Tagarchief: Stadionplein

Anybody home?

Het is mutsenweer. Half november, er staat een gure wind, handen houden open kragen bijéen. Bakfietsvaders en moeders achter kinderwagens sjezen in grote vaart voorbij. Kranten-bezorgers met overvolle fietstassen, haastige postbodes, zelfs scooters zigzaggen dwars door voetgangersgebied heen. In de week dat de 11 rue Simon-Crubellier als kunstzinnig woonadres 11 dagen is opgeleverd in Amsterdam, observeer ik – verspreid over de week – 11 uur lang haar gasten. En het Stadionplein. 

P1040306A
Als tegen 17 uur de straatlantaarns aanflitsen, verdwijnt de woonkamer in de donkerte. De bewoners van 11 rue Simon-Crubellier zijn vertrokken. Alleen het water is niet afgesloten.

MAANDAG 15.30 – 17.30

Er woont niemand op de 11 rue Simon-Crubellier. Maar de vloer en stoelen zijn nat, alsof de werkster net geweest is. De wind wappert de waterfontein boven de wc-pot wild door het huis .

Rond 16 uur lijkt het alsof er een haardvuurtje wordt aangestoken. In de beregende zwarte linnenkast weerspiegelt een oranje gloed van een zwaailicht van een vrachtauto. Het lijkt 20 minutenlang een wakkerend vuurtje en is het enige levende element in het appartement – naast de waterstralen uit de radiator, de gootsteen en het keukenblok.P1040291
Om 16.07 uur cirkelt een man via het gras door het huis heen, zet zijn capuchon op en verlaat over de deurmat het zwarte ‘pand’. 
Om 16.28 uur vegen twee meiden hun voeten op die deurmat, voelen aan de keukenapparatuur, de stoel in de huiskamer. In de slaapkamer pakt één haar telefoon en begint zichzelf te filmen. Het zijn de 2e en 3e gast binnen een uur.

Om 17.10 bezoekt een vader met peuter – weer via de deurmat – het appartement. De moeder blijft buiten, haar hand op een kinderwagen. Zoekerig lopen de twee rond, dralen bij het keukenblok; dan trekt de vader het kind mee naar de huiskamer en legt zijn hand precies op de plek van de radiator, waar water uitspuit, waardoor de waterstraal oncontroleerbaar wordt.
De vader springt weg. Ik kan het niet horen, maar denk dat de peuter schaterlacht omdat de vader zichzelf steeds herhaalt: zijn hand eventjes op de radiator; en wegspringen. Na een minuut of 5 verlaten ze via de denkbeeldige slaapkamerdeur het zwarte huis.P1040302AOp dit tijdstip in november duurt het niet lang voordat het zwarte kunstwerk verdwijnt in de avondschemer. Als de straatlantaarns aanflitsen, is er niets dat het appartement  verlicht. Er zijn geen bewoners op de 11 rue Simon-Crubellier, hun lampen in de huiskamer en op het bureau doen het niet.
Rode achterlichtjes van auto’s rond het plein schijnen soms even door de vakken van het boekenmeubel heen.
De feestverlichting in de bomen bij het hotel-restaurant op het plein trekt nu meer aandacht.

DINSDAG 10.30 – 12.15

Vaste bezoekers blijken de meeuwen en de kraaien, de kauwen en de duiven op het plein. Vijftien duifjes houden op 5 hoog, onder de dakgoot, het plein in de gaten of zoeken beschutting in de wind, wie zal het zeggen. P1040374

P1040383P1040376Net als maandag, zie ik kijkers.
Kijkers zijn niet meteen ook bezoekers die naar binnengaan. Kijkers zijn overstekende wandelaars met plastic of katoenen boodschappentasjes op weg naar de supermarkt, die misschien even hun tred vertragen en opzij kijken. Een mevrouw achter een rollator met een slepend been; druk discussiërende scholieren met rugzakjes, studenten op gympen, meisjes met wilde wapperende haren in de wind.giphy-3.gif
Als ze stilstaan, staan de meesten stil voor het denkbeeldige keukenraam, omdat het direct aan de straatkant grenst. Er wordt gewezen, er wordt overlegd.

Een fietser in het voetgangersgebied houdt stil bij de logeerkamer, voet aan de grond, stapt niet af maar kijkt, wil doorfietsen, kijkt nog es om en rijdt weer terug.

Ik denk aan het gemopper in de buurt over het zwarte interieur. Maar eigenlijk is iedereen en àlles zo’n beetje donkergrijs en zwart in november om me heen in dit land. Niet alleen de wolken, maar ook de jassen van de mensen, de fietsen, fietskratten, de fietstassen.

Ik ben blij met een voorbijrennende sporter in knalgroen lichtgevend sportpak. Een vrouw met rode baret. Een KLM-stewardess in lichtblauw met rolkoffer. Een wit poedelhondje met rode halsband dat zijn bazinnetje het gras optrekt.P1040327.JPGOok in de moderne brasserie om mij heen is de kleur zwart “bon ton“, afgewisseld met wit marmer, koper en houttinten. De plantenbakken buiten zijn zwart, de boekenkasten binnen, de stoelen, het theeblad. Ook de soepkom is zwart. “Strive to be happy” zegt de zwarte huls van het servet.

Hier netwerken vanaf 8 uur s’ochtends vooral dertigers. Ik hoor marketinggesprekken, Engels, Russisch.  Achter zwarte laptops met ‘wit bedraadde oortjes’ in “delen ze schermen” met onzichtbare klanten aan de andere kant van de lijn.

P1040358
Bezemvegers van de gemeente praten samen over het kunstwerk

Vanuit de verte – vanaf mijn horecastoel – lijkt het misschien even, zoals een kritische lezer van mijn blog laatst schreef als commentaar, of iemand de grofvuildienst heeft gebeld en zijn meubilair op straat heeft gezet. 
Ahhh neee toch...!”, grijnst een Antilliaanse bewoonster van het plein, die naast me zit, iemand die – voor 1.345 euro huur per maand – van 2-hoog uitkijkt over het kunstwerk. Ze heeft een piepklein zwartkrullerig mannetje bij zich, dat ik even warm op mijn schoot mag houden, als zij zijn melkflesje prepareert.
Nee, geen oud vuil, maar ik ben er nog niet goed uit, wat ik ermee aan moet, wat het is!“. 
Ik leg uit wat het is.
Een betonnen 3-kamerappartement van 65 m², naar voorbeeld van de nieuwbouw op het plein, met meubels van 20e eeuwse designontwerpers in zwart brons, die door 45 buurtbewoners zijn uitgekozen uit een voorselectie van de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire.

WOENSDAG 9.30 – 12.30

Op de 11e dag na de House-warming-party van 11 rue Simon-Crubellier, om 11.05 uur, ruimt een voorbijgangster het kunstwerk even op. Ze gooit papiertjes en een kartonnen bekertje in de prullenbak.shutterstock_70714939-1080x675[33696]Mijn gedachten dwalen soms af naar het Franse boek van Georges Perec (dat ten grondslag ligt aan het kunstwerk) en naar de bewoners van die Parijse 11 rue Simon-Crubellier, die met hun vernietigingsproces van puzzelstukjes bezig waren, zoals ik in een eerder blog beschreef.

Ik begin me te realiseren dat mensen misschien niet làng binnenin het appartement op bezoek komen, maar dat als het een gewoon standbeeld was geweest – noem maar wat: een paard met een vent er op, voor mijn part een Griekse held  – dat iedereen er dan gewoon langsgelopen was. Nu zie ik mensen stilstaan, nadenken, een hand aan hun kin, de één blijft aan de stoeprand staan, de ander loopt naar binnen.

Misschien dat het gras om het huis als een soort tuin functioneert, een barrière om binnen te stappen. Als het kunstwerk rechtstreeks op de keien stond, kwam er misschien eerder binnenin bezoek.
Misschien.
Maar kijkers en omkijkers zijn er zo wie zo. Bijna iedereen die de 11 rue Simon-Crubellier bezoekt, kijkt als ze eenmaal buiten zijn, ook weer achterom. Alsof ze denken: “huh, wat was dat nou, wat ik net gezien heb? Waar ben ik nou net geweest….?“. P1040355

DONDERDAG 12.15 – 14.30

Op donderdag rond het middaguur is het spitsuur. In totaal tel ik in 2 uur tijd 31 bezoekers, voornamelijk scholieren. Een verliefd stelletje neemt even plaats. Een man wast er zijn handen. Een fietser loopt dwars door het appartement heen. Even later dansen scholieren op het bureau, terwijl een derde met zijn telefoon voor muziek zorgt.IMG-20181122-WA0000[53580]

Ook de Waternet-inspectie komt donderdag even langs.

