Tagarchief: cultuur

Een moderne Denker

Een moderne Denker;-) waakt voor het Hiltonhotel in Amsterdam over de moderne beeldenroute #ArtZuid!
Lees wat ik eerder publiceerde over de oorsprong van dit beeld van Auguste Rodin, in mijn blog: “DE DENKERS VAN ZUID”: https://wp.me/p5FQtR-8J

Over een ontmoeting met een man op de Apollolaan, die “ciao ciao” tegen me zou zeggen en over Dante: als Denker.

Tram 16: Das war einmal

4222237338_fcd887aae4_b
Tram 16 bij het pleintje in het Olympisch Kwartier, waar Eos-en Hestiastraat elkaar kruisen

Tram 16. Ooit had ie zijn eindhalte op het oude pleintje voor mijn serreramen, middenin mijn woonwijk, waar toen nog geen nieuwbouw stond. Ik bedoel maar: er verandert wel vaker wat in Amsterdam in het lijnennetwerk van het openbaar vervoer. Maar dit weekend, zondag 22 juli, verandert er wel heel véél in Amsterdam.

Met de opening vandaag van de nieuwe ondergrondse metrolijn – van Amsterdam Noord naar Amsterdam Zuid – gaat de komende uren alles op de schop: veranderen praktisch alle bus-en tramlijnen qua route, alle vertrektijden en alle informatieborden op haltes worden aangepast, want alles moet aansluiten op die ene centrale metrolijn., de ruggengraat van de stad.

Het is de grootste verandering sinds de komst van de paardentram”, zei GVB-directeur Alexandra van Huffelen daar eerder over”, meldt Trouw vandaag.

Diverse bovengrondse tramverbindingen uit allerlei wijken verdwijnen of worden ingekort tot aan het traject van de NoordZuidlijn, waardoor overstappen op de ondergrondse een noodzaak wordt.  De stad bovengronds moet daardoor rustiger worden. Dat, althans,  is het idee.

Ook tram 16 naar Zuid moet eraan geloven, na 105 jaar geschiedenis. Op het informatiebord op de tramhalte bij het stadion was hij zaterdag al verdwenen.

EINDE VAN EEN TIJDPERK

023a
Een zondagmiddag in de Stadionstraat, 4 mei 1958. Nu: Eosstraat

Het is zondagmiddag 4 mei 1958 op bovenstaande foto in de huidige Eosstraat, de toenmalige Stadionstraat. Het is koud, rond de 10 graden. Tram 16 is ingezet als extra vervoersdienst naar het Olympisch Stadion voor een Interland- voetbalwedstrijd tussen het Nederlands Elftal en Turkije.
Het wordt een sof, die wedstrijd op 4 mei 1958. Voetballer Abe Lenstra is 37, Coen Moelijn 21 jaar jong. Nederland verliest met 1-2. Lenstra schrijft in dagblad Het Vrije Volk van maandag 5 mei, dat hij zich ziek voelde en een strafschop overliet aan een ander. Ik zie blije Turken op de foto in het Vrije Volk, met voetbalshirts met de halve maan erop met ster. Op http://www.sportgeschiedenis.nl bespreekt sporthistoricus #Jurryt van de Vooren de wedstrijd: https://sportgeschiedenis.nl/sporten/voetbal/4-mei-1958-oranje-verliest-van-turkije/

23_004
Jaren 30: Drukte van voetbalsupporters bij tram 6 bij het Olympisch Stadion

De twee tramsporen naar het Olympisch Stadion lagen er al vanaf 1928, toen de tramlijnen 6 en 23 voor het transport zorgden van publiek naar de Olympische Spelen.
Die rails werden ook daarna gebruikt bij enorme drukte van voetbalsupporters op zondagmiddag. Sinds de opgehoogte betonnen extra ring van 1937 konden er 64.000 mensen in het Olympisch Stadion.

1959STAdiontraatEOS
1959: het pleintje op de hoek van de huidige Eosstraat en Hestiastraat. De twee tramsporen werden gebruikt voor extra vervoer van voetbalsupporters naar het Stadion. In 1948 kreeg tramlijn 1 er zijn eindhalte, in 1971 tram 16 . Later kwam tram 6 er ook weer bij.
16-946970Stadionstraat13-4-19791487
1979: In de huidige Hestiastraat, op weg naar het Stadion. In de verte: het vroegere Frans Ottenstadion

PLEINTJE IN DE HESTIASTRAAT

P1030534
Pleintje in de huidige Hestiastraat, vroeger decor van komen en gaan van tramlijnen 1 , 6, 16
6552986043_a049b27a23_z
het pleintje in de Stadionstraat (hoek Eos-Hestiastraat). Eind- en beginhalte van tram 16
021
1983: Stadionstraat/huidige Hestiastraat

Tram 1, tram 6, tram 16, : hun route en eindhalte veranderde vaak, maar ooit hielden ze kwartier op het pleintje schuin voor mijn raam in het Olympisch Kwartier.
Tram 16, die vandaag zijn laatste rit rijdt, heeft sinds 1913 bestaan, 105 jaar lang en werd in de loop van de eeuw steeds zuidelijker doorgetrokken. Hij groeide mee met het oprukken van de stad in zuidelijke richting.
In 1923 werd ie doorgetrokken naar de Amstelveenscheweg – met sch geschreven 😃 – met een eindhalte bij de Havenstraat (bij het huidige Haarlemmermeerstation). In 1971 werd de lijn zuidwaarts verlengd tot aan het Stadionplein, via (een lus door) de Stadionstraat, de huidige Eosstraat en Hestiastraat. In 2003 werd de 16 nog verder zuidwaarts doorgetrokken naar de VU, via de Amstelveenseweg, De Boelelaan en de Gustav Mahlerlaan.
Tot aan dit weekend. Nu de NoordZuidlijn ondergronds duikt.

P1030602
21 juni 2018: de historische museumtram 16 – uit 1918 – rijdt voor het laatst voorbij het Olympisch Stadion

21 JUNI: DE LAATSTE DAG

Met de jongens van de Historische Museumtramlijn kachel ik deze zaterdag in een motor-_en bijwagen uit 1918 nog 1x vanaf het Stadionplein naar het CS. Buiten is het snikheet, maar binnenin is het heerlijk fris, omdat er open balkons zijn. Geen airco nodig, in zo’n historische tram.
Via de linkerdeur, die gesloten wordt met een hekje, stap je het balkon op. Via rechts uit. De houten banken en schuifdeuren met messingbeslag glimmen je tegemoet, een olielampje achter glas is er voor nood, tekstbordjes verbieden het dragen van  “onbeschermde hoedenpennen” en verbieden pruimtabak-kauwende passagiers “te spuwen”. Ook mag je niet  “rooken of een brandende sigaar, cigarette of pijp in den wagen mede brengen” en “men wordt beleefd verzocht den aandacht van den wagenbestuurder niet af te leiden”.

Een Marokkaans jongetje van een jaar of 12, met ogen glimmend van de pret, kan het niet bevatten dat deze tramwagen al 100 jaar oud is. Hij slaat zijn hand voor zijn mond. Het is toch ook erg, dat dit Rijdend Historisch Erfgoed zelf ook in haar bestaan wordt bedreigd nu de gemeente nieuwbouwplannen heeft voor het terrein achter het Haarlemmermeerstation, waar de Museumtram haar wagens stalt. De enthousiaste mannen van de Museumtramlijn doen alles als vrijwilliger. Ook  vandaag.
P1030566Nog eenmaal ga ik de Amstelveenseweg over en door de Lairessestraat heen. Lijn 16: das war einmal.

P1030620
Tram 16 op zijn laatste dag. Op de hoek van de Eosstraat, de vroegere Stadionstraat

VIDEO (online klikken):

  • Zie eerdere columns over de Noord-Zuidlijn: “Ondergronds Zuidwaarts”
  • “Station Febo”: over het nieuwe station in de Pijp: https://wp.me/p5FQtR-32y

 

 

 

 

De ziel van een kroeg

P1030461Je komt bij Bos niet om een vrouw te versieren. Of andersom” zegt een oude klant, in een prachtig verhalenboek over Café Bos aan de Amstelveenseweg. Het boek verscheen in 2012 toen de buurtkroeg 100 jaar bestond. “Om te beginnen komen er niet zo veel dames en ten tweede zijn de klanten er niet op uit om een avontuur te beginnen”. 

P1030436.JPGDe inmiddels 106 jaar oude bruine kroeg gaat deze zomer ter ziele. Buurtgenoot, kinderboekenschrijver Karel Eyckman, vroeger IKON-tv programmamaker en al meer dan 30 jaar stamgast van Bos, typeert – net als anderen in het jubileumboek – het café als zowel (jarenlang) een mannenkroeg als een huiskamer: “Ik ben niet buitengewoon goed in het leggen van contacten, maar je went aan elkaar, je ziet elkaar met enige regelmaat en de alcohol doet simpelweg de rest”.

In de krakersjaren tachtig laat Eyckman meerdere kinderboeken afspelen rondom Bos. In Sneeuwwitje en de zeven krakers verhaalt hij over een pubermeisje dat in de gekraakte buurtbioscoop Victoria aan de Sloterkade woont en in Bos wacht op haar companen:

Doe die kleine meid daar een kleintje pils van mij’.
Het was alweer dezelfde Ome Jan.
“Monika, eentje tegoed van Ome Jan’, zei de jongen achter de bar. Toch knap van zo’n jongen om zo snel haar naam te onthouden.
“Of moet je geen kleintje van me, haha”, grinnikte Ome Jan. “Dat kleintje van Ome Jan gaat er altijd wel in, overal, haha. Niet waar, Kees?”
Altijd die mannen weer.
Monika kon er nu even niet tegen, dat soort ongein.”

