Tagarchief: historie

Proklamasi 17 augustus

16d7bde361c67c24e3855f6dd944b2ea00d7f09c501b8964c140bc6a7fb15da5.jpg
1942: Tekening van Jan Sluijters jr (1914-2005) van het vroegere Generaal Van Heutszmonument op het Olympiaplein, het huidige Indië-Nederland monument (copyright: Stadsarchief)

Ik ben in verwarring. Over een monument. Echt gek is dat niet, want half Amsterdam zit vanaf 1935 al in zijn maag met dit enorme monument, dat in zijn volle 19 meter lengte ons koloniale verleden vertegenwoor-digt, onze relatie met Indonesië. Maar deze zomer heb ik er echt last van. Ik heb nog nooit zo vaak als deze zomer langs het water staan kijken.

Omdat het er zo lieflijk en mooi bij ligt van ’t zomer, met dikbillerige wulpse vrouwensculpturen in de waterpartij voor het monument, een waterpartij die onderdeel van het architectonisch geheel is. Eigenlijk, vind ik het gewoon een heel mooi geheel, en daar heb ik dus last van. Raar he?
Het monument heeft nu door deze zwoele dames een poëtisch rondborstig accent gekregen, met een erg hoog Tempo Doeloe gehalte, zullen we maar zeggen. Nederlands Indië: “die goeie ouwe tijd”, die sfeer.

Vrouwensculpturen van beeldhouwer Nic Jonk staan vanwege Art Zuid 2019 tot 15 september in het water van het huidige Indië-Nederlandmonument aan ’t Olympiaplein

Omdat ik vier jaar terug, op 17 augustus 2015, al eerder een column schreef over dit monument onder de titel Vrouw In Sarong ga ik nu niet diep in op de politieke geschiedenis ervan.

Maar voor alle duidelijkheid: het Indië-Nederland monument aan het Olympiaplein is echt een totaal ander Indisch monument, als waar donderdag 15 augustus in Den Haag het eind van de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië werd herdacht.

Op 15 augustus herdenken ze in Den Haag het einde van de bezetting van Nederlands-Indië door de Japanners. Maar in Amsterdam-Zuid gaat het monument in wezen over de bezetting van Nederland van de Indische archipel.

Tentoonstellingscurator Michiel Romeyn van de Amsterdamse sculptuurbiennale #ArtZuid (altijd in voor grappen vanuit zijn Jiskefettijd) had graag het huidige Indië-Nederlandmonument op het Olympiaplein, dat herinnert aan de glorie van de koloniale overheersing van Nederland over Indonesië, alsnog willen opblazen, zei hij bij de opening van Art Zuid, om er vervolgens als curator dan daarna de duim omhoog van kunstenaar César (1921-1998) in te zetten, die nu als sculptuur op de Minervalaan is neergezet.

FB_IMG_1565910771157.jpg

Witverf-acties van Provo, een bomaanslag in 1967, het stelen van de bronzen plaquette van generaal Van Heutsz (1851-1924), – degene die de opstandige Indonesische bevolking van Atjeh wist “te pacificeren”, zoals we in onze geschiedenisboekjes eufemistisch leerden op school – en zélfs de verandering van de naam van het Van Heutszmonument in Indië-Nederland monument, hebben nog nooit geleid tot een goede oplossing voor dit pijnlijke koloniale verleden.

De duim van kunstenaar César en van komiek Romeyn kwam er niet. Wel de Indische Waternimfen. Althans zo ben ik ze gaan noemen, die bronzen dames van beeldhouwer Nic Jonk (1928-1994), indachtig het “sprookje van Fabiola” in de Efteling, over Indische waterlelies waarbij sterren, bij Volle Maan, in waterlelies worden omgetoverd en als waternimfen moeten dansen.

INDISCH SPROOKJE

43424986-b904-4416-9995-faef1d65deaa.jpg
Waternimf in een waterlelie in het Eftelingsprookje De Indische Waterlelies

Als schone waternimfen in de Indische oceaan staan de gladgepolijste bronzen van Nic Jonk, in het water rond het huidige Indië-Nederlandmonument. En daar zit ‘m nu net het probleem. Mijn verwarring.
Het monument wordt er sprookjesachtig en romantisch door. Ik zie ineens literatuur over baboes en klamboes voor mijn ogen. Of hoor het meeslepende liedje van de Indische Waterlelies uit de Efteling in mijn oren.

Ik kan ze nu wel heel poëtisch – met veel waterspetters – gaan fotograferen, zoals ik deed op een snikhete 25 juni-dag in een fotoreportage op mijn columpagina op Facebook, maar lieflijk WAS het niet, die Nederlandse bezetting van Indonesië.
Het was geen sprookje, het was helemaal niet lieflijk, niet voor de Indonesiërs.

20190816_000618.jpg
details van het Indie-Nederland monument op het Olympiaplein

Misschien was de Nederlands-Indische literatuur sprookjesachtig, vol heimwee en geheimenissen. Nooit vergeet ik de eerste verfilming op tv van het boek “De Stille Kracht” van Louis Couperus, met een naakte actrice Pleuni Touw onder de douche, die plots onder de bloedspatters zat. Brrr. Dat maakte wel indruk. Stille Krachten. Oosterse sferen.

Door de Indische locatie zetten de naakte vrouwenbeelden van Nic Jonk mij meteen op het been van de Nederlandse kolonisator die het Indisch vrouwelijk schoon niet kon weerstaan en voor een hele schare – al of niet erkende – “Indische” kinderen heeft gezorgd, al of niet uit buitenechtelijke relaties, al of niet in overeenstemming met de wens of wil van de “inlandse” vrouwen. Het heeft een hele Indo-bevolking opgeleverd.

Soms werd de Indonesische vrouw gewoon in haar eentje terug naar de kampong gestuurd en werd het Indische “halfbloed” kind volledig op Nederlandse leest opgevoed en geschoold. Het Niod schat dat er zo’n 1 à 2 miljoen Indo-Europeanen in Nederland wonen.

1050258.jpg

Door de vrouwenbeelden van Nic Jonk komt de oosterse liefelijkheid van de Indische archipel met haar 14.572 eilanden met zijn mooie vrouwen meer naar voren. De verovering, bezetting en de strijd om Indië valt weg.

20190518_225847-1.jpg
details van het Indië-Nederland monument

Het is de schoonheid dus van dit monument, met dat water en die beelden, die mij verwart. Het is alsof de bakstenen meterslange ronde muren de Indonesische archipel met haar eilanden willen omarmen, koesteren. Die waterpartij is superfunctioneel, terwijl tal van gebeeldhouwde halfreliefs het Indische leven uit de koloniale tijd verbeelden.

Beeldend kunstenaar Frits van Hall, geboren op Java in 1899 en in 1945 als communistisch verzetsstrijder vermoord in een Pools concentratiekamp, heeft ook altijd gevonden, dat er op zijn ontwerp net zo goed “Merdeka” had kunnen staan. Vrijheid.

maar tja…..ondertussen staat er wel sinds 1935 – en nu nog steeds! – boven de waterpartij het Nederlandse gezag te gloreren, gesymboliseerd als een vrouw met een wetsrol in haar hand, geflankeerd door Nederlandsche leeuwtjes.

20190812_142423.jpg

17 AUGUSTUS

Maar op een gegeven moment was het Indische sprookje uit. Twee dagen nadat de Japanners als bezetters van Nederlands-Indië bakzeil haalden, dachten de Indonesiërs: maar nu willen we die Nederlandse bezetters ook niet meer, 17 augustus is de dag van het uitroepen van de onafhankelijkheid (Hari Proklamasi Kemerdekaan Republik Indonesia). Ze vieren feest vandaag.

Op 17 augustus 1945 greep de Indonesische bevolking de bevrijding van de Japanners aan om zich in een Proklamasi onafhankelijk van Nederland te verklaren. Nou, dat zag Nederland niet zitten natuurlijk. En tot 1949 volgde toen een bloedige Onafhankelijksheidsoorlog, waarbij “onze jongens” (zoals dat óok al zo gekleurd heette) naar het opstandige Indonesië werden gestuurd. Iedereen kent of heeft wel ergens éen of ander familielid of oom, die zijn diensttijd toen in Indonesië moest uitdienen.

De Proclamasi van 17 augustus 1945 is pas in 1949 door Nederland erkend.

Op 15 augustus verscheen er in het Parool een artikel, waarin het exact ging om wat mij nu dwars zit. Waarom wel aandacht voor de Nederlandse slachtoffers uit de Jappenkampen en de Indische afstammelingen van Europeanen bij het Indisch monument in Den Haag en géén aandacht voor de Indonesische slachtoffers, die door Nederlandse militairen zijn gemaakt nà 1945.

In het Parool-artikel pleitte historicus Lara Nuberg om één en ander te combineren. Een artikel naar mijn hart.
Amsterdam heeft helemaal geen Indiëherdenking zoals Den Haag. Maar Amsterdam heeft wel een raar “koloniaal” monument, dat Indië-Nederland-monument heet.

Video van de Nic Jonk Beelden in het water van de Indische archipel. Klik:


In zijn eigen beeldentuin in het Noordhollandse dorpje Grootschermer staan de bronzen vrouwensculpturen van Nic Jonk langs de sloot of ze lijken er in te duiken of kijken uit over groene weilanden. Op het Olympiaplein is het Indische eilandenrijk hun omgeving, met waterstralen en al…

  1. https://www.parool.nl/columns-opinie/amsterdam-initieer-een-inclusieve-indieherdenking~b880771f/?utm_campaign=shared_earned&utm_medium=social&utm_source=copylink

Een kunstwerk: een gebruiksaanwijzing

Als het kunstwerk van Matthew Darbyshire in Amsterdam binnenkort wordt onthuld, bestaat voor het eerst het Franse woonadres 11 Rue Simon-Crubellier in werkelijkheid. Omgetoverd vanuit fictie, vanuit een roman, naar een monumentaal kunstwerk op het Stadionplein: als betonnen 3-kamerappartement van 65 m² met bronzen meubels in zwart.
Nergens anders ter wereld bestaat de 11 Rue Simon-Crubellier. Een kunstwerk met zo’n naam vraagt om verder onderzoek. Wat is dat voor adres, waarvan Matthew Darbyshire niet de eerste kunstenaar blijkt die zich hiermee bezighoudt?

1040164

11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire. Stadionplein, 2018

Darbyshire (1977) heeft als Brit het woonadres uit een Franse roman van Georges Perec (1936-1982) als titel gekozen, zegt hij desgevraagd, omdat hij dat wel “romantisch” vond en in het kader van de huidige Brexit-discussie wel een mooi statement. Een Nederlandse titel vond hij wat obligaat. Hoewel ik dat niet meteen begrijp (bij een gemeenteopdracht vanuit Amsterdam) maakt hij zijn kunstwerk er wel veel intrigerender door, veel internationaler. En dat is slim van de Brit.

