Tagarchief: 11 rue Simon-Crubellier

Vijf invalshoeken

Ziet u wat het is?” vraagt een Hindoestaanse moeder me op het Stadionplein. Ze staat met haar zoontje van een jaar of zes bij het rode beeld dat Art Zuid op het plein  geplaatst heeft, de beroemde Amsterdam Sculptuur Biënnale, die vrijdag 17 mei officieel opent.
Het jongetje draait en draait vrolijk om het beeld heen.
uuhh….,ik zie één of ander poppetje, geloof ik“, antwoord ik aarzelend.
Jaaahhh“, roept de moeder, wijzend op haar kind: “dat ziet hij óók, zegt hij. Maar ik zie het niet!”
Dat is nou het leuke van kunst!”, zeg ik tegen het jongetje. “Niets is fout of goed. Het hoeft niet meteen duidelijk te zijn. Je kunt er van alle kanten naar kijken en er iets anders in zien, je mag erin zien, wat jij denkt!”.
Het jongetje straalt.

De Stadionbuurt is voor het eerst opgenomen in de tweejaarlijkse beeldenroute van Art Zuid, waarvan de kern rond de Apollolaan-en Minervalaan ligt. Het is een 2,5 km lange wandelroute langs zo’n 80 beeldhouwwerken van 50 gerenommeerde internationale kunstenaars.
De Stadionbuurt doet mee met meerdere sculpturen. Inclusief “onze” eigen “11 rue Simon-Crubellier“, het zwarte meubelkunstwerk van de Brit Matthew Darbyshire op het Stadionplein.

De rode sculptuur is van Hans van de Bovenkamp (1938) en heet “Red, Circles & Waves“.

“What’s in a name?” denk ik stilletjes, n.a.v. mijn laatste blog van 1 mei.
Voor Face to Face Olympisch Kwartier wandel ik deze zomer met mijn fototoestel langs diverse beelden.

What’s in a name

Het is bizar. Wat zegt de titel van een kunstwerk nou eigenlijk? De naam van een straat, een plein? Wat is de functie ervan? Ik vroeg me dat af, toen in 2018 eerst de naam Stadionplein na 104 jaar dreigde te verdwijnen en ik daarna – door de Franse titel van het kunstwerk van Matthew Darbyshire op het Stadionplein – de joodse Franse schrijver Georges Perec ontdekte en merkte dat zijn hele schrijversoeuvre gaat over het thema “verdwijnen”. Wat zegt dat over het kunstwerk 11 rue Simon-Crubellier van Darbyshire?

De middelste ring van de 5 Olympische ringen op het Olympische Stadion, recht tegenover het zwarte kunstwerk 11 Rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire op het Stadionplein.

Namen van straten en pleinen ordenen, geven structuur en richting aan een stad. Straten in een buurt hebben dezelfde type namen. Ook de naam van een kunstwerk geeft richting aan het denken over een kunstwerk. Denk ik.

TITELFUNCTIE

In het Singer Museum Laren zag ik laatst nog heel wat naambordjes “Zonder Titel” naast kunstwerken, zoals bij een tafel van Tom Claassen. Vermeld werd dat het uit natuurrubber, schuim en 7 vliegen bestond. Tussen haakjes was toegevoegd dat het om een tafel ging ;-).

Als er zo’n bordje zou komen (“Untitled”, materiaal: zwart gepatineerd brons en beton) bij het design-appartement van Matthew Darbyshire op het Stadionplein zou je naar een berg meubels kijken, die samen een moderne sculptuur vormen: een driekamer-appartement. Maar mét de door Darbyshire gekozen Franse titel “11 rue Simon-Crubellier” wordt het m.i. een ander verhaal. De gemeente Amsterdam plaatst binnenkort een plaquette bij het kunstwerk. Ik ben benieuwd.

P1040293
De Britse kunstenaar Matthew Darbyshire in zijn kunstwerk, november 2018

In kunsttijdschrift Mister Motley memoreren ze wat kunstenaar Marcel Duchamp (1887 -1968) ooit zei over titels van kunstwerken.

‘De titel van een schilderij’, zei Marcel Duchamp “is één van de kleuren op het palet van de kunstenaar”. Als ware het een onzichtbare tint die ons denken kleurt.

Duchamp gaf hiermee aan dat titels méér zijn dan alleen objectnaam. Immers, titels prikkelen de fantasie, verklaren, geven houvast en zaaien in een enkel geval zelfs verwarring.” (uit “Het benoemen van de dingen”, Saskia van Kampen. Mister Motley

11 FEBRUARI 1943
De Franse titel ’11 rue Simon-Crubellier’ van het Stadionplein-kunstwerk kan verwarring zaaien, ja. Maar biedt mij tegelijkertijd de vrijheid om het te duiden binnen de context van de Stadionbuurt.

3110ed85ce0b7c7b688b73824cd8ef48 - kopie
Franse cover. Vertaald heet het boek: Het leven een gebruiksaanwijzing (1978)

Het woonadres “11 rue Simon-Crubellier” komt uit het literaire oeuvre van de Fransman Georges Perec (1936-1982), geboren uit Pools-Joodse ouders. Op een studieavond over Perec ontdekte ik dat in heel zijn oeuvre de Tweede Wereldoorlog nooit ver weg is.

Als Perec het getal 11 noemt, raak je als Perec-kenner altijd alert”, hoorde ik van mw. dr. Manet van Montfrans, in Nederland gepromoveerd op Perec.

De 11 verwijst
naar 11 februari 1943, de dag waarop tijdens een razzia in Parijs zijn moeder werd opgepakt, haar vader en haar zus. Van alle drie is nooit meer iets vernomen. Ze zijn spoorloos verdwenen.
Perec weet alleen dat zijn moeder gedeporteerd is naar Auschwitz.

Zijn leven lang houdt hij haar “Acte de Disparition” – een staatsdocument over haar vermissing – bij zich.
Perec houdt van cryptisch schrijven, zaken verstoppen, zoals in zijn e-loze boek uit 1969, “La Disparition (2 + 11 letters, 11 februari) waarin ook de één na de andere persoon verdwijnt, terwijl die mensen onderling met elkaar verbonden blijken door een kringvormig merkteken op de onderarm dat de letter e blijkt te zijn. De associatie met een kampnummer dringt zich op. Het e-loze boek is meer dan een taalspel, er is constant sprake van een gemis. In het Nederlands heet het: ’t Manco.

Zijn vader sneuvelde als soldaat in 1940, zijn andere opa werd ook gedeporteerd. Zijn oma ontsnapte omdat ze tijdens de razzia niet thuis was, en voegde zich bij de 8-jarige Perec, die – met zijn verfranste Poolse naam Peretz – in 1942 in een Frans bergdorp was ondergebracht, waar zij vanwege haar Poolse jiddisch voor doofstom moest doorgaan.

Die thema’s – vermissing, doofstomheid, kidnapping, verdwijnen, identiteit- en naamswisseling- verstopt Perec in al zijn boeken. Ik heb er nu 4 gelezen. In Perec’s debuutroman Les Choses/Things (1965) – dat de Engelse kunstenaar Matthew Darbyshire, vertelt hij mij, vooral beïnvloed heeft – gaat het om een identiteit die niet moet zoekraken, als je je omringt met luxe en designvoorwerpen.
Dat spreekt Darbyshire vooral aan.

MAUSOLEUM

De vraag is of hij zich gerealiseerd heeft – als je dan een titel naar Perec vernoemt en Georges Perec daarmee ” naar Amsterdam haalt” – dat je met Perec automatisch eigenlijk de oorlog meekrijgt. De meeste Perec-boeken zitten vol biografische hints, als je tenminste weet waarnaar je zoeken moet. Anders lees je daar overheen. Het is een mysterieuze schrijver.
Misschien is dat geheimzinnige niet vreemd voor iemand, die als kind met zijn verfranste naam en ‘onderduikachtergrond’ in een bergdorp, met zijn Poolse oma niet herkend mocht worden door Duitsers. Kortom, Perec houdt van: zich verstoppen.

Ook de naam van zijn Poolse moeder Cyrla Szulewicz – verfranst tot Cécile of Caecilia (patrones van de muziek) – gebruikt hij op tal van manieren in diverse boeken. Er is altijd wel een operazangeres, ook op de 11 rue Simon-Crubellier.

Het hele flatgebouw op dit adres propt hij boordevol bewoners en kan gezien worden als een eerbetoon aan allen die verdwenen zijn.

hij dacht aan de anderen, aan al diegenen die al vertrokken waren (…)”
“Over de trappen glijden de vluchtige schimmen van al degenen die daar eens waren”(p. 72)

Op de 11 rue Simon-Crubellier laat Perec vervolgens een heel ritueel vernietigingsproces plaatsvinden van puzzelstukjes.

zo zou er geen enkel spoor overblijven (-)” p.130
(Uit: Het leven een gebruiksaanwijzing)

Go_ko_animación

Ook het getal ’43 verstopt hij, vertrouwd als hij is met Joodse getallensymboliek en Kabbala.

Hij laat in het trappenhuis 4 zwarte en 3 witte marmeren schijven “vinden”, die zo zijn neergelegd dat ze samen in het Japanse go-spel het woord Eeuwigheid vormen (p.477).
Hoe cryptisch wil je het hebben voor een jongen, wiens familie is uitgemoord. De oudste bewoner van het pand, een schilder die het flatgebouw wil schilderen, mijmert:

“alleen al de voorstelling die hij zich maakte van dat opengebroken pand dat de scheuren van zijn verleden (-) toonde (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)” p.138

Voilà, 11 rue Simon-Crubellier als mausoleum. Als praalgraf dus.

STADIONBUURT

Met dit gegeven krijgt het Stadionpleinkunstwerk met de Franse titel voor mij ineens een heel andere lading.
Ik denk aan de verdwenen joodse schoolkinderen uit de Stadionbuurt, waarover schrijver Heere Heeresma (1932-2011) – buurtbewoner tijdens de oorlog – schreef in zijn boeken “Een jongen uit Plan Zuid” (2005).
Ik denk aan de verlaten huizen, die door andere bewoners in beslag genomen werden. Heeresma beschrijft dat heel treffend, als hij op de Stadionweg één van zijn joodse schoolvriendjes Mosje Ansinger weer wil bezoeken, maar plots ziet dat het naambordje is veranderd en er wordt opengedaan door onbekende mensen.