P1030452ALCOHOL

Zelf kwam ik er niet als vrouw alleen. Als ik er kwam, sporadisch, dan kwam ik er met mijn hoofdredacteur, ’s avonds laat rond elven, als hij me – na een veel te lange zetterij-sessie of een uit de hand gelopen redactievergadering – als een gentleman per auto naar huis bracht, maar niet nadat we even bij Bos staand aan de bar wat hadden “ingenomen” om de droge werkkelen te smeren. Soms zonder dat er een avondmaaltijd genuttigd was.

“Ze kijken naar ons” zei hij dan wel eens met een grijns, daar aan die mooie oude bruine tap met spiegelwand. Ik had dat niet zo door, dat gekijk, en misschien zei hij het slechts om me te teasen, maar er kwamen wel meer journalisten en schrijvers, en door me zo bewust te maken hoe anderen naar die combi van hoofdredacteur-met-blonde-jonge -redactrice keken, ging ik me dan toch wat ongemakkelijk voelen.

Zijn vrouw, die ook bij ons werkte, vroeg wel ‘es zo’n volgende dag, of ík er dan niet voor kon zorgen, dat haar man wat vroeger naar huis kwam, en eens goed ging eten, zonder al dat bier. Ik vond dat niet zo in mijn functieomschrijving passen eerlijk gezegd, om hem naar huis te sturen. Het was de verantwoordelijkheid van de man zelf, vond ik.

cafebos
Tekening: Peter van Straaten; Café Bos
1912

P1030456

Het café opende in 1912 aan de toenmalige zuidrand van de stad, vlak naast een gevangenis, die daar al sinds 1890 stond, het latere Huis van Bewaring. Zo’n café, ook in de looproute naar het voetbalstadion (1914) op het Stadionplein even verderop en het Olympisch Stadion (1928), maar ook tegenover de Sint-Agneskerk (1919) aan de overkant van de Amstelveenseweg en tegenover de Valeriusstraat, genoemd naar een Nederlandse dichter/componist uit begin 17e eeuw, alwaar de statige Concertgebouwbuurt eigenlijk al begint – trekt een wonderlijk gemêleerd publiek. En die mix van publiek is nou precies altijd de charme van café Bos geweest, begrijp ik uit de verhalen.
P1030453SCHRIJVERS EN TRAMCONDUCTEURS

Café Bos ligt sociologisch precies goed” vertelt schrijver Eyckman, tegenwoordig bewoner in het Olympisch Kwartier, maar jarenlang woonachtig in die Valeriusstraat. Hij wijst op café Welling in de Concertgebouwbuurt met één en hetzelfde soort artistiek Zuid-publiek. Maar bij Bos kwam van alles: de loodgieter uit de Vaartstraat, de pianostemmer, een hoornist van het Concertgebouworkest met hoorn, na afloop van zijn concert; Piet Muizelaar (van het vroegere Revue-duo Snip en Snap) met zijn revuedanseres.

Maar je hebt ook de kant, waar het Huis van Bewaring staat en alles wat daarnaast en achter is gebouwd. Tegenwoordig spreek je niet meer over arbeiders, maar die woonden wel in de straten rond de Zeilstraat. Zo kwamen er bij Bos ook gedetineerden onmiddellijk na hun ontslag uit het Huis van Bewaring.”P1030446Ook tramconducteurs komen er ’s avonds na hun dienst een afzakkertje halen: de kroeg ligt vlakbij een tramremise sinds 1914, waar tramlijnen ’s nachts op honk gaan. Ook kolenboeren vroeger, die bedrijfjes op het Haventerrein achter het Haarlemmermeerstation (1915) hadden. Of ambulancebroeders, vanuit het ambulance-hoofdkantoor naast het Haarlemmermeerstation.

106 JAAR

In 106 jaar heeft de buurtkroeg uiteraard verschillende uitbaters gehad. Jarenlang heette het Café Loos, maar sinds de jaren vijftig kent de buurt de tent als café Bos. Een café waar getoept en zelfs nu nog deels gerookt kan worden; met twee gokkasten en over-de-top kerstversiering in december.

P1030447
De laatste jaren runden Anita en Hans Peter van HeusdenHP – het café. Er kwamen muziekavonden, haringparty’s, samen tv-kijken naar voetbal- en rugbytoernooien. En een pan snert voor de deur, tijdens de Amsterdamse marathon in oktober.

LIEVE AMSTERDAMMER

P1030442Op zondagmiddag 24 juni a.s. is er om 16 uur live-muziek van de “Alsjemaargelukkigband“, een vervroegd afscheidsoptreden, want op 1 augustus, als HP 74 jaar wordt, gaat café Bos dicht.

De investeerders van de huizenpandjes rondom Bos, tevens eigenaars van de kroeg, veranderen de etages boven het café in luxe appartementjes; de WOZ-waarden van de huizen in Zuid vliegen omhoog en nu willen ze ook een ander type etablissement downstairs.

De bruine kroeg in Zuid is uit.

Met de driedubbele huur die daarvoor gevraagd gaat worden, moet er een totaal andere klantenkring komen. Een kring, die geen eigenmerk Bos-jenevertje meer drinkt,  maar tapas wil en oesters of chique cocktails.

HP heeft er geen zin meer in op zijn 73e. Het is: time to move.

Op 5 mei werd hij, op initiatief van zijn klanten, geëerd om als Lieve Amsterdammer aan te schuiven bij het Bevrijdingsdiner onder de bogen van het Rijksmuseum. Wijlen burgemeester Eberhard Van der Laan kwam zelf ook wel eens bij Bos.
Ach,” zegt HP “lieve Amsterdammer…als er zwangere vrouwen in mijn straat zijn, breng ik ze een biefstuk na de bevalling, om aan te sterken. En nu ik met pensioen ga, heb ik nog zoveel liefde over…, ik heb een brief geschreven om clini-clown te worden in het AMC“.
Ook wil hij een roman gaan schrijven en gaan bloggen.

Ik hoor muziek en een rauwe stem uit een autoradio: “The times they are changing“.

  • Gebaseerd o.a. op “100 jaar café Bos” naar een idee van H.P van Heusden, samenstelling eindredactie Dick Walda, 2012
  • Sneeuwwitje en de zeven krakers, Karel Eyckman, 1988
  • http://www.boskastelein.nl

Lentewijding a/d Amstel

o-THE-RITE-OF-SPRING-100-facebook
Le Sacre du Printemps (1913), de heiliging van de Lente, choreografie Joffrey Ballet 2013

Verrast sta ik plots in de winkelpassage aan de Nevsky Projekt, de grote winkelboulevard van St. Petersburg. Nou ja: in een zaalgrote nagebouwde winkelpassage, in de Hermitage aan de Amstel, op de tentoonstelling over de keizerlijke Romanovs en de Russische Revolutie van 1917.

Ah, daar hebben we nog geluncht, weet je nog?“, vraag ik mijn oude moeder die bij me is. Nee, ze weet het niet meer. Onze cruisevakantie naar St. Petersburg is alweer zes jaar terug.

Jawel, mam, in dat mooie Jugendstilgebouw van Singer, van de naaimachines, dat nu een boekwinkel is, daar hebben we boven koffie genomen met een broodje. Met uitzicht op de winkelboulevard“. Nu begint het haar weer wat te dagen.

Plots klinkt er harde staccato-achtige ritmisch opzwepende muziek door de tentoonstellingszaal, ik herken Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky, de Wijding van de Lente. Of liever gezegd: de Heiliging van de Lente.

3224281847_1_2_8n2ZhE8u
Fins Nationaal Ballet, Le Sacre

Wat raar, denk ik terplekke. Waarom Le Sacre? Waarom hier? Muziek over een ritueel om de lente te vieren?
Le Sacre du Printemps gaat over oude wijze voorvaderen en “De Aanbidding van de Aarde” en het “Lenteoffer”, het is een wijdingsdans. En Stravinsky (1882-1971) componeerde deze muziek in 1911. In Frankrijk.

(Kort videofragment Le Sacre in 2 choreografieversies: https://youtu.be/VOgh2EwbQm4 )

De tentoonstellingsmakers in Amsterdam hebben de opzwepende ritmische muziek gezet onder filmbeelden van een oprukkende mensenmassa. De komst van de Revolutie van 1917 hangt vanaf het begin van de Romanov-tentoonstelling dreigend in de lucht.

20170424_133118_resized
Standbeeld van Lenin, Hermitage aan de Amstel
LE SACRE DU PRINTEMPS
In het stuk is de maatschappelijke onrust hoorbaar die in die tijd in Rusland heerste, ” schrijven de tentoonstellingmakers in een uitleg. Daarom klinkt Le Sacre bij filmbeelden over “armoede, demonstraties in Rusland, bestorming van het Winterpaleis”.
Maar het vieren van een traditioneel plattelands meifeest is toch zeker iets anders dan een revolutionaire volksmassa?
640px-RiteofSpringDancers
Choreografie van Nijinski in 1913

Meifeesten, een meiboom en meitakken komen op het Nederlandse platteland, in dorpen in Limburg, nog steeds voor. Onze maand mei heet naar de Griekse godin Maia, de godin van de vruchtbaarheid. In Le Sacre du Printemps heeft Stravinsky zo’n volks meifeest – zo’n heidens ritueel – op muziek gezet.

De Russische dirigent Valery Gergjev herkent in Le Sacre een Litouws volksliedje en zegt (in een schitterende 5-delige tv documentaireserie “All the Russia, a musical journey”), dat Stravinsky zich liet inspireren door Russische folklore. Zoals tal van volksverhalen, mythen en sprookjes op muziek gezet zijn door Russische componisten, in een land dat zó groot was dat het vele vele volksculturen kende en enorm veel plattelandsbevolking, allen met eigen rituelen.
‘The Rite of Spring’ heet het muziekstuk van Stravinsky in het Engels, het Ritueel van de Lente.

