Tagarchief: Amsterdams Lyceum

Vrouw in sarong


2014-04-20 2014-04-20 002 033 (2)
Fier rechtop lijkt een Vrouw 2014-04-20 2014-04-20 002 018in Sarong je op te wachten als je via de poort van het Amsterdams Lyceum over de Lyceumbrug Berlage’s Zuid binnenrijdt. Fier torent de Vrouw uit boven de waterpartij met fonteinen, tussen twee leeuwen in.
Innig Nederlands-Indië” staat er sinds 2007 op een muurtje naast haar.

Onthulling v h Van Heutszmonument in ’t bijzijn v konigin Wilhelmina in 1935, de koloniale periode

Ze is alleen geen Vrouw in Sarong.
Schijn bedriegt. Ze is oorspronkelijk een Vrouw met een wetsrol in haar handen, symbool voor het Nederlands gezag in Nederlands-Indië…

Tja, dat komt er nou van als je een monument in de loop der tijd en geschiedenis een andere naam en andere betekenis geeft. Iedereen kan er nu in zien, wat hij of zij wil.
En ik zie er een fiere Vrouw in Sarong in. Ik máák er een Vrouw in Sarong van.

  • Op 17 augustus 1945 verklaarden de Indonesiërs zich – 2 dagen na de capitulatie van Japan en het einde van WO II – per “Proclamasie” onafhankelijk van Nederland. Nederland erkende die verklaring niet en stuurde lichtingen-vol-dienstplichtige soldaten de Onafhankelijksheidsoorlog in. Eufemistisch heette dat toen “politionele acties”. Pas 4 jaar later, december 1949, ondertekende Nederland in het Paleis op de Dam de souvereiniteitsoverdracht. Maar voor Indonesiers is de 17e augustus hun Onafhankelijkheidsdag.

Wat nu het “Monument Indië-Nederland” is gaan heten  op het Olympiaplein, heette vanaf de inhuldiging in 1935 – nog tijdens de koloniale periode –  het “Van Heutsz-monument” in Amsterdam-Zuid. Er prijkte onder de Vrouw met wetsrol een bronzen plaquette met de buste en naam van Generaal van Heutsz (1851-1924): het “Hollandse bulderkanon“, zoals Indiërs in Atjeh op Noord-Sumatra deze gouverneur-generaal, commandant in het Koninklijk-Nederlands-Indische-Leger (het KNIL) noemden.
De Nederlanders noemden hem de “Pacificator van Atjeh“, alsof de man slechts rust en vrede had gebracht in een opstandig moslimgebied, dat zich niet makkelijk liet kolonialiseren. De generaal kreeg een grootse staatsbegrafenis in Amsterdam , een praalgraf en ook nog een eigen monument. Maar was vanaf het allereerste begin politiek omstreden.

De telefoon rinkelde.
Ga je mee het Van Heutz bekladden?“, hoorde ik een meisjesstem aan mij vragen. Het was Mineke R., mijn schoolbankgenootje van de Moriaschool in de Wodanstraat, haar broer was bij Provo. Het was eind jaren 60 en ik nog maar piepjong op de lagere school. Ze wilden met liters witte verf het standbeeld van Van Heutz op het Olympiaplein bekladden.

ANP01_12977032_X
©ANPfoto: Ruud Hof, 1965

Huhh?? Bekladden? Wat was dat?

Van Heutsz was HET symbool van de Nederlandse koloniale onderdrukking in Nederlands Indië,” vertelt ex-provo Auke Boersma in de documentairefilm De Rebelse Stad, die dit jaar ter herinnering aan de Provo-beweging in première ging.

Het beeld werd het doelwit van Provo. Er moest afgerekend worden met het verleden. Er brak een nieuwe tijd aan. Het was de tijd van Martin Luther King, de Burgerrechtenbeweging. Dus het Geweldloze stond echt voorop. Die massamoordenaar in Atjeh, die zat ons verschrikkelijk hoog.
Een half jaar voor de allereerste anti-Vietnamdemonstraties speelde dat voor ons al, die link met Van Heutsz werd door ons gelegd: Massamoord in Atjeh en massamoord in Vietnam”.

