Tagarchief: kunst

Friet op de Parnassus

s710742923750749015_p3_i2_w640.jpg
Het Parnassusbergmassief in Griekenland met Orakel van Delphi ter ere van Apollo

Parnas heet tegenwoordig de wijk die de Amsterdamse Stadionbuurt verbindt met de Zuidas. Althans, in trendy stedebouwkundige termen heet die wijk zo. Je moet toch wát, om je vastgoed te verkopen?
Het gebied is in ontwikkeling. De Amsterdamse Rechtbank wordt opgepimpt en de kantoortoren uit 1977 aan de Parnassusweg geheel gestript, van een glazen façade voorzien met restaurant aan het water en verhoogd tot bijna 60 meter. Voor de bewoners rondom de Stadionweg betekent dat een extra stukje blauwe lucht minder. De hoogbouw van de Zuidas rukt op.Zo’n toren heet tegenwoordig een Tower, zoals ook het hotel aan het eind van deze bebouwde Parnas-strook nu Olympic Hotel heet en de opgeleukte Citroëngebouwen naast het Olympisch Stadion, The Olympic zijn gaan heten. Oh, oh, wat zijn we hot. Nu krijgen we in september dus ook een Parnassus Tower.

20190821_222146.jpg
Amandelvormig brughuisje op de Parnassusbrug met moderne Parnassus Tower .

Geen Amsterdammer noemt het gebied Parnas. Elke Amsterdammer kent de Parnassusbrug vooral van de twee friettentjes, die er sinds jaar en dag aan beide zijden van de brug huizen in de prachtig gesculptuurde brughuisjes in Amsterdamse Schoolstijl van architect Piet Kramer (1881-1961).

De bestemming van de amandelvormige huisjes was altijd een kiosk, er heeft nog een rijwielzaakje ingezeten en onderin waren er urinoirs. Ook de afdeling Beplanting van de Gemeente gebruikte een huisje(*2)Op de brug zelf vallen de ingebouwde glooiende banken op, het siersmeedwerk in de brugleuning en aan weerszijden van de brug de gebeeldhouwde stenen beelden van Hildo Krop (1884-1970). Ik bedoel: het is niet zomaar een brug, het is een prachtbrug, een meterslang architectonisch bouwwerk, een schoolvoorbeeld van organische architectuur in mijn ogen.

Zwevende Muze, beeld van Hildo Krop (1884-1970) uit 1941, geplaatst 1957 op de Parnassusbrug

FILM

Via NPO-start (of via de link onderaan dit blog) kunt u een grappige, 30 minuten durende film “Parnassus” zien, waarin op deze Parnassusbrug een modern Romeo en Julia-liefdesdrama wordt uitgevochten, tussen de twee families in de friethuisjes, recht tegenover elkaar op de brug. Zie hier de trailer: 

De twee frietboeren met hun zoons beconcurreren in de film elkaar bijkans dood. Maar ja, dan komt er een zus in het spel…en vechten liefde en haat om de overhand. Een filmdebuut uit 2015 van de jonge acteur/regisseur Robin Boissevain (1996), waarin de oude Parnassuskantoortoren nog te zien is.1050531(0).jpgOké, de Parnassusbrug kennen we van de friet. Maar wat er nou op de Parnassus-berg gebeurde in het Olympische Griekenland???? Misschien weten we nog nét dat Montparnasse een kunstzinnige wijk op een heuvel in Parijs is, iets waar mondain Amsterdam nu met zijn Frans-klinkende Parnas op inspeelt.1050511.jpgDe brug verbindt vanaf begin jaren ’40 het toen nog landelijke Buiten-veldert met de Stadionbuurt. De hoekflats aan de Parnassusweg lijken wel een toegangspoort tot de Zuidrand van de stad. Daar begon Amsterdam. De weg loopt uit op het Olympiaplein, en aan de andere kant van dat plein begint de Apollolaan.
Ahh, denk ik, wat zit er toch een vernuftig doordacht systeem in die hele naamgeverij van zo’n stad!

APOLLO EN ZIJN MUZEN

Want het was Apollo, god van de muziek en de schone kunsten, die op de Parnassusberg, in het plaatsje Delphi, in een tempelcomplex vereerd werd in het Olympische Griekenkand. Samen met zijn negen Muzen, die allerlei kunstenaars inspireerden.

Vandaar ook dat fantastische stenen beeld van een Muze op de Parnassusbrug, aan de voet van de Parnassus Tower! Heeft u er wel eens bij stilgestaan?

Apollo met dichters en muzen op de Parnassusberg, fresco van Rafaël: 1509-1511

Een Apollolaan achter een Olympiaplein en een Parnassusweg: daar zit dus een hele gedachte achter. Ook de aangrenzende schildersstraten, genoemd naar bijvoorbeeld Rafaël, Tintoretto, Watteau volgen daar logischerwijs uit voort. Met een Cliostraat middenin de schildersbuurt, de naam van een muze. En ook de muzikale namen als Mahler, Stravinksy, Gershwin, Vivaldi voor straten, tunnels en gebouwen op de hippe Zuidas.

Deze zomer stond er een houten versie van Apollo met dansende muzen op de Apollolaan tijdens #ArtZuid, waarover ik eerder schreef in Muziek in wrakhout van de jonge architect/kunstenaar Ivan Cremer.

20190608_014238.jpg
Apollo en zijn 9 muzen op de Apollolaan #ArtZuid, Ivan Cremer

En er was een gouden Apollo op de Parnassusberg in Amsterdam te zien tot 25 augustus, tijdens de tentoonstelling De Schatkamer, Meesterwerken in de Hermitage. Een Apollo met lier – net zoals de lier bovenop het Concertgebouw – maar in de Hermitage stond Apollo bovenop een 18e eeuws bureau van een Duitse meubelmaker Rõntgen, gemaakt in opdracht van de Russische keizerin Catharine de Grote: Apollo and the Arts, a musical marvel: een krankzinnig barok bureau dat zich als een muziekdoos opende!

Apollo bovenop de Parnassusberg, op een bureau, in de Hermitage van Amsterdam

Die ambtelijke afdeling die een namensysteem bedenkt voor een stad, een wijk, een buurt kàn dus blijkbaar best zijn stedebouwkundige werk uitstekend doen. Als ze willen. Dan brengen ze logica in zo’n stad aan, zodat ieder zijn weg kan vinden. Dat is de functie van zo’n stratenplan.

Die ambtelijke afdeling die daar verantwoordelijk voor is, heet de Dienst Basisinformatie. Ik had er nog nooit van gehoord, totdat ik vorig jaar ermee kennismaakte toen ze dwars tegen alle adviezen van raadgevers in, hun idee voor een Johan Cruijfplein middenin een Olympische buurt wilden doordrukken.

Zwaveldampen in het Parnassusgebergte. Bij het Orakel van Apollo vroeg men om raad.

GEESTVERRUIMENDE ZWAVEL IN DEPLHI

Die ambtenaren van de gemeente hadden eens een tripje naar die Parnassusberg moeten maken, bedenk ik me nu.

In dat Griekse Parnassus-bergmassief hangen nl. zwavelwolken, die tot vooruitkijkende inzichten van helderziende oudere vrouwen leidden. Een soort profetessen waren het in het vóór-Christelijke Griekenland. De Parnassus was het centrum van ‘waarzeggerij’.

Tegenwoordig zou je dat soort vrouwen een “medium” noemen, en hun zwavel wellicht een geestverruimend middel, zij kregen boodschappen door van de god Apollo, zij communiceerden tussen jou en de god bij het “Orakel van Delphi”.

Je ging dus voor raad en advies c.q. voorspellingen naar de Parnassusberg, naar Delphi. Toen de (latere) Christelijke keizers dat nog niet verboden hadden, werd daar heel wat waarde gehecht aan die bezwavelde orakeltaal.

Dat tripje hadden die ambtenaren vorig jaar ook eens moeten maken!
Gewoon een frietje op de Parnassusbrug gaan halen!
Een frietje… met zwavel!

  1. *De film “Parnassus” van Robin Boissevain, een liefdesdrama in 30 minuten tussen twee friet-families op de Parnassusbrug: https://www.2doc.nl/speel~VPWON_1249702~parnassus-vriende-en-rauwkost-3lab~.html
  2. *Het online-tijdschrift Wendingen, over de fraaie architectuur van de Parnassusbrug: https://amsterdamse-school.nl/objecten/objecten-in-de-openbare-ruimte/brug-415,-parnassusbrug/

De Armen van Zuid

Details van sculpturen van Art Zuid:

Van het Apocalyptische Le Souffre van de Canadees David Altmejd, en Apollo Offering (Arman) via een Duikende Atleet van de Poolse Jerzy Kedziora naar details van de liggende La Rivière van Aristide Maillol en tenslotte detail van een muze, die haar armen naar de hemel uitstrekt, onderdeel van de houten Birth of Apollo van Ivan Cremer

De klauwen van een faun? Monsieur Teste, Arman
Detail van een Myth (Sphinx)- Marc Quinn

Van de arm van de “De Zaaier” en handloze mouwen van de “Leider” van Atelier van Lieshout, via de Welcoming Arms van Louise Bourgeois in de tuin van het Rijksmuseum, naar de glimmende Man die een vuurtje geeft (Jan Fabre) en een Venus zonder armen (Eja Siepman v d Berg).

De Amsterdam Art Biennale: te zien tot en met 15 september 2019

Proklamasi 17 augustus

16d7bde361c67c24e3855f6dd944b2ea00d7f09c501b8964c140bc6a7fb15da5.jpg
1942: Tekening van Jan Sluijters jr (1914-2005) van het vroegere Generaal Van Heutszmonument op het Olympiaplein, het huidige Indië-Nederland monument (copyright: Stadsarchief)

Ik ben in verwarring. Over een monument. Echt gek is dat niet, want half Amsterdam zit vanaf 1935 al in zijn maag met dit enorme monument, dat in zijn volle 19 meter lengte ons koloniale verleden vertegenwoor-digt, onze relatie met Indonesië. Maar deze zomer heb ik er echt last van. Ik heb nog nooit zo vaak als deze zomer langs het water staan kijken.