ZATERDAG 9 – 11 uur

P1040371Op zaterdagochtend als er nog ochtenddamp hangt en de marktkramen worden opgebouwd, zijn er al vroeg opa’s met kleine jongetjes in het kunstwerk. Toeristen met bepluimde mutsen en een plattegrond in hun handschoenen, nemen foto’s. In twee uur tijd tel ik 12 bezoekers in het huis.

Langslopende kijkers zijn er natuurlijk ook: met stokbroden onder hun arm of bossen bloemen in bruin papier van de markt. De kaasboer, groenteman, notenkraam en bloemenman staan vlak voor het kunstwerk. Ik zie vrouwen met korte jacks en dikke billen eronder. Een joggende vader achter een kinderwagen; het kind klotst een beetje op en neer. P1040388.JPGOm 11.17 uur brengen twee meiden 37 seconden in het appartement door, eentje gaat even op het bureau liggen. Daarna zijn ze 1 minuut en 24 seconden bezig met het nemen van selfies.
 
Als ik even google naar hoelang mensen voor een schilderij in een museum stilstaan, heeft Trouw het over gemiddeld 9 seconden per schilderij, maar de NRC schrijft over 28 seconden, waarvan tegenwoordig veel tijd opgaat aan het maken van selfies bij een kunstwerk.

ZONDAG 15 – 16.30

Op zondagmiddag is het stiller. Een man met zijn handen op zijn rug staat om 15 uur aan de rand van het gras bij de deurmat stil, in gedachten, alsof het een monument is. 
Hey, een huiskamertje!” roept een voorbijflitsende fietster enthousiast.
Maar je mag er niet op zitten“, roept haar compagnon.
Jawel,” roep ik terug: “dat mag!”P1040391.JPG
Er komt toch nog zondagmiddagbezoek in het huis. Spelende kids. En gasten uit het hotelrestaurant met fototoestellen.

In 11 uur tijd, verspreid over deze week, heeft 11 rue Simon-Crubellier 77 bezoekers gehad, ontelbare gluurders door denkbeeldige ramen en diverse fotografeerders. 

DE ZEVENTIENDE DAG

IMG_20181127_133351246[53613]Op de 17e dag na de opening zijn de denkbeeldige ramen van het huis ineens met karton dichtgemaakt.
Een saillant detail, als ik bedenk dat het de kunstenaar Matthew Darbyshire – als Brit – juist was opgevallen dat Nederlanders s’avonds hun gordijnen openlaten en al het interieur voor iedereen zichtbaar is. Iets wat hem inspireerde tot dit kunstwerk.

Onze meubels als openbaar kunstbezit dus.

Even denk ik aan een buurtprotest tegen het zwarte kunstwerk, maar later blijkt het om balorigheid te gaan. 
Scholieren zijn aan de haal gegaan met grote kartonnen meubeldozen van een eigenaar midden op het plein – de adressticker zit er nog op –  die zijn rotzooi onversnipperd en veel te vroeg als grof vuil heeft buitengezet.

De scholieren wilden het huis wat knusser inrichten met kartonnen muren erom heen, zo gaat het verhaal, zodat ze er wat beschutter konden zitten. IMG_20181127_134157480_BURST000_COVER_TOPOok misschien omdat ze dan minder snel nat werden. De waterfontein uit de radiator spettert de huiskamermeubels nat. De scholieren hadden met een steen de radiatorwaterknop geblokkeerd.
Ik snap ze ergens wel. Ik heb deze weken me ook wel afgevraagd of het compromis van kunstwerk-met-fontein wel zo’n geslaagd idee is geweest. Maar ook heb ik gezien, dat juist het speelse water in de wind de opa’s en oma’s met kleinkinderen naar het kunstwerk trekt.
Zonder water was er minder bezoek geweest. Zonder water was het een zwarte lege huiskamer geweest. Waaruit de bewoners zijn vertrokken.

(wordt vervolgd)

  • Met dank aan: Irka voor een foto, Jan en Blanche voor uitleg over het karton en Unice voor haar commentaar.

Dit was deel 5 in een serie blogs over: 11 Rue Simon-Crubellier

Een kunstwerk: een gebruiksaanwijzing

Als het kunstwerk van Matthew Darbyshire in Amsterdam binnenkort wordt onthuld, bestaat voor het eerst het Franse woonadres 11 Rue Simon-Crubellier in werkelijkheid. Omgetoverd vanuit fictie, vanuit een roman, naar een monumentaal kunstwerk op het Stadionplein: als betonnen 3-kamerappartement van 65 m² met bronzen meubels in zwart.
Nergens anders ter wereld bestaat de 11 Rue Simon-Crubellier. Een kunstwerk met zo’n naam vraagt om verder onderzoek. Wat is dat voor adres, waarvan Matthew Darbyshire niet de eerste kunstenaar blijkt die zich hiermee bezighoudt?

1040164

11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire. Stadionplein, 2018

Darbyshire (1977) heeft als Brit het woonadres uit een Franse roman van Georges Perec (1936-1982) als titel gekozen, zegt hij desgevraagd, omdat hij dat wel “romantisch” vond en in het kader van de huidige Brexit-discussie wel een mooi statement. Een Nederlandse titel vond hij wat obligaat. Hoewel ik dat niet meteen begrijp (bij een gemeenteopdracht vanuit Amsterdam) maakt hij zijn kunstwerk er wel veel intrigerender door, veel internationaler. En dat is slim van de Brit.

Australische videokunstenaars gingen in 2004 al op zoek naar de 11 Rue Simon-Crubellier, in een multi-mediaproject rond de straatnaam, om te kijken of een verzonnen adres uit een roman werkelijkheid kan worden, louter omdat je ernaar op zoek gaat. Op You Tube is te zien hoe ze ambtenaren met vragen over het niet-bestaande adres gekmaken.
Art-video 2004, kijk online, deel 2: “Searching for Rue Simon-Crubellier”:

Een Belgische striptekenaar Brecht Evens (1986) heeft in 2015 het flatgebouw geïllustreerd.

1453377443852

La vie Mode d’emploi, Perec par B. Evens. Illustratie Brecht Evens

Een andere kunstenaar, Max Richter (1966), een Britse componist van Duitse oorsprong die dit jaar nog in het Concertgebouw een zgn. ‘Sleep-concert’ gaf van 8 uur lang, wijdde in 2008 een meditatieve compositie aan de Simon-Crubellierstraat.
Muziekvideo “Circles From The Rue Simon-Crubellier”: luister online:

In 2018 nu sleept de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire het fictieve adres in 3 D, als sculptuur, de werkelijkheid in. “Concrete” is het Engelse woord voor beton. De Brit heeft een fictief adres in grijs beton concreet gemaakt. Als Environmental Art, op het Stadionplein. Je kunt erin gaan zitten.

1040079

Op verzoek van bewoners, die een fontein als kunstwerk wilden, zijn er “waterelementen” in opgenomen

11

9200000052067929

In juni 2017 tijdens een studieavond – vol met Perec-ologen – van Atheneum Boekhandel en de Universiteit van Amsterdam werd me voor het eerst duidelijk dat het huisnummer 11 door de Franse schrijver, die het adres verzon, niet zómaar gekozen is.
Georges Perec is bekend met getallensymboliek, vanuit de Joodse kabbala. Cijfers, getallen en wiskundige formules blijken essentieel voor de Frans-Poolse Joodse schrijver (1936-1982).
De hele roman van 511 pagina’s over bewoners in een groot Parijs’ flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier kun je niet loszien van ander werk van Perec. Het woonadres blijkt vooral een metaforisch levensverhaal over hemzelf te zijn.

20180923_123306B

Dr. Manet van Montfrans, gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, verbonden aan de leerstoelgroep Moderne Europese Letterkunde is gepromoveerd op Perec en heeft een zeer leesbaar boekje geschreven, dat als handleiding kan dienen om de roman beter te begrijpen. “George Perec: een gebruiksaanwijzing“.
Een knipoog naar de Nederlandse vertaling “Het leven een gebruiksaanwijzing” van de Franse roman: “La Vie Mode d’emploi”.

s-l300

Perec is in Frankrijk bepaald geen onbekende. Er is notabene een asteroide, een kleine planeet, naar hem vernoemd, dus als wij in Nederland Perec slechts in kleine kring kennen, zegt dat meer over ons dan over de Franse schrijver.
Hij heeft 2 belangrijke Franse literatuurprijzen gewonnen, stond op een Franse postzegel, er zijn straten naar hem vernoemd, een school en verschillende bibliotheken. Hij wordt gezien als een (jong gestorven hedendaags) schrijver, behorend tot de Grote Klassieken.