VIDEO: geschiedenis Van Heutsz- staatsbegrafenis Amsterdam -Provo:

Dit foute eerbetoon (aan Van Heutsz) moet gestopt worden’, vond een buurtbewoner bij een inspraakronde van Stadsdeel Oud-Zuid (bron: Historisch Nieuwsblad, 12/10/2000). Na jarenlang gedoe en adviezen kreeg het monument een nieuwe naam: Monument Indië-Nederland. Ter Nagedachtenis aan 350 jaar koloniale geschiedenis. De plaquette van Van Heutsz verdween in de jaren 80 al (op mysterieuze wijze).
Tegenstanders van een naamswijziging waren er ook: ‘Naamsvervalsing zou geschiedvervalsing zijn”. Het koloniale verleden moest je niet zomaar wegpoetsen. Een andere buurtbewoner vond ‘Insulinde-monument ” wel een goede naam. ‘Zo noemde Multatuli het Indisch eilandenrijk’.

2014-04-20 2014-04-20 002 044Het monument op het Olympiaplein is groots en complex en niet op één enkele foto vast te leggen. Het bestaat uit het ruim 4 m hoge vrouwenstandbeeld, uit vele poorten, een grote waterpartij en vele in steen gebeeldhouwde laag-reliëf sculpturen met landelijke Indische taferelen.
“Saïdjahs vader had een buffel, waarmee hij zijn veld bewerkte. Toen deze buffel hem was afgenomen door het districtshoofd van Parang-Koedjang, was hij zeer bedroefd, en sprak geen woord, vele dagen lang”. Uit: Max Havelaar, Multatuli)

Als je wilt, “lees” je het monument nu als het grote koloniale verhaal. Het verhaal van de handel in nootmuskaat en kruidnagel en de gedwongen verbouw voor de export naar Nederland. Het koloniale verhaal van de Heren van de Thee en de koelies op de plantages,

Dat het op Gamboeng zo vaak en zo hevig zou regenen, had hij niet voorzien. Die regen en de eenzaamheid (hij had nu in bijna drie maanden geen woord Nederlands gehoord of gesproken) waren de schaduwzijden van zijn Eldorado. (-) Hij begreep ook waarom voor de mensen die hier woonden elke boom, steen en bergstroom bezield was, een wezen met een naam, een bijzondere macht” (Uit: Heren van de Thee, Hella Haase)

het verhaal van Amsterdamse kooplieden als ”Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie op de Lauriergracht no. 37”, en van bestuursambtenaren als Max Havelaar.
Het verhaal van de

“De laatste telg van de machtige verzetsfamilie Di Tiró was net in de bergen van Pidië neergeschoten en de Hollanders vierden feest. Het verzet was gebroken”. (Uit: Wisselkind, Basha Faber)

suiker en de rubberbomen, van de aanleg van de Groote Posweg op Java: in een jaar tijd een trajekt van 1000 km met louter menskracht aangelegd.
Het koloniale verhaal van: moeten afstappen van je fiets en je hoed moeten afnemen voor een blanda.
Het grote verhaal van oliebedrijven als Shell, mijnbouw-en ertswinningsbedrijven als de Billitonmaatschappij op het eiland Belitung. Het verhaal van geld,

“Als ik sterf te Badoer, en men begraaft mij buiten de dessa, oostwaarts tegen den heuvel, waar ’t gras hoog is, dan zal Adinda daar voorbijgaan, en de rand van haar sarong zal zachtkens voortschuiven langs het gras…Ik zal het horen”. (uit: Saïdjah en Adinda, uit Max Havelaar, Multatuli)

geld, geld: van”money makes the world go around“….

De veelomvattendheid van het monument op het Olympiaplein staat wat mij betreft inmiddels symbool voor de enorme uitgestrektheid van het eilandenrijk dat Indonesië als archipel is: meer dan 17.000 eilanden rijk is de republiek. Met een veelvoud aan culturen, talen en religies.

Het was jarenlang een wonderlijk monument, als je bedenkt dat het oorspronkelijke Van Heutsz-monument nooit een standbeeld van de gouverneur-generaal heeft bezeten. Slechts een plaquette met zijn kop en zijn naam.
De wijdsheid en rijkheid van Indonesië heeft dus altijd al in alle onderdelen van het monument de boventoon gevoerd. De beeldhouwer Frits Van Hall die het monument ontwierp, schijnt ook gezegd te hebben “Vervang het door de letters Vrijheid, Merdeka of Indonesia, en je hebt een Vrijheidsbeeld’.cruise 272