Omdat het er zo lieflijk en mooi bij ligt van ’t zomer, met dikbillerige wulpse vrouwensculpturen in de waterpartij voor het monument, een waterpartij die onderdeel van het architectonisch geheel is. Eigenlijk, vind ik het gewoon een heel mooi geheel, en daar heb ik dus last van. Raar he?
Het monument heeft nu door deze zwoele dames een poëtisch rondborstig accent gekregen, met een erg hoog Tempo Doeloe gehalte, zullen we maar zeggen. Nederlands Indië: “die goeie ouwe tijd”, die sfeer.

Vrouwensculpturen van beeldhouwer Nic Jonk staan vanwege Art Zuid 2019 tot 15 september in het water van het huidige Indië-Nederlandmonument aan ’t Olympiaplein

Omdat ik vier jaar terug, op 17 augustus 2015, al eerder een column schreef over dit monument onder de titel Vrouw In Sarong ga ik nu niet diep in op de politieke geschiedenis ervan.

Maar voor alle duidelijkheid: het Indië-Nederland monument aan het Olympiaplein is echt een totaal ander Indisch monument, als waar donderdag 15 augustus in Den Haag het eind van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië werd herdacht.

Op 15 augustus herdenken ze in Den Haag het einde van de bezetting van Nederlands-Indië door de Japanners. Maar in Amsterdam-Zuid gaat het monument in wezen over de bezetting van Nederland van de Indische archipel.

Tentoonstellingscurator Michiel Romeyn van de Amsterdamse sculptuurbiennale #ArtZuid (altijd in voor grappen vanuit zijn Jiskefettijd) had graag het huidige Indië-Nederlandmonument op het Olympiaplein, dat herinnert aan de glorie van de koloniale overheersing van Nederland over Indonesië, alsnog willen opblazen, zei hij bij de opening van Art Zuid, om er vervolgens als curator dan daarna de duim omhoog van kunstenaar César (1921-1998) in te zetten, die nu als sculptuur op de Minervalaan is neergezet.

FB_IMG_1565910771157.jpg

Witverf-acties van Provo, een bomaanslag in 1967, het stelen van de bronzen plaquette van generaal Van Heutsz (1851-1924), – degene die de opstandige Indonesische bevolking van Atjeh wist “te pacificeren”, zoals we in onze geschiedenisboekjes eufemistisch leerden op school – en zélfs de verandering van de naam van het Van Heutszmonument in Indië-Nederland monument, hebben nog nooit geleid tot een goede oplossing voor dit pijnlijke koloniale verleden.

De duim van kunstenaar César en van komiek Romeyn kwam er niet. Wel de Indische Waternimfen. Althans zo ben ik ze gaan noemen, die bronzen dames van beeldhouwer Nic Jonk (1928-1994), indachtig het “sprookje van Fabiola” in de Efteling, over Indische waterlelies waarbij sterren, bij Volle Maan, in waterlelies worden omgetoverd en als waternimfen moeten dansen.

INDISCH SPROOKJE

43424986-b904-4416-9995-faef1d65deaa.jpg
Waternimf in een waterlelie in het Eftelingsprookje De Indische Waterlelies

Als schone waternimfen in de Indische oceaan staan de gladgepolijste bronzen van Nic Jonk, in het water rond het huidige Indië-Nederlandmonument. En daar zit ‘m nu net het probleem. Mijn verwarring.
Het monument wordt er sprookjesachtig en romantisch door. Ik zie ineens literatuur over baboes en klamboes voor mijn ogen. Of hoor het meeslepende liedje van de Indische Waterlelies uit de Efteling in mijn oren.

Ik kan ze nu wel heel poëtisch – met veel waterspetters – gaan fotograferen, zoals ik deed op een snikhete 25 juni-dag in een fotoreportage op mijn columpagina op Facebook, maar lieflijk WAS het niet, die Nederlandse bezetting van Indonesië.
Het was geen sprookje, het was helemaal niet lieflijk, niet voor de Indonesiërs.

20190816_000618.jpg
details van het Indie-Nederland monument op het Olympiaplein

Misschien was de Nederlands-Indische literatuur sprookjesachtig, vol heimwee en geheimenissen. Nooit vergeet ik de eerste verfilming op tv van het boek “De Stille Kracht” van Louis Couperus, met een naakte actrice Pleuni Touw onder de douche, die plots onder de bloedspatters zat. Brrr. Dat maakte wel indruk. Stille Krachten. Oosterse sferen.

Door de Indische locatie zetten de naakte vrouwenbeelden van Nic Jonk mij meteen op het been van de Nederlandse kolonisator die het Indisch vrouwelijk schoon niet kon weerstaan en voor een hele schare – al of niet erkende – “Indische” kinderen heeft gezorgd, al of niet uit buitenechtelijke relaties, al of niet in overeenstemming met de wens of wil van de “inlandse” vrouwen. Het heeft een hele Indo-bevolking opgeleverd.

Soms werd de Indonesische vrouw gewoon in haar eentje terug naar de kampong gestuurd en werd het Indische “halfbloed” kind volledig op Nederlandse leest opgevoed en geschoold. Het Niod schat dat er zo’n 1 à 2 miljoen Indo-Europeanen in Nederland wonen.

1050258.jpg

Door de vrouwenbeelden van Nic Jonk komt de oosterse liefelijkheid van de Indische archipel met haar 14.572 eilanden met zijn mooie vrouwen meer naar voren. De verovering, bezetting en de strijd om Indië valt weg.

20190518_225847-1.jpg
details van het Indië-Nederland monument

Het is de schoonheid dus van dit monument, met dat water en die beelden, die mij verwart. Het is alsof de bakstenen meterslange ronde muren de Indonesische archipel met haar eilanden willen omarmen, koesteren. Die waterpartij is superfunctioneel, terwijl tal van gebeeldhouwde halfreliefs het Indische leven uit de koloniale tijd verbeelden.

Beeldend kunstenaar Frits van Hall, geboren op Java in 1899 en in 1945 als communistisch verzetsstrijder vermoord in een Pools concentratiekamp, heeft ook altijd gevonden, dat er op zijn ontwerp net zo goed “Merdeka” had kunnen staan. Vrijheid.

maar tja…..ondertussen staat er wel sinds 1935 – en nu nog steeds! – boven de waterpartij het Nederlandse gezag te gloreren, gesymboliseerd als een vrouw met een wetsrol in haar hand, geflankeerd door Nederlandsche leeuwtjes.

20190812_142423.jpg

17 AUGUSTUS

Maar op een gegeven moment was het Indische sprookje uit. Twee dagen nadat de Japanners als bezetters van Nederlands-Indië bakzeil haalden, dachten de Indonesiërs: maar nu willen we die Nederlandse bezetters ook niet meer, 17 augustus is de dag van het uitroepen van de onafhankelijkheid (Hari Proklamasi Kemerdekaan Republik Indonesia). Ze vieren feest vandaag.

Op 17 augustus 1945 greep de Indonesische bevolking de bevrijding van de Japanners aan om zich in een Proklamasi onafhankelijk van Nederland te verklaren. Nou, dat zag Nederland niet zitten natuurlijk. En tot 1949 volgde toen een bloedige Onafhankelijksheidsoorlog, waarbij “onze jongens” (zoals dat óok al zo gekleurd heette) naar het opstandige Indonesië werden gestuurd. Iedereen kent of heeft wel ergens éen of ander familielid of oom, die zijn diensttijd toen in Indonesië moest uitdienen.

De Proclamasi van 17 augustus 1945 is pas in 1949 door Nederland erkend.

Op 15 augustus verscheen er in het Parool een artikel, waarin het exact ging om wat mij nu dwars zit. Waarom wel aandacht voor de Nederlandse slachtoffers uit de Jappenkampen en de Indische afstammelingen van Europeanen bij het Indisch monument in Den Haag en géén aandacht voor de Indonesische slachtoffers, die door Nederlandse militairen zijn gemaakt nà 1945.

In het Parool-artikel pleitte historicus Lara Nuberg om één en ander te combineren. Een artikel naar mijn hart.
Amsterdam heeft helemaal geen Indiëherdenking zoals Den Haag. Maar Amsterdam heeft wel een raar “koloniaal” monument, dat Indië-Nederland-monument heet.

Video van de Nic Jonk Beelden in het water van de Indische archipel. Klik:


In zijn eigen beeldentuin in het Noordhollandse dorpje Grootschermer staan de bronzen vrouwensculpturen van Nic Jonk langs de sloot of ze lijken er in te duiken of kijken uit over groene weilanden. Op het Olympiaplein is het Indische eilandenrijk hun omgeving, met waterstralen en al…

  1. https://www.parool.nl/columns-opinie/amsterdam-initieer-een-inclusieve-indieherdenking~b880771f/?utm_campaign=shared_earned&utm_medium=social&utm_source=copylink

Dromen over later

strandbeest.gif

Kijk, een Strandbeest van Theo Jansen (1948) wil bewegen in de wind en hang je niet zomaar boven je bank, zoals een poster van een vliegend object van Leonardo Da Vinci.

HTB1PvQ7PFXXXXXvXFXXq6xXFXXX0.jpg
poster: Vliegtuigontwerp van Leonardo da Vinci

Maar Jansen is net als een Da Vinci gefascineerd in de techniek van de beweging. Hij ontwierp ooit een vliegende schotel die boven Delft heeft gevlogen en noemt zich zelf kunstenaar-uitvinder. Net als Da Vinci.

In Amsterdam-Zuid zijn nu twee van zijn strandbeesten neergestreken #ArtZuid, op de hoek Stadionweg/ Minervalaan en op de Zuidas. De beesten van Jansen bestaan uit pvc electriciteitsbuizen en bewegen zich op de grens van techniek en kunst.

