Tagarchief: Amsterdam

Friet op de Parnassus

s710742923750749015_p3_i2_w640.jpg
Het Parnassusbergmassief in Griekenland met Orakel van Delphi ter ere van Apollo

Parnas heet tegenwoordig de wijk die de Amsterdamse Stadionbuurt verbindt met de Zuidas. Althans, in trendy stedebouwkundige termen heet die wijk zo. Je moet toch wát, om je vastgoed te verkopen?
Het gebied is in ontwikkeling. De Amsterdamse Rechtbank wordt opgepimpt en de kantoortoren uit 1977 aan de Parnassusweg geheel gestript, van een glazen façade voorzien met restaurant aan het water en verhoogd tot bijna 60 meter. Voor de bewoners rondom de Stadionweg betekent dat een extra stukje blauwe lucht minder. De hoogbouw van de Zuidas rukt op.Zo’n toren heet tegenwoordig een Tower, zoals ook het hotel aan het eind van deze bebouwde Parnas-strook nu Olympic Hotel heet en de opgeleukte Citroëngebouwen naast het Olympisch Stadion, The Olympic zijn gaan heten. Oh, oh, wat zijn we hot. Nu krijgen we in september dus ook een Parnassus Tower.

20190821_222146.jpg
Amandelvormig brughuisje op de Parnassusbrug met moderne Parnassus Tower .

Geen Amsterdammer noemt het gebied Parnas. Elke Amsterdammer kent de Parnassusbrug vooral van de twee friettentjes, die er sinds jaar en dag aan beide zijden van de brug huizen in de prachtig gesculptuurde brughuisjes in Amsterdamse Schoolstijl van architect Piet Kramer (1881-1961).

De bestemming van de amandelvormige huisjes was altijd een kiosk, er heeft nog een rijwielzaakje ingezeten en onderin waren er urinoirs. Ook de afdeling Beplanting van de Gemeente gebruikte een huisje(*2)Op de brug zelf vallen de ingebouwde glooiende banken op, het siersmeedwerk in de brugleuning en aan weerszijden van de brug de gebeeldhouwde stenen beelden van Hildo Krop (1884-1970). Ik bedoel: het is niet zomaar een brug, het is een prachtbrug, een meterslang architectonisch bouwwerk, een schoolvoorbeeld van organische architectuur in mijn ogen.

Zwevende Muze, beeld van Hildo Krop (1884-1970) uit 1941, geplaatst 1957 op de Parnassusbrug

FILM

Via NPO-start (of via de link onderaan dit blog) kunt u een grappige, 30 minuten durende film “Parnassus” zien, waarin op deze Parnassusbrug een modern Romeo en Julia-liefdesdrama wordt uitgevochten, tussen de twee families in de friethuisjes, recht tegenover elkaar op de brug. Zie hier de trailer: 

De twee frietboeren met hun zoons beconcurreren in de film elkaar bijkans dood. Maar ja, dan komt er een zus in het spel…en vechten liefde en haat om de overhand. Een filmdebuut uit 2015 van de jonge acteur/regisseur Robin Boissevain (1996), waarin de oude Parnassuskantoortoren nog te zien is.1050531(0).jpgOké, de Parnassusbrug kennen we van de friet. Maar wat er nou op de Parnassus-berg gebeurde in het Olympische Griekenland???? Misschien weten we nog nét dat Montparnasse een kunstzinnige wijk op een heuvel in Parijs is, iets waar mondain Amsterdam nu met zijn Frans-klinkende Parnas op inspeelt.1050511.jpgDe brug verbindt vanaf begin jaren ’40 het toen nog landelijke Buiten-veldert met de Stadionbuurt. De hoekflats aan de Parnassusweg lijken wel een toegangspoort tot de Zuidrand van de stad. Daar begon Amsterdam. De weg loopt uit op het Olympiaplein, en aan de andere kant van dat plein begint de Apollolaan.
Ahh, denk ik, wat zit er toch een vernuftig doordacht systeem in die hele naamgeverij van zo’n stad!

APOLLO EN ZIJN MUZEN

Want het was Apollo, god van de muziek en de schone kunsten, die op de Parnassusberg, in het plaatsje Delphi, in een tempelcomplex vereerd werd in het Olympische Griekenkand. Samen met zijn negen Muzen, die allerlei kunstenaars inspireerden.

Vandaar ook dat fantastische stenen beeld van een Muze op de Parnassusbrug, aan de voet van de Parnassus Tower! Heeft u er wel eens bij stilgestaan?

Apollo met dichters en muzen op de Parnassusberg, fresco van Rafaël: 1509-1511

Een Apollolaan achter een Olympiaplein en een Parnassusweg: daar zit dus een hele gedachte achter. Ook de aangrenzende schildersstraten, genoemd naar bijvoorbeeld Rafaël, Tintoretto, Watteau volgen daar logischerwijs uit voort. Met een Cliostraat middenin de schildersbuurt, de naam van een muze. En ook de muzikale namen als Mahler, Stravinksy, Gershwin, Vivaldi voor straten, tunnels en gebouwen op de hippe Zuidas.