5301794b9aea285945942cf5d6db62d6
Lente-offer in Le Sacre du Printemps, Joffrey Ballet, 2013

In ‘de Sacre’ gaat het om oude voor-Christelijke volksstammen die de Aarde aanbidden: er moet een maagd geofferd worden aan de goden, om de Lente te laten beginnen: een plechtig ritueel. Daar was je na een barre Russische winter wel aan toe.

Om de goden gunstig te stemmen, heiligde je de lente. Uit dankbaarheid. En nog altijd worden er, volgens Gergjev, op het Russische platteland rondedansen als in Le Sacre gedanst, die zeven weken na Pasen de cirkel van de zon nabootsen. Hoe woest en ruig en modern de muziek ook klinkt, Stravinsky putte volop uit folklore, zegt Gergjev, en zag de lente als een soort wakkerworden van de wereld, na een harde winter.

De muziek is voor ballet geschreven, om het Lenteoffer uit te beelden, en zo kun je m.i. Le Sacre dan ook het allerbeste tot je nemen. Niet in het Concertgebouw, maar in de Stopera, bedoel ik: met een balletpodium bij een orkestbak.

Of kijk hier, via de link beneden, online naar deze rituele lentewijding van een half uur, deze Sacre du Printemps. En onderga de spiritualiteit van dit aardse vereringsritueel. In een choreografie uit 1987, die zo dicht mogelijk die van 1913 heeft willen benaderen.

We zien dansers van het Joffreyballet in kledij, schoeisel en haartooi alsof ze van een Centraal-Aziatische steppe komen en zien hoe de jonge vrouw, zich ritmisch woest hoogspringend dooddanst. Zij is het offer van de stam aan de goden, zodat de lente kan beginnen. Dansers in berenvellen tillen haar in de lucht.
the_joffrey_ballet_winter_2009
Dus hoezo, revolutie?

De ritmische klanken hebben met de Oktoberrevolutie van Lenin niet van doen. Je kunt moeilijk van een revolutionaire tijdgeest spreken, als het gaat om een lenteritueel van een primitieve stam.

REVOLUTIONAIR

Wel was het muziekstuk een revolutie in zijn soort. Het was een turningpoint in de muziekgeschiedenis. De muziek was zo weinig harmonieus, Stravinsky liet verschillende muziekpartijen in verschillende toonsoorten spelen, en het klinkt ook nog ‘es alsof hij verschillende maatsoorten door elkaar gebruikt.

Plus: er werd allesbehalve pittoresque en sierlijk gedanst. Er werd woest gesprongen, zoals je dat bij een wijdingsritueel van de lente ook wel kunt voorstellen: rauw en primitief.

Een enorme rel was het in 1913 in Parijs, op 29 mei, bij die moderne dansuitvoering van Sergej Djagilev en Vaslav Nijinski en hun gezelschap “Les Ballets Russes”. Grote, grote shock bij het Franse publiek. Mensen sprongen op van hun stoel en gingen met elkaar op de vuist, “is er een dokter in de zaal?” riep iemand. De zaal liep half leeg. Stravinsky kan er zelf in een interview smakelijk over vertellen.

(Video: Stravinsky: https://youtu.be/3vwq1AyYGzo )

OKTOBERREVOLUTIE 1917
En daar zit ik dan, aan het eind van de tentoonstelling over de vermoorde Romanovs, met mijn oude moeder op een bankje voor filmbeelden van Sergei Eisenstein’s beroemde film “Oktober” uit 1928, op muziek van Sjostakovitch. Hier klinkt een musicus, die op last van de revolutionairen theatraal en verheerlijkend over de revolutie van 1917 verhaalt.
Ik had mijn moeder al gewaarschuwd, want ze is namelijk nogal “van de tsaar en de koning”, en ik wist dat die revolutiefilm eraan kwam.
Je zult het wel niet leuk vinden, maar ik wil er toch een stukje van zien”.
“Tja, tis toch historie,” zucht ze, “het hoort erbij”.
 Ik praat haar door de – in de ogen van nu – trage film heen:
“Zo meteen komt de scene van de bestorming van de Hermitage, mam”, waarschuw ik, “maar eerst het fluitsignaal van het Auroraschip, je weet wel, dat marineschip, we hebben erbij gestaan, toen we in St. Petersburg waren. En toen DAT sein van de mariniers kwam, vanaf dat moment begon de revolutie”.
Tuut, tuut, horen we.

“Daar is het sein!”, zegt mijn moeder. De “Russische lente” van oktober kon beginnen.

(Videofragment van Eisensteins film ‘Oktober’, muziek Sjostakovitch)

  • Le Sacre du Printemps, 30 minuten: https://youtu.be/jo4sf2wT0wU
  • leuke BBC speelfilm “Riot of the rite” over de tumultueuze première van Le Sacre du Printemps (The Rite of Spring). https://youtu.be/JcZ7lfdhVQw
  • Gergiev’s Russia: All the Russia, a musical Journey, deel 1:
    https://youtu.be/phc66-P0bA4
  • NTR-documentaire, 1996, deel 1 van serie ‘Het Meesterwerk’: Le Sacre du Printemps, Gergjev Rotterdams Philharmonisch  Orkest
  • Voor de muziekliefhebber, die het rurale karakter van de Sacre wil doorgronden: theatrale uitleg van het ritueel en de muziek: https://youtu.be/R3cJ_u9pTw8
  • Muziek ten tijde van de Revolutie: Testomony – From the memoirs of Sjostakovitch, 1988: https://youtu.be/S-Mj-zkUrqA
  • “De koning, de keizer en de czaar”, Catharina Clay. Als e-book verkrijgbaar. (Hoe familieverbanden tussen Europese koningshuizen de Eerste Wereldoorlog beïnvloedden en zo de Russische Revolutie).
  • Ook leuk: speelfilm Coco Chanel & Igor Stravinsky: https://youtu.be/jM-3cbH8mFM

Onsterfelijke appels

 
Oneindig leven. Wie wil dat nou??? Bijgaande video schoot ik in augustus bij de begraafplaats achter de Stadionkade. De klokken luiden de doden de eeuwigheid binnen. Ik woon achter de Laan der Hesperiden, waar volgens de Griekse mythe de Gouden Appels van Onsterfelijkheid liggen. Aan het eind van de laan “spotte” ik zelfs een heus appelboompje langs de Stadiongracht. Het is appeltijd, had ik in oktober willen schrijven voor deze column over (on)sterfelijkheid. Tijd om te oogsten. In mijn privéleven gebeurde echter zoveel rond het leven van mijn oude moeder, op weg naar de 88, dat ik schrijven over onsterfelijke appels en de Hesperiden steeds maar voor me uitschoof. Te ingewikkeld thema. Wat was mijn point?

Hans_von_Marées_005
Drieluik van Hans von Mareés, 1884: Appels van de Hesperiden. Neue Pinakothek, München

Oude mythes over de mensheid vertellen altijd weer het verhaal van de strijd die de mens aangaat met de dood, verhalen in feite over de menselijke jaloezie op de Onsterfelijkheid van de Goden, een dualiteit waar we amper mee kunnen leven als mens. Wij hebben moeite met de eindigheid van het leven. Hoe langer leven, hoe liever, lijkt het dogma anno nu. “Maar mag een mens ook nog rustig sterven,” vraagt mijn moeder zich af.

Griekse mythe en Bijbelse appelmythe

2016-03-18 12.36.47_resized
Gespot: piepklein Appelboompje: eind v d Laan der Hesperiden

Voordat ik hier kwam wonen, had ik nog niet van de dames gehoord: van de Hesperiden. In de Tuin der Hesperiden wonen, aldus de Griekse mythe, de dochters van de half-goddelijke reus Atlas (zijn broer Prometheus staat als reuzen-standbeeld voor het Olympisch Stadion, maar daarover in mei meer). In de Tuin der Hesperiden bevinden zich ook de Appels der Onsterfelijkheid, die Hercules – de stoere menselijke held – wilde stelen.
Appels als symbool voor leven en dood komen vaker voor. In de Bijbelse mythe zijn het Adam en Eva die sterfelijk worden, als zij een appel eten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad. Als straf moeten ze de goddelijke Paradijstuin uit: verliezen ze zo hun onsterfelijkheid.
Beide mythen zijn aan elkaar verwant, maar het Griekse verhaal was er eerder.

Zowel de verstoting van Adam en Eva uit de Paradijstuin als de Hesperiden in hun Tuin met gouden appels zijn vaak bron van inspiratie geweest voor kunstenaars, o.a. bij Edward Burne-Jones (1873). Vele blote Eva’s en romantische nymphen als Hesperiden. Het Drieluik van Hans von Marées laat beide mythen tegelijkertijd zien (1884);
Ook zien we in de kunst soms Jezus Christus met een appel in zijn hand terug, zoals bij Lucas Cranach de Oudere (1531). Hoewel de appel in de Christelijke kunst vaak negatief symbool staat voor de “zondeval” van Adam en Eva, kun je terzelfdertijd zeggen dat de appel symbool staat voor onsterfelijkheid, symbool van Eeuwig leven, kennis over Goddelijkheid.
Het ging ook niet om de appel zelf, maar om de Gnosis – de Kennis – die Adam en Eva wilden verwerven door het eten van de verboden vrucht. Kennis, waarover zij als mensen blijkbaar niet mochten beschikken. En daardoor verloren zij hun oorspronkelijke onsterfelijke ‘goddelijke’ status: God zette ze hup, de hemel uit.

images
Tuin der Hesperiden, late 5e eeuw B.C.