Het was 17 augustus 2011. Het cruiseschip de Ms Rotterdam, waarop ik vaarde, lag in de Oostzeehaven van Warnemünde in Duitsland voor anker. De Indonesische bemanningsleden hadden vrij en vierden hun nationale Onafhankelijkheidsdag aan boord van hun werkgever de Holland Amerika Lijn. De rederij leek het cruiseprogramma expres zo gepland te hebben. Het gros van de passagiers was een hele dag aan land op excursie naar Berlijn.
Ook mijn vader was in dienst van de Holland Amerika Lijn geweest. Ik hoor hem nog, begin jaren ’70, zuchtend somberen aan tafel ’s avonds, toen het met het passagiersbedrijf bergafwaarts ging door het opkomend vliegverkeer met Amerika en er fors ingekrompen moest worden op personeelskosten “en de Indonesiërs zouden komen“… Als goedkoop alternatief voor Nederlands bemanningspersoneel.
De vakbonden gingen knarsentandend akkoord omdat ’t alternatief was: de teloorgang van het historisch scheepvaartbedrijf.
Tot op de dag van vandaag kun je zo op cruiseschepen van de HAL de koloniale geschiedenis van Nederland terugzien. (Hoewel de Indonesiërs inmiddels alweer deels vervangen zijn door nog goedkoper personeel uit de nabij gelegen Philippijnen).
De Indonesiërs op de ms Rotterdam hoefden op hun Onafhankelijkheidsdag hun scheepsuniformen niet aan en vierden in eigen moslimkledij, met muziek en welriekend Indonesisch eten hun 17e augustus. Zelfs op de kade van Warnemünde, waar meerdere vlaggen gehezen waren, wapperde die dag eenmalig het rood-wit van Indonesië.
Ik hoorde de Nederlandse kapitein aan boord over de scheepsintercom de Indonesiërs een fijne feestdag toewensen.

Dat is nog eens tactisch personeelsbeleid, dacht ik toen. Daar hou je je mensen wel tevreden mee.  Of moet ik misschien zeggen: mak?
 

Kaddish voor een buurt

Een knettersaaie buurt” noemde ondernemer Niels Wouters van het nieuwe trendy restaurant Citroen in de Citroëngarage op het Stadionplein laatst de Stadionbuurt. Het Parool kopte groot.

Parool, 10 april 2015
Parool, 10 april 2015

Wouters, half dertig, eigenaar van diverse hippe horecagelegenheden: “Een afschuwelijke buurt. Knettersaai. Het is hier zo dood als een pier. Dat het gebouw hier staat is vooral jammer voor het gebouw“.

Er gebeurt werkelijks niets bijzonders in de Stadionbuurt” stemt een andere “hipster” in online en is blij met de culinaire nieuwe ‘hotspots’ Baut Zuid en Citroen op het Stadionplein met hun roze en witte metalen stoeltjes, bijzondere “drinks with a twist”, “street-art-murals” en DJ-afterparties.

9200000000029404Tja, denk ik dan. Maar wel een buurt met op elke straathoek een levende historie van zo’n 100 jaar! Tis maar of je er oog voor hebt, oor voor hebt, hart voor hebt.
Allereerst Olympische Historie. Maar ook gewone-mensen-historie, uit ongewone oorlogsjaren, opgetekend door schrijvers als Heere Heeresma (1932-2011), opgegroeid rond de Olympiaweg, 8 jaar toen de oorlog uitbrak, die met zijn literatuur een eerbetoon wilde brengen aan zijn verdwenen buurtgabbers uit de oorlog: een “kaddish“: een joods gebed in de synagoge voor de rouwenden.

Lijn 16 in Stadionstraat = nu EOSstraat
Lijn 16 in Stadionstraat = nu EOSstraat

“Lonneke…we waren aan het spelen op een zaterdagmiddag. Toen zei ze: oja, zei ze, voor ik het vergeet, maandag ben ik er niet meer.”
“O, ga je verhuizen?”
“Ja, we gaan allemaal weg, met elkaar.”
“Ik vroeg: Waar ga je dan naartoe?”
“Ze zei: We moeten daar bij de halte van het Amsterdams Lyceum bij lijn 16 staan, ’s morgens om half zes”.

Soms marcheert er een colonne Waffen-SS zingend over de Stadionweg: “Die Fahne hoh, die Reihen fest geschlossen”; trekt zomers een cohorte soldaten van de Wehrmacht over de Olympiaweg, met ontbloot bovenlijf zingend op weg naar het Mirandabad: “Blonde Gretchen heeft een hart van Stacheldraht“. Ook de NSB klinkt in de buurt: “De wil wordt daad, aan ons de straat, voor NSB houzee!”