TRAUMA

Essentieel voor Perec en zijn hele oeuvre blijkt: het op transportstellen naar Auschwitz van zijn moeder op 11 februari 1943. Zij werd tijdens een razzia uit zijn geboortehuis in de Rue Vilin in Parijs gehaald. Ook zijn tante en 2 opa’s “verdwenen” in de oorlog. Perec was zes jaar toen hij in 1942 voor het laatst zijn moeder zag. (Zij bracht hem in een Frans bergdorp in veiligheid). Hij was 4  toen zijn vader sneuvelde in 1940 als soldaat in het Franse leger.
Ik heb geen jeugdherinneringen aan mijn ouders,” zegt hij daarover, in een intrigerend verzonnen boek over zijn jeugd: “W en de Jeugdherinnering”, waarop ik in een volgend blog nog terugkom i.v.m. het Stadionpleinkunstwerk. En: “Mijn moeder heeft geen graf”.

Het thema Verdwijnen, oplossen in het Niets blijkt het kernthema van Perec. Ook op de 11 Rue Simon-Crubellier (volgend blog).

Ook het woonadres uit zijn jeugd aan de Rue Vilin verdwijnt, als na de oorlog de Parijse wijk verpaupert en op de schop gaat voor nieuwbouw. Perec legt dan met pen en papier en ontelbare zwart-wit foto’s een gigantisch gedetailleerd archief aan over die straat uit zijn jeugd. Als een soort stadsarchivaris of socioloog, in een poging het verleden vast te houden. (zie: video onderaan)

Plaque_perec

Bordje “Verdwijning” door Christophe Verdon, als eerbewijs aan Georges Perec. Café de la Mairie, Place Saint-Sulpice Parijs

Ook schrijft hij een belangrijke roman waarin de letter e verdwenen is. Een essentiële letter in het Frans.

Samen met een jeugdherinnering aan een soort Hebreeuwse letter, die lijkt op een J, vormt het boek over de verdwenen letter E en zijn latere boek over zijn jeugd, waarin hij een eiland W verzint, zich tot het woord JEW, zo leer ik uit de fascinerende Franse documentairefilm over Perec. (zie onderaan).

P1030924

11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum

Als eerbetoon aan zijn gedeporteerde familie en de verdwenen straat uit zijn jeugd richt Perec dan, in zijn fantasie, een giga flatgebouw op aan de 11 Simon-Crubellier, in zijn magnum opus “Het leven een gebruiksaanwijzing “. Hij propt het boordevol met mensen en met spullen.
Hij laat dat de oudste bewoner van het pand, de schilder Valène, in feite vertellen: een kunstenaar die een dwarsdoorsnede van het flatgebouw wil schilderen (p.239/138)

Hij zou zelf op het schilderij voorkomen, op de manier van de renaissanceschilders, die altijd (-) een heel klein plaatsje voor zichzelf reserveerden (-) alsof hij niet wilde dat het opgemerkt zou worden, alsof het alleen maar een signatuur voor ingewijden moest zijn (-) als een waakzaam spinnetje dat zijn glinsterende web weeft (-)
“alleen al de voorstelling die hij zich maakte van dat opengebroken pand dat de scheuren van zijn verleden (-) toonde (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)”

Het flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum, als praalgraf.
Als je meer weet over Perec , dan herken je in het antiekwinkeltje onderin het flatgebouw de kapperszaak van zijn vermoorde moeder en in de levensverhalen van alle bewoners – én in hun voornamen – stukjes en beetjes van verdwenen familieleden van Perec. Of andere boeken van Perec.
Wat een vernuftig, complex bouwwerk, dat boek!!! Ingewikkeld, taai, maar mateloos intrigerend hoe iemand zijn oorlogstrauma’s verwerkt in literaire fictie. Met een fascinatie voor alledaagse spullen. Alsof je met al die materie het verleden bij je kunt houden.

1040167

42 zwarte objecten

Hoewel het Zwart in het kunstwerk van Matthew Darbyshire nogal opvalt, zegt de Brit mij, niet zozeer uit biografische redenen voor de straatnaam van Perec te hebben gekozen. Meer is hij gefascineerd door de enorme complexiteit van Perec’s boeken, de ingewikkelde structuur ervan en de zelf opgelegde regels en inperkingen.

Zo heeft de schrijver bijvoorbeeld in elk woonvertrek aan de 11 Rue Simon-Crubellier en in elk hoofdstuk 42 objecten willen onderbrengen. Geen 43, wat naar 1943 zou kunnen verwijzen. Maar 42.
Er ontbreekt er bij Perec altijd éèn.
Zoals de letter e ontbrak in een boek, zo beschrijft hij van de 100 woonvertrekken aan de voorkant van het flatgebouw er maar 99.
Of: in 1942 zag Perec zijn moeder voor het laatst.

1040096

Citruspers van Alessi/Philip Starck en mixer van Smeg

Vervolgens tel ik 38 designobjecten in het kunstwerk van Matthew Darbyshire, maar als ik de zwart-bronzen douchekop, 2 kranen en wc-bril in brons meereken, kom ik op 42 zwartbronzen objecten. (Als ik de Imac op het bureau met toetsenbord als 1 reken).
Op deze manier verbindt Darbyshire zich vermoedelijk aan Perec. Meer om formele, dan om biografische redenen.

DARBYSHIRE

Vooral die inperkingen die Perec zichzelf oplegt, intrigeren Darbyshire. Zelf heeft hij het zich ook niet gemakkelijk gemaakt, door zich in zijn interieurkeuze van het Stadionplein-appartement te beperken tot alleen design-meubels, die in Nederlandse musea staan en/of in Nederlandse winkels te koop zijn. Om zich vervolgens vrijwillig te laten inperken door buurtbewoners, die hij liet kiezen uit een selectie van 5, per design-object.
M.a.w.: de kunstenaar koos 5 designbanken uit en Stadionbuurtbewoners kozen daaruit de bank van Jan de Bouvrie. Zijn eigen opsommingslijsten brengt Darbyshire zo in verband met de lijstjes die Perec graag maakt in zijn boeken.

Max Richter benadert met zijn muziek Perec vermoedelijk het meest inhoudelijk. Vooral als ik zie dat Richter ook een compositie heeft geschreven over de Rue Vilin, de straat uit Perec’s jeugd, de straat van de razzia, denk ik:
Als je dàt doet, ja, dan heb je Perec “begrepen”.

In een volgend blog laat ik zien welke metafoor Perec aan zijn 11 Rue Simon-Crubellier gebruikt voor het verdwijnen van zijn Joodse familie.
(wordt vervolgd)

  • Op You Tube zijn er talrijke Franstalige video’s die inzicht geven in de Joodse roots van Perec.
  • In bijgaande film wordt duidelijk hoe zijn jeugd zijn gedetailleerde schrijfstijl, zijn obsessie voor objecten, straten en huizen heeft beïnvloed.

© Overname van gedachtengoed uit deze column: graag met bronvermelding

Dit is deel 2 in een serie van 6 blogs over 11 rue Simon-Crubellier

  1. Zie website van mw. dr. M.A.E. van Montfrans: http://www.manetvanmontfrans.nl/index.php/2018/12/29/de-rue-simon-crubellier-in-amsterdam/
  2. Blog 1 over Zwart in 11 Rue Simon-Crubellier;
    https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/17/het-gevoel-van-zwart/
  3. Blog 3 over de boekinhoud: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/04/het-leven-een-puzzel/
  4. Blog 4 over de plaats van dit kunstwerk in het werk van Mathew Darbyshire: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  5. Blog 5: Stadionbuurters als bezoekers van het kunstwerk 11 rue Simon Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2018/12/01/anybody-home/
  6. Blog 6: “What’s in a name”, over de Joodse context van 11 rue Simon-Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2019/05/01/whats-in-a-name/
  7. Zie film van Australische kunstenaars: Searching for 11 Rue Simon-Crubellier, dl 1: https://youtu.be/WE_zH3D0mNM

Een Griekse tragedie

William-Adolphe_Bouguereau_(1825-1905)_-_The_Remorse_of_Orestes_(1862)
De Drie Erinyen, Griekse wraakgodinnen kwellen Orestes, de zoon van Agamemnon. Schilderij uit 1862 van William-Adolphe Bouguereau (1825-1905). Soms ook getiteld: Orestes heeft spijt

Het stadsbestuur van Amsterdam wilde ons dolgraag doen geloven dat wij in de Stadionbuurt wonen in straten, die “allen sportgerelateerd” zijn. Maar voor hoe dom houden ze ons?

Ik woon al 61 jaar in een Grieks-mythologische buurt en niet in een sportbuurt en doorzag het flinterdunne argument van het stadsbestuur om persé het Stadionplein haar nek om te draaien, omdat ze een plek zochten met allure, zo schrijven ze ons, om wijlen Johan Cruijff  “passend” te eren.