Australische videokunstenaars gingen in 2004 al op zoek naar de 11 Rue Simon-Crubellier, in een multi-mediaproject rond de straatnaam, om te kijken of een verzonnen adres uit een roman werkelijkheid kan worden, louter omdat je ernaar op zoek gaat. Op You Tube is te zien hoe ze ambtenaren met vragen over het niet-bestaande adres gekmaken.
Art-video 2004, kijk online, deel 2: “Searching for Rue Simon-Crubellier”:

Een Belgische striptekenaar Brecht Evens (1986) heeft in 2015 het flatgebouw geïllustreerd.

1453377443852

La vie Mode d’emploi, Perec par B. Evens. Illustratie Brecht Evens

Een andere kunstenaar, Max Richter (1966), een Britse componist van Duitse oorsprong die dit jaar nog in het Concertgebouw een zgn. ‘Sleep-concert’ gaf van 8 uur lang, wijdde in 2008 een meditatieve compositie aan de Simon-Crubellierstraat.
Muziekvideo “Circles From The Rue Simon-Crubellier”: luister online:

In 2018 nu sleept de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire het fictieve adres in 3 D, als sculptuur, de werkelijkheid in. “Concrete” is het Engelse woord voor beton. De Brit heeft een fictief adres in grijs beton concreet gemaakt. Als Environmental Art, op het Stadionplein. Je kunt erin gaan zitten.

1040079

Op verzoek van bewoners, die een fontein als kunstwerk wilden, zijn er “waterelementen” in opgenomen

11

9200000052067929

In juni 2017 tijdens een studieavond – vol met Perec-ologen – van Atheneum Boekhandel en de Universiteit van Amsterdam werd me voor het eerst duidelijk dat het huisnummer 11 door de Franse schrijver, die het adres verzon, niet zómaar gekozen is.
Georges Perec is bekend met getallensymboliek, vanuit de Joodse kabbala. Cijfers, getallen en wiskundige formules blijken essentieel voor de Frans-Poolse Joodse schrijver (1936-1982).
De hele roman van 511 pagina’s over bewoners in een groot Parijs’ flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier kun je niet loszien van ander werk van Perec. Het woonadres blijkt vooral een metaforisch levensverhaal over hemzelf te zijn.

20180923_123306B

Dr. Manet van Montfrans, gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, verbonden aan de leerstoelgroep Moderne Europese Letterkunde is gepromoveerd op Perec en heeft een zeer leesbaar boekje geschreven, dat als handleiding kan dienen om de roman beter te begrijpen. “George Perec: een gebruiksaanwijzing“.
Een knipoog naar de Nederlandse vertaling “Het leven een gebruiksaanwijzing” van de Franse roman: “La Vie Mode d’emploi”.

s-l300

Perec is in Frankrijk bepaald geen onbekende. Er is notabene een asteroide, een kleine planeet, naar hem vernoemd, dus als wij in Nederland Perec slechts in kleine kring kennen, zegt dat meer over ons dan over de Franse schrijver.
Hij heeft 2 belangrijke Franse literatuurprijzen gewonnen, stond op een Franse postzegel, er zijn straten naar hem vernoemd, een school en verschillende bibliotheken. Hij wordt gezien als een (jong gestorven hedendaags) schrijver, behorend tot de Grote Klassieken.

TRAUMA

Essentieel voor Perec en zijn hele oeuvre blijkt: het op transportstellen naar Auschwitz van zijn moeder op 11 februari 1943. Zij werd tijdens een razzia uit zijn geboortehuis in de Rue Vilin in Parijs gehaald. Ook zijn tante en 2 opa’s “verdwenen” in de oorlog. Perec was zes jaar toen hij in 1942 voor het laatst zijn moeder zag. (Zij bracht hem in een Frans bergdorp in veiligheid). Hij was 4  toen zijn vader sneuvelde in 1940 als soldaat in het Franse leger.
Ik heb geen jeugdherinneringen aan mijn ouders,” zegt hij daarover, in een intrigerend verzonnen boek over zijn jeugd: “W en de Jeugdherinnering”, waarop ik in een volgend blog nog terugkom i.v.m. het Stadionpleinkunstwerk. En: “Mijn moeder heeft geen graf”.

Het thema Verdwijnen, oplossen in het Niets blijkt het kernthema van Perec. Ook op de 11 Rue Simon-Crubellier (volgend blog).

Ook het woonadres uit zijn jeugd aan de Rue Vilin verdwijnt, als na de oorlog de Parijse wijk verpaupert en op de schop gaat voor nieuwbouw. Perec legt dan met pen en papier en ontelbare zwart-wit foto’s een gigantisch gedetailleerd archief aan over die straat uit zijn jeugd. Als een soort stadsarchivaris of socioloog, in een poging het verleden vast te houden. (zie: video onderaan)

Plaque_perec

Bordje “Verdwijning” door Christophe Verdon, als eerbewijs aan Georges Perec. Café de la Mairie, Place Saint-Sulpice Parijs

Ook schrijft hij een belangrijke roman waarin de letter e verdwenen is. Een essentiële letter in het Frans.

Samen met een jeugdherinnering aan een soort Hebreeuwse letter, die lijkt op een J, vormt het boek over de verdwenen letter E en zijn latere boek over zijn jeugd, waarin hij een eiland W verzint, zich tot het woord JEW, zo leer ik uit de fascinerende Franse documentairefilm over Perec. (zie onderaan).

P1030924

11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum

Als eerbetoon aan zijn gedeporteerde familie en de verdwenen straat uit zijn jeugd richt Perec dan, in zijn fantasie, een giga flatgebouw op aan de 11 Simon-Crubellier, in zijn magnum opus “Het leven een gebruiksaanwijzing “. Hij propt het boordevol met mensen en met spullen.
Hij laat dat de oudste bewoner van het pand, de schilder Valène, in feite vertellen: een kunstenaar die een dwarsdoorsnede van het flatgebouw wil schilderen (p.239/138)

Hij zou zelf op het schilderij voorkomen, op de manier van de renaissanceschilders, die altijd (-) een heel klein plaatsje voor zichzelf reserveerden (-) alsof hij niet wilde dat het opgemerkt zou worden, alsof het alleen maar een signatuur voor ingewijden moest zijn (-) als een waakzaam spinnetje dat zijn glinsterende web weeft (-)
“alleen al de voorstelling die hij zich maakte van dat opengebroken pand dat de scheuren van zijn verleden (-) toonde (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)”

Het flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum, als praalgraf.
Als je meer weet over Perec , dan herken je in het antiekwinkeltje onderin het flatgebouw de kapperszaak van zijn vermoorde moeder en in de levensverhalen van alle bewoners – én in hun voornamen – stukjes en beetjes van verdwenen familieleden van Perec. Of andere boeken van Perec.
Wat een vernuftig, complex bouwwerk, dat boek!!! Ingewikkeld, taai, maar mateloos intrigerend hoe iemand zijn oorlogstrauma’s verwerkt in literaire fictie. Met een fascinatie voor alledaagse spullen. Alsof je met al die materie het verleden bij je kunt houden.

1040167

42 zwarte objecten

Hoewel het Zwart in het kunstwerk van Matthew Darbyshire nogal opvalt, zegt de Brit mij, niet zozeer uit biografische redenen voor de straatnaam van Perec te hebben gekozen. Meer is hij gefascineerd door de enorme complexiteit van Perec’s boeken, de ingewikkelde structuur ervan en de zelf opgelegde regels en inperkingen.

Zo heeft de schrijver bijvoorbeeld in elk woonvertrek aan de 11 Rue Simon-Crubellier en in elk hoofdstuk 42 objecten willen onderbrengen. Geen 43, wat naar 1943 zou kunnen verwijzen. Maar 42.
Er ontbreekt er bij Perec altijd éèn.
Zoals de letter e ontbrak in een boek, zo beschrijft hij van de 100 woonvertrekken aan de voorkant van het flatgebouw er maar 99.
Of: in 1942 zag Perec zijn moeder voor het laatst.

1040096

Citruspers van Alessi/Philip Starck en mixer van Smeg

Vervolgens tel ik 38 designobjecten in het kunstwerk van Matthew Darbyshire, maar als ik de zwart-bronzen douchekop, 2 kranen en wc-bril in brons meereken, kom ik op 42 zwartbronzen objecten. (Als ik de Imac op het bureau met toetsenbord als 1 reken).
Op deze manier verbindt Darbyshire zich vermoedelijk aan Perec. Meer om formele, dan om biografische redenen.

DARBYSHIRE

Vooral die inperkingen die Perec zichzelf oplegt, intrigeren Darbyshire. Zelf heeft hij het zich ook niet gemakkelijk gemaakt, door zich in zijn interieurkeuze van het Stadionplein-appartement te beperken tot alleen design-meubels, die in Nederlandse musea staan en/of in Nederlandse winkels te koop zijn. Om zich vervolgens vrijwillig te laten inperken door buurtbewoners, die hij liet kiezen uit een selectie van 5, per design-object.
M.a.w.: de kunstenaar koos 5 designbanken uit en Stadionbuurtbewoners kozen daaruit de bank van Jan de Bouvrie. Zijn eigen opsommingslijsten brengt Darbyshire zo in verband met de lijstjes die Perec graag maakt in zijn boeken.

Max Richter benadert met zijn muziek Perec vermoedelijk het meest inhoudelijk. Vooral als ik zie dat Richter ook een compositie heeft geschreven over de Rue Vilin, de straat uit Perec’s jeugd, de straat van de razzia, denk ik:
Als je dàt doet, ja, dan heb je Perec “begrepen”.

In een volgend blog laat ik zien welke metafoor Perec aan zijn 11 Rue Simon-Crubellier gebruikt voor het verdwijnen van zijn Joodse familie.
(wordt vervolgd)

  • Op You Tube zijn er talrijke Franstalige video’s die inzicht geven in de Joodse roots van Perec.
  • In bijgaande film wordt duidelijk hoe zijn jeugd zijn gedetailleerde schrijfstijl, zijn obsessie voor objecten, straten en huizen heeft beïnvloed.

