Tagarchief: Griekse mythologie

Friet op de Parnassus

s710742923750749015_p3_i2_w640.jpg
Het Parnassusbergmassief in Griekenland met Orakel van Delphi ter ere van Apollo

Parnas heet tegenwoordig de wijk die de Amsterdamse Stadionbuurt verbindt met de Zuidas. Althans, in trendy stedebouwkundige termen heet die wijk zo. Je moet toch wát, om je vastgoed te verkopen?
Het gebied is in ontwikkeling. De Amsterdamse Rechtbank wordt opgepimpt en de kantoortoren uit 1977 aan de Parnassusweg geheel gestript, van een glazen façade voorzien met restaurant aan het water en verhoogd tot bijna 60 meter. Voor de bewoners rondom de Stadionweg betekent dat een extra stukje blauwe lucht minder. De hoogbouw van de Zuidas rukt op.Zo’n toren heet tegenwoordig een Tower, zoals ook het hotel aan het eind van deze bebouwde Parnas-strook nu Olympic Hotel heet en de opgeleukte Citroëngebouwen naast het Olympisch Stadion, The Olympic zijn gaan heten. Oh, oh, wat zijn we hot. Nu krijgen we in september dus ook een Parnassus Tower.

20190821_222146.jpg
Amandelvormig brughuisje op de Parnassusbrug met moderne Parnassus Tower .

Geen Amsterdammer noemt het gebied Parnas. Elke Amsterdammer kent de Parnassusbrug vooral van de twee friettentjes, die er sinds jaar en dag aan beide zijden van de brug huizen in de prachtig gesculptuurde brughuisjes in Amsterdamse Schoolstijl van architect Piet Kramer (1881-1961).

De bestemming van de amandelvormige huisjes was altijd een kiosk, er heeft nog een rijwielzaakje ingezeten en onderin waren er urinoirs. Ook de afdeling Beplanting van de Gemeente gebruikte een huisje(*2)Op de brug zelf vallen de ingebouwde glooiende banken op, het siersmeedwerk in de brugleuning en aan weerszijden van de brug de gebeeldhouwde stenen beelden van Hildo Krop (1884-1970). Ik bedoel: het is niet zomaar een brug, het is een prachtbrug, een meterslang architectonisch bouwwerk, een schoolvoorbeeld van organische architectuur in mijn ogen.

Zwevende Muze, beeld van Hildo Krop (1884-1970) uit 1941, geplaatst 1957 op de Parnassusbrug

FILM

Via NPO-start (of via de link onderaan dit blog) kunt u een grappige, 30 minuten durende film “Parnassus” zien, waarin op deze Parnassusbrug een modern Romeo en Julia-liefdesdrama wordt uitgevochten, tussen de twee families in de friethuisjes, recht tegenover elkaar op de brug. Zie hier de trailer: 

De twee frietboeren met hun zoons beconcurreren in de film elkaar bijkans dood. Maar ja, dan komt er een zus in het spel…en vechten liefde en haat om de overhand. Een filmdebuut uit 2015 van de jonge acteur/regisseur Robin Boissevain (1996), waarin de oude Parnassuskantoortoren nog te zien is.1050531(0).jpgOké, de Parnassusbrug kennen we van de friet. Maar wat er nou op de Parnassus-berg gebeurde in het Olympische Griekenland???? Misschien weten we nog nét dat Montparnasse een kunstzinnige wijk op een heuvel in Parijs is, iets waar mondain Amsterdam nu met zijn Frans-klinkende Parnas op inspeelt.1050511.jpgDe brug verbindt vanaf begin jaren ’40 het toen nog landelijke Buiten-veldert met de Stadionbuurt. De hoekflats aan de Parnassusweg lijken wel een toegangspoort tot de Zuidrand van de stad. Daar begon Amsterdam. De weg loopt uit op het Olympiaplein, en aan de andere kant van dat plein begint de Apollolaan.
Ahh, denk ik, wat zit er toch een vernuftig doordacht systeem in die hele naamgeverij van zo’n stad!

APOLLO EN ZIJN MUZEN

Want het was Apollo, god van de muziek en de schone kunsten, die op de Parnassusberg, in het plaatsje Delphi, in een tempelcomplex vereerd werd in het Olympische Griekenkand. Samen met zijn negen Muzen, die allerlei kunstenaars inspireerden.

Vandaar ook dat fantastische stenen beeld van een Muze op de Parnassusbrug, aan de voet van de Parnassus Tower! Heeft u er wel eens bij stilgestaan?

Apollo met dichters en muzen op de Parnassusberg, fresco van Rafaël: 1509-1511

Een Apollolaan achter een Olympiaplein en een Parnassusweg: daar zit dus een hele gedachte achter. Ook de aangrenzende schildersstraten, genoemd naar bijvoorbeeld Rafaël, Tintoretto, Watteau volgen daar logischerwijs uit voort. Met een Cliostraat middenin de schildersbuurt, de naam van een muze. En ook de muzikale namen als Mahler, Stravinksy, Gershwin, Vivaldi voor straten, tunnels en gebouwen op de hippe Zuidas.

Deze zomer stond er een houten versie van Apollo met dansende muzen op de Apollolaan tijdens #ArtZuid, waarover ik eerder schreef in Muziek in wrakhout van de jonge architect/kunstenaar Ivan Cremer.

20190608_014238.jpg
Apollo en zijn 9 muzen op de Apollolaan #ArtZuid, Ivan Cremer

En er was een gouden Apollo op de Parnassusberg in Amsterdam te zien tot 25 augustus, tijdens de tentoonstelling De Schatkamer, Meesterwerken in de Hermitage. Een Apollo met lier – net zoals de lier bovenop het Concertgebouw – maar in de Hermitage stond Apollo bovenop een 18e eeuws bureau van een Duitse meubelmaker Rõntgen, gemaakt in opdracht van de Russische keizerin Catharine de Grote: Apollo and the Arts, a musical marvel: een krankzinnig barok bureau dat zich als een muziekdoos opende!

Apollo bovenop de Parnassusberg, op een bureau, in de Hermitage van Amsterdam

Die ambtelijke afdeling die een namensysteem bedenkt voor een stad, een wijk, een buurt kàn dus blijkbaar best zijn stedebouwkundige werk uitstekend doen. Als ze willen. Dan brengen ze logica in zo’n stad aan, zodat ieder zijn weg kan vinden. Dat is de functie van zo’n stratenplan.

Die ambtelijke afdeling die daar verantwoordelijk voor is, heet de Dienst Basisinformatie. Ik had er nog nooit van gehoord, totdat ik vorig jaar ermee kennismaakte toen ze dwars tegen alle adviezen van raadgevers in, hun idee voor een Johan Cruijfplein middenin een Olympische buurt wilden doordrukken.

Zwaveldampen in het Parnassusgebergte. Bij het Orakel van Apollo vroeg men om raad.

GEESTVERRUIMENDE ZWAVEL IN DEPLHI

Die ambtenaren van de gemeente hadden eens een tripje naar die Parnassusberg moeten maken, bedenk ik me nu.

In dat Griekse Parnassus-bergmassief hangen nl. zwavelwolken, die tot vooruitkijkende inzichten van helderziende oudere vrouwen leidden. Een soort profetessen waren het in het vóór-Christelijke Griekenland. De Parnassus was het centrum van ‘waarzeggerij’.

Tegenwoordig zou je dat soort vrouwen een “medium” noemen, en hun zwavel wellicht een geestverruimend middel, zij kregen boodschappen door van de god Apollo, zij communiceerden tussen jou en de god bij het “Orakel van Delphi”.

Je ging dus voor raad en advies c.q. voorspellingen naar de Parnassusberg, naar Delphi. Toen de (latere) Christelijke keizers dat nog niet verboden hadden, werd daar heel wat waarde gehecht aan die bezwavelde orakeltaal.

Dat tripje hadden die ambtenaren vorig jaar ook eens moeten maken!
Gewoon een frietje op de Parnassusbrug gaan halen!
Een frietje… met zwavel!

  1. *De film “Parnassus” van Robin Boissevain, een liefdesdrama in 30 minuten tussen twee friet-families op de Parnassusbrug: https://www.2doc.nl/speel~VPWON_1249702~parnassus-vriende-en-rauwkost-3lab~.html
  2. *Het online-tijdschrift Wendingen, over de fraaie architectuur van de Parnassusbrug: https://amsterdamse-school.nl/objecten/objecten-in-de-openbare-ruimte/brug-415,-parnassusbrug/

Muziek in wrakhout


Kun je hout laten dansen? Met een videofragment van een ballet over Apollo, de Griekse God van de kunsten en de muziek, introduceer ik hier het gigantische houten balletgezelschap, dat architect/beeldhouwer Ivan Cremer (1984) op de Apollolaan heeft geplaatst.
Maar liefst 10 houten sculpturen zet Cremer als ensemble neer, met Apollo in het midden. Om hem heen: de negen muzen, zijn halfzussen, die elk een tak van kunst vertegenwoordigen, en die de muziek inspireren.

20190608_195811.jpg
Birth of Apollo, 2019, sculptuur van hout en staal, Ivan Cremer, Apollolaan, Amsterdam Zuid

De muziek die u hoort is van Igor Stravinsky uit 1927. Een echt 20e eeuws klassiek muziekstuk. Het ballet werd in 1928 door choreograaf George Balanchine gearrangeerd en heeft Cremer geïnspireerd tot zijn sculptuur “Birth of Apollo” voor de Amsterdam Sculptuur Biennale Art Zuid.

“The birth of Apollo” is ook de naam van de proloog van het ballet. Stravinsky liet zich door de Klassieke Oudheid inspireren of door schilderijen als “Apollo en de 9 muzen” van Baldassare Peruzzi (1520) en noemde zijn muziekcompositie Apollon Musagète: “Apollo, aanvoerder van de muzen”.

AKG241827.jpg
Dans met de 9 muzen, olieverf panel v Baldasare Peruzzi (architect/schilder), ooit onderdeel van een toetseninstrument.

Het totale muziekstuk van Stravinsky duurt een half uur. Onderaan dit blog kan de liefhebber ernaar luisteren.

Kijkt u naar het balletfragment en dan nog eens naar het beeldhouwwerk op de Apollolaan.

New York City Ballet, Tiler Peck, Indiana Woodward, Brittany Pollack and Taylor Stanley in George Balanchine’s Apollo. © Erin Baiano.