De noodzaak daartoe was groot, omdat de omnoeming van het voetbalstadion De Arena maar steeds voor problemen bleef zorgen met de STAK, de stichting van aandeelhouders die naast Ajax en de gemeente, partij waren bij het tot stand brengen van de Johan Cruijfarena.

Dus zocht de gemeente ook een stedelijke lokatie ter ere van Johan Cruijff. Maar of je dan een Grande Dame, zoals ik het Stadionplein ben gaan noemen – met haar historie van 104 jaar –  daartoe dan maar ineens de nek moet omdraaien, dat vond ikzelf nou niet zo gepast.

Drie vrouwen, alle drie Stadionbuurtbewoners staken de koppen bij elkaar en ondersteunden de petitie, die buurtbewoner Menno Köhler was gestart om het Stadionplein haar naam te laten houden. Trap op, trap af, portiek in, portiek uit, bootsteiger op en af werden flyers rond gebracht en affiches opgeplakt om de petitie te doen groeien. De drie vrouwen, de drie MMM-en genoemd voor het gemak, begonnen aan een Verzoekschrift. En zochten steun bij Wijkraad ZuidWest en andere – al jarenlang – actieve bewuste Stadionbuurters. Die allen het Verzoekschrift ondertekenden.

HOORZITTING

Op 29 mei wordt nu een bezwaarschrift, op basis van dat Verzoekschrift, tijdens een Hoorzitting over het Stadionplein besproken. Ook andere bezwaarschriften van bewoners komen aan de orde. Als de actualiteit dit tenminste nog nodig maakt.

Het wordt dan een hoorzitting van Stadionbuurtbewoners versus de gemeente Amsterdam. Waarbij de 3 MMM’en zich per dag en per uur meer en meer aan het ontpoppen zijn als de drie Wraakgodinnen uit de Griekse mythologische onderwereld, De Drie Erinyen. Inmiddels lijkt dat een betere naam voor de 3 MMM’en. De Erinyen zijn ook bekend onder hun Latijnse naam, als de drie Furiën.

videobijschrift: fragment van de Drie Furiën uit de operafilm Gianni Schizzi, van opera Spanga, regie: Corina van Eyk. De opera van Puccini is gebaseerd op een verhaal uit Dante’s  La Divina Commedia


De vraag is alleen wel wie de drie Erinyen aan het kwellen zijn in dit geval. Wie de Orestes uit de Griekse tragedie is, waarin we met ons allen beland zijn.

Inmiddels laat de demissionair wethouder van Sport Eric van der Burg het in de Volkskrant van zaterdag doen voorkomen, alsof het waarnemend burgemeester Jozias Van Aartsen is, die in februari 2018  het oude college van B&W verkeerd heeft voorgelicht rondom de omnoeming van Stadionplein in Johan Cruijffplein. De Stadionbuurters denken dat het probleem al ver voor februari 2018 speelt.

DEMOCRATIE

Ons woord democratie stamt uit het oude Griekenland.  Bij de presentatie van het nieuwe coalitieakkoord in Amsterdam afgelopen donderdag deed Groenlinks voorman Rutger Groot Wassink ferme uitspraken over het vergroten van de zeggenschap van Amsterdammers bij hun buurt.
Maar de hamvraag is nu: wat doet Van Aartsen de komende dagen? Wat doet hij met het besluit van het oude college om het historische Stadionplein op te doeken?

De Stadionbuurters, die a.s. dinsdag een Hoorzitting wacht, verbazen zich met zijn allen over de uitlatingen van Van der Burg, dat “het stadsbestuur” verkeerd is voorgelicht, omdat ze zien dat de Commissie Naamgeving  Openbare Ruimte – de CNOR – al op 2 december 2017 haar negatief advies uitbracht aan het oude college, en op dat moment Van der Burg de loco-burgemeester was van Amsterdam.
Van Aartsen werd op 4 december benoemd.
Van der Burg is ook, samen met de zieke en wijlen burgemeester Eberhard Van der Laan steeds betrokken geweest bij de hele procedure rond de naamsverandering van de Amsterdam ArenA en het voornemen om daarnaast in de stad Cruijff op een goede locatie “passend”  te eren.

Erinyen (Furiae ofwel De Drie Furien)
De drie Furiën

Op de Hoorzitting  a.s. dinsdag willen de Stadionbuurters o.a. aan de orde stellen of het negatieve advies van de CNOR gemeld had moeten worden aan de Gemeenteraad, voordat het stadsbestuur zijn besluit nam op 20 februari 2018.

In een brief van 21 december 2017 aan de gemeenteraad meldt Van Aartsen wel, dat de vernoeming van de Arena nog steeds op zich laat wachten, maar er staat niets in over de (negatieve) vorderingen m.b.t. een straatnaam voor Johan Cruijff. Het negatieve CNOR-advies van 2 december 2017 wordt aan de gemeenteraad niet vermeld.
Eerst moest Stadsdeel Zuid nog om advies gevraagd worden. Naar later bleek, werd Zuid toen rond januari 2018 foutief voorgelicht. Voorgespiegeld werd alsof de CNOR positief geadviseerd had over het Johan Cruijffplein in Zuid. Dit kwam pas tot uiting, nadat via een WOB-verzoek van Wijkraad Zuidwest, het negatueve advies van de CNOR in de openbaarheid werd gebracht.

ACHTERKAMERTJES

De buurtbewoners willen op de hoorzitting aantonen hoe ondemocratisch het is, dat enerzijds heel Amsterdam een mening heeft over (de vernoeming van) Johan Cruijff, maar toen er problemen waren met de vernoeming van het voetbalstadion De ArenA, er plots alleen nog maar achter gesloten deuren mocht worden overlegd over een stedelijke locatie voor Cruijff.
Daarbij waren – naast de Dienst Basis Informatie en de CNOR – de wethouder Sport Eric Van der Burg en ook de waarnemend burgemeester Van Aartsen heus wel eens betrokken, denken de buurtbewoners, en heeft (opvallend genoeg) ook een woordvoerder van de familie Cruijff mogen meedenken, staat er in de brief aan de Stadionbuurters.
De buurtbewoners vinden dit opvallend omdat de familie Cruijff langs het Stadionplein wel twee firma’s heeft, zowel de Cruyff Institute als de Cruyfffoundation. En de woordvoerder van de familie altijd Carol Thate is, de “general manager” van de “World of Johan Cruyff”, d.w.z.  de manager van alles wat met het merk Cruyff te maken heeft.

Door deze achterkamertjespolitiek is het totaal niet transparant uit welke hoek het idee voor het Stadionplein is gekomen, en waarom alternatieve locatiekeuzes als de Sportheldenbuurt op het nieuwe Zeeburgereiland of vernoeming van Cruijff op de Arenaboulevard van tafel zijn geveegd. De afwegingen zijn nog steeds geheim.

JURIDISCH STEEKSPEL MET BURGERS

Als de hoorzitting van de Stadionbuurters nog doorgaat a.s. dinsdag – gezien de recente ontwikkelingen – zullen diverse bezwaarschriften op tafel komen. Ook een advocaat zal voor enkele bezwaarden het woord voeren.

Duidelijk is, dat het dan een juridisch steekspel wordt tussen de gemeente en de Stadionbuurtbewoners over de vraag of burgers juridisch wel of geen bezwaar mogen maken over een Naamgevingsbesluit m.b.t. een plein. Voorafgaand aan de zitting is al duidelijk dat de gemeente wil aantonen dat alle regels m.b.t. de Algemene Wet Bestuursrecht niet van toepassing zijn.

Het gevaar dreigt dat het dinsdag gaat om juridische haarkloverij i.p.v. over de inhoud van de bezwaren. Waarom nou eigenlijk tal van mensen het geen goed plan vinden om een historisch plein als het Stadionplein op te doeken en om te noemen naar Johan Cruijff.  Niet alleen buurtbewoners, maar ook architectuur-historici als Erik Mattie in de NRC, sporthistorici als Jurryt van de Vooren en Wendingen, digitaal platform van de Amsterdamse School van Museum Het Schip hebben zich erover uitgesproken een andere locatie voor Cruijff een beter plan te vinden.

image
Stadionbuurtbewoners verrassen op 16 mei Stadsdeelcommissie Zuid, tijdens hun rondwandeling op het Olympiaplein. Foto: Chris Aalberts

De Stadionbuurtbewoners laten zich niet uit het veld slaan, door achterhaalde jurisprudentie waarmee de gemeente schermt in hun verweerschrift.  In hun bezwaarschriften benadrukken de buurtbewoners dat een negatief advies van een deskundige CNOR zelden wordt genegeerd. Slechts als B&W ”een zwaarwegende reden” heeft mag B&W juridisch zo’n advies negeren.