P1050288

P1050293

P1050292
de voet waarmee het strandbeest zich voortbeweegt

P1050306

ALCHEMIST

Als een alchemist wil Jansen nieuw leven crėeren. Met lucht in pet-flessen en pvc-buizen maakt hij strandbeesten die zichzelf voortbewegen op de wind. Helaas staan ze in Amsterdam vast aan de grond en lijken het een soort uitgestorven beesten. De Animaris Longus is uitgestorven in 2010, zegt het naambordje #ArtZuid. Ik had ze zo graag over de Minervalaan zien stappen!😃
Kijk in de video online hoe gracieus deze beauties bewegen als ze nog leven:

DROOM

Wat beweegt die man, denk ik steeds als ik gefascineerd naar documentaires van hem kijk. Het is zo uitzonderlijk, zijn romantiek, zijn bijna kinderlijke fantasie, zijn ironie, maar tegelijkertijd zijn bloedserieuze doortastendheid om zijn droom werkelijkheid te laten worden: dat die beesten ooit zelfstandig in kuddes op het strand kunnen leven.

Ook al storten ze tot nu toe na elke zomer op het strand ineen, en “sterven ze uit”: hij blijft het gewoon proberen. Gefascineerd als Jansen is door het Bestaan, de Evolutie, spieren, zenuwcellen, hij wil de beweging van Het Leven zelf doorgronden.
U kunt hem online zien en beluisteren in deze mooie TED-TALK met ondertiteling:

Luister naar zijn dromen: een natuurkundige romanticus, een dromerige scheikundige, die in 2018 tot kunstenaar van het jaar werd gekozen en in Den Haag de Haagse Cultuurprijs won. Wat heerlijk toch dat er zulke mensen zijn!
Want: bewegen zal het!

Emailvolgers kunnen het beste klikken op de titel van dit blog en video online kijken:

Verbindende elementen

20190516_002235.jpgEen atletische hoogspringer, een hordeloper en een atletische duiker in de lucht, van de Poolse kunstenares Jerzy Jotka Kędziora verbinden op het Stadionplein deze zomer – in het kader van Art Zuid – het historische Olympisch Stadion met het moderne kunstwerk dat ertegenover staat, waarvan de titel ontleend is aan een schrijver met Poolse roots.

Het thema van Art Zuid dit jaar is “Tussenruimte en verbinding“. En dat is wat ik van ’t zomer in mijn foto’s en fotocollages vooral wil laten zien: de kunst in verbinding met haar omgeving, de kunst in verbinding tot de architectuur van Berlage Zuid. De kunst in relatie tot de mythologische straatnamen erom heen. Maar ook de beeldende kunst: in relatie tot de historie van de buurt. Ik deed dat al in eerdere blogs.

P1050013
Cintha van Heeswijck, Directeur ART ZUID

Directeur Cintha van Heeswijck van Art Zuid zegt: “Berlage heeft de tussenruimte op de lanen geclaimd”. En Art Zuid vult die lanen nu in, voor de zesde keer op rij, in de tweejaarlijkse beeldententoonstelling in de openlucht.
Art Zuid wil ook de verschillende pleinen van Zuid met elkaar verbinden, het Van Tuyll van Serooskerkenplein, het Hygieaplein, het Stadionplein, ze wil ze er allemaal bij betrekken. “we willen mensen naar buiten krijgen, uit hun sociale isolement. En als ze iets niet mooi vinden of confronterends: kom er maar over discussiëren, zeg ik dan”.

Kunst als ontmoetingsplek. Ook de ontmoeting tussen de diverse sculpturen onderling wil ik fotografisch in beeld brengen deze zomer. Het wordt via die invalshoek mijn eigen visuele verslag en verbindende interpretatie van Art Zuid.

BELADEN BUURT

P1050002
Eén van de twee curatoren: Michiel Romeyn

Het is een beladen buurt” zegt één van de twee curatoren Michiel Romeyn tot tweemaal toe over de locatie van Art Zuid in de Apollobuurt, de aangrenzende Stadionbuurt en (via het Muzenplein) zelfs tot in de Rivierenbuurt. Gedoeld wordt op de oorlogsjaren, de jodenvervolging.

Habitation – security or isolation, van Dini Thomsen (Katwijk 1943), wonend in Duitsland
Elsa Thomkowiak (1981) kunstwerk OUT. Op achtergrond Jan Havermans‘ herdenkingsmonument ’40-’45 op de Apollolaan
Apollo offering (1994), beeld van Arman (1928-2005) op de Minervalaan, een gespleten beeld

Romeyn: “Ja, een beladen buurt…..en dan nu met al die beelden hier….ik zeg: er stroomt bloed door de aderen van Zuid. Ik vind het wel wat hebben om juist op die lanen hier dan nu allemaal gekke eigentijdse beelden te plaatsen”. Het is volgens hem ook wel tijd voor grappen en grollen.
En dat is gelukt. Laat dat maar aan ex-Jiskefet acteur Michiel Romeyn over, samen verantwoordelijk met co-curator Jhim Lamoree voor de keuze van de beelden. Romeyn, zelf beeldend kunstenaar, was in 2009 al eerder curator van Art Zuid. Het levert een verfrissend andere tentoonstelling op dan die onder ex-curator Rudi Fuchs.

Ik zie een Jezus met avocado’s, een Maria met spitskolen, een glimmend bronzen meneer in bad (wiens schrijvende vinger per ongeluk, geloof ik, net onder water steekt), gekke dansende of hangende beesten als balletdansers, ik zie een soort faun en atleten.
Er is voor elk wat wils.
Romeyn: “Er hangt iets in de lucht, maar wat precies blijft onduidelijk. De reis begint…..Voor iedereen”. 

P1040867

P1040870
Tony Matelli (1978), een Maria en een Jesus, 2016, met avocado’s en kolen
P1050068
Barry Flanagan (1941-2009): balletdanser Nijinski als dansende haas (1985)
P1050100
Arman (1928-2005), Monsieur Teste (1995). Hij lijkt op een faun, op bosgod Pan

video, klik online: ‘The man writing on water’ (2006), Jan Fabre (1958) . Tussen zeven badkuipen in zit hij daar: wie is hij? En waarom zeven, in deze opstelling?

De liefde voor Zuid spat van de tentoonstelling af. Romeyn: “Het is net als naar je psychiater gaan: van Zuid kom je nooit meer af”.

 

 

Een kunstwerk: een gebruiksaanwijzing

Als het kunstwerk van Matthew Darbyshire in Amsterdam binnenkort wordt onthuld, bestaat voor het eerst het Franse woonadres 11 Rue Simon-Crubellier in werkelijkheid. Omgetoverd vanuit fictie, vanuit een roman, naar een monumentaal kunstwerk op het Stadionplein: als betonnen 3-kamerappartement van 65 m² met bronzen meubels in zwart.
Nergens anders ter wereld bestaat de 11 Rue Simon-Crubellier. Een kunstwerk met zo’n naam vraagt om verder onderzoek. Wat is dat voor adres, waarvan Matthew Darbyshire niet de eerste kunstenaar blijkt die zich hiermee bezighoudt?

1040164

11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire. Stadionplein, 2018

Darbyshire (1977) heeft als Brit het woonadres uit een Franse roman van Georges Perec (1936-1982) als titel gekozen, zegt hij desgevraagd, omdat hij dat wel “romantisch” vond en in het kader van de huidige Brexit-discussie wel een mooi statement. Een Nederlandse titel vond hij wat obligaat. Hoewel ik dat niet meteen begrijp (bij een gemeenteopdracht vanuit Amsterdam) maakt hij zijn kunstwerk er wel veel intrigerender door, veel internationaler. En dat is slim van de Brit.

Australische videokunstenaars gingen in 2004 al op zoek naar de 11 Rue Simon-Crubellier, in een multi-mediaproject rond de straatnaam, om te kijken of een verzonnen adres uit een roman werkelijkheid kan worden, louter omdat je ernaar op zoek gaat. Op You Tube is te zien hoe ze ambtenaren met vragen over het niet-bestaande adres gekmaken.
Art-video 2004, kijk online, deel 2: “Searching for Rue Simon-Crubellier”:

Een Belgische striptekenaar Brecht Evens (1986) heeft in 2015 het flatgebouw geïllustreerd.

1453377443852

La vie Mode d’emploi, Perec par B. Evens. Illustratie Brecht Evens

Een andere kunstenaar, Max Richter (1966), een Britse componist van Duitse oorsprong die dit jaar nog in het Concertgebouw een zgn. ‘Sleep-concert’ gaf van 8 uur lang, wijdde in 2008 een meditatieve compositie aan de Simon-Crubellierstraat.
Muziekvideo “Circles From The Rue Simon-Crubellier”: luister online:

In 2018 nu sleept de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire het fictieve adres in 3 D, als sculptuur, de werkelijkheid in. “Concrete” is het Engelse woord voor beton. De Brit heeft een fictief adres in grijs beton concreet gemaakt. Als Environmental Art, op het Stadionplein. Je kunt erin gaan zitten.

1040079

Op verzoek van bewoners, die een fontein als kunstwerk wilden, zijn er “waterelementen” in opgenomen

11

9200000052067929

In juni 2017 tijdens een studieavond – vol met Perec-ologen – van Atheneum Boekhandel en de Universiteit van Amsterdam werd me voor het eerst duidelijk dat het huisnummer 11 door de Franse schrijver, die het adres verzon, niet zómaar gekozen is.
Georges Perec is bekend met getallensymboliek, vanuit de Joodse kabbala. Cijfers, getallen en wiskundige formules blijken essentieel voor de Frans-Poolse Joodse schrijver (1936-1982).
De hele roman van 511 pagina’s over bewoners in een groot Parijs’ flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier kun je niet loszien van ander werk van Perec. Het woonadres blijkt vooral een metaforisch levensverhaal over hemzelf te zijn.

20180923_123306B

Dr. Manet van Montfrans, gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, verbonden aan de leerstoelgroep Moderne Europese Letterkunde is gepromoveerd op Perec en heeft een zeer leesbaar boekje geschreven, dat als handleiding kan dienen om de roman beter te begrijpen. “George Perec: een gebruiksaanwijzing“.
Een knipoog naar de Nederlandse vertaling “Het leven een gebruiksaanwijzing” van de Franse roman: “La Vie Mode d’emploi”.

s-l300

Perec is in Frankrijk bepaald geen onbekende. Er is notabene een asteroide, een kleine planeet, naar hem vernoemd, dus als wij in Nederland Perec slechts in kleine kring kennen, zegt dat meer over ons dan over de Franse schrijver.
Hij heeft 2 belangrijke Franse literatuurprijzen gewonnen, stond op een Franse postzegel, er zijn straten naar hem vernoemd, een school en verschillende bibliotheken. Hij wordt gezien als een (jong gestorven hedendaags) schrijver, behorend tot de Grote Klassieken.