“Ik kom voor Mosje, mijn vriendje. Mosje Ansinger”.
De vrouw schudt haar hoofd. “Die woont hier niet”.
Maar langs haar heen zie ik dat mooie met parelmoer ingelegde tafeltje met daarop die lamp met een schelpachtige kap en daarnaast een echt troubadourzeteltje, dat Mosje en ik naar het balkon tilden zodat we bij de hoog geplaatste vliegenkast konden om er een appel of een banaan uit te jatten. (-).
“Wat is daar” hoor ik een mannenstem achter in het huis roepen.
De vrouw roept terug terwijl ze me aan blijft staren. “Een jongetje dat naar de familie Ansinger vraagt!”.
“Laat-ie opdonderen!”.
(-) Het portier zoeft dicht…”
(Een jongen uit plan Zuid, deel 1, pag.73)

Deportatie-Amsterdam-20-6-1043-Beeldbank-WO2-NIOD-96771
Olympiaplein, hoek Marathonweg: deportatie van Joden, 20 juni 1943, foto Beeldbank

Van diverse adressen in de Stadionbuurt zijn ook na de oorlog bij de Duitse overheid zogenaamde Möbelclaims ingediend vanwege leeggeroofde inboedels.

Ons eigen Olympiaplein was op 20 juni 1943 een belangrijke verzamelplaats tijdens meerdere razzia’s die dag in Amsterdam.
Het is een pijnlijke oorlogsgeschiedenis die de straten kleurt van een buurt met zowel heel veel NSB-adressen (zoals 2 jaar terug op een map van bet Stadsarchief duidelijk werd gemaakt NSB in Zuid) als veel Joodse bewoners, voornamelijk gevluchte joodse immigranten uit Duitsland en Oost-Europa (net als de Poolse families Szulewicz en Peretz in Parijs)

stippenkaart - 2

20190430_190746
1548 joden in de Stadionbuurt, detail van de Amsterdamse Stippenkaart uit 1941. Elke stip staat voor 10 joodse bewoners, 1100 werden vermoord, zo’n 7 procent van de Stadionbuurtbevolking

PLEK VOOR 1100 STOLPERSTEINE

Op een bevolking van 16.592 mensen in de Stadionbuurt was in 1941 een kleine 10 procent Joods. Van de 1548 Joden in de Stadionbuurt werden er, naar mijn berekening, zo’n 1100 vermoord, d.w.z. 71 procent.
Ik heb voor deze gegevens Joodsmonument.nl, het Stadsarchief en het NIOD geraadpleegd. De beruchte Joodse stippenkaart, die de Duitsers in 1941 door ambtenaren lieten maken, is ook een belangrijke bron. Elke stip op de kaart staat voor 10 joden. Je ziet dan dat er in de Beethoven- en Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid meer joden woonden dan in de Stadionbuurt; en in Oost en rond het Waterlooplein veel meer. Voor de Stadionbuurt begrens ik me tot en met het Olympiaplein.

sternfeld_edith_with_brother_martin_and_his_wife_molly_jpg()(F72F55D018125D640EBDF423A45BAD09)
Edith en haar broer Martin Sternfeld, met zijn vrouw Molly op hun balkon, vermoedelijk in de Stadionstraat 23 III. Molly overleefde.

In de Achillesstraat alleen al tel ik 92 vermoorde joodse buurtbewoners, in de Herculesstraat 59, op de Stadionkade 89, en zo kan ik doorgaan. Meerdere gezinnen plegen zelfmoord.

Hoe moet ik me een lint van 1100 messing Stolpersteine, struikelstenen, door de Stadionbuurt voorstellen, als iemand daar geld voor over heeft? Een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig.

Ik zie dat er in het huidige Olympisch Kwartier, dat toen maar uit één woonblok bestond in de Stadionstraat, 9 joden woonden. O.a. een gevluchte jurist Martin Sternfeld en zijn zus Edith, uit Oost-Pruisen: Martin werd al op 16 september 1941 vermoord in Mauthausen. Edith in Auschwitz. Ik vind een balkonfoto van hen voor een houten verandakast, zoals de oude huizen hier hebben.

HARRY ELTE

Ook de feitelijke naamgever van de Stadionbuurt, de joodse architect Harry Elte (1880- 1944 Theresienstadt), werd als bewoner van de Stadionweg, in 1942 gedeporteerd. Hij was het die met zijn sportstadion in 1912 – ver voor de Olympische Spelen van 1928 – aan de namen Stadionweg en Stadionplein bijdroeg.

Dat gegeven brachten buurtbewoners in 2018 in herinnering toen de naam Stadionplein bijna verdween. Moest eerst Eltes stadion verdwijnen voor nieuwe huizenbouw in de jaren ’30, en moest hijzelf in 1942 verdwijnen, zou dan nu ook nog zijn Stadionplein moeten verdwijnen?

De gemeente was niet ontvankelijk voor dit argument, maar zegde wel schriftelijk toe aan de actievoerders om Harry Elte in de stad te gaan vernoemen. Hoezo architect Jan Wils van het Olympisch Stadion wel, immers, en Harry Elte niet?

album_large_7971
Het stadion van Elte 1912-1929, naamgever van Stadionweg en Stadionplein, aan rand van Amsterdam met weilanden.

HOMMAGE AAN PEREC

Matthew Darbyshire vindt het, desgevraagd, prima als ik zijn 3-kamerappartement ’11 rue Simon-Crubellier’ een duiding geef, omdat hij zich realiseert dat dit inherent is aan kunst in de Openbare Ruimte.
Maar hij relativeert al snel de functie die een titel van een kunstwerk volgens hem heeft. De titel maakt volgens hem maar 1 procent van een kunstwerk uit. Eén procent.
“I’ve highlighted before that the appropriation of Perec’s fictive address informs what I believe to be approx one percent of the works content.”


Hij vond het te midden van de Brexit-hectiek wel aardig, zegt hij, om met een Franse titel een statement te maken.
Hij ziet zijn design-meubels ook zeker niet als letterlijke uitbeelding van het Franse flatgebouw, dat Perec beschrijft, maar de Franse titel ziet hij wel als “eerbetoon aan Perec”.
Hij bewondert de Franse schrijver; zegt gefascineerd te zijn door de complexiteit van Perec’s boeken.
“I hope at the very least it is understood as a tribute to the extraordinary intellectual voyeur, philosopher, poet, prankster, artist, filmmaker…just incredible thinker who is certainly worthy of this oblique memorial!”

Een hulde aan Perec dus. Een soort van gedenkteken. Maar teveel accent op Perec is niet zijn bedoeling.

Wat mij betreft is dan de cirkel rond. Eerst richt Perec een heel flatgebouw op aan een fictieve 11 rue Simon-Crubellier, ter nagedachtenis van zijn verdwenen familie, vervolgens ziet Darbyshire zijn driekamer-appartement 11 rue Simon-Crubellier als eerbetoon aan Perec.
Ik vraag hem wat hij ervan vindt als ik de (joodse verborgen) achtergrond van het oeuvre van Perec verbind aan de geschiedenis van de Stadionbuurt, en daarmee aan “11 rue Simon-Crubellier” op het Stadionplein. Darbyshire:
I’m delighted that these histories can be crossed and interlaced. It certainly was not my intention but hopefully you can see how I have tried desperately to leaves things open, malleable and democratic as possible”.

Alle interpretaties zijn dus mogelijk.

CITIUS, ALTIUS, FORTIUS


Tot slot moet ik dan nog een ander bizar detail vermelden. Precies tegenover het zwarte kunstwerk op het Stadionplein staat de poort van het Olympisch Stadion met de 5 Olympische ringen en de leus: Citius, Altius Fortius: sneller, hoger, sterker. Opvallend genoeg komt deze Olympische leus voor in Perec’s wonderlijke semi-autobiografische roman “W, of de jeugdherinnering” (1975) over een zoekgeraakt doofstom kind.
DSC03812
Olympische leus boven toegangspoort Olympisch Stadion: sneller, hoger, sterker

Ik zei al: in meerdere romans van Perec raken mensen of dingen spoorloos. Of wisselt hij van identiteit. In de zoektocht naar dat kind belandt hij op een eiland W. waar een extreem-hiërarchische, maniakale, zelfs sadistische Olympische sportcultuur heerst vol regels en dwang. Met Duits geschreeuw “Schnell, schnell” worden verliezers in de sport afgestraft.

De atleten hebben grijsgestreepte trainingspakken aan met de letter W op hun rug of van witte stof genaaide driehoeken op hun borst. De parallel met jodensterren en concentratiekampen is evident. Een Roemeense bookcover laat dat ondubbelzinnig zien.

1257482
Roemeense bookcover van boek over zijn jeugd

Perec gebruikt de Olympische sportbeoefening dus als metafoor voor de kadaverdiscipline die er heerst in totalitaire regimes als het nazisme.
Van het doofstomme kind wordt niets meer vernomen…

De hoofdpersoon in het boek over de 11 Rue Simon-Crubellier sterft met in zijn hand een puzzelstukje in de vorm van de letter W. Het puzzelstukje past niet in de puzzel die op tafel ligt.

En zo zitten we dan in Amsterdam – recht tegenover het Olympische Stadion met de leus Citius, Altius, Fortius – met het wonderlijke verschijnsel dat er in deze buurt allerlei Möbelclaims tegen de Duitse staat zijn ingediend en er nu een meubelkunstwerk “11 rue Simon-Crubellier” is, welke naam bij Perec indirect verwijst naar een razzia op 11 februari 1943.

U kunt natuurlijk zeggen: what the hell. What’s in a Name?

Maar m.i. lijkt het erop dat een kunstwerk met deze titel exact past in de Stadionbuurt. Het is precies het juiste puzzelstukje.
Een mens is pas vergeten als zijn naam is vergeten’ (citaat uit de Thora)

P1040821
Stolperstein, Argonautenstraat 12 II
P1040823
Stolpersteine, Herculesstraat 25A I
P1040824
Stolpersteine, Parnassusweg 10 II

© Overname van gedachtengoed uit dit blog s.v.p. met bronvermelding

Dit is blog 6 in een serie over “11 rue Simon-Crubellier”

Anybody home?