© Overname van gedachtengoed uit deze column: graag met bronvermelding

Dit is deel 2 in een serie van 6 blogs over 11 rue Simon-Crubellier

  1. Zie website van mw. dr. M.A.E. van Montfrans: http://www.manetvanmontfrans.nl/index.php/2018/12/29/de-rue-simon-crubellier-in-amsterdam/
  2. Blog 1 over Zwart in 11 Rue Simon-Crubellier;
    https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/17/het-gevoel-van-zwart/
  3. Blog 3 over de boekinhoud: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/04/het-leven-een-puzzel/
  4. Blog 4 over de plaats van dit kunstwerk in het werk van Mathew Darbyshire: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  5. Blog 5: Stadionbuurters als bezoekers van het kunstwerk 11 rue Simon Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2018/12/01/anybody-home/
  6. Blog 6: “What’s in a name”, over de Joodse context van 11 rue Simon-Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2019/05/01/whats-in-a-name/
  7. Zie film van Australische kunstenaars: Searching for 11 Rue Simon-Crubellier, dl 1: https://youtu.be/WE_zH3D0mNM

Tram 16: Das war einmal

4222237338_fcd887aae4_b
Tram 16 bij het pleintje in het Olympisch Kwartier, waar Eos-en Hestiastraat elkaar kruisen

Tram 16. Ooit had ie zijn eindhalte op het oude pleintje voor mijn serreramen, middenin mijn woonwijk, waar toen nog geen nieuwbouw stond. Ik bedoel maar: er verandert wel vaker wat in Amsterdam in het lijnennetwerk van het openbaar vervoer. Maar dit weekend, zondag 22 juli, verandert er wel heel véél in Amsterdam.

Met de opening vandaag van de nieuwe ondergrondse metrolijn – van Amsterdam Noord naar Amsterdam Zuid – gaat de komende uren alles op de schop: veranderen praktisch alle bus-en tramlijnen qua route, alle vertrektijden en alle informatieborden op haltes worden aangepast, want alles moet aansluiten op die ene centrale metrolijn., de ruggengraat van de stad.

Het is de grootste verandering sinds de komst van de paardentram”, zei GVB-directeur Alexandra van Huffelen daar eerder over”, meldt Trouw vandaag.

Diverse bovengrondse tramverbindingen uit allerlei wijken verdwijnen of worden ingekort tot aan het traject van de NoordZuidlijn, waardoor overstappen op de ondergrondse een noodzaak wordt.  De stad bovengronds moet daardoor rustiger worden. Dat, althans,  is het idee.

Ook tram 16 naar Zuid moet eraan geloven, na 105 jaar geschiedenis. Op het informatiebord op de tramhalte bij het stadion was hij zaterdag al verdwenen.

EINDE VAN EEN TIJDPERK

023a
Een zondagmiddag in de Stadionstraat, 4 mei 1958. Nu: Eosstraat

Het is zondagmiddag 4 mei 1958 op bovenstaande foto in de huidige Eosstraat, de toenmalige Stadionstraat. Het is koud, rond de 10 graden. Tram 16 is ingezet als extra vervoersdienst naar het Olympisch Stadion voor een Interland- voetbalwedstrijd tussen het Nederlands Elftal en Turkije.
Het wordt een sof, die wedstrijd op 4 mei 1958. Voetballer Abe Lenstra is 37, Coen Moelijn 21 jaar jong. Nederland verliest met 1-2. Lenstra schrijft in dagblad Het Vrije Volk van maandag 5 mei, dat hij zich ziek voelde en een strafschop overliet aan een ander. Ik zie blije Turken op de foto in het Vrije Volk, met voetbalshirts met de halve maan erop met ster. Op http://www.sportgeschiedenis.nl bespreekt sporthistoricus #Jurryt van de Vooren de wedstrijd: https://sportgeschiedenis.nl/sporten/voetbal/4-mei-1958-oranje-verliest-van-turkije/

23_004
Jaren 30: Drukte van voetbalsupporters bij tram 6 bij het Olympisch Stadion

De twee tramsporen naar het Olympisch Stadion lagen er al vanaf 1928, toen de tramlijnen 6 en 23 voor het transport zorgden van publiek naar de Olympische Spelen.
Die rails werden ook daarna gebruikt bij enorme drukte van voetbalsupporters op zondagmiddag. Sinds de opgehoogte betonnen extra ring van 1937 konden er 64.000 mensen in het Olympisch Stadion.

1959STAdiontraatEOS
1959: het pleintje op de hoek van de huidige Eosstraat en Hestiastraat. De twee tramsporen werden gebruikt voor extra vervoer van voetbalsupporters naar het Stadion. In 1948 kreeg tramlijn 1 er zijn eindhalte, in 1971 tram 16 . Later kwam tram 6 er ook weer bij.
16-946970Stadionstraat13-4-19791487
1979: In de huidige Hestiastraat, op weg naar het Stadion. In de verte: het vroegere Frans Ottenstadion

PLEINTJE IN DE HESTIASTRAAT

P1030534
Pleintje in de huidige Hestiastraat, vroeger decor van komen en gaan van tramlijnen 1 , 6, 16
6552986043_a049b27a23_z
het pleintje in de Stadionstraat (hoek Eos-Hestiastraat). Eind- en beginhalte van tram 16
021
1983: Stadionstraat/huidige Hestiastraat

Tram 1, tram 6, tram 16, : hun route en eindhalte veranderde vaak, maar ooit hielden ze kwartier op het pleintje schuin voor mijn raam in het Olympisch Kwartier.
Tram 16, die vandaag zijn laatste rit rijdt, heeft sinds 1913 bestaan, 105 jaar lang en werd in de loop van de eeuw steeds zuidelijker doorgetrokken. Hij groeide mee met het oprukken van de stad in zuidelijke richting.
In 1923 werd ie doorgetrokken naar de Amstelveenscheweg – met sch geschreven 😃 – met een eindhalte bij de Havenstraat (bij het huidige Haarlemmermeerstation). In 1971 werd de lijn zuidwaarts verlengd tot aan het Stadionplein, via (een lus door) de Stadionstraat, de huidige Eosstraat en Hestiastraat. In 2003 werd de 16 nog verder zuidwaarts doorgetrokken naar de VU, via de Amstelveenseweg, De Boelelaan en de Gustav Mahlerlaan.
Tot aan dit weekend. Nu de NoordZuidlijn ondergronds duikt.

P1030602
21 juni 2018: de historische museumtram 16 – uit 1918 – rijdt voor het laatst voorbij het Olympisch Stadion

21 JUNI: DE LAATSTE DAG

Met de jongens van de Historische Museumtramlijn kachel ik deze zaterdag in een motor-_en bijwagen uit 1918 nog 1x vanaf het Stadionplein naar het CS. Buiten is het snikheet, maar binnenin is het heerlijk fris, omdat er open balkons zijn. Geen airco nodig, in zo’n historische tram.
Via de linkerdeur, die gesloten wordt met een hekje, stap je het balkon op. Via rechts uit. De houten banken en schuifdeuren met messingbeslag glimmen je tegemoet, een olielampje achter glas is er voor nood, tekstbordjes verbieden het dragen van  “onbeschermde hoedenpennen” en verbieden pruimtabak-kauwende passagiers “te spuwen”. Ook mag je niet  “rooken of een brandende sigaar, cigarette of pijp in den wagen mede brengen” en “men wordt beleefd verzocht den aandacht van den wagenbestuurder niet af te leiden”.

Een Marokkaans jongetje van een jaar of 12, met ogen glimmend van de pret, kan het niet bevatten dat deze tramwagen al 100 jaar oud is. Hij slaat zijn hand voor zijn mond. Het is toch ook erg, dat dit Rijdend Historisch Erfgoed zelf ook in haar bestaan wordt bedreigd nu de gemeente nieuwbouwplannen heeft voor het terrein achter het Haarlemmermeerstation, waar de Museumtram haar wagens stalt. De enthousiaste mannen van de Museumtramlijn doen alles als vrijwilliger. Ook  vandaag.
P1030566Nog eenmaal ga ik de Amstelveenseweg over en door de Lairessestraat heen. Lijn 16: das war einmal.

P1030620
Tram 16 op zijn laatste dag. Op de hoek van de Eosstraat, de vroegere Stadionstraat

VIDEO (online klikken):

  • Zie eerdere columns over de Noord-Zuidlijn: “Ondergronds Zuidwaarts”
  • “Station Febo”: over het nieuwe station in de Pijp: https://wp.me/p5FQtR-32y

 

 

 

 

De ziel van een kroeg

P1030461Je komt bij Bos niet om een vrouw te versieren. Of andersom” zegt een oude klant, in een prachtig verhalenboek over Café Bos aan de Amstelveenseweg. Het boek verscheen in 2012 toen de buurtkroeg 100 jaar bestond. “Om te beginnen komen er niet zo veel dames en ten tweede zijn de klanten er niet op uit om een avontuur te beginnen”. 

P1030436.JPGDe inmiddels 106 jaar oude bruine kroeg gaat deze zomer ter ziele. Buurtgenoot, kinderboekenschrijver Karel Eyckman, vroeger IKON-tv programmamaker en al meer dan 30 jaar stamgast van Bos, typeert – net als anderen in het jubileumboek – het café als zowel (jarenlang) een mannenkroeg als een huiskamer: “Ik ben niet buitengewoon goed in het leggen van contacten, maar je went aan elkaar, je ziet elkaar met enige regelmaat en de alcohol doet simpelweg de rest”.

In de krakersjaren tachtig laat Eyckman meerdere kinderboeken afspelen rondom Bos. In Sneeuwwitje en de zeven krakers verhaalt hij over een pubermeisje dat in de gekraakte buurtbioscoop Victoria aan de Sloterkade woont en in Bos wacht op haar companen:

Doe die kleine meid daar een kleintje pils van mij’.
Het was alweer dezelfde Ome Jan.
“Monika, eentje tegoed van Ome Jan’, zei de jongen achter de bar. Toch knap van zo’n jongen om zo snel haar naam te onthouden.
“Of moet je geen kleintje van me, haha”, grinnikte Ome Jan. “Dat kleintje van Ome Jan gaat er altijd wel in, overal, haha. Niet waar, Kees?”
Altijd die mannen weer.
Monika kon er nu even niet tegen, dat soort ongein.”

P1030452ALCOHOL

Zelf kwam ik er niet als vrouw alleen. Als ik er kwam, sporadisch, dan kwam ik er met mijn hoofdredacteur, ’s avonds laat rond elven, als hij me – na een veel te lange zetterij-sessie of een uit de hand gelopen redactievergadering – als een gentleman per auto naar huis bracht, maar niet nadat we even bij Bos staand aan de bar wat hadden “ingenomen” om de droge werkkelen te smeren. Soms zonder dat er een avondmaaltijd genuttigd was.

“Ze kijken naar ons” zei hij dan wel eens met een grijns, daar aan die mooie oude bruine tap met spiegelwand. Ik had dat niet zo door, dat gekijk, en misschien zei hij het slechts om me te teasen, maar er kwamen wel meer journalisten en schrijvers, en door me zo bewust te maken hoe anderen naar die combi van hoofdredacteur-met-blonde-jonge -redactrice keken, ging ik me dan toch wat ongemakkelijk voelen.