20190614_145301.jpg

1050378.jpg

Apollo tussen 9 muzen op de Apollolaan, Ivan Cremer, 2019
Cremer in zijn studio in Leipzig, bij het beeld van Apollo. copyright: ivanattila.com
1040980.jpg
Ivan Cremer tijdens de perspresentatie van ArtZuid met zijn Birth of Apollo, op de Apollolaan

IVAN CREMER

Het is niet de eerste keer dat Cremer balletdanseressen bouwt. Eerder al ontwierp hij een hele serie “Dancers from Oblivion”. De zoon van kunstenaar/schrijver Jan Cremer, is van het robuuste handwerk. Uit Italiaans afvalhout uit ruïnes hakt, bikt, schuurt, timmert en schroeft hij handmatig zelf zijn sculpturen in elkaar.20190614_150309.jpgHij is een echte bouwer, van oorsprong architect met zijn opleiding aan de TU in Delft. Hij moet weinig hebben van computergestuurde kunst, die hij eerder als design ziet. Hij maakt in zijn atelier liever alles zelf met eigen handen.
Het zijn bonkige woeste brokken hout waarmee hij werkt, met staalplaten bij elkaar gehouden, niet roestvrij. Het hoofd van Apollo of de hoofden van de danseressen of hun losse wilde haren bestaan uit stalen troffels of gekartelde schijven, waarmee hij ook beweging suggereert.

Ik probeer ballerina’s te portretteren, ik ga niet de beweging nadoen,” zegt hij tijdens de perspresentatie. Hij heeft dus niet overwogen om als een bewegingskunstenaar Jean Tinguely (1925-1991) het balletgezelschap letterlijk te laten draaien aan stalen kabels om Apollo heen.
Ieder staat op zijn eigen (betonnen) voetstuk, beklemtoont Cremer. Iedere muze. Elke kunstdiscipline. Zowel de dichtkunst (als muze). Als de zang. Alle negen muzen kunnen muziek doen ontstaan.
De kunsten beïnvloeden elkaar wederzijds, maar geen één is superieur, wil Cremer maar zeggen. Ook Apollo niet.

MUZEN, MUSEUM, MUZIEK, AMUSEMENT

Muziek (Apollo) ontstaat in combinatie met:

  • poëzie,
  • zang, de voordrachtkunst,
  • mime, expressie
  • geschiedenis (Stravinsky componeert bijvoorbeeld op basis van de Antieke Oudheid)
  • tragediespelen (voor een opera)
  • of komediespelen (voor een operette of musical).

Voor elk is er een muze.

Ze zijn structureel van elkaar afhankelijk. Ze staan op zichzelf, maar trekken zich aan elkaar op, en beïnvloeden elkaar, houden elkaar in balans en worden ondersteund door Apollo” zegt Cremer.

Essentieel voor de sculptuur van Cremer is zo het feit dat de 10 figuren, ondanks hun eigen voetstuk, toch met elkaar verbonden zijn. De God van de kunsten en muziek is met stalen kettingen verbonden met zijn Muzen. En inspireert op zijn beurt weer schilders.

Als architect heb ik naar de straten rondom de Apollolaan gekeken, er zijn schildersstraten van Michelangelo en Rubens en Van Eijck, en er zijn muziekstraten als Beethoven in deze buurt”.

(Ook zijn er parallel aan de Apollolaan twee straten naar muzen genoemd, waaronder de Cliostraat, muze van de geschiedenis).

Stravinsky noemde zijn muziekcompositie: Apollo, leider van de Muzen: Apollo Musagète. Ook bij Cremer is Apollo weliswaar groter dan zijn zussen en staat hij centraal middenin, maar bij Cremer lijkt het toch ook alsof het de muzen zijn die Apollo in beweging zetten.

20190517_225844.jpg
Urania, links, met haar armen in de lucht, zorgt als muze voor hemelse muziek. Vooraan staat Terpsichore als muze van de dans op muziek.

In de balletvideo zie je ook hoe de ingebakerde mannelijke God Apollo pas geboren kan worden als zijn katoenen windselen worden afgewikkeld door drie van zijn halfzussen. Apollo heeft zijn muzen nodig.
Stravinsky en Balanchine gebruiken maar drie danseressen als muzen, Cremer doet het met negen en volgt hierin getrouw de mythologie.

20190608_005717.jpg
Muzen voor de muziek. 1. Urania met hemelbol voor hemelse klanken. 2. Euterpe van de instrumentale muziek, met dubbele fluit, 3. Calliope voor de voordrachtskunst en zang 4.Terpsichore met lier voor de dans.
20190608_010848.jpg
5. Thalia met vrolijk masker, voor komediespelen 6. Polyhymnia met meditatieve blik, voor religieuze muziek 7. Melpomene met een tragediemasker 8. Erato met haar cupido en liefdespoëzie 9. Clio met haar geschiedenisrol

Zo kan muziek hemels klinken (Urania: met hemelbol), en komt muziek via allerlei instrumenten tot ons (Euterpe: met dubbele fluit), kun je op muziek vaak dansen (muze Terpsichore) en vertelt muziek vaak een verhaal, al of niet als programmamuziek of met zang (Calliope van de zang en Clio, muze van de geschiedenis, met een papierrol).

Die inter-afhankelijkheid van Apollo met zijn muzen laat Ivan Cremer nu zien. In hout. Met kettingen. Op de Apollolaan.

Zo was er eerst de Griekse mythe; toen in 1520 een schilderij over Apollo en zijn 9 muzen, toen in 1927 Stravinsky met zijn instrumentale muziek, toen Balanchine met zijn ballet en ook een film daarover in 1968 en nu in 2019 Cremer met zijn houten beeldhouwversie van Apollo’s geboorte.

Zo voedt de mythologie de schilderkunst, de muziek de dans en die weer de beeldhouwer. Een mooie pirouette. In het Openlucht-museum dat Art Zuid heet.

Hygiea’s gezondheid

photo_detail
detail van schilderij Hygiea van Gustav Klimt, 1900
hy to earth.jpg
Planetoïde Hygiea draait met haar diameter van 431 km in 5 ½ jaar om de zon

Verloskundigen- en huisartsenpraktijken, gymnastiekverenigingen, ja zelfs een counselingsbedrijf voor zorgprofessionals: ze kunnen zomaar naar HYGIEA heten, de Griekse godin van de gezondheid, de patrones van de apothekers.
Haar vader was Asklepios, ja, die van de dokterslang, de esculaap: de Griekse God van de geneeskunde. Zoon van de grote Apollo.

Beiden werden in het Oude Griekenland in Epidaurus op de Peloponesos vereerd. Er was een kuuroord en patienten hoefden er alleen maar te slapen worden gelegd voor genezing. Wanneer men in een droom een slang zag, was men meteen genezen…

Ik ben er een keer geweest, op een gloeiendhete kurkdroge zomermiddag. Met mijn schoolvriendin F. vergat ik me destijds altijd aan te passen aan de uren van de dag, de temperatuur van het Zuiden.
Ook het Griekse slow-motion-ritme van “sigá sigá !” leerden we pas later over te nemen. Een Griekse lover G. zei – op bezoek in Nederland ooit – dat hij hier de treinen miste, omdat ze hier altijd op tijd reden! Ja, dat is Griekenland: de bussen vertrokken nooit op tijd. Soms stapte de buschauffeur onderweg gewoon even uit om bij de bakker een broodje te kopen. Zo trokken we een maand door Griekenland.
Slowly – slowly: heeeeel gezond!

epidaurus

Epidaurus, tempel ter ere van Asklepios en Hygiea, met de slang als symbool

In de kunsten wordt Hygiea meestal uitge

salus hygieia_-3.jpg

beeld met de slang (van haar vader) en een schaaltje: de geneeskunst voedt zich uit de gezondheid.
De kleurrijke Hygiea van de schilder Gustav Klimt uit 1900 is misschien wel de bekendste afbeelding van haar uit de kunst. Ze was onderdeel van een grotere uitbeelding van de Medische Faculteit voor een zaal in de Universiteit van Wenen.

Het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden bezit een marmeren reliëf uit de 2e eeuw na Christus, waarop ze haar vader Asklepios eert.

Het Rijksmuseum in Amsterdam bezit een prent uit 1640 naar een (stand)beeld van Hygiea in Rome.

Asklepios_800p-4.jpg

2e eeuw na Chr.: Marmeren reliëf: Hygiea eert haar vader Asklepios , Museum voor Oudheden Leiden

unnamed-3.jpg

Hygiea, naar een sculptuur uit Rome, prent uit 1640, Rijksmuseum A’dam

Nieuw voor mij was dat er ook in de ruimte een asteriode met veel ijs erop naar haar is vernoemd. Het rotsblok draait samen met ook Hestia/Vesta – genoemd naar de Griekse godin van het huiselijke vuur – als een van de vier grootste ruimtebrokken tussen Mars en Jupiter in een grote asteroïde-regen om de zon. Daar doet ze 5 ½ x langer over dan de aarde, die dat traject in een jaar aflegt. video online:

hygieia-brunnen-01

Hygiea, als waterbron bij stadhuis in Hamburg

Vaak staat ze als sculptuur bij kuurooorden of bij waterbronnen of fonteinen, zoals in Rome in de Trefi-fontein of in Hamburg op de binnenplaats van het Stadhuis, in Karlsruhe voor een kuuroord.
Water en gezondheid: die twee horen bij elkaar.

NEDERLAND

Voorstreek 58 (5) (Small).jpg

Hygiea als tegelplateau op Jugenstill apotheek in Leeuwarden, 1905

Als schutspatroon voor apothekers prijkt ze in Leeuwarden in een prachtig tegelplateau boven de Centraal Apotheek uit 1905; in Groningen als zandreliëf boven een voormalig laboratorium.

In Spijkenisse staat er voor het Medische Centrum een moderne naakte sculptuur met slang van Hygiea. Ongetwijfeld vergeet ik er een aantal te noemen.

AMSTERDAM

In Amsterdam is Hygiea opgenomen als sculptuur in de beeldencollectie van het AMC-ziekenhuis, een “Vrouwe Hygieia‘ uit 1935 van beeldhouwer Christiaan Jozef Hassoldt (1877-1956) afkomstig uit het vroegere Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, een van de voorlopers van het AMC.

GR07fb-5.jpg

Hygiea in Groningen

2016-amc-beeld1-3.jpg

Vrouwe Hygiea, 1935 in het AMC

Daarnaast is ze in Amsterdam opgenomen in de architectuur van de stad, en vooral bekend als groot plein in de mythologische Olympische buurt, rond het Olympisch Stadion.
Het plein zit barstensvol met scholen en kinderen. Ik ging er als kind naar de Volksmuziekschool op no. 7 waar ik muzieknoten leerde lezen en waar de basis werd gelegd voor mijn liefde voor klassieke muziek. Veel later heb ik naast die school op no. 9 twintig jaar gewoond.
Mijn huisarts heeft er zijn praktijk.

jjjj-05-09-uu40-13_edited

Hygieaplein, 1928: toen de stad nog groene pleinen mocht hebben

Hygiea, godin van de gezondheid: we vinden haar dus overal en nergens. In dromen – of als ik een doodenkel keertje in mijn leven es stoned ben, zo heb ik gemerkt – komt er vaak een angst voor slangen omhoog. Maar bang, dat moet ik helemaal niet zijn, begrijp ik nu. Slangen zijn het zinnebeeld van de gezondheid! Wanneer men in een droom een slang zag, in het Griekse Epidaurus, waar Hygiea werd vereerd, was men juist genezen!
Ik zal dat onthouden.