Gelet op de bijzondere verdiensten van Johan Cruijff voor de stad Amsterdam” – aldus de brief van Van Aartsen aan de Stadionbuurters – mag dat dan blijkbaar? Moet dat dan de zwaarwegende reden zijn om een deskundig advies m.b.t. naamgeving te passeren?.
De Stadionbuurters vragen zich af of die reden – juridisch gezien – zwaarwegend genoeg is, en wie of welk orgaan dat nou moet toetsen in een democratische samenleving.
De statuur van Cruijff lijkt groter geworden dan de democratie in Amsterdam“, betogen de Stadionbuurtbewoners in hun bezwaarschriften.

INTREKKEN

Zolang Van Aartsen het op 6 maart genomen besluit nog niet heeft uitgesteld of ingetrokken, betekent dit dat de bezwaarde Stadionbuurters zich voorbereiden op de Hoorzitting, omdat reeds voor 1 juni de ingangsdatum is aangekondigd voor een Johan Cruijffplein. Zelfs het Gemeente Vervoerbedrijf heeft haar lijnenkaart al aangepast.

33583349_10156007216243889_8893515417490817024_n
Johan Cruijffplein is al ingetekend

Maar verwacht wordt dat tijdens een aangekondigde laatste vergadering van het oude collegebestuur a.s. maandag of dinsdag alles nog kan veranderen.

Zo niet, dan hoort dinsdag de Bezwaarschriftencommissie op de Hoorzitting beide partijen aan en brengt daarna een advies uit aan het nieuwe college van B&W, dat op 30 mei, de dag na de hoorzitting, beëdigd wordt.

Opvallend is dat het oude college zich bij de hoorzitting o.a. laat vertegenwoordigen door de heer H. Tomson, van de Dienst Basis Informatie. De buurtbewoners zullen hem tijdens de zitting aanspreken op het feit, dat hij tegelijkertijd lid is van de CNOR, die juist negatief adviseerde over een Johan Cruijffplein in Zuid.

Een nogal vreemde hoorzitting wordt het dus.

ALS er nog een hoorzitting nodig is.😃

Architect tot 1941

Gestold in de tijd. Aan de Stadionweg 44 ligt een privewoning, maar eigenlijk is het een museumwoning. Het is een rijksmonument. De huidige bewoner zat me tijdens Open Monumentendag 2015 op de hielen en had weinig tijd. Lekker vrij rondlopen was er niet bij. Je voelt je ook wel een gluurder als je door iemands huiskamer mag rondbanjeren en iemands toilet wordt binnengeleid om de groene betegeling en groene beglazing te bewonderen: alles geconserveerd in een stijl van rond 1930.”

“Kunst en Ambacht” was op die Open Monumentendag het thema, zoals dat vorig jaar “Stad en land” was en ik in mijn column “Na Druk Geluk” de lommerrijke Amstelveenseweg een monument noemde, als verbindingsader met de vroegere landerijen rondom Amsterdam.

Het thema “Kunst en Ambacht” brengt je al snel bij de Amsterdamse School: bouwstijl van begin 20e eeuw, waarbij glas-in-lood, artistiek metselwerk- meubels en design als kunstzinnige ambachten samengingen met de bouwkunst.

P1030399
Rijksmonument 1928: Stadionweg 44.

Het hele interieur in die Stadionwegwoning – van mahoniehouten lambriseringen, ingebouwd theemeubel, Art-Deco lampen tot glas-in-loodwand in het trapportaal – was op elkaar afgestemd. Een Gesamtkunstwerk, zoals Amsterdamse School-architecten dat graag bouwden.

P1030254
Woonhuis Elte, 1928. Ontwerp groenglazen bouwstenen naast de voordeur is van H.P. Berlage

HARRY ELTE (1880 – Theresienstadt, 1 april 1944)

De woning was tot 1942 van architect Harry Elte. Hij had de woning voor zichzelf gebouwd. De lamp in het trappenhuis is ook van zijn hand, het glas-in-lood van glazenier Willem Bogtman, met wie veel Amsterdamse Schoolarchitecten samenwerkten.
Harry_ElteElte was een Joods architect, die voor veel Joodse opdrachtgevers bouwde: bedrijfspanden, winkels, Joodse instellingen en diverse synagogen. Maar ook privéwoningen, o.a. in Amsterdam-Zuid.

Net voordat de crisisjaren ’30 aanbraken – en de stad zich vanaf het Concertgebouw (1888) verder zuidwaarts uitbreidde – bouwde Elte achter de Apollolaan, schuin tegenover zijn eigen huis, zo’n 14 villa’s. Het is het chiquere deel van de Stadionweg, een villawijkje tussen Stadionkade en Stadionweg in. In de Schubertstraat hield Elte zelf een architectenkantoor met 6 man personeel.

P1030267
Voorbeeld van een Elte-villa, Wagnerstraat 2-4, met inpandige garage, 1929. Op de achtergrond: de Sociale Verzekeringsbank, hoek Stadionweg/Apollolaan

Het was de gegoede burgerij die zich in deze eerste en tweede ring van Zuid achter het Concertgebouw vestigde. De villa’s hebben vaak een centrale ontvangsthal, inpandige of aangebouwde garages, centrale verwarming, erkers, serres en balkons. Hoewel hij doorgaans privéopdrachten kreeg, bouwde Elte langs de Stadionkade in 1931 een groot woonblok, met daarin ruim 30 woningen.

20180428004400
Woonblok aan de Stadionkade, Holbeinstraat, Velasquezstraat en Rubensstraat, 1931

De schoonheid zit ‘m vaak in de details: het metselwerk, een extra bouwelement als accent, een vloermozaïek of betegeld wandtableau in een trapportiek. Als geboren Stadionbuurtbewoner ken ik deze robuuste bouwstijl ‘van huis uit’ en fiets er gewoonlijk aan voorbij. Maar vandaag, vandaag sta ik er ineens bij stil.

Letterlijk sta ik met mijn fiets stil bij de huizen die Harry Elte ons in Zuid heeft nagelaten. Nu ik me er bewust van ben geworden, dat het Elte is, aan wie we sinds 1914 de naam ‘Stadionbuurt’ te danken hebben, de naam Stadionplein en Stadionweg e
n dat die naamgeving losstaat van het Olympisch Stadion uit 1927.

hetstadion00
Eltes stadion, naamgever van de Stadionbuurt, gebouwd in 1912, afgebroken in 1929 voor woningbouw. Op de achtergrond de landerijen van Buitenveldert.

STADIONBUURT

Aan de Zuidrand van de toenmalige stad, omgeven door landerijen, bouwde Elte het eerste nationale voetbalstadion in 1912, voor 30.000 toeschouwers. Op de plek, waar nu de Argonauten- en Jasonstraat liggen. Vanaf 1914 sprak de pers van een “Stadionplein” als men de ruimte voor het stadion bedoelde, waar chique zwarte auto’s geparkeerd konden worden. De gewone man had toen nog geen auto.

oudetsadion1914artistensportfeest
artiestensportfeest, 1914 in Elte Stadion, Stadionplein

Vijftien jaar later bouwde architect Jan Wils ertegenover, aan de andere kant van de Amstelveenseweg, nog een tweede stadion, voor de Olympische Spelen van 1928. Tijdens de Spelen werd Eltes stadion gebruikt voor oefenwedstrijden. Maar in 1929 werd het afgebroken voor verdere uitbreiding van ‘Plan Zuid‘ van H.P. Berlage, voor massale woningbouw in de Stadionbuurt.

20110611_hetstadion005
april 1929, sloop van Eltes Stadion

Elte is niet de architect van de wulps golvende gevelwanden van vroege Amsterdamse Schoolarchitecten, als Michiel de Klerk of Piet Kramer, maar Elte hoort bij de sobere, strakkere Late Amsterdamse Schoolstijl, als leerling van – en werknemer ooit – van Berlage.
En dat kun je zien, als je denkt aan het Beursgebouw aan het Damrak in Amsterdam of aan de Burcht van Berlage (het gebouw van de Algemene Nederlandse Diamant Bewerkersbond) in de Henri Polaklaan in Amsterdam-Oost, in welke straat ook Elte monumentale panden voor Joodse instellingen neerzette.

Stoere, kloeke torens bouwde Elte, ook in zijn villa’s in de Stadionbuurt zie ik dat in forse schoorstenen wel terug; ook bij een driedubbele villa van Eltes hand in de Willemsparkbuurt, langs het Vondelpark. En in zijn beroemde “Obrecht-sjoel”, aan het Jacob Obrechtplein, richting Concertgebouw.

In de gevel staat in het Hebreeuws een regel uit Psalm 84: “Hoe lieflijk is uw woning, Heer van de hemelse machten”. En op de grote luifel: “Ik heb U een prachtig huis gebouwd” (Koningen I, hoofdstuk 8, vers 13).

