Tagarchief: Environmental art

Anybody home?

Het is mutsenweer. Half november, er staat een gure wind, handen houden open kragen bijéen. Bakfietsvaders en moeders achter kinderwagens sjezen in grote vaart voorbij. Kranten-bezorgers met overvolle fietstassen, haastige postbodes, zelfs scooters zigzaggen dwars door voetgangersgebied heen. In de week dat de 11 rue Simon-Crubellier als kunstzinnig woonadres 11 dagen is opgeleverd in Amsterdam, observeer ik – verspreid over de week – 11 uur lang haar gasten. En het Stadionplein. 

P1040306A
Als tegen 17 uur de straatlantaarns aanflitsen, verdwijnt de woonkamer in de donkerte. De bewoners van 11 rue Simon-Crubellier zijn vertrokken. Alleen het water is niet afgesloten.

MAANDAG 15.30 – 17.30

Er woont niemand op de 11 rue Simon-Crubellier. Maar de vloer en stoelen zijn nat, alsof de werkster net geweest is. De wind wappert de waterfontein boven de wc-pot wild door het huis .

Rond 16 uur lijkt het alsof er een haardvuurtje wordt aangestoken. In de beregende zwarte linnenkast weerspiegelt een oranje gloed van een zwaailicht van een vrachtauto. Het lijkt 20 minutenlang een wakkerend vuurtje en is het enige levende element in het appartement – naast de waterstralen uit de radiator, de gootsteen en het keukenblok.P1040291
Om 16.07 uur cirkelt een man via het gras door het huis heen, zet zijn capuchon op en verlaat over de deurmat het zwarte ‘pand’. 
Om 16.28 uur vegen twee meiden hun voeten op die deurmat, voelen aan de keukenapparatuur, de stoel in de huiskamer. In de slaapkamer pakt één haar telefoon en begint zichzelf te filmen. Het zijn de 2e en 3e gast binnen een uur.

Om 17.10 bezoekt een vader met peuter – weer via de deurmat – het appartement. De moeder blijft buiten, haar hand op een kinderwagen. Zoekerig lopen de twee rond, dralen bij het keukenblok; dan trekt de vader het kind mee naar de huiskamer en legt zijn hand precies op de plek van de radiator, waar water uitspuit, waardoor de waterstraal oncontroleerbaar wordt.
De vader springt weg. Ik kan het niet horen, maar denk dat de peuter schaterlacht omdat de vader zichzelf steeds herhaalt: zijn hand eventjes op de radiator; en wegspringen. Na een minuut of 5 verlaten ze via de denkbeeldige slaapkamerdeur het zwarte huis.P1040302AOp dit tijdstip in november duurt het niet lang voordat het zwarte kunstwerk verdwijnt in de avondschemer. Als de straatlantaarns aanflitsen, is er niets dat het appartement  verlicht. Er zijn geen bewoners op de 11 rue Simon-Crubellier, hun lampen in de huiskamer en op het bureau doen het niet.
Rode achterlichtjes van auto’s rond het plein schijnen soms even door de vakken van het boekenmeubel heen.
De feestverlichting in de bomen bij het hotel-restaurant op het plein trekt nu meer aandacht.

DINSDAG 10.30 – 12.15

Vaste bezoekers blijken de meeuwen en de kraaien, de kauwen en de duiven op het plein. Vijftien duifjes houden op 5 hoog, onder de dakgoot, het plein in de gaten of zoeken beschutting in de wind, wie zal het zeggen. P1040374

P1040383P1040376Net als maandag, zie ik kijkers.
Kijkers zijn niet meteen ook bezoekers die naar binnengaan. Kijkers zijn overstekende wandelaars met plastic of katoenen boodschappentasjes op weg naar de supermarkt, die misschien even hun tred vertragen en opzij kijken. Een mevrouw achter een rollator met een slepend been; druk discussiërende scholieren met rugzakjes, studenten op gympen, meisjes met wilde wapperende haren in de wind.giphy-3.gif
Als ze stilstaan, staan de meesten stil voor het denkbeeldige keukenraam, omdat het direct aan de straatkant grenst. Er wordt gewezen, er wordt overlegd.

Een fietser in het voetgangersgebied houdt stil bij de logeerkamer, voet aan de grond, stapt niet af maar kijkt, wil doorfietsen, kijkt nog es om en rijdt weer terug.

Ik denk aan het gemopper in de buurt over het zwarte interieur. Maar eigenlijk is iedereen en àlles zo’n beetje donkergrijs en zwart in november om me heen in dit land. Niet alleen de wolken, maar ook de jassen van de mensen, de fietsen, fietskratten, de fietstassen.

Ik ben blij met een voorbijrennende sporter in knalgroen lichtgevend sportpak. Een vrouw met rode baret. Een KLM-stewardess in lichtblauw met rolkoffer. Een wit poedelhondje met rode halsband dat zijn bazinnetje het gras optrekt.P1040327.JPGOok in de moderne brasserie om mij heen is de kleur zwart “bon ton“, afgewisseld met wit marmer, koper en houttinten. De plantenbakken buiten zijn zwart, de boekenkasten binnen, de stoelen, het theeblad. Ook de soepkom is zwart. “Strive to be happy” zegt de zwarte huls van het servet.

Hier netwerken vanaf 8 uur s’ochtends vooral dertigers. Ik hoor marketinggesprekken, Engels, Russisch.  Achter zwarte laptops met ‘wit bedraadde oortjes’ in “delen ze schermen” met onzichtbare klanten aan de andere kant van de lijn.

P1040358
Bezemvegers van de gemeente praten samen over het kunstwerk

Vanuit de verte – vanaf mijn horecastoel – lijkt het misschien even, zoals een kritische lezer van mijn blog laatst schreef als commentaar, of iemand de grofvuildienst heeft gebeld en zijn meubilair op straat heeft gezet. 
Ahhh neee toch...!”, grijnst een Antilliaanse bewoonster van het plein, die naast me zit, iemand die – voor 1.345 euro huur per maand – van 2-hoog uitkijkt over het kunstwerk. Ze heeft een piepklein zwartkrullerig mannetje bij zich, dat ik even warm op mijn schoot mag houden, als zij zijn melkflesje prepareert.
Nee, geen oud vuil, maar ik ben er nog niet goed uit, wat ik ermee aan moet, wat het is!“. 
Ik leg uit wat het is.
Een betonnen 3-kamerappartement van 65 m², naar voorbeeld van de nieuwbouw op het plein, met meubels van 20e eeuwse designontwerpers in zwart brons, die door 45 buurtbewoners zijn uitgekozen uit een voorselectie van de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire.

WOENSDAG 9.30 – 12.30

Op de 11e dag na de House-warming-party van 11 rue Simon-Crubellier, om 11.05 uur, ruimt een voorbijgangster het kunstwerk even op. Ze gooit papiertjes en een kartonnen bekertje in de prullenbak.shutterstock_70714939-1080x675[33696]Mijn gedachten dwalen soms af naar het Franse boek van Georges Perec (dat ten grondslag ligt aan het kunstwerk) en naar de bewoners van die Parijse 11 rue Simon-Crubellier, die met hun vernietigingsproces van puzzelstukjes bezig waren, zoals ik in een eerder blog beschreef.

Ik begin me te realiseren dat mensen misschien niet làng binnenin het appartement op bezoek komen, maar dat als het een gewoon standbeeld was geweest – noem maar wat: een paard met een vent er op, voor mijn part een Griekse held  – dat iedereen er dan gewoon langsgelopen was. Nu zie ik mensen stilstaan, nadenken, een hand aan hun kin, de één blijft aan de stoeprand staan, de ander loopt naar binnen.

Misschien dat het gras om het huis als een soort tuin functioneert, een barrière om binnen te stappen. Als het kunstwerk rechtstreeks op de keien stond, kwam er misschien eerder binnenin bezoek.
Misschien.
Maar kijkers en omkijkers zijn er zo wie zo. Bijna iedereen die de 11 rue Simon-Crubellier bezoekt, kijkt als ze eenmaal buiten zijn, ook weer achterom. Alsof ze denken: “huh, wat was dat nou, wat ik net gezien heb? Waar ben ik nou net geweest….?“. P1040355

DONDERDAG 12.15 – 14.30

Op donderdag rond het middaguur is het spitsuur. In totaal tel ik in 2 uur tijd 31 bezoekers, voornamelijk scholieren. Een verliefd stelletje neemt even plaats. Een man wast er zijn handen. Een fietser loopt dwars door het appartement heen. Even later dansen scholieren op het bureau, terwijl een derde met zijn telefoon voor muziek zorgt.IMG-20181122-WA0000[53580]

Ook de Waternet-inspectie komt donderdag even langs.

