Tagarchief: Philippe Starck

Hygiea, Hercules, Perec

Bomvol, volgepropt met meubels, staat het nieuwe kunstwerk 11 rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire op het Stadionplein. Zoals onze eigen huizen vaak met meubels volstaan. Maar ook: zoals onze huizen zich kunnen vullen met bekende merkartikelen, die ons alom aangeprezen worden. Dat is wat Darbyshire wil laten zien.

Design: it’s all about. Hij laat zien hoe sommigen van ons zich graag omhullen met Grote Namen. Een horloge van Gucci, een tas van Valentino, een citroenpers van Philippe Starck, een bank van Jan des Bouvrie.
Het geeft blijkbaar een meerwaarde aan je huis, je Zijn, je identiteit.

Darbyshire is niet specifiek maatschappijkritisch, maar laat in al zijn kunst zien hoe wij als consumenten met onze alledaagse omgeving omgaan, hoe status en materie met elkaar verbonden lijken.

600_inpage_supporting-us_1
Oak Effect (2012), in de Manchester Art Galery

Zo maakte hij in 2012 een tentoonstelling over het “Eiken-effect”- een installatie vol kunststofmeubels die het idee van eikenhout moeten geven, omdat eikenhout blijkbaar een andere uitstraling, meer status geeft dan kunststof. Kijkt u even 😉 naar uw eigen laminaat op de vloer bijvoorbeeld, uw Ikea-boekenkast of keukenkastdeurtjes…

GRIEKSE GODINNEN: ALS VERKOOPTRUC

Ook laat Darbyshire in zijn werk zien hoe op ons consumentengedrag wordt ingespeeld. Grote namen uit de Klassieke Oudheid worden gebruikt om ons te verleiden.

HS14-MD6621S_i
Hygieia – Goddess of Health, Cleanliness and Sanitation, 2018 Building fragment and Helios Stress Relief Pillules, Zeus Beard Shampoo, Mars Protein Powder, Venus Razors, Trojan Condoms, Apollo Shower Gel, Siren Logo Cup, Aphrodite Hair Dryer, Minerva Toilet Brush, Nike Shower Sandals, Samsonite Toilet Kit, Olympus Bathroom Scale, Athena Poster, Olympus Camera, Selene Red Wine, Victoria Lagers, Apollo Noodles, Aurora Coffee, Eros Paprika Paste, Gaia Detox Tea, Ajax Cleaner, Apollo Scouring Pads, Pegasus Rice and Arion Cat Food Artwork: 231 x 80 x 70 cm / 98 x 31 x 28 in Glass: 233 x 84.8 x 112 cm / 90.6 x 33.4 x 44.1

In een installatie-kunstwerk uit 2018 laat hij zien hoe Hygiea, Griekse Godin van de Gezondheid en andere mythologische Grieken worden “misbruikt” om schoonmaak- of schoonheidsproducten aan te prijzen. Wakker worden met Aurora koffie: (Aurora=Eos) de Godin van de Dageraad. Of: harder lopen op Nike-sportschoenen: Nikè: de Griekse Godin van de Overwinning.

Eerder dit jaar liet ik zien, in mijn blog “De Geur van Zuid”, hoe al die Olympische Grieken de parfumwereld inspireren, maar Darbyshire laat juist zien hoe wij consumenten op die manier ons allerlei spullen laten aansmeren.
De Oude Klassieken: als marketing-tool.

11 rue Simon-Crubellier

Ook de designmeubelen van bekende ontwerpers in het kunstwerk op het Stadionplein moeten we zo zien, begrijp ik eruit en ons laten kijken naar onszelf.
We moeten de titel van zijn kunstwerk niet al te letterlijk nemen, benadrukt Darbyshire. Ondanks de titel, moet je het 3-kamerappartement niet echt zien als een 3D-weergave van de 11 rue Simon-Crubellier uit het boek van Georges Perec (1936-1982), vindt hij.

d009747ed913c3f785f1352fceb65ae6
Eén van de covers van het Franse boek La Vie Mode d’Emploi (Het leven een gebruiksaanwijzing)

Het fictieve woonadres zag hij als abstractie, net als zijn eigen idee voor een appartement zonder muren, als “ghost-architecture“.

Hij ziet zijn kunstwerk eerder als “een soort van gedenkteken” (“oblique memorial“) voor Perec. Een “tribute“, eerbetoon aan de schrijver die hij als een “buitengewoon intellectuele kijker en kunstenaar” omschrijft.
Motivated more by a desire to celebrate the man than illustrate this specific text”.

De link met het boek is: dat de 99 vertrekken aan de Parijse 11 rue Simon-Crubellier in “Een leven een gebruiksaanwijzing” (1978) eveneens volgestouwd staan met spullen. Perec houdt ellenlange interieurbeschrijvingen.
In zijn debuutroman De Dingen (1965) onderzocht Perec al eerder wat materiële spullen met mensen ‘doen’ : ergens bij (willen) horen, bij een sociale groep bijvoorbeeld. Perec in De Dingen: “ze wilden van het leven genieten, maar overal om hen heen werd genot op één lijn gesteld met bezit”.
Eigenlijk had Darbyshire, zegt hij mij, liever dat boek van Perec uit 1965 vernoemd, maar daar kwam geen straatnaam in voor.

INTUITIEF DE ZIEL VERBEELD

Als hij in een interview met kunstjournalist Edo Dijksterhuis echter zegt, dat hij in het algemeen in zijn kunst “de ziel of de aura van een object” probeert te vangen, is dat m.i. exact wat er is gebeurd met zijn verbeelding van het adres 11 Rue Simon-Crubellier – bedoeld of onbedoeld. Geheel intuïtief.
Een verbeelding van het adres dus, geen uitbeelding. Maar hij heeft de ziel van het boek wel getroffen. Ik verwijs naar eerdere blogs hierover in deze serie.

