zij hun oorspronkelijke onsterfelijke ‘goddelijke’ status: God zette ze hup, de hemel uit.

images
Tuin der Hesperiden, late 5e eeuw B.C.

Ook Hercules als menselijke Griekse held wilde wel weten hoe hij onsterfelijk kon worden, maar de Hesperiden bewaakten dat geheim en hun appels. Blijkbaar is het dus altijd en overal ter wereld van belang geweest een onderscheid te maken tussen aardse mensen en niet-aardse goddelijke wezens. Wat de één Mens maakt en de ander een Goddelijke status geeft, blijft geheim.

Ik heb het altijd een wonderlijk verhaal gevonden, die Bijbelse appelmythe. En er zijn ook heel wat filosofen die zich hierover gebogen hebben: over het ontstaan van dualiteit, van leven en dood, man en vrouw, goed en kwaad, een dualiteit in tegenstelling tot de Eenheid die er eerst was, in onze goddelijke oorsprong.
In zijn boekje “Sterven is doodeenvoudig, iedereen kan het” haalt de filosoof René Gude, oud-Denker des Vaderlands, – in het zicht van zijn dood vorig jaar – zijn collega-filosoof Peter Sloterdijk aan die had gezegd, dat de mens pas werkelijk van zijn sterfelijkheid doordrongen had kunnen raken, toen er in de jaren ’60 voor ’t eerst door astronauten in de ruimte opnamen waren gemaakt van onze zwevende aardbol in het heelal. Pas toen moet het volle besef zijn doorgedrongen: “daar komt niemand levend vanaf“, schatert Gude in zijn interview met Wim Brands. Die gedachte had Gude troost gegeven tijdens zijn stervensproces.

FB_IMG_1442856713257_resized
Zuidas 2015

DSC04184

Midden op de Zuidas houdt filosofisch centrum ‘De Nieuwe Poort’ zich ook regelmatig bezig met het thema van de dood. Een lezing over ‘Plato en de Dood’ zoals vorig jaar of, concreter, met een zogenaamde “WALL Before I die“: een bord waarop Zuidassers hun levenswensen konden optekenen. Wat wilde men graag bereiken, vorens dood te gaan?
FB_IMG_1442856845270_resized– “Earn more money than I do now“, kalkte een Zuidasser op. Anderen waren creatiever, humorvoller en/of diepzinniger:
– “Before I Die I want to go to the moon”
– “Before I die I want to have dinner with my friend + watch Netflix”
– “Before I Die I  want to know what does being a real human mean“.

Sterfelijkheid

Tithonos_Eos_Louvre_G438_detail
Godin Eos reikt naar mens Tithonus, 460 B.C.

Om in mijn Olympische buurt in Amsterdam Zuid te blijven: ook Eos, de Dageraadsgodin uit de Griekse mythologie, worstelde met het thema van de sterfelijke mens. Als onsterfelijke godin werd ze steeds verliefd op sterfelijke mannen. Ze wilde oh zo graag dat haar minnaar Tithonus onsterfelijk zou zijn als zij. Toen zij dat bij oppergod Zeus bepleitte, verleende hij haar die gunst en maakte Tithonus onsterfelijk voor haar. Maar vergeten werd dat Tithonus, als mens, dan nog wel steeds ouder en ouder werd, en totaal verschrompelde, terwijl Eos zelf als godin in volle glorie bleef stralen. Zo aantrekkelijk was dat niet voor haar.
In bijgaand filmpje legt een Amerikaanse professor aan de hand van de mythe over Eos en Tithonus uit, waarom ons gevecht tegen ouderdom en sterven zinloos is: verouderen en sterfelijkheid horen bij de mens, accepteer dat nou maar: The Story of Tithonus and Eos — ChangingAging.org: https://youtu.be/UIb9SyqQiAU

Appel voor onderweg
Als mijn oude moeder over niet al te lange tijd sterven zal, kan ik haar misschien een appel meegeven. “Hier, neem maar mee, voor onderweg“, zou ik kunnen zeggen. Zoals eeuwenlang bij de Egyptenaren, volgens hun mythes, de doden voedsel meekregen voor hun tocht door het hiernamaals.
Maar ik zou ’t symbolisch kunnen doen. Met die appel bereikt mijn moeders ziel dan wellicht opnieuw de staat van onsterfelijkheid, waaruit zij ooit is ontstaan.

Over appels en een zondeval hoort u mij niet praten. Het is maar welk aspect uit een mythe je naar voren schuift, en in welke mythe u wilt geloven. Grieks of Bijbels. Wellicht gelooft u slechts in uw eigen mythe, de Verlichtingsmythe van uw eigen Welbevinden.
Mijn moeder zal het te zijner tijd Weten.
Niet wij. Want wij kijken nog naar Netflix.

http://www.stemderbomen.nl/pages/mainpages/geheim-van-de-appelboom.htm

Vrouw in sarong


2014-04-20 2014-04-20 002 033 (2)
Fier rechtop lijkt een Vrouw 2014-04-20 2014-04-20 002 018in Sarong je op te wachten als je via de poort van het Amsterdams Lyceum over de Lyceumbrug Berlage’s Zuid binnenrijdt. Fier torent de Vrouw uit boven de waterpartij met fonteinen, tussen twee leeuwen in.
Innig Nederlands-Indië” staat er sinds 2007 op een muurtje naast haar.