ZATERDAG 9 – 11 uur

P1040371Op zaterdagochtend als er nog ochtenddamp hangt en de marktkramen worden opgebouwd, zijn er al vroeg opa’s met kleine jongetjes in het kunstwerk. Toeristen met bepluimde mutsen en een plattegrond in hun handschoenen, nemen foto’s. In twee uur tijd tel ik 12 bezoekers in het huis.

Langslopende kijkers zijn er natuurlijk ook: met stokbroden onder hun arm of bossen bloemen in bruin papier van de markt. De kaasboer, groenteman, notenkraam en bloemenman staan vlak voor het kunstwerk. Ik zie vrouwen met korte jacks en dikke billen eronder. Een joggende vader achter een kinderwagen; het kind klotst een beetje op en neer. P1040388.JPGOm 11.17 uur brengen twee meiden 37 seconden in het appartement door, eentje gaat even op het bureau liggen. Daarna zijn ze 1 minuut en 24 seconden bezig met het nemen van selfies.
 
Als ik even google naar hoelang mensen voor een schilderij in een museum stilstaan, heeft Trouw het over gemiddeld 9 seconden per schilderij, maar de NRC schrijft over 28 seconden, waarvan tegenwoordig veel tijd opgaat aan het maken van selfies bij een kunstwerk.

ZONDAG 15 – 16.30

Op zondagmiddag is het stiller. Een man met zijn handen op zijn rug staat om 15 uur aan de rand van het gras bij de deurmat stil, in gedachten, alsof het een monument is. 
Hey, een huiskamertje!” roept een voorbijflitsende fietster enthousiast.
Maar je mag er niet op zitten“, roept haar compagnon.
Jawel,” roep ik terug: “dat mag!”P1040391.JPG
Er komt toch nog zondagmiddagbezoek in het huis. Spelende kids. En gasten uit het hotelrestaurant met fototoestellen.

In 11 uur tijd, verspreid over deze week, heeft 11 rue Simon-Crubellier 77 bezoekers gehad, ontelbare gluurders door denkbeeldige ramen en diverse fotografeerders. 

DE ZEVENTIENDE DAG

IMG_20181127_133351246[53613]Op de 17e dag na de opening zijn de denkbeeldige ramen van het huis ineens met karton dichtgemaakt.
Een saillant detail, als ik bedenk dat het de kunstenaar Matthew Darbyshire – als Brit – juist was opgevallen dat Nederlanders s’avonds hun gordijnen openlaten en al het interieur voor iedereen zichtbaar is. Iets wat hem inspireerde tot dit kunstwerk.

Onze meubels als openbaar kunstbezit dus.

Even denk ik aan een buurtprotest tegen het zwarte kunstwerk, maar later blijkt het om balorigheid te gaan. 
Scholieren zijn aan de haal gegaan met grote kartonnen meubeldozen van een eigenaar midden op het plein – de adressticker zit er nog op –  die zijn rotzooi onversnipperd en veel te vroeg als grof vuil heeft buitengezet.

De scholieren wilden het huis wat knusser inrichten met kartonnen muren erom heen, zo gaat het verhaal, zodat ze er wat beschutter konden zitten. IMG_20181127_134157480_BURST000_COVER_TOPOok misschien omdat ze dan minder snel nat werden. De waterfontein uit de radiator spettert de huiskamermeubels nat. De scholieren hadden met een steen de radiatorwaterknop geblokkeerd.
Ik snap ze ergens wel. Ik heb deze weken me ook wel afgevraagd of het compromis van kunstwerk-met-fontein wel zo’n geslaagd idee is geweest. Maar ook heb ik gezien, dat juist het speelse water in de wind de opa’s en oma’s met kleinkinderen naar het kunstwerk trekt.
Zonder water was er minder bezoek geweest. Zonder water was het een zwarte lege huiskamer geweest. Waaruit de bewoners zijn vertrokken.

(wordt vervolgd)

  • Met dank aan: Irka voor een foto, Jan en Blanche voor uitleg over het karton en Unice voor haar commentaar.

Dit was deel 5 in een serie blogs over: 11 Rue Simon-Crubellier

Hygiea, Hercules, Perec

Bomvol, volgepropt met meubels, staat het nieuwe kunstwerk 11 rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire op het Stadionplein. Zoals onze eigen huizen vaak met meubels volstaan. Maar ook: zoals onze huizen zich kunnen vullen met bekende merkartikelen, die ons alom aangeprezen worden. Dat is wat Darbyshire wil laten zien.

Design: it’s all about. Hij laat zien hoe sommigen van ons zich graag omhullen met Grote Namen. Een horloge van Gucci, een tas van Valentino, een citroenpers van Philippe Starck, een bank van Jan des Bouvrie.
Het geeft blijkbaar een meerwaarde aan je huis, je Zijn, je identiteit.

Darbyshire is niet specifiek maatschappijkritisch, maar laat in al zijn kunst zien hoe wij als consumenten met onze alledaagse omgeving omgaan, hoe status en materie met elkaar verbonden lijken.

600_inpage_supporting-us_1
Oak Effect (2012), in de Manchester Art Galery

Zo maakte hij in 2012 een tentoonstelling over het “Eiken-effect”- een installatie vol kunststofmeubels die het idee van eikenhout moeten geven, omdat eikenhout blijkbaar een andere uitstraling, meer status geeft dan kunststof. Kijkt u even 😉 naar uw eigen laminaat op de vloer bijvoorbeeld, uw Ikea-boekenkast of keukenkastdeurtjes…

GRIEKSE GODINNEN: ALS VERKOOPTRUC

Ook laat Darbyshire in zijn werk zien hoe op ons consumentengedrag wordt ingespeeld. Grote namen uit de Klassieke Oudheid worden gebruikt om ons te verleiden.

HS14-MD6621S_i
Hygieia – Goddess of Health, Cleanliness and Sanitation, 2018 Building fragment and Helios Stress Relief Pillules, Zeus Beard Shampoo, Mars Protein Powder, Venus Razors, Trojan Condoms, Apollo Shower Gel, Siren Logo Cup, Aphrodite Hair Dryer, Minerva Toilet Brush, Nike Shower Sandals, Samsonite Toilet Kit, Olympus Bathroom Scale, Athena Poster, Olympus Camera, Selene Red Wine, Victoria Lagers, Apollo Noodles, Aurora Coffee, Eros Paprika Paste, Gaia Detox Tea, Ajax Cleaner, Apollo Scouring Pads, Pegasus Rice and Arion Cat Food Artwork: 231 x 80 x 70 cm / 98 x 31 x 28 in Glass: 233 x 84.8 x 112 cm / 90.6 x 33.4 x 44.1

In een installatie-kunstwerk uit 2018 laat hij zien hoe Hygiea, Griekse Godin van de Gezondheid en andere mythologische Grieken worden “misbruikt” om schoonmaak- of schoonheidsproducten aan te prijzen. Wakker worden met Aurora koffie: (Aurora=Eos) de Godin van de Dageraad. Of: harder lopen op Nike-sportschoenen: Nikè: de Griekse Godin van de Overwinning.

Eerder dit jaar liet ik zien, in mijn blog “De Geur van Zuid”, hoe al die Olympische Grieken de parfumwereld inspireren, maar Darbyshire laat juist zien hoe wij consumenten op die manier ons allerlei spullen laten aansmeren.
De Oude Klassieken: als marketing-tool.