ZH63am-2.jpg
Hygiea, modern beeld voor het ziekenhuis in Spijkenisse

Hygiea, Hercules, Perec

Bomvol, volgepropt met meubels, staat het nieuwe kunstwerk 11 rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire op het Stadionplein. Zoals onze eigen huizen vaak met meubels volstaan. Maar ook: zoals onze huizen zich kunnen vullen met bekende merkartikelen, die ons alom aangeprezen worden. Dat is wat Darbyshire wil laten zien.

Design: it’s all about. Hij laat zien hoe sommigen van ons zich graag omhullen met Grote Namen. Een horloge van Gucci, een tas van Valentino, een citroenpers van Philippe Starck, een bank van Jan des Bouvrie.
Het geeft blijkbaar een meerwaarde aan je huis, je Zijn, je identiteit.

Darbyshire is niet specifiek maatschappijkritisch, maar laat in al zijn kunst zien hoe wij als consumenten met onze alledaagse omgeving omgaan, hoe status en materie met elkaar verbonden lijken.

600_inpage_supporting-us_1
Oak Effect (2012), in de Manchester Art Galery

Zo maakte hij in 2012 een tentoonstelling over het “Eiken-effect”- een installatie vol kunststofmeubels die het idee van eikenhout moeten geven, omdat eikenhout blijkbaar een andere uitstraling, meer status geeft dan kunststof. Kijkt u even 😉 naar uw eigen laminaat op de vloer bijvoorbeeld, uw Ikea-boekenkast of keukenkastdeurtjes…

GRIEKSE GODINNEN: ALS VERKOOPTRUC

Ook laat Darbyshire in zijn werk zien hoe op ons consumentengedrag wordt ingespeeld. Grote namen uit de Klassieke Oudheid worden gebruikt om ons te verleiden.

HS14-MD6621S_i
Hygieia – Goddess of Health, Cleanliness and Sanitation, 2018 Building fragment and Helios Stress Relief Pillules, Zeus Beard Shampoo, Mars Protein Powder, Venus Razors, Trojan Condoms, Apollo Shower Gel, Siren Logo Cup, Aphrodite Hair Dryer, Minerva Toilet Brush, Nike Shower Sandals, Samsonite Toilet Kit, Olympus Bathroom Scale, Athena Poster, Olympus Camera, Selene Red Wine, Victoria Lagers, Apollo Noodles, Aurora Coffee, Eros Paprika Paste, Gaia Detox Tea, Ajax Cleaner, Apollo Scouring Pads, Pegasus Rice and Arion Cat Food Artwork: 231 x 80 x 70 cm / 98 x 31 x 28 in Glass: 233 x 84.8 x 112 cm / 90.6 x 33.4 x 44.1

In een installatie-kunstwerk uit 2018 laat hij zien hoe Hygiea, Griekse Godin van de Gezondheid en andere mythologische Grieken worden “misbruikt” om schoonmaak- of schoonheidsproducten aan te prijzen. Wakker worden met Aurora koffie: (Aurora=Eos) de Godin van de Dageraad. Of: harder lopen op Nike-sportschoenen: Nikè: de Griekse Godin van de Overwinning.

Eerder dit jaar liet ik zien, in mijn blog “De Geur van Zuid”, hoe al die Olympische Grieken de parfumwereld inspireren, maar Darbyshire laat juist zien hoe wij consumenten op die manier ons allerlei spullen laten aansmeren.
De Oude Klassieken: als marketing-tool.

11 rue Simon-Crubellier

Ook de designmeubelen van bekende ontwerpers in het kunstwerk op het Stadionplein moeten we zo zien, begrijp ik eruit en ons laten kijken naar onszelf.
We moeten de titel van zijn kunstwerk niet al te letterlijk nemen, benadrukt Darbyshire. Ondanks de titel, moet je het 3-kamerappartement niet echt zien als een 3D-weergave van de 11 rue Simon-Crubellier uit het boek van Georges Perec (1936-1982), vindt hij.

d009747ed913c3f785f1352fceb65ae6
Eén van de covers van het Franse boek La Vie Mode d’Emploi (Het leven een gebruiksaanwijzing)

Het fictieve woonadres zag hij als abstractie, net als zijn eigen idee voor een appartement zonder muren, als “ghost-architecture“.

Hij ziet zijn kunstwerk eerder als “een soort van gedenkteken” (“oblique memorial“) voor Perec. Een “tribute“, eerbetoon aan de schrijver die hij als een “buitengewoon intellectuele kijker en kunstenaar” omschrijft.
Motivated more by a desire to celebrate the man than illustrate this specific text”.

De link met het boek is: dat de 99 vertrekken aan de Parijse 11 rue Simon-Crubellier in “Een leven een gebruiksaanwijzing” (1978) eveneens volgestouwd staan met spullen. Perec houdt ellenlange interieurbeschrijvingen.
In zijn debuutroman De Dingen (1965) onderzocht Perec al eerder wat materiële spullen met mensen ‘doen’ : ergens bij (willen) horen, bij een sociale groep bijvoorbeeld. Perec in De Dingen: “ze wilden van het leven genieten, maar overal om hen heen werd genot op één lijn gesteld met bezit”.
Eigenlijk had Darbyshire, zegt hij mij, liever dat boek van Perec uit 1965 vernoemd, maar daar kwam geen straatnaam in voor.

INTUITIEF DE ZIEL VERBEELD

Als hij in een interview met kunstjournalist Edo Dijksterhuis echter zegt, dat hij in het algemeen in zijn kunst “de ziel of de aura van een object” probeert te vangen, is dat m.i. exact wat er is gebeurd met zijn verbeelding van het adres 11 Rue Simon-Crubellier – bedoeld of onbedoeld. Geheel intuïtief.
Een verbeelding van het adres dus, geen uitbeelding. Maar hij heeft de ziel van het boek wel getroffen. Ik verwijs naar eerdere blogs hierover in deze serie.

P1040222
11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire, Stadionplein 2018

In het boek uit 1978 wordt ook duidelijker waaróm Perec zo gefascineerd is door interieurs; graag over kasten, schilderijen, wandtapijten, theebladen e.a. schrijft: die spullen omhullen je ook met herinneringen. Ze lijken bij Perec een manier om grip op zijn omgeving te krijgen.

In de wijkkrant van december 2017 liet ik in mijn column “Onze straat met Zwarte Spullen” over het Stadionplein-kunstwerk al zien hoe interieurs niet alleen over status of consumentisme gaan. Spullen hebben ook een andere functie: de kast van je oma, de souvenir van je vakantie.

“Ik herinner me tante M., zoals het hele Hygieaplein haar noemde, vooral aan haar porseleinen beeldjes in haar zwarte vitrinekast, haar opgedirkte meisjespoppen op de kolossale zwarte glimmende bank, haar tafels vol vazen met kunstbloemen. Van echte bloemen hield ze niet. Vorig jaar is ze overleden.
Als iets verdwijnt, probeer je het vaak met “spullen” bij je te houden. Van tante M. heb ik nu een porseleinen “bidmadammeke” staan: een wijwaterbakje.
Elk interieur, elk huisadres zit zo vol met spullen en verhalen over het verleden”. (Wijkkrant Olympus, december 2017)

darbyshire
Links, origineel. Rechts: Hercules van polystyreen, 2014, Darbyshire

MATERIAAL

Bij Darbyshire is het gehele Stadionplein-interieur van zwart gepatineerd brons. Hij houdt nl. helemaal niet van klassiek brons. Het liefste gebruikt hij eigentijdse materialen. Zo heeft hij een immense sculptuur van Hercules van polystyreen gemaakt, de goedkope kunststof waarvan plastic wegwerp-bekertjes gemaakt zijn.
Maar, ha, zulk materiaal leent zich nou niet bepaald voor een omgevingskunstwerk in de Openbare Ruimte.
Brons is voor hem echt een concessie. Darbyshire over 11 rue Simon-Crubellier:
De betonnen elementen zijn net zo belangrijk en zeker zo mooi voor mij als de bronzen elementen”.
Overigens maakte hij zijn plastic-Hercules om te laten zien hoe Klassieke Kunst in de populaire cultuur vaak misbruikt wordt voor commerciële doeleinden.

P1040218
kopie v Ph. Starck’s Gnome Stool

Droste_Cacao_reclame_plaatje
L’ART POUR l’ART

In zijn kunstwerk laat hij ons tegelijkertijd Kijken naar Kunst. Het is een Droste-cacao-effect, als u begrijpt wat ik bedoel. Je ziet een busje cacao met een vrouwtje daarop, dat een busje in haar hand heeft met een vrouwtje erop.

In het kunstwerk van Darbyshire staan design-tafeltjes van andere kunstenaars, ontwerpers als Philippe Starck (1949) bijvoorbeeld met zijn gnoomtafeltje. U kunt het voor zo’n 250 euro online bestellen, zie ik, op sites die prompt Musthave.nl heten. Hebbedingetjes dus.
Ook kijk je naar een (kopie van een) bronzen sculptuur van de Duits/Franse kunstenaar Hans Arp (1886-1966), op het bureau in de huiskamer. Een kunstwerk in een kunstwerk dus.

P1040210
torso, 1957, Hans Arp. Versie Darbyshire

ORIGINEEL

Darbyshire speelt zo m.i. ook met het postmoderne thema: origineel, kopie en identiteit. Zoals Hygiea een schoonmaakproduct aan de man brengt, eigent Darbyshire zich een woonadres van Perec toe. Maar dan wel: als eerbetoon aan Perec.

Ook Perec laat je trouwens naar kunst kijken in die 99 interieurs op de 11 rue Simon-Crubellier en gaat in al zijn werk in op thema’s als: kopie, origineel en vooral: identiteit.
De Sefardische Joodse naam Perez was na verbanning uit Spanje/Portugal in Polen al in Peretz veranderd en – na emigratie naar Frankrijk – verfranst tot Perec, toen Georges geboren werd. Iets wat hem als kind in de oorlog geholpen heeft. Dat thema Identiteit achtervolgt hem in heel zijn schrijverschap. Mensen wisselen steeds van identiteit bij hem.