Heeresma brengt het allemaal tot leven. De foute buurtslager Roelofzen, wiens zoons bij de HitlerJugend zijn, met wie hij een keer meeglipt het Olympisch Stadion in, naar een boxwedstrijd van Wehrmachtsoldaten.
De Wehrmacht, die het Amsterdams Lyceum heeft bezet, de Kriegsmarine die in een villa in de Olympiastraat is ingetrokken. De koperen kerkklokken van de Willem de Zwijgerkerk, die worden afgevoerd naar Duitsland, om er kogels van te maken. Banketbakkerij Maison Kiebert op de Marathonweg – nu Café Kiebert –  waar hij suikervrij gebak voor zijn tante koopt.

Een jongen, in korte broek met afzakkende kniekousen, is hij, gefascineerd door de vliegtuigen boven zijn hoofd op weg naar Schiphol. In de buurt pikt hij de streetlanguage van zijn tijd op: het Jiddisch, vol Oost-Europese en Duitse accenten van immigranten. Nieuw-Zuid was in de jaren ’30 volgestroomd met gevluchte joden uit het Oosten. En Heere weet van zijn vader, die godsdienstleraar is, veel van het Jodendom.

Eén voor éen brengt Heeresma ze tot leven:

Olympiaplein 20 juli 1941
Olympiaplein 20 juli 1943: joden gaan op transport
  • Lonneke Fajgenbaum
  • Zijn gabber Eli en diens tweelingzus Naomi van de Olympiakade, bij wie hij zaterdags de “sjabbes” doorbracht en die hij ziet worden afgevoerd met kussenslopen vol bagage
  • Zijn buren, de familie Gomperts, die maar niet gaan onderduiken omdat ze denken dat t wel goed komt. Totdat ze in Bergen-Belsen belanden
  • Roza Taitelbaum, die vraagt of ze met hem mag trouwen, zodat zijn naam op hun deur komt te staan “en dan ben ik veilig” zegt
  • Monne uit de Watteaustraat, afkomstig uit Litouwen, die al aardig Nederlands spreekt en waar “prachtig meubilair” staat tussen allemaal dozen en koffers
  • schooljufrrouw Sara De Wilde, die ook plots een gele ster draagt en afscheidneemt met de woorden: “Nou kinderen, tot na de oorlog dan maar
  • Esther Moritz, met wie hij kauwgombal kauwend door de buurt struint, totdat er ook bij het bankje op het Minervaplantsoen een bordje staat “Voor Joden verboden”
  • schoolgenootje Kiki Epstein, die “ganz mesjogge” doet
  • Mosje Ansinger op de Stadionweg, waar hij met electrische treintjes speelt in een huis vol mahonie, kristal en mooie voorwerpen, totdat ineens het naambordje verdwenen is en vreemden de deur opendoen, terwijl Heere nog wel “het mooie met parelmoer ingelegde tafeltje” in de hal ziet staan. Hij wordt weggejaagd.
  • Judith, waarmee ie voor t eerst zoent
  • Käthe Schlesinger uit de Hectorstraat, afkomstig uit Berlijn, die door zijn ouders wordt gestimuleerd om onder te duiken
  • Rozèle Raskower van het Raphaelplein, voor wie hij – als ze onderduikt – soms een joods boek steelt uit de studeerkamer van zijn vader en –  in krantenpapier verpakt – onder een tegel legt, in een poort bij de Jan van Goyenkade: tot op een dag het vorige boek er nog ligt
  • Of meneer Vijg, illegaal vluchteling uit Hitler-Duitsland, die elders is ondergedoken, maar door Heere soms moet worden opgehaald van zijn moeder om bij hen te komen eten, totdat hij op een dag voor niks komt: “Meneer Vijg was als in rook opgegaan“.
  • Zo ook de joodse onderduiker Johan Hiegentlich in het huis van de Heeresma’s zelf

Zij allen, hij ziet ze niet weerom.