11 rue Simon-Crubellier

Ook de designmeubelen van bekende ontwerpers in het kunstwerk op het Stadionplein moeten we zo zien, begrijp ik eruit en ons laten kijken naar onszelf.
We moeten de titel van zijn kunstwerk niet al te letterlijk nemen, benadrukt Darbyshire. Ondanks de titel, moet je het 3-kamerappartement niet echt zien als een 3D-weergave van de 11 rue Simon-Crubellier uit het boek van Georges Perec (1936-1982), vindt hij.

d009747ed913c3f785f1352fceb65ae6
Eén van de covers van het Franse boek La Vie Mode d’Emploi (Het leven een gebruiksaanwijzing)

Het fictieve woonadres zag hij als abstractie, net als zijn eigen idee voor een appartement zonder muren, als “ghost-architecture“.

Hij ziet zijn kunstwerk eerder als “een soort van gedenkteken” (“oblique memorial“) voor Perec. Een “tribute“, eerbetoon aan de schrijver die hij als een “buitengewoon intellectuele kijker en kunstenaar” omschrijft.
Motivated more by a desire to celebrate the man than illustrate this specific text”.

De link met het boek is: dat de 99 vertrekken aan de Parijse 11 rue Simon-Crubellier in “Een leven een gebruiksaanwijzing” (1978) eveneens volgestouwd staan met spullen. Perec houdt ellenlange interieurbeschrijvingen.
In zijn debuutroman De Dingen (1965) onderzocht Perec al eerder wat materiële spullen met mensen ‘doen’ : ergens bij (willen) horen, bij een sociale groep bijvoorbeeld. Perec in De Dingen: “ze wilden van het leven genieten, maar overal om hen heen werd genot op één lijn gesteld met bezit”.
Eigenlijk had Darbyshire, zegt hij mij, liever dat boek van Perec uit 1965 vernoemd, maar daar kwam geen straatnaam in voor.

INTUITIEF DE ZIEL VERBEELD

Als hij in een interview met kunstjournalist Edo Dijksterhuis echter zegt, dat hij in het algemeen in zijn kunst “de ziel of de aura van een object” probeert te vangen, is dat m.i. exact wat er is gebeurd met zijn verbeelding van het adres 11 Rue Simon-Crubellier – bedoeld of onbedoeld. Geheel intuïtief.
Een verbeelding van het adres dus, geen uitbeelding. Maar hij heeft de ziel van het boek wel getroffen. Ik verwijs naar eerdere blogs hierover in deze serie.

P1040222
11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire, Stadionplein 2018

In het boek uit 1978 wordt ook duidelijker waaróm Perec zo gefascineerd is door interieurs; graag over kasten, schilderijen, wandtapijten, theebladen e.a. schrijft: die spullen omhullen je ook met herinneringen. Ze lijken bij Perec een manier om grip op zijn omgeving te krijgen.

In de wijkkrant van december 2017 liet ik in mijn column “Onze straat met Zwarte Spullen” over het Stadionplein-kunstwerk al zien hoe interieurs niet alleen over status of consumentisme gaan. Spullen hebben ook een andere functie: de kast van je oma, de souvenir van je vakantie.

“Ik herinner me tante M., zoals het hele Hygieaplein haar noemde, vooral aan haar porseleinen beeldjes in haar zwarte vitrinekast, haar opgedirkte meisjespoppen op de kolossale zwarte glimmende bank, haar tafels vol vazen met kunstbloemen. Van echte bloemen hield ze niet. Vorig jaar is ze overleden.
Als iets verdwijnt, probeer je het vaak met “spullen” bij je te houden. Van tante M. heb ik nu een porseleinen “bidmadammeke” staan: een wijwaterbakje.
Elk interieur, elk huisadres zit zo vol met spullen en verhalen over het verleden”. (Wijkkrant Olympus, december 2017)

darbyshire
Links, origineel. Rechts: Hercules van polystyreen, 2014, Darbyshire

MATERIAAL

Bij Darbyshire is het gehele Stadionplein-interieur van zwart gepatineerd brons. Hij houdt nl. helemaal niet van klassiek brons. Het liefste gebruikt hij eigentijdse materialen. Zo heeft hij een immense sculptuur van Hercules van polystyreen gemaakt, de goedkope kunststof waarvan plastic wegwerp-bekertjes gemaakt zijn.
Maar, ha, zulk materiaal leent zich nou niet bepaald voor een omgevingskunstwerk in de Openbare Ruimte.
Brons is voor hem echt een concessie. Darbyshire over 11 rue Simon-Crubellier:
De betonnen elementen zijn net zo belangrijk en zeker zo mooi voor mij als de bronzen elementen”.
Overigens maakte hij zijn plastic-Hercules om te laten zien hoe Klassieke Kunst in de populaire cultuur vaak misbruikt wordt voor commerciële doeleinden.

P1040218
kopie v Ph. Starck’s Gnome Stool

Droste_Cacao_reclame_plaatje
L’ART POUR l’ART

In zijn kunstwerk laat hij ons tegelijkertijd Kijken naar Kunst. Het is een Droste-cacao-effect, als u begrijpt wat ik bedoel. Je ziet een busje cacao met een vrouwtje daarop, dat een busje in haar hand heeft met een vrouwtje erop.

In het kunstwerk van Darbyshire staan design-tafeltjes van andere kunstenaars, ontwerpers als Philippe Starck (1949) bijvoorbeeld met zijn gnoomtafeltje. U kunt het voor zo’n 250 euro online bestellen, zie ik, op sites die prompt Musthave.nl heten. Hebbedingetjes dus.
Ook kijk je naar een (kopie van een) bronzen sculptuur van de Duits/Franse kunstenaar Hans Arp (1886-1966), op het bureau in de huiskamer. Een kunstwerk in een kunstwerk dus.

P1040210
torso, 1957, Hans Arp. Versie Darbyshire

ORIGINEEL

Darbyshire speelt zo m.i. ook met het postmoderne thema: origineel, kopie en identiteit. Zoals Hygiea een schoonmaakproduct aan de man brengt, eigent Darbyshire zich een woonadres van Perec toe. Maar dan wel: als eerbetoon aan Perec.

Ook Perec laat je trouwens naar kunst kijken in die 99 interieurs op de 11 rue Simon-Crubellier en gaat in al zijn werk in op thema’s als: kopie, origineel en vooral: identiteit.
De Sefardische Joodse naam Perez was na verbanning uit Spanje/Portugal in Polen al in Peretz veranderd en – na emigratie naar Frankrijk – verfranst tot Perec, toen Georges geboren werd. Iets wat hem als kind in de oorlog geholpen heeft. Dat thema Identiteit achtervolgt hem in heel zijn schrijverschap. Mensen wisselen steeds van identiteit bij hem.

P1030929AA
Darbyshires bank van Jan de Bouvrie, incl. kopie vaas van Moobach, tafeltje van Vitra/Noguchi

Zelfs de (kopie van een) fallus-vaas van Jaan Mobach (1933) uit het Centraal Museum uit Utrecht, binnenin Darbyshires kunstwerk, brengt mij een verhaal uit “Het leven een gebruiksaanwijzing” in gedachten over een Utrechtse vaas, die vals was. Perec wijdde er een heel hoofdstuk aan. Hij schreef vaker over vervalsing in de kunst.

Ook komt het Drostecacao-effect bij Perec op de 11 rue Simon-Crubellier voor. De schrijver beschrijft de bewoner Valène, die een schilderij wil maken van een dwarsdoorsnede van het flatgebouw, zoals Perec zelf als schrijver doet.
En hij wijdt uit over een andere bewoner Hutting, die 24 portretten wil schilderen, waarvan de persoon in kwestie in een detail op het schilderij wordt afgebeeld, niet als hoofdonderwerp.
Dat is exact wat Georges Perec doet als schrijver.
In alle woonvertrekken beschrijft ie eigenlijk iets van zichzelf.
Een crypto-jood. Noodgedwongen in het geheim.

© Overname van gedachtengoed uit dit blog s.v.p. met bronvermelding

Een kunstwerk: een gebruiksaanwijzing

Als het kunstwerk van Matthew Darbyshire in Amsterdam binnenkort wordt onthuld, bestaat voor het eerst het Franse woonadres 11 Rue Simon-Crubellier in werkelijkheid. Omgetoverd vanuit fictie, vanuit een roman, naar een monumentaal kunstwerk op het Stadionplein: als betonnen 3-kamerappartement van 65 m² met bronzen meubels in zwart.
Nergens anders ter wereld bestaat de 11 Rue Simon-Crubellier. Een kunstwerk met zo’n naam vraagt om verder onderzoek. Wat is dat voor adres, waarvan Matthew Darbyshire niet de eerste kunstenaar blijkt die zich hiermee bezighoudt?