TRAUMA

Essentieel voor Perec en zijn hele oeuvre blijkt: het op transportstellen naar Auschwitz van zijn moeder op 11 februari 1943. Zij werd tijdens een razzia uit zijn geboortehuis in de Rue Vilin in Parijs gehaald. Ook zijn tante en 2 opa’s “verdwenen” in de oorlog. Perec was zes jaar toen hij in 1942 voor het laatst zijn moeder zag. (Zij bracht hem in een Frans bergdorp in veiligheid). Hij was 4  toen zijn vader sneuvelde in 1940 als soldaat in het Franse leger.
Ik heb geen jeugdherinneringen aan mijn ouders,” zegt hij daarover, in een intrigerend verzonnen boek over zijn jeugd: “W en de Jeugdherinnering”, waarop ik in een volgend blog nog terugkom i.v.m. het Stadionpleinkunstwerk. En: “Mijn moeder heeft geen graf”.

Het thema Verdwijnen, oplossen in het Niets blijkt het kernthema van Perec. Ook op de 11 Rue Simon-Crubellier (volgend blog).

Ook het woonadres uit zijn jeugd aan de Rue Vilin verdwijnt, als na de oorlog de Parijse wijk verpaupert en op de schop gaat voor nieuwbouw. Perec legt dan met pen en papier en ontelbare zwart-wit foto’s een gigantisch gedetailleerd archief aan over die straat uit zijn jeugd. Als een soort stadsarchivaris of socioloog, in een poging het verleden vast te houden. (zie: video onderaan)

Plaque_perec

Bordje “Verdwijning” door Christophe Verdon, als eerbewijs aan Georges Perec. Café de la Mairie, Place Saint-Sulpice Parijs

Ook schrijft hij een belangrijke roman waarin de letter e verdwenen is. Een essentiële letter in het Frans.

Samen met een jeugdherinnering aan een soort Hebreeuwse letter, die lijkt op een J, vormt het boek over de verdwenen letter E en zijn latere boek over zijn jeugd, waarin hij een eiland W verzint, zich tot het woord JEW, zo leer ik uit de fascinerende Franse documentairefilm over Perec. (zie onderaan).

P1030924

11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum

Als eerbetoon aan zijn gedeporteerde familie en de verdwenen straat uit zijn jeugd richt Perec dan, in zijn fantasie, een giga flatgebouw op aan de 11 Simon-Crubellier, in zijn magnum opus “Het leven een gebruiksaanwijzing “. Hij propt het boordevol met mensen en met spullen.
Hij laat dat de oudste bewoner van het pand, de schilder Valène, in feite vertellen: een kunstenaar die een dwarsdoorsnede van het flatgebouw wil schilderen (p.239/138)

Hij zou zelf op het schilderij voorkomen, op de manier van de renaissanceschilders, die altijd (-) een heel klein plaatsje voor zichzelf reserveerden (-) alsof hij niet wilde dat het opgemerkt zou worden, alsof het alleen maar een signatuur voor ingewijden moest zijn (-) als een waakzaam spinnetje dat zijn glinsterende web weeft (-)
“alleen al de voorstelling die hij zich maakte van dat opengebroken pand dat de scheuren van zijn verleden (-) toonde (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)”

Het flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum, als praalgraf.
Als je meer weet over Perec , dan herken je in het antiekwinkeltje onderin het flatgebouw de kapperszaak van zijn vermoorde moeder en in de levensverhalen van alle bewoners – én in hun voornamen – stukjes en beetjes van verdwenen familieleden van Perec. Of andere boeken van Perec.
Wat een vernuftig, complex bouwwerk, dat boek!!! Ingewikkeld, taai, maar mateloos intrigerend hoe iemand zijn oorlogstrauma’s verwerkt in literaire fictie. Met een fascinatie voor alledaagse spullen. Alsof je met al die materie het verleden bij je kunt houden.

1040167

42 zwarte objecten

Hoewel het Zwart in het kunstwerk van Matthew Darbyshire nogal opvalt, zegt de Brit mij, niet zozeer uit biografische redenen voor de straatnaam van Perec te hebben gekozen. Meer is hij gefascineerd door de enorme complexiteit van Perec’s boeken, de ingewikkelde structuur ervan en de zelf opgelegde regels en inperkingen.

Zo heeft de schrijver bijvoorbeeld in elk woonvertrek aan de 11 Rue Simon-Crubellier en in elk hoofdstuk 42 objecten willen onderbrengen. Geen 43, wat naar 1943 zou kunnen verwijzen. Maar 42.
Er ontbreekt er bij Perec altijd éèn.
Zoals de letter e ontbrak in een boek, zo beschrijft hij van de 100 woonvertrekken aan de voorkant van het flatgebouw er maar 99.
Of: in 1942 zag Perec zijn moeder voor het laatst.

1040096

Citruspers van Alessi/Philip Starck en mixer van Smeg

Vervolgens tel ik 38 designobjecten in het kunstwerk van Matthew Darbyshire, maar als ik de zwart-bronzen douchekop, 2 kranen en wc-bril in brons meereken, kom ik op 42 zwartbronzen objecten. (Als ik de Imac op het bureau met toetsenbord als 1 reken).
Op deze manier verbindt Darbyshire zich vermoedelijk aan Perec. Meer om formele, dan om biografische redenen.

DARBYSHIRE

Vooral die inperkingen die Perec zichzelf oplegt, intrigeren Darbyshire. Zelf heeft hij het zich ook niet gemakkelijk gemaakt, door zich in zijn interieurkeuze van het Stadionplein-appartement te beperken tot alleen design-meubels, die in Nederlandse musea staan en/of in Nederlandse winkels te koop zijn. Om zich vervolgens vrijwillig te laten inperken door buurtbewoners, die hij liet kiezen uit een selectie van 5, per design-object.
M.a.w.: de kunstenaar koos 5 designbanken uit en Stadionbuurtbewoners kozen daaruit de bank van Jan de Bouvrie. Zijn eigen opsommingslijsten brengt Darbyshire zo in verband met de lijstjes die Perec graag maakt in zijn boeken.

Max Richter benadert met zijn muziek Perec vermoedelijk het meest inhoudelijk. Vooral als ik zie dat Richter ook een compositie heeft geschreven over de Rue Vilin, de straat uit Perec’s jeugd, de straat van de razzia, denk ik:
Als je dàt doet, ja, dan heb je Perec “begrepen”.

In een volgend blog laat ik zien welke metafoor Perec aan zijn 11 Rue Simon-Crubellier gebruikt voor het verdwijnen van zijn Joodse familie.
(wordt vervolgd)

  • Op You Tube zijn er talrijke Franstalige video’s die inzicht geven in de Joodse roots van Perec.
  • In bijgaande film wordt duidelijk hoe zijn jeugd zijn gedetailleerde schrijfstijl, zijn obsessie voor objecten, straten en huizen heeft beïnvloed.

© Overname van gedachtengoed uit deze column: graag met bronvermelding

Dit is deel 2 in een serie van 6 blogs over 11 rue Simon-Crubellier

  1. Zie website van mw. dr. M.A.E. van Montfrans: http://www.manetvanmontfrans.nl/index.php/2018/12/29/de-rue-simon-crubellier-in-amsterdam/
  2. Blog 1 over Zwart in 11 Rue Simon-Crubellier;
    https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/17/het-gevoel-van-zwart/
  3. Blog 3 over de boekinhoud: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/04/het-leven-een-puzzel/
  4. Blog 4 over de plaats van dit kunstwerk in het werk van Mathew Darbyshire: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  5. Blog 5: Stadionbuurters als bezoekers van het kunstwerk 11 rue Simon Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2018/12/01/anybody-home/
  6. Blog 6: “What’s in a name”, over de Joodse context van 11 rue Simon-Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2019/05/01/whats-in-a-name/
  7. Zie film van Australische kunstenaars: Searching for 11 Rue Simon-Crubellier, dl 1: https://youtu.be/WE_zH3D0mNM

Het Gevoel van Zwart

Kan zwart ook vrolijk zijn? Stijlvol, gedistingeerd, ja, sexy ook, maar vrolijk? Welke betekenis heeft zwart? De zwarte meubels in het kunstwerk in wording op het Stadionplein vragen aandacht.
Het kunstwerk, een 3-kamerappartement van 65 m met keuken en douchecel, in grijs beton en zwart gepatineerd brons, van de Britse kunstenaar #Matthew Darbyshire (1977) wordt begin november onthuld door AmsterdamStadsdeelZuid.
Zaterdagmiddag 20 oktober is er -stomtoevallig- een lezing over Zwart in de Kunst in de bibliotheek op het Stadionplein. Een lezing uit een serie van 5: Kleur is de Kunst, door kunstenaar #Marianne Roodenburg.

Zwart kan van alles oproepen. Het Zwarte Vierkant van de Avant-gardistische Russische kunstenaar Kasimir Malevitsj (1878-1935) schokte in 1913 de kunstwereld niet alleen vanwege zijn abstractie. Op de tentoonstelling hing Malevitsj zijn Zwarte schilderij precies op de plek waar in Russische huiskamers de icoon van God hangt. Shocking. Zwart ter contemplatie. Zwart kan spiritueel zijn. Vele religieuzen dragen zwart.

MODERN

Eén van mijn buurvrouwen heeft zwart met grijs consequent doorgevoerd in haar interieur. Tot aan de placemats, kaarsen en kopjes aan toe. Het is een moderne, strakke huiskamer.
Ook de eigentijdse kunstenaar van Evironmental Art, Darbyshire, ziet in al dat zwart vooral modern Design. Schriftelijk zegt hij me om “formele” redenen gekozen te hebben voor het zwarte interieur, omdat hij het “moderner” vond dan de gebruikelijke bruingroene geoxideerde kleur van patina brons voor de meubels. Hij vond Zwart beter bij de omgeving passen.