Ook Hercules als menselijke Griekse held wilde wel weten hoe hij onsterfelijk kon worden, maar de Hesperiden bewaakten dat geheim en hun appels. Blijkbaar is het dus altijd en overal ter wereld van belang geweest een onderscheid te maken tussen aardse mensen en niet-aardse goddelijke wezens. Wat de één Mens maakt en de ander een Goddelijke status geeft, blijft geheim.

Ik heb het altijd een wonderlijk verhaal gevonden, die Bijbelse appelmythe. En er zijn ook heel wat filosofen die zich hierover gebogen hebben: over het ontstaan van dualiteit, van leven en dood, man en vrouw, goed en kwaad, een dualiteit in tegenstelling tot de Eenheid die er eerst was, in onze goddelijke oorsprong.
In zijn boekje “Sterven is doodeenvoudig, iedereen kan het” haalt de filosoof René Gude, oud-Denker des Vaderlands, – in het zicht van zijn dood vorig jaar – zijn collega-filosoof Peter Sloterdijk aan die had gezegd, dat de mens pas werkelijk van zijn sterfelijkheid doordrongen had kunnen raken, toen er in de jaren ’60 voor ’t eerst door astronauten in de ruimte opnamen waren gemaakt van onze zwevende aardbol in het heelal. Pas toen moet het volle besef zijn doorgedrongen: “daar komt niemand levend vanaf“, schatert Gude in zijn interview met Wim Brands. Die gedachte had Gude troost gegeven tijdens zijn stervensproces.

FB_IMG_1442856713257_resized
Zuidas 2015

DSC04184

Midden op de Zuidas houdt filosofisch centrum ‘De Nieuwe Poort’ zich ook regelmatig bezig met het thema van de dood. Een lezing over ‘Plato en de Dood’ zoals vorig jaar of, concreter, met een zogenaamde “WALL Before I die“: een bord waarop Zuidassers hun levenswensen konden optekenen. Wat wilde men graag bereiken, vorens dood te gaan?
FB_IMG_1442856845270_resized– “Earn more money than I do now“, kalkte een Zuidasser op. Anderen waren creatiever, humorvoller en/of diepzinniger:
– “Before I Die I want to go to the moon”
– “Before I die I want to have dinner with my friend + watch Netflix”
– “Before I Die I  want to know what does being a real human mean“.

Sterfelijkheid

Tithonos_Eos_Louvre_G438_detail
Godin Eos reikt naar mens Tithonus, 460 B.C.

Om in mijn Olympische buurt in Amsterdam Zuid te blijven: ook Eos, de Dageraadsgodin uit de Griekse mythologie, worstelde met het thema van de sterfelijke mens. Als onsterfelijke godin werd ze steeds verliefd op sterfelijke mannen. Ze wilde oh zo graag dat haar minnaar Tithonus onsterfelijk zou zijn als zij. Toen zij dat bij oppergod Zeus bepleitte, verleende hij haar die gunst en maakte Tithonus onsterfelijk voor haar. Maar vergeten werd dat Tithonus, als mens, dan nog wel steeds ouder en ouder werd, en totaal verschrompelde, terwijl Eos zelf als godin in volle glorie bleef stralen. Zo aantrekkelijk was dat niet voor haar.
In bijgaand filmpje legt een Amerikaanse professor aan de hand van de mythe over Eos en Tithonus uit, waarom ons gevecht tegen ouderdom en sterven zinloos is: verouderen en sterfelijkheid horen bij de mens, accepteer dat nou maar: The Story of Tithonus and Eos — ChangingAging.org: https://youtu.be/UIb9SyqQiAU

Appel voor onderweg
Als mijn oude moeder over niet al te lange tijd sterven zal, kan ik haar misschien een appel meegeven. “Hier, neem maar mee, voor onderweg“, zou ik kunnen zeggen. Zoals eeuwenlang bij de Egyptenaren, volgens hun mythes, de doden voedsel meekregen voor hun tocht door het hiernamaals.
Maar ik zou ’t symbolisch kunnen doen. Met die appel bereikt mijn moeders ziel dan wellicht opnieuw de staat van onsterfelijkheid, waaruit zij ooit is ontstaan.

Over appels en een zondeval hoort u mij niet praten. Het is maar welk aspect uit een mythe je naar voren schuift, en in welke mythe u wilt geloven. Grieks of Bijbels. Wellicht gelooft u slechts in uw eigen mythe, de Verlichtingsmythe van uw eigen Welbevinden.
Mijn moeder zal het te zijner tijd Weten.
Niet wij. Want wij kijken nog naar Netflix.

http://www.stemderbomen.nl/pages/mainpages/geheim-van-de-appelboom.htm

Vrouw in sarong


2014-04-20 2014-04-20 002 033 (2)
Fier rechtop lijkt een Vrouw 2014-04-20 2014-04-20 002 018in Sarong je op te wachten als je via de poort van het Amsterdams Lyceum over de Lyceumbrug Berlage’s Zuid binnenrijdt. Fier torent de Vrouw uit boven de waterpartij met fonteinen, tussen twee leeuwen in.
Innig Nederlands-Indië” staat er sinds 2007 op een muurtje naast haar.

Onthulling v h Van Heutszmonument in ’t bijzijn v konigin Wilhelmina in 1935, de koloniale periode

Ze is alleen geen Vrouw in Sarong.
Schijn bedriegt. Ze is oorspronkelijk een Vrouw met een wetsrol in haar handen, symbool voor het Nederlands gezag in Nederlands-Indië…

Tja, dat komt er nou van als je een monument in de loop der tijd en geschiedenis een andere naam en andere betekenis geeft. Iedereen kan er nu in zien, wat hij of zij wil.
En ik zie er een fiere Vrouw in Sarong in. Ik máák er een Vrouw in Sarong van.

  • Op 17 augustus 1945 verklaarden de Indonesiërs zich – 2 dagen na de capitulatie van Japan en het einde van WO II – per “Proclamasie” onafhankelijk van Nederland. Nederland erkende die verklaring niet en stuurde lichtingen-vol-dienstplichtige soldaten de Onafhankelijksheidsoorlog in. Eufemistisch heette dat toen “politionele acties”. Pas 4 jaar later, december 1949, ondertekende Nederland in het Paleis op de Dam de souvereiniteitsoverdracht. Maar voor Indonesiers is de 17e augustus hun Onafhankelijkheidsdag.

Wat nu het “Monument Indië-Nederland” is gaan heten  op het Olympiaplein, heette vanaf de inhuldiging in 1935 – nog tijdens de koloniale periode –  het “Van Heutsz-monument” in Amsterdam-Zuid. Er prijkte onder de Vrouw met wetsrol een bronzen plaquette met de buste en naam van Generaal van Heutsz (1851-1924): het “Hollandse bulderkanon“, zoals Indiërs in Atjeh op Noord-Sumatra deze gouverneur-generaal, commandant in het Koninklijk-Nederlands-Indische-Leger (het KNIL) noemden.
De Nederlanders noemden hem de “Pacificator van Atjeh“, alsof de man slechts rust en vrede had gebracht in een opstandig moslimgebied, dat zich niet makkelijk liet kolonialiseren. De generaal kreeg een grootse staatsbegrafenis in Amsterdam , een praalgraf en ook nog een eigen monument. Maar was vanaf het allereerste begin politiek omstreden.

De telefoon rinkelde.
Ga je mee het Van Heutz bekladden?“, hoorde ik een meisjesstem aan mij vragen. Het was Mineke R., mijn schoolbankgenootje van de Moriaschool in de Wodanstraat, haar broer was bij Provo. Het was eind jaren 60 en ik nog maar piepjong op de lagere school. Ze wilden met liters witte verf het standbeeld van Van Heutz op het Olympiaplein bekladden.

ANP01_12977032_X
©ANPfoto: Ruud Hof, 1965

Huhh?? Bekladden? Wat was dat?

Van Heutsz was HET symbool van de Nederlandse koloniale onderdrukking in Nederlands Indië,” vertelt ex-provo Auke Boersma in de documentairefilm De Rebelse Stad, die dit jaar ter herinnering aan de Provo-beweging in première ging.

Het beeld werd het doelwit van Provo. Er moest afgerekend worden met het verleden. Er brak een nieuwe tijd aan. Het was de tijd van Martin Luther King, de Burgerrechtenbeweging. Dus het Geweldloze stond echt voorop. Die massamoordenaar in Atjeh, die zat ons verschrikkelijk hoog.
Een half jaar voor de allereerste anti-Vietnamdemonstraties speelde dat voor ons al, die link met Van Heutsz werd door ons gelegd: Massamoord in Atjeh en massamoord in Vietnam”.

VIDEO: geschiedenis Van Heutsz- staatsbegrafenis Amsterdam -Provo:

Dit foute eerbetoon (aan Van Heutsz) moet gestopt worden’, vond een buurtbewoner bij een inspraakronde van Stadsdeel Oud-Zuid (bron: Historisch Nieuwsblad, 12/10/2000). Na jarenlang gedoe en adviezen kreeg het monument een nieuwe naam: Monument Indië-Nederland. Ter Nagedachtenis aan 350 jaar koloniale geschiedenis. De plaquette van Van Heutsz verdween in de jaren 80 al (op mysterieuze wijze).
Tegenstanders van een naamswijziging waren er ook: ‘Naamsvervalsing zou geschiedvervalsing zijn”. Het koloniale verleden moest je niet zomaar wegpoetsen. Een andere buurtbewoner vond ‘Insulinde-monument ” wel een goede naam. ‘Zo noemde Multatuli het Indisch eilandenrijk’.