P1030929AA
Darbyshires bank van Jan de Bouvrie, incl. kopie vaas van Moobach, tafeltje van Vitra/Noguchi

Zelfs de (kopie van een) fallus-vaas van Jaan Mobach (1933) uit het Centraal Museum uit Utrecht, binnenin Darbyshires kunstwerk, brengt mij een verhaal uit “Het leven een gebruiksaanwijzing” in gedachten over een Utrechtse vaas, die vals was. Perec wijdde er een heel hoofdstuk aan. Hij schreef vaker over vervalsing in de kunst.

Ook komt het Drostecacao-effect bij Perec op de 11 rue Simon-Crubellier voor. De schrijver beschrijft de bewoner Valène, die een schilderij wil maken van een dwarsdoorsnede van het flatgebouw, zoals Perec zelf als schrijver doet.
En hij wijdt uit over een andere bewoner Hutting, die 24 portretten wil schilderen, waarvan de persoon in kwestie in een detail op het schilderij wordt afgebeeld, niet als hoofdonderwerp.
Dat is exact wat Georges Perec doet als schrijver.
In alle woonvertrekken beschrijft ie eigenlijk iets van zichzelf.
Een crypto-jood. Noodgedwongen in het geheim.

© Overname van gedachtengoed uit dit blog s.v.p. met bronvermelding

Een Griekse tragedie

William-Adolphe_Bouguereau_(1825-1905)_-_The_Remorse_of_Orestes_(1862)
De Drie Erinyen, Griekse wraakgodinnen kwellen Orestes, de zoon van Agamemnon. Schilderij uit 1862 van William-Adolphe Bouguereau (1825-1905). Soms ook getiteld: Orestes heeft spijt

Het stadsbestuur van Amsterdam wilde ons dolgraag doen geloven dat wij in de Stadionbuurt wonen in straten, die “allen sportgerelateerd” zijn. Maar voor hoe dom houden ze ons?

Ik woon al 61 jaar in een Grieks-mythologische buurt en niet in een sportbuurt en doorzag het flinterdunne argument van het stadsbestuur om persé het Stadionplein haar nek om te draaien, omdat ze een plek zochten met allure, zo schrijven ze ons, om wijlen Johan Cruijff  “passend” te eren.

De noodzaak daartoe was groot, omdat de omnoeming van het voetbalstadion De Arena maar steeds voor problemen bleef zorgen met de STAK, de stichting van aandeelhouders die naast Ajax en de gemeente, partij waren bij het tot stand brengen van de Johan Cruijfarena.

Dus zocht de gemeente ook een stedelijke lokatie ter ere van Johan Cruijff. Maar of je dan een Grande Dame, zoals ik het Stadionplein ben gaan noemen – met haar historie van 104 jaar –  daartoe dan maar ineens de nek moet omdraaien, dat vond ikzelf nou niet zo gepast.

Drie vrouwen, alle drie Stadionbuurtbewoners staken de koppen bij elkaar en ondersteunden de petitie, die buurtbewoner Menno Köhler was gestart om het Stadionplein haar naam te laten houden. Trap op, trap af, portiek in, portiek uit, bootsteiger op en af werden flyers rond gebracht en affiches opgeplakt om de petitie te doen groeien. De drie vrouwen, de drie MMM-en genoemd voor het gemak, begonnen aan een Verzoekschrift. En zochten steun bij Wijkraad ZuidWest en andere – al jarenlang – actieve bewuste Stadionbuurters. Die allen het Verzoekschrift ondertekenden.

HOORZITTING

Op 29 mei wordt nu een bezwaarschrift, op basis van dat Verzoekschrift, tijdens een Hoorzitting over het Stadionplein besproken. Ook andere bezwaarschriften van bewoners komen aan de orde. Als de actualiteit dit tenminste nog nodig maakt.

Het wordt dan een hoorzitting van Stadionbuurtbewoners versus de gemeente Amsterdam. Waarbij de 3 MMM’en zich per dag en per uur meer en meer aan het ontpoppen zijn als de drie Wraakgodinnen uit de Griekse mythologische onderwereld, De Drie Erinyen. Inmiddels lijkt dat een betere naam voor de 3 MMM’en. De Erinyen zijn ook bekend onder hun Latijnse naam, als de drie Furiën.

videobijschrift: fragment van de Drie Furiën uit de operafilm Gianni Schizzi, van opera Spanga, regie: Corina van Eyk. De opera van Puccini is gebaseerd op een verhaal uit Dante’s  La Divina Commedia


De vraag is alleen wel wie de drie Erinyen aan het kwellen zijn in dit geval. Wie de Orestes uit de Griekse tragedie is, waarin we met ons allen beland zijn.

Inmiddels laat de demissionair wethouder van Sport Eric van der Burg het in de Volkskrant van zaterdag doen voorkomen, alsof het waarnemend burgemeester Jozias Van Aartsen is, die in februari 2018  het oude college van B&W verkeerd heeft voorgelicht rondom de omnoeming van Stadionplein in Johan Cruijffplein. De Stadionbuurters denken dat het probleem al ver voor februari 2018 speelt.

DEMOCRATIE

Ons woord democratie stamt uit het oude Griekenland.  Bij de presentatie van het nieuwe coalitieakkoord in Amsterdam afgelopen donderdag deed Groenlinks voorman Rutger Groot Wassink ferme uitspraken over het vergroten van de zeggenschap van Amsterdammers bij hun buurt.
Maar de hamvraag is nu: wat doet Van Aartsen de komende dagen? Wat doet hij met het besluit van het oude college om het historische Stadionplein op te doeken?

De Stadionbuurters, die a.s. dinsdag een Hoorzitting wacht, verbazen zich met zijn allen over de uitlatingen van Van der Burg, dat “het stadsbestuur” verkeerd is voorgelicht, omdat ze zien dat de Commissie Naamgeving  Openbare Ruimte – de CNOR – al op 2 december 2017 haar negatief advies uitbracht aan het oude college, en op dat moment Van der Burg de loco-burgemeester was van Amsterdam.
Van Aartsen werd op 4 december benoemd.
Van der Burg is ook, samen met de zieke en wijlen burgemeester Eberhard Van der Laan steeds betrokken geweest bij de hele procedure rond de naamsverandering van de Amsterdam ArenA en het voornemen om daarnaast in de stad Cruijff op een goede locatie “passend”  te eren.

Erinyen (Furiae ofwel De Drie Furien)
De drie Furiën

Op de Hoorzitting  a.s. dinsdag willen de Stadionbuurters o.a. aan de orde stellen of het negatieve advies van de CNOR gemeld had moeten worden aan de Gemeenteraad, voordat het stadsbestuur zijn besluit nam op 20 februari 2018.

In een brief van 21 december 2017 aan de gemeenteraad meldt Van Aartsen wel, dat de vernoeming van de Arena nog steeds op zich laat wachten, maar er staat niets in over de (negatieve) vorderingen m.b.t. een straatnaam voor Johan Cruijff. Het negatieve CNOR-advies van 2 december 2017 wordt aan de gemeenteraad niet vermeld.
Eerst moest Stadsdeel Zuid nog om advies gevraagd worden. Naar later bleek, werd Zuid toen rond januari 2018 foutief voorgelicht. Voorgespiegeld werd alsof de CNOR positief geadviseerd had over het Johan Cruijffplein in Zuid. Dit kwam pas tot uiting, nadat via een WOB-verzoek van Wijkraad Zuidwest, het negatueve advies van de CNOR in de openbaarheid werd gebracht.

ACHTERKAMERTJES

De buurtbewoners willen op de hoorzitting aantonen hoe ondemocratisch het is, dat enerzijds heel Amsterdam een mening heeft over (de vernoeming van) Johan Cruijff, maar toen er problemen waren met de vernoeming van het voetbalstadion De ArenA, er plots alleen nog maar achter gesloten deuren mocht worden overlegd over een stedelijke locatie voor Cruijff.
Daarbij waren – naast de Dienst Basis Informatie en de CNOR – de wethouder Sport Eric Van der Burg en ook de waarnemend burgemeester Van Aartsen heus wel eens betrokken, denken de buurtbewoners, en heeft (opvallend genoeg) ook een woordvoerder van de familie Cruijff mogen meedenken, staat er in de brief aan de Stadionbuurters.
De buurtbewoners vinden dit opvallend omdat de familie Cruijff langs het Stadionplein wel twee firma’s heeft, zowel de Cruyff Institute als de Cruyfffoundation. En de woordvoerder van de familie altijd Carol Thate is, de “general manager” van de “World of Johan Cruyff”, d.w.z.  de manager van alles wat met het merk Cruyff te maken heeft.

Door deze achterkamertjespolitiek is het totaal niet transparant uit welke hoek het idee voor het Stadionplein is gekomen, en waarom alternatieve locatiekeuzes als de Sportheldenbuurt op het nieuwe Zeeburgereiland of vernoeming van Cruijff op de Arenaboulevard van tafel zijn geveegd. De afwegingen zijn nog steeds geheim.

JURIDISCH STEEKSPEL MET BURGERS

Als de hoorzitting van de Stadionbuurters nog doorgaat a.s. dinsdag – gezien de recente ontwikkelingen – zullen diverse bezwaarschriften op tafel komen. Ook een advocaat zal voor enkele bezwaarden het woord voeren.

Duidelijk is, dat het dan een juridisch steekspel wordt tussen de gemeente en de Stadionbuurtbewoners over de vraag of burgers juridisch wel of geen bezwaar mogen maken over een Naamgevingsbesluit m.b.t. een plein. Voorafgaand aan de zitting is al duidelijk dat de gemeente wil aantonen dat alle regels m.b.t. de Algemene Wet Bestuursrecht niet van toepassing zijn.

Het gevaar dreigt dat het dinsdag gaat om juridische haarkloverij i.p.v. over de inhoud van de bezwaren. Waarom nou eigenlijk tal van mensen het geen goed plan vinden om een historisch plein als het Stadionplein op te doeken en om te noemen naar Johan Cruijff.  Niet alleen buurtbewoners, maar ook architectuur-historici als Erik Mattie in de NRC, sporthistorici als Jurryt van de Vooren en Wendingen, digitaal platform van de Amsterdamse School van Museum Het Schip hebben zich erover uitgesproken een andere locatie voor Cruijff een beter plan te vinden.

image
Stadionbuurtbewoners verrassen op 16 mei Stadsdeelcommissie Zuid, tijdens hun rondwandeling op het Olympiaplein. Foto: Chris Aalberts

De Stadionbuurtbewoners laten zich niet uit het veld slaan, door achterhaalde jurisprudentie waarmee de gemeente schermt in hun verweerschrift.  In hun bezwaarschriften benadrukken de buurtbewoners dat een negatief advies van een deskundige CNOR zelden wordt genegeerd. Slechts als B&W ”een zwaarwegende reden” heeft mag B&W juridisch zo’n advies negeren.