Onthulling v h Van Heutszmonument in ’t bijzijn v konigin Wilhelmina in 1935, de koloniale periode

Ze is alleen geen Vrouw in Sarong.
Schijn bedriegt. Ze is oorspronkelijk een Vrouw met een wetsrol in haar handen, symbool voor het Nederlands gezag in Nederlands-Indië…

Tja, dat komt er nou van als je een monument in de loop der tijd en geschiedenis een andere naam en andere betekenis geeft. Iedereen kan er nu in zien, wat hij of zij wil.
En ik zie er een fiere Vrouw in Sarong in. Ik máák er een Vrouw in Sarong van.

  • Op 17 augustus 1945 verklaarden de Indonesiërs zich – 2 dagen na de capitulatie van Japan en het einde van WO II – per “Proclamasie” onafhankelijk van Nederland. Nederland erkende die verklaring niet en stuurde lichtingen-vol-dienstplichtige soldaten de Onafhankelijksheidsoorlog in. Eufemistisch heette dat toen “politionele acties”. Pas 4 jaar later, december 1949, ondertekende Nederland in het Paleis op de Dam de souvereiniteitsoverdracht. Maar voor Indonesiers is de 17e augustus hun Onafhankelijkheidsdag.

Wat nu het “Monument Indië-Nederland” is gaan heten  op het Olympiaplein, heette vanaf de inhuldiging in 1935 – nog tijdens de koloniale periode –  het “Van Heutsz-monument” in Amsterdam-Zuid. Er prijkte onder de Vrouw met wetsrol een bronzen plaquette met de buste en naam van Generaal van Heutsz (1851-1924): het “Hollandse bulderkanon“, zoals Indiërs in Atjeh op Noord-Sumatra deze gouverneur-generaal, commandant in het Koninklijk-Nederlands-Indische-Leger (het KNIL) noemden.
De Nederlanders noemden hem de “Pacificator van Atjeh“, alsof de man slechts rust en vrede had gebracht in een opstandig moslimgebied, dat zich niet makkelijk liet kolonialiseren. De generaal kreeg een grootse staatsbegrafenis in Amsterdam , een praalgraf en ook nog een eigen monument. Maar was vanaf het allereerste begin politiek omstreden.

De telefoon rinkelde.
Ga je mee het Van Heutz bekladden?“, hoorde ik een meisjesstem aan mij vragen. Het was Mineke R., mijn schoolbankgenootje van de Moriaschool in de Wodanstraat, haar broer was bij Provo. Het was eind jaren 60 en ik nog maar piepjong op de lagere school. Ze wilden met liters witte verf het standbeeld van Van Heutz op het Olympiaplein bekladden.

ANP01_12977032_X
©ANPfoto: Ruud Hof, 1965

Huhh?? Bekladden? Wat was dat?

Van Heutsz was HET symbool van de Nederlandse koloniale onderdrukking in Nederlands Indië,” vertelt ex-provo Auke Boersma in de documentairefilm De Rebelse Stad, die dit jaar ter herinnering aan de Provo-beweging in première ging.

Het beeld werd het doelwit van Provo. Er moest afgerekend worden met het verleden. Er brak een nieuwe tijd aan. Het was de tijd van Martin Luther King, de Burgerrechtenbeweging. Dus het Geweldloze stond echt voorop. Die massamoordenaar in Atjeh, die zat ons verschrikkelijk hoog.
Een half jaar voor de allereerste anti-Vietnamdemonstraties speelde dat voor ons al, die link met Van Heutsz werd door ons gelegd: Massamoord in Atjeh en massamoord in Vietnam”.

VIDEO: geschiedenis Van Heutsz- staatsbegrafenis Amsterdam -Provo:

Dit foute eerbetoon (aan Van Heutsz) moet gestopt worden’, vond een buurtbewoner bij een inspraakronde van Stadsdeel Oud-Zuid (bron: Historisch Nieuwsblad, 12/10/2000). Na jarenlang gedoe en adviezen kreeg het monument een nieuwe naam: Monument Indië-Nederland. Ter Nagedachtenis aan 350 jaar koloniale geschiedenis. De plaquette van Van Heutsz verdween in de jaren 80 al (op mysterieuze wijze).
Tegenstanders van een naamswijziging waren er ook: ‘Naamsvervalsing zou geschiedvervalsing zijn”. Het koloniale verleden moest je niet zomaar wegpoetsen. Een andere buurtbewoner vond ‘Insulinde-monument ” wel een goede naam. ‘Zo noemde Multatuli het Indisch eilandenrijk’.