2014-04-20 2014-04-20 002 044Het monument op het Olympiaplein is groots en complex en niet op één enkele foto vast te leggen. Het bestaat uit het ruim 4 m hoge vrouwenstandbeeld, uit vele poorten, een grote waterpartij en vele in steen gebeeldhouwde laag-reliëf sculpturen met landelijke Indische taferelen.
“Saïdjahs vader had een buffel, waarmee hij zijn veld bewerkte. Toen deze buffel hem was afgenomen door het districtshoofd van Parang-Koedjang, was hij zeer bedroefd, en sprak geen woord, vele dagen lang”. Uit: Max Havelaar, Multatuli)

Als je wilt, “lees” je het monument nu als het grote koloniale verhaal. Het verhaal van de handel in nootmuskaat en kruidnagel en de gedwongen verbouw voor de export naar Nederland. Het koloniale verhaal van de Heren van de Thee en de koelies op de plantages,

Dat het op Gamboeng zo vaak en zo hevig zou regenen, had hij niet voorzien. Die regen en de eenzaamheid (hij had nu in bijna drie maanden geen woord Nederlands gehoord of gesproken) waren de schaduwzijden van zijn Eldorado. (-) Hij begreep ook waarom voor de mensen die hier woonden elke boom, steen en bergstroom bezield was, een wezen met een naam, een bijzondere macht” (Uit: Heren van de Thee, Hella Haase)

het verhaal van Amsterdamse kooplieden als ”Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie op de Lauriergracht no. 37”, en van bestuursambtenaren als Max Havelaar.
Het verhaal van de

“De laatste telg van de machtige verzetsfamilie Di Tiró was net in de bergen van Pidië neergeschoten en de Hollanders vierden feest. Het verzet was gebroken”. (Uit: Wisselkind, Basha Faber)

suiker en de rubberbomen, van de aanleg van de Groote Posweg op Java: in een jaar tijd een trajekt van 1000 km met louter menskracht aangelegd.
Het koloniale verhaal van: moeten afstappen van je fiets en je hoed moeten afnemen voor een blanda.
Het grote verhaal van oliebedrijven als Shell, mijnbouw-en ertswinningsbedrijven als de Billitonmaatschappij op het eiland Belitung. Het verhaal van geld,

“Als ik sterf te Badoer, en men begraaft mij buiten de dessa, oostwaarts tegen den heuvel, waar ’t gras hoog is, dan zal Adinda daar voorbijgaan, en de rand van haar sarong zal zachtkens voortschuiven langs het gras…Ik zal het horen”. (uit: Saïdjah en Adinda, uit Max Havelaar, Multatuli)

geld, geld: van”money makes the world go around“….

De veelomvattendheid van het monument op het Olympiaplein staat wat mij betreft inmiddels symbool voor de enorme uitgestrektheid van het eilandenrijk dat Indonesië als archipel is: meer dan 17.000 eilanden rijk is de republiek. Met een veelvoud aan culturen, talen en religies.

Het was jarenlang een wonderlijk monument, als je bedenkt dat het oorspronkelijke Van Heutsz-monument nooit een standbeeld van de gouverneur-generaal heeft bezeten. Slechts een plaquette met zijn kop en zijn naam.
De wijdsheid en rijkheid van Indonesië heeft dus altijd al in alle onderdelen van het monument de boventoon gevoerd. De beeldhouwer Frits Van Hall die het monument ontwierp, schijnt ook gezegd te hebben “Vervang het door de letters Vrijheid, Merdeka of Indonesia, en je hebt een Vrijheidsbeeld’.cruise 272

Het was 17 augustus 2011. Het cruiseschip de Ms Rotterdam, waarop ik vaarde, lag in de Oostzeehaven van Warnemünde in Duitsland voor anker. De Indonesische bemanningsleden hadden vrij en vierden hun nationale Onafhankelijkheidsdag aan boord van hun werkgever de Holland Amerika Lijn. De rederij leek het cruiseprogramma expres zo gepland te hebben. Het gros van de passagiers was een hele dag aan land op excursie naar Berlijn.
Ook mijn vader was in dienst van de Holland Amerika Lijn geweest. Ik hoor hem nog, begin jaren ’70, zuchtend somberen aan tafel ’s avonds, toen het met het passagiersbedrijf bergafwaarts ging door het opkomend vliegverkeer met Amerika en er fors ingekrompen moest worden op personeelskosten “en de Indonesiërs zouden komen“… Als goedkoop alternatief voor Nederlands bemanningspersoneel.
De vakbonden gingen knarsentandend akkoord omdat ’t alternatief was: de teloorgang van het historisch scheepvaartbedrijf.
Tot op de dag van vandaag kun je zo op cruiseschepen van de HAL de koloniale geschiedenis van Nederland terugzien. (Hoewel de Indonesiërs inmiddels alweer deels vervangen zijn door nog goedkoper personeel uit de nabij gelegen Philippijnen).
De Indonesiërs op de ms Rotterdam hoefden op hun Onafhankelijkheidsdag hun scheepsuniformen niet aan en vierden in eigen moslimkledij, met muziek en welriekend Indonesisch eten hun 17e augustus. Zelfs op de kade van Warnemünde, waar meerdere vlaggen gehezen waren, wapperde die dag eenmalig het rood-wit van Indonesië.
Ik hoorde de Nederlandse kapitein aan boord over de scheepsintercom de Indonesiërs een fijne feestdag toewensen.

Dat is nog eens tactisch personeelsbeleid, dacht ik toen. Daar hou je je mensen wel tevreden mee.  Of moet ik misschien zeggen: mak?
 

Zomers kunstwalhalla

DSC04581

Er staat een paard op de Apollolaan. Een raar paard. Toen ik het de allereerste keer zag, flitste meteen een paard uit de Oudheid aan me voorbij, dat ik vrij recent op internet gezien had. Trundholm_resizedHet bronzen paard uit 1400 voor Chr. uit Trundheim in Denemarken, trekt een zonnewagen voort. De zon wordt in de Noors-Germaanse mythologie in de loop van de dag langs het hemelgewelf voortgetrokken van Oost naar West. Net als in de Griekse mythologie de Titanen Helios en Eos dat doen. Tijdens de zonsverduistering in maart was ik met dit onderwerp voor een column bezig.

DSC04541Het paard op de Apollolaan van de Italiaan Mimmo Paladino (1948) is van aluminium met ijzer, gebutst met gaatjes erin, alsof het aan erosie onderhevig en oud is en niet uit 2014. In zijn buik: een vrouwenhoofd als van een aluminiumpaspop.
 “Oh, het paard van Troje!” hoor ik omstanders interpreteren. Heerlijk hoe iedereen zijn gang mag gaan met hedendaagse kunst. Ik heb geen flauw idee waarom er een vrouwenhoofd in zit. Ik hoor alleen op mijn Art-Zuid-app op mijn smartphone dat Paladino van de Commedia del Arte en van maskers houdt en zich door mythes laat inspireren.
Ook het paard zelf heeft een masker op. De kunstenaar geeft verder geen duiding. Het blijft raadselachtig. De “kunst” is misschien ook wel om als kijker die behoefte aan duiding los te laten. Het gaat er niet om wat de kunstenaar ermee bedoelt, het gaat erom wat jijzelf met die kunst wilt en kunt.

Kunsthistorica Suzanne Mascini van de beeldenroute ART ZUID laat ons gissen en vrij associëren, maar denkt niet “dat er een 1-op-1-relatie met het paard van Troje is, want daar zaten soldaten in verstopt”. Ook bij andere sculpturen van Paladino op de Apollolaan laat ze onszelf interpreteren.

De metershoge beelden, die oud-Stedelijk Museumdirecteur Rudi Fuchs als kunstcurator van Art Zuid heeft uitgekozen, staan in de context van Plan Zuid met haar brede groene lanen en hoge grote huizenblokken. Daarmee moeten de beelden een dialoog aangaan. Volgens Fuchs: de reden dat er maar van één vrouwelijke kunstenaar werk te zien is, omdat weinig vrouwen zulke kolossale beelden produceren.
Mascini wijst op het gebruik van materialen: of het al of niet onbewerkt of gladgepolijst is, of het houten- dan wel klei- of wassen model vanonder het gegoten brons, koper of aluminium zichtbaar is. Het beeld hoeft ook niet “af” te zijn om te laten spreken. Onaf, of onvolmaakt(heid) kan ook het doel zijn. Bij veel (neo)-expressionistische kunstenaars die Fuchs heeft uitgekozen gaat het om het laten zien van het maakproces, de vingerafdruk in het kleimodel laten zien in het gegoten beeld.
Rijksmuseumtuin met Miro-beelden
Rijksmuseumtuin met Miró-beelden
Heel Zuid is deze maanden een kunstwalhalla. In de Noors-Germaanse mythologie was Walhalla het Paradijs. Naast de beeldenroute hebben we de Amsterdam Art Fair voor Hedendaagse Kunst in de Citroëngarage gehad, en tegelijkertijd de beurs in de KunstRAI.
In de schitterende tuin van het Rijksmuseum kruipen van ’t zomer merkwaardige creaturen van de Spanjaard Miró (1893-1983) surrealistisch tegen je oogleden op. “Automatic writing” heten de onbewuste “doodles” wel, die je al telefonerend op een kladje kliedert. Zo maakte Miro zijn schilderijen en zijn beelden: het Onderbewuste aan het Woord.
DSC04532
Wet Scene – study no. V – Lahuis

In de Kunstrai zag ik vooral kunst voor boven de bank en op het dressoir, kunst die vooral “mooi” moet zijn.