Gelet op de bijzondere verdiensten van Johan Cruijff voor de stad Amsterdam” – aldus de brief van Van Aartsen aan de Stadionbuurters – mag dat dan blijkbaar? Moet dat dan de zwaarwegende reden zijn om een deskundig advies m.b.t. naamgeving te passeren?.
De Stadionbuurters vragen zich af of die reden – juridisch gezien – zwaarwegend genoeg is, en wie of welk orgaan dat nou moet toetsen in een democratische samenleving.
De statuur van Cruijff lijkt groter geworden dan de democratie in Amsterdam“, betogen de Stadionbuurtbewoners in hun bezwaarschriften.

INTREKKEN

Zolang Van Aartsen het op 6 maart genomen besluit nog niet heeft uitgesteld of ingetrokken, betekent dit dat de bezwaarde Stadionbuurters zich voorbereiden op de Hoorzitting, omdat reeds voor 1 juni de ingangsdatum is aangekondigd voor een Johan Cruijffplein. Zelfs het Gemeente Vervoerbedrijf heeft haar lijnenkaart al aangepast.

33583349_10156007216243889_8893515417490817024_n
Johan Cruijffplein is al ingetekend

Maar verwacht wordt dat tijdens een aangekondigde laatste vergadering van het oude collegebestuur a.s. maandag of dinsdag alles nog kan veranderen.

Zo niet, dan hoort dinsdag de Bezwaarschriftencommissie op de Hoorzitting beide partijen aan en brengt daarna een advies uit aan het nieuwe college van B&W, dat op 30 mei, de dag na de hoorzitting, beëdigd wordt.

Opvallend is dat het oude college zich bij de hoorzitting o.a. laat vertegenwoordigen door de heer H. Tomson, van de Dienst Basis Informatie. De buurtbewoners zullen hem tijdens de zitting aanspreken op het feit, dat hij tegelijkertijd lid is van de CNOR, die juist negatief adviseerde over een Johan Cruijffplein in Zuid.

Een nogal vreemde hoorzitting wordt het dus.

ALS er nog een hoorzitting nodig is.😃

DE GEUR VAN ZUID

paco_rabanne_olympea_eau_de_parfum_spray_30ml

Als een kat zet ik deze weken mijn geursporen uit en verdedig ik mijn territorium in de Stadionbuurt, om het behoud van een historische naam, het Stadionplein. Blijkbaar wil ik de gemeentebestuurders die er plots een Johan Cruijffbuurt in Zuid van willen maken wel een poepie laten ruiken. Een Stadionbuurt zonder Stadionplein: hoe kan dat nou?

Dus ik geef mijn mening via diverse kanalen. Ik vind dat er een luchtje zit aan het onverwachtse besluit van B&W. Een commercieel geldluchtje. Hoe het besluit dan ook tot stand gekomen is, het stinkt, wat mij betreft.

20141219_151010

Nu was ik stomtoevallig deze weken nogal met geur bezig geweest. Ik had voor het buurtkrantje van Huis van de Wijk OLYMPUS een column ingeleverd over de Geur van Zuid, die deze week verschijnt.

Ik was namelijk laatst in een chique parfumlounge hier in de buurt, een Haute Parfumerie. Ze verkopen daar een parfum dat vernoemd is naar de Griekse Hesperiden, zoals de Laan naast het Olympisch Stadion tegenwoordig heet. Daar werd ik nieuwsgierig van.
Hoe ruikt Zuid, dacht ik? Ik verwachtte een appelige geur, vanwege de Griekse nimfen die een tuin met appels moesten beschermen. Wie ervan at, werd onsterfelijk. Maar het bleek een kruidige geur te zijn met o.a. citrus, salie en rozemarijn.

Zuid ruikt naar kak, zeggen ze wel. Stinkend rijk zouden we hier zijn. Ik vind dat altijd zwaar overdreven omdat er hele woonblokken vol sociale woningbouw zijn. Wel gaan delen daarvan steeds vaker in de verkoop, waardoor de gewone kantoorman met zijn huuretage steeds meer uit de Stadionbuurt verdreven wordt.

OLYMPISCHE LUCHTJES

Bij nader inzien blijkt de wijk, behalve naar kak, ook houtachtig te kunnen ruiken, of citroenachtig en kruidig, zoutig; naar saffraan, salie of gember. Of fruitig, naar water-jasmijn of vanille. Alle Grieks Olympische straatnamen uit de Stadionbuurt blijken namelijk in parfum of eau de toilette of zeep vertaald te zijn, ontdek ik online. Theseus, Achilles, Hercules, Apollo, Amazone, Argos, Olympia, Minerva, Clio. Werkelijk alle!

online video:

Het hele Olympisch Kwartier blijkt als geur verpakt in glas: Artemis, Rhea, Aphrodite, Hestia, Eos en ook de Hesperiden. De Olympische goden en godinnen, nimfen en muzen en Griekse helden vormen een enorme inspiratiebron. Niet alleen voor mij. Blijkbaar ook voor parfumeurs.

20180303130915
de geuren van het Olympisch Kwartier
Ik mocht ook ruiken aan een flesje Aurora Nomade in die parfumlounge. Een vrij zoetige geur met banaan, kaneel en nootmuskaat. Aurora is de Latijnse naam voor Eos, de centrale straat in het Olympisch Kwartier en spreekt blijkbaar als Godin van de Dageraad bij tal van parfumeurs tot de verbeelding. Online zie ik diverse Aurora-varianten. Zoals er ook diverse Afrodite-parfums blijken te zijn.
20180220193325
De Stadionbuurt in geur
De Argonauten met hun Argos-schip kom ik als Argos-parfum voor mannen tegen. Minerva, Clio en de Amazonen: ze zijn er grappig genoeg allemaal als flesje. Al zie je Clio eerder als Chloé op de markt. Ook Euterpe, muze van de fluitmuziek, wiens naam in Zuid bezoedeld was door de Tweede Wereldoorlog waardoor zij nu Gerrit van der Veenstraat heet, is een eau de parfum. Voor een Hestia-parfum moet u in het alternatieve, esoterische circuit zijn, waar ze godinnensprays voor in uw huiskamer verkopen.

Hygiea, Godin van de gezondheid, is blijkbaar te clean voor een parfum, maar als lichaamsolie en zeep is ze er wel, zoals Patroclus als geurkaars, Jason als shampoo en deodorant, (geurloos, opvallend genoeg). En Marathon als druppels, om langer te kunnen vrijen. Ook lekker! De vrouw van Jason, de mythische Medea, is wel als parfum te koop.

31PD5ceIK4L

Ik ontdek ook dat de mythologische namen niet aan sekse gebonden zijn. Er bestaan van de maangodin Artemis zowel mannenparfums als merken vrouwenparfum. Idem voor Apollo-geuren, de Griekse God voor de muziek. En ook de mythische Europa zie ik als geur bij het ene merk voor mannen, bij een ander merk voor vrouwen.

De parfumlounge in Zuid maakt dat onderscheid niet. Ze hebben hun boutique op geur ingedeeld, niet op sekse. Je stuurt in een museum een man ook niet naar een ander schilderij als een vrouw, is hun redenering.

DSC06527
Eau d’Amsterdam

Prachtige verhalen kunnen ze hier vertellen over hun producten. ook geven ze geurworkshops. Ze verkopen er avant-garde parfums die bijna nergens in Nederland te vinden zijn. Stinkend duur ja, maar wel een feestje voor je neus. Wat een ervaring!
Die lounge is echt iets anders dan een drogisterij waar ook parfum verkocht wordt. Hier werken geurexperts, geur-designers noemen ze zich, “neuzen” bijna, zoals de vrouw die ook de geur van Amsterdam heeft willen vangen. Hier is Eau d’Amsterdam ontworpen, bedacht door het kunstenaarsduo Tijdmakers: een flesje voor zowel vrouwen als mannen.

IEPENLUCHT

Eau d’Amsterdam ruikt houtachtig, een beetje woest vind ik en is samengesteld uit geurmoleculen van de bladeren en het hout van de iep. De Amsterdamse iep zou je bijna zeggen, want de stad heeft zo’n 75.000 iepenbomen, waardoor er in de lente een witte zee aan iepenzaadjes over de straten ligt, als lentesneeuw.

DSC06547
Lentesneeuw: de talloze zaadjes van de iep verspreid op straat

In april is er al een paar jaar een Springsnow-festival met een wandelroute langs alle iepenbomen in de stad. De Amstelveenseweg in de Stadionbuurt stond er altijd vol mee, maar is vrij recent – ondanks bewonersprotesten – nogal ‘ontiept’. Maar langs de Schinkel, Aalsmeerweg en Hoofddorpplein in Zuid staan ze volop. Op een interactieve kaart van de gemeente kun je exact zien in welke straat en bij welk huis de iep zich bevindt. Je kunt op straatnaam zoeken.

Aqua-Cruyff

En tja, ehhh,,,dan is er ook nog een Spaanse Agua de Cruyff realiseer ik me deze week. Met een y dus, want de Nederlandse ij zorgt internationaal voor uitspraakproblemen.

Mocht de gemeente haar zin krijgen om Cruijff in Zuid te vernoemen, dan komt er over het Olympische bouquet aan geuren en de “headspace” van de iep, zoals dat heet, ook nog een Cruijff-luchtje heen. Naar Spaanse munt ruikt dat.

Al die odeurs te samen zullen dan toch wel behoorlijk stinken, denk ik. Misschien hebben die roddels over Zuid dus toch een grond van waarheid. Of een hart, om in parfumtermen te spreken.

Volle maan dagen

171112_3
Een van de winnende kunstposters voor de Winterspelen 2018. “Good Morning, Moon” van de Koreaanse pottenbakker Jeon Chang-hyun (1975)

Op 31 januari is het weer Volle Maan. Een belangrijke dag elke maand weer in Aziatische en Boeddhistische landen. Zo ook op het Koreaanse schiereiland waar de Olympische Winterspelen dit jaar plaatsvinden.

Eén van de posters voor deze Winterspelen symboliseert de Volle Maan. “Good morning, Moon” heet de poster van het kunstwerk van de Koreaanse keramist Jeon Chang-hyun (1975). Het is één van acht kunstposters die zijn uitgekozen als beeldmerk van deze Olympisch Spelen.
We zien een aardewerken pot in de kleur en vorm van de volle maan – een Moonjar – met daar bovenop een bobslee met twee paarden erop die vanuit de hals van de pot komen aanglijden.

De Koreaanse kunstenaar verbindt hier Koreaans traditioneel aardewerk – een Moonjar- en strijdpaarden uit de oude dynastie van het Rijk Koguryo op het Koreaanse schiereiland  met de Winterspelen. Een heel krachtig cultureel beeld, vind ik. Prachtig!