2014-04-20 2014-04-20 002 044Het monument op het Olympiaplein is groots en complex en niet op één enkele foto vast te leggen. Het bestaat uit het ruim 4 m hoge vrouwenstandbeeld, uit vele poorten, een grote waterpartij en vele in steen gebeeldhouwde laag-reliëf sculpturen met landelijke Indische taferelen.
“Saïdjahs vader had een buffel, waarmee hij zijn veld bewerkte. Toen deze buffel hem was afgenomen door het districtshoofd van Parang-Koedjang, was hij zeer bedroefd, en sprak geen woord, vele dagen lang”. Uit: Max Havelaar, Multatuli)

Als je wilt, “lees” je het monument nu als het grote koloniale verhaal. Het verhaal van de handel in nootmuskaat en kruidnagel en de gedwongen verbouw voor de export naar Nederland. Het koloniale verhaal van de Heren van de Thee en de koelies op de plantages,

Dat het op Gamboeng zo vaak en zo hevig zou regenen, had hij niet voorzien. Die regen en de eenzaamheid (hij had nu in bijna drie maanden geen woord Nederlands gehoord of gesproken) waren de schaduwzijden van zijn Eldorado. (-) Hij begreep ook waarom voor de mensen die hier woonden elke boom, steen en bergstroom bezield was, een wezen met een naam, een bijzondere macht” (Uit: Heren van de Thee, Hella Haase)

het verhaal van Amsterdamse kooplieden als ”Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie op de Lauriergracht no. 37”, en van bestuursambtenaren als Max Havelaar.
Het verhaal van de

“De laatste telg van de machtige verzetsfamilie Di Tiró was net in de bergen van Pidië neergeschoten en de Hollanders vierden feest. Het verzet was gebroken”. (Uit: Wisselkind, Basha Faber)

suiker en de rubberbomen, van de aanleg van de Groote Posweg op Java: in een jaar tijd een trajekt van 1000 km met louter menskracht aangelegd.
Het koloniale verhaal van: moeten afstappen van je fiets en je hoed moeten afnemen voor een blanda.
Het grote verhaal van oliebedrijven als Shell, mijnbouw-en ertswinningsbedrijven als de Billitonmaatschappij op het eiland Belitung. Het verhaal van geld,

“Als ik sterf te Badoer, en men begraaft mij buiten de dessa, oostwaarts tegen den heuvel, waar ’t gras hoog is, dan zal Adinda daar voorbijgaan, en de rand van haar sarong zal zachtkens voortschuiven langs het gras…Ik zal het horen”. (uit: Saïdjah en Adinda, uit Max Havelaar, Multatuli)

geld, geld: van”money makes the world go around“….

De veelomvattendheid van het monument op het Olympiaplein staat wat mij betreft inmiddels symbool voor de enorme uitgestrektheid van het eilandenrijk dat Indonesië als archipel is: meer dan 17.000 eilanden rijk is de republiek. Met een veelvoud aan culturen, talen en religies.

Het was jarenlang een wonderlijk monument, als je bedenkt dat het oorspronkelijke Van Heutsz-monument nooit een standbeeld van de gouverneur-generaal heeft bezeten. Slechts een plaquette met zijn kop en zijn naam.
De wijdsheid en rijkheid van Indonesië heeft dus altijd al in alle onderdelen van het monument de boventoon gevoerd. De beeldhouwer Frits Van Hall die het monument ontwierp, schijnt ook gezegd te hebben “Vervang het door de letters Vrijheid, Merdeka of Indonesia, en je hebt een Vrijheidsbeeld’.cruise 272

Het was 17 augustus 2011. Het cruiseschip de Ms Rotterdam, waarop ik vaarde, lag in de Oostzeehaven van Warnemünde in Duitsland voor anker. De Indonesische bemanningsleden hadden vrij en vierden hun nationale Onafhankelijkheidsdag aan boord van hun werkgever de Holland Amerika Lijn. De rederij leek het cruiseprogramma expres zo gepland te hebben. Het gros van de passagiers was een hele dag aan land op excursie naar Berlijn.
Ook mijn vader was in dienst van de Holland Amerika Lijn geweest. Ik hoor hem nog, begin jaren ’70, zuchtend somberen aan tafel ’s avonds, toen het met het passagiersbedrijf bergafwaarts ging door het opkomend vliegverkeer met Amerika en er fors ingekrompen moest worden op personeelskosten “en de Indonesiërs zouden komen“… Als goedkoop alternatief voor Nederlands bemanningspersoneel.
De vakbonden gingen knarsentandend akkoord omdat ’t alternatief was: de teloorgang van het historisch scheepvaartbedrijf.
Tot op de dag van vandaag kun je zo op cruiseschepen van de HAL de koloniale geschiedenis van Nederland terugzien. (Hoewel de Indonesiërs inmiddels alweer deels vervangen zijn door nog goedkoper personeel uit de nabij gelegen Philippijnen).
De Indonesiërs op de ms Rotterdam hoefden op hun Onafhankelijkheidsdag hun scheepsuniformen niet aan en vierden in eigen moslimkledij, met muziek en welriekend Indonesisch eten hun 17e augustus. Zelfs op de kade van Warnemünde, waar meerdere vlaggen gehezen waren, wapperde die dag eenmalig het rood-wit van Indonesië.
Ik hoorde de Nederlandse kapitein aan boord over de scheepsintercom de Indonesiërs een fijne feestdag toewensen.

Dat is nog eens tactisch personeelsbeleid, dacht ik toen. Daar hou je je mensen wel tevreden mee.  Of moet ik misschien zeggen: mak?
 

Zomers kunstwalhalla

DSC04581

Er staat een paard op de Apollolaan. Een raar paard. Toen ik het de allereerste keer zag, flitste meteen een paard uit de Oudheid aan me voorbij, dat ik vrij recent op internet gezien had. Trundholm_resizedHet bronzen paard uit 1400 voor Chr. uit Trundheim in Denemarken, trekt een zonnewagen voort. De zon wordt in de Noors-Germaanse mythologie in de loop van de dag langs het hemelgewelf voortgetrokken van Oost naar West. Net als in de Griekse mythologie de Titanen Helios en Eos dat doen. Tijdens de zonsverduistering in maart was ik met dit onderwerp voor een column bezig.