In de Citroëngarage ging het er experimenteler aan toe. Mooie diakunst van blauwe Lapis Lazuli-steen van Pieter Paul Pothoven (1981) en op de betonnen garagevloer een “sculptuur” van tekst, geschreven met water en siliconen van Lennart Lahuis (1986). Niet echt voor in je huiskamer, wel intrigerend.
Het ging er vooral om jong talent, om nog niet gesettelde kunstenaars, zoals op Art Zuid. Als je wilde weten wat de huidige stand van zaken in de kunst is, en de stand van morgen, dan moest je op de Art Fair zijn.
Ik begaf me tijdens de opening in de Citroëngarage tussen de jonge hipsters en “Ons-kent-Ons” – galeriepubliek en keek wat sceptisch bij een soort bruinleren flap aan de wDSC04507and.
Ze denkt dat het geen kunst is,” lachte een passant. Ja, het kon net zo goed een achtergebleven auto-achterbank uit de Citroëngarage zijn, wat mij betreft. Zoals een aluminiumpijp aan een pilaar verderop ook tot ’t garageinterieur behoorde, maar niet detoneerde met de sculpturen rondom de pilaar in de Citroëngarage.
wel kunst
wel kunst. Olga Balema, 2014
geen kunst
op de pilaar: geen kunst

Op beide beurzen kwamen food-items regelmatig terug. In de Citroëngarage stalden toevallig 2 totaal verschillende kunstenaars verguld eten uit: Guido Geelen (1961), geen beginner meer, een vergulde boerenkool uit 2009. En de in Nederland wonende Israëliër Itamar Gilboa (1973) een vergulde bak frites.
Wat zegt dat over onze voedselcultuur in Nederland, dacht ik. Over de veredeling en cultus van culinair eten tegenwoordig? Zoals in pop-up restaurant Citroen op de bovenetage van de Citroëngarage zelf? De term “Kunst eten” hoor ik wel eens vallen.

DSC04539
boerenkool, verguld aluminium, Geelen

Mag het bij Geelen en de barokke vormentaal die we van hem kennen, misschien “gewoon” om schoonheid gaan, bij Gilboa gaat het inderdaad om een sociaal statement: hij stelt met zijn vergulden patatje à raison van 1400 euri – en zijn “Food Chain Project” uit 2015 – de voedselconsumptie en honger in de wereld ter discussie.

Ook trof me iets anders. Iets wat wellicht met het gebruik van xtc, paddo’s of andere psychedelische middelen te maken heeft anno nu. Zowel op de Art Fair als de KunstRAI meende ik de “weirde” vormentaal van Jeroen Bosch (1540-1590) te herkennen in divers werk.
MALEONN: Journey to the West, 2013 - 3D photoprint in lichtbox
MALEONN: Journey to the West, 2013 – 3D photoprint in lichtbox

In de Citroëngarage leek me de 3-dimensionale lichtbak met fotoprint – een drieluik van de Chinees Ma Maleonn (1972) – geïnspireerd op het drieluik Tuin der Lusten van Bosch: met wonderlijke creaturen, die ontspruiten kunnen aan het Onbewuste van de geest als men geestverruimende middelen tot zich neemt.

DSC04558Ook in de Kunstrai meende ik Bosch te herkennen in een glassculptuur van Bernard Heesen, maar tevens in de beeldtaal van de 22-jarige Hareley Davelaar, een protegé van David Bade (1970), beiden van Curacao. Hij is geïnteresseerd in ’t menselijk lichaam dat afwijkt van de norm. “And to be able to mix and combine reality with my imaginary world into art is what my work is all about haha you can say as a crossbreed between two universes” aldus Davelaar.

DSC04547
Hij eert met zijn beeld “Oh mother mine” zijn moeder die zeven kinderen gebaard heeft, door haar uit te beelden met een buik zo dik als was ze zwanger van zeven kinderen tegelijk.
Je kunt in kunst de realiteit naar je eigen hand zetten. Hoe heerlijk is dat?
DSC04650Ook op de Minervalaan ontmoet ik weer gnoom-achtige wezens. Een soort trollen of figuren uit Lord of the Rings, van Thomas Schütte (1954). Alweer dus stap ik in een andere werkelijkheid. Het surrealisme of de mythe is “all over us”.
Ze hebben samen 3-poten, die schepsels, en zijn met boeien aan elkaar gebonden. “Unitied Animies“, heten ze veelzeggend. Kunsthistoricia Mascini: “Ze hebben elkaar nodig. Misschien kent u ze zelf wel uit uw eigen omgeving, mensen die niet Met en niet Zonder elkaar Kunnen”.
DSC04583Een verademing na al deze gedrochten is dan tot slot het metershoge platte meisjesgezicht in ’t plantsoen voor het Hiltonhotel, van de Catalaan Jaume Plensa (1955). Ik bleef er maar omheenlopen. En kijken hoe een lichte welving van oogleden en wimpers voor een zachte uitdrukking kon zorgen. De mal komt uit een 3-D printer, waarna het gegoten is in brons.
Ik begrijp niets van dat 3-D proces en kijk op You Tube naar de werking van een 3-D printer: zoals inkt op papier verschijnen kan, zo kan elke vorm blijkbaar uit het niets ontstaan.
Plensa is gefascineerd door het transformatieproces van meisje tot vrouw“, vertelt Suzanne Mascini. Hij heeft het gezicht van het meisje opgerekt, waardoor ze ineens veel ouder lijkt. “Een soort konigin Wilhelmina,” hoorde ik een buurvrouw uit het Olympisch Kwartier haar grappend noemen.
Doordat de ogen naar binnen gekeerd zijn tijdens dat transformatieproces, creëert Plensa een meditatief rustmoment middenin de drukte en hectiek van de stad, aldus de kunsthistorica.

 DSC04641

DSC04587
Heart of Treas, 2007. Plensa

Gaat het zien. Gaat het zien deze zomer. Omarm de bomen, zoals de beeldjes van Plensa op weg naar Station Zuid, die met de namen van klassieke musici getatoeërd zijn.  Ga picknicken in de tuin van het Rijksmuseum bij Miró. En geniet ervan!

DE DENKERS VAN ZUID

2014-04-20 16.40.38
De Denker van Rodin, bij Hiltonhotel, Apollolaan

Het was een echte man uit Zuid, met een mini-mini hondje aan de lijn, een deftige stem, gebronst, donker costuum en met zijn wit-met zwarte herenschoenen met gaatjes, brogues ja, toch eerder Nieuwgeld dan Oudgeld, denk ik.
Zijn weinige haren waren glimmend achterover gekamd over zijn kale schedel heen, zijn colbert hing losjes om zijn schouders, zoals er mannen zijn die rode truien om hun schouders knopen.
Een man die aan het eind van onze ontmoeting op de Apollolaan, in het plantsoen voor het Hiltonhotel, “Ciao, ciao!” tegen me zou zeggen.
Het was een lenteachtige zondag en ik maakte een wandeling door de buurt.

2014-04-20 2014-04-20 002 077Ongelofelijk mooi he?” hoorde ik zijn stem – vragend – achter me.
Ik had net foto’s van De Denker gemaakt, het beeldhouwwerk van Auguste Rodin (1840-1917), links naast ’t Hilton (één van de vele afgietsels) en stond nu uitgebreid een dikke boom te fotograferen in het plantsoen voor het hotel, waarvan de bast mij uitermate fascineerde: het leek wel kanten houtsnijwerk wat er in de loop der jaren overheen gespannen was.2014-04-20 2014-04-20 002 078Sinds ik niet meer werk,” begon hij, “sta ik bij de dingen stil, heb ik tijd om bij dingen stil te staan.”
En met uw hondje buiten lopen, helpt zeker ook?”.
Hij knikte: “Als je loopt, ga je niet aan de dingen voorbij.”
We bewonderden de oude boom. Daarna wees ik hem op de Denker. Wat hij daarvan vond.
U weet dat het Dante is, de filosoof?”, vroeg ik: “Die Rodin bovenaan de Poorten van de Hel heeft gebeeldhouwd, uit Dante’s Goddelijke Komedie?”.
Hij keek me onderzoekend aan.800px-Hoellentor_Detail_grDoor mijn Dantestudie weet ik dat er eind 19e eeuw een nieuw Frans museum zou komen, waarvoor Rodin in 1880 een bronzen toegangsdeur zou ontwerpen. Een reliëf met taferelen uit het gedicht De Goddelijke Komedie van Dante: een Visioen over het Leven na de Dood.

1gatesofhellrodin
Dante bovenin de Hellepoort van Rodin, in Parijs

Zoals Florence haar bronzen Paradijsdeuren van de beeldhouwer Ghiberti heeft in de middeleeuwse Doopkapel, het Baptisteriumzo zou Parijs haar eigen bronzen 19e eeuwse museumdeuren met Helle-taferelen krijgen. Rodin werkte ruim 37 jaar aan dit epos.

En zoals een Christus bovenaan gotische en romaanse kerkportalen staat, zette Rodin Dante als filosoof bovenaan zijn Hellepoort neer, piekerend over het lot van de zielen na de dood.
Hij heeft zijn compositie nooit afgekregen, maar zijn “Poorten van de Hel” zijn in Parijs in het Musée Rodin te zien. Onderdelen uit die Hellepoort werkte hij ondertussen uit tot zelfstandige sculptuur en zo kennen wij o.a.. De Kus en De Denker.

EMOTIE

Wij hebben hier om de 2 jaar een beeldententoonstelling Art-Zuid rond de Apollo/ Minervalaan en toen heb ik De Denker toch maar mooi een maand lang voor mijn deur gehad!,” vertelde de man trots.
“Kijk, zei ik dan tegen mijn vrienden, “I am a philosopher!” …mevrouw, het is toch on-ge-lo-fe-lijk hoe je geëmotioneerd kunt raken door een beeld”.
“Jaha,” beaamde ik, “maar welke emotie maakt de Denker dan bij u los? Weet u dat?” 