Darbyshire:
“De kleur zwart werkt zoveel beter (dan het gebruikelijke bruine patina) tegen het krachtige, industriële en misschien zelfs rauwe grijze beton. Ik hou er ook van om het klassieke clichématige gebruik (van brons) te voorkomen, ook al komt dat misschien een beetje tegendraads over”.

P1030801kopie
Vertaalde uitgave van het Franse boek, dat ten grondslag ligt aan 11 Rue Simon-Grubellier

PARIJS FLATGEBOUW

Ondertussen herlees ik het Franse boek dat ten grondslag ligt aan de titel van het kunstwerk: “11 Rue Simon-Crubellier“. De titel refereert aan een Frans woonadres uit een 511 pagina tellend boek uit 1978, dat zich afspeelt aan de 11 Rue Simon-Crubellier in Parijs. Een niet bestaande straat, verzonnen door de schrijver Georges Perec (1936-1982).

d009747ed913c3f785f1352fceb65ae6

Eén van de covers van de vertalingen van het Franse boek La Vie Mode d’Emploi (Het leven een gebruiksaanwijzing) van George Perec.

Het gaat over zo’n 19e eeuws Parijs’ appartementsgebouw met gammele koperen lift en concierge, 10 woonlagen hoog, met kelders en vroegere dienstbodenkamertjes, met zowel koop- als huurappartementen, grote en kleinere flats erin.

Het lijken warempel de woonblokken uit de Stadionbuurt wel. De Brit Darbyshire heeft ook – ter inspiratie voor zijn kunstwerk – bewoners in het nieuwbouwblok midden op het Stadionplein opgezocht.

Het flatgebouw van Georges Perec zit bomvol bewoners, er komen er 500 voorbij: de vroegere bewoners uit vervlogen tijden van het 19e eeuwse pand incluis: zij spelen een evenzo grote rol in zijn geschiedenis.

ZWART

N.a.v. het zwarte kunstwerk heb ik onderzocht op welke manier Zwart in dit Parijse appartementsgebouw voor komt. En dat is opvallend veel, te midden van de krankzinnige hoeveelheid details over meubelstukken, wandkleden, schilderijen, boekcovers etc., waar Perec ons op trakteert.

Ik zeg niet dat alles zwart is aan de Parijse 11 Rue Simon-Crubellier, maar toch. Het centrale verhaal heeft twee duidelijke referenties naar zwart. Vele andere zwarte verwijzingen betreffen zijlijnen in het boek, die samen de context en sfeer kleuren, waarin het centrale verhaal zich afspeelt.

Het is bepaald geen vrolijk boek, het zit vol melancholie over de vergankelijkheid en zinloosheid van het leven.
Zonder hier nu meteen in te gaan op het waarom van de melancholie van de schrijver Perec (dat komt in latere blogs) concentreer ik me eerst op Het Gevoel van Zwart.

14206c386d9d9275060c11f98d9dd125

Georges Perec (1936-1982)

Het boek is een bouwwerk op zich; ingenieus bedacht; een intellectueel hoogstandje, vol diepere lagen en dubbele bodems, waarbij Perec een spel met de lezer speelt.
In elk hoofstuk zitten aspecten van het leven van de schrijver – en van zijn eerdere boeken – verstopt en het is de gein en de kunst om de sleutel te vinden en de puzzel op te lossen.

Ik daag de liefhebber van geschiedenis en literatuur en kunst uit, om de komende weken me te vergezellen naar deze 11 rue Simon-Grubellier in Parijs, om het moderne zwarte kunstwerk met dezelfde naam, op het Stadionplein, te duiden.

SPEL

Geheel in stijl van Perec, die errugh van rijtjes, opsommingen en getallen houdt, en van regels, systemen en puzzels (een autist is er niks bij !) som ik op, op welke manier Zwart in het boek voorkomt. De volgorde doet er even niet toe. De kern van het verhaal komt later wel.

  • Mevrouw Marcia, met haar antiekwinkeltje onderin het pand, zit in een leunstoel van zwart leer. Op een prent in haar kamer wordt tegen een zwarte keukentafel seks bedreven, terwijl een in het zwart geklede grijsaard toekijkt. Naast haar leunstoel ligt een roman, met op de omslag een afbeelding van een triktrakbord, waarop o.a. een stel handboeien ligt.

giphy-3.gif

Er wordt veel getriktakt op de 11 rue Simon-Grubellier, een spel met zwarte-en-witte schijven. Net als zwart-witte kruiswoordpuzzels die steeds moeten worden opgelost. Perec tekent ze soms uit.

  • Bij mevrouw Moreau, een zakenvrouw, staan met koper ingelegde kasten van zwart palissander hout. In haar slaapkamer een matras in zwarte skaileren hoes.
    Ze heeft haar huis laten inrichten door een binnenhuisarchitect, zodat ze haar handelsrelaties kon ontvangen. Ze serveerde dan monochrome maaltijden. De laatste was een zwarte maaltijd in borden van gepolijst leisteen met zwarte kaviaar, truffelsalade en inktvis. De drank werd in basalten bekers geserveerd.
  • Bij het echtpaar Altamont wordt een receptie voorbereid door butlers in zwart pak. Mevrouw draagt een onderbroek van zwarte zijde en rond haar rechterhand een smalle zwartgazen band, als teken van rouw over een vorige geliefde. Meneer werkt als ingenieur in de oliebusiness, “het oude zwarte goud“.
  • Als de schilder Valène, de oudste bewoner van het pand, een dwarsdoorsnede van het appartementsgebouw wil schilderen (zoals Perec dat dus als schrijver doet in zijn boek!), inventariseert hij wat er in de loop der jaren in het trappenhuis aan de 11 Rue Simon-Grubellier gevonden is, en stuit daarbij op het Japanse Go-spel.ako1Zeven marmeren schijfjes, 4 zwarte en 3 witte, liggen zo op de overloop, dat zij het patroon vormen dat in het go-spel Ko heet: Eeuwigheid.

Het is een significant voorbeeld hoe Perec speelt met symboliek. De getallen 4 en 3 zullen bij Perec vaker voorkomen. Net als het getal 11. Zelfs de Nederlandse vertaling heeft 511 pagina’s.

  • In de slaapkamer van de huisarts Dinteville staat een commode van gelakt zwart hout. Op zijn zolder vindt hij een boekje van een van zijn voorvaderen, een chirurg: hoe je middels een zwarte vloeistof in de nieren van een patiënt kon kijken. Dinteville deed 4 jaar onderzoek en schreef er een manuscript over van 300 bladzijden, waarin hij de relatie met de Joodse mystiek, het hermetisme en de alchemie onderstreepte.
  • Het atelier van de kunstenaar Hutting heeft een met zwart leer gecapitonneerde deur. Hij werkt aan een schilderij, waar 3 figuren op staan. Eentje in zwart duikerspak, iemand met een zwarte ruitvormige baret op, zoals Britse professoren dat hebben. De derde is een Japanner in een lang zwart gewaad. Op de vloer: een geometrisch zwart-wit tegelmozaïek.
    In zijn salon staat Huttings secretaresse in zwart-leren motorpak, met een dolk in haar handen.
  • Ook zitten er 4 gehurkte mannen te mediteren in zwart zijden broek en ontbloot bovenlijf, waarbij ze moeten leren iedere sensatie van pijn te vergeten.
    Het 3e vertrek in dat appartement heeft geen meubels. De muren, het plafond, de vloer, de plinten en de deuren zijn met lakverf zwart geschilderd. Aan de muren hangen 3 rijen gravures in matzwarte metalen lijsten.
  • en juffrouw Crespi droomt over een man in de deuropening die een zwart omrand kaartje laat zien.
1030983
naamkaartje van één van de hoofdrolspelers aan de 11 Rue Simon-Grubellier

PUZZEL

Te midden van deze zwarte details speelt een houtbewerker Winckler een rol in het centrale verhaal, dat zich tussen diverse bewoners van het pand afspeelt, en over puzzelstukjes gaat. Een krankzinnig verhaal. Waarover in een volgend blog meer.

  • In de slaapkamer van Winckler, die de puzzels snijdt, hangt een uitgeknipte tijdschrift-foto van 3 in het zwart geklede mannen in een wachtkamer, voorafgaand aan een duel, waarbij de ene de dood zal vinden.
    Het was het enige in de kamer, behalve zijn bed, wat hij verdroeg, schrijft Perec. Het zwart leren kussentje waarop Wincklers vrouw had gezeten had hij weggegooid: “alles waar zij een spoor op had achtergelaten“. Zij was gestorven, in de fictie van Perec, in 1943 tijdens het ter wereld brengen van een doodgeboren kindje.
  • Ook mevrouw Hourcade speelt in de puzzel-plot een rol. Zij heeft in een kartonfabriek gewerkt en levert 500 prachtig zwart kartonnen dozen voor de puzzelstukjes aan één van haar buurmannen. De zwarte dozen worden afgesloten met een zwart of grijs lint.

Black ribbon[33693]

  • de dozen zijn voor de bewoner Bartlebooth, een Britse miljardair, die met zijn tijd geen raad weet. In zijn slaapkamer ligt een in zwart leer gebonden agenda met daarop o.a. een tekstballon: The surest stronghold is the home.
  • Als hij sterft zit hij aan een tafel met zwart kleed, waarop een legpuzzel ligt. Er ontbreekt een puzzelstukje, dat zwart lijkt door het kleed eronder.th9ZI00BQK

DIT is de sfeer; Het Gevoel van Zwart, dat opstijgt uit alle poriën van het boek over het pand aan de 11 Rue Simon-Grubellier.

Op mijn vraag aan Matthew Darbyshire of het Zwart in zijn kunstwerk een relatie heeft met het Zwart in het boek geeft hij geen antwoord. Hij gaat er niet op in. Wel antwoordt hij, dat zijn keus voor de titel 11 Rue Simon- Grubellier “absoluut meer formeel dan biografisch” van aard is.