DSC04541Het paard op de Apollolaan van de Italiaan Mimmo Paladino (1948) is van aluminium met ijzer, gebutst met gaatjes erin, alsof het aan erosie onderhevig en oud is en niet uit 2014. In zijn buik: een vrouwenhoofd als van een aluminiumpaspop.
 “Oh, het paard van Troje!” hoor ik omstanders interpreteren. Heerlijk hoe iedereen zijn gang mag gaan met hedendaagse kunst. Ik heb geen flauw idee waarom er een vrouwenhoofd in zit. Ik hoor alleen op mijn Art-Zuid-app op mijn smartphone dat Paladino van de Commedia del Arte en van maskers houdt en zich door mythes laat inspireren.
Ook het paard zelf heeft een masker op. De kunstenaar geeft verder geen duiding. Het blijft raadselachtig. De “kunst” is misschien ook wel om als kijker die behoefte aan duiding los te laten. Het gaat er niet om wat de kunstenaar ermee bedoelt, het gaat erom wat jijzelf met die kunst wilt en kunt.

Kunsthistorica Suzanne Mascini van de beeldenroute ART ZUID laat ons gissen en vrij associëren, maar denkt niet “dat er een 1-op-1-relatie met het paard van Troje is, want daar zaten soldaten in verstopt”. Ook bij andere sculpturen van Paladino op de Apollolaan laat ze onszelf interpreteren.

De metershoge beelden, die oud-Stedelijk Museumdirecteur Rudi Fuchs als kunstcurator van Art Zuid heeft uitgekozen, staan in de context van Plan Zuid met haar brede groene lanen en hoge grote huizenblokken. Daarmee moeten de beelden een dialoog aangaan. Volgens Fuchs: de reden dat er maar van één vrouwelijke kunstenaar werk te zien is, omdat weinig vrouwen zulke kolossale beelden produceren.
Mascini wijst op het gebruik van materialen: of het al of niet onbewerkt of gladgepolijst is, of het houten- dan wel klei- of wassen model vanonder het gegoten brons, koper of aluminium zichtbaar is. Het beeld hoeft ook niet “af” te zijn om te laten spreken. Onaf, of onvolmaakt(heid) kan ook het doel zijn. Bij veel (neo)-expressionistische kunstenaars die Fuchs heeft uitgekozen gaat het om het laten zien van het maakproces, de vingerafdruk in het kleimodel laten zien in het gegoten beeld.
Rijksmuseumtuin met Miro-beelden
Rijksmuseumtuin met Miró-beelden
Heel Zuid is deze maanden een kunstwalhalla. In de Noors-Germaanse mythologie was Walhalla het Paradijs. Naast de beeldenroute hebben we de Amsterdam Art Fair voor Hedendaagse Kunst in de Citroëngarage gehad, en tegelijkertijd de beurs in de KunstRAI.
In de schitterende tuin van het Rijksmuseum kruipen van ’t zomer merkwaardige creaturen van de Spanjaard Miró (1893-1983) surrealistisch tegen je oogleden op. “Automatic writing” heten de onbewuste “doodles” wel, die je al telefonerend op een kladje kliedert. Zo maakte Miro zijn schilderijen en zijn beelden: het Onderbewuste aan het Woord.
DSC04532
Wet Scene – study no. V – Lahuis

In de Kunstrai zag ik vooral kunst voor boven de bank en op het dressoir, kunst die vooral “mooi” moet zijn.

In de Citroëngarage ging het er experimenteler aan toe. Mooie diakunst van blauwe Lapis Lazuli-steen van Pieter Paul Pothoven (1981) en op de betonnen garagevloer een “sculptuur” van tekst, geschreven met water en siliconen van Lennart Lahuis (1986). Niet echt voor in je huiskamer, wel intrigerend.
Het ging er vooral om jong talent, om nog niet gesettelde kunstenaars, zoals op Art Zuid. Als je wilde weten wat de huidige stand van zaken in de kunst is, en de stand van morgen, dan moest je op de Art Fair zijn.
Ik begaf me tijdens de opening in de Citroëngarage tussen de jonge hipsters en “Ons-kent-Ons” – galeriepubliek en keek wat sceptisch bij een soort bruinleren flap aan de wDSC04507and.
Ze denkt dat het geen kunst is,” lachte een passant. Ja, het kon net zo goed een achtergebleven auto-achterbank uit de Citroëngarage zijn, wat mij betreft. Zoals een aluminiumpijp aan een pilaar verderop ook tot ’t garageinterieur behoorde, maar niet detoneerde met de sculpturen rondom de pilaar in de Citroëngarage.
wel kunst
wel kunst. Olga Balema, 2014
geen kunst
op de pilaar: geen kunst

Op beide beurzen kwamen food-items regelmatig terug. In de Citroëngarage stalden toevallig 2 totaal verschillende kunstenaars verguld eten uit: Guido Geelen (1961), geen beginner meer, een vergulde boerenkool uit 2009. En de in Nederland wonende Israëliër Itamar Gilboa (1973) een vergulde bak frites.
Wat zegt dat over onze voedselcultuur in Nederland, dacht ik. Over de veredeling en cultus van culinair eten tegenwoordig? Zoals in pop-up restaurant Citroen op de bovenetage van de Citroëngarage zelf? De term “Kunst eten” hoor ik wel eens vallen.