1040164

11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire. Stadionplein, 2018

Darbyshire (1977) heeft als Brit het woonadres uit een Franse roman van Georges Perec (1936-1982) als titel gekozen, zegt hij desgevraagd, omdat hij dat wel “romantisch” vond en in het kader van de huidige Brexit-discussie wel een mooi statement. Een Nederlandse titel vond hij wat obligaat. Hoewel ik dat niet meteen begrijp (bij een gemeenteopdracht vanuit Amsterdam) maakt hij zijn kunstwerk er wel veel intrigerender door, veel internationaler. En dat is slim van de Brit.

Australische videokunstenaars gingen in 2004 al op zoek naar de 11 Rue Simon-Crubellier, in een multi-mediaproject rond de straatnaam, om te kijken of een verzonnen adres uit een roman werkelijkheid kan worden, louter omdat je ernaar op zoek gaat. Op You Tube is te zien hoe ze ambtenaren met vragen over het niet-bestaande adres gekmaken.
Art-video 2004, kijk online, deel 2: “Searching for Rue Simon-Crubellier”:

Een Belgische striptekenaar Brecht Evens (1986) heeft in 2015 het flatgebouw geïllustreerd.

1453377443852

La vie Mode d’emploi, Perec par B. Evens. Illustratie Brecht Evens

Een andere kunstenaar, Max Richter (1966), een Britse componist van Duitse oorsprong die dit jaar nog in het Concertgebouw een zgn. ‘Sleep-concert’ gaf van 8 uur lang, wijdde in 2008 een meditatieve compositie aan de Simon-Crubellierstraat.
Muziekvideo “Circles From The Rue Simon-Crubellier”: luister online:

In 2018 nu sleept de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire het fictieve adres in 3 D, als sculptuur, de werkelijkheid in. “Concrete” is het Engelse woord voor beton. De Brit heeft een fictief adres in grijs beton concreet gemaakt. Als Environmental Art, op het Stadionplein. Je kunt erin gaan zitten.

1040079

Op verzoek van bewoners, die een fontein als kunstwerk wilden, zijn er “waterelementen” in opgenomen

11

9200000052067929

In juni 2017 tijdens een studieavond – vol met Perec-ologen – van Atheneum Boekhandel en de Universiteit van Amsterdam werd me voor het eerst duidelijk dat het huisnummer 11 door de Franse schrijver, die het adres verzon, niet zómaar gekozen is.
Georges Perec is bekend met getallensymboliek, vanuit de Joodse kabbala. Cijfers, getallen en wiskundige formules blijken essentieel voor de Frans-Poolse Joodse schrijver (1936-1982).
De hele roman van 511 pagina’s over bewoners in een groot Parijs’ flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier kun je niet loszien van ander werk van Perec. Het woonadres blijkt vooral een metaforisch levensverhaal over hemzelf te zijn.

20180923_123306B

Dr. Manet van Montfrans, gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, verbonden aan de leerstoelgroep Moderne Europese Letterkunde is gepromoveerd op Perec en heeft een zeer leesbaar boekje geschreven, dat als handleiding kan dienen om de roman beter te begrijpen. “George Perec: een gebruiksaanwijzing“.
Een knipoog naar de Nederlandse vertaling “Het leven een gebruiksaanwijzing” van de Franse roman: “La Vie Mode d’emploi”.

s-l300

Perec is in Frankrijk bepaald geen onbekende. Er is notabene een asteroide, een kleine planeet, naar hem vernoemd, dus als wij in Nederland Perec slechts in kleine kring kennen, zegt dat meer over ons dan over de Franse schrijver.
Hij heeft 2 belangrijke Franse literatuurprijzen gewonnen, stond op een Franse postzegel, er zijn straten naar hem vernoemd, een school en verschillende bibliotheken. Hij wordt gezien als een (jong gestorven hedendaags) schrijver, behorend tot de Grote Klassieken.

TRAUMA

Essentieel voor Perec en zijn hele oeuvre blijkt: het op transportstellen naar Auschwitz van zijn moeder op 11 februari 1943. Zij werd tijdens een razzia uit zijn geboortehuis in de Rue Vilin in Parijs gehaald. Ook zijn tante en 2 opa’s “verdwenen” in de oorlog. Perec was zes jaar toen hij in 1942 voor het laatst zijn moeder zag. (Zij bracht hem in een Frans bergdorp in veiligheid). Hij was 4  toen zijn vader sneuvelde in 1940 als soldaat in het Franse leger.
Ik heb geen jeugdherinneringen aan mijn ouders,” zegt hij daarover, in een intrigerend verzonnen boek over zijn jeugd: “W en de Jeugdherinnering”, waarop ik in een volgend blog nog terugkom i.v.m. het Stadionpleinkunstwerk. En: “Mijn moeder heeft geen graf”.

Het thema Verdwijnen, oplossen in het Niets blijkt het kernthema van Perec. Ook op de 11 Rue Simon-Crubellier (volgend blog).

Ook het woonadres uit zijn jeugd aan de Rue Vilin verdwijnt, als na de oorlog de Parijse wijk verpaupert en op de schop gaat voor nieuwbouw. Perec legt dan met pen en papier en ontelbare zwart-wit foto’s een gigantisch gedetailleerd archief aan over die straat uit zijn jeugd. Als een soort stadsarchivaris of socioloog, in een poging het verleden vast te houden. (zie: video onderaan)

Plaque_perec

Bordje “Verdwijning” door Christophe Verdon, als eerbewijs aan Georges Perec. Café de la Mairie, Place Saint-Sulpice Parijs

Ook schrijft hij een belangrijke roman waarin de letter e verdwenen is. Een essentiële letter in het Frans.

Samen met een jeugdherinnering aan een soort Hebreeuwse letter, die lijkt op een J, vormt het boek over de verdwenen letter E en zijn latere boek over zijn jeugd, waarin hij een eiland W verzint, zich tot het woord JEW, zo leer ik uit de fascinerende Franse documentairefilm over Perec. (zie onderaan).

P1030924

11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum

Als eerbetoon aan zijn gedeporteerde familie en de verdwenen straat uit zijn jeugd richt Perec dan, in zijn fantasie, een giga flatgebouw op aan de 11 Simon-Crubellier, in zijn magnum opus “Het leven een gebruiksaanwijzing “. Hij propt het boordevol met mensen en met spullen.
Hij laat dat de oudste bewoner van het pand, de schilder Valène, in feite vertellen: een kunstenaar die een dwarsdoorsnede van het flatgebouw wil schilderen (p.239/138)

Hij zou zelf op het schilderij voorkomen, op de manier van de renaissanceschilders, die altijd (-) een heel klein plaatsje voor zichzelf reserveerden (-) alsof hij niet wilde dat het opgemerkt zou worden, alsof het alleen maar een signatuur voor ingewijden moest zijn (-) als een waakzaam spinnetje dat zijn glinsterende web weeft (-)
“alleen al de voorstelling die hij zich maakte van dat opengebroken pand dat de scheuren van zijn verleden (-) toonde (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)”

Het flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum, als praalgraf.
Als je meer weet over Perec , dan herken je in het antiekwinkeltje onderin het flatgebouw de kapperszaak van zijn vermoorde moeder en in de levensverhalen van alle bewoners – én in hun voornamen – stukjes en beetjes van verdwenen familieleden van Perec. Of andere boeken van Perec.
Wat een vernuftig, complex bouwwerk, dat boek!!! Ingewikkeld, taai, maar mateloos intrigerend hoe iemand zijn oorlogstrauma’s verwerkt in literaire fictie. Met een fascinatie voor alledaagse spullen. Alsof je met al die materie het verleden bij je kunt houden.

1040167

42 zwarte objecten

Hoewel het Zwart in het kunstwerk van Matthew Darbyshire nogal opvalt, zegt de Brit mij, niet zozeer uit biografische redenen voor de straatnaam van Perec te hebben gekozen. Meer is hij gefascineerd door de enorme complexiteit van Perec’s boeken, de ingewikkelde structuur ervan en de zelf opgelegde regels en inperkingen.