20180427200049
1927:  Raw Aron Schuster Synagoge, Jacob Obrechtplein

Die luifels zijn ook kenmerkend voor Elte. Zowel Berlage als hij waren bewonderaars van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright (1867-1959) en dat zie je terug in de ruim overhangende dakranden en overkragingen bij Elte.

20180427115125
Driedubbele villa, Sophialaan 2-6, Willemsparkbuurt. Entree met luifel. 1920

ENTREE

Een deur is niet zomaar een deur bij Elte. Altijd zal er wel een geometrisch gemetseld pilaartje bovenaan een toegangstrapje of een abstract houtelement in de deur zijn, die de entree van het huis accentueert. Kom Binnen, roept het huis. Het geeft je volgens mij een welkom gevoel. Ik zie dat zowel bij de ingang van de synagoge op het Obrechtplein als in de stadsvilla’s in Zuid.

1030271-1
tegelplateau-en vloermozaiek in trapportaal Velasquezstraat 3

Hij speelt ook met lichtinval. Ik zag dat in 2015 in het zachtgroene schijnsel van de glas- in-loodramen in de toilet van zijn eigen woonhuis, maar ook zie ik dat in het trapportiek aan de Velasquezstraat en, zo lees ik, binnenin de synagoge speelt lichtinval bij Elte via het vele glas-in-lood een hele spirituele rol.

JODENVERVOLGING

Eltes eigen woning is qua interieur gestold in de tijd, schreef ik niet zonder reden. Het is zowel bijzonder, als wrang dat het huis aan de Stadionweg vanbinnen in dezelfde staat verkeert, waarin Elte zijn woning onvrijwillig heeft moeten verlaten tijdens de oorlog.

Vanaf 1941 mocht hij als Jood geen leiding meer geven aan zijn eigen bedrijf; in 1942 werd hij met zijn vrouw gedeporteerd naar Westerbork. Zoals vele, vele andere Joden uit de Stadionbuurt. In Theresiënstad overleed hij op 1 april 1944 aan een longontsteking.

VERDWIJNEN

Van Verdwijnen naar Herdenken. Die stap kunnen wij als Stadionbuurtbewoners zetten, als we ons ervan bewustworden dat Elte met zijn stadion de naamgever van onze buurt is, waaraan ook het Stadionplein haar historische naam te danken heeft.

Eerst moest zijn stadion verdwijnen in 1929, toen Elte zelf in 1942 en nu moet, volgens B & W van Amsterdam ook zijn Stadionplein verdwijnen?

Als bewuste Stadionbuurters zijn we van plan dat anders aan te pakken. Er gaan stemmen op om juist Elte – en de vele, vele andere verdwenen Joden uit de Stadionbuurt – eindelijk te gaan herdenken.
Met een beeld, een monument of Stolpersteine: zogenaamde struikelstenen met naamplaatjes van messing, bij woningen van verdwenen, gedeporteerde en vermoorde Joodse buurtgenoten.
Eén van die adressen kennen we al. Stadionweg 44.

Arena rond Cruijffplein

Eindelijk, de Johan Cruijff ArenA in Amsterdam Zuid-Oost komt er! Welke reden zou de Gemeente Amsterdam dan nog hebben om aan de andere kant van de stad in Zuid het aloude Stadionplein ook nog eens naar Cruijff te vernoemen? De Arenaboulevard die langs het voetbalstadion ligt kun je toch ook heel mooi Cruijffboulevard noemen?

Dat vragen inmiddels zo’n 2500 ondertekenaars van de online – en handmatige – petitie ”Stadionplein moet de naam Stadionplein houden” zich af. In een ”Verzoekschrift tot Intrekking van een Onjuist Besluit” hebben ze zich tot hun college van Burgemeester en Wethouders gewend.

In dat Verzoekschrift zijn ze niet over één nacht ijs gegaan. In een lijvig en gedegen beargumenteerd betoog van 10 pagina’s erkennen ze dat Johan Cruijff vernoemd en geëerd moet worden door de stad Amsterdam met een mooie stedelijke locatie, maar tonen ze aan dat het Stadionplein daar huns inziens niet de juiste plaats voor is.

DSC06366(1)
Het vernieuwde Stadionplein: links een huizenblok van BouwInvest, rechts de horecagelegenheid Het Proeflokaal

Ze vragen zich af of de gemeente haar werk in dit geval ook wel goed gedaan heeft. Slechts in uitzonderlijke gevallen vindt er nl. een naamswijziging van een bestaande straatnaam plaats. Daar moeten dan wel heel erg zwaarwegende redenen voor zijn. Nieuwe naamgeving moet bovendien wettelijk aan maar liefst 12 criteria voldoen. En dat doet de naam “ Johan Cruijffplein” niet, tonen de opstellers van het Verzoekschrift aan.

Het ene na het andere toetsingscriterium wordt in het Geschrift van inhoudelijk commentaar voorzien en afgeserveerd als ”onvoldoende getoetst”. Het meest eenvoudige en in het oog springende is nog wel, het criterium dat Amsterdam als regel heeft dat iemand vijf jaar overleden moet zijn, wil iemand vernoemd kunnen worden. Andere steden hanteren daar zelfs een termijn van 10 jaar voor.

GEHEIME DEMOCRATIE

Veel kwalijker vinden de ondertekenaars echter dat de hele procedure tot Naamgeving in dit geval in grote geheimzinnigheid plaatsvindt. Geen enkel document of advies over de naamgeving “Johan Cruijffplein” is openbaar. En dat is bepaald ongebruikelijk, laten insiders weten.

694
Jozias van Aartsen, waarnemend burgemeester van Amsterdam. Foto 2017© Remco Zwinkelsuit

Het is een vergaand besluit, vinden de ondertekenaars van het Verzoekschrift, een besluit dat de historiciteit van de Stadionbuurt beïnvloedt.
Door eigen onderzoek zijn ze erachter gekomen, dat waarnemend burgemeester J.J. Van Aartsen binnen het ambtelijk apparaat een verdeeld advies heeft gekregen van o.a. de Commissie Naamgeving Openbare Ruimten (CNOR) en desondanks zelf zogenaamde “zwaarwegende redenen” moet hebben gehad om dat advies naast zich neer te leggen en te besluiten dat er in Zuid een historische naam ingeruild moet worden om er een Cruijffplein van te maken.

De opstellers van het Verzoekschrift vragen zich af of dat allemaal wel democratisch is. Notabene is wel de familie van wijlen Johan Cruijff bij de besluitvorming betrokken geweest, maar is er verder geen Gemeenteraad bij te pas gekomen, geen buurtbewoner om een mening gevraagd en zijn zelfs niet alle wethouders, zo hebben de opstellers van het Verzoekschrift gemerkt, bij het besluit betrokken geweest. Alle verantwoordelijkheid lijkt voornamelijk te liggen op burgemeestersniveau.

De opstellers van het Geschrift stellen daar grote vraagtekens bij en wijzen er fijntjes op, dat Cruijff niet alleen een groot voetballer was, zoals bekend, maar “ook business” en verwijzen naar de zakelijke belangen van het Johan Cruyff Institute langs het Stadionplein en de Johan Cruyff Foundation, adres: Olympisch Stadion.

Heeft de burgemeester dat allemaal wel goed afgewogen tegen elkaar, vragen ze zich af.

HISTORIE

Het opvallende feit, dat juist het Dagelijks Bestuur van hun eigen Stadsdeel Zuid als enige adviesorgaan binnen het gemeentelijke apparaat positief geadviseerd heeft aan B&W over het Cruijffplein in Zuid, vinden de ondertekenaars getuigen van “geen enkele historische feeling met de Stadionbuurt. Commerciële belangen lijken hier te prevaleren boven cultuurhistorisch behoud”, stellen ze.

Twee belangrijke argumenten voor deze stelling halen ze naar voren in hun geschrift. Plan Zuid en de Amsterdamse School architect Harry Elte.

Allereerst brengen ze de burgemeester en wethouders in herinnering dat vanaf 1 april 2018 Plan Zuid, waartoe het Stadionplein gerekend wordt, is aangemerkt als Beschermd Stadsgezicht, door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. ”Hoewel wij begrijpen dat het daarbij in eerste instantie om bebouwingen gaat, hoort o.i. daar ook onder de historische naam Stadionplein”, schrijven deze Stadionbuurtbewoners..

persfoto2.jpgBij het stedebouwkundig Plan Zuid van begin 20e eeuw was ook de Amsterdamse School-architect Harry Elte betrokken (1880 – 1 april 1944 Theresiënstadt). Het was Elte, die met zijn Elte-stadion, zoals het in de volksmond heette, in 1912 de naamgever werd van het Stadionplein en de Stadionbuurt. Het Olympisch Stadion kwam er pas in 1927, tegenover te staan.