DSC04539
boerenkool, verguld aluminium, Geelen

Mag het bij Geelen en de barokke vormentaal die we van hem kennen, misschien “gewoon” om schoonheid gaan, bij Gilboa gaat het inderdaad om een sociaal statement: hij stelt met zijn vergulden patatje à raison van 1400 euri – en zijn “Food Chain Project” uit 2015 – de voedselconsumptie en honger in de wereld ter discussie.

Ook trof me iets anders. Iets wat wellicht met het gebruik van xtc, paddo’s of andere psychedelische middelen te maken heeft anno nu. Zowel op de Art Fair als de KunstRAI meende ik de “weirde” vormentaal van Jeroen Bosch (1540-1590) te herkennen in divers werk.
MALEONN: Journey to the West, 2013 - 3D photoprint in lichtbox
MALEONN: Journey to the West, 2013 – 3D photoprint in lichtbox

In de Citroëngarage leek me de 3-dimensionale lichtbak met fotoprint – een drieluik van de Chinees Ma Maleonn (1972) – geïnspireerd op het drieluik Tuin der Lusten van Bosch: met wonderlijke creaturen, die ontspruiten kunnen aan het Onbewuste van de geest als men geestverruimende middelen tot zich neemt.

DSC04558Ook in de Kunstrai meende ik Bosch te herkennen in een glassculptuur van Bernard Heesen, maar tevens in de beeldtaal van de 22-jarige Hareley Davelaar, een protegé van David Bade (1970), beiden van Curacao. Hij is geïnteresseerd in ’t menselijk lichaam dat afwijkt van de norm. “And to be able to mix and combine reality with my imaginary world into art is what my work is all about haha you can say as a crossbreed between two universes” aldus Davelaar.

DSC04547
Hij eert met zijn beeld “Oh mother mine” zijn moeder die zeven kinderen gebaard heeft, door haar uit te beelden met een buik zo dik als was ze zwanger van zeven kinderen tegelijk.
Je kunt in kunst de realiteit naar je eigen hand zetten. Hoe heerlijk is dat?
DSC04650Ook op de Minervalaan ontmoet ik weer gnoom-achtige wezens. Een soort trollen of figuren uit Lord of the Rings, van Thomas Schütte (1954). Alweer dus stap ik in een andere werkelijkheid. Het surrealisme of de mythe is “all over us”.
Ze hebben samen 3-poten, die schepsels, en zijn met boeien aan elkaar gebonden. “Unitied Animies“, heten ze veelzeggend. Kunsthistoricia Mascini: “Ze hebben elkaar nodig. Misschien kent u ze zelf wel uit uw eigen omgeving, mensen die niet Met en niet Zonder elkaar Kunnen”.
DSC04583Een verademing na al deze gedrochten is dan tot slot het metershoge platte meisjesgezicht in ’t plantsoen voor het Hiltonhotel, van de Catalaan Jaume Plensa (1955). Ik bleef er maar omheenlopen. En kijken hoe een lichte welving van oogleden en wimpers voor een zachte uitdrukking kon zorgen. De mal komt uit een 3-D printer, waarna het gegoten is in brons.
Ik begrijp niets van dat 3-D proces en kijk op You Tube naar de werking van een 3-D printer: zoals inkt op papier verschijnen kan, zo kan elke vorm blijkbaar uit het niets ontstaan.
Plensa is gefascineerd door het transformatieproces van meisje tot vrouw“, vertelt Suzanne Mascini. Hij heeft het gezicht van het meisje opgerekt, waardoor ze ineens veel ouder lijkt. “Een soort konigin Wilhelmina,” hoorde ik een buurvrouw uit het Olympisch Kwartier haar grappend noemen.
Doordat de ogen naar binnen gekeerd zijn tijdens dat transformatieproces, creëert Plensa een meditatief rustmoment middenin de drukte en hectiek van de stad, aldus de kunsthistorica.

 DSC04641

DSC04587
Heart of Treas, 2007. Plensa

Gaat het zien. Gaat het zien deze zomer. Omarm de bomen, zoals de beeldjes van Plensa op weg naar Station Zuid, die met de namen van klassieke musici getatoeërd zijn.  Ga picknicken in de tuin van het Rijksmuseum bij Miró. En geniet ervan!

A’dam: een wereldbol

2014-04-08 2014-04-08 001 003Een echte gadget. Een hebbedingetje. Mijn Amsterdamse benedenbuurvrouw in het Olympisch Kwartier heeft een alleraardigst bolletje gekregen van haar kleinzoon. Een wereldbol van Amsterdam, met op die bol markante plekken, zoals ’t Anne Frankhuis, de Dam, het Stedelijk Museum, de Zuidas, het Olympisch Stadion. You name it.