Zo heeft de schrijver bijvoorbeeld in elk woonvertrek aan de 11 Rue Simon-Crubellier en in elk hoofdstuk 42 objecten willen onderbrengen. Geen 43, wat naar 1943 zou kunnen verwijzen. Maar 42.
Er ontbreekt er bij Perec altijd éèn.
Zoals de letter e ontbrak in een boek, zo beschrijft hij van de 100 woonvertrekken aan de voorkant van het flatgebouw er maar 99.
Of: in 1942 zag Perec zijn moeder voor het laatst.

1040096

Citruspers van Alessi/Philip Starck en mixer van Smeg

Vervolgens tel ik 38 designobjecten in het kunstwerk van Matthew Darbyshire, maar als ik de zwart-bronzen douchekop, 2 kranen en wc-bril in brons meereken, kom ik op 42 zwartbronzen objecten. (Als ik de Imac op het bureau met toetsenbord als 1 reken).
Op deze manier verbindt Darbyshire zich vermoedelijk aan Perec. Meer om formele, dan om biografische redenen.

DARBYSHIRE

Vooral die inperkingen die Perec zichzelf oplegt, intrigeren Darbyshire. Zelf heeft hij het zich ook niet gemakkelijk gemaakt, door zich in zijn interieurkeuze van het Stadionplein-appartement te beperken tot alleen design-meubels, die in Nederlandse musea staan en/of in Nederlandse winkels te koop zijn. Om zich vervolgens vrijwillig te laten inperken door buurtbewoners, die hij liet kiezen uit een selectie van 5, per design-object.
M.a.w.: de kunstenaar koos 5 designbanken uit en Stadionbuurtbewoners kozen daaruit de bank van Jan de Bouvrie. Zijn eigen opsommingslijsten brengt Darbyshire zo in verband met de lijstjes die Perec graag maakt in zijn boeken.

Max Richter benadert met zijn muziek Perec vermoedelijk het meest inhoudelijk. Vooral als ik zie dat Richter ook een compositie heeft geschreven over de Rue Vilin, de straat uit Perec’s jeugd, de straat van de razzia, denk ik:
Als je dàt doet, ja, dan heb je Perec “begrepen”.

In een volgend blog laat ik zien welke metafoor Perec aan zijn 11 Rue Simon-Crubellier gebruikt voor het verdwijnen van zijn Joodse familie.
(wordt vervolgd)

  • Op You Tube zijn er talrijke Franstalige video’s die inzicht geven in de Joodse roots van Perec.
  • In bijgaande film wordt duidelijk hoe zijn jeugd zijn gedetailleerde schrijfstijl, zijn obsessie voor objecten, straten en huizen heeft beïnvloed.

© Overname van gedachtengoed uit deze column: graag met bronvermelding

Dit is deel 2 in een serie van 6 blogs over 11 rue Simon-Crubellier

  1. Zie website van mw. dr. M.A.E. van Montfrans: http://www.manetvanmontfrans.nl/index.php/2018/12/29/de-rue-simon-crubellier-in-amsterdam/
  2. Blog 1 over Zwart in 11 Rue Simon-Crubellier;
    https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/17/het-gevoel-van-zwart/
  3. Blog 3 over de boekinhoud: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/04/het-leven-een-puzzel/
  4. Blog 4 over de plaats van dit kunstwerk in het werk van Mathew Darbyshire: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  5. Blog 5: Stadionbuurters als bezoekers van het kunstwerk 11 rue Simon Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2018/12/01/anybody-home/
  6. Blog 6: “What’s in a name”, over de Joodse context van 11 rue Simon-Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2019/05/01/whats-in-a-name/
  7. Zie film van Australische kunstenaars: Searching for 11 Rue Simon-Crubellier, dl 1: https://youtu.be/WE_zH3D0mNM

Het Gevoel van Zwart

Kan zwart ook vrolijk zijn? Stijlvol, gedistingeerd, ja, sexy ook, maar vrolijk? Welke betekenis heeft zwart? De zwarte meubels in het kunstwerk in wording op het Stadionplein vragen aandacht.
Het kunstwerk, een 3-kamerappartement van 65 m met keuken en douchecel, in grijs beton en zwart gepatineerd brons, van de Britse kunstenaar #Matthew Darbyshire (1977) wordt begin november onthuld door AmsterdamStadsdeelZuid.
Zaterdagmiddag 20 oktober is er -stomtoevallig- een lezing over Zwart in de Kunst in de bibliotheek op het Stadionplein. Een lezing uit een serie van 5: Kleur is de Kunst, door kunstenaar #Marianne Roodenburg.

Zwart kan van alles oproepen. Het Zwarte Vierkant van de Avant-gardistische Russische kunstenaar Kasimir Malevitsj (1878-1935) schokte in 1913 de kunstwereld niet alleen vanwege zijn abstractie. Op de tentoonstelling hing Malevitsj zijn Zwarte schilderij precies op de plek waar in Russische huiskamers de icoon van God hangt. Shocking. Zwart ter contemplatie. Zwart kan spiritueel zijn. Vele religieuzen dragen zwart.

MODERN

Eén van mijn buurvrouwen heeft zwart met grijs consequent doorgevoerd in haar interieur. Tot aan de placemats, kaarsen en kopjes aan toe. Het is een moderne, strakke huiskamer.
Ook de eigentijdse kunstenaar van Evironmental Art, Darbyshire, ziet in al dat zwart vooral modern Design. Schriftelijk zegt hij me om “formele” redenen gekozen te hebben voor het zwarte interieur, omdat hij het “moderner” vond dan de gebruikelijke bruingroene geoxideerde kleur van patina brons voor de meubels. Hij vond Zwart beter bij de omgeving passen.

Darbyshire:
“De kleur zwart werkt zoveel beter (dan het gebruikelijke bruine patina) tegen het krachtige, industriële en misschien zelfs rauwe grijze beton. Ik hou er ook van om het klassieke clichématige gebruik (van brons) te voorkomen, ook al komt dat misschien een beetje tegendraads over”.

P1030801kopie
Vertaalde uitgave van het Franse boek, dat ten grondslag ligt aan 11 Rue Simon-Grubellier

PARIJS FLATGEBOUW

Ondertussen herlees ik het Franse boek dat ten grondslag ligt aan de titel van het kunstwerk: “11 Rue Simon-Crubellier“. De titel refereert aan een Frans woonadres uit een 511 pagina tellend boek uit 1978, dat zich afspeelt aan de 11 Rue Simon-Crubellier in Parijs. Een niet bestaande straat, verzonnen door de schrijver Georges Perec (1936-1982).

d009747ed913c3f785f1352fceb65ae6

Eén van de covers van de vertalingen van het Franse boek La Vie Mode d’Emploi (Het leven een gebruiksaanwijzing) van George Perec.

Het gaat over zo’n 19e eeuws Parijs’ appartementsgebouw met gammele koperen lift en concierge, 10 woonlagen hoog, met kelders en vroegere dienstbodenkamertjes, met zowel koop- als huurappartementen, grote en kleinere flats erin.

Het lijken warempel de woonblokken uit de Stadionbuurt wel. De Brit Darbyshire heeft ook – ter inspiratie voor zijn kunstwerk – bewoners in het nieuwbouwblok midden op het Stadionplein opgezocht.

Het flatgebouw van Georges Perec zit bomvol bewoners, er komen er 500 voorbij: de vroegere bewoners uit vervlogen tijden van het 19e eeuwse pand incluis: zij spelen een evenzo grote rol in zijn geschiedenis.

ZWART

N.a.v. het zwarte kunstwerk heb ik onderzocht op welke manier Zwart in dit Parijse appartementsgebouw voor komt. En dat is opvallend veel, te midden van de krankzinnige hoeveelheid details over meubelstukken, wandkleden, schilderijen, boekcovers etc., waar Perec ons op trakteert.