Deze zomer stond er een houten versie van Apollo met dansende muzen op de Apollolaan tijdens #ArtZuid, waarover ik eerder schreef in Muziek in wrakhout van de jonge architect/kunstenaar Ivan Cremer.

20190608_014238.jpg
Apollo en zijn 9 muzen op de Apollolaan #ArtZuid, Ivan Cremer

En er was een gouden Apollo op de Parnassusberg in Amsterdam te zien tot 25 augustus, tijdens de tentoonstelling De Schatkamer, Meesterwerken in de Hermitage. Een Apollo met lier – net zoals de lier bovenop het Concertgebouw – maar in de Hermitage stond Apollo bovenop een 18e eeuws bureau van een Duitse meubelmaker Rõntgen, gemaakt in opdracht van de Russische keizerin Catharine de Grote: Apollo and the Arts, a musical marvel: een krankzinnig barok bureau dat zich als een muziekdoos opende!

Apollo bovenop de Parnassusberg, op een bureau, in de Hermitage van Amsterdam

Die ambtelijke afdeling die een namensysteem bedenkt voor een stad, een wijk, een buurt kàn dus blijkbaar best zijn stedebouwkundige werk uitstekend doen. Als ze willen. Dan brengen ze logica in zo’n stad aan, zodat ieder zijn weg kan vinden. Dat is de functie van zo’n stratenplan.

Die ambtelijke afdeling die daar verantwoordelijk voor is, heet de Dienst Basisinformatie. Ik had er nog nooit van gehoord, totdat ik vorig jaar ermee kennismaakte toen ze dwars tegen alle adviezen van raadgevers in, hun idee voor een Johan Cruijfplein middenin een Olympische buurt wilden doordrukken.

Zwaveldampen in het Parnassusgebergte. Bij het Orakel van Apollo vroeg men om raad.

GEESTVERRUIMENDE ZWAVEL IN DEPLHI

Die ambtenaren van de gemeente hadden eens een tripje naar die Parnassusberg moeten maken, bedenk ik me nu.

In dat Griekse Parnassus-bergmassief hangen nl. zwavelwolken, die tot vooruitkijkende inzichten van helderziende oudere vrouwen leidden. Een soort profetessen waren het in het vóór-Christelijke Griekenland. De Parnassus was het centrum van ‘waarzeggerij’.

Tegenwoordig zou je dat soort vrouwen een “medium” noemen, en hun zwavel wellicht een geestverruimend middel, zij kregen boodschappen door van de god Apollo, zij communiceerden tussen jou en de god bij het “Orakel van Delphi”.

Je ging dus voor raad en advies c.q. voorspellingen naar de Parnassusberg, naar Delphi. Toen de (latere) Christelijke keizers dat nog niet verboden hadden, werd daar heel wat waarde gehecht aan die bezwavelde orakeltaal.

Dat tripje hadden die ambtenaren vorig jaar ook eens moeten maken!
Gewoon een frietje op de Parnassusbrug gaan halen!
Een frietje… met zwavel!

  1. *De film “Parnassus” van Robin Boissevain, een liefdesdrama in 30 minuten tussen twee friet-families op de Parnassusbrug: https://www.2doc.nl/speel~VPWON_1249702~parnassus-vriende-en-rauwkost-3lab~.html
  2. *Het online-tijdschrift Wendingen, over de fraaie architectuur van de Parnassusbrug: https://amsterdamse-school.nl/objecten/objecten-in-de-openbare-ruimte/brug-415,-parnassusbrug/

Arena rond Cruijffplein

Eindelijk, de Johan Cruijff ArenA in Amsterdam Zuid-Oost komt er! Welke reden zou de Gemeente Amsterdam dan nog hebben om aan de andere kant van de stad in Zuid het aloude Stadionplein ook nog eens naar Cruijff te vernoemen? De Arenaboulevard die langs het voetbalstadion ligt kun je toch ook heel mooi Cruijffboulevard noemen?

Dat vragen inmiddels zo’n 2500 ondertekenaars van de online – en handmatige – petitie ”Stadionplein moet de naam Stadionplein houden” zich af. In een ”Verzoekschrift tot Intrekking van een Onjuist Besluit” hebben ze zich tot hun college van Burgemeester en Wethouders gewend.

In dat Verzoekschrift zijn ze niet over één nacht ijs gegaan. In een lijvig en gedegen beargumenteerd betoog van 10 pagina’s erkennen ze dat Johan Cruijff vernoemd en geëerd moet worden door de stad Amsterdam met een mooie stedelijke locatie, maar tonen ze aan dat het Stadionplein daar huns inziens niet de juiste plaats voor is.