De opstellers van het Verzoekschrift brengen dit hun Waarnemend Burgemeester en Wethouders in herinnering omdat ze het “schrijnend” vinden dat nergens in de Stadionbuurt deze Amsterdamse School – én joodse – architect Elte, herdacht of vernoemd wordt. In tegenstelling tot de architect Jan Wils van het Olympisch Stadion. Naar hem zijn twee bruggen vernoemd.

Het Elte-stadion is na afloop van de Olympische Spelen afgebroken voor woningbouw en afronding van Plan Zuid. Tot in de oorlog, voorafgaand aan zijn deportatie, was Elte Stadionbuurtbewoner aan de Stadionweg.
Nog meer plaatsen laten verdwijnen, die naar Elte verwijzen, vinden de ondertekenaars van het geschrift ongepast.

DAME VAN 104 JAAR

“Op een bepaalde manier, ook al was het wellicht lange tijd een parkeerplaats, is het Stadionplein ook het hart van de Stadionbuurt, dat u eruit wilt snijden,” schrijven ze aan hun waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen.

“Een historisch plein, een Dame van 104 jaar. Wij vragen ons af college. Is Cruijff voor u belangrijker dan een historisch plein? Is Cruijff belangrijker dan Elte? Is Cruijff belangrijker dan de Olympische Spelen van 1928?

Korter dan een buurvrouw het zei, kunnen wij het niet zeggen: ”Het is een belachelijk idee”.

Als u uw besluit toch doorzet heeft uw college in Amsterdam ons vertrouwen in behoorlijk bestuur volkomen verloren”.

75236ab0-31a5-49f7-be99-e524647a0a7a
Johan Cruijff en burgemeester Eberhard van der Laan tijdens de opening van een Cruyff Court in het Amsterdamse Betondorp in 2014. © ANP

TEKEN OOK:

https://www.petities24.com/stadionplein_moet_de_naam_stadionplein_houden?wh

Huiskamer in zwart

11 Rue Simon-Crubellier
11 Rue Simon-Crubellier heet het toekomstige grijs betonnen kunstwerk voor het Stadionplein. De meubels en gebruiksvoorwerpen zijn van zwart gepatineerd brons. De maquette van het kunstwerk is vanaf deze week in de Openbare Bibliotheek op het Stadionplein te zien.

carilton

De kenmerkende felle kleuren van het Memphis-boekenmeubel uit 1981 van Etore Scottsass zijn vervangen door mat zwart gepatineerd brons. Net als alle objecten in het toekomstig kunstwerk voor het Stadionplein van de Brit Matthew Darbyshire (1977): een betonnen huiskamer in grijs en zwart uitgevoerd. Omgevingskunst, heet dat, je kunt er straks doorheen lopen of erin gaan zitten.

Het interieur van het betonnen appartement moest een overzicht geven van een eeuw internationaal Design, te vinden in Nederlandse musea. Om harmonie te brengen in al die verschillende objecten, is alles in 1 kleur gegoten. Niet in glanzend bruinbrons, hoewel het materiaal brons is. Maar in mat zwart gepatineerd brons.
DSC06439.JPG
Keukenapparatuur van Philippe Starck, zoals de driepotige metalen citruspers uit 1990 – nu in zwart gepatineerd brons – staat gebroederlijk met de koffiemolen en steelstofzuiger en koelkast uit de jaren ’50 in één appartement. Zoals ook elk echt “levend” huis veelal een verzameling van stijlen is, een ratjetoe, een samenraapsel van antieke spullen van oma’s en opa’s plus eigentijds design.

Achter de zwarte flat-screen tv aan het voeteneind van het strakke zwarte bed staat een ouderwetse grammofoon uit de jaren ’10 van de twintigste eeuw. In zwart. Bij de zwart lederen fauteuil van Le Corbusier uit 1928 van de Internationale Stijl past het goed, al dat zwart. Maar ook de fel gekleurde Deense stoel van designer Arne Jacobsen uit 1958 is zwart. En ook de uit 1 mal gegoten fleurige kunststoffen stoel van Verner Panton uit 1959.

Zo’n zestig buurtbewoners hebben, volgens de gemeente, hun favorieten kunnen kiezen uit de voorselectie aan designobjecten, die de kunstenaar voor zijn betonnen huiskamer voor ogen had. Andere buurtbewoners betwistten de keus van de kunstcommissie (ACK) van de gemeente voor dit grijs/zwarte kunstwerk en weigerden mee te denken over het interieur. Veel buurtbewoners wilden een grote fontein op het Stadionplein. Uit de grijs betonnen wc-pot, radiator, wasbak en douche in het kunstwerk gaat – als compromis – straks om de zoveel tijd een straaltje water spuiten.

Sebastiaan Capel, voorzitter van Stadsdeel Zuid en portefeuillehouder Kunst, onthulde maandagavond 15 mei de maquette van het toekomstige kunstwerk. Vanaf nu te zien in de Openbare Bibliotheek op het Stadionplein.

11 RUE SIMON- CRUBELLIER

Het kunstwerk, de betonnen huiskamer, heeft als titel de naam van een Frans adres: “11 Rue Simon-Crubellier” . Het is een fictief adres uit een lijvig boek uit 1978 van de Franse schrijver Georges Perec (1936-1982), “La vie mode d’emploi” . Dat is een 600 pagina’s tellende bekroonde roman over de levens en interieurs van bewoners in een flatgebouw van 10 verdiepingen in een Parijse straat.
Perec geeft een soort dwarsdoorsnede van wie er allemaal woont en woonde op dat Parijs’ adres 11 Rue Simon-Crubellier. Huidige en vorige bewoners passeren de revue: ”excentrieke miljonairs, croupiers, moordenaars, necrofiele schilders, televisieproducenten, danseressen, kamermeisjes en coureurs”
21691f4bc05d2d20b20154999349ce8f
Maar het adres is dus fictief.
De Britse kunstenaar Darbyshire, die het betonnen huiskamerappartement voor het Stadionplein heeft ontworpen is niet de eerste kunstenaar, die zich door deze Franse roman en dit fictieve Franse adres heeft laten inspireren. Op YouTube zijn twee videos te zien van Australische kunstenaars, die in Parijs op zoek gaan naar de Rue Simon-Crubellier. Het idee achter dit videoproject is:
Searching for rue Simon-Crubellier is processed based. It is an actual search for an imaginary place – exploring actual and imagined relations to place. It poses the question: is it possible to bring something that does not exist into existence by searching for it?”
In deel 1 van de video vragen de Australische kunstenaars op straat aan voorbijgangers de weg naar La Rue Simon-Crubellier, in deel 2 drijven ze ambtenaren tot gekte met hun zoektocht naar een adres dat niet bestaat.

Voortaan kan men hen dus verwijzen naar het Stadionplein. Ik zal van ’t zomer de moeite nemen om dit boek van 99 hoofdstukken voor u te lezen. En samen te vatten.
Er is een Nederlandse vertaling: ’Het Leven een gebruiksaanwijzing’ vertaald door Edu Borger ’. Sommige bibliotheekfilialen hebben een exemplaar in hun collectie.DSC06438

De productie van het zwart bronzen interieur gaat binnenkort van start. Over ruim een half jaar wordt een feestelijke plaatsing van het kunstwerk verwacht. Dat zal de finale worden van het nieuwe Stadionplein, wanneer ook het plantsoen en speelplaats op de Van Tuyll van Serooskerkenweg gerenoveerd zijn.

Misschien kunt u intussen een toepasselijker bijnaam voor het kunstwerk verzinnen? Want “11 Rue Simon-Crubellier”” bekt niet echt lekker, denk ik maar zo. Ik had bij al dat grijs/zwart zo mijn eigen associaties.

Fontein wordt kraantje

En daar stond ie dan in het buurtzaaltje op de informatieavond in de bibliotheek: de jonge eigentijdse Britse kunstenaar op rode gympen met neergeslagen ogen, bijna schuchter: ”ik voel me in het defensief gedreven, voel veel spanning in de zaal”, zei hij in het Engels. Er liepen buurtbewoners weg.

39076d72495d5b88923542b2ee69925f
Matthew Darbyshire, environmental artist, 1977. Ontwerper van het kunstobject Stadionplein 2017

Matthew Darbyshire, uitgekozen door Stadsdeel Zuid voor het toekomstige kunstwerk op het Stadionplein, kwam zijn ontwerp uitleggen. Het wordt een Huiskamer van beton en brons, die op de overgang van plantsoen en plein komt te staan bij de Van Tuyll van Serooskerkenweg. Het krijgt de moeilijk in de volksmond liggende titel mee: “11 Rue Simon-Crubellier”. Ook de voorzitter van Stadsdeel Zuid, Sebastiaan Capel, tevens portefeuillehouder Kunst, had al moeite met het uitspreken ervan.