De man gooide zijn armen wat hulpeloos wijd in de lucht, waardoor zijn loshangende jasje van zijn schouders gleed. “Tja, wat zal ik u zeggen….”
Hij keek me vragend aan, kwam er niet goed uit.
En u dan?” speelde hij snel de bal terug: “u toch ook? U heeft ‘m net staan fotograferen, u vindt ‘m ook prachtig, wat doet hij u dan?
Oef….hij piekert zich suf, daar met zijn elleboog op zijn knieëen, hij moet die hele tocht door het hiernamaals maken voor zijn Beatrice…” brainstormde ik, “hoe krijgt hij dat gedicht geschreven?… hij heeft het zwaar, hij gaat zwoegend door het leven…”.
De man bleef me al die tijd indringend aankijken, maar begon zich geloof ik ook wat ongemakkelijk te voelen: zijn ogen werden een beetje vochtig en rood. Het werd ‘m denk ik allemaal iets te persoonlijk.
Het hondje trok.

GEEN DROMER

2014-04-30 19.07.15A
Dante als Denker in het Olympisch Kwartier, bovenin mijn boekenkast

Het is geen dromer, maar een schepper,” zei Rodin ooit in een brief over “zijn Dante”, de Denker. Het beeld staat ook op het graf van Rodin zelf.

Er zijn stemmen die zeggen dat Rodin zich voor zijn Denker heeft laten inspireren door een beeld Il Pensiaroso van Michelangelo. Zelf zie ik dat niet zo, denk dan nog eerder aan Michelangelo’s fresco van de piekerende profeet Jeremia in de Sixtijnse Kapel, maar ik denk ook dat Rodin voor zijn Denker het schilderijDante’s Dream” van zijn tijdgenoot Sir Joseph Noel Patton voor ogen kan hebben gehad, een Schotse schilder uit de “pre-Raphaellitische kunststijl” (Veel Pre-Raphaëlieten in de 19e eeuw schilderden Dante’s romantische liefde voor Beatrice (o.a. Gabriël Rossetti).
Daar zit Dante piekerend voorovergebogen, met middeleeuws mutsje op. Eenzelfde afhangend mutsje zien we bij de Denker van Rodin.

2014-04-28 11.59.41
Bookcover in mijn kast: Sir Joseph Noel Patton, 1852: Dante Meditating

2014-04-20 16.39.24

Ik zei de man, dat ik nog even naar de andere “Denker” op de Minervalaan wilde doorlopen.
Maar dat is geen Rodin, en geen echte Denker”, waarschuwde hij mij.
Maar wat het wel was en van wie, wist ie ook niet.

HAVERMANS

Dat niet iedereen met een hand onder zijn kin een Denker hoeft te zijn, bewijst onze “nepdenker” op de kruising Minervalaan/ Stadionweg.
Het blijkt een steenplastiek van “Een rustende Atleet” te zijn, something quite different, van beeldhouwer Jan Havermans. Uit 1941, lees ik online.

2014-04-20 2014-04-20 002 092
Rustende atleet, van Jan Havermans, 1941

Uit 1941..? denk ik, eenmaal thuis googelend. Werden er dan gewoon middenin de oorlog beeldhouwwerken op straat geplaatst, terwijl om de hoek in de Beethovenstraat en bij ’t Olympiaplein de Joden uit hun huizen werden gehaald?

Ik moet aan de “Kulturkammer” denken, waar Nederlandse kunstenaars lid van moesten worden vanaf 1942; ik lees dat Havermans met de kunstenaar Paul Citroen in 1933 de Nieuwe Kunstschool oprichtte, naar model van het modernistische Bauhaus. En dat die vernieuwende kunstschool hier tot 1941 heeft bestaan. Tja…, het Bauhaus moest in Duitsland van de Nazi’s ook dicht, als zijnde Entartete Kunst.

Hoe deze moderne ‘Rustende atleet’ hier in 1941 geplaatst is, moet ik ooit maar voor een nieuw blog uitzoeken. Misschien was ie wel met zijn atletische esthetiek “op-zijn-Leni-Riefenstahl’s” Arisch verantwoord?

UPDATE:
1941 is verkeerde informatie. Dat moet 1951 zijn, meldt Hans Havermans, kleinzoon van beeldhouwer Jan Havermans, mij. Hij reageert per mail op bovenstaand blog. Het beeld is een Gemeente Opdracht geweest van 26 april 1940”, schrijft hij. Het beeld is voor het eerst tentoongesteld in juli 1950 in Antwerpen tijdens een internationale beeldententoonstelling (nu Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst, park Middelheim).
April 1951 wordt het op het Minervaplein geplaatst.
Hans Havermans: “Wat Jan Havermans betreft, hij had vele Joodse leerlingen , waaronder bijvoorbeeld Benno Premsela en de ontwerper Otto Treuman, hij was overtuigd partij communist . De schrijver Theun de Vries is bij hem ondergedoken geweest. Ik denk niet dat hij geassocieerd zou willen worden met Leni Riefenstahl.”
(waarvoor excuus).
De Nieuwe Kunstschool sloot niet in 1941 maar in 1943 haar deuren.

scannen0355
Jan Havermans, met alpinopet, bij zijn beeld

Dit stuk is eerder verschenen op 1 mei 2014 op Facebook als column: https://www.facebook.com/notes/face-to-face-column-olympisch-kwartier/column-de-denkers-van-zuid/249386918578260

 

Varen op The Olympic (film)

Installatiekunst op de Zuidas, Leonard van Munster, maart 2015
Installatiekunst op de Zuidas, Leonard van Munster, maart 2015

Vada abordo, Cazzo!” klonk het toen het cruiseschip de Costa Concordia bij de Italiaanse kust in 2012 aan de grondliep en kapseisde en de kapitein als één van de eersten het zinkend schip verliet. Zoiets doe je niet als kapitein. Als “commandante“:

Vorige maand lag er een gestrand jacht Fortuna midden op de Zuidas, aan de voet van de ABN Amrobank. Het zijn woelige tijden daar ;-). Ik moest meteen denken aan de TITANIC – tentoonstelling vorig jaar op de Zuidas van Amsterdam Expo, maar ook Amsterdam Expo is al weer failliet. (De Titanic zonk op 15 april 1912)

Tijdens de Titanic-tentoonstelling vond ik het als bewoner van het Olympisch Kwartier ‘kicken‘ om te ontdekken dat de Titanic een zusterschip had dat THE OLYMPIC heette. En nog een ander zusterschip THE GIGANTIC. Namen uit de Griekse mythologie.

Er is veel filmmateriaal van. Want er was na het zinken van de Titanic flink wat reclame nodig voor familiebezoek in Amerika. Zakenlieden en emigranten kwamen vanzelf wel. Maar toeristen?

THE OLYMPIC, Tweede Klas: The Olympic is vanaf 1911 in de vaart geweest tot en met 1937.

Niet voor niets hadden die oceanliners namen uit de Griekse mythologie. Het waren ook Giganten, reuzenschepen, de stoomschepen die begin 20e eeuw – in afwezigheid van vliegtuigen – de Atlantisch oceaan overstaken naar Amerika, vol met emigranten in de Derde Klas, zakenlieden in de Tweede Klas en een klein deel toeristen in de chique Eerste Klas. Het waren op dat moment de grootste bewegende objecten die de mens had voortgebracht. Objecten van mythische omvang.

De Britse rederij de White Star Line had zo een hele Olympische lijn uitgezet. De Olympic in 1911 en de Titanic in 1912, maar toen die bij haar maiden trip zonk, besloot men de Gigantic, die nog in de maak was, een andere naam te geven: de Britannic. Die werd in 1915 te water gelaten.

U kunt hier even meevaren op de Olympic, als u wilt. In bijgaand filmpje inspecteert de kapitein van de Olympic zijn schip in 1911, dezelfde kapitein die 10 maanden later als kapitein van de Titanic zou verdrinken:.

Het kostte kunstenaar Leonard van Munster (1972) heel wat moeite om geldschieters voor zijn installatie op de Zuidas te vinden, maar uiteindelijk lag zijn gestrande jacht ‘Fortuna‘ gesponsord en al een maandlang symbolisch op het Gustav Mahlerplein.

DSC03992Het kunst­werk For­tuna is een tijds­beeld ken­merk­end voor de roerige peri­ode waarin onze maatschap­pij zich bevindt.
Een schip op haar zij staat niet enkel voor een schip dat niet verder kan, maar tevens voor een schip dat weer kan gaan varen,….je dromen nastreven en de wijde wereld ont­dekken. Uitdagin­gen aan­gaan” zegt
de kunstenaar op zijn website.

“Het is zoals het Suri­naamse gezegde: Mi kanto ma mi de ete, dat betekent let­ter­lijk; ik ben gekan­teld maar ik ben er nog.….Met andere woor­den, ik heb tegensla­gen gek­end maar ik geef niet op. Daar spreekt een enorme wilskracht en stri­jd­baarheid uit. Ondanks alles leef je nog en ben je inder­daad nog in staat je dromen te verwezenlijken.”

Mannen die dat deden: hun dromen verwezelijken en hun geluk per schip aan de andere kant van de oceaan zochten in een tijd waarin er alleen nog maar scheeprampen bestonden, geen vliegtuigrampen zoals nu, zijn bijv. Charlie Chaplin, Mark Rothko en Olympisch zwemkampioen, filmacteur Johnny Weismuller, alias Tarzan. 

In bijgaand filmpje “Film Star Liner” uit de jaren 20 zien we Chaplin op The OLYMPIC, aankomend in New York:

Chaplin emigreerde in 1910 vanuit Engeland (in 1914 maakte hij zijn eerste film) en Markus Rothkowitch, de latere kunstenaar Mark Rothko, deed dat in 1913 vanuit de Oostzee: een kind met zijn Russisch joodse ouders, op de vlucht voor progroms.