Het is mutsenweer. Half november, er staat een gure wind, handen houden open kragen bijéen. Bakfietsvaders en moeders achter kinderwagens sjezen in grote vaart voorbij. Kranten-bezorgers met overvolle fietstassen, haastige postbodes, zelfs scooters zigzaggen dwars door voetgangersgebied heen. In de week dat de 11 rue Simon-Crubellier als kunstzinnig woonadres 11 dagen is opgeleverd in Amsterdam, observeer ik – verspreid over de week – 11 uur lang haar gasten. En het Stadionplein. 

P1040306A
Als tegen 17 uur de straatlantaarns aanflitsen, verdwijnt de woonkamer in de donkerte. De bewoners van 11 rue Simon-Crubellier zijn vertrokken. Alleen het water is niet afgesloten.

MAANDAG 15.30 – 17.30

Er woont niemand op de 11 rue Simon-Crubellier. Maar de vloer en stoelen zijn nat, alsof de werkster net geweest is. De wind wappert de waterfontein boven de wc-pot wild door het huis .

Rond 16 uur lijkt het alsof er een haardvuurtje wordt aangestoken. In de beregende zwarte linnenkast weerspiegelt een oranje gloed van een zwaailicht van een vrachtauto. Het lijkt 20 minutenlang een wakkerend vuurtje en is het enige levende element in het appartement – naast de waterstralen uit de radiator, de gootsteen en het keukenblok.P1040291
Om 16.07 uur cirkelt een man via het gras door het huis heen, zet zijn capuchon op en verlaat over de deurmat het zwarte ‘pand’. 
Om 16.28 uur vegen twee meiden hun voeten op die deurmat, voelen aan de keukenapparatuur, de stoel in de huiskamer. In de slaapkamer pakt één haar telefoon en begint zichzelf te filmen. Het zijn de 2e en 3e gast binnen een uur.

Om 17.10 bezoekt een vader met peuter – weer via de deurmat – het appartement. De moeder blijft buiten, haar hand op een kinderwagen. Zoekerig lopen de twee rond, dralen bij het keukenblok; dan trekt de vader het kind mee naar de huiskamer en legt zijn hand precies op de plek van de radiator, waar water uitspuit, waardoor de waterstraal oncontroleerbaar wordt.
De vader springt weg. Ik kan het niet horen, maar denk dat de peuter schaterlacht omdat de vader zichzelf steeds herhaalt: zijn hand eventjes op de radiator; en wegspringen. Na een minuut of 5 verlaten ze via de denkbeeldige slaapkamerdeur het zwarte huis.P1040302AOp dit tijdstip in november duurt het niet lang voordat het zwarte kunstwerk verdwijnt in de avondschemer. Als de straatlantaarns aanflitsen, is er niets dat het appartement  verlicht. Er zijn geen bewoners op de 11 rue Simon-Crubellier, hun lampen in de huiskamer en op het bureau doen het niet.
Rode achterlichtjes van auto’s rond het plein schijnen soms even door de vakken van het boekenmeubel heen.
De feestverlichting in de bomen bij het hotel-restaurant op het plein trekt nu meer aandacht.

DINSDAG 10.30 – 12.15

Vaste bezoekers blijken de meeuwen en de kraaien, de kauwen en de duiven op het plein. Vijftien duifjes houden op 5 hoog, onder de dakgoot, het plein in de gaten of zoeken beschutting in de wind, wie zal het zeggen. P1040374

P1040383P1040376Net als maandag, zie ik kijkers.
Kijkers zijn niet meteen ook bezoekers die naar binnengaan. Kijkers zijn overstekende wandelaars met plastic of katoenen boodschappentasjes op weg naar de supermarkt, die misschien even hun tred vertragen en opzij kijken. Een mevrouw achter een rollator met een slepend been; druk discussiërende scholieren met rugzakjes, studenten op gympen, meisjes met wilde wapperende haren in de wind.giphy-3.gif
Als ze stilstaan, staan de meesten stil voor het denkbeeldige keukenraam, omdat het direct aan de straatkant grenst. Er wordt gewezen, er wordt overlegd.

Een fietser in het voetgangersgebied houdt stil bij de logeerkamer, voet aan de grond, stapt niet af maar kijkt, wil doorfietsen, kijkt nog es om en rijdt weer terug.

Ik denk aan het gemopper in de buurt over het zwarte interieur. Maar eigenlijk is iedereen en àlles zo’n beetje donkergrijs en zwart in november om me heen in dit land. Niet alleen de wolken, maar ook de jassen van de mensen, de fietsen, fietskratten, de fietstassen.

Ik ben blij met een voorbijrennende sporter in knalgroen lichtgevend sportpak. Een vrouw met rode baret. Een KLM-stewardess in lichtblauw met rolkoffer. Een wit poedelhondje met rode halsband dat zijn bazinnetje het gras optrekt.P1040327.JPGOok in de moderne brasserie om mij heen is de kleur zwart “bon ton“, afgewisseld met wit marmer, koper en houttinten. De plantenbakken buiten zijn zwart, de boekenkasten binnen, de stoelen, het theeblad. Ook de soepkom is zwart. “Strive to be happy” zegt de zwarte huls van het servet.

Hier netwerken vanaf 8 uur s’ochtends vooral dertigers. Ik hoor marketinggesprekken, Engels, Russisch.  Achter zwarte laptops met ‘wit bedraadde oortjes’ in “delen ze schermen” met onzichtbare klanten aan de andere kant van de lijn.

P1040358
Bezemvegers van de gemeente praten samen over het kunstwerk

Vanuit de verte – vanaf mijn horecastoel – lijkt het misschien even, zoals een kritische lezer van mijn blog laatst schreef als commentaar, of iemand de grofvuildienst heeft gebeld en zijn meubilair op straat heeft gezet. 
Ahhh neee toch...!”, grijnst een Antilliaanse bewoonster van het plein, die naast me zit, iemand die – voor 1.345 euro huur per maand – van 2-hoog uitkijkt over het kunstwerk. Ze heeft een piepklein zwartkrullerig mannetje bij zich, dat ik even warm op mijn schoot mag houden, als zij zijn melkflesje prepareert.
Nee, geen oud vuil, maar ik ben er nog niet goed uit, wat ik ermee aan moet, wat het is!“. 
Ik leg uit wat het is.
Een betonnen 3-kamerappartement van 65 m², naar voorbeeld van de nieuwbouw op het plein, met meubels van 20e eeuwse designontwerpers in zwart brons, die door 45 buurtbewoners zijn uitgekozen uit een voorselectie van de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire.

WOENSDAG 9.30 – 12.30

Op de 11e dag na de House-warming-party van 11 rue Simon-Crubellier, om 11.05 uur, ruimt een voorbijgangster het kunstwerk even op. Ze gooit papiertjes en een kartonnen bekertje in de prullenbak.shutterstock_70714939-1080x675[33696]Mijn gedachten dwalen soms af naar het Franse boek van Georges Perec (dat ten grondslag ligt aan het kunstwerk) en naar de bewoners van die Parijse 11 rue Simon-Crubellier, die met hun vernietigingsproces van puzzelstukjes bezig waren, zoals ik in een eerder blog beschreef.

Ik begin me te realiseren dat mensen misschien niet làng binnenin het appartement op bezoek komen, maar dat als het een gewoon standbeeld was geweest – noem maar wat: een paard met een vent er op, voor mijn part een Griekse held  – dat iedereen er dan gewoon langsgelopen was. Nu zie ik mensen stilstaan, nadenken, een hand aan hun kin, de één blijft aan de stoeprand staan, de ander loopt naar binnen.

Misschien dat het gras om het huis als een soort tuin functioneert, een barrière om binnen te stappen. Als het kunstwerk rechtstreeks op de keien stond, kwam er misschien eerder binnenin bezoek.
Misschien.
Maar kijkers en omkijkers zijn er zo wie zo. Bijna iedereen die de 11 rue Simon-Crubellier bezoekt, kijkt als ze eenmaal buiten zijn, ook weer achterom. Alsof ze denken: “huh, wat was dat nou, wat ik net gezien heb? Waar ben ik nou net geweest….?“. P1040355

DONDERDAG 12.15 – 14.30

Op donderdag rond het middaguur is het spitsuur. In totaal tel ik in 2 uur tijd 31 bezoekers, voornamelijk scholieren. Een verliefd stelletje neemt even plaats. Een man wast er zijn handen. Een fietser loopt dwars door het appartement heen. Even later dansen scholieren op het bureau, terwijl een derde met zijn telefoon voor muziek zorgt.IMG-20181122-WA0000[53580]

Ook de Waternet-inspectie komt donderdag even langs.

ZATERDAG 9 – 11 uur

P1040371Op zaterdagochtend als er nog ochtenddamp hangt en de marktkramen worden opgebouwd, zijn er al vroeg opa’s met kleine jongetjes in het kunstwerk. Toeristen met bepluimde mutsen en een plattegrond in hun handschoenen, nemen foto’s. In twee uur tijd tel ik 12 bezoekers in het huis.

Langslopende kijkers zijn er natuurlijk ook: met stokbroden onder hun arm of bossen bloemen in bruin papier van de markt. De kaasboer, groenteman, notenkraam en bloemenman staan vlak voor het kunstwerk. Ik zie vrouwen met korte jacks en dikke billen eronder. Een joggende vader achter een kinderwagen; het kind klotst een beetje op en neer. P1040388.JPGOm 11.17 uur brengen twee meiden 37 seconden in het appartement door, eentje gaat even op het bureau liggen. Daarna zijn ze 1 minuut en 24 seconden bezig met het nemen van selfies.
 
Als ik even google naar hoelang mensen voor een schilderij in een museum stilstaan, heeft Trouw het over gemiddeld 9 seconden per schilderij, maar de NRC schrijft over 28 seconden, waarvan tegenwoordig veel tijd opgaat aan het maken van selfies bij een kunstwerk.