Nu hebben wij wel wat met wereldbollen in Amsterdam. Dacht ik. In 2012 jaar dreef er een reuze wereldbol in het Y, gemaakt van lege plastic waterflesjes, en er zijn meer (klimaat)- wereldbollen in de stad geweest, o.a. een ballon van Greenpeace op t gras voor t Rijksmuseum.2014-04-09 2014-04-09 001 027Aan de voet van de Stadionbrug bij het Olympisch Stadion staat er één van steen, met slechts de 4 windrichtingen O, W, Z, N in letters uitgeslepen. Ik dàcht tenminste dat2014-04-09 11.50.37 dat een wereldbol was! Een typisch dertiger jaren Hildo Krop-kunstwerk: onze stadsbeeldhouwer uit die tijd. En verrassend genoeg zag ik laatst de 4 harten bovenop de bol. Hartverwarmend voor de wereld toch? Dacht ik. Nu lees ik alleen, dat het gaat om “een granieten bol” die een “windroos” voorstelt, hier bij de Stadionbrug. Niet zozeer een wereldbol, maar een windroos die, zoals op een kompas, de 4 windrichtingen aanduidt.
Atlas-op-Paleis-op-de-Dam-200x300Ook op ons oude stadhuis op de Dam, nu het Koninklijk Paleis, lijkt een wereldbol te prijken. Althans zo ziet het er uit. En menig Amsterdammer denkt dat. Die bol wordt gedragen door Atlas…of gedragen, het ligt ‘m zwaar op de nek, zo te zien.

In de opdracht aan de kunstenaar blijkt het destijds inderdaad (per vergissing) om een Wereldbol te zijn gegaan, maar in de Griekse mythe is het juist ons Hemelgewelf, dat Atlas op zijn nek draagt!

Oh djee, die Griekse mythologie..ik heb er een slecht geheugen voor! Met mijn Atheneum achtergrond – geen Gymnasium –  mis ik de basics van de oude Grieken! Menig opera bezingt de verhalen van de oude Griekse schrijvers, maar ohohoh…navertellen kan ik ze nooit! En ook nooit gaan ze over Atlas en waarom hij de hemel – het universum – moet torsen! .

Wie is dan die Atlas met die bol op zijn nek? Is die Atlas een vent, een berg, een god? In dat Mythische Denken van de Grieken was alles mogelijk! Hij blijkt een aantal dochters te hebben gehad die “De Hesperiden” heetten, lees ik, aha, die ken ik uit mijn wijk: er is een Laan der Hesperiden in het Olympisch Kwartier naar hen vernoemd, langs het Stadionplein.

(video) Ik kom zijn beeld wel vaker tegen, van Atlas met die bol. Zelfs op een schip! In de centrale atriumhal van een cruiseschip van de Holland Amerika Lijn, staat een giga-hoge klok, die alle verschillende Wereldtijden van dat moment aangeeft, en bovenop die klok, 4 etages hoger, jawel, torent Atlas. Met inderdaad overduidelijk het Hemelgewelf  in bolvorm op zijn nek: een gouden sterrenbol en niet te verwarren met een wereldbol, zoals op de Dam in Amsterdam.Atrium-der-MS-Rotterdam

10294427_246760398840912_6485447537444334341_nNou ben ik gek op atlassen, moet u weten, heb ik 3 jaar geleden als verjaardagskado een nieuwe wereldatlas gevraagd en vorig jaar een wereldbol. Mijn atlas uit 1968 was werkelijk stukgelezen. Bovendien was de Wereld inmiddels wel enigszins anders ingedeeld, zonder Sovjetunie. Die bruine atlas op de foto is uit 1936, van mijn vader, beschimmeld en wel, maar wegdoen? ‘k Dacht het niet!

DSC04344Ik probeer de Griekse mythe van Atlas in hapklare brokjes tot me te nemen. Altijd en eeuwig, zo begrijp ik wel, heeft men grip op de oorsprong van Hemel en Aarde willen krijgen. Misschien moet je zo naar de Griekse goden- en godinnen-mythen kijken. Als verklaringsmodellen voor de eeuwige vragen hoe de mens zich tot het Heelal verhoudt; hoe de sterfelijke mens zich verhoudt tot de onsterfelijke Hemelgoden. Misschien putten die oeroude mythen wel uit oeroude kennis over onze afkomst uit het universum? Wie zal t zeggen?

1347
Atlas

Als ik de franse classicus Jean Pierre Vernant in zijn “De wereld, de goden, de mensen” volg, waren volgens de Griekse mythen de hemel en aarde eerst niet gescheiden, maar eén geheel.
In een oneindige omstrengeling lag de hemel – het universum – om de aarde heen gevouwen. En verpletterde de aarde min of meer in een continue paring, waarbij de Hemelgoden bij de Aarde kinderen verwekten: half goddelijk, half aards. Zoals de Titanen.

Atlas en zijn broer Prometheus waren kinderen van een Titaan, half-goddelijke – half-aardse reuzen: geen mensen.
Er was pas leven voor de mens op aarde mogelijk, als de aarde meer lucht en ruimte zou krijgen, aldus de uitleg van Vernant. De Hemel drukte te zwaar op haar. Na allerlei listen van Titanenkinderen trokken de hemelgoden zich daarop terug bóven de Aarde en schepten Ruimte. Slechts met een regenbui stortte de Hemel zich weer over de aarde uit en werd de Aarde weer bevrucht. “maar buiten die periode is de band tussen hemel en aarde verbroken“, aldus Vernant.
Daar kon hemelgod Zeus echter wel een hulpje bij gebruiken – bij dat gescheiden houden van Hemel en Aarde – en dat werd Atlas. Hij moest het hemelgewelf torsen van Zeus.