P1040222
11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire, Stadionplein 2018

In het boek uit 1978 wordt ook duidelijker waaróm Perec zo gefascineerd is door interieurs; graag over kasten, schilderijen, wandtapijten, theebladen e.a. schrijft: die spullen omhullen je ook met herinneringen. Ze lijken bij Perec een manier om grip op zijn omgeving te krijgen.

In de wijkkrant van december 2017 liet ik in mijn column “Onze straat met Zwarte Spullen” over het Stadionplein-kunstwerk al zien hoe interieurs niet alleen over status of consumentisme gaan. Spullen hebben ook een andere functie: de kast van je oma, de souvenir van je vakantie.

“Ik herinner me tante M., zoals het hele Hygieaplein haar noemde, vooral aan haar porseleinen beeldjes in haar zwarte vitrinekast, haar opgedirkte meisjespoppen op de kolossale zwarte glimmende bank, haar tafels vol vazen met kunstbloemen. Van echte bloemen hield ze niet. Vorig jaar is ze overleden.
Als iets verdwijnt, probeer je het vaak met “spullen” bij je te houden. Van tante M. heb ik nu een porseleinen “bidmadammeke” staan: een wijwaterbakje.
Elk interieur, elk huisadres zit zo vol met spullen en verhalen over het verleden”. (Wijkkrant Olympus, december 2017)

darbyshire
Links, origineel. Rechts: Hercules van polystyreen, 2014, Darbyshire

MATERIAAL

Bij Darbyshire is het gehele Stadionplein-interieur van zwart gepatineerd brons. Hij houdt nl. helemaal niet van klassiek brons. Het liefste gebruikt hij eigentijdse materialen. Zo heeft hij een immense sculptuur van Hercules van polystyreen gemaakt, de goedkope kunststof waarvan plastic wegwerp-bekertjes gemaakt zijn.
Maar, ha, zulk materiaal leent zich nou niet bepaald voor een omgevingskunstwerk in de Openbare Ruimte.
Brons is voor hem echt een concessie. Darbyshire over 11 rue Simon-Crubellier:
De betonnen elementen zijn net zo belangrijk en zeker zo mooi voor mij als de bronzen elementen”.
Overigens maakte hij zijn plastic-Hercules om te laten zien hoe Klassieke Kunst in de populaire cultuur vaak misbruikt wordt voor commerciële doeleinden.

P1040218
kopie v Ph. Starck’s Gnome Stool

Droste_Cacao_reclame_plaatje
L’ART POUR l’ART

In zijn kunstwerk laat hij ons tegelijkertijd Kijken naar Kunst. Het is een Droste-cacao-effect, als u begrijpt wat ik bedoel. Je ziet een busje cacao met een vrouwtje daarop, dat een busje in haar hand heeft met een vrouwtje erop.

In het kunstwerk van Darbyshire staan design-tafeltjes van andere kunstenaars, ontwerpers als Philippe Starck (1949) bijvoorbeeld met zijn gnoomtafeltje. U kunt het voor zo’n 250 euro online bestellen, zie ik, op sites die prompt Musthave.nl heten. Hebbedingetjes dus.
Ook kijk je naar een (kopie van een) bronzen sculptuur van de Duits/Franse kunstenaar Hans Arp (1886-1966), op het bureau in de huiskamer. Een kunstwerk in een kunstwerk dus.

P1040210
torso, 1957, Hans Arp. Versie Darbyshire

ORIGINEEL

Darbyshire speelt zo m.i. ook met het postmoderne thema: origineel, kopie en identiteit. Zoals Hygiea een schoonmaakproduct aan de man brengt, eigent Darbyshire zich een woonadres van Perec toe. Maar dan wel: als eerbetoon aan Perec.

Ook Perec laat je trouwens naar kunst kijken in die 99 interieurs op de 11 rue Simon-Crubellier en gaat in al zijn werk in op thema’s als: kopie, origineel en vooral: identiteit.
De Sefardische Joodse naam Perez was na verbanning uit Spanje/Portugal in Polen al in Peretz veranderd en – na emigratie naar Frankrijk – verfranst tot Perec, toen Georges geboren werd. Iets wat hem als kind in de oorlog geholpen heeft. Dat thema Identiteit achtervolgt hem in heel zijn schrijverschap. Mensen wisselen steeds van identiteit bij hem.

P1030929AA
Darbyshires bank van Jan de Bouvrie, incl. kopie vaas van Moobach, tafeltje van Vitra/Noguchi

Zelfs de (kopie van een) fallus-vaas van Jaan Mobach (1933) uit het Centraal Museum uit Utrecht, binnenin Darbyshires kunstwerk, brengt mij een verhaal uit “Het leven een gebruiksaanwijzing” in gedachten over een Utrechtse vaas, die vals was. Perec wijdde er een heel hoofdstuk aan. Hij schreef vaker over vervalsing in de kunst.

Ook komt het Drostecacao-effect bij Perec op de 11 rue Simon-Crubellier voor. De schrijver beschrijft de bewoner Valène, die een schilderij wil maken van een dwarsdoorsnede van het flatgebouw, zoals Perec zelf als schrijver doet.
En hij wijdt uit over een andere bewoner Hutting, die 24 portretten wil schilderen, waarvan de persoon in kwestie in een detail op het schilderij wordt afgebeeld, niet als hoofdonderwerp.
Dat is exact wat Georges Perec doet als schrijver.
In alle woonvertrekken beschrijft ie eigenlijk iets van zichzelf.
Een crypto-jood. Noodgedwongen in het geheim.

© Overname van gedachtengoed uit dit blog s.v.p. met bronvermelding