ZONDAG 15 – 16.30

Op zondagmiddag is het stiller. Een man met zijn handen op zijn rug staat om 15 uur aan de rand van het gras bij de deurmat stil, in gedachten, alsof het een monument is. 
Hey, een huiskamertje!” roept een voorbijflitsende fietster enthousiast.
Maar je mag er niet op zitten“, roept haar compagnon.
Jawel,” roep ik terug: “dat mag!”P1040391.JPG
Er komt toch nog zondagmiddagbezoek in het huis. Spelende kids. En gasten uit het hotelrestaurant met fototoestellen.

In 11 uur tijd, verspreid over deze week, heeft 11 rue Simon-Crubellier 77 bezoekers gehad, ontelbare gluurders door denkbeeldige ramen en diverse fotografeerders. 

DE ZEVENTIENDE DAG

IMG_20181127_133351246[53613]Op de 17e dag na de opening zijn de denkbeeldige ramen van het huis ineens met karton dichtgemaakt.
Een saillant detail, als ik bedenk dat het de kunstenaar Matthew Darbyshire – als Brit – juist was opgevallen dat Nederlanders s’avonds hun gordijnen openlaten en al het interieur voor iedereen zichtbaar is. Iets wat hem inspireerde tot dit kunstwerk.

Onze meubels als openbaar kunstbezit dus.

Even denk ik aan een buurtprotest tegen het zwarte kunstwerk, maar later blijkt het om balorigheid te gaan. 
Scholieren zijn aan de haal gegaan met grote kartonnen meubeldozen van een eigenaar midden op het plein – de adressticker zit er nog op –  die zijn rotzooi onversnipperd en veel te vroeg als grof vuil heeft buitengezet.

De scholieren wilden het huis wat knusser inrichten met kartonnen muren erom heen, zo gaat het verhaal, zodat ze er wat beschutter konden zitten. IMG_20181127_134157480_BURST000_COVER_TOPOok misschien omdat ze dan minder snel nat werden. De waterfontein uit de radiator spettert de huiskamermeubels nat. De scholieren hadden met een steen de radiatorwaterknop geblokkeerd.
Ik snap ze ergens wel. Ik heb deze weken me ook wel afgevraagd of het compromis van kunstwerk-met-fontein wel zo’n geslaagd idee is geweest. Maar ook heb ik gezien, dat juist het speelse water in de wind de opa’s en oma’s met kleinkinderen naar het kunstwerk trekt.
Zonder water was er minder bezoek geweest. Zonder water was het een zwarte lege huiskamer geweest. Waaruit de bewoners zijn vertrokken.

(wordt vervolgd)

  • Met dank aan: Irka voor een foto, Jan en Blanche voor uitleg over het karton en Unice voor haar commentaar.

Dit was deel 5 in een serie blogs over: 11 Rue Simon-Crubellier

Hygiea, Hercules, Perec

Bomvol, volgepropt met meubels, staat het nieuwe kunstwerk 11 rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire op het Stadionplein. Zoals onze eigen huizen vaak met meubels volstaan. Maar ook: zoals onze huizen zich kunnen vullen met bekende merkartikelen, die ons alom aangeprezen worden. Dat is wat Darbyshire wil laten zien.

Design: it’s all about. Hij laat zien hoe sommigen van ons zich graag omhullen met Grote Namen. Een horloge van Gucci, een tas van Valentino, een citroenpers van Philippe Starck, een bank van Jan des Bouvrie.
Het geeft blijkbaar een meerwaarde aan je huis, je Zijn, je identiteit.

Darbyshire is niet specifiek maatschappijkritisch, maar laat in al zijn kunst zien hoe wij als consumenten met onze alledaagse omgeving omgaan, hoe status en materie met elkaar verbonden lijken.

600_inpage_supporting-us_1
Oak Effect (2012), in de Manchester Art Galery

Zo maakte hij in 2012 een tentoonstelling over het “Eiken-effect”- een installatie vol kunststofmeubels die het idee van eikenhout moeten geven, omdat eikenhout blijkbaar een andere uitstraling, meer status geeft dan kunststof. Kijkt u even 😉 naar uw eigen laminaat op de vloer bijvoorbeeld, uw Ikea-boekenkast of keukenkastdeurtjes…

GRIEKSE GODINNEN: ALS VERKOOPTRUC

Ook laat Darbyshire in zijn werk zien hoe op ons consumentengedrag wordt ingespeeld. Grote namen uit de Klassieke Oudheid worden gebruikt om ons te verleiden.

HS14-MD6621S_i
Hygieia – Goddess of Health, Cleanliness and Sanitation, 2018 Building fragment and Helios Stress Relief Pillules, Zeus Beard Shampoo, Mars Protein Powder, Venus Razors, Trojan Condoms, Apollo Shower Gel, Siren Logo Cup, Aphrodite Hair Dryer, Minerva Toilet Brush, Nike Shower Sandals, Samsonite Toilet Kit, Olympus Bathroom Scale, Athena Poster, Olympus Camera, Selene Red Wine, Victoria Lagers, Apollo Noodles, Aurora Coffee, Eros Paprika Paste, Gaia Detox Tea, Ajax Cleaner, Apollo Scouring Pads, Pegasus Rice and Arion Cat Food Artwork: 231 x 80 x 70 cm / 98 x 31 x 28 in Glass: 233 x 84.8 x 112 cm / 90.6 x 33.4 x 44.1

In een installatie-kunstwerk uit 2018 laat hij zien hoe Hygiea, Griekse Godin van de Gezondheid en andere mythologische Grieken worden “misbruikt” om schoonmaak- of schoonheidsproducten aan te prijzen. Wakker worden met Aurora koffie: (Aurora=Eos) de Godin van de Dageraad. Of: harder lopen op Nike-sportschoenen: Nikè: de Griekse Godin van de Overwinning.

Eerder dit jaar liet ik zien, in mijn blog “De Geur van Zuid”, hoe al die Olympische Grieken de parfumwereld inspireren, maar Darbyshire laat juist zien hoe wij consumenten op die manier ons allerlei spullen laten aansmeren.
De Oude Klassieken: als marketing-tool.

11 rue Simon-Crubellier

Ook de designmeubelen van bekende ontwerpers in het kunstwerk op het Stadionplein moeten we zo zien, begrijp ik eruit en ons laten kijken naar onszelf.
We moeten de titel van zijn kunstwerk niet al te letterlijk nemen, benadrukt Darbyshire. Ondanks de titel, moet je het 3-kamerappartement niet echt zien als een 3D-weergave van de 11 rue Simon-Crubellier uit het boek van Georges Perec (1936-1982), vindt hij.

d009747ed913c3f785f1352fceb65ae6
Eén van de covers van het Franse boek La Vie Mode d’Emploi (Het leven een gebruiksaanwijzing)

Het fictieve woonadres zag hij als abstractie, net als zijn eigen idee voor een appartement zonder muren, als “ghost-architecture“.

Hij ziet zijn kunstwerk eerder als “een soort van gedenkteken” (“oblique memorial“) voor Perec. Een “tribute“, eerbetoon aan de schrijver die hij als een “buitengewoon intellectuele kijker en kunstenaar” omschrijft.
Motivated more by a desire to celebrate the man than illustrate this specific text”.

De link met het boek is: dat de 99 vertrekken aan de Parijse 11 rue Simon-Crubellier in “Een leven een gebruiksaanwijzing” (1978) eveneens volgestouwd staan met spullen. Perec houdt ellenlange interieurbeschrijvingen.
In zijn debuutroman De Dingen (1965) onderzocht Perec al eerder wat materiële spullen met mensen ‘doen’ : ergens bij (willen) horen, bij een sociale groep bijvoorbeeld. Perec in De Dingen: “ze wilden van het leven genieten, maar overal om hen heen werd genot op één lijn gesteld met bezit”.
Eigenlijk had Darbyshire, zegt hij mij, liever dat boek van Perec uit 1965 vernoemd, maar daar kwam geen straatnaam in voor.

INTUITIEF DE ZIEL VERBEELD

Als hij in een interview met kunstjournalist Edo Dijksterhuis echter zegt, dat hij in het algemeen in zijn kunst “de ziel of de aura van een object” probeert te vangen, is dat m.i. exact wat er is gebeurd met zijn verbeelding van het adres 11 Rue Simon-Crubellier – bedoeld of onbedoeld. Geheel intuïtief.
Een verbeelding van het adres dus, geen uitbeelding. Maar hij heeft de ziel van het boek wel getroffen. Ik verwijs naar eerdere blogs hierover in deze serie.

P1040222
11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire, Stadionplein 2018

In het boek uit 1978 wordt ook duidelijker waaróm Perec zo gefascineerd is door interieurs; graag over kasten, schilderijen, wandtapijten, theebladen e.a. schrijft: die spullen omhullen je ook met herinneringen. Ze lijken bij Perec een manier om grip op zijn omgeving te krijgen.

In de wijkkrant van december 2017 liet ik in mijn column “Onze straat met Zwarte Spullen” over het Stadionplein-kunstwerk al zien hoe interieurs niet alleen over status of consumentisme gaan. Spullen hebben ook een andere functie: de kast van je oma, de souvenir van je vakantie.

“Ik herinner me tante M., zoals het hele Hygieaplein haar noemde, vooral aan haar porseleinen beeldjes in haar zwarte vitrinekast, haar opgedirkte meisjespoppen op de kolossale zwarte glimmende bank, haar tafels vol vazen met kunstbloemen. Van echte bloemen hield ze niet. Vorig jaar is ze overleden.
Als iets verdwijnt, probeer je het vaak met “spullen” bij je te houden. Van tante M. heb ik nu een porseleinen “bidmadammeke” staan: een wijwaterbakje.
Elk interieur, elk huisadres zit zo vol met spullen en verhalen over het verleden”. (Wijkkrant Olympus, december 2017)

darbyshire
Links, origineel. Rechts: Hercules van polystyreen, 2014, Darbyshire

MATERIAAL

Bij Darbyshire is het gehele Stadionplein-interieur van zwart gepatineerd brons. Hij houdt nl. helemaal niet van klassiek brons. Het liefste gebruikt hij eigentijdse materialen. Zo heeft hij een immense sculptuur van Hercules van polystyreen gemaakt, de goedkope kunststof waarvan plastic wegwerp-bekertjes gemaakt zijn.
Maar, ha, zulk materiaal leent zich nou niet bepaald voor een omgevingskunstwerk in de Openbare Ruimte.
Brons is voor hem echt een concessie. Darbyshire over 11 rue Simon-Crubellier:
De betonnen elementen zijn net zo belangrijk en zeker zo mooi voor mij als de bronzen elementen”.
Overigens maakte hij zijn plastic-Hercules om te laten zien hoe Klassieke Kunst in de populaire cultuur vaak misbruikt wordt voor commerciële doeleinden.