N.a.v. zijn boek “Een jongen uit Plan Zuid” maakte Heeresma in 2003 voor het VPRO-radioprogramma De Avonden vier wandelingen door de Stadionbuurt met journalist Anton de Goede, uitgezonden als: “Monologen uit het bijna toen“, waarin hij vertelde over hun onderduiker:

DSC04314Ze staan tijdens het radioprogramma stil voor de fietsenwinkel op de Marathonweg, al bijna een eeuwlang een fietsenstalling/reparatie/handel, waar in de oorlog ene Jongsma als eigenaar inzat.

Jongsma zat ook in het verzet. Hij kwam wel eens bij ons met bonkaarten en stamkaarten. Daardoor kende hij Johan Hiegentlich die bij ons ondergedoken zat.

Op een bepaald moment komt Johan Hiegentlich bij Jongsma en zegt: ik heb ogenblikkelijk een fiets nodig, ik moet even vlug ergens zijn.
Zegt Jongsma: ik heb een fiets die op slot staat, die is van een foute inspecteur van politie, die komt over anderhalf uur terug, zorg dat je over een uur terug bent, anders heb je problemen.

Toen Johan Hiegentlich terugkwam stond hier neuriënd die foute politieman te wachten. Die heeft hem meteen meegenomen naar de Euterpestrasse, nu de Gerrit van der Veenstraat, naar de SD die daar in een school was gevestigd.

In dat gebouw waren twee elektriciëns bezig, eén van hen zat ook in het verzet. Die heeft Hiegentlich zien binnenbrengen. Hij is ’s avonds naar ons toegekomen.
Hij zegt: ze hebben hem verhoord op een gruwelijke manier. Ik heb hem horen jammeren, huilen, genade smeken, alles.
En nou het wonder! Die hypernerveuze overgevoelige jongen heeft geen woord gezegd, want anders had ik hier niet gestaan”.(-). 

De Deutsche Sicherheitsdienst in de Euterpestraat = nu Gerrit vd Veenstraat
De Deutsche Sicherheitsdienst in de Euterpestraat = nu Gerrit vd Veenstraat

De VPRO: “als Hiegentlich had doorgeslagen, dan waren ze naar uw ouderlijk huis gekomen en was het hele gezin meegenomen”?.

Heeresma: “Dan ging je naar Neuengamme of zo, dat soort speelterreinen“.

Diezelfde avond werd de joodse onderduiker van de Heeresma’s naar het C.S. gebracht, waar een goederentrein klaarstond.

“(-) Dat is hier gebeurd.” Aldus Heere Heeresma, staand op de Marathonweg, voor wat al een eeuwlang een fietsenhandel is.

Inderdaad.
Een doodsaaie buurt. Er gebeurt niets bijzonders.

  • Heere Heersema: Een jongen uit Plan Zuid, 2005
  • Heere Heeresma: Kaddish voor een buurt, 2013
zie ook mijn blog: What’s in a name:

Moongate: poort in Zuid

DSC03724
Neon Moongate, in tuinpoort Olympisch Kwartier, artist: Willem Hoebink

Tien passen vanaf mijn voordeur in het moderne Olympische Kwartier stap ik zo een Moongate in: een tuinpoort van glas: 10 meter breed, 9 meter hoog, met een neoncirkel van 7 meter doorsnee, die op ooghoogte begint. Alsof je door een Cirkel van Licht heen de tuin binnentreedt. Het is een neon- kunstwerk van Willem Hoebink (1966) uit 2008.

Oorspronkelijk is een Moongate in tuinarchitectuur een ronde opening in een stenen tuinmuur en stamt uit de klassieke Chinese landschapsarchitectuur van de Chinese adel; het refereert aan openheid naar de buren en symbolisch aan de terugkerende cyclus van de seizoenen, de cirkelgang van geboorte, leven, dood en hergeboorte in de natuur, de leer van het Chinese Taoïsme.

In Amsterdam-Zuid kun je in Buitenveldert in de Hortus van de VU zo’n chinese tuin-moongate zien. 

Maar Moongates zijn er inmiddels in soorten en maten, niet alleen als ronding in een muur – een oprijzende maan aan de horizon – maar ook van metaal, van hout, of dus van neon op glas. Bovenstaande video geeft een mooi overzicht, evenals de link onderaan dit blog.

foto: Hoebink

Het Olympisch Kwartier heeft maar liefst 9 neon- Moongates.
Vijf woonblokken hebben grote glazen tuinpoorten, ontworpen door Lafour en Wijk Architekten. De poorten liggen in elkaars verlengde, waardoor er een zichtas door de hele wijk heen ontstaat op de binnentuinen.