Zelf vind ik het juist intrigerend om het verhaal achter het Franse woonadres te betrekken bij het kunstwerk met dezelfde naam! Ik zie daarin een sleutel om het kunstwerk in te bedden in de Stadionbuurt. Ik daag u uit mij de komende weken te volgen in mijn analyse.
Want waarom heeft Perec dit gebouw aan de 11 Rue Simon-Grubellier opgericht?

1040002

Het bedrijf “Everything is Possible” werkt aan Darbyshire’ ’11 Rue Simon-Grubellier’ .

(wordt vervolgd)

© Gedachtengoed uit deze serie over 11 Rue Simon-Grubellier svp alleen met bronvermelding overnemen

Verder verschenen:

  1. op Facebook: Zwart Design op Frans woonadres: https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=948209028696042&id=238292489687703
  2. Column “Onze straat met zwarte spullen”, Huis van de Wijkkrant Olympus, december 2017
  3. Eerder Blog over Design in het Stadionpleinkunstwerk: https://marionalgra.wordpress.com/2017/05/16/huiskamer-in-zwart/
  4. Eerder Blog over Ontstaan Stadionpleinkunstwerk: https://marionalgra.wordpress.com/2016/09/23/fontein-wordt-kraantje/

Architect tot 1941

Gestold in de tijd. Aan de Stadionweg 44 ligt een privewoning, maar eigenlijk is het een museumwoning. Het is een rijksmonument. De huidige bewoner zat me tijdens Open Monumentendag 2015 op de hielen en had weinig tijd. Lekker vrij rondlopen was er niet bij. Je voelt je ook wel een gluurder als je door iemands huiskamer mag rondbanjeren en iemands toilet wordt binnengeleid om de groene betegeling en groene beglazing te bewonderen: alles geconserveerd in een stijl van rond 1930.”

“Kunst en Ambacht” was op die Open Monumentendag het thema, zoals dat vorig jaar “Stad en land” was en ik in mijn column “Na Druk Geluk” de lommerrijke Amstelveenseweg een monument noemde, als verbindingsader met de vroegere landerijen rondom Amsterdam.

Het thema “Kunst en Ambacht” brengt je al snel bij de Amsterdamse School: bouwstijl van begin 20e eeuw, waarbij glas-in-lood, artistiek metselwerk- meubels en design als kunstzinnige ambachten samengingen met de bouwkunst.

P1030399
Rijksmonument 1928: Stadionweg 44.
Het hele interieur in die Stadionwegwoning – van mahoniehouten lambriseringen, ingebouwd theemeubel, Art-Deco lampen tot glas-in-loodwand in het trapportaal – was op elkaar afgestemd. Een Gesamtkunstwerk, zoals Amsterdamse School-architecten dat graag bouwden.
P1030254
Woonhuis Elte, 1928. Ontwerp groenglazen bouwstenen naast de voordeur is van H.P. Berlage
HARRY ELTE (1880 – Theresienstadt, 1 april 1944)

De woning was tot 1942 van architect Harry Elte. Hij had de woning voor zichzelf gebouwd. De lamp in het trappenhuis is ook van zijn hand, het glas-in-lood van glazenier Willem Bogtman, met wie veel Amsterdamse Schoolarchitecten samenwerkten.
Harry_ElteElte was een Joods architect, die voor veel Joodse opdrachtgevers bouwde: bedrijfspanden, winkels, Joodse instellingen en diverse synagogen. Maar ook privéwoningen, o.a. in Amsterdam-Zuid.

Net voordat de crisisjaren ’30 aanbraken – en de stad zich vanaf het Concertgebouw (1888) verder zuidwaarts uitbreidde – bouwde Elte achter de Apollolaan, schuin tegenover zijn eigen huis, zo’n 14 villa’s. Het is het chiquere deel van de Stadionweg, een villawijkje tussen Stadionkade en Stadionweg in. In de Schubertstraat hield Elte zelf een architectenkantoor met 6 man personeel.

P1030267
Voorbeeld van een Elte-villa, Wagnerstraat 2-4, met inpandige garage, 1929. Op de achtergrond: de Sociale Verzekeringsbank, hoek Stadionweg/Apollolaan
Het was de gegoede burgerij die zich in deze eerste en tweede ring van Zuid achter het Concertgebouw vestigde. De villa’s hebben vaak een centrale ontvangsthal, inpandige of aangebouwde garages, centrale verwarming, erkers, serres en balkons. Hoewel hij doorgaans privéopdrachten kreeg, bouwde Elte langs de Stadionkade in 1931 een groot woonblok, met daarin ruim 30 woningen.

20180428004400
Woonblok aan de Stadionkade, Holbeinstraat, Velasquezstraat en Rubensstraat, 1931

De schoonheid zit ‘m vaak in de details: het metselwerk, een extra bouwelement als accent, een vloermozaïek of betegeld wandtableau in een trapportiek. Als geboren Stadionbuurtbewoner ken ik deze robuuste bouwstijl ‘van huis uit’ en fiets er gewoonlijk aan voorbij. Maar vandaag, vandaag sta ik er ineens bij stil.

Letterlijk sta ik met mijn fiets stil bij de huizen die Harry Elte ons in Zuid heeft nagelaten. Nu ik me er bewust van ben geworden, dat het Elte is, aan wie we sinds 1914 de naam ‘Stadionbuurt’ te danken hebben, de naam Stadionplein en Stadionweg e
n dat die naamgeving losstaat van het Olympisch Stadion uit 1927.

hetstadion00
Eltes stadion, naamgever van de Stadionbuurt, gebouwd in 1912, afgebroken in 1929 voor woningbouw. Op de achtergrond de landerijen van Buitenveldert.
STADIONBUURT

Aan de Zuidrand van de toenmalige stad, omgeven door landerijen, bouwde Elte het eerste nationale voetbalstadion in 1912, voor 30.000 toeschouwers. Op de plek, waar nu de Argonauten- en Jasonstraat liggen. Vanaf 1914 sprak de pers van een “Stadionplein” als men de ruimte voor het stadion bedoelde, waar chique zwarte auto’s geparkeerd konden worden. De gewone man had toen nog geen auto.

oudetsadion1914artistensportfeest
artiestensportfeest, 1914 in Elte Stadion, Stadionplein

Vijftien jaar later bouwde architect Jan Wils ertegenover, aan de andere kant van de Amstelveenseweg, nog een tweede stadion, voor de Olympische Spelen van 1928. Tijdens de Spelen werd Eltes stadion gebruikt voor oefenwedstrijden. Maar in 1929 werd het afgebroken voor verdere uitbreiding van ‘Plan Zuid‘ van H.P. Berlage, voor massale woningbouw in de Stadionbuurt.

20110611_hetstadion005
april 1929, sloop van Eltes Stadion

Elte is niet de architect van de wulps golvende gevelwanden van vroege Amsterdamse Schoolarchitecten, als Michiel de Klerk of Piet Kramer, maar Elte hoort bij de sobere, strakkere Late Amsterdamse Schoolstijl, als leerling van – en werknemer ooit – van Berlage.
En dat kun je zien, als je denkt aan het Beursgebouw aan het Damrak in Amsterdam of aan de Burcht van Berlage (het gebouw van de Algemene Nederlandse Diamant Bewerkersbond) in de Henri Polaklaan in Amsterdam-Oost, in welke straat ook Elte monumentale panden voor Joodse instellingen neerzette.

Stoere, kloeke torens bouwde Elte, ook in zijn villa’s in de Stadionbuurt zie ik dat in forse schoorstenen wel terug; ook bij een driedubbele villa van Eltes hand in de Willemsparkbuurt, langs het Vondelpark. En in zijn beroemde “Obrecht-sjoel”, aan het Jacob Obrechtplein, richting Concertgebouw.

In de gevel staat in het Hebreeuws een regel uit Psalm 84: “Hoe lieflijk is uw woning, Heer van de hemelse machten”. En op de grote luifel: “Ik heb U een prachtig huis gebouwd” (Koningen I, hoofdstuk 8, vers 13).

20180427200049
1927:  Raw Aron Schuster Synagoge, Jacob Obrechtplein
Die luifels zijn ook kenmerkend voor Elte. Zowel Berlage als hij waren bewonderaars van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright (1867-1959) en dat zie je terug in de ruim overhangende dakranden en overkragingen bij Elte.
20180427115125
Driedubbele villa, Sophialaan 2-6, Willemsparkbuurt. Entree met luifel. 1920

ENTREE

Een deur is niet zomaar een deur bij Elte. Altijd zal er wel een geometrisch gemetseld pilaartje bovenaan een toegangstrapje of een abstract houtelement in de deur zijn, die de entree van het huis accentueert. Kom Binnen, roept het huis. Het geeft je volgens mij een welkom gevoel. Ik zie dat zowel bij de ingang van de synagoge op het Obrechtplein als in de stadsvilla’s in Zuid.

1030271-1
tegelplateau-en vloermozaiek in trapportaal Velasquezstraat 3

Hij speelt ook met lichtinval. Ik zag dat in 2015 in het zachtgroene schijnsel van de glas- in-loodramen in de toilet van zijn eigen woonhuis, maar ook zie ik dat in het trapportiek aan de Velasquezstraat en, zo lees ik, binnenin de synagoge speelt lichtinval bij Elte via het vele glas-in-lood een hele spirituele rol.

JODENVERVOLGING

Eltes eigen woning is qua interieur gestold in de tijd, schreef ik niet zonder reden. Het is zowel bijzonder, als wrang dat het huis aan de Stadionweg vanbinnen in dezelfde staat verkeert, waarin Elte zijn woning onvrijwillig heeft moeten verlaten tijdens de oorlog.

Vanaf 1941 mocht hij als Jood geen leiding meer geven aan zijn eigen bedrijf; in 1942 werd hij met zijn vrouw gedeporteerd naar Westerbork. Zoals vele, vele andere Joden uit de Stadionbuurt. In Theresiënstad overleed hij op 1 april 1944 aan een longontsteking.