De titel van deze poster refereert aan het tijdverschil op de wereld. Als het in Zuid-Korea nacht is, is het dag aan de andere kant van de wereld. Wij zitten in het Westen straks ’s middags voor de buis, als in Pyeong Chang s’avonds geschaatst wordt.

Wesak_boeddhisme
In mei bij Volle Maan gedenken alle boeddhisten ter wereld tijdens de Wesak-viering de geboorte, verlichting en dood van Boeddha. Hier de Wesak viering in Kuala Lumpur, Maleisie.

BOEDDHISME

De meeste feesten in Azië zijn verbonden met Volle Maan. Boeddhistisch nieuwjaar valt op de eerste dag van de volle maan in april. Veel belangrijke gebeurtenissen in het leven van Boeddha vonden plaats tijdens Volle Maan. Zoals het moment waarop hij tot Verlichting kwam.
In Sri Lanka is 31 januari 2018, als Volle Maan-dag, een vrije dag. Er wordt gevast, de Boeddhistische leer wordt nog es doorgenomen, men bezoekt een tempel.

In Korea valt volgende Volle Maan op 2 maart, na het Chinese Nieuwjaar, aan het eind van het Lentefestival, en is behalve een vrije dag, een feestdag die Tae Borum heet, waarbij Koreanen graven van overleden familie bezoeken en offers aan voorouders brengen.
Bij Volle Maan in september doen ze dat weer als ze Chuseok vieren, een traditioneel oogstfeest, ook wel het Koreaans ‘Thanksgiving’ genoemd. 

In Birma (nu: Myanmar) valt de Volle Maan in maart tijdens de Pagodafestivals en worden er zandstupa’s gebouwd. En in Thailand brengen boeddhisten tijdens Volle maan in november allemaal lichtjes naar de rivier, tijdens het Thaise feest van het Licht, Loi Krathong.

Thailand_boeddhisme_loi+krathong
Thais Volle Maanfeest in november met tal van lampionnen: Loi Krathong

MOONGATES

De Volle Maan heeft ook in Aziatische architectuur veel weerklank. De continue cirkel van geboorte en dood en reïncarnatie, zoals die in het boeddhisme wordt beleefd, zie je terug in tuinpoorten in China en Japan, als zogenoemde ” Moongates”. Ze rijzen op, zoals de maan dat doet en leggen een verbinding tussen de aarde en het heelal.

Toevallig vind ik zulke Moongates en Volle Manen in moderne vorm terug in de architectuur van het Olympisch Kwartier waar ik woon. In de negen glazen tuinpoorten van 10 x 9 m hoog verwijzen 7 meter grote neon verlichte cirkels van de Nederlandse kunstenaar Willem Hoebink (1966) naar de Moongates uit de Aziatische tuinarchitectuur.

DSC04850
Weerspiegeling van 1 neon Moongate in een glazen tuinpoort in het Olympisch Kwartier geeft het effect van Olympische ringen die door de wijk cirkelen. Lichtkunstwerk ( 9 neon cirkels) van architect/industrieel ontwerper: Willem Hoebink

De lichtkunstenaar Hoebink heeft de Aziatische Moongates als referentiepunt genomen en zijn eigen neon kunstwerk ernaar vernoemd. Het mooie is dat de neon Volle Manen in het Olympisch Kwartier in veelvoud weerspiegelen in al die  glazen tuinpoorten en zo als Olympische ringen door de hele wijk heen cirkelen.

Ze resoneren wat mij betreft met de Volle Maanposter van de Olympische Spelen in Pyeong Chang.

DSC03708

ARTEMIS: OLYMPISCHE MAANGODIN

6b1222c384765cc9fefb74ee6a844d12
de maansikkel is ook de jachtboog van Artemis/Diana

Ook Artemis, de maangodin uit de Griekse mythologie is aanwezig in het Olympisch Kwartier. De Olympische godin van de jacht – maar oóók van de maan en de geboorte – heeft in de wijk naast het Olympisch Stadion haar eigen straat.

Ze was in de Griekse mythes de tweelingzus van Apollo en dochter van oppergod Zeus, die zijn kwartier had op de berg Olympos. De Olympische Spelen waren destijds aan Zeus gewijd.

Artemis personificeert niet de volle maan, maar met haar zilveren boog juist de maagdelijke Nieuwe Maan.

In het Latijn kennen we haar als Diana. Als Callisto en de Grote Beer vind je Artemis terug aan het hemelgewelf.

Pietro_Antonio_Rotari_-_Diana,_goddess_of_the_hunt,_leaning_against_a_tree
Diana/Artemis, 18e eeuws schilderij van Pietro Antonio Rotari (1707 – 1762)

In de kunst en populaire beeldcultuur wordt ze vaak afgebeeld met een maansikkel op haar hoofd – of met een fakkel – en ook haar pijl en boog ziet er doorgaans uit als een maancirkel. Bij het licht van de maan ging ze op jacht.

Opvallend vind ik dat ze in de officiële klassieke beeldtaal het meest als jachtgodin wordt uitgebeeld, met wild om haar heen: jachthonden, herten en beren, terwijl ze in huidige esoterische kringen en door de vrouwenbeweging eerder wordt verbeeld als maangodin.
Beide facetten horen bij Artemis. Ze werd niet alleen aangeroepen voor een goede jacht, maar ook om te waken over een goede geboorte. Ze werd als de beschermvrouwe van vrouwen vereerd.

In Efeze – vroeger Grieks, tegenwoordig Turks – is een krachtig vrouwbeeld van haar gevonden, waar ze in de tempel van Artemis werd vereerd als Moedergodin, voordat het Christendom deze Artemis-cultus – deze maancultus – uitwiste. Haar tempel was de grootste uit de Griekse Oudheid en wordt als één van de Zeven Wereldwonderen van de Antieke Wereld beschouwd.

De Artemisverering zou zijn verdrongen door de christelijke Mariacultus.

Artemis_of_Ephesus
Artemis van Efeze. Uit de Anatolische – pré-Hellenistische – tijd

VERJAARDAGSKAARSJES

We vinden een ere-ritueel aan Artemis terug, grappig genoeg, in het jaarlijkse ritueel van kaarsjes branden op een geboortedag, lees ik. De kaarsjes symboliseren het maanlicht of de fakkel waarmee ze ’s nachts op jacht ging. Er werden kleine ronde cakejes gegeten in het oude Griekenland ter ere van de maangodin, lees ik ergens.

Ook bij boeddhisten gaan veel rituelen gepaard met lichtjes, fakkels en lampionnen, vooral bij Volle Maan dagen.

Vindt u niet dat hiermee de (maan)cirkel weer prachtig rond is op 31 januari 2018, met nog negen dagen te gaan voor de Olympische Spelen in PyeongChang? Oud-Griekse maanrituelen, Olympische symbolen en de cultuur van Korea vallen samen. De wereld is maar klein. De brandende Olympische fakkel is onderweg.

Woensdag staat er een Volle Maan-meditatie in mijn agenda. De maanposter van deze Olympische Winterspelen vind ik prachtig. Zo’n aardewerken Moonjar: doet u mij er maar eentje voor in mijn huis, in het Olympisch Kwartier in Amsterdam.
De maan, ik zal het u zeggen:41bac149c644b0ee32f78eeb59281dd5--witch-quotes-motivation-quotes

Het vuur van de goden

Jan_Cossiers_-_Prometeo_trayendo_el_fuego,_1637
Prometheus draagt het Olympisch vuur, Jan Cossiers, 1637 – Pradomuseum

Het vuur is aan. Het Olympische vuur. Via zonnestralen werd eind april de fakkel ontstoken in het Griekse stadje Olympia, op weg naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, augustus 2016.
Actrices, gekleed als priesteressen, verrichtten het ritueel in het voormalige heiligdom uit de Oudheid, Olympia: daar waar de Olympische Spelen ooit gehouden werden ter ere van oppergod Zeus (zie: videolink, onderaan).

media_xll_3752014
Olympia,  ceremonie 21 april 2016: het vuur komt van de zon ©AP

Bij de eerste Spelen – 776 voor Christus – was er nog geen fakkel, geen estafetteloop en geen openingsceremonie met het ontbranden van het Olympische vuur. Wel brandde er bij dit soort ceremonieën ter ere van de Goden het vuur van godin Hestia, het haardvuur dat altijd brandende gehouden moest worden.

De fakkel werd pas later bedacht. In navolging van de Griekse mythe over de reus Prometheus, die het vuur van de Hemelgoden stal van de hoogste berg van Griekenland, de Olympus, en het – verborgen in een opgerold venkelblad – naar de mensen op aarde bracht. Trots staat de reus naast de ingang van het Olympisch Stadion met de fakkel in zijn hand.

In Amsterdam hebben we zo zomaar twee reuzen als standbeeld, de gebroeders Atlas en Prometheus. Atlas staat als Hemeldrager bovenop het Paleis op de Dam (hij moest de hemel op zijn nek dragen van Zeus) en zijn broer Prometheus – de Vuurbrenger – staat in Zuid. Twee reuzen – Titanen, halfgoden – die volgens de Oude Grieken tussen de mens en de goden bemiddelden. (Zie ook column over Atlas: “Amsterdam: een wereldbol”).

DSC04335
Het standbeeld van Prometheus met fakkel; Stadionplein, naast de marathontoren, waar in 1928 voor het eerst Olympisch Vuur ceremonieel werd aangestoken.

In het Grieks zeggen ze dat het Olympische vuur niet wordt aangestoken, maar wordt aangeraakt door de toorts, zo leer ik uit een VPRO-radiodocumentaire uit 2004 over het ontstaan van het Olympische Vuur, van sporthistoricus Jurryt van de Vooren. Dat vind ik een nogal interessant taalkundig detail, moet ik zeggen: “aangeraakt worden”. Het doet me direct denken aan het vingertje van Michelangelo in de Sixtijnse kapel: het vingertje van God waarmee Adam werd aangeraakt en tot leven kwam.

Dat dat geen gekke associatie is, merk ik, als ik me voor deze column verder verdiep in de mythe van Prometheus, die veel en veel verder blijkt te gaan dan het (letterlijk) brengen van het vuur van de berg Olympus naar de aarde.

Creation_of_man_Prometheus_Berthelemy_Louvre_INV20043_n2-1
Plafondschildering Louvre: Prometheus schept de mens; Jean-Simon Berthélemy (1745-1811), Jean-Baptiste Mauzaisse (1784-1844)

Het meest bekend is de letterlijke interpretatie van de mythe: Prometheus steelt het vuur – opgerold in een venkelblad –  van de berg Olympus omdat hij de mens wil uitrusten met meer macht. Het vuur van donder en bliksem had altijd bij de Hemelgoden gehoord. Maar Prometheus wil, als halfgodenzoon, de mens minder afhankelijk van de weergoden maken. Met vuur en techniek kan de mens tot verdere beschaving komen.
Maar het verhaal begon ermee, volgens sommige auteurs van de mythe, dat Prometheus zelf in opdracht van Zeus de eerste mens had geschapen. Uit klei.