DSC06366(1)
Het vernieuwde Stadionplein: links een huizenblok van BouwInvest, rechts de horecagelegenheid Het Proeflokaal

Ze vragen zich af of de gemeente haar werk in dit geval ook wel goed gedaan heeft. Slechts in uitzonderlijke gevallen vindt er nl. een naamswijziging van een bestaande straatnaam plaats. Daar moeten dan wel heel erg zwaarwegende redenen voor zijn. Nieuwe naamgeving moet bovendien wettelijk aan maar liefst 12 criteria voldoen. En dat doet de naam “ Johan Cruijffplein” niet, tonen de opstellers van het Verzoekschrift aan.

Het ene na het andere toetsingscriterium wordt in het Geschrift van inhoudelijk commentaar voorzien en afgeserveerd als ”onvoldoende getoetst”. Het meest eenvoudige en in het oog springende is nog wel, het criterium dat Amsterdam als regel heeft dat iemand vijf jaar overleden moet zijn, wil iemand vernoemd kunnen worden. Andere steden hanteren daar zelfs een termijn van 10 jaar voor.

GEHEIME DEMOCRATIE

Veel kwalijker vinden de ondertekenaars echter dat de hele procedure tot Naamgeving in dit geval in grote geheimzinnigheid plaatsvindt. Geen enkel document of advies over de naamgeving “Johan Cruijffplein” is openbaar. En dat is bepaald ongebruikelijk, laten insiders weten.

694
Jozias van Aartsen, waarnemend burgemeester van Amsterdam. Foto 2017© Remco Zwinkelsuit

Het is een vergaand besluit, vinden de ondertekenaars van het Verzoekschrift, een besluit dat de historiciteit van de Stadionbuurt beïnvloedt.
Door eigen onderzoek zijn ze erachter gekomen, dat waarnemend burgemeester J.J. Van Aartsen binnen het ambtelijk apparaat een verdeeld advies heeft gekregen van o.a. de Commissie Naamgeving Openbare Ruimten (CNOR) en desondanks zelf zogenaamde “zwaarwegende redenen” moet hebben gehad om dat advies naast zich neer te leggen en te besluiten dat er in Zuid een historische naam ingeruild moet worden om er een Cruijffplein van te maken.

De opstellers van het Verzoekschrift vragen zich af of dat allemaal wel democratisch is. Notabene is wel de familie van wijlen Johan Cruijff bij de besluitvorming betrokken geweest, maar is er verder geen Gemeenteraad bij te pas gekomen, geen buurtbewoner om een mening gevraagd en zijn zelfs niet alle wethouders, zo hebben de opstellers van het Verzoekschrift gemerkt, bij het besluit betrokken geweest. Alle verantwoordelijkheid lijkt voornamelijk te liggen op burgemeestersniveau.

De opstellers van het Geschrift stellen daar grote vraagtekens bij en wijzen er fijntjes op, dat Cruijff niet alleen een groot voetballer was, zoals bekend, maar “ook business” en verwijzen naar de zakelijke belangen van het Johan Cruyff Institute langs het Stadionplein en de Johan Cruyff Foundation, adres: Olympisch Stadion.

Heeft de burgemeester dat allemaal wel goed afgewogen tegen elkaar, vragen ze zich af.

HISTORIE

Het opvallende feit, dat juist het Dagelijks Bestuur van hun eigen Stadsdeel Zuid als enige adviesorgaan binnen het gemeentelijke apparaat positief geadviseerd heeft aan B&W over het Cruijffplein in Zuid, vinden de ondertekenaars getuigen van “geen enkele historische feeling met de Stadionbuurt. Commerciële belangen lijken hier te prevaleren boven cultuurhistorisch behoud”, stellen ze.

Twee belangrijke argumenten voor deze stelling halen ze naar voren in hun geschrift. Plan Zuid en de Amsterdamse School architect Harry Elte.

Allereerst brengen ze de burgemeester en wethouders in herinnering dat vanaf 1 april 2018 Plan Zuid, waartoe het Stadionplein gerekend wordt, is aangemerkt als Beschermd Stadsgezicht, door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. ”Hoewel wij begrijpen dat het daarbij in eerste instantie om bebouwingen gaat, hoort o.i. daar ook onder de historische naam Stadionplein”, schrijven deze Stadionbuurtbewoners..

persfoto2.jpgBij het stedebouwkundig Plan Zuid van begin 20e eeuw was ook de Amsterdamse School-architect Harry Elte betrokken (1880 – 1 april 1944 Theresiënstadt). Het was Elte, die met zijn Elte-stadion, zoals het in de volksmond heette, in 1912 de naamgever werd van het Stadionplein en de Stadionbuurt. Het Olympisch Stadion kwam er pas in 1927, tegenover te staan.

De opstellers van het Verzoekschrift brengen dit hun Waarnemend Burgemeester en Wethouders in herinnering omdat ze het “schrijnend” vinden dat nergens in de Stadionbuurt deze Amsterdamse School – én joodse – architect Elte, herdacht of vernoemd wordt. In tegenstelling tot de