Zijn vrouw, die ook bij ons werkte, vroeg wel ‘es zo’n volgende dag, of ík er dan niet voor kon zorgen, dat haar man wat vroeger naar huis kwam, en eens goed ging eten, zonder al dat bier. Ik vond dat niet zo in mijn functieomschrijving passen eerlijk gezegd, om hem naar huis te sturen. Het was de verantwoordelijkheid van de man zelf, vond ik.

cafebos
Tekening: Peter van Straaten; Café Bos
1912

P1030456

Het café opende in 1912 aan de toenmalige zuidrand van de stad, vlak naast een gevangenis, die daar al sinds 1890 stond, het latere Huis van Bewaring. Zo’n café, ook in de looproute naar het voetbalstadion (1914) op het Stadionplein even verderop en het Olympisch Stadion (1928), maar ook tegenover de Sint-Agneskerk (1919) aan de overkant van de Amstelveenseweg en tegenover de Valeriusstraat, genoemd naar een Nederlandse dichter/componist uit begin 17e eeuw, alwaar de statige Concertgebouwbuurt eigenlijk al begint – trekt een wonderlijk gemêleerd publiek. En die mix van publiek is nou precies altijd de charme van café Bos geweest, begrijp ik uit de verhalen.
P1030453SCHRIJVERS EN TRAMCONDUCTEURS

Café Bos ligt sociologisch precies goed” vertelt schrijver Eyckman, tegenwoordig bewoner in het Olympisch Kwartier, maar jarenlang woonachtig in die Valeriusstraat. Hij wijst op café Welling in de Concertgebouwbuurt met één en hetzelfde soort artistiek Zuid-publiek. Maar bij Bos kwam van alles: de loodgieter uit de Vaartstraat, de pianostemmer, een hoornist van het Concertgebouworkest met hoorn, na afloop van zijn concert; Piet Muizelaar (van het vroegere Revue-duo Snip en Snap) met zijn revuedanseres.

Maar je hebt ook de kant, waar het Huis van Bewaring staat en alles wat daarnaast en achter is gebouwd. Tegenwoordig spreek je niet meer over arbeiders, maar die woonden wel in de straten rond de Zeilstraat. Zo kwamen er bij Bos ook gedetineerden onmiddellijk na hun ontslag uit het Huis van Bewaring.”P1030446Ook tramconducteurs komen er ’s avonds na hun dienst een afzakkertje halen: de kroeg ligt vlakbij een tramremise sinds 1914, waar tramlijnen ’s nachts op honk gaan. Ook kolenboeren vroeger, die bedrijfjes op het Haventerrein achter het Haarlemmermeerstation (1915) hadden. Of ambulancebroeders, vanuit het ambulance-hoofdkantoor naast het Haarlemmermeerstation.

106 JAAR

In 106 jaar heeft de buurtkroeg uiteraard verschillende uitbaters gehad. Jarenlang heette het Café Loos, maar sinds de jaren vijftig kent de buurt de tent als café Bos. Een café waar getoept en zelfs nu nog deels gerookt kan worden; met twee gokkasten en over-de-top kerstversiering in december.

P1030447
De laatste jaren runden Anita en Hans Peter van HeusdenHP – het café. Er kwamen muziekavonden, haringparty’s, samen tv-kijken naar voetbal- en rugbytoernooien. En een pan snert voor de deur, tijdens de Amsterdamse marathon in oktober.

LIEVE AMSTERDAMMER

P1030442Op zondagmiddag 24 juni a.s. is er om 16 uur live-muziek van de “Alsjemaargelukkigband“, een vervroegd afscheidsoptreden, want op 1 augustus, als HP 74 jaar wordt, gaat café Bos dicht.

De investeerders van de huizenpandjes rondom Bos, tevens eigenaars van de kroeg, veranderen de etages boven het café in luxe appartementjes; de WOZ-waarden van de huizen in Zuid vliegen omhoog en nu willen ze ook een ander type etablissement downstairs.

De bruine kroeg in Zuid is uit.

Met de driedubbele huur die daarvoor gevraagd gaat worden, moet er een totaal andere klantenkring komen. Een kring, die geen eigenmerk Bos-jenevertje meer drinkt,  maar tapas wil en oesters of chique cocktails.

HP heeft er geen zin meer in op zijn 73e. Het is: time to move.

Op 5 mei werd hij, op initiatief van zijn klanten, geëerd om als Lieve Amsterdammer aan te schuiven bij het Bevrijdingsdiner onder de bogen van het Rijksmuseum. Wijlen burgemeester Eberhard Van der Laan kwam zelf ook wel eens bij Bos.
Ach,” zegt HP “lieve Amsterdammer…als er zwangere vrouwen in mijn straat zijn, breng ik ze een biefstuk na de bevalling, om aan te sterken. En nu ik met pensioen ga, heb ik nog zoveel liefde over…, ik heb een brief geschreven om clini-clown te worden in het AMC“.
Ook wil hij een roman gaan schrijven en gaan bloggen.

Ik hoor muziek en een rauwe stem uit een autoradio: “The times they are changing“.

  • Gebaseerd o.a. op “100 jaar café Bos” naar een idee van H.P van Heusden, samenstelling eindredactie Dick Walda, 2012
  • Sneeuwwitje en de zeven krakers, Karel Eyckman, 1988
  • http://www.boskastelein.nl

Arena rond Cruijffplein

Eindelijk, de Johan Cruijff ArenA in Amsterdam Zuid-Oost komt er! Welke reden zou de Gemeente Amsterdam dan nog hebben om aan de andere kant van de stad in Zuid het aloude Stadionplein ook nog eens naar Cruijff te vernoemen? De Arenaboulevard die langs het voetbalstadion ligt kun je toch ook heel mooi Cruijffboulevard noemen?

Dat vragen inmiddels zo’n 2500 ondertekenaars van de online – en handmatige – petitie ”Stadionplein moet de naam Stadionplein houden” zich af. In een ”Verzoekschrift tot Intrekking van een Onjuist Besluit” hebben ze zich tot hun college van Burgemeester en Wethouders gewend.

In dat Verzoekschrift zijn ze niet over één nacht ijs gegaan. In een lijvig en gedegen beargumenteerd betoog van 10 pagina’s erkennen ze dat Johan Cruijff vernoemd en geëerd moet worden door de stad Amsterdam met een mooie stedelijke locatie, maar tonen ze aan dat het Stadionplein daar huns inziens niet de juiste plaats voor is.

DSC06366(1)
Het vernieuwde Stadionplein: links een huizenblok van BouwInvest, rechts de horecagelegenheid Het Proeflokaal

Ze vragen zich af of de gemeente haar werk in dit geval ook wel goed gedaan heeft. Slechts in uitzonderlijke gevallen vindt er nl. een naamswijziging van een bestaande straatnaam plaats. Daar moeten dan wel heel erg zwaarwegende redenen voor zijn. Nieuwe naamgeving moet bovendien wettelijk aan maar liefst 12 criteria voldoen. En dat doet de naam “ Johan Cruijffplein” niet, tonen de opstellers van het Verzoekschrift aan.

Het ene na het andere toetsingscriterium wordt in het Geschrift van inhoudelijk commentaar voorzien en afgeserveerd als ”onvoldoende getoetst”. Het meest eenvoudige en in het oog springende is nog wel, het criterium dat Amsterdam als regel heeft dat iemand vijf jaar overleden moet zijn, wil iemand vernoemd kunnen worden. Andere steden hanteren daar zelfs een termijn van 10 jaar voor.

GEHEIME DEMOCRATIE

Veel kwalijker vinden de ondertekenaars echter dat de hele procedure tot Naamgeving in dit geval in grote geheimzinnigheid plaatsvindt. Geen enkel document of advies over de naamgeving “Johan Cruijffplein” is openbaar. En dat is bepaald ongebruikelijk, laten insiders weten.

694
Jozias van Aartsen, waarnemend burgemeester van Amsterdam. Foto 2017© Remco Zwinkelsuit

Het is een vergaand besluit, vinden de ondertekenaars van het Verzoekschrift, een besluit dat de historiciteit van de Stadionbuurt beïnvloedt.
Door eigen onderzoek zijn ze erachter gekomen, dat waarnemend burgemeester J.J. Van Aartsen binnen het ambtelijk apparaat een verdeeld advies heeft gekregen van o.a. de Commissie Naamgeving Openbare Ruimten (CNOR) en desondanks zelf zogenaamde “zwaarwegende redenen” moet hebben gehad om dat advies naast zich neer te leggen en te besluiten dat er in Zuid een historische naam ingeruild moet worden om er een Cruijffplein van te maken.

De opstellers van het Verzoekschrift vragen zich af of dat allemaal wel democratisch is. Notabene is wel de familie van wijlen Johan Cruijff bij de besluitvorming betrokken geweest, maar is er verder geen Gemeenteraad bij te pas gekomen, geen buurtbewoner om een mening gevraagd en zijn zelfs niet alle wethouders, zo hebben de opstellers van het Verzoekschrift gemerkt, bij het besluit betrokken geweest. Alle verantwoordelijkheid lijkt voornamelijk te liggen op burgemeestersniveau.

De opstellers van het Geschrift stellen daar grote vraagtekens bij en wijzen er fijntjes op, dat Cruijff niet alleen een groot voetballer was, zoals bekend, maar “ook business” en verwijzen naar de zakelijke belangen van het Johan Cruyff Institute langs het Stadionplein en de Johan Cruyff Foundation, adres: Olympisch Stadion.

Heeft de burgemeester dat allemaal wel goed afgewogen tegen elkaar, vragen ze zich af.

HISTORIE

Het opvallende feit, dat juist het Dagelijks Bestuur van hun eigen Stadsdeel Zuid als enige adviesorgaan binnen het gemeentelijke apparaat positief geadviseerd heeft aan B&W over het Cruijffplein in Zuid, vinden de ondertekenaars getuigen van “geen enkele historische feeling met de Stadionbuurt. Commerciële belangen lijken hier te prevaleren boven cultuurhistorisch behoud”, stellen ze.

Twee belangrijke argumenten voor deze stelling halen ze naar voren in hun geschrift. Plan Zuid en de Amsterdamse School architect Harry Elte.

Allereerst brengen ze de burgemeester en wethouders in herinnering dat vanaf 1 april 2018 Plan Zuid, waartoe het Stadionplein gerekend wordt, is aangemerkt als Beschermd Stadsgezicht, door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. ”Hoewel wij begrijpen dat het daarbij in eerste instantie om bebouwingen gaat, hoort o.i. daar ook onder de historische naam Stadionplein”, schrijven deze Stadionbuurtbewoners..

persfoto2.jpgBij het stedebouwkundig Plan Zuid van begin 20e eeuw was ook de Amsterdamse School-architect Harry Elte betrokken (1880 – 1 april 1944 Theresiënstadt). Het was Elte, die met zijn Elte-stadion, zoals het in de volksmond heette, in 1912 de naamgever werd van het Stadionplein en de Stadionbuurt. Het Olympisch Stadion kwam er pas in 1927, tegenover te staan.