P1040218
kopie v Ph. Starck’s Gnome Stool

Droste_Cacao_reclame_plaatje
L’ART POUR l’ART

In zijn kunstwerk laat hij ons tegelijkertijd Kijken naar Kunst. Het is een Droste-cacao-effect, als u begrijpt wat ik bedoel. Je ziet een busje cacao met een vrouwtje daarop, dat een busje in haar hand heeft met een vrouwtje erop.

In het kunstwerk van Darbyshire staan design-tafeltjes van andere kunstenaars, ontwerpers als Philippe Starck (1949) bijvoorbeeld met zijn gnoomtafeltje. U kunt het voor zo’n 250 euro online bestellen, zie ik, op sites die prompt Musthave.nl heten. Hebbedingetjes dus.
Ook kijk je naar een (kopie van een) bronzen sculptuur van de Duits/Franse kunstenaar Hans Arp (1886-1966), op het bureau in de huiskamer. Een kunstwerk in een kunstwerk dus.

P1040210
torso, 1957, Hans Arp. Versie Darbyshire

ORIGINEEL

Darbyshire speelt zo m.i. ook met het postmoderne thema: origineel, kopie en identiteit. Zoals Hygiea een schoonmaakproduct aan de man brengt, eigent Darbyshire zich een woonadres van Perec toe. Maar dan wel: als eerbetoon aan Perec.

Ook Perec laat je trouwens naar kunst kijken in die 99 interieurs op de 11 rue Simon-Crubellier en gaat in al zijn werk in op thema’s als: kopie, origineel en vooral: identiteit.
De Sefardische Joodse naam Perez was na verbanning uit Spanje/Portugal in Polen al in Peretz veranderd en – na emigratie naar Frankrijk – verfranst tot Perec, toen Georges geboren werd. Iets wat hem als kind in de oorlog geholpen heeft. Dat thema Identiteit achtervolgt hem in heel zijn schrijverschap. Mensen wisselen steeds van identiteit bij hem.

P1030929AA
Darbyshires bank van Jan de Bouvrie, incl. kopie vaas van Moobach, tafeltje van Vitra/Noguchi

Zelfs de (kopie van een) fallus-vaas van Jaan Mobach (1933) uit het Centraal Museum uit Utrecht, binnenin Darbyshires kunstwerk, brengt mij een verhaal uit “Het leven een gebruiksaanwijzing” in gedachten over een Utrechtse vaas, die vals was. Perec wijdde er een heel hoofdstuk aan. Hij schreef vaker over vervalsing in de kunst.

Ook komt het Drostecacao-effect bij Perec op de 11 rue Simon-Crubellier voor. De schrijver beschrijft de bewoner Valène, die een schilderij wil maken van een dwarsdoorsnede van het flatgebouw, zoals Perec zelf als schrijver doet.
En hij wijdt uit over een andere bewoner Hutting, die 24 portretten wil schilderen, waarvan de persoon in kwestie in een detail op het schilderij wordt afgebeeld, niet als hoofdonderwerp.
Dat is exact wat Georges Perec doet als schrijver.
In alle woonvertrekken beschrijft ie eigenlijk iets van zichzelf.
Een crypto-jood. Noodgedwongen in het geheim.

© Overname van gedachtengoed uit dit blog s.v.p. met bronvermelding

Het leven: een puzzel

frustrated-little-man-missing-puzzle-piece[33694]

Er wordt nogal gepuzzeld aan de 11 Rue Simon-Crubellier te Parijs, het woonadres dat de schrijver Georges Perec verzon, waaraan het kunstwerk van Matthew Darbyshire op het Stadionplein haar titel ontleent. Het kunstwerk wordt zaterdag 10 november onthuld.

Nou heb ik niks met legpuzzels. Maar vorige zomer, juist toen ik me voor de eerste keer door dat dikke, niet-zo-toegankelijke boek “Het leven een gebruiksaanwijziging” van Perec heenworstelde, kwam het er dan toch van.
Mijn hoofd stond niet naar lezen.
Als een soort meditatief herstel van een ziekenhuisopname werkte ik aan een legpuzzel. Daardoor weet ik nu hoe het voelt als je dagenlang naar een specifiek puzzelstukje zoekt.

Ben je aan het puzzelen?”, vroeg de buurvrouw, toen ik tussendoor even met haar op een zonnig terras op het Stadionplein zat, aan de voet van de lange bak aarde, waar nu het kunstwerk “11 Rue Simon-Crubellier” is verrezen.

Stomverbaasd keek ik mijn buurvrouw aan. Hoe kon ze nou weten dat ik aan het puzzelen was? Zag ze dat aan mijn neus, daar op dat terras? Hoe kon dat?
Het was idioot: ze zag het aan mijn arm!
In de warme plakkerigheid van de zomer was er een legpuzzelstukje aan mijn onderarm blijven hangen en wonderbaarlijk genoeg had dat stukje mijn wandeling naar het Stadionplein overleefd.
Ik had het ook kunnen verliezen.

life-puzzle

Puzzelstukjes verdwijnen soms. En dan krijg je het plaatje niet meer compleet. Bij de schrijver Georges Perec is dat het geval. In al zijn boeken is er een (verkapte) zoektocht gaande naar het puzzelstukje van zijn jeugd: zijn verdwenen Joodse familieleden, zijn herinneringen.
“Mijn moeder heeft geen graf”, schrijft hij, n.a.v. haar deportatie op 11 februari 1943 naar Auschwitz. Perec is dan zes jaar. Er is verder niets over zijn moeder bekend. Ze is opgelost in het niets.”Ik heb geen herinneringen aan mijn kinderjaren”.
Ja, dan heb je een gebruiksaanwijzing nodig om te kunnen leven. Voilà, de titel van het boek over de 11 rue Simon-Crubellier.

perec-puzzle-piece

Georges Perec (1936-1982)

Wat is er aan de hand met dat gepuzzel op de 11 Rue Simon-Crubellier?
Te midden van veel zwarte details, zoals ik in het eerste blog uit deze serie liet zien, is een aantal bewoners in dat flatgebouw met elkaar betrokken bij een krankzinnig verhaal over aquarellen en puzzels.
Maar in feite vindt er in dit verhaal een ritueel vernietigingsproces plaats.

AQUARELLEN

Zoals Perec in een eerdere roman (over zijn jeugd, op zoek naar een verzonnen eiland W) zelf de wereldzeeën was afgestruind, laat hij nu een steenrijke bewoner aan de 11 rue Simon-Crubellier, een Engelsman, de wereld afstruinen om zee- en havengezichten te schilderen. Aquarellen, op papier, waarin een watermerk W van Whatman staat.
De miljardair, die met zijn tijd en zijn leven geen raad weet, wil zo het Zinloze van Alles, nutgeven. Hij doet er 20 jaar over, maakt 500 aquarellen, de laatste van de haven van Brouwershaven in Zeeland.

havensluis-Brouwershaven

Ad Kikkert (1914-1995): zeesluis Brouwershaven

De miljardair heet Percival Bartlebooth (let op zijn voornaam, bij Perec is Niets zomaar bedacht; ik denk aan Parsifal die op zoek was naar de Heilige Graal) en maakt er zijn levensdoel van.
Hij bedenkt een plan, waarbij meerdere bewoners van het flatgebouw betrokken raken.

BURENNETWERK

Voorafgaand aan zijn reizen, neemt hij eerst 10 jaar schilderles bij een buurman, die schilder is, Serge Valène. Een andere buur wordt zijn secretaris, die hem 20 jaar lang op reis vergezelt. Tijdens die reizen worden de aquarellen als pakketjes naar de 11 Rue Simon-Crubellier opgestuurd. De postzegels komen terecht bij een buurjongetje.

net-a-porter-vacation-kit-

Een buurman die houtbewerker is, Gaspard Winckler, vraagt hij om de 500 aquarellen op te plakken en er legpuzzels van te zagen. Die door een buurvrouw in mooie zwarte dozen worden bewaard met een zwarte strik erom heen.
Deze puzzels worden door de Engelsman 20 jaar later zelf in elkaar gezet. Het leven moet toch ergens zin voor hebben?
Maar daar laat Perec het niet bij.

PUZZEL

Het is een hele puzzel, dat boek over de 11 rue Simon-Crubellier, dat begint met een taai hoofdstuk over de ins en outs en de talloze vormen van legpuzzelstukjes. Je moet er maar doorheen komen, door dat eerste hoofdstuk!

tumblr_kqsblkZqxn1qa53j3o1_1280

Omdat ik zelf in een enorm woonblok woon, waarbij op mijn ene lift al 30 huisdeuren uitkomen, terwijl er vele liften zijn, hielp dit gegeven mij bij het lezen van het boek om me voor te stellen hoe er allerlei kruislingse dwarsverbanden ontstaan tussen de diverse bewoners van dat 10-etages hoge Parijse flatgebouw. Er spint zich een heel netwerk van burencontacten rond dat verhaal over puzzels en aquarellen.
Perec maakt er een spel van. Een spel dat hij speelt met de lezer.

RITUELE VERNIETIGING

22801697-houten-schildersezel-met-leeg-canvas-geïsoleerd-op-zwarte-achtergrond

Vanaf het begin is het plan van de miljardair, om de puzzels ook weer te laten verdwijnen. Om de legpuzzels weer terug te brengen tot de oorspronkelijke aquarel.

Sterker nog: ook de aquarellen wil hij laten verdwijnen, m.a.w. hij wil de water-verf-achtige herinneringen aan de zeegezichten laten oplossen in het Grote Niets.

Door het oplossen van de aquarellen tot opnieuw een blanco vel papier met het watermerk W erin, “zou het hele project in zichzelf verdwijnen zonder sporen na te laten”.

Het plan van de re-aquarellisatie van de puzzels had geen enkel nut. Maar dat vond de Engelse miljardair prima. Het ging hem om “niets“.