VERDWIJNEN

Van Verdwijnen naar Herdenken. Die stap kunnen wij als Stadionbuurtbewoners zetten, als we ons ervan bewustworden dat Elte met zijn stadion de naamgever van onze buurt is, waaraan ook het Stadionplein haar historische naam te danken heeft.

Eerst moest zijn stadion verdwijnen in 1929, toen Elte zelf in 1942 en nu moet, volgens B & W van Amsterdam ook zijn Stadionplein verdwijnen?

Als bewuste Stadionbuurters zijn we van plan dat anders aan te pakken. Er gaan stemmen op om juist Elte – en de vele, vele andere verdwenen Joden uit de Stadionbuurt – eindelijk te gaan herdenken.
Met een beeld, een monument of Stolpersteine: zogenaamde struikelstenen met naamplaatjes van messing, bij woningen van verdwenen, gedeporteerde en vermoorde Joodse buurtgenoten.
Eén van die adressen kennen we al. Stadionweg 44.

Amsterdamse Stijl

giphy_63_1508014948363Het zal u niet ontgaan zijn dat er een jaar ten einde loopt waarin de kunststroming De Stijl centraal stond, 1917-2017. Het was het themajaar “Van Mondriaan tot Dutch Design” .  Nu hebben we misschien wel stijl in Amsterdam, maar weinig van De Stijl.

Voor het spectaculaire Victory Boogie-Woogie-schilderij van Piet Mondriaan (1872-1944) dat met overheidsgeld in 1997 gekocht is voor 37 miljoen euri, moet je naar Den Haag, voor zijn geboortehuis naar Amersfoort, voor het modernistische Rietveld-Schröderhuis van meubelmaker/architect Gerrit Rietveld (1888-1964) en zijn muze moet je naar Utrecht.
Wat heeft Amsterdam-Zuid?

In 2011 behoorde een villa op de Apollolaan 1 in Zuid met zijn vraagprijs van €4.500.000 bij de top 5 duurste huizen van Amsterdam. Bouwjaar: 1927. Aantal kamers: 11. Woonoppervlakte: 399 m². Perceeloppervlakte: 589 m². Maarrrrr, dan heeft u wel een huis met een raam, ontworpen door Gerrit Rietveld himself , dat u zich dat even realiseert.😃
De ramen van Rietveld met hun dunne spijlen, waarin hij buiten en binnen graag in elkaar liet overlopen, zelfs zonder kozijnen op de hoek, waren in die tijd – de jaren twintig van de 20e eeuw – heel beroemd.

P1000063
Harrenstein-Slaapkamer 1926, ontwerp Rietveld, vaste collectie Stedelijk Museum A’dam

“Het lijkt wel een Ikea-interieur” hoor ik een buitenlandse bezoekster zeggen, als ik bij een slaapkamerinterieur van Rietveld sta, in het kader van “100 jaar De Stijl” in het Stedelijk Museum. De slaapkamer is een zogenaamde Stijlkamer, in zijn geheel overgenomen uit een huis aan de Weteringsschans in Amsterdam. Het Stedelijk Museum heeft ook stoelen van Rietveld en Mondriaanschilderijen, en had vorig jaar zelfs per ongeluk een vervalste Mondriaan geleend, zoals laatst bleek. Iets wat net op tijd ontdekt werd, voordat het in De Stijl-jaar 2017 tentoongesteld werd.

Ik begreep dat eigenlijk wel, die Ikea-opmerking van die bezoekster, maar dacht aan al de eikenhouten meubels waar iedereen in de jaren twintig van de vorige eeuw nog tussen bivakkeerde en welke enorme shock en verandering die abstracte ontwerpen van Rietveld en Mondriaan moeten zijn geweest. Kunst als Avant Garde. Kunst die voorop loopt. Het is wel een ontwerp uit 1926 moet u bedenken, hoe dodelijk een “Ikea-label” anno nu ook is.Gerrit-Rietveld-College2

Natuurlijk hebben we in Zuid de Gerrit Rietveld Academie aan de Stadionkade, een glazen rechthoek, als Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving; daar neergezet in1962, ontworpen door Rietveld. Ook het Van Goghmuseum (1973) is als gebouw mede door hem ontworpen.

Hbeugel-bedet komende kunstwerk op het vernieuwde Stadionplein krijgt eveneens een Stijl-element: in het betonnen appartement van 65 m2 komt een bedontwerp van Rietveld te staan. In zwart gepatineerd brons, zoals alles in het kunstwerk. Volgens mij wil je nog niet dood neergelegd worden op dat Rietveldbed 😃 Maar daar gaat het niet om. Dat is een kwestie van smaak. En daar gaat het in de kunst niet over.

beozek_bronsgieterij-1[33627]
Maquette Kunstwerk Stadionplein, Matthew Darbyshire (1977) met rechtsonder bed van Gerrit Rietveld. Foto, ©S. Capel
Meer in het oog springen in Amsterdam-Zuid de zgn. Warnersblokken, de vier rood-blauw-gele woonblokken in De Stijlkleuren, net achter de Stadionkade en de Parnassusweg. Een eilandje moderniteit uit 1957. Flats die sinds 2010 de status van Rijksmonument hebben. De gekleurde gevelplaten zijn ontworpen door kunstenaar Joseph Ongenae, geïnspireerd door De Stijl.

P1000209
Vier huizenblokken van architect Allert Warners, 1957. Amsterdam Zuid
image_db_asp
Slotermeerlaan (De Verfdoos, 1954)

Van dezelfde architect Allert Warners (1914-1980) staan er in Amsterdam-West ook twee flats, die De Verfdoos worden genoemd. Ook heeft West een Piet Mondriaanstraat, maar dat is natuurlijk geen “De Stijl-landmark”.

Vervolgens hebben we in Zuid de 1e Openluchtschool uit 1929 van architect Jan Duiker (1890-1935), net achter de Apollolaan en Beethovenstraat. In de Cliostraat.
Duiker was officieel geen lid van De Stijl-groep, maar behoorde net als Rietveld tot wat in kunstkringen de “Nieuwe Zakelijkheid” heet. Beide kunststromingen waren een reactie op de expressieve Art Nouveau-stijl van begin 20e eeuw en de uitbundige Amsterdamse School-architectuur, waar Zuid vol mee zit. 

DSC06188
Cliostraat, ingang Openluchtschool (1929) van Jan Duiker, gepropt tussen baksteenarchitectuur;
16856513cf0788da1f1baae0cb2b411c
De Openluchtschool uit 1929 van Jan Duiker, verbannen naar de tuinen van het huizenblok

Aan die school van Duiker kun je eigenlijk wel zien hoe er “geschipperd” werd in die tijd. De gemeente wilde het bakstenen straatbeeld niet teveel laten afwijken en verbande de moderne school zelf naar de binnenplaats van het huizenblok. De schoolingang aan de straatzijde zit tussen de baksteenarchitectuur ingepropt. Bijna, zoals er vroeger katholieke ”schuilkerken” in Amsterdam waren. Als je het aan de straatzijde maar niet zag. Lekker hypocriet.😃

Overigens was Jan Wils, de architect van het Olympisch Stadion (1928) in zijn begintijd ooit aanhanger van De Stijl, maar later een afvallige, die door de Stijlpuristen “van effectbejag” beschuldigd werd met zijn baksteenbouwsels in Zuid.

Toch bestonden de kunststijlen naast elkaar. Tegelijkertijd. Het was 2017 zowel het herdenkingsjaar van De Stijl als van 100 jaar Amsterdamse School. 

Het kon blijkbaar allebei. De opdrachtgevers voor de Rietveldslaapkamer (foto hierboven) gaven – naast Gerrit Rietveld – bijvoorbeeld op hetzelfde Weteringsschansadres aan architect Piet Kramer (1881-1961) opdrachten, zowel voor de pui van het huis als voor een studeerkamer. Nou, en die Kramer kennen we natuurlijk als DE zwierige bruggenbouwer van de Amsterdamse Schoolstijl (200 bruggen, waaronder de Stadionbrug in 1937 en het golvende wooncomplex De Dageraad (1919-1922) in Zuid, nu onderdeel van museum Het Schip).

DSC06524
Rietveldhuisje, 1972, in het Amstelpark, van een kunstenaarscollectief

Ook in Zuid ontwaar ik nog een niet door Rietveld ontworpen gebouw, dat Rietveldhuisje heet, in het Amstelpark. Het staat er sinds de Floriade, 1972.

MONDRIAAN

20170914_130904 (2)Verder kom ik er in het Mondriaanhuis in Amersfoort – Mondriaans geboortehuis en alleraardigst nieuw multi-mediamuseum – achter dat Mondriaan zelf lange tijd in Amsterdam heeft gebivakkeerd en er naar de Rijksacademie ging om kunstenaar te worden. Het is de tijd voordat hij naar Parijs vertrok, en later naar New York.

Hij schilderde rondom Amsterdam, nog net voordat hij – via zijn bomen – langzaam maar zeker tot abstractie kwam. Het Amsterdam Museum had daar in 2012/13 al een tentoonstelling over. Het zijn dus geen De Stijl-schilderijen, maar is wel Mondriaan.

20170914_130249 - kopie (4)
Knotwilgen aan een sloot, buiten Amsterdam, 1905
mondriaan-de-man-die-alles-veranderde
Boerderij bij Duivendrecht, 1916, Piet Mondriaan

Al inventarisend ontdek ik dan nog dat Amsterdam-Zuid ook een toren naar Mondriaan heeft vernoemd. Nooit geweten! De op 1 na hoogste wolkenkrabber in Amsterdam blijkt de Mondriaantoren te heten.
De Rembrandttoren, die er naast staat, in een wijkje naast het Amstelstation, is de hoogste van de stad. Met de zgn. Breitner-toren vormen ze zo een schilders-hoogbouwtrio. Maar ik denk dat weinig Amsterdammers de Mondriaantoren kennen, hij wordt eerder de Rabobank-toren of Delta Loyd-toren genoemd.