Scheppingsverhaal

Het verhaal over het ontstaan van de mens uit klei is een oeroud esoterisch scheppingsverhaal, dat in diverse culturen voorkomt en ooit in de Griekse mythologie bij de reus Prometheus terecht is gekomen, maar ook via de mystieke Kabbala in de Joodse Thora en het eerste bijbelboek Genesis en zo via de Joodse traditie in het latere Christendom (Oude Testament, deel 1 uit de Christelijke bijbel).
In het Hebreeuws zijn de woorden “mens” (Adam) en “aardbodem” (Adama) verwant aan elkaar.
Genesis 6:4: “Er leefden toen en ook later nog reuzen op aarde. Het waren de kinderen die de godenzonen bij de dochters van de mensen gekregen hadden. Zij staan als de beroemde helden van de oudheid bekend“.
PROM-367
Sf-film Prometheus, 2012

In 2012 speelde de science fictionfilm Prometheus hier mooi op in. In de film blijkt de reus Prometheus afkomstig te zijn van een andere planeet, die achterblijft op aarde en die zijn DNA aan de mens geeft.

Prometheus als schepper van de mens werpt – wat mij betreft- een verrassend ander licht op het hele Vuurbrengers-thema.
Wil je de Griekse mythes doorgronden dan moet je op zoek gaan naar de ziel van het verhaal, de symboliek, zegt de Franse classicus prof. Jean-Pierre Vernant, in zijn boek “De wereld, de Goden, de Mensen“. Prometheus is dan de brenger van het goddelijke vuur naar de aarde. Oftewel: Prometheus brengt de goddelijke vonk en het leven, geeft de mens zijn onsterfelijke ziel.
prometheussarco_center
Relief sculpture Prometheus, creating man. Roman, 3rd century CE. Rome, Capitoline Museums (Palazzo Nuovo).

Op tal van marmeren reliëfs op Romeinse sarcofagen wordt juist dit aspect van de Prometheus-mythe afgebeeld. Prometheus’ vuurfakkel krijgt op die manier wel een heel andere betekenis!

Opvallend is dat wij vooral het letterlijke aspect van de mythe lijken te hebben onthouden, Prometheus als vuurdrager, niet zozeer als vuur-géver. Wellicht komt dat doordat het Grieks-mythologische scheppingsverhaal in de loop der eeuwen verdrongen werd door de opkomst van het (Grieks-orthodoxe) Christendom en het scheppingsverhaal uit Genesis. (Zie ook mijn column  “Onsterfelijke appels” over de appels van de Griekse Hesperiden en de latere Adam en Eva-appelmythe uit de bijbel).

Olympisch Vuur

Ook de Olympische Spelen zelf werden verdrongen. Door opkomst van het Christendom verdwenen eeuwenlang de Spelen, als zijnde een heidense eredienst voor Zeus.
Pas in 1896 kwamen de Olympische Spelen weer terug (ontdaan van elke religieuze context). In 1928 sprak de confessionele pers in Nederland nog schande van dit “heidens spektakel” en werd mede vanwege het sporten op zondag overheidssubsidie voor de Spelen in Amsterdam onthouden. Dat de Spelen in 1928 toch konden doorgaan, komt puur door een grootschalige collecte onder het volk, ter financiering van het spektakel. Architekt Jan Wils van het Stadion, die ook de marathontoren ontwierp met voor het eerst de vuurschaal bovenin, moet deze noviteit voor het Olympische Vuur bewust zo ontworpen hebben: een heidens spektakel? Dan ook: heidens vuur!
12096385_10206711190691798_707531947699330875_n
Prometheus vanaf 1947 tot de renovatie in 2000, op de tribune binnenin het Olympisch Stadion.

4 mei

DSC04328
4 mei herdenking, 2015

Het standbeeld van Prometheus als fakkeldrager staat sinds 1947 in Amsterdam. Hier wordt tegenwoordig op 4 mei de Nationale Sportherdenking gehouden. Het Nederlands Olympisch Comité had na W.O. II opdracht gegeven tot een oorlogsmonument bij het stadion.
Met het standbeeld blijkt men vooral de opstandige kant van Prometheus te hebben willen uitdrukken. Volgens de kleindochter van de beeldhouwer Fred Carasso (1899-1969) werd in 1947, aldus informatie van het Olympisch Stadion, Prometheus gezien als een soort verzetsheld: hij kwam in opstand tegen het heersende gezag (de Olympische goden) toen hij de mens van vuur voorzag. nationaal-committee-4-en-5-meiHet scheppen van de mens was keurig in opdracht van Zeus gegaan, maar de mens vuur geven was tegen diens zin geweest: Prometheus stal het vuur van Zeus, zodat de mens zich onderscheiden kon van andere levende wezens op aarde en macht kreeg, ook ten opzichte van de goden. Met het vuur kon de mens zelf creëren (techniek).

Het vuur bracht zo ook vrijheid. ‘Deze daad van verzet was uiteraard al geschikt als onderwerp voor een oorlogsmonument.’  schreef Deirdre Carasso in 2003, aldus informatie van het Stadion, in het tijdschrift Amstelodamum over het kunstwerk van haar grootvader. Daarnaast constateerde ze dat de symboliek van de vlam soms ook bij andere oorlogsmonumenten een rol speelt: ‘Het niet te doven vuur van verzet, het vuur als vrijheid, als een gloed waardoor het kwade wordt verteerd, en het vuur als teken van hoop en licht.”

De fakkel wordt vaker als vrijheidssymbool gebruikt. Het Vrijheidsbeeld in Amerika draagt een fakkel. En we zien de fakkel terug in het logo van het 4 -5 mei comité. Morgen, 3 mei, arriveert de Olympische fakkel in Brazilië. Overmorgen, 4 mei, wordt om 10.30 uur bij het Olympisch Stadion bij het beeld van Prometheus stilgestaan.
Geef de fakkel door. Het vuur is aan.


Onsterfelijke appels

 
Oneindig leven. Wie wil dat nou??? Bijgaande video schoot ik in augustus bij de begraafplaats achter de Stadionkade. De klokken luiden de doden de eeuwigheid binnen. Ik woon achter de Laan der Hesperiden, waar volgens de Griekse mythe de Gouden Appels van Onsterfelijkheid liggen. Aan het eind van de laan “spotte” ik zelfs een heus appelboompje langs de Stadiongracht. Het is appeltijd, had ik in oktober willen schrijven voor deze column over (on)sterfelijkheid. Tijd om te oogsten. In mijn privéleven gebeurde echter zoveel rond het leven van mijn oude moeder, op weg naar de 88, dat ik schrijven over onsterfelijke appels en de Hesperiden steeds maar voor me uitschoof. Te ingewikkeld thema. Wat was mijn point?

Hans_von_Marées_005
Drieluik van Hans von Mareés, 1884: Appels van de Hesperiden. Neue Pinakothek, München

Oude mythes over de mensheid vertellen altijd weer het verhaal van de strijd die de mens aangaat met de dood, verhalen in feite over de menselijke jaloezie op de Onsterfelijkheid van de Goden, een dualiteit waar we amper mee kunnen leven als mens. Wij hebben moeite met de eindigheid van het leven. Hoe langer leven, hoe liever, lijkt het dogma anno nu. “Maar mag een mens ook nog rustig sterven,” vraagt mijn moeder zich af.

Griekse mythe en Bijbelse appelmythe

2016-03-18 12.36.47_resized
Gespot: piepklein Appelboompje: eind v d Laan der Hesperiden

Voordat ik hier kwam wonen, had ik nog niet van de dames gehoord: van de Hesperiden. In de Tuin der Hesperiden wonen, aldus de Griekse mythe, de dochters van de half-goddelijke reus Atlas (zijn broer Prometheus staat als reuzen-standbeeld voor het Olympisch Stadion, maar daarover in mei meer). In de Tuin der Hesperiden bevinden zich ook de Appels der Onsterfelijkheid, die Hercules – de stoere menselijke held – wilde stelen.
Appels als symbool voor leven en dood komen vaker voor. In de Bijbelse mythe zijn het Adam en Eva die sterfelijk worden, als zij een appel eten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad. Als straf moeten ze de goddelijke Paradijstuin uit: verliezen ze zo hun onsterfelijkheid.
Beide mythen zijn aan elkaar verwant, maar het Griekse verhaal was er eerder.

Zowel de verstoting van Adam en Eva uit de Paradijstuin als de Hesperiden in hun Tuin met gouden appels zijn vaak bron van inspiratie geweest voor kunstenaars, o.a. bij Edward Burne-Jones (1873). Vele blote Eva’s en romantische nymphen als Hesperiden. Het Drieluik van Hans von Marées laat beide mythen tegelijkertijd zien (1884);
Ook zien we in de kunst soms Jezus Christus met een appel in zijn hand terug, zoals bij Lucas Cranach de Oudere (1531). Hoewel de appel in de Christelijke kunst vaak negatief symbool staat voor de “zondeval” van Adam en Eva, kun je terzelfdertijd zeggen dat de appel symbool staat voor onsterfelijkheid, symbool van Eeuwig leven, kennis over Goddelijkheid.
Het ging ook niet om de appel zelf, maar om de Gnosis – de Kennis – die Adam en Eva wilden verwerven door het eten van de verboden vrucht. Kennis, waarover zij als mensen blijkbaar niet mochten beschikken. En daardoor verloren zij hun oorspronkelijke onsterfelijke ‘goddelijke’ status: God zette ze hup, de hemel uit.

images
Tuin der Hesperiden, late 5e eeuw B.C.

Ook Hercules als menselijke Griekse held wilde wel weten hoe hij onsterfelijk kon worden, maar de Hesperiden bewaakten dat geheim en hun appels. Blijkbaar is het dus altijd en overal ter wereld van belang geweest een onderscheid te maken tussen aardse mensen en niet-aardse goddelijke wezens. Wat de één Mens maakt en de ander een Goddelijke status geeft, blijft geheim.

Ik heb het altijd een wonderlijk verhaal gevonden, die Bijbelse appelmythe. En er zijn ook heel wat filosofen die zich hierover gebogen hebben: over het ontstaan van dualiteit, van leven en dood, man en vrouw, goed en kwaad, een dualiteit in tegenstelling tot de Eenheid die er eerst was, in onze goddelijke oorsprong.
In zijn boekje “Sterven is doodeenvoudig, iedereen kan het” haalt de filosoof René Gude, oud-Denker des Vaderlands, – in het zicht van zijn dood vorig jaar – zijn collega-filosoof Peter Sloterdijk aan die had gezegd, dat de mens pas werkelijk van zijn sterfelijkheid doordrongen had kunnen raken, toen er in de jaren ’60 voor ’t eerst door astronauten in de ruimte opnamen waren gemaakt van onze zwevende aardbol in het heelal. Pas toen moet het volle besef zijn doorgedrongen: “daar komt niemand levend vanaf“, schatert Gude in zijn interview met Wim Brands. Die gedachte had Gude troost gegeven tijdens zijn stervensproces.