Emigrant János Weissmüller, uit Hongarije, stak met zijn ouders de grote plas over op 14 januari 1905. We kennen hem later als Johnny Weismuller, Olympisch zwemkampioen in Amsterdam op de Olympiche Spelen in 1928. Later bekend als filmacteur TARZAN, die zijn zwemcapaciteiten in zijn films goed kon benutten. Weismuller emigreerde met de SS Rotterdam van de Holland Amerika Lijn vanuit Rotterdam.

Kijk, als dochter van een werknemer van de Holland Amerika Lijn – vertrouwd met zowel de voor anker liggende oceanliner de SS Rotterdam in de Rotterdamse haven als met het varende cruiseschip de ms Rotterdam op de Oostzee – ben ik verzot op dit soort details.

En boeit me het gegeven dat éen van de directeuren van de Holland Amerika Lijn op de Titanic meevaarde (ter orientatie voor de Nederlandse scheepvaart) en op 15 april 1912 verdronk tijdens de scheepsramp.

Net als zakenman Benjamin Guggenheim (1865-15 april 1912), vader van Peggy Guggenheim (1898-1979), de latere kunstverzamelaarster, die evenals haar oom Solomon R. Guggenheim met familiekapitaal vele Guggenheim-musea heeft opgericht .

Ook ik verdronk. Tijdens de Titanic-tentoonstelling vorig jaar op de Zuidas ontving je bij entrée een boardingpass van een Titanic-passagier en wist je pas aan het eind van de tentoonstelling of je de scheepsramp had overleefd of niet. Ik was een zakenman, een hotelier, vaarde Tweede Klas en ik overleefde de scheepsramp niet. Dat u het weet.

Beursgang Zuidas

DSC04070DSC04052Mijn eigen gang naar de top van de ABN Amro verliep vlot. Met een vaart van 16 km p/u vloog ik rechtstreeks van de parterre naar de 23e verdieping op de Zuidas. Het was Open Torendag in Amsterdam en ik ging kunstkijken bij ABN Amro. En van het uitzicht op de Zuidas genieten. Dacht ik.

Wie gaat er nou kunst kijken op de Zuidas in deze woelige tijden? Het was een dag nadat minister Dijsselbloem de rem gezet had op het terugkomen op de beurs van de (in 2008 genationaliseerde) staatsbank.
De verhoging van de salarissen van zes commissarissen was een ieder in het verkeerde keelgat geschoten, behalve de top zelf. De tweets vlogen me in kranten-nieuwsbrieven om de oren. Over sommige moest ik meer nadenken dan over andere. TweetDe tweet van de NRC hield me bezig, terwijl Nout Wellink, de vroegere president van De Nederlandse Bank zich afvroeg of de top van ABN Amro – daar bovenin dat hoofdgebouw op de Zuidas – nog wel feeling had met de maatschappelijke praktijk.

DSC04059
Bij de fusie van ABN en Amro moest het nieuwe hoofdkantoor op de Zuidas het solide idee uitstralen van een burcht, een middeleeuws fort met hoektorens. (Foto: regenachtige Open Torendag)

Ach, bedrijfsculturen. In de tijd dat ik nog over ondernemingsraden en medezeggenschap, arbeidsvoorwaarden en vakbondszaken schreef, kwam ik zowel in de Rotterdamse haven, het bedrijfsleven, bij ziekenhuizen als bij overheidsinstanties. Nee, niet bij een bank toevallig. Maar enige tijd terug las ik het boek De Prooi van Jeroen Smit over de fusie tussen ABN en Amro en het financiële debacle bij de bank, dat uiteindelijk leidde tot de verkoop van ABN Amro aan de Staat.

De aardigste anekdote die ik me uit dat boek herinner, gaat over het verschil in bedrijfscultuur tussen ABN en Amro en het zakendiner om de fusie tussen beide banken (1990) te vieren.
De ABN had geïnformeerd  of “men” bij dat diner ook een cadeautje zou meenemen en aan welk bedrag er dan gedacht werd. De Amro dacht aan een presentje van “twaalfvijftig”  werd gezegd.
Jeroen Smit:
Hazelhoff (oud ABN-topman) liet zijn secretaresse daarom acht mooie bonbons voor de vrouwen van de Amro-bestuurders bestellen. Het is even schrikken als die avond blijkt dat Amro-bankiers hun nieuwe collega’s op een set gouden manchetknopen trakteren van 1250 gulden“. (De Prooi, p. 43)
Czaar Alexander II van Rusland, één van de eerste geldschieters van de ABN, hangt vlakbij de buste van koning Willem I, oprichter van de Handelsbank
Czaar Alexander II van Rusland, één van de eerste geldschieters van de ABN, hangt vlakbij de buste van koning Willem I, oprichter van de Ned. Handelsmaatschappij
Kleine selectie van bedrijfsplaquettes van de TALLOZE kleine regionale banken die ooit zijn samengesmolten tot steeds groter wordende fusies als de ABN en de AMRO, wat sinds 1990 inmiddels de kolos ABN Amro is. Rechts historicus Jan-Jaap Moborn
Kleine selectie van bedrijfsplaquettes van TALLOZE regionale banken die ooit zijn samengesmolten tot steeds groter wordende fusies in ABN en AMRO, en nu de kolos ABN Amro vormen. Rechts historicus Jan-Jaap Moborn

Ik bedoel maar. Bedrijfsculturen verschillen toch zo van elkaar. Een particulier bedrijf heeft geen ambtenarencultuur, zoals je ook deze weken weer merkt in het contact tussen Den Haag en ABN Amro.
En een zakenbank zoals de aloude ABN, een handelsbank voor grootindustrieëlen en vermogende particulieren, is geen spaarbank, even heel kort gezegd. Het vraagt een andere manier van denken, mentaliteit en omgaan met elkaar. Een bedrijfscultuur bestaat uit mensen. En al die mensen op de Zuidas moeten het toch maar met elkaar doen tijdens werktijd. Op welk nivo dan ook.

Historische collectie Ned Handelsmaatschappij (voorloper ABN) uit Ned-Indië: typemachine uit 1900
Historische collectie Ned Handelsmaatschappij (voorloper ABN) uit Ned-Indië: typemachine uit 1900
spaarbusjes
spaarbusjes

Het was een moeizame fusie geweest tussen de statige ABN en de Amro, die was ontstaan uit tal van kleinere regionale banken voor particuliere spaartegoeden en kredietverschaffing voor kleingebruikers.

De kunstcollectie van de ABN Amro laat eigenlijk net zo’n wonderlijke fusie zien, van allerlei kunstuitingen bij elkaar, uiteenlopend van historisch tot modern.

DSC04004Buiten word je verwelkomd door een hondje van Tom Claassen (1964) en moet je maar net oog hebben voor de fontein van Mario Merz (1925-2003), één van de initiatiefnemers in de jaren ’60 van de Arte Povera-stroming.

Arte Povera: en dat op de Zuidas?

Binnen in de centrale hal van de bank hangt een sculptuur van schrootafval van John Chamberlain (1927-2011), een  perspectivisch raam van Jan Dibbets (1941),  een strakke schaal van Anish Kapoor (1954) en een minimalistische muurwand van Soll Le Witt (1928-2007), naast staatsiefoto’s DSC04028van Koos Breukel (1962) van Willem-Alexander en Maxima.

Een grote minimalistische sculptuur van Donald Judd (1928-1994) tegenover de ingang:
“Het is kunst dat niets anders voorstelt dan zichzelf“, aldus historicus Jan-Jaap Moborn die de kunstrondleiding bij de bank verzorgde.

Het is opvallende eenvoudkunst temidden van het grootkapitaal.

DSC04020
een bewaker van ABN Amro bewaakt een sculptuur van Donald Judd

Terwijl ik naar de uitleg over Judd luisterde, leunde ik tegen een marmeren muurtje aan. Een bankbewaker bewaakte Judd. Terwijl ik achterover hing, voelde het ineens alsof ’t muurtje bewoog en ik mijn evenwicht zou verliezen. Verbaasd bracht ik mijn gewicht weer op eigen benen en draaide me om naar het muurtje. Het was van marmer, geen beweegbare afzetting. Een man uit de groep kunstliefhebbers om me heen zag mijn verbazing, kwam naar me toe en zei raadselachtig grijnzend:
Ik had zo even preciés hetzelfde gevoel bij dat muurtje!”.
Begrijpen deed ik het niet.
Misschien staat de bank dan toch op omvallen?”,  vroeg ik.

Ik “graaide” nog even een ABN Amro-consumptiebon bij de entrée mee. Ondanks alle bankperikelen was ik puur uit eigen belang die Open Torendag gekomen om van het uitzicht op de Zuidas te genieten. Ik was in goed gezelschap geloof ik, als het om eigen belang ging.

Maar het uitzicht was allerbelabberdst, die regenachtige dag, 23 hoog. De wereld buiten was in nevelen gehuld. Ik moest aan de woorden van Nout Wellink denken, over de vervreemding van de top op de Zuidas. Misschien is 23 hoog toch iets te hoog voor Nederlandse begrippen? We zullen het zien, als de bank toch nog dit jaar door de Staat (deels) weer naar de beurs wordt gebracht.

DSC03997
Zoals Berlage bedoelde: de Minervalaan als grote allee van het Zuidstation af, richting Hiltonhotel
DSC04037
Olympisch Stadion en Citroëngarage, daarachter de witte daken van het Olympisch Kwartier, gezien bij regen vanaf de Zuidas. Op voorgrond: Geert Groote College aan Fred. Roeskestraat
  •  Wie zwijgt wordt niet gehoord. Honderd jaar medezeggenschap in Nederland. M. Algra, 1989, uitg. Delwel & Welboom Bladen