Zoals de “atlas” in het menselijk lichaam – als eerste nekwervel – de schedel draagt, omhooghoudt boven de wervelkolom, zo houdt Atlas ook de hemel omhoog voor ons. Waardoor wij als mensen kunnen leven en ademen op aarde.

DSC04333
Prometheus

De broer van Atlas, Prometheus, speelt evenzo een belangrijke rol in het contact tussen de goden en de mensen: hij staat als standbeeld voor het Olympisch Stadion opgesteld, met het vuur van de Olympische Hemelgoden in zijn hand. Hoe dat nou weer in elkaar zit? De buurt zit vol verhalen wat dat betreft, maar dat zoeken we nog op: in Amsterdam, een wereld-(globe)-stad!

(Wat draagt Atlas?:http://www.onsamsterdam.nl/tijdschrift/jaargang-2001/18-tijdschrift/tijdschrift-jaargang-2001/1012-nummer-6-juni-2001?showall=&start=4)

2014-04-08 2014-04-08 001 002

DE DENKERS VAN ZUID

2014-04-20 16.40.38
De Denker van Rodin, bij Hiltonhotel, Apollolaan

Het was een echte man uit Zuid, met een mini-mini hondje aan de lijn, een deftige stem, gebronst, donker costuum en met zijn wit-met zwarte herenschoenen met gaatjes, brogues ja, toch eerder Nieuwgeld dan Oudgeld, denk ik.
Zijn weinige haren waren glimmend achterover gekamd over zijn kale schedel heen, zijn colbert hing losjes om zijn schouders, zoals er mannen zijn die rode truien om hun schouders knopen.
Een man die aan het eind van onze ontmoeting op de Apollolaan, in het plantsoen voor het Hiltonhotel, “Ciao, ciao!” tegen me zou zeggen.
Het was een lenteachtige zondag en ik maakte een wandeling door de buurt.

2014-04-20 2014-04-20 002 077Ongelofelijk mooi he?” hoorde ik zijn stem – vragend – achter me.
Ik had net foto’s van De Denker gemaakt, het beeldhouwwerk van Auguste Rodin (1840-1917), links naast ’t Hilton (één van de vele afgietsels) en stond nu uitgebreid een dikke boom te fotograferen in het plantsoen voor het hotel, waarvan de bast mij uitermate fascineerde: het leek wel kanten houtsnijwerk wat er in de loop der jaren overheen gespannen was.2014-04-20 2014-04-20 002 078Sinds ik niet meer werk,” begon hij, “sta ik bij de dingen stil, heb ik tijd om bij dingen stil te staan.”
En met uw hondje buiten lopen, helpt zeker ook?”.
Hij knikte: “Als je loopt, ga je niet aan de dingen voorbij.”
We bewonderden de oude boom. Daarna wees ik hem op de Denker. Wat hij daarvan vond.
U weet dat het Dante is, de filosoof?”, vroeg ik: “Die Rodin bovenaan de Poorten van de Hel heeft gebeeldhouwd, uit Dante’s Goddelijke Komedie?”.
Hij keek me onderzoekend aan.800px-Hoellentor_Detail_grDoor mijn Dantestudie weet ik dat er eind 19e eeuw een nieuw Frans museum zou komen, waarvoor Rodin in 1880 een bronzen toegangsdeur zou ontwerpen. Een reliëf met taferelen uit het gedicht De Goddelijke Komedie van Dante: een Visioen over het Leven na de Dood.

1gatesofhellrodin
Dante bovenin de Hellepoort van Rodin, in Parijs

Zoals Florence haar bronzen Paradijsdeuren van de beeldhouwer Ghiberti heeft in de middeleeuwse Doopkapel, het Baptisteriumzo zou Parijs haar eigen bronzen 19e eeuwse museumdeuren met Helle-taferelen krijgen. Rodin werkte ruim 37 jaar aan dit epos.

En zoals een Christus bovenaan gotische en romaanse kerkportalen staat, zette Rodin Dante als filosoof bovenaan zijn Hellepoort neer, piekerend over het lot van de zielen na de dood.
Hij heeft zijn compositie nooit afgekregen, maar zijn “Poorten van de Hel” zijn in Parijs in het Musée Rodin te zien. Onderdelen uit die Hellepoort werkte hij ondertussen uit tot zelfstandige sculptuur en zo kennen wij o.a.. De Kus en De Denker.

EMOTIE

Wij hebben hier om de 2 jaar een beeldententoonstelling Art-Zuid rond de Apollo/ Minervalaan en toen heb ik De Denker toch maar mooi een maand lang voor mijn deur gehad!,” vertelde de man trots.
“Kijk, zei ik dan tegen mijn vrienden, “I am a philosopher!” …mevrouw, het is toch on-ge-lo-fe-lijk hoe je geëmotioneerd kunt raken door een beeld”.
“Jaha,” beaamde ik, “maar welke emotie maakt de Denker dan bij u los? Weet u dat?” 