ENVIRONMENTAL ART

Darbyshire (1977) is een jonge vertegenwoordiger van de Environmental Art, omgevingskunst, een kunststroming die eind jaren ’60, beginjaren 70 begon, waarbij kunst en ruimte in elkaar overvloeien. Een bekende kunstenaar in dit genre is Claes Oldenburg, maar ook Edward Kienholz met zijn klokkencafe The Beanery in de vaste collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam is een mooi voorbeeld. Je kunt als kijker zijn eetcafe inlopen.

Darbyshire heeft zich, al lopend door de Stadionbuurt, voor zijn idee en concept van een betonnen kamerappartement laten inspireren door de interieurs van diverse woningen in de omgeving. Hij werkt zowel in London als in Cambridge als in Amsterdam voor kunst in de Openbare Ruimte. Het summum van omgevingskunst vond hij eigenlijk een platbodem in de Stadionkade, langs de wal voor het Spinozalyceum, waarop diverse stoelen zijn bevestigd. Dat bracht hem op zijn idee, vertelde hij.

1_perspective
Ontwerp voor kunstobject Stadionplein, Matthew Darbyshire (1977)

Omdat een woonhuis de enige omgeving is waarin burgers zichzelf kunnen organiseren, aldus Darbyshire, de enige plek waar burgers vrij zijn van toezicht op openbare ruimte en vrij van alle regels, daarom vindt hij dat “het huis het meest accurate uitkijkpunt biedt om te zien en te beoordelen hoe onze medeburgers hun Vrije Wil uiten”.

KRITIEK

Hij bedoelt het goed, de kunstenaar: wil heel democratisch buurtbewoners mee laten denken over de inrichting van zijn kunstontwerp. Kon hij het helpen dat Stadsdeel Zuid zijn ontwerp uitgekozen had, terwijl bewoners niet allemaal enthousiast zijn?

Er waren zo’n 11 buurtbewoners op de informatieavond in de bibliotheek. Een deel ervan liet merken het idee van die huiskamer als kunstwerk helemaal niks te vinden, dus hoezo meedenken over de inrichting en het interieur van de betonnen huiskamer? Heb je eindelijk een groen plantsoen in de buurt, komt er een appartement als kunstwerk met bronzen meubels en andere interieurobjecten. Alsof er al niet genoeg architectuur staat!

In het zaaltje beriepen de sceptische buurtbewoners zich op eerdere info-avonden: dat er een mooie monumentale fontein zou komen op het Stadionplein, zoals bewoners graag wilden; dat het voor de Klankbordwerkgroep van bewoners, die de kunstcommissie van Stadsdeel Zuid zou adviseren, een raadsel was hoe de afgelopen jaren de selectieprocedure van kunstenaar en kunstwerk tot stand was gekomen. De deelraad kwam en de deelraad ging: een ondoorzichtig  besluitvormingsproces.

De Klankbordgroep (een “pre-adviescommissie” in Stadsdeeltermen) had slechts een paar keer mee mogen denken. Niet mee mogen stemmen. Het is de Adviescommissie voor de Kunst (ACK) van het Stadsdeel die op basis van professionaliteit het dagelijks bestuur van Stadsdeel Zuid over kunst op het Stadionplein moet adviseren.
De advisering van de ACK is gericht op het genereren van artistieke kwaliteit die recht doet aan de karakteristieken van Zuid.” Zo meldt de Stadsdeelwebsite. En daar gingen bewoners niet over natuurlijk, over die artistieke kwaliteit. Slechts professionals. ”Voor zinvolle relaties tussen kunst en het stedelijke leven in Zuid is ook een goede artistiek-inhoudelijke analyse en begeleiding nodig”, lees ik. Waarvan akte.
De klankbordgroep van bewoners heeft het hele Idee van een betonnen appartement als kunstobject nooit zien zitten.

DEMOCRATIE

En zo is het Stadsdeel tot keuzes en besluiten gekomen. Zonder budget voor een kunstwerk, maar wel met een budget voor een fontein, werden fondsen gezocht ter financiering, bij o.a. het Amsterdamse Fonds voor de Kunst (AFK) en Bouwfonds Cultuurfonds, maar ook bij Bouwinvest, de financieerder van veel nieuwbouw rond het Stadion . Het Program van Eisen zei, dat er ”ïets” van water in het kunstwerk moest worden opgenomen. Een “waterelement”.

De projectmanager van de gemeente voor het Stadionplein, Ingrid van Leeningen, knikte aanhoudend instemmend bij het verhaal van de kunstenaar. Het Stadsdeel is enthousiast over het kamerontwerp als Idee. De kunsttaal van Darbyshire vond de Adviescommissie voor de Kunst “volstrekt uniek”, de commissie was vooral gecharmeerd van het idee, dat de kunstenaar de inrichting wilde laten meebepalen door buurtbewoners.

De kunstenaar gaf blijk van zijn democratische intenties: zijn intellectuele concept van een denkbeeldig appartement (gebaseerd op de Franse roman  “Het leven een gebruiksaanwijzing” van George Perec dat zich afspeelt in een Parijs’ appartement aan een fictieve straat 11 Rue Simon-Crubellier) kan interactief door bewoners worden ingevuld en ingericht op een website. Welk designtafeltje had u erin willen hebben? Welk ontwerp wasmachine, uit welk jaar? Welke mixer, citroenpers, koelkast?

De kunstenaar wil graag iconische objecten van de laatste 100 jaar gerepresenteerd zien. En struint de archieven van diverse Nederlandse musea af om een catalogus samentestellen waaruit men objecten kan kiezen.
Hoe leuk kan het niet zijn, benadrukte stadsdeelvoorzitter Sebastiaan Capel, als je als bewoner kunt zeggen later dat die bronzen koffiemolen daar in de hoek van het appartement door jou is aangedragen in het kunstontwerp. Vanaf half oktober kan de catalogus bekeken worden op http://www.amsterdam.nl/stadionplein

20160923_154724
Bewoners laten zich inspireren op Art Zuid, in de hoop mee te kunnen praten over het kunstwerk Stadionplein, 2011

Ooit liep ik als bewoner mee over Art Zuid, een rondleiding ter inspiratie, zodat we  –  aldus het stadsdeel – dan beter met de Adviescommissie voor de Kunst zouden kunnen meedenken over het Stadionplein. Toen ik doorkreeg dat je als pre-adviescommissie niet kon meestemmen en de gemeente de kunstenaar zou kiezen en ook het ontwerp, heb ik niet meer gesolliciteerd voor de Klankbordgroep.

Stiekem had ik van iets monumentaals gedroomd: van een hoge open slanke vlam in lichtbruin brons – een verwijzing naar het historische karakter van het plein, waar het Olympisch Vuur in 1928 voor het eerst sinds de Griekse Oudheid was ontstoken. Maar soms zijn dromen niet conceptueel genoeg. Het is de tijd van de Environmental Art en de Conceptuele Kunst.

hs9-md4336s-448x600
Hercules, Matthew Darbyshire

Wel zag ik dat onze Britse Matthew Darbyshire nog in 2014 een forse sculptuur van een Hercules had tentoongesteld in Cambridge, een voorbeeld van beeldhouwkunst die in de Griekse Goden- en Heldenbuurt rond het Olympisch Stadion (met een heuse Herculesstraat) ook niet misstaan zou hebben. Toch?

FONTEIN

Het hele idee van een fontein is inmiddels van de baan: ja, in het appartement moet “iets van water” te zien zijn, “een waterelement”, zoals het Programma van Eisen zei, en zoals de opdracht van de gemeente aan de kunstenaar nu luidt; het is een schraal en slap aftreksel van het idee van een monumentale fontein, zoals de buurt voor ogen had.
Maar wat voor waterstraal moet het worden dan? Ziet u het voor u: een spuitende douchekop, een overlopende wc-pot, een op hol geslagen wasmachine, een lopend waterkraantje: hoe spectaculair kan het zijn, zo’n waterelement?

Als het aan de kunstenaar ligt: heel spectaculair, met ferme waterstralen in het appartement. Zijn ogen gingen ervan glimmen. Als het aan de gemeente ligt: drupt er geloof ik straks hoogstens een waterkraantje. Maar u kunt wel als buurtbewoners binnenin het kunstwerk straks uw krantje gaan lezen of met elkaar een kaartje leggen op een in brons gegoten – door uzelf uitgekozen – designtafeltje. Dat dan weer wel.
Als u dat al van plan was.

Wilt u meedenken over de huiskamerinrichting van het nieuwe kunstwerk: meldt u dan aan bij t.banen@amsterdam.nl van de Gemeente.
En let op de gemeentekrant, editie Zuid, in uw brievenbus.

Zie: https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/27/een-kunstwerk-een-gebruiksaanwijzing/