Om zover te komen moet dan eerst een buurman op de 11 rue Simon-Crubellier iets verzinnen om de puzzelstukjes weer naadloos aan elkaar te plakken. Een ander verzint een procedé om de aquarel weer los te weken van het hout. En daarna wil de miljardair de aquarel op de plaats waar ie geschilderd is, terugbrengen en op rituele wijze bewerken met een oplosmiddel.

13466missing_jigsaw_puzzle1[33699]

Als een buurman, die tv-producent is, van dit rituele vernietigingsproces hoort en ervan een tv-uitzending wil maken, loopt het – na veel gesoebat en concessies met Bartlebooth – uiteindelijk uit op het verbranden van de filmopnames.
Vooral nadat een kunstcriticus, die er wel een modern kunstproject in ziet, er 10 miljoen dollar voor heeft geboden.
B

artlebooth wil dat helemaal niet.
Het hele proces van de aquarel-puzzel-vernietiging raakt zo verstoord in zijn opzet. En uiteindelijk besluit de Engelsman dat hij de rest van de puzzels in de zwarte dozen zou laten “en in een verbrandingsoven” zou gooien.

Zo speelt Perec met metaforen.

Ondertussen zit de schilder Valène, de oudste bewoner van het pand, voor een leeg schildersdoek en mijmert hoe hij dat flatgebouw aan de 11 rue Simon-Crubellier met al die mensen erin zou kunnen schilderen.

14072Rembrandtzijnatelier

1629 Rembrandt in zijn atelier

Hij denkt aan “de vluchtige schimmen van al degenen die daar eens waren”.
Hij “had soms de indruk dat de tijd stil was blijven staan”.
“Alleen al de gedachte aan het schilderij dat hij van plan was te maken (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)”.

Maar als Valène sterft, is het schilderij op zijn schildersezel nog praktisch maagdelijk wit.

VLAKGOM

Het verdwijn-thema komt in allerlei details terug, ook in zijlijnen. Zo wordt in de zak van een regenjas van een vroegere Joodse bewoner van het pand, die bij een razzia wordt opgepakt, door de Gestapo een doosje gevonden met op het deksel: een reclametekst voor “vlakgom veeguit“.
Ook gaat iemand dood aan het overmatig kauwen op het gummetje van zijn potlood.
Het lijkt een volkomen onbeduidend detail, over de man van de concierge, maar in het vernuftig geconstrueerde boek van Perec worden errugh veel details opgesomd, en bijna geen één detail is onbeduidend.
Vlakgommen wissen dingen uit. En daar gaat het over bij Perec. Hij speelt met het thema van vergeten, uitwissen, oplossen in het niets.

1040214

Een kruimeldief en het mondstuk van een steelstofzuiger: 2 schoonmaakobjecten in brons in het kunstwerk 11 rue simon.Crubellier, van Matthew Darbyshire, Stadionplein 2018

VERNIETIGING IN DE KUNST

Het brengt bij mij – hoe kan het ook anders – toch ook andere kunstprojecten in gedachten. Perec kan, behalve door zijn jeugd, ook geïnspireerd zijn door de Amerikaanse kunstenaar Robert Rauschenberg (1925-2008), die in 1953 een kunstwerk van de beroemde Nederlandse Willem De Kooning (1904-1997) uitwiste.
Erased De Kooning” heet het. Het is in 1998 aangekocht door het San Francisco Museum of Modern Art. Een leeg uitgewist schilderij dus! Het wordt in postmoderne kunstkringen gezien als een neo-dadaïstisch conceptueel kunstwerk.

Leuke video van Rauschenberg over zijn uitgewiste schilderij:

694

Banksy versnippert, oktober 2018

En dan Banksy natuurlijk laatst!
Wat te denken van de Britse straatkunstenaar in oktober 2018 met zijn stunt op een veiling om zijn eigen kunstwerk te versnipperen, net nadat het verkocht was voor 1,2 miljoen euro. De kunstwereld werd voor gek gezet.
De opzet was dat alles versnipperde. Maar na de gedeeltelijke versnippering is het kunstwerk prompt 2 miljoen waard geworden, omdat er die avond tijdens de veiling een nieuw kunstwerk is ontstaan ;-).
Video: https://www.telegraaf.nl/video/2697725/banksy-onthult-snipperstunt-mislukt

rompecabezas-puzzle

Het puzzelstukje, de Jeugdherinnering W, past niet in de puzzel.

W

Als Bartlebooth uiteindelijk sterft, mist er één puzzelstukje op het zwarte tafelkleed. Het heeft de vorm van een X.
Een kruis, zou je kunnen zeggen.

In zijn hand heeft hij een puzzelstukje in de vorm van een W.

En W verwijst bij Perec naar alles wat met zijn verdwenen moeder te maken heeft en naar zijn

W

roman “W en de Jeugdherinnering” over een fictief eiland W, vol kadaverdiscipline en – hou u vast – Olympische Spelen, bizar genoeg.

(Boekcover-ontwerp van Perec met Olympische ringen van prikkeldraad)
Een krankzinnige speling van het lot wil dat Amsterdam Stadsdeel Zuid het kunstwerk 11 Rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire recht tegenover het Olympisch Stadion plaatst.

(Wordt vervolgd)

Een kunstwerk: een gebruiksaanwijzing

Als het kunstwerk van Matthew Darbyshire in Amsterdam binnenkort wordt onthuld, bestaat voor het eerst het Franse woonadres 11 Rue Simon-Crubellier in werkelijkheid. Omgetoverd vanuit fictie, vanuit een roman, naar een monumentaal kunstwerk op het Stadionplein: als betonnen 3-kamerappartement van 65 m² met bronzen meubels in zwart.
Nergens anders ter wereld bestaat de 11 Rue Simon-Crubellier. Een kunstwerk met zo’n naam vraagt om verder onderzoek. Wat is dat voor adres, waarvan Matthew Darbyshire niet de eerste kunstenaar blijkt die zich hiermee bezighoudt?

1040164

11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire. Stadionplein, 2018

Darbyshire (1977) heeft als Brit het woonadres uit een Franse roman van Georges Perec (1936-1982) als titel gekozen, zegt hij desgevraagd, omdat hij dat wel “romantisch” vond en in het kader van de huidige Brexit-discussie wel een mooi statement. Een Nederlandse titel vond hij wat obligaat. Hoewel ik dat niet meteen begrijp (bij een gemeenteopdracht vanuit Amsterdam) maakt hij zijn kunstwerk er wel veel intrigerender door, veel internationaler. En dat is slim van de Brit.

Australische videokunstenaars gingen in 2004 al op zoek naar de 11 Rue Simon-Crubellier, in een multi-mediaproject rond de straatnaam, om te kijken of een verzonnen adres uit een roman werkelijkheid kan worden, louter omdat je ernaar op zoek gaat. Op You Tube is te zien hoe ze ambtenaren met vragen over het niet-bestaande adres gekmaken.
Art-video 2004, kijk online, deel 2: “Searching for Rue Simon-Crubellier”:

Een Belgische striptekenaar Brecht Evens (1986) heeft in 2015 het flatgebouw geïllustreerd.

1453377443852

La vie Mode d’emploi, Perec par B. Evens. Illustratie Brecht Evens

Een andere kunstenaar, Max Richter (1966), een Britse componist van Duitse oorsprong die dit jaar nog in het Concertgebouw een zgn. ‘Sleep-concert’ gaf van 8 uur lang, wijdde in 2008 een meditatieve compositie aan de Simon-Crubellierstraat.
Muziekvideo “Circles From The Rue Simon-Crubellier”: luister online:

In 2018 nu sleept de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire het fictieve adres in 3 D, als sculptuur, de werkelijkheid in. “Concrete” is het Engelse woord voor beton. De Brit heeft een fictief adres in grijs beton concreet gemaakt. Als Environmental Art, op het Stadionplein. Je kunt erin gaan zitten.

1040079

Op verzoek van bewoners, die een fontein als kunstwerk wilden, zijn er “waterelementen” in opgenomen

11

9200000052067929

In juni 2017 tijdens een studieavond – vol met Perec-ologen – van Atheneum Boekhandel en de Universiteit van Amsterdam werd me voor het eerst duidelijk dat het huisnummer 11 door de Franse schrijver, die het adres verzon, niet zómaar gekozen is.
Georges Perec is bekend met getallensymboliek, vanuit de Joodse kabbala. Cijfers, getallen en wiskundige formules blijken essentieel voor de Frans-Poolse Joodse schrijver (1936-1982).
De hele roman van 511 pagina’s over bewoners in een groot Parijs’ flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier kun je niet loszien van ander werk van Perec. Het woonadres blijkt vooral een metaforisch levensverhaal over hemzelf te zijn.

20180923_123306B

Dr. Manet van Montfrans, gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, verbonden aan de leerstoelgroep Moderne Europese Letterkunde is gepromoveerd op Perec en heeft een zeer leesbaar boekje geschreven, dat als handleiding kan dienen om de roman beter te begrijpen. “George Perec: een gebruiksaanwijzing“.
Een knipoog naar de Nederlandse vertaling “Het leven een gebruiksaanwijzing” van de Franse roman: “La Vie Mode d’emploi”.

s-l300

Perec is in Frankrijk bepaald geen onbekende. Er is notabene een asteroide, een kleine planeet, naar hem vernoemd, dus als wij in Nederland Perec slechts in kleine kring kennen, zegt dat meer over ons dan over de Franse schrijver.
Hij heeft 2 belangrijke Franse literatuurprijzen gewonnen, stond op een Franse postzegel, er zijn straten naar hem vernoemd, een school en verschillende bibliotheken. Hij wordt gezien als een (jong gestorven hedendaags) schrijver, behorend tot de Grote Klassieken.

TRAUMA

Essentieel voor Perec en zijn hele oeuvre blijkt: het op transportstellen naar Auschwitz van zijn moeder op 11 februari 1943. Zij werd tijdens een razzia uit zijn geboortehuis in de Rue Vilin in Parijs gehaald. Ook zijn tante en 2 opa’s “verdwenen” in de oorlog. Perec was zes jaar toen hij in 1942 voor het laatst zijn moeder zag. (Zij bracht hem in een Frans bergdorp in veiligheid). Hij was 4  toen zijn vader sneuvelde in 1940 als soldaat in het Franse leger.
Ik heb geen jeugdherinneringen aan mijn ouders,” zegt hij daarover, in een intrigerend verzonnen boek over zijn jeugd: “W en de Jeugdherinnering”, waarop ik in een volgend blog nog terugkom i.v.m. het Stadionpleinkunstwerk. En: “Mijn moeder heeft geen graf”.