De Rembrandttoren is de bekendste.
Maar dat is misschien wel een kwestie van smaak. Of van stijl. 😃

20284536843_de3269f832_b
Bij Amstelstation: de Mondriaantoren (rechts). De Rembrandtoren (links) is de hoogste toren van de stad. Middenin: de Breitnertoren. Drie schilders, die alle drie in Amsterdam schilderden.
  • T/m 27 november kunt u nog de tentoonstelling ‘De Stijl in het Stedelijk’ zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Spel van dimensies

De vrolijke 3-potige trollen op de Minervalaan van twee jaar terug zijn in de Art Zuid-beeldenroute van 2017 vervangen door drie verkreukelde rechthoeken van spiegelglad gepolijst staal. In het herdenkingsjaar van Mondriaan en de Nederlandse kunstbeweging De Stijl uit 1917 staat nu abstracte beeldhouwkunst centraal. Curator Rudi Fuchs, oud-directeur van het Stedelijk Museum, die twee jaar terug de figuratieve beeldhouwkunst tentoonstelde, had toen direct gezegd dat hij bij de volgende Art Zuid de abstractie in wilde. En dat zullen we weten!

DSC06663
‘Three of a kind’, 2017, geïmplodeerde rechthoeken, Ewert Hilgemann (1938)

Fuchs wil ons geloof ik een beetje opvoeden. Makkelijke kunst is het nl. op het eerste gezicht niet, daar op de lommerrijke lanen van Art Zuid. En met makkelijk bedoel ik: dat je in één klap wordt gegrepen of ontroerd en uitgenodigd wordt om van je fiets af te stappen. Daar zijn bij mij blijkbaar twee klappen voor nodig. Het lijkt op het eerste gezicht een beetje ‘strenge’ tentoonstelling van ijzer en beton. Vooral in de ‘hardcore’ van de beeldenroute rond het Hiltonhotel.

DSC06654
‘Antipode” (2010), een beeld dat de zwaartekracht wil tarten, Lon Pennock (1945)

Dat zijn keuze “niet voor het grote publiek is” kon Fuchs niet veel schelen, begrijp ik van Art Zuid. In de uitlopers van de beeldenroute – zo’n 60 sculpturen in totaal in de openlucht –  mocht het allemaal wat ‘toegankelijker kunst’ worden met kleurrijke mediterrane beeldhouwkunst van vrolijke Spanjaarden, zoals bij het Rijksmuseum en op de Zuidas bij het NS-station. Maar de Apollo- en Minervalaan rondom het Hilton blijven als centrale as met hun ‘strenge’ Hollandse en Duitse kunst zo toch een beetje voor de ‘elite’. Passend bij de buurt en bij Fuchs, die om de hoek woont. 

DSC06644
”Statistocrat”(2015), een ambtenaar die met zijn buro versmolten is, Joep van Lieshout (1965)

Een beetje tekst en uitleg bij de sculpturen is dan wel handig. Of zelfs nodig. Om het daardoor ineens toch weer spannend te gaan vinden!
Je moet blijkbaar gewoon twee keer kijken, in plaats van één keer! Niet iedere eerste klap is een daalder waard.

LUCHT

Uit de stalen gelaste rechthoeken op de Minervalaan blijkt bijvoorbeeld de lucht weggezogen te zijn. Ik laat me bijpraten en rondvoeren door kunsthistorica drs. Inge Raadgever van de Vrije Academie. De tekstbordjes naast de beelden bieden, vind ik, niet al te veel houvast.
Zo’n kunsthistorica stimuleert je om twee- dan wel driemaal te kijken en je af te vragen wat een kunstenaar bezielt. Z
e vergelijkt de drie ingedeukte rechthoeken uit 2017 met een keurige witte kubusstructuur uit 1973 van dezelfde kunstenaar Hilgemann, even verder op de Apollolaan.
Zijn eigen perfectionisme zat ‘m in de loop van zijn leven in de weg”, vertelt ze. Hij last tegenwoordig een perfecte vorm in elkaar, maar laat daarna de lucht eruit zuigen en laat zo heel bewust het toeval de vorm van zijn werk bepalen. Weg met het perfectionisme. “Smeden met lucht”, noemt ie dat”, vertelt zeGeïmplodeerde kubussen zijn het.
Het stalen drietal zou nog iets te maken kunnen hebben met Drie Griekse Godinnen, zo krijg ik te horen, ‘The Three of a Kind’ zoals ze heten, zouden ook Hera, Athene en Aphrodite kunnen voorstellen. Waarbij ik er dan maar vanuit ga dat de liggende rechthoek Aphrodite is. (Ik verzin het, waar u bijstaat ;-)).

DSC06646
“Public Hybrid”, 2017 David Jablonovski (1982), sculptuur met spiegelbeeld

Op de Apollolaan kijk ik – gek genoeg – vooral naar het voetstuk van een sculptuur. Dat voetstuk maakt het beeld wat er op staat interessanter dan zichzelf, wat mij betreft. Maar dat blijkt ook de bedoeling te zijn. De metershoge sculptuur van zwart carbon fiber en aluminium van David Jablonowski, die schuin omhoog de hemel in rijst, staat op een metersbreed spiegelend oppervlak.
In de spiegel duikt die sculptuur dus de diepte in, het spiegelbeeld. Metersdiep gaat het beeld omlaag de spiegel in. Je ziet dus steeds in feite twee kunstwerken, het origineel, en de reflectie: de kopie. En eigenlijk maakt die complexheid het beeld juist spannend. Want wat is nou het werkelijke beeld, en wat de reflectie, de kopie? Het loopt gewoon in elkaar over.

Volgens de kunsthistorica gaat het de kunstenaar vooral om de vraag hoe een 3-dimensionaal beeld er op het platte vlak (2-dimensionaal) uitziet. En omgekeerd. Bij een 2-dimensionaal schilderij vraagt hij zich af, hoe het er ruimtelijk zou uitzien. Maar de platte spiegel geeft het nu een dimensie, waardoor ikzelf niet meer weet of ik in de 2e, 3e of 4e dimensie ben beland. Ik verdrink in de spiegel tussen de wolken. En dat is leuk.

DSC06648

KOPIE of Werkelijkheid

De vraag wat een reflectie van de werkelijkheid is – een kopie – en hoe een 2-dimensionele afbeelding (van de werkelijkheid) er in 3-d uitziet, houdt ook de twee vrouwelijke kunstenaars van Art Zuid 2017 bezig. Beiden stellen op hun eigen manier ter discussie: wat Werkelijk is en wat Onecht.
Saskia Noor van Imhoff (1982) onderzoekt het verschil tussen een kopie en een origineel. Er ligt een stenen kei op het gras, gestempeld “terminal 8A“, wat de kei nog aardser en reëler maakt dan hij al is, doordat hij een lokatiebestemming in de natuur krijgt, wellicht gehouwen uit een terminal van een bepaalde grot. Daarachter ligt dezelfde keivorm, in aluminium gegoten. De éen is kunst, de ander origineel. Maar beiden vormen het kunstwerk.
Verandert door die aluminium kopie het origineel?”, stimuleert de kunsthistorica je, om na te denken over Echt en Onecht. “Krijgt het origineel daardoor een meerwaarde?”.

DSC06666
Aluminium kei, 2017, getiteld #+30.00, Saskia Noor van Imhoff (1982)

Het is een vraag die anno nu met alle multi-media-mogelijkheden die er zijn, actueler is dan ooit en door een kunstenaar als Rob Scholte in de jaren ’80 binnen de Nederlandse kunst al is aangekaart. Het leidt op de Universiteit van Amsterdam al jarenlang tot een hele collegeserie “Jatwerk”, als onderdeel van het bachelor Kunstgeschiedenis. Wat is de werkelijkheid en “echt”, als een getrouwe kopie zo makkelijk te maken is? Wat is dan de waarde van het origineel? En wat is plagiaat?

Vragen, vragen en ter discussie stellen. Dat is wat de kunst doet. Esther Tielemans (1976) doet dat op de Minervalaan met haar rood-geel- en blauwe kolommen (een verwijzing naar de Stijl en Mondriaan) die de illusie van een plat schilderij willen geven. Kunsthistorica Inge Raadgever:  “Ze vraagt zich af : waarom zou een 3-dimensionale opstelling van rechte lijnen geen schilderij kunnen zijn, terwijl het normaal is dat je naar een 2-dimensionaal (plat) schilderij kijkt, dat de illusie wil scheppen van een 3-dimensionale werkelijkheid” .

ABSTRACTE WERKELIJKHEID

Het tv-programma The Mind of the Universe op zondagavond met wetenschapper Robert Dijkgraaf gaat toevallig ook over diezelfde vermaledijde werkelijkheid. Die bestaat niet, zeggen ze daar a.s. zondag. Je kunt de werkelijkheid niet ervaren, hoogstens interpreteren”.

De vraag is ook: als er al een werkelijkheid zou bestaan, waarom zou je ‘m dan eigenlijk in de kunst zo perfect mogelijk willen nabootsen? Zeker nu film en digitale fotografie dat voor ons in een split-second doen. Waarom zou je de ‘werkelijkheid’ zowiezo willen uitbeelden, als er al een 3-dimensionale werkelijkheid om je heen is? Is nabootsen niet per definitie een kopie?

DSC06494
“Non Verbal”, Theo Niermeijer (1940-2005), een Taoïstisch symbool in staal

Bovendien: als je door een sculptuur heen kunt kijken, zoals bij de sculptuur van Theo Niermeier (1940-2005) op de Apollolaan, lost het beeld dan op in die werkelijkheid? Doordat de ruimte erachter onderdeel is geworden van het beeld? M.a.w.  wat is de 3-dimensionale werkelijkheid nou eigenlijk precies?

De regels van de Renaissance, hoe je de werkelijkheid in perspectief zo getrouw mogelijk kon weergeven, werden radicaal doorbroken toen men begon de werkelijkheid te abstraheren. Dat begon in 1907 met Picasso en zijn “Les demoiselles d’Avignon” en in Nederland, toen Mondriaan rond 1912 zijn boom begon te abstraheren.

Geloof me, de Abstracte Kunst van Art Zuid is 10x spannender dan je in eerste instantie misschien denkt.