FB_IMG_1442856713257_resized
Zuidas 2015

DSC04184

Midden op de Zuidas houdt filosofisch centrum ‘De Nieuwe Poort’ zich ook regelmatig bezig met het thema van de dood. Een lezing over ‘Plato en de Dood’ zoals vorig jaar of, concreter, met een zogenaamde “WALL Before I die“: een bord waarop Zuidassers hun levenswensen konden optekenen. Wat wilde men graag bereiken, vorens dood te gaan?
FB_IMG_1442856845270_resized– “Earn more money than I do now“, kalkte een Zuidasser op. Anderen waren creatiever, humorvoller en/of diepzinniger:
– “Before I Die I want to go to the moon”
– “Before I die I want to have dinner with my friend + watch Netflix”
– “Before I Die I  want to know what does being a real human mean“.

Sterfelijkheid

Tithonos_Eos_Louvre_G438_detail
Godin Eos reikt naar mens Tithonus, 460 B.C.

Om in mijn Olympische buurt in Amsterdam Zuid te blijven: ook Eos, de Dageraadsgodin uit de Griekse mythologie, worstelde met het thema van de sterfelijke mens. Als onsterfelijke godin werd ze steeds verliefd op sterfelijke mannen. Ze wilde oh zo graag dat haar minnaar Tithonus onsterfelijk zou zijn als zij. Toen zij dat bij oppergod Zeus bepleitte, verleende hij haar die gunst en maakte Tithonus onsterfelijk voor haar. Maar vergeten werd dat Tithonus, als mens, dan nog wel steeds ouder en ouder werd, en totaal verschrompelde, terwijl Eos zelf als godin in volle glorie bleef stralen. Zo aantrekkelijk was dat niet voor haar.
In bijgaand filmpje legt een Amerikaanse professor aan de hand van de mythe over Eos en Tithonus uit, waarom ons gevecht tegen ouderdom en sterven zinloos is: verouderen en sterfelijkheid horen bij de mens, accepteer dat nou maar: The Story of Tithonus and Eos — ChangingAging.org: https://youtu.be/UIb9SyqQiAU

Appel voor onderweg
Als mijn oude moeder over niet al te lange tijd sterven zal, kan ik haar misschien een appel meegeven. “Hier, neem maar mee, voor onderweg“, zou ik kunnen zeggen. Zoals eeuwenlang bij de Egyptenaren, volgens hun mythes, de doden voedsel meekregen voor hun tocht door het hiernamaals.
Maar ik zou ’t symbolisch kunnen doen. Met die appel bereikt mijn moeders ziel dan wellicht opnieuw de staat van onsterfelijkheid, waaruit zij ooit is ontstaan.

Over appels en een zondeval hoort u mij niet praten. Het is maar welk aspect uit een mythe je naar voren schuift, en in welke mythe u wilt geloven. Grieks of Bijbels. Wellicht gelooft u slechts in uw eigen mythe, de Verlichtingsmythe van uw eigen Welbevinden.
Mijn moeder zal het te zijner tijd Weten.
Niet wij. Want wij kijken nog naar Netflix.

http://www.stemderbomen.nl/pages/mainpages/geheim-van-de-appelboom.htm

A’dam: een wereldbol

2014-04-08 2014-04-08 001 003Een echte gadget. Een hebbedingetje. Mijn Amsterdamse benedenbuurvrouw in het Olympisch Kwartier heeft een alleraardigst bolletje gekregen van haar kleinzoon. Een wereldbol van Amsterdam, met op die bol markante plekken, zoals ’t Anne Frankhuis, de Dam, het Stedelijk Museum, de Zuidas, het Olympisch Stadion. You name it.

Nu hebben wij wel wat met wereldbollen in Amsterdam. Dacht ik. In 2012 jaar dreef er een reuze wereldbol in het Y, gemaakt van lege plastic waterflesjes, en er zijn meer (klimaat)- wereldbollen in de stad geweest, o.a. een ballon van Greenpeace op t gras voor t Rijksmuseum.2014-04-09 2014-04-09 001 027Aan de voet van de Stadionbrug bij het Olympisch Stadion staat er één van steen, met slechts de 4 windrichtingen O, W, Z, N in letters uitgeslepen. Ik dàcht tenminste dat2014-04-09 11.50.37 dat een wereldbol was! Een typisch dertiger jaren Hildo Krop-kunstwerk: onze stadsbeeldhouwer uit die tijd. En verrassend genoeg zag ik laatst de 4 harten bovenop de bol. Hartverwarmend voor de wereld toch? Dacht ik. Nu lees ik alleen, dat het gaat om “een granieten bol” die een “windroos” voorstelt, hier bij de Stadionbrug. Niet zozeer een wereldbol, maar een windroos die, zoals op een kompas, de 4 windrichtingen aanduidt.
Atlas-op-Paleis-op-de-Dam-200x300Ook op ons oude stadhuis op de Dam, nu het Koninklijk Paleis, lijkt een wereldbol te prijken. Althans zo ziet het er uit. En menig Amsterdammer denkt dat. Die bol wordt gedragen door Atlas…of gedragen, het ligt ‘m zwaar op de nek, zo te zien.

In de opdracht aan de kunstenaar blijkt het destijds inderdaad (per vergissing) om een Wereldbol te zijn gegaan, maar in de Griekse mythe is het juist ons Hemelgewelf, dat Atlas op zijn nek draagt!

Oh djee, die Griekse mythologie..ik heb er een slecht geheugen voor! Met mijn Atheneum achtergrond – geen Gymnasium –  mis ik de basics van de oude Grieken! Menig opera bezingt de verhalen van de oude Griekse schrijvers, maar ohohoh…navertellen kan ik ze nooit! En ook nooit gaan ze over Atlas en waarom hij de hemel – het universum – moet torsen! .

Wie is dan die Atlas met die bol op zijn nek? Is die Atlas een vent, een berg, een god? In dat Mythische Denken van de Grieken was alles mogelijk! Hij blijkt een aantal dochters te hebben gehad die “De Hesperiden” heetten, lees ik, aha, die ken ik uit mijn wijk: er is een Laan der Hesperiden in het Olympisch Kwartier naar hen vernoemd, langs het Stadionplein.

(video) Ik kom zijn beeld wel vaker tegen, van Atlas met die bol. Zelfs op een schip! In de centrale atriumhal van een cruiseschip van de Holland Amerika Lijn, staat een giga-hoge klok, die alle verschillende Wereldtijden van dat moment aangeeft, en bovenop die klok, 4 etages hoger, jawel, torent Atlas. Met inderdaad overduidelijk het Hemelgewelf  in bolvorm op zijn nek: een gouden sterrenbol en niet te verwarren met een wereldbol, zoals op de Dam in Amsterdam.Atrium-der-MS-Rotterdam

10294427_246760398840912_6485447537444334341_nNou ben ik gek op atlassen, moet u weten, heb ik 3 jaar geleden als verjaardagskado een nieuwe wereldatlas gevraagd en vorig jaar een wereldbol. Mijn atlas uit 1968 was werkelijk stukgelezen. Bovendien was de Wereld inmiddels wel enigszins anders ingedeeld, zonder Sovjetunie. Die bruine atlas op de foto is uit 1936, van mijn vader, beschimmeld en wel, maar wegdoen? ‘k Dacht het niet!

DSC04344Ik probeer de Griekse mythe van Atlas in hapklare brokjes tot me te nemen. Altijd en eeuwig, zo begrijp ik wel, heeft men grip op de oorsprong van Hemel en Aarde willen krijgen. Misschien moet je zo naar de Griekse goden- en godinnen-mythen kijken. Als verklaringsmodellen voor de eeuwige vragen hoe de mens zich tot het Heelal verhoudt; hoe de sterfelijke mens zich verhoudt tot de onsterfelijke Hemelgoden. Misschien putten die oeroude mythen wel uit oeroude kennis over onze afkomst uit het universum? Wie zal t zeggen?

1347
Atlas

Als ik de franse classicus Jean Pierre Vernant in zijn “De wereld, de goden, de mensen” volg, waren volgens de Griekse mythen de hemel en aarde eerst niet gescheiden, maar eén geheel.
In een oneindige omstrengeling lag de hemel – het universum – om de aarde heen gevouwen. En verpletterde de aarde min of meer in een continue paring, waarbij de Hemelgoden bij de Aarde kinderen verwekten: half goddelijk, half aards. Zoals de Titanen.

Atlas en zijn broer Prometheus waren kinderen van een Titaan, half-goddelijke – half-aardse reuzen: geen mensen.
Er was pas leven voor de mens op aarde mogelijk, als de aarde meer lucht en ruimte zou krijgen, aldus de uitleg van Vernant. De Hemel drukte te zwaar op haar. Na allerlei listen van Titanenkinderen trokken de hemelgoden zich daarop terug bóven de Aarde en schepten Ruimte. Slechts met een regenbui stortte de Hemel zich weer over de aarde uit en werd de Aarde weer bevrucht. “maar buiten die periode is de band tussen hemel en aarde verbroken“, aldus Vernant.
Daar kon hemelgod Zeus echter wel een hulpje bij gebruiken – bij dat gescheiden houden van Hemel en Aarde – en dat werd Atlas. Hij moest het hemelgewelf torsen van Zeus.

Zoals de “atlas” in het menselijk lichaam – als eerste nekwervel – de schedel draagt, omhooghoudt boven de wervelkolom, zo houdt Atlas ook de hemel omhoog voor ons. Waardoor wij als mensen kunnen leven en ademen op aarde.

DSC04333
Prometheus

De broer van Atlas, Prometheus, speelt evenzo een belangrijke rol in het contact tussen de goden en de mensen: hij staat als standbeeld voor het Olympisch Stadion opgesteld, met het vuur van de Olympische Hemelgoden in zijn hand. Hoe dat nou weer in elkaar zit? De buurt zit vol verhalen wat dat betreft, maar dat zoeken we nog op: in Amsterdam, een wereld-(globe)-stad!

(Wat draagt Atlas?:http://www.onsamsterdam.nl/tijdschrift/jaargang-2001/18-tijdschrift/tijdschrift-jaargang-2001/1012-nummer-6-juni-2001?showall=&start=4)

2014-04-08 2014-04-08 001 002