Het thema Verdwijnen, oplossen in het Niets blijkt het kernthema van Perec. Ook op de 11 Rue Simon-Crubellier (volgend blog).

Ook het woonadres uit zijn jeugd aan de Rue Vilin verdwijnt, als na de oorlog de Parijse wijk verpaupert en op de schop gaat voor nieuwbouw. Perec legt dan met pen en papier en ontelbare zwart-wit foto’s een gigantisch gedetailleerd archief aan over die straat uit zijn jeugd. Als een soort stadsarchivaris of socioloog, in een poging het verleden vast te houden. (zie: video onderaan)

Plaque_perec

Bordje “Verdwijning” door Christophe Verdon, als eerbewijs aan Georges Perec. Café de la Mairie, Place Saint-Sulpice Parijs

Ook schrijft hij een belangrijke roman waarin de letter e verdwenen is. Een essentiële letter in het Frans.

Samen met een jeugdherinnering aan een soort Hebreeuwse letter, die lijkt op een J, vormt het boek over de verdwenen letter E en zijn latere boek over zijn jeugd, waarin hij een eiland W verzint, zich tot het woord JEW, zo leer ik uit de fascinerende Franse documentairefilm over Perec. (zie onderaan).

P1030924

11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum

Als eerbetoon aan zijn gedeporteerde familie en de verdwenen straat uit zijn jeugd richt Perec dan, in zijn fantasie, een giga flatgebouw op aan de 11 Simon-Crubellier, in zijn magnum opus “Het leven een gebruiksaanwijzing “. Hij propt het boordevol met mensen en met spullen.
Hij laat dat de oudste bewoner van het pand, de schilder Valène, in feite vertellen: een kunstenaar die een dwarsdoorsnede van het flatgebouw wil schilderen (p.239/138)

Hij zou zelf op het schilderij voorkomen, op de manier van de renaissanceschilders, die altijd (-) een heel klein plaatsje voor zichzelf reserveerden (-) alsof hij niet wilde dat het opgemerkt zou worden, alsof het alleen maar een signatuur voor ingewijden moest zijn (-) als een waakzaam spinnetje dat zijn glinsterende web weeft (-)
“alleen al de voorstelling die hij zich maakte van dat opengebroken pand dat de scheuren van zijn verleden (-) toonde (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)”

Het flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum, als praalgraf.
Als je meer weet over Perec , dan herken je in het antiekwinkeltje onderin het flatgebouw de kapperszaak van zijn vermoorde moeder en in de levensverhalen van alle bewoners – én in hun voornamen – stukjes en beetjes van verdwenen familieleden van Perec. Of andere boeken van Perec.
Wat een vernuftig, complex bouwwerk, dat boek!!! Ingewikkeld, taai, maar mateloos intrigerend hoe iemand zijn oorlogstrauma’s verwerkt in literaire fictie. Met een fascinatie voor alledaagse spullen. Alsof je met al die materie het verleden bij je kunt houden.

1040167

42 zwarte objecten

Hoewel het Zwart in het kunstwerk van Matthew Darbyshire nogal opvalt, zegt de Brit mij, niet zozeer uit biografische redenen voor de straatnaam van Perec te hebben gekozen. Meer is hij gefascineerd door de enorme complexiteit van Perec’s boeken, de ingewikkelde structuur ervan en de zelf opgelegde regels en inperkingen.

Zo heeft de schrijver bijvoorbeeld in elk woonvertrek aan de 11 Rue Simon-Crubellier en in elk hoofdstuk 42 objecten willen onderbrengen. Geen 43, wat naar 1943 zou kunnen verwijzen. Maar 42.
Er ontbreekt er bij Perec altijd éèn.
Zoals de letter e ontbrak in een boek, zo beschrijft hij van de 100 woonvertrekken aan de voorkant van het flatgebouw er maar 99.
Of: in 1942 zag Perec zijn moeder voor het laatst.

1040096

Citruspers van Alessi/Philip Starck en mixer van Smeg

Vervolgens tel ik 38 designobjecten in het kunstwerk van Matthew Darbyshire, maar als ik de zwart-bronzen douchekop, 2 kranen en wc-bril in brons meereken, kom ik op 42 zwartbronzen objecten. (Als ik de Imac op het bureau met toetsenbord als 1 reken).
Op deze manier verbindt Darbyshire zich vermoedelijk aan Perec. Meer om formele, dan om biografische redenen.

DARBYSHIRE

Vooral die inperkingen die Perec zichzelf oplegt, intrigeren Darbyshire. Zelf heeft hij het zich ook niet gemakkelijk gemaakt, door zich in zijn interieurkeuze van het Stadionplein-appartement te beperken tot alleen design-meubels, die in Nederlandse musea staan en/of in Nederlandse winkels te koop zijn. Om zich vervolgens vrijwillig te laten inperken door buurtbewoners, die hij liet kiezen uit een selectie van 5, per design-object.
M.a.w.: de kunstenaar koos 5 designbanken uit en Stadionbuurtbewoners kozen daaruit de bank van Jan de Bouvrie. Zijn eigen opsommingslijsten brengt Darbyshire zo in verband met de lijstjes die Perec graag maakt in zijn boeken.

Max Richter benadert met zijn muziek Perec vermoedelijk het meest inhoudelijk. Vooral als ik zie dat Richter ook een compositie heeft geschreven over de Rue Vilin, de straat uit Perec’s jeugd, de straat van de razzia, denk ik:
Als je dàt doet, ja, dan heb je Perec “begrepen”.

In een volgend blog laat ik zien welke metafoor Perec aan zijn 11 Rue Simon-Crubellier gebruikt voor het verdwijnen van zijn Joodse familie.
(wordt vervolgd)

  • Op You Tube zijn er talrijke Franstalige video’s die inzicht geven in de Joodse roots van Perec.
  • In bijgaande film wordt duidelijk hoe zijn jeugd zijn gedetailleerde schrijfstijl, zijn obsessie voor objecten, straten en huizen heeft beïnvloed.

© Overname van gedachtengoed uit deze column: graag met bronvermelding

Dit is deel 2 in een serie van 6 blogs over 11 rue Simon-Crubellier

  1. Zie website van mw. dr. M.A.E. van Montfrans: http://www.manetvanmontfrans.nl/index.php/2018/12/29/de-rue-simon-crubellier-in-amsterdam/
  2. Blog 1 over Zwart in 11 Rue Simon-Crubellier;
    https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/17/het-gevoel-van-zwart/
  3. Blog 3 over de boekinhoud: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/04/het-leven-een-puzzel/
  4. Blog 4 over de plaats van dit kunstwerk in het werk van Mathew Darbyshire: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  5. Blog 5: Stadionbuurters als bezoekers van het kunstwerk 11 rue Simon Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2018/12/01/anybody-home/
  6. Blog 6: “What’s in a name”, over de Joodse context van 11 rue Simon-Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2019/05/01/whats-in-a-name/
  7. Zie film van Australische kunstenaars: Searching for 11 Rue Simon-Crubellier, dl 1: https://youtu.be/WE_zH3D0mNM

Het Gevoel van Zwart

Kan zwart ook vrolijk zijn? Stijlvol, gedistingeerd, ja, sexy ook, maar vrolijk? Welke betekenis heeft zwart? De zwarte meubels in het kunstwerk in wording op het Stadionplein vragen aandacht.
Het kunstwerk, een 3-kamerappartement van 65 m met keuken en douchecel, in grijs beton en zwart gepatineerd brons, van de Britse kunstenaar #Matthew Darbyshire (1977) wordt begin november onthuld door AmsterdamStadsdeelZuid.
Zaterdagmiddag 20 oktober is er -stomtoevallig- een lezing over Zwart in de Kunst in de bibliotheek op het Stadionplein. Een lezing uit een serie van 5: Kleur is de Kunst, door kunstenaar #Marianne Roodenburg.

Zwart kan van alles oproepen. Het Zwarte Vierkant van de Avant-gardistische Russische kunstenaar Kasimir Malevitsj (1878-1935) schokte in 1913 de kunstwereld niet alleen vanwege zijn abstractie. Op de tentoonstelling hing Malevitsj zijn Zwarte schilderij precies op de plek waar in Russische huiskamers de icoon van God hangt. Shocking. Zwart ter contemplatie. Zwart kan spiritueel zijn. Vele religieuzen dragen zwart.

MODERN

Eén van mijn buurvrouwen heeft zwart met grijs consequent doorgevoerd in haar interieur. Tot aan de placemats, kaarsen en kopjes aan toe. Het is een moderne, strakke huiskamer.
Ook de eigentijdse kunstenaar van Evironmental Art, Darbyshire, ziet in al dat zwart vooral modern Design. Schriftelijk zegt hij me om “formele” redenen gekozen te hebben voor het zwarte interieur, omdat hij het “moderner” vond dan de gebruikelijke bruingroene geoxideerde kleur van patina brons voor de meubels. Hij vond Zwart beter bij de omgeving passen.

Darbyshire:
“De kleur zwart werkt zoveel beter (dan het gebruikelijke bruine patina) tegen het krachtige, industriële en misschien zelfs rauwe grijze beton. Ik hou er ook van om het klassieke clichématige gebruik (van brons) te voorkomen, ook al komt dat misschien een beetje tegendraads over”.

P1030801kopie
Vertaalde uitgave van het Franse boek, dat ten grondslag ligt aan 11 Rue Simon-Grubellier

PARIJS FLATGEBOUW

Ondertussen herlees ik het Franse boek dat ten grondslag ligt aan de titel van het kunstwerk: “11 Rue Simon-Crubellier“. De titel refereert aan een Frans woonadres uit een 511 pagina tellend boek uit 1978, dat zich afspeelt aan de 11 Rue Simon-Crubellier in Parijs. Een niet bestaande straat, verzonnen door de schrijver Georges Perec (1936-1982).

d009747ed913c3f785f1352fceb65ae6

Eén van de covers van de vertalingen van het Franse boek La Vie Mode d’Emploi (Het leven een gebruiksaanwijzing) van George Perec.