DSC03709In de glazen poorten weerkaatsen ’s avonds de felle neoncirkels, in een eindeloos refrein, als Olympische ringen door de tuinpoorten heen. Zo passen ze prachtig  in een wijk, die grenst aan een Olympisch Stadion.

De lichtcirkels van Hoebink vormen één van de drie kunstwerken die in de architectuur van de nieuwbouwwijk geïntegreerd zijn, zoals ik al eerder beschreef in mijn blog “Stoned forever” (februari 2015) over de metalen letters in de bakstenen muren en de stylistische huisnummers. Kunst verweven in architectuur, in de lijn en stijl van Amsterdamse School-architectuur uit Plan-Zuid van Berlage.

640px-Youyicun_garden
Klassieke Chin. tuin in Suzhou regio, Jiangsu provincie
Op zich zou de historie of filosofie van de Aziatische Moongates een mooie achtergrond voor een column over de neon Moongates in het Olympisch Kwartier kunnen zijn.
Maar mijn ogen doen iets anders. Mijn ogen herkennen in de klassieke Chinese Moongate een poortvorm, die ik alom op mijn zwerftochten door de Stadionbuurt tegenkom.
Mijn ogen zien de neoncirkels niet alleen als een 21e eeuwse interpretatie van de klassieke chinese Moongate, maar mijn ogen zien in de glazen tuinpoorten van het Olympisch Kwartier tegelijkertijd een 21e eeuwse toevoeging aan het bestaande poortenplan van de Stadionbuurt.DSC03694
Als er namelijk iets is waarin het Olympisch Kwartier als nieuwbouwwijk een dialoog aangaat met de vroeg-20e eeuwse Stadionbuurt, dan is het toch wel met haar poorten, is mijn conclusie.

Het Olympisch Kwartier heeft behalve haar 9 glazen tuinpoorten ook nog eens een overbouwde toegangspoort tot de wijk, aan de zijde van de Aphroditekade, die uitkomt op de centrale Eosstraat.

DSC03573
Ik laat in bijgaande fotoserie zien hoe m.i. deze parallel te trekken is.

Als een Middeleeuwse toegangspoort tot de vesting Nieuw-Zuid: zo rijst aan de Pieter Lastmankade het Amsterdams Lyceum op, net achter de Oud-Zuid stadsgordel rond het Concertgebouw. Het is 1919, het eerste jaar na de Eerste Wereldoorlog, vertelt de gevel. Hier treedt u binnen in het Uitbreidingsplan Zuid van Berlage. Met de Moongates en de toegangspoort in het Olympisch Kwartier als sluitstuk.

Terwijl ik sta te fotograferen in het poortje naar het Hygieaplein, raak ik in gesprek met een echte fotograaf, DSC03533een Engelsman. Hij zou de fietsen of de verkeersstopborden graag van het fotobeeld verwijderd willen zien, zegt hij. Dan krijg je mooiere architectuurfoto’s.
But that’s life” geef ik als commentaar. Net als de kapotte neonringen, die ik fotografeer, de lichtcirkels die om de haverklap door voetballen of andere botsingen in de tuinpoorten in stukjes naar beneden hangen. Niets is perfect. Ook de maan is niet altijd vol. Dus ook de Moongate niet.

De fotograaf vraagt wat ik aan het doen ben. Ik fotografeer in de buurt “lots of ports” antwoord ik en schiet hardop in de lach als ik zijn fronzende wenkbrauwen zie en ook zelf mijn Engelse taalfout hoor. Maar het is wel een leuke taalfout om i.p.v. “gate” de onderdoorgangen een “port” te noemen: een haven!DSC03799

De stadspoorten in Zuid vormen immers een haven van rust temidden van de drukte.

In Plan Zuid van Berlage, uit 1917, werden woonwijken bewust afgeschermd van drukke doorgangswegen als de Stadionweg, Olympiaweg en Marathonweg, door poorten in de bakstenen woonblokken aan te brengen. Hierdoor ontstonden er binnenhoven en stille pleinen, zoals bv. het Hygieaplein of de Sportstraat (foto).
Ook daarbij hebben de architecten van het Olympisch Kwartier willen aansluiten. En spreekt Stadsdeel Zuid van “Plan Zuid in de 21e eeuw“.
En noem ik de neon Moongates van Hoebink in de glazen tuinpoorten een 21e eeuwse interpretatie van Amsterdamse School-verfraaiing in architectuur.