Ik zeg niet dat alles zwart is aan de Parijse 11 Rue Simon-Crubellier, maar toch. Het centrale verhaal heeft twee duidelijke referenties naar zwart. Vele andere zwarte verwijzingen betreffen zijlijnen in het boek, die samen de context en sfeer kleuren, waarin het centrale verhaal zich afspeelt.

Het is bepaald geen vrolijk boek, het zit vol melancholie over de vergankelijkheid en zinloosheid van het leven.
Zonder hier nu meteen in te gaan op het waarom van de melancholie van de schrijver Perec (dat komt in latere blogs) concentreer ik me eerst op Het Gevoel van Zwart.

14206c386d9d9275060c11f98d9dd125

Georges Perec (1936-1982)

Het boek is een bouwwerk op zich; ingenieus bedacht; een intellectueel hoogstandje, vol diepere lagen en dubbele bodems, waarbij Perec een spel met de lezer speelt.
In elk hoofstuk zitten aspecten van het leven van de schrijver – en van zijn eerdere boeken – verstopt en het is de gein en de kunst om de sleutel te vinden en de puzzel op te lossen.

Ik daag de liefhebber van geschiedenis en literatuur en kunst uit, om de komende weken me te vergezellen naar deze 11 rue Simon-Grubellier in Parijs, om het moderne zwarte kunstwerk met dezelfde naam, op het Stadionplein, te duiden.

SPEL

Geheel in stijl van Perec, die errugh van rijtjes, opsommingen en getallen houdt, en van regels, systemen en puzzels (een autist is er niks bij !) som ik op, op welke manier Zwart in het boek voorkomt. De volgorde doet er even niet toe. De kern van het verhaal komt later wel.

  • Mevrouw Marcia, met haar antiekwinkeltje onderin het pand, zit in een leunstoel van zwart leer. Op een prent in haar kamer wordt tegen een zwarte keukentafel seks bedreven, terwijl een in het zwart geklede grijsaard toekijkt. Naast haar leunstoel ligt een roman, met op de omslag een afbeelding van een triktrakbord, waarop o.a. een stel handboeien ligt.

giphy-3.gif

Er wordt veel getriktakt op de 11 rue Simon-Grubellier, een spel met zwarte-en-witte schijven. Net als zwart-witte kruiswoordpuzzels die steeds moeten worden opgelost. Perec tekent ze soms uit.

  • Bij mevrouw Moreau, een zakenvrouw, staan met koper ingelegde kasten van zwart palissander hout. In haar slaapkamer een matras in zwarte skaileren hoes.
    Ze heeft haar huis laten inrichten door een binnenhuisarchitect, zodat ze haar handelsrelaties kon ontvangen. Ze serveerde dan monochrome maaltijden. De laatste was een zwarte maaltijd in borden van gepolijst leisteen met zwarte kaviaar, truffelsalade en inktvis. De drank werd in basalten bekers geserveerd.
  • Bij het echtpaar Altamont wordt een receptie voorbereid door butlers in zwart pak. Mevrouw draagt een onderbroek van zwarte zijde en rond haar rechterhand een smalle zwartgazen band, als teken van rouw over een vorige geliefde. Meneer werkt als ingenieur in de oliebusiness, “het oude zwarte goud“.
  • Als de schilder Valène, de oudste bewoner van het pand, een dwarsdoorsnede van het appartementsgebouw wil schilderen (zoals Perec dat dus als schrijver doet in zijn boek!), inventariseert hij wat er in de loop der jaren in het trappenhuis aan de 11 Rue Simon-Grubellier gevonden is, en stuit daarbij op het Japanse Go-spel.ako1Zeven marmeren schijfjes, 4 zwarte en 3 witte, liggen zo op de overloop, dat zij het patroon vormen dat in het go-spel Ko heet: Eeuwigheid.

Het is een significant voorbeeld hoe Perec speelt met symboliek. De getallen 4 en 3 zullen bij Perec vaker voorkomen. Net als het getal 11. Zelfs de Nederlandse vertaling heeft 511 pagina’s.

  • In de slaapkamer van de huisarts Dinteville staat een commode van gelakt zwart hout. Op zijn zolder vindt hij een boekje van een van zijn voorvaderen, een chirurg: hoe je middels een zwarte vloeistof in de nieren van een patiënt kon kijken. Dinteville deed 4 jaar onderzoek en schreef er een manuscript over van 300 bladzijden, waarin hij de relatie met de Joodse mystiek, het hermetisme en de alchemie onderstreepte.
  • Het atelier van de kunstenaar Hutting heeft een met zwart leer gecapitonneerde deur. Hij werkt aan een schilderij, waar 3 figuren op staan. Eentje in zwart duikerspak, iemand met een zwarte ruitvormige baret op, zoals Britse professoren dat hebben. De derde is een Japanner in een lang zwart gewaad. Op de vloer: een geometrisch zwart-wit tegelmozaïek.
    In zijn salon staat Huttings secretaresse in zwart-leren motorpak, met een dolk in haar handen.
  • Ook zitten er 4 gehurkte mannen te mediteren in zwart zijden broek en ontbloot bovenlijf, waarbij ze moeten leren iedere sensatie van pijn te vergeten.
    Het 3e vertrek in dat appartement heeft geen meubels. De muren, het plafond, de vloer, de plinten en de deuren zijn met lakverf zwart geschilderd. Aan de muren hangen 3 rijen gravures in matzwarte metalen lijsten.
  • en juffrouw Crespi droomt over een man in de deuropening die een zwart omrand kaartje laat zien.

1030983
naamkaartje van één van de hoofdrolspelers aan de 11 Rue Simon-Grubellier

PUZZEL

Te midden van deze zwarte details speelt een houtbewerker Winckler een rol in het centrale verhaal, dat zich tussen diverse bewoners van het pand afspeelt, en over puzzelstukjes gaat. Een krankzinnig verhaal. Waarover in een volgend blog meer.

  • In de slaapkamer van Winckler, die de puzzels snijdt, hangt een uitgeknipte tijdschrift-foto van 3 in het zwart geklede mannen in een wachtkamer, voorafgaand aan een duel, waarbij de ene de dood zal vinden.
    Het was het enige in de kamer, behalve zijn bed, wat hij verdroeg, schrijft Perec. Het zwart leren kussentje waarop Wincklers vrouw had gezeten had hij weggegooid: “alles waar zij een spoor op had achtergelaten“. Zij was gestorven, in de fictie van Perec, in 1943 tijdens het ter wereld brengen van een doodgeboren kindje.
  • Ook mevrouw Hourcade speelt in de puzzel-plot een rol. Zij heeft in een kartonfabriek gewerkt en levert 500 prachtig zwart kartonnen dozen voor de puzzelstukjes aan één van haar buurmannen. De zwarte dozen worden afgesloten met een zwart of grijs lint.

Black ribbon[33693]

  • de dozen zijn voor de bewoner Bartlebooth, een Britse miljardair, die met zijn tijd geen raad weet. In zijn slaapkamer ligt een in zwart leer gebonden agenda met daarop o.a. een tekstballon: The surest stronghold is the home.
  • Als hij sterft zit hij aan een tafel met zwart kleed, waarop een legpuzzel ligt. Er ontbreekt een puzzelstukje, dat zwart lijkt door het kleed eronder.th9ZI00BQK

DIT is de sfeer; Het Gevoel van Zwart, dat opstijgt uit alle poriën van het boek over het pand aan de 11 Rue Simon-Grubellier.

Op mijn vraag aan Matthew Darbyshire of het Zwart in zijn kunstwerk een relatie heeft met het Zwart in het boek geeft hij geen antwoord. Hij gaat er niet op in. Wel antwoordt hij, dat zijn keus voor de titel 11 Rue Simon- Grubellier “absoluut meer formeel dan biografisch” van aard is.

Zelf vind ik het juist intrigerend om het verhaal achter het Franse woonadres te betrekken bij het kunstwerk met dezelfde naam! Ik zie daarin een sleutel om het kunstwerk in te bedden in de Stadionbuurt. Ik daag u uit mij de komende weken te volgen in mijn analyse.
Want waarom heeft Perec dit gebouw aan de 11 Rue Simon-Grubellier opgericht?

1040002

Het bedrijf “Everything is Possible” werkt aan Darbyshire’ ’11 Rue Simon-Grubellier’ .