De opstellers van het Verzoekschrift brengen dit hun Waarnemend Burgemeester en Wethouders in herinnering omdat ze het “schrijnend” vinden dat nergens in de Stadionbuurt deze Amsterdamse School – én joodse – architect Elte, herdacht of vernoemd wordt. In tegenstelling tot de architect Jan Wils van het Olympisch Stadion. Naar hem zijn twee bruggen vernoemd.

Het Elte-stadion is na afloop van de Olympische Spelen afgebroken voor woningbouw en afronding van Plan Zuid. Tot in de oorlog, voorafgaand aan zijn deportatie, was Elte Stadionbuurtbewoner aan de Stadionweg.
Nog meer plaatsen laten verdwijnen, die naar Elte verwijzen, vinden de ondertekenaars van het geschrift ongepast.

DAME VAN 104 JAAR

“Op een bepaalde manier, ook al was het wellicht lange tijd een parkeerplaats, is het Stadionplein ook het hart van de Stadionbuurt, dat u eruit wilt snijden,” schrijven ze aan hun waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen.

“Een historisch plein, een Dame van 104 jaar. Wij vragen ons af college. Is Cruijff voor u belangrijker dan een historisch plein? Is Cruijff belangrijker dan Elte? Is Cruijff belangrijker dan de Olympische Spelen van 1928?

Korter dan een buurvrouw het zei, kunnen wij het niet zeggen: ”Het is een belachelijk idee”.

Als u uw besluit toch doorzet heeft uw college in Amsterdam ons vertrouwen in behoorlijk bestuur volkomen verloren”.

75236ab0-31a5-49f7-be99-e524647a0a7a
Johan Cruijff en burgemeester Eberhard van der Laan tijdens de opening van een Cruyff Court in het Amsterdamse Betondorp in 2014. © ANP

TEKEN OOK:

https://www.petities24.com/stadionplein_moet_de_naam_stadionplein_houden?wh

DE GEUR VAN ZUID

paco_rabanne_olympea_eau_de_parfum_spray_30ml

Als een kat zet ik deze weken mijn geursporen uit en verdedig ik mijn territorium in de Stadionbuurt, om het behoud van een historische naam, het Stadionplein. Blijkbaar wil ik de gemeentebestuurders die er plots een Johan Cruijffbuurt in Zuid van willen maken wel een poepie laten ruiken. Een Stadionbuurt zonder Stadionplein: hoe kan dat nou?

Dus ik geef mijn mening via diverse kanalen. Ik vind dat er een luchtje zit aan het onverwachtse besluit van B&W. Een commercieel geldluchtje. Hoe het besluit dan ook tot stand gekomen is, het stinkt, wat mij betreft.

20141219_151010

Nu was ik stomtoevallig deze weken nogal met geur bezig geweest. Ik had voor het buurtkrantje van Huis van de Wijk OLYMPUS een column ingeleverd over de Geur van Zuid, die deze week verschijnt.

Ik was namelijk laatst in een chique parfumlounge hier in de buurt, een Haute Parfumerie. Ze verkopen daar een parfum dat vernoemd is naar de Griekse Hesperiden, zoals de Laan naast het Olympisch Stadion tegenwoordig heet. Daar werd ik nieuwsgierig van.
Hoe ruikt Zuid, dacht ik? Ik verwachtte een appelige geur, vanwege de Griekse nimfen die een tuin met appels moesten beschermen. Wie ervan at, werd onsterfelijk. Maar het bleek een kruidige geur te zijn met o.a. citrus, salie en rozemarijn.

Zuid ruikt naar kak, zeggen ze wel. Stinkend rijk zouden we hier zijn. Ik vind dat altijd zwaar overdreven omdat er hele woonblokken vol sociale woningbouw zijn. Wel gaan delen daarvan steeds vaker in de verkoop, waardoor de gewone kantoorman met zijn huuretage steeds meer uit de Stadionbuurt verdreven wordt.

OLYMPISCHE LUCHTJES

Bij nader inzien blijkt de wijk, behalve naar kak, ook houtachtig te kunnen ruiken, of citroenachtig en kruidig, zoutig; naar saffraan, salie of gember. Of fruitig, naar water-jasmijn of vanille. Alle Grieks Olympische straatnamen uit de Stadionbuurt blijken namelijk in parfum of eau de toilette of zeep vertaald te zijn, ontdek ik online. Theseus, Achilles, Hercules, Apollo, Amazone, Argos, Olympia, Minerva, Clio. Werkelijk alle!

online video:

Het hele Olympisch Kwartier blijkt als geur verpakt in glas: Artemis, Rhea, Aphrodite, Hestia, Eos en ook de Hesperiden. De Olympische goden en godinnen, nimfen en muzen en Griekse helden vormen een enorme inspiratiebron. Niet alleen voor mij. Blijkbaar ook voor parfumeurs.

20180303130915
de geuren van het Olympisch Kwartier
Ik mocht ook ruiken aan een flesje Aurora Nomade in die parfumlounge. Een vrij zoetige geur met banaan, kaneel en nootmuskaat. Aurora is de Latijnse naam voor Eos, de centrale straat in het Olympisch Kwartier en spreekt blijkbaar als Godin van de Dageraad bij tal van parfumeurs tot de verbeelding. Online zie ik diverse Aurora-varianten. Zoals er ook diverse Afrodite-parfums blijken te zijn.
20180220193325
De Stadionbuurt in geur
De Argonauten met hun Argos-schip kom ik als Argos-parfum voor mannen tegen. Minerva, Clio en de Amazonen: ze zijn er grappig genoeg allemaal als flesje. Al zie je Clio eerder als Chloé op de markt. Ook Euterpe, muze van de fluitmuziek, wiens naam in Zuid bezoedeld was door de Tweede Wereldoorlog waardoor zij nu Gerrit van der Veenstraat heet, is een eau de parfum. Voor een Hestia-parfum moet u in het alternatieve, esoterische circuit zijn, waar ze godinnensprays voor in uw huiskamer verkopen.

Hygiea, Godin van de gezondheid, is blijkbaar te clean voor een parfum, maar als lichaamsolie en zeep is ze er wel, zoals Patroclus als geurkaars, Jason als shampoo en deodorant, (geurloos, opvallend genoeg). En Marathon als druppels, om langer te kunnen vrijen. Ook lekker! De vrouw van Jason, de mythische Medea, is wel als parfum te koop.

31PD5ceIK4L

Ik ontdek ook dat de mythologische namen niet aan sekse gebonden zijn. Er bestaan van de maangodin Artemis zowel mannenparfums als merken vrouwenparfum. Idem voor Apollo-geuren, de Griekse God voor de muziek. En ook de mythische Europa zie ik als geur bij het ene merk voor mannen, bij een ander merk voor vrouwen.

De parfumlounge in Zuid maakt dat onderscheid niet. Ze hebben hun boutique op geur ingedeeld, niet op sekse. Je stuurt in een museum een man ook niet naar een ander schilderij als een vrouw, is hun redenering.

DSC06527
Eau d’Amsterdam

Prachtige verhalen kunnen ze hier vertellen over hun producten. ook geven ze geurworkshops. Ze verkopen er avant-garde parfums die bijna nergens in Nederland te vinden zijn. Stinkend duur ja, maar wel een feestje voor je neus. Wat een ervaring!
Die lounge is echt iets anders dan een drogisterij waar ook parfum verkocht wordt. Hier werken geurexperts, geur-designers noemen ze zich, “neuzen” bijna, zoals de vrouw die ook de geur van Amsterdam heeft willen vangen. Hier is Eau d’Amsterdam ontworpen, bedacht door het kunstenaarsduo Tijdmakers: een flesje voor zowel vrouwen als mannen.

IEPENLUCHT

Eau d’Amsterdam ruikt houtachtig, een beetje woest vind ik en is samengesteld uit geurmoleculen van de bladeren en het hout van de iep. De Amsterdamse iep zou je bijna zeggen, want de stad heeft zo’n 75.000 iepenbomen, waardoor er in de lente een witte zee aan iepenzaadjes over de straten ligt, als lentesneeuw.

DSC06547
Lentesneeuw: de talloze zaadjes van de iep verspreid op straat

In april is er al een paar jaar een Springsnow-festival met een wandelroute langs alle iepenbomen in de stad. De Amstelveenseweg in de Stadionbuurt stond er altijd vol mee, maar is vrij recent – ondanks bewonersprotesten – nogal ‘ontiept’. Maar langs de Schinkel, Aalsmeerweg en Hoofddorpplein in Zuid staan ze volop. Op een interactieve kaart van de gemeente kun je exact zien in welke straat en bij welk huis de iep zich bevindt. Je kunt op straatnaam zoeken.

Aqua-Cruyff

En tja, ehhh,,,dan is er ook nog een Spaanse Agua de Cruyff realiseer ik me deze week. Met een y dus, want de Nederlandse ij zorgt internationaal voor uitspraakproblemen.

Mocht de gemeente haar zin krijgen om Cruijff in Zuid te vernoemen, dan komt er over het Olympische bouquet aan geuren en de “headspace” van de iep, zoals dat heet, ook nog een Cruijff-luchtje heen. Naar Spaanse munt ruikt dat.

Al die odeurs te samen zullen dan toch wel behoorlijk stinken, denk ik. Misschien hebben die roddels over Zuid dus toch een grond van waarheid. Of een hart, om in parfumtermen te spreken.

IJzig Zuid

15803565_341541206231690_5261936357575491584_n
Museumplein, Amsterdamsche IJs Club (1887-1937)

Amsterdam viert deze week 125 jaar schaatshistorie. In 1893, op 13 en 14 januari,  was het Jaap Eden (1873-1925) die in Amsterdam Zuid het allereerste Wereldkampioenschap Allround Schaatsen voor Mannen won, op het terrein van de Amsterdamsche IJsclub, op wat nu het Museumplein heet. Begin maart wordt het nieuwe WK Allround Schaatsen in Amsterdam Zuid gereden – voor mannen én vrouwen – op De Coolste Baan van Nederland in het Olympisch Stadion, een initiatief van Rintje Ritsma.

X630_0deb68_Jaap Eden - WK 1895 zittend 640x320[37397]
Jaap Eden (1872-1925), de eerste Wereldkampioen Allround Schaatsen in Amsterdam
1020386

VROUWEN

Vrouwen op het ijs waren in de tijd van Jaap Eden nog niet zo gebruikelijk in de stad. En al helemaal niet bij “internationale hardrijderijen”. Het eerste WK Allround vrouwenschaatsen werd pas in 1936 gereden.