De man gooide zijn armen wat hulpeloos wijd in de lucht, waardoor zijn loshangende jasje van zijn schouders gleed. “Tja, wat zal ik u zeggen….”
Hij keek me vragend aan, kwam er niet goed uit.
En u dan?” speelde hij snel de bal terug: “u toch ook? U heeft ‘m net staan fotograferen, u vindt ‘m ook prachtig, wat doet hij u dan?
Oef….hij piekert zich suf, daar met zijn elleboog op zijn knieëen, hij moet die hele tocht door het hiernamaals maken voor zijn Beatrice…” brainstormde ik, “hoe krijgt hij dat gedicht geschreven?… hij heeft het zwaar, hij gaat zwoegend door het leven…”.
De man bleef me al die tijd indringend aankijken, maar begon zich geloof ik ook wat ongemakkelijk te voelen: zijn ogen werden een beetje vochtig en rood. Het werd ‘m denk ik allemaal iets te persoonlijk.
Het hondje trok.

GEEN DROMER

2014-04-30 19.07.15A
Dante als Denker in het Olympisch Kwartier, bovenin mijn boekenkast

Het is geen dromer, maar een schepper,” zei Rodin ooit in een brief over “zijn Dante”, de Denker. Het beeld staat ook op het graf van Rodin zelf.

Er zijn stemmen die zeggen dat Rodin zich voor zijn Denker heeft laten inspireren door een beeld Il Pensiaroso van Michelangelo. Zelf zie ik dat niet zo, denk dan nog eerder aan Michelangelo’s fresco van de piekerende profeet Jeremia in de Sixtijnse Kapel, maar ik denk ook dat Rodin voor zijn Denker het schilderijDante’s Dream” van zijn tijdgenoot Sir Joseph Noel Patton voor ogen kan hebben gehad, een Schotse schilder uit de “pre-Raphaellitische kunststijl” (Veel Pre-Raphaëlieten in de 19e eeuw schilderden Dante’s romantische liefde voor Beatrice (o.a. Gabriël Rossetti).
Daar zit Dante piekerend voorovergebogen, met middeleeuws mutsje op. Eenzelfde afhangend mutsje zien we bij de Denker van Rodin.

2014-04-28 11.59.41
Bookcover in mijn kast: Sir Joseph Noel Patton, 1852: Dante Meditating

2014-04-20 16.39.24

Ik zei de man, dat ik nog even naar de andere “Denker” op de Minervalaan wilde doorlopen.
Maar dat is geen Rodin, en geen echte Denker”, waarschuwde hij mij.
Maar wat het wel was en van wie, wist ie ook niet.

HAVERMANS

Dat niet iedereen met een hand onder zijn kin een Denker hoeft te zijn, bewijst onze “nepdenker” op de kruising Minervalaan/ Stadionweg.
Het blijkt een steenplastiek van “Een rustende Atleet” te zijn, something quite different, van beeldhouwer Jan Havermans. Uit 1941, lees ik online.

2014-04-20 2014-04-20 002 092
Rustende atleet, van Jan Havermans, 1941

Uit 1941..? denk ik, eenmaal thuis googelend. Werden er dan gewoon middenin de oorlog beeldhouwwerken op straat geplaatst, terwijl om de hoek in de Beethovenstraat en bij ’t Olympiaplein de Joden uit hun huizen werden gehaald?

Ik moet aan de “Kulturkammer” denken, waar Nederlandse kunstenaars lid van moesten worden vanaf 1942; ik lees dat Havermans met de kunstenaar Paul Citroen in 1933 de Nieuwe Kunstschool oprichtte, naar model van het modernistische Bauhaus. En dat die vernieuwende kunstschool hier tot 1941 heeft bestaan. Tja…, het Bauhaus moest in Duitsland van de Nazi’s ook dicht, als zijnde Entartete Kunst.

Hoe deze moderne ‘Rustende atleet’ hier in 1941 geplaatst is, moet ik ooit maar voor een nieuw blog uitzoeken. Misschien was ie wel met zijn atletische esthetiek “op-zijn-Leni-Riefenstahl’s” Arisch verantwoord?

UPDATE:
1941 is verkeerde informatie. Dat moet 1951 zijn, meldt Hans Havermans, kleinzoon van beeldhouwer Jan Havermans, mij. Hij reageert per mail op bovenstaand blog. Het beeld is een Gemeente Opdracht geweest van 26 april 1940”, schrijft hij. Het beeld is voor het eerst tentoongesteld in juli 1950 in Antwerpen tijdens een internationale beeldententoonstelling (nu Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst, park Middelheim).
April 1951 wordt het op het Minervaplein geplaatst.
Hans Havermans: “Wat Jan Havermans betreft, hij had vele Joodse leerlingen , waaronder bijvoorbeeld Benno Premsela en de ontwerper Otto Treuman, hij was overtuigd partij communist . De schrijver Theun de Vries is bij hem ondergedoken geweest. Ik denk niet dat hij geassocieerd zou willen worden met Leni Riefenstahl.”
(waarvoor excuus).
De Nieuwe Kunstschool sloot niet in 1941 maar in 1943 haar deuren.

scannen0355
Jan Havermans, met alpinopet, bij zijn beeld

Dit stuk is eerder verschenen op 1 mei 2014 op Facebook als column: https://www.facebook.com/notes/face-to-face-column-olympisch-kwartier/column-de-denkers-van-zuid/249386918578260