(wordt vervolgd)

© Gedachtengoed uit deze serie over 11 Rue Simon-Grubellier svp alleen met bronvermelding overnemen

Verder verschenen:

  1. op Facebook: Zwart Design op Frans woonadres: https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=948209028696042&id=238292489687703
  2. Column “Onze straat met zwarte spullen”, Huis van de Wijkkrant Olympus, december 2017
  3. Eerder Blog over Design in het Stadionpleinkunstwerk: https://marionalgra.wordpress.com/2017/05/16/huiskamer-in-zwart/
  4. Eerder Blog over Ontstaan Stadionpleinkunstwerk: https://marionalgra.wordpress.com/2016/09/23/fontein-wordt-kraantje/

Huiskamer in zwart

11 Rue Simon-Crubellier
11 Rue Simon-Crubellier heet het toekomstige grijs betonnen kunstwerk voor het Stadionplein. De meubels en gebruiksvoorwerpen zijn van zwart gepatineerd brons. De maquette van het kunstwerk is vanaf deze week in de Openbare Bibliotheek op het Stadionplein te zien.

carilton

De kenmerkende felle kleuren van het Memphis-boekenmeubel uit 1981 van Etore Scottsass zijn vervangen door mat zwart gepatineerd brons. Net als alle objecten in het toekomstig kunstwerk voor het Stadionplein van de Brit Matthew Darbyshire (1977): een betonnen huiskamer in grijs en zwart uitgevoerd. Omgevingskunst, heet dat, je kunt er straks doorheen lopen of erin gaan zitten.

Het interieur van het betonnen appartement moest een overzicht geven van een eeuw internationaal Design, te vinden in Nederlandse musea. Om harmonie te brengen in al die verschillende objecten, is alles in 1 kleur gegoten. Niet in glanzend bruinbrons, hoewel het materiaal brons is. Maar in mat zwart gepatineerd brons.
DSC06439.JPG
Keukenapparatuur van Philippe Starck, zoals de driepotige metalen citruspers uit 1990 – nu in zwart gepatineerd brons – staat gebroederlijk met de koffiemolen en steelstofzuiger en koelkast uit de jaren ’50 in één appartement. Zoals ook elk echt “levend” huis veelal een verzameling van stijlen is, een ratjetoe, een samenraapsel van antieke spullen van oma’s en opa’s plus eigentijds design.

Achter de zwarte flat-screen tv aan het voeteneind van het strakke zwarte bed staat een ouderwetse grammofoon uit de jaren ’10 van de twintigste eeuw. In zwart. Bij de zwart lederen fauteuil van Le Corbusier uit 1928 van de Internationale Stijl past het goed, al dat zwart. Maar ook de fel gekleurde Deense stoel van designer Arne Jacobsen uit 1958 is zwart. En ook de uit 1 mal gegoten fleurige kunststoffen stoel van Verner Panton uit 1959.

Zo’n zestig buurtbewoners hebben, volgens de gemeente, hun favorieten kunnen kiezen uit de voorselectie aan designobjecten, die de kunstenaar voor zijn betonnen huiskamer voor ogen had. Andere buurtbewoners betwistten de keus van de kunstcommissie (ACK) van de gemeente voor dit grijs/zwarte kunstwerk en weigerden mee te denken over het interieur. Veel buurtbewoners wilden een grote fontein op het Stadionplein. Uit de grijs betonnen wc-pot, radiator, wasbak en douche in het kunstwerk gaat – als compromis – straks om de zoveel tijd een straaltje water spuiten.

Sebastiaan Capel, voorzitter van Stadsdeel Zuid en portefeuillehouder Kunst, onthulde maandagavond 15 mei de maquette van het toekomstige kunstwerk. Vanaf nu te zien in de Openbare Bibliotheek op het Stadionplein.

11 RUE SIMON- CRUBELLIER

Het kunstwerk, de betonnen huiskamer, heeft als titel de naam van een Frans adres: “11 Rue Simon-Crubellier” . Het is een fictief adres uit een lijvig boek uit 1978 van de Franse schrijver Georges Perec (1936-1982), “La vie mode d’emploi” . Dat is een 600 pagina’s tellende bekroonde roman over de levens en interieurs van bewoners in een flatgebouw van 10 verdiepingen in een Parijse straat.
Perec geeft een soort dwarsdoorsnede van wie er allemaal woont en woonde op dat Parijs’ adres 11 Rue Simon-Crubellier. Huidige en vorige bewoners passeren de revue: ”excentrieke miljonairs, croupiers, moordenaars, necrofiele schilders, televisieproducenten, danseressen, kamermeisjes en coureurs”
21691f4bc05d2d20b20154999349ce8f
Maar het adres is dus fictief.
De Britse kunstenaar Darbyshire, die het betonnen huiskamerappartement voor het Stadionplein heeft ontworpen is niet de eerste kunstenaar, die zich door deze Franse roman en dit fictieve Franse adres heeft laten inspireren. Op YouTube zijn twee videos te zien van Australische kunstenaars, die in Parijs op zoek gaan naar de Rue Simon-Crubellier. Het idee achter dit videoproject is:
Searching for rue Simon-Crubellier is processed based. It is an actual search for an imaginary place – exploring actual and imagined relations to place. It poses the question: is it possible to bring something that does not exist into existence by searching for it?”
In deel 1 van de video vragen de Australische kunstenaars op straat aan voorbijgangers de weg naar La Rue Simon-Crubellier, in deel 2 drijven ze ambtenaren tot gekte met hun zoektocht naar een adres dat niet bestaat.

Voortaan kan men hen dus verwijzen naar het Stadionplein. Ik zal van ’t zomer de moeite nemen om dit boek van 99 hoofdstukken voor u te lezen. En samen te vatten.
Er is een Nederlandse vertaling: ’Het Leven een gebruiksaanwijzing’ vertaald door Edu Borger ’. Sommige bibliotheekfilialen hebben een exemplaar in hun collectie.DSC06438

De productie van het zwart bronzen interieur gaat binnenkort van start. Over ruim een half jaar wordt een feestelijke plaatsing van het kunstwerk verwacht. Dat zal de finale worden van het nieuwe Stadionplein, wanneer ook het plantsoen en speelplaats op de Van Tuyll van Serooskerkenweg gerenoveerd zijn.

Misschien kunt u intussen een toepasselijker bijnaam voor het kunstwerk verzinnen? Want “11 Rue Simon-Crubellier”” bekt niet echt lekker, denk ik maar zo. Ik had bij al dat grijs/zwart zo mijn eigen associaties.

Fontein wordt kraantje

En daar stond ie dan in het buurtzaaltje op de informatieavond in de bibliotheek: de jonge eigentijdse Britse kunstenaar op rode gympen met neergeslagen ogen, bijna schuchter: ”ik voel me in het defensief gedreven, voel veel spanning in de zaal”, zei hij in het Engels. Er liepen buurtbewoners weg.

39076d72495d5b88923542b2ee69925f
Matthew Darbyshire, environmental artist, 1977. Ontwerper van het kunstobject Stadionplein 2017

Matthew Darbyshire, uitgekozen door Stadsdeel Zuid voor het toekomstige kunstwerk op het Stadionplein, kwam zijn ontwerp uitleggen. Het wordt een Huiskamer van beton en brons, die op de overgang van plantsoen en plein komt te staan bij de Van Tuyll van Serooskerkenweg. Het krijgt de moeilijk in de volksmond liggende titel mee: “11 Rue Simon-Crubellier”. Ook de voorzitter van Stadsdeel Zuid, Sebastiaan Capel, tevens portefeuillehouder Kunst, had al moeite met het uitspreken ervan.

ENVIRONMENTAL ART

Darbyshire (1977) is een jonge vertegenwoordiger van de Environmental Art, omgevingskunst, een kunststroming die eind jaren ’60, beginjaren 70 begon, waarbij kunst en ruimte in elkaar overvloeien. Een bekende kunstenaar in dit genre is Claes Oldenburg, maar ook Edward Kienholz met zijn klokkencafe The Beanery in de vaste collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam is een mooi voorbeeld. Je kunt als kijker zijn eetcafe inlopen.

