Tagarchief: gevelsteen

Zout op je huid

afbeelding1d
Kees Smout (1876-1961), Marathonlopers, Gevelsteen Marathonweg, Amsterdam

Het zout koekte in witte opgedroogde korsten op zijn wangen en de derde trap van mijn etagewoning op het Hygieaplein destijds nam hij kruipend. Tree voor tree. Op handen en voeten omhoog naar drie-hoog. Zijn romp was in een opengeknipte grijze vuilniszak gestoken. Plastic tegen de afkoeling, hadden ze hem gegeven. In het trapportaal, nog voor de deur van mijn woning, zakte hij op de deurmat neer. Hij kon niet meer, mijn oude getrouwe vriend uit mijn studietijd. Maar hij had de Marathon van Amsterdam uitgelopen, een medaille om zijn nek en zijn ogen straalden!

Hij had mij telefonisch gevraagd of hij ’s ochtends voorafgaand aan de marathon en na afloop in mijn huis zich mocht omkleden. Ik woonde op 5 minuten afstand van het Olympisch Stadion, om de hoek van de Marathonweg. Ik had hem nog niet zo vroeg terug verwacht, die middag. Hij had een mooie tijd gemaakt met zijn tanige lijf.

Ik liet hem even zitten op die deurmat en zette zonder het te vragen de kraan van het bad aan. Nou ja, bad: een losstaand plastic zitbadje heb ik. Nog steeds. Lekker languit zou ie niet kunnen liggen, maar toch: “Dan kun je in een heet bad een beetje bijkomen, lekker voor je spieren” , sprak ik hem bemoedigend toe.
Zwijgend knikte hij.

Nog nooit heb ik iemand na een uur zo gelukkig weer uit een klein plastic zitbadje zien komen. En zo grenzeloos dankbaar zien aanschuiven aan mijn eettafel, waar ik een pittige Indiase paprikasoep voor hem had klaarstaan. Het is alweer jaren later nu, maar als ik hem soms zie, die oude kameraad, dan heeft hij het er nòg over. Over die soep. En over dat hete bad. Het is alweer jaren later nu, maar het was de eerste keer dat ik als Stadionbuurter zò persoonlijk bij de marathon betrokken raakte en voor het eerst zelf van binnenuit diep diep respect voelde voor zo’n loper. Petje af! Wat een sport! Wat een prestatie!

Vanaf die eerste bewuste kennismaking met het marathonzout loop ik tegenwoordig als supporter om 9 uur ’s ochtends naar het stadion toe voor de start van de Amsterdam marathon. Mijn zondag is dan al vroeg begonnen met ronkende politie- en tv-helikopters boven mijn tuin, van NOS en lokale media die al circulerend het parcours verkennen.

20161013_161921_resized107De deuren van de Stadionpoort zijn dan nog dicht. Maar als die bij het startschot om half tien opengaan, zoals ik een keer zag….en er een gigantische massa van duizenden mensen zich naar buiten stort, dan weet je niet wat je ruikt.

Het zweet, het zout, de damp, de lucht…

De zweetwalm die zich vanachter die dichte deuren in de smalle poort van het stadion heeft verzameld bij de getrainde en geoefende lopers knalt je gezicht in. Menigeen heeft zich dan al ingelopen. Voorop gaan de professionals, de Kenianen en de Ethiopers, als ranke hindes flitsen ze voorbij, mannen en vrouwen, met tussen die zwarte Afrikanen her en der een verdwaalde blanke. Daarachteraan komt een enorme bulk  blanke wereldburgers. Duizenden. En nog eens duizenden, het zijn er 16.500 voor de hele marathon dit jaar. Engels, Iers, Frans, Duits, Arabisch, aan de omstanders en hun aanmoedigingen merk ik hoe internationaal de wedstrijd is. De vlaggen wapperen. Het is een mega-festijn.

Na de start ga ik dan naar huis, zet de lokale tv-zender aan of Eurosport en volg de renners hoe ze via Ouderkerk, langs de Amstel terugkeren naar het centrum van de stad en via het Vondelpark hun weg terugvinden naar het Stadion: 42, 195 km lang. De wedstrijd is zondag in 138 landen live te volgen op tv.

In twee uur tijd zijn de eerste lopers hier weer terug. Topatleten, als de Kenianen Sammy Kitware, Wilson Chebet en Bernard Kipyego. Het is dan rond half twaalf, het parcoursrecord is  11.35.36. Wie wordt “Mr. Amsterdam”? Ze hopen dit jaar een tijd onder de 2.05 uur te kunnen lopen. De Marokkaanse Nederlander Khalid Choukoud hoopt Nederlands kampioen te worden, maar Koen Raymaekers is ook favoriet. Net als bij de vrouwen, de Keniaanse atlete Priscah Jeptoo en de Ethiopische Meselech Melkamu.
Tot 17 uur ’s middags hebben de andere lopers de kans en de tijd om te finishen.
(tekst loopt onder video door…)

Het is een bonte stoet die op zo’n dag voorbijtrekt. De muziek en de trommels zwepen van alle kanten op. In de loop van de middag sta ik weer achter de dranghekken. Ik moedig de laatste strompelaars tegen 5 uur de hoek van het Stadionplein om.
Nog één bocht en je bent er!!!” schreeuw ik.
Tachtigers, maar ook tieners horen bij de laatste diehards. Soms wandelend of struikelend of hinkstapsprongend trekken ze voorbij of ze nemen, met het eind in zicht, toch nog een laatste spurt. Soms zie ik bloedende tepels onder hun t-shirt van het urenlang schuren langs de stof. Anderen, zo zie ik, hebben daarom pleisters opgeplakt ter bescherming. En iedereen heeft zo zijn eigen loopje. De één met lange halen, de ander met korte, hoge pasjes, de knieën opgetrokken. Ook ’s ochtends bij de start zie je loopjes, waarvan je je afvraagt hoe ze de finish ooit kunnen halen.

Via megafoons worden ze – uur na uur- vanuit een omroepwagen luid het Olympisch Stadion ingeschreeuwd. “Welkommm nummer 3456, hij komt nuuuuu het stadion binnenlopen….dames en heren, 3456 is nu op weg naar de finish, geef hem een warm applaus!!! Nummer 3456 is gefinisht!”
De Kenianen en de Ethiopiërs, de profs, zijn na hun huldiging dan al uren eerder vertrokken.

Die oude kameraad van mij, die van die soep en dat hete bad, heeft zich na die ene keer met de drie trappen na de marathon, niet meer bij mij in Amsterdam gemeld. Hij ging de marathon van New York lopen, en die van Rotterdam. Daar vond ie het publiek wat enthousiaster. Van hem weet ik ook, hoe fijn het is als je de lopers aanmoedigt.
Tegenwoordig is hij reisleider in verre landen. Op mijn verjaardag laatst kreeg ik getrouw een felicitatiemailtje van hem. Vanuit Kenia. Nota-beide-blote-bene.

afbeelding1c
Kees Smout (1876-1961), Marathonlopers, gevelsteen Marathonweg, Amsterdam

 

dsc05777
Olympisch Stadion: wit plastic tegen het afkoelen na afloop van de marathon, 2016