Misschien was de eerste vrouw op het ijs in Amsterdam wel Aletta Jacobs (1854-1924), de eerste Nederlandse vrouw die aan de universiteit was afgestudeerd, de eerste vrouwelijke arts, afkomstig uit Groningen. Ze had haar hele jeugd op het ijs gestaan en trok in 1876 bekijks in Amsterdam. In haar boek “Herinneringen”, pag. 46, schrijft ze:

“De winter was dat jaar (1876-1877) vrij streng. Dagen achtereen bleven de vijvers van het Vondelpark met een stevige ijskorst bedekt (-).
In Amsterdam deden de dames in die jaren niet aan schaatsenrijden. Ook dat was een nieuwtje. Als ik des middags met eenige studenten en een paar zusters of vrouwelijke familieleden van collega’s, die evenals ik uit het noorden kwamen, in het Vondelpark ging schaatsenrijden, stond een breede schare nieuwsgierigen onze evoluties gade te slaan. De bladen maakten er zelfs melding van, met het gevolg dat ook Amsterdamsche vrouwen begonnen schaatsen te rijden.”

f916e886ba7a395642b8a52ee698c7d6
Amsterdamse IJsclub, 1914. Fotocollectie Het Leven (1906-1941), Spaarnestad Photo

Zelf leerde ik (90 jaar later) schaatsen op de Pieter Lastmankade in Zuid, achter het Hiltonhotel, kruislings gekruist aan de arm van mijn moeder. Mijn vader kwam met chocomelk aan de kant. Ook de atletiekbaan op het Olympiaplein werd ’s winters wel opgespoten. Schaatsen op de bevroren kades en Amsterdamse grachten blijft natuurlijk het leukst. Maar wanneer kan zoiets nog?

DSC01130
De grachten in Amsterdam waren voor het laatst in 2012 bevroren

Als het ijs 15 cm dik is, zoals nog in 2012, dan wordt op de grachten de “Keizersrace” gereden, een Kortebaanwedstrijd voor professionals op de Keizersgracht. Met een Keizer en een Keizerin als winnaars. Ronald Mulder, die afgelopen weekend Europees Kampioen op de 500 m werd, werd in 2012 Keizer van Amsterdam bij de mannen. Keizerin werd Annette Gerritsen, Olympisch Kampioene op de 1000 m in 2010.
Het was de laatste winter dat de grachten zo dichtgevroren waren.

AMSTERDAMSE IJSCLUB

Rijksmuseum_schaatser
Momentphotografie 1889

De ijsbaan op het Museumplein, waar Jaap Eden het eerste Wereldkampioenschap won, was bepaald niet zo’n pieterpeuterig baantje, zoals er nu ligt voor kinderen en toeristen in de wintermaanden op de vijver voor het Rijksmuseum, ICE Amsterdam geheten, maar er lag ’s winters een heuse 400 m baan tot aan het Concertgebouw aan toe.
Vijftig jaar lang, vanaf 1887, ging ’s winters de baan van de Amsterdamsche IJsclub open, op wat tegenwoordig het Museumplein heet, aan de Zuidzijde van de toenmalige stadsgrens, in het veenweidegebied tussen Concertgebouw (1888) en Rijksmuseum (1855) en het latere Stedelijk Museum (1895) .

F250_842866_SB_5452HetIJsclubterrein,1897MuseumpleinAmsterdamMuseumklein
1897:Jarenlang was het een landelijke bedoening tussen Concertgebouw en Rijksmuseum, aan de Zuidkant van de stad. Vanaf 1880 werd s’winters een terrein van 760 meter bij 22 meter onder water gezet. Vanaf 1887 kwam daar de Amsterdamse IJsclub. Vijftig jaar lang.

F250_601da6_AmsterdamseIJsclubMuseumplein1927

Om er te kunnen rijden moest je een jaarcontributie betalen van ruim 7  gulden. Dat betekende dat de gegoede burgerij er schaatste, zo lees ik, en het gewone volk er eerder werkte als banenvegers en ”schaatsenbinders”.

FB_IMG_1511990423944

F250_82341f_De-Amsterdamsche-Amsterdamse-IJsclubOp-de-achtergrond-het-Rijksmuseum
1912, In de verte het Rijksmuseum
downloadfile
Vanaf 1903: Clubgebouw van de Amsterdam IJs Club, links: Concertgebouw

F250_8f7195_KaartAdamseIJsclub10

IJSBAANPAD

De naam Jaap Eden bleef verbonden met de stad. De eerste kunstijsbaan van het land, de Jaap Edenbaan, kwam in 1961 in A’dam Oost; destijds de vijfde kunstijsbaan ter wereld.
Terwijl de grens van de stad steeds verder zuidwaarts opschoof, bleef tot 1937 de Amsterdamse IJsclub op wat nu het Museumplein heet en vertrok daarna naar de landerijen achter het Olympisch Stadion, naar een plek waar zomers een kampeerterrein was. ’s Winters werd het terrein onder water gezet. Het IJsbaanpad, een zijstraat van de Amstelveenseweg, herinnert qua naam daar nog steeds aan.

F252_46f6b6_IJsbaanpad IJSbaan AIJC ca.1964 vanuit het clubhuis
Amsterdamse IJs Club aan het IJsbaanpad, vanaf 1937 achter het Olympisch Stadion.  Op de achtergrond de ringdijk, de latere A 10. En het VU Ziekenhuis. 1964
F254_b60043_fotocampingterreinAmsterdamseIJsclub,jarenzestig
Zomers was het terrein aan het IJsbaanpad een camping
F252_360d51_foto'sAmsterdamseIJsclub,winter1979baanveger
Baanveger op het IJsbaanpadterrein, met op de achtergrond het Olympisch Stadion (nog met betonnen rand, dus voorafgaand aan de renovatie)

Ik herinner me uit de jaren 60-70 dat bakker Groenewoud uit de Stadionbuurt, van de hoek Van Tuyll Van Serooskerkenweg met de Agamemnonstraat, uit de bakkerij vertrok om de kantine van het kampeerterrein/annex IJsclub te gaan runnen. En met de bakker vertrokken steeds meer kleine winkeliers uit de buurt.
De natuur-ijsbaan achter het Stadion bleef ’s winters tot 1989. Tegenwoordig liggen er tennisvelden.

COOLSTE BAAN

Ondertussen zijn werklui en technici deze week volop bezig met het aanleggen van de (tijdelijke) kunstijsbaan op de atletiekbaan in het Olympisch Stadion, een technisch hoogstandje met 164 km aan aluminium buizen als koelelement, waar begin maart de Internationale Schaatsunie ISU het WK Allround Schaatsen organiseert.
Het wordt een Amsterdams feestje op wereldnivo. Met hopenlijk, evenals in 2014, een huldiging erbij van schaatsers die bij de Olympische Winterspelen in Zuid-Korea medailles in de wacht gaan slepen. Vanaf 19 januari a.s. gaat de Coolste Baan van Nederland open. Voor iedereen die schaatsen wil.

H16-De-Coolste-Baan-van-Nederland

Kijk online mijn onderstaande videocompilatie van Schaatsen in Mokum: met o.a.:

  • videobeeld van de Keizersrace op de Keizersgracht in 2012
  • videobeeld van de huldiging van 24 Olympische schaatsers in 2014 in het Olympisch Stadion in Amsterdam, op de Coolste Baan van Nederland
  • lees online mijn column “Voetbal-Amsterdammer” uit 2014 , over een Ajax-supporter die voor het eerst in het Stadion naar een schaatswedstrijd ging kijken;-).
    https://www.facebook.com/notes/marion-algra/column-voetbal-amsterdammer/692842550757013/

Bronnen:

 

Station FEBO

P1000634
Deze méters diepe roltrap komt uit op het 16,5 m diepgelegen eerste perron van metrostation De Pijp van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. Daaronder, 10 m dieper, ligt het volgende perron, op 26,5 m onder NAP. De ene lijn brengt je naar Noord. De andere naar Zuid. De twee perrons liggen boven elkaar en niet naast elkaar. Het station wordt het diepst gelegen metrostation in Nederland

De FEBO-kroketten van het Stadionplein zijn een begrip voor elke Stadionbezoeker in Amsterdam, maar minder bekend is waar die naam Febo van de landelijke snackbarketen vandaan komt. Het is een afkorting van de Ferdinand Bol, een straat in stadsbuurt De Pijp in Zuid, waar de eerste krokettenbakker ooit zou beginnen. Uiteindelijk begon de bakker niet daar, maar aan de Karperweg, bij de Amstelveenseweg in de Stadionbuurt kroketten te bakken in 1942, waar hij de allereerste automatiek opende in 1960.

P1000654

In die Ferdinand Bolstraat was ik deze week, toen ik met een helm op en bouwlaarzen aan, toekomstig metrostation De Pijp bezocht, één van de nieuwe Noord-Zuidlijn-stations. Pas volgend jaar gaat die beruchte peperdure metrolijn rijden, waarmee je in 16 minuten van Amsterdam Noord naar Amsterdam Zuid kunt ondergronds. Ik was er als bezoeker, tijdens een excursie van Bureau Kunststad.

40 JAAR

Deze maand is het 40 jaar geleden, dat de allereerste metro in Amsterdam ging rijden, in oktober 1977. Tegenwoordig heet dit de Oostlijn, die de Bijlmer met het centrum verbindt. Die metro kwam er destijds niet zomaar. Hele huizenblokken moesten ervoor plat in het centrum bij de Nieuwmarkt, en dat pikten bewoners niet.

Die “Nieuwmarktrellen” uit 1975 herinner ik me nog goed. Ik werkte op dat moment bij het fotopersbureau van het Algemeen Nederlands Persbureau ANP en de fotografen kwamen met hele verhalen “thuis”. Ook mijn chef ging ’s avonds uit het werk de Nieuwmarkt op. Om “rellen te schoppen”. Dat vond ik wel vreemd. Het was ook een aparte man, een oorspronkelijke jonkheer, die een beetje omlaag gesukkeld was. De volgende ochtend lag er een gele metrohelm op zijn bureau tegenover mij en toonde hij zijn schaafwonden. De helm lag erbij als zijn veroverde trofee.

P1000621Nu had ik deze week ineens zelf een metrohelm op mijn hoofd in station De Pijp in de Ferdinand Bolstraat. Ook een veiligheidsvestje met fluoriserende strepen en gele rubberlaarzen met metalen neuzen. Met Bureau Kunststad dook ik ondergronds.
Eerder al was ik beneden in de krochten van de Noord-Zuidlijn in 2011 en in 2014 liep ik tijdens de Landelijke Open Dag van de Bouw door de kale metrotunnel onder het IJ door en in 2015 bezocht ik toekomstig metrostation RAI.