Darbyshire heeft zich, al lopend door de Stadionbuurt, voor zijn idee en concept van een betonnen kamerappartement laten inspireren door de interieurs van diverse woningen in de omgeving. Hij werkt zowel in London als in Cambridge als in Amsterdam voor kunst in de Openbare Ruimte. Het summum van omgevingskunst vond hij eigenlijk een platbodem in de Stadionkade, langs de wal voor het Spinozalyceum, waarop diverse stoelen zijn bevestigd. Dat bracht hem op zijn idee, vertelde hij.

1_perspective
Ontwerp voor kunstobject Stadionplein, Matthew Darbyshire (1977)

Omdat een woonhuis de enige omgeving is waarin burgers zichzelf kunnen organiseren, aldus Darbyshire, de enige plek waar burgers vrij zijn van toezicht op openbare ruimte en vrij van alle regels, daarom vindt hij dat “het huis het meest accurate uitkijkpunt biedt om te zien en te beoordelen hoe onze medeburgers hun Vrije Wil uiten”.

KRITIEK

Hij bedoelt het goed, de kunstenaar: wil heel democratisch buurtbewoners mee laten denken over de inrichting van zijn kunstontwerp. Kon hij het helpen dat Stadsdeel Zuid zijn ontwerp uitgekozen had, terwijl bewoners niet allemaal enthousiast zijn?

Er waren zo’n 11 buurtbewoners op de informatieavond in de bibliotheek. Een deel ervan liet merken het idee van die huiskamer als kunstwerk helemaal niks te vinden, dus hoezo meedenken over de inrichting en het interieur van de betonnen huiskamer? Heb je eindelijk een groen plantsoen in de buurt, komt er een appartement als kunstwerk met bronzen meubels en andere interieurobjecten. Alsof er al niet genoeg architectuur staat!

In het zaaltje beriepen de sceptische buurtbewoners zich op eerdere info-avonden: dat er een mooie monumentale fontein zou komen op het Stadionplein, zoals bewoners graag wilden; dat het voor de Klankbordwerkgroep van bewoners, die de kunstcommissie van Stadsdeel Zuid zou adviseren, een raadsel was hoe de afgelopen jaren de selectieprocedure van kunstenaar en kunstwerk tot stand was gekomen. De deelraad kwam en de deelraad ging: een ondoorzichtig  besluitvormingsproces.

De Klankbordgroep (een “pre-adviescommissie” in Stadsdeeltermen) had slechts een paar keer mee mogen denken. Niet mee mogen stemmen. Het is de Adviescommissie voor de Kunst (ACK) van het Stadsdeel die op basis van professionaliteit het dagelijks bestuur van Stadsdeel Zuid over kunst op het Stadionplein moet adviseren.
De advisering van de ACK is gericht op het genereren van artistieke kwaliteit die recht doet aan de karakteristieken van Zuid.” Zo meldt de Stadsdeelwebsite. En daar gingen bewoners niet over natuurlijk, over die artistieke kwaliteit. Slechts professionals. ”Voor zinvolle relaties tussen kunst en het stedelijke leven in Zuid is ook een goede artistiek-inhoudelijke analyse en begeleiding nodig”, lees ik. Waarvan akte.
De klankbordgroep van bewoners heeft het hele Idee van een betonnen appartement als kunstobject nooit zien zitten.

DEMOCRATIE

En zo is het Stadsdeel tot keuzes en besluiten gekomen. Zonder budget voor een kunstwerk, maar wel met een budget voor een fontein, werden fondsen gezocht ter financiering, bij o.a. het Amsterdamse Fonds voor de Kunst (AFK) en Bouwfonds Cultuurfonds, maar ook bij Bouwinvest, de financieerder van veel nieuwbouw rond het Stadion . Het Program van Eisen zei, dat er ”ïets” van water in het kunstwerk moest worden opgenomen. Een “waterelement”.

De projectmanager van de gemeente voor het Stadionplein, Ingrid van Leeningen, knikte aanhoudend instemmend bij het verhaal van de kunstenaar. Het Stadsdeel is enthousiast over het kamerontwerp als Idee. De kunsttaal van Darbyshire vond de Adviescommissie voor de Kunst “volstrekt uniek”, de commissie was vooral gecharmeerd van het idee, dat de kunstenaar de inrichting wilde laten meebepalen door buurtbewoners.

De kunstenaar gaf blijk van zijn democratische intenties: zijn intellectuele concept van een denkbeeldig appartement (gebaseerd op de Franse roman  “Het leven een gebruiksaanwijzing” van George Perec dat zich afspeelt in een Parijs’ appartement aan een fictieve straat 11 Rue Simon-Crubellier) kan interactief door bewoners worden ingevuld en ingericht op een website. Welk designtafeltje had u erin willen hebben? Welk ontwerp wasmachine, uit welk jaar? Welke mixer, citroenpers, koelkast?

De kunstenaar wil graag iconische objecten van de laatste 100 jaar gerepresenteerd zien. En struint de archieven van diverse Nederlandse musea af om een catalogus samentestellen waaruit men objecten kan kiezen.
Hoe leuk kan het niet zijn, benadrukte stadsdeelvoorzitter Sebastiaan Capel, als je als bewoner kunt zeggen later dat die bronzen koffiemolen daar in de hoek van het appartement door jou is aangedragen in het kunstontwerp. Vanaf half oktober kan de catalogus bekeken worden op http://www.amsterdam.nl/stadionplein

20160923_154724
Bewoners laten zich inspireren op Art Zuid, in de hoop mee te kunnen praten over het kunstwerk Stadionplein, 2011

Ooit liep ik als bewoner mee over Art Zuid, een rondleiding ter inspiratie, zodat we  –  aldus het stadsdeel – dan beter met de Adviescommissie voor de Kunst zouden kunnen meedenken over het Stadionplein. Toen ik doorkreeg dat je als pre-adviescommissie niet kon meestemmen en de gemeente de kunstenaar zou kiezen en ook het ontwerp, heb ik niet meer gesolliciteerd voor de Klankbordgroep.

Stiekem had ik van iets monumentaals gedroomd: van een hoge open slanke vlam in lichtbruin brons – een verwijzing naar het historische karakter van het plein, waar het Olympisch Vuur in 1928 voor het eerst sinds de Griekse Oudheid was ontstoken. Maar soms zijn dromen niet conceptueel genoeg. Het is de tijd van de Environmental Art en de Conceptuele Kunst.

hs9-md4336s-448x600
Hercules, Matthew Darbyshire

Wel zag ik dat onze Britse Matthew Darbyshire nog in 2014 een forse sculptuur van een Hercules had tentoongesteld in Cambridge, een voorbeeld van beeldhouwkunst die in de Griekse Goden- en Heldenbuurt rond het Olympisch Stadion (met een heuse Herculesstraat) ook niet misstaan zou hebben. Toch?

FONTEIN

Het hele idee van een fontein is inmiddels van de baan: ja, in het appartement moet “iets van water” te zien zijn, “een waterelement”, zoals het Programma van Eisen zei, en zoals de opdracht van de gemeente aan de kunstenaar nu luidt; het is een schraal en slap aftreksel van het idee van een monumentale fontein, zoals de buurt voor ogen had.
Maar wat voor waterstraal moet het worden dan? Ziet u het voor u: een spuitende douchekop, een overlopende wc-pot, een op hol geslagen wasmachine, een lopend waterkraantje: hoe spectaculair kan het zijn, zo’n waterelement?

Als het aan de kunstenaar ligt: heel spectaculair, met ferme waterstralen in het appartement. Zijn ogen gingen ervan glimmen. Als het aan de gemeente ligt: drupt er geloof ik straks hoogstens een waterkraantje. Maar u kunt wel als buurtbewoners binnenin het kunstwerk straks uw krantje gaan lezen of met elkaar een kaartje leggen op een in brons gegoten – door uzelf uitgekozen – designtafeltje. Dat dan weer wel.
Als u dat al van plan was.

Wilt u meedenken over de huiskamerinrichting van het nieuwe kunstwerk: meldt u dan aan bij t.banen@amsterdam.nl van de Gemeente.
En let op de gemeentekrant, editie Zuid, in uw brievenbus.

Zie: https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/27/een-kunstwerk-een-gebruiksaanwijzing/