Het gaat over zo’n 19e eeuws Parijs’ appartementsgebouw met gammele koperen lift en concierge, 10 woonlagen hoog, met kelders en vroegere dienstbodenkamertjes, met zowel koop- als huurappartementen, grote en kleinere flats erin.

Het lijken warempel de woonblokken uit de Stadionbuurt wel. De Brit Darbyshire heeft ook – ter inspiratie voor zijn kunstwerk – bewoners in het nieuwbouwblok midden op het Stadionplein opgezocht.

Het flatgebouw van Georges Perec zit bomvol bewoners, er komen er 500 voorbij: de vroegere bewoners uit vervlogen tijden van het 19e eeuwse pand incluis: zij spelen een evenzo grote rol in zijn geschiedenis.

ZWART

N.a.v. het zwarte kunstwerk heb ik onderzocht op welke manier Zwart in dit Parijse appartementsgebouw voor komt. En dat is opvallend veel, te midden van de krankzinnige hoeveelheid details over meubelstukken, wandkleden, schilderijen, boekcovers etc., waar Perec ons op trakteert.

Ik zeg niet dat alles zwart is aan de Parijse 11 Rue Simon-Crubellier, maar toch. Het centrale verhaal heeft twee duidelijke referenties naar zwart. Vele andere zwarte verwijzingen betreffen zijlijnen in het boek, die samen de context en sfeer kleuren, waarin het centrale verhaal zich afspeelt.

Het is bepaald geen vrolijk boek, het zit vol melancholie over de vergankelijkheid en zinloosheid van het leven.
Zonder hier nu meteen in te gaan op het waarom van de melancholie van de schrijver Perec (dat komt in latere blogs) concentreer ik me eerst op Het Gevoel van Zwart.

14206c386d9d9275060c11f98d9dd125

Georges Perec (1936-1982)

Het boek is een bouwwerk op zich; ingenieus bedacht; een intellectueel hoogstandje, vol diepere lagen en dubbele bodems, waarbij Perec een spel met de lezer speelt.
In elk hoofstuk zitten aspecten van het leven van de schrijver – en van zijn eerdere boeken – verstopt en het is de gein en de kunst om de sleutel te vinden en de puzzel op te lossen.

Ik daag de liefhebber van geschiedenis en literatuur en kunst uit, om de komende weken me te vergezellen naar deze 11 rue Simon-Grubellier in Parijs, om het moderne zwarte kunstwerk met dezelfde naam, op het Stadionplein, te duiden.

SPEL

Geheel in stijl van Perec, die errugh van rijtjes, opsommingen en getallen houdt, en van regels, systemen en puzzels (een autist is er niks bij !) som ik op, op welke manier Zwart in het boek voorkomt. De volgorde doet er even niet toe. De kern van het verhaal komt later wel.

  • Mevrouw Marcia, met haar antiekwinkeltje onderin het pand, zit in een leunstoel van zwart leer. Op een prent in haar kamer wordt tegen een zwarte keukentafel seks bedreven, terwijl een in het zwart geklede grijsaard toekijkt. Naast haar leunstoel ligt een roman, met op de omslag een afbeelding van een triktrakbord, waarop o.a. een stel handboeien ligt.

giphy-3.gif

Er wordt veel getriktakt op de 11 rue Simon-Grubellier, een spel met zwarte-en-witte schijven. Net als zwart-witte kruiswoordpuzzels die steeds moeten worden opgelost. Perec tekent ze soms uit.

  • Bij mevrouw Moreau, een zakenvrouw, staan met koper ingelegde kasten van zwart palissander hout. In haar slaapkamer een matras in zwarte skaileren hoes.
    Ze heeft haar huis laten inrichten door een binnenhuisarchitect, zodat ze haar handelsrelaties kon ontvangen. Ze serveerde dan monochrome maaltijden. De laatste was een zwarte maaltijd in borden van gepolijst leisteen met zwarte kaviaar, truffelsalade en inktvis. De drank werd in basalten bekers geserveerd.
  • Bij het echtpaar Altamont wordt een receptie voorbereid door butlers in zwart pak. Mevrouw draagt een onderbroek van zwarte zijde en rond haar rechterhand een smalle zwartgazen band, als teken van rouw over een vorige geliefde. Meneer werkt als ingenieur in de oliebusiness, “het oude zwarte goud“.
  • Als de schilder Valène, de oudste bewoner van het pand, een dwarsdoorsnede van het appartementsgebouw wil schilderen (zoals Perec dat dus als schrijver doet in zijn boek!), inventariseert hij wat er in de loop der jaren in het trappenhuis aan de 11 Rue Simon-Grubellier gevonden is, en stuit daarbij op het Japanse Go-spel.ako1Zeven marmeren schijfjes, 4 zwarte en 3 witte, liggen zo op de overloop, dat zij het patroon vormen dat in het go-spel Ko heet: Eeuwigheid.

Het is een significant voorbeeld hoe Perec speelt met symboliek. De getallen 4 en 3 zullen bij Perec vaker voorkomen. Net als het getal 11. Zelfs de Nederlandse vertaling heeft 511 pagina’s.

  • In de slaapkamer van de huisarts Dinteville staat een commode van gelakt zwart hout. Op zijn zolder vindt hij een boekje van een van zijn voorvaderen, een chirurg: hoe je middels een zwarte vloeistof in de nieren van een patiënt kon kijken. Dinteville deed 4 jaar onderzoek en schreef er een manuscript over van 300 bladzijden, waarin hij de relatie met de Joodse mystiek, het hermetisme en de alchemie onderstreepte.
  • Het atelier van de kunstenaar Hutting heeft een met zwart leer gecapitonneerde deur. Hij werkt aan een schilderij, waar 3 figuren op staan. Eentje in zwart duikerspak, iemand met een zwarte ruitvormige baret op, zoals Britse professoren dat hebben. De derde is een Japanner in een lang zwart gewaad. Op de vloer: een geometrisch zwart-wit tegelmozaïek.
    In zijn salon staat Huttings secretaresse in zwart-leren motorpak, met een dolk in haar handen.
  • Ook zitten er 4 gehurkte mannen te mediteren in zwart zijden broek en ontbloot bovenlijf, waarbij ze moeten leren iedere sensatie van pijn te vergeten.
    Het 3e vertrek in dat appartement heeft geen meubels. De muren, het plafond, de vloer, de plinten en de deuren zijn met lakverf zwart geschilderd. Aan de muren hangen 3 rijen gravures in matzwarte metalen lijsten.
  • en juffrouw Crespi droomt over een man in de deuropening die een zwart omrand kaartje laat zien.

1030983
naamkaartje van één van de hoofdrolspelers aan de 11 Rue Simon-Grubellier

PUZZEL

Te midden van deze zwarte details speelt een houtbewerker Winckler een rol in het centrale verhaal, dat zich tussen diverse bewoners van het pand afspeelt, en over puzzelstukjes gaat. Een krankzinnig verhaal. Waarover in een volgend blog meer.

  • In de slaapkamer van Winckler, die de puzzels snijdt, hangt een uitgeknipte tijdschrift-foto van 3 in het zwart geklede mannen in een wachtkamer, voorafgaand aan een duel, waarbij de ene de dood zal vinden.
    Het was het enige in de kamer, behalve zijn bed, wat hij verdroeg, schrijft Perec. Het zwart leren kussentje waarop Wincklers vrouw had gezeten had hij weggegooid: “alles waar zij een spoor op had achtergelaten“. Zij was gestorven, in de fictie van Perec, in 1943 tijdens het ter wereld brengen van een doodgeboren kindje.
  • Ook mevrouw Hourcade speelt in de puzzel-plot een rol. Zij heeft in een kartonfabriek gewerkt en levert 500 prachtig zwart kartonnen dozen voor de puzzelstukjes aan één van haar buurmannen. De zwarte dozen worden afgesloten met een zwart of grijs lint.

Black ribbon[33693]

  • de dozen zijn voor de bewoner Bartlebooth, een Britse miljardair, die met zijn tijd geen raad weet. In zijn slaapkamer ligt een in zwart leer gebonden agenda met daarop o.a. een tekstballon: The surest stronghold is the home.
  • Als hij sterft zit hij aan een tafel met zwart kleed, waarop een legpuzzel ligt. Er ontbreekt een puzzelstukje, dat zwart lijkt door het kleed eronder.th9ZI00BQK

DIT is de sfeer; Het Gevoel van Zwart, dat opstijgt uit alle poriën van het boek over het pand aan de 11 Rue Simon-Grubellier.

Op mijn vraag aan Matthew Darbyshire of het Zwart in zijn kunstwerk een relatie heeft met het Zwart in het boek geeft hij geen antwoord. Hij gaat er niet op in. Wel antwoordt hij, dat zijn keus voor de titel 11 Rue Simon- Grubellier “absoluut meer formeel dan biografisch” van aard is.

Zelf vind ik het juist intrigerend om het verhaal achter het Franse woonadres te betrekken bij het kunstwerk met dezelfde naam! Ik zie daarin een sleutel om het kunstwerk in te bedden in de Stadionbuurt. Ik daag u uit mij de komende weken te volgen in mijn analyse.
Want waarom heeft Perec dit gebouw aan de 11 Rue Simon-Grubellier opgericht?

1040002

Het bedrijf “Everything is Possible” werkt aan Darbyshire’ ’11 Rue Simon-Grubellier’ .

(wordt vervolgd)

© Gedachtengoed uit deze serie over 11 Rue Simon-Grubellier svp alleen met bronvermelding overnemen

Verder verschenen:

  1. op Facebook: Zwart Design op Frans woonadres: https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=948209028696042&id=238292489687703
  2. Column “Onze straat met zwarte spullen”, Huis van de Wijkkrant Olympus, december 2017
  3. Eerder Blog over Design in het Stadionpleinkunstwerk: https://marionalgra.wordpress.com/2017/05/16/huiskamer-in-zwart/
  4. Eerder Blog over Ontstaan Stadionpleinkunstwerk: https://marionalgra.wordpress.com/2016/09/23/fontein-wordt-kraantje/