PLAKJE HEIPAAL

2014-03-31 17.57.05Bijzonder is dat ik daardoor thuis een “plakje paal” heb, van één van de heipalen die ruim een eeuw onder het Centraal Station heeft gestaan. Amsterdam is, zoals u weet, gebouwd op palen. En het Centraal Station in 1881 dus ook. Kun je nagaan hoe oud die boomstammen zijn, die voor die heipalen gebruikt werden. Ik kijk wel ‘es geïntrigeerd naar de ringen van het “plakje paal”.
Het Centraal Station stond op 8687 houten heipalen. Zo’n 3000 daarvan moesten worden weggehaald, onder het middendeel van het station, wilde er een nieuwe metrotunnel kunnen worden “ingeschoven”. Een giga  technische bouwklus, terwijl het CS tegelijkertijd moest blijven functioneren.

In 2011 lagen die ‘weggesneden’ houten heipalen – nat en wel – in plakjes gezaagd – voor het grijpen. Ze hadden ruim een eeuw in drassige veengrond gestaan. Thuis barstte het plakje open, toen het opdroogde. Ik schreef daarover in mijn eerdere column “Ondergronds Zuidwaarts” op de Face to Face-pagina op Facebook en vertelde waar de ingang van die kale metrotunnel onder het CS mij aan deed denken. Aan de grijsgrauwe hemelpoort van Jeroen Bosch bizar genoeg, een merkwaardige sensatie daar onder de grond.

Uit: “Ondergronds Zuidwaarts”:

“Als ik zaterdag vanuit de Kathedraal, zoals de ondergrondse 15 meter hoge hal onder het CS nu al wordt genoemd, doorloop richting Damrak naar de ingang van de volgende betonnen metrobuis, ziet mijn oog iets wat mij – bizar genoeg – direct, in een split second, doet denken aan Jeroen Bosch, de 15e eeuwse schilder uit Den Bosch.

Was Bosch hier eerder, dan ik? In één van zijn visioenen?

Wat mijn oog ziet, is een tunnelbeeld dat ik qua kleur en vorm ken. Op een drieluik van Bosch met de titel “Visioenen uit het hiernamaals” schilderde Bosch op het linker paneel de ingang van de hemel: we zien zielen opstijgen in een grijze tunnel van licht. Deze tunnel bestaat uit zeven segmenten, die verwijzen naar de zeven planeetsferen tussen aarde en empyreum, de hoogste hemelsfeer, de plek waar in het Middeleeuwse Denken God zich bevindt.
In die 15e eeuw werden die 7 hemelsferen wel vaker geschilderd, maar nooit als tunnel.

Je vraagt je toch af waar Bosch zijn visioenen van de hel en de hemel vandaan had en op basis waarvan hij – ook op al zijn andere schilderijen – zijn zeer merkwaardige fantasie-en kleurrijke schepsels ontwierp. Er zijn boeken over volgeschreven; velen suggereren dat Bosch hallucinerende middelen zou hebben gebruikt, waaruit dit soort beelden zijn voortgekomen.

Wonderlijk toevallig eigenlijk dat de ondergrondse hal onder het CS ook nog eens, als bijnaam, de Kathedraal heet, schiet het thuis door me heen: een kathedraal, zo pal voor de ronde tunnel naar het Damrak: Bosch’ tunnel op het paneel “Het opstijgen naar de Hoogste Hemel”. 

STATION DE PIJP

P1000660

Om te voorkomen dat er voor de Noord-Zuidlijn in de smalle Ferdinand Bolstraat in de Pijp (de wijk heet niet voor niets zo!) ook weer huizenblokken plat moesten en er opnieuw metrorellen zouden uitbreken, zoals bij de Nieuwmarkt 42 jaar geleden, is station De Pijp een héel diep station geworden, met twee metrosporen boven elkaar i.p.v. twee sporen naast elkaar.

P1000644.JPG

Métersdiepe roltrappen zijn het zo geworden. Er is 75.000 kuub zand uitgegraven. “Als je alle vrachtwagens vol zand op een rij zet, die hier zijn weggereden, dan heb je een file van hier tot aan Hoek van Holland, zo hebben wij berekend ”, zegt Richard Koenders, projectbegeleider van de afdeling Communicatie van de Noord-Zuid lijn. Het pure zand, dat van 26 meter diepte kwam, en schoon was, is gebruikt om de Volgermeerpolder – een voormalige vuilstortplaats – in Noord- Holland, op te spuiten tot een nieuw ontwikkeld natuurgebied.

KUNST

P1000658
De meterslange wand van metrohal De Pijp is versierd met een gedigitaliseerde aquarel van Amalia Pica (1978). “De kleuren van de Pijp sijpelen door” schrijft de Noord-Zuidlijn online

Het metrostation is met een gedigitaliseerde aquarel van de Argentijnse kunstenares Amalia Pica opgeleukt en moet het samensmelten voorstellen van de diverse culturen en kleuren die de Amsterdamse Pijp en de Albert Cuypmarkt kenmerken. De vlaggetjes op de muur bij de metro-ingang horen ook bij het kunstwerk.

P1000661
Kunst! De vlaggetjes moeten de multi-culturaliteit van de Albert Cuypmarkt symboliseren. Onderdeel van de gedigitaliseerde muur-aquarel van Amalia Pica (1978) in station De Pijp

Als je het niet weet, loop je aan die aquarelkunst voorbij. Nu waren wij als excursiegroep de enige bezoekers. Straks lopen er naar verwachting zo’n 18.000 bezoekers per dag langs, op station De Pijp in de Ferdinand Bol.
U kunt het zelf zien vanaf 22 juli 2018.

Eerdere publicaties over de NZ-lijn op Face to Face:

  1. column “Ondergronds Zuidwaarts”, 2014: https://www.facebook.com/notes/face-to-face-column-olympisch-kwartier/column-ondergronds-zuidwaarts/254909164692702/
  2. Filmpje, wandeling metrotunnel CS:
    https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=256317917885160&id=238292489687703
  3. Bezoek station Europaplein bij de RAI in 2015:
    https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=397529070430710&id=238292489687703
  4. Ondergronds concert, 2017: de “Unvollendete” van Schubert in metrohal De Kathedraal, Centraal Station: https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=657168447800103&id=238292489687703

 

 

Vrouwenvuur: 1917-2017

FB_IMG_1474672121146
De Rode Tentbeweging van 2017 is een mystieke variant op de vrouwenpraatgroepen uit de jaren ’70.

Laatst stapte ik zomaar een eeuw terug in de tijd. In de Krimpenerwaard, in een privéwoning van een welgestelde weduwe uit 1923 te Haastrecht. Het was alsof je een boek van Couperus instapte, ieder moment verwachtte je in de marmelen hal van de museumwoning van Paulina Bisdom van Vliet (1840-1923) een bediende, die zou aankondigen: “mevrouw komt zo bij u”. Op gele papieren slofjes over je schoenen loop je over de dikke tapijten door haar huiskamers vol porselein. Een ”gestolde wereld”.

M9527 Bisdom Van Vliet 3
Interieur rond 1900 van Paulina Bisdom van Vliet, te Haastrecht. Museumwoning.

Pauline, als kinderloze weduwe, had in die tijd – ondanks haar geld – als vrouw niet veel te vertellen over haar financiën. Ze was volgens de wet als vrouw zgn. “handelingsonbekwaam”. Tja, dat veranderde pas in 1956 ! Voor alles had ze toestemming van een man nodig. Wel mocht ze in 1919 voor het eerst gaan stemmen, maar of ze dat gedaan heeft, weet ik niet.

Sinds 1917 hadden mannen Algemeen Kiesrecht. Vrouwen: slechts Passief Kiesrecht. Dat betekende dat mannen voor het eerst konden stemmen òp een vrouw. Voor de SDAP, de voorloper van de PvdA, werd in 1918 Suze Groeneweg (1875-1940) als eerste vrouw in de Tweede Kamer gekozen.

Ik heb haar vernoemd, die Suze. Voor de aardigheid noemde ik mijn eerste kat Suze. En niet eens omdat over Groeneweg werd gezegd dat ze “geen katje was om zonder handschoenen aan te pakken“, maar wel omdat ze zich inzette voor vrouwenbelangen.
Ik was toen actief in de vrouwenbeweging tijdens de Tweede Feministische Golf (1960-1985). Mijn inspiratiebron waren de vrouwen uit de Eerste Feministische Golf (1870-1920). Ik bewonderde Emma Goldman in Amerika, Aleksandra Kollontaj in Rusland, Henriette Roland Holst in Nederland. En: Suze Groeneweg. Mijn kat had wat dat betreft net zo goed Henriette of Aleksa of Emma kunnen heten, 😃maar het werd toen Suze.

Vrouwenkiesrecht1914
In 1917 konden vrouwen voor het eerst in de Tweede Kamer worden gekozen. Demonstratie voor Vrouwenkiesrecht, 1914.

Wij vrouwen wilden in die jaren, op het Sociologisch Instituut van de Universiteit van Amsterdam, ons vakgebied de maatschappij  – niet langer bestuderen als iets “van alleen buitenshuis”, maar ook in relatie tot binnenshuis. Daarmee kwam de betekenis van vrouwen voor de maatschappij veel beter in beeld. En de problematiek. We plaatsten de maatschappelijke functie van vrouwenarbeid binnenshuis, op de kaart van de Heren Sociologen; parttime werken, ouderschapsverlof, seksuele intimidatie op het werk en andere belemmeringen wilden we bestuderen: we hervormden de manier waarop je naar de maatschappij kon kijken.

Het persoonlijke is politiek” zeiden we. We maakten als feministes totaal andere onderzoekkeuzes en keuzes in literatuurstudie. “Vrouwenstudies” als universitair vak werd geboren.

DSC06321
Wilhelmina Drucker in A’dam Zuid. Strijdster voor Vrouwenkiesrecht. Beeld:Gerrit van der Veen

Rode vrouwen als Aletta Jacobs, Suze Groeneweg en Wilhelmina Drucker maakten zich 100 jaar terug al sterk voor vrouwenbelangen. Wilhelmina werd in 1969 vernoemd door actiegroep Dolle Mina. Haar standbeeld staat op de Churchilllaan in Amsterdam-Zuid, gemaakt door beeldhouwer Gerrit van der Veen, die in een eerdere column over de oorlog al voorbijkwam.
Ik woonde er destijds om de hoek, maar het beeld heb ik nooit gezien toen! Ik fietste er aan voorbij. Hield me in die jaren niet met kunst bezig, wel met vrouwenstrijd.

Tja, vrouwenstrijd. Een ouderwets woord nu. Tegenwoordig hoor ik vrouwen in online-facebookgroepen elkaar eerder met “dames” aanspreken dan met “vrouwen”. Voor mij is dat erg wennen. Stel je toch eens voor dat we het destijds damesbeweging hadden genoemd. Het zou een klasseverschil hebben betekend. Zoals mijn oma van moederskant, van eenvoudige komaf, mij ooit vertelde dat er “mevrouwen” waren, waar je als “vrouw” in de huishouding ging werken. Bij mevrouwen als Paulina Bisdom van Vliet uit Haastrecht.

Het feministisch-socialistische strijdkarakter is er tegenwoordig wel van af, sommige vrouwen willen de naam feminist ook absoluut niet gebruiken, maar toch…. vrouwenzaken onderling bespreken, voorziet nog altijd in een behoefte. En in een meerwaarde blijkbaar.

RODE TENT-BEWEGING

cf11ea73b2b0920c00821319bb45b38f

Naast “gewone” vrouwen-leesgroepen, die zich bundelen vanuit gelijkgestemde belangstelling voor literatuur, is er wereldwijd een Global Sisterhood Movement, met een heus ‘Awakening women sisterhood manifest‘.

Daarin gaat het over de “feminine essence” en de “feminin Divine’. Het specifiek Vrouwelijke wordt verheerlijkt. Sites als die van Lisa Schrader met haar awakeningshakti.com bekrachtigen vrouwen in hun ‘shaktipower‘ en ‘yonipower‘.
Ook in Nederland zie je, via vrouwen als Marleen Janssen en haar ‘Vallei-orgasme-groepen’, vrouwen zich nogal sterk maken voor een verdieping van hun vrouwelijke seksualiteit, waarbij geput wordt uit oude kennis uit het Verre Oosten en de Taoïstische leer. De tijd van “sletvrees” en een dubbele moraal t.a.v. seksueel actieve vrouwen en mannen moet maar ‘es voorbij zijn, vindt ook iemand als documentairemaakster/ schrijfster Sunny Bergman.
En dan is er nog wereldwijd de Rode Tent-beweging.

20161001_182401_resized (2)
Rode tule doeken en een vleugje magie in de Rode Tent Vrouwencirkel in A’dam-Zuid

Vrouwencafés en vrouwenpraatgroepen uit de jaren ’70 zijn ingeruild voor ‘Vrouwencirkels‘ in ‘Maangroepen’, die in Rode Tenten in huiskamers bijeenkomen rond Nieuwe Maan. Waarbij de mystiek – en de natuur – van vrouwen, wiens maandelijkse cyclus parallel loopt aan de cyclus van de maan, breed wordt uitgemeten. Duizenden en duizenden van deze Rode Tenten zijn er inmiddels wereldwijd.

De Rode Tentbeweging is ook tot de Stadionbuurt doorgedrongen. Amsterdam-Zuid kent een Rode Tent ‘Olympia’. Als ik me uit nieuwsgierigheid een keer aanmeld, wordt me gevraagd me in rode kleren te hullen. Gelukkig heb ik net vorige zomer een groot rood gewaad aangeschaft.
Ik zie rode tule in de huiskamer en rode kleden op de vloer en een doek met een grote maan. Er wordt rode tomatensoep geserveerd. De sfeer is geheimzinnig; de kamer schaars verlicht. Rode bessen liggen er, veertjes, tarotkaarten en een “talkingstick” als bij de Indianen. Bij binnenkomst word ik met witte salie “ge-smudged”: schoongerookt van onreine geesten van buiten. Aan het eind wrijven we in een cirkel elkaars handen warm om elkaars energie te delen en elkaar te bedanken voor de verbinding. En hebben we privézaken besproken, die sommigen van ons niet met vriendinnen of familie (durven of kunnen of willen) bespreken.

Op Netflix loopt een mini-serie ‘De Rode Tent’. Gebaseerd op het boek “The red Tent” van de Amerikaanse Anita Diamant. Het hele Rode Tent-idee stamt volgens haar uit de bijbel, waarin moeders, zusters en dochters in een rode tent bijeenkwamen tijdens hun maandelijkse cyclus, voor bevallingen en andere vrouwenzaken.

Blijkbaar is de tijd nu eerder rijp voor spiritualiteit en mystiek, dan voor politiek. In de Tweede Kamer zitten in 2017, precies 100 jaar na invoering van het Passief Vrouwenkiesrecht, immers zoveel vrouwen niet.
Misschien is de politiek nu persoonlijk geworden bij de dames van nu. Zoals wij vrouwen uit de jaren ’70 het persoonlijke eerst politiek maakten.
Toch praat ik nog steeds liever over ‘vrouwenzaken’, dan over ‘dameszaken’. Daarbij moet ik toch echt eerder denken aan chique dameswinkels als ‘Maison de Bonneterie’ in de Kalverstraat.
Hoewel ook die ter ziele is.

De oertijd van Zuid

Half mei spoelde er weer ‘es een gigantisch zeemonster aan, dit keer bij het Indonesische eiland Seram (zie video) en niemand weet wat het is. Fascinerend vind ik zoiets. Ik moest daaraan denken toen ik vorige week voor “De Oertijd van Zuid” stond, zeven enorme wandschilderingen vol fossielen en zeemonsters van vele miljoenen jaren geleden, uit de begintijd van de wereld, in de hal van het Joke Smit College in Amsterdam-Zuid.

DSC06452 (2)
Detail uit het Krijttijdperk (154-66 miljoen jaar geleden),  wandschildering Maria Hubrecht

De wandschilderingen over de oertijd, in totaal 65 m² doek, zijn van de kunstenares Maria Hubrecht (1865-1950) uit 1925-1928 en hangen in de school, die destijds het eerste Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes was in Amsterdam (1926), aan de Reijnier Vinkeleskade.
Een school die zowel paste in het architectonische Plan Zuid van Berlage voor uitbreiding van de stad – de oertijd van Zuid – als in de filosofie van het socialistische gemeentecollege van toen, om “het volk te verheffen” en dus ook meisjes toegang tot hoger onderwijs te geven. De HBS en de universiteit waren lange tijd onbereikbaar voor vrouwen geweest.

Eerste Gemeentelijk Lyceum voor Meisjes (1926, in Amsterdamse Schoolstijl) in 1984 omgedoopt tot Joke Smit College, een school voor volwassen vrouwen, tegenwoordig een school voor Volwassenen met mavo, havo en vwo-onderwijs.

In Plan Zuid werd veel aandacht besteed aan de bouw van scholen. In opdracht van de gemeente werd het meisjeslyceum in Amsterdamse School-stijl neergezet. De wandschilderingen zijn heel dun met olieverf op dun doek aangebracht, een soort gobelins lijken het, en zijn zo niet versmolten met de architectuur, niet volledig geïntegreerd in de architectuur, iets wat de architecten van de Amsterdamse Schoolstijl wel met hun “Gesamtkunstwerken” van kunst en architectuur voor ogen hadden.
Misschien was het een kwestie van geld voor de gemeente, dat weten we niet echt, maar dat kan hebben meegespeeld om een – in kunstkringen-  volkomen onbekende vrouw als Maria Hubrecht destijds de opdracht voor de wandschilderingen op doek te geven.
Sterker nog: Maria Hubrecht bood zich hiervoor – zonder er een cent voor te vragen – zelf aan bij de gemeente, vertelt schoolconrector Dicky van der Zalm tijdens het weekend Open Ateliers Zuid in mei.

MARIA HUBRECHT

Maria Hubrecht (1865-1950), kunstenares

Ze was een dame in stijl, maar ook een dame met ballen,” zegt Van der Zalm over Maria Hubrecht. Een vrouw uit gegoede kring, een amateurkunstenares, zoals dat heette, zonder kunstopleiding.
Ze verkeerde, als ongehuwde vrouw uit een rijke patriciërsfamilie, in kringen van wetenschappers en politici en had voor een vriendin in Oslo, in een klaslokaal al “Het Paradijs” geschilderd. Toen de kinderen haar daar – na de onthulling van de wandschildering – huilend van ontroering in de armen waren gevlogen, nam ze zich als missie voor om voor de jeugd “Het Ontstaan van de Wereld” te gaan schilderen.

OERTIJD

Ze dook – op haar 60e –  in de boeken over de oertijd van de wereld: geologische tijdvakken die lopen van 541 miljoen jaar geleden van het Cambrium, via o.a. het Devoon en Perm tot aan het Krijt-tijdperk van 154 tot 66 miljoen jaar geleden. Met eerst slechts leven in zee van fossielen, sponzen, zeelelies en kwallen en pas veel later vissen en planten en weer later dinosaurussen en de eerste zoogdieren.  

Biologen en paleontologen zeggen dat Maria Hubrecht – op basis van boeken – aardig heeft weergegeven hoe de oertijd eruit moet hebben gezien. Haar geschilderde wandkleden lijken een beetje op de vroegere schoolplaten van Wolters-Noordhoff, zegt conrector Van der Zalm, zelf kunsthistoricus en coordinator Kunstzaken op het Joke Smit College.

DSC06449
Hal van het Joke Smit College met 7 oertijd-schilderingen, van Maria Hubrecht

In kunstkringen in de jaren ’20 vielen de wandschilderingen van Hubrecht niet echt op. Het was de tijd, waarin binnen de kunst het Kubisme opkwam en de bijna naïeve stijl van Maria’s schilderingen, in de sfeer van iemand als Henri Rousseau (1844-1910), niet zorgde voor veel erkenning. Amateurkunstenares wordt dan ook wel gezegd over haar. De vraag is ook wel of het naschilderen van zeefossielen uit boeken echte kunst kan heten, maar die discussie hoort u mij hier niet aangaan. Want wat is Kunst? Of het mooi is, of niet mooi, daar gaat het in de Kunst ook niet over. Dat is een kwestie van smaak. Maar ik vind de wandschilderingen prachtig! En noem het dan al snel: kunst!

Na een grote crowdfundingsactie en restauratie werden de Oertijd-schilderingen de dag voor OpenAteliersZuid in mei onthuld door Hedy d’ Ancona, die zich in de jaren zeventig tijdens de zgn. Tweede Feministische Golf samen met Joke Smit (1933-1981) had ingezet voor vrouwenemancipatie en onderwijs voor vrouwen, die hun schoolopleiding ooit hadden afgebroken vanwege hun huwelijk: de moedermavo werd een begrip in die tijd. Maria Hubrecht had er waarschijnlijk zelf van genoten.

DSC06464
Uitzicht vanuit de school op de Reijnier Vinkeleskade
  • Foto-overzicht van de wandschilderingen: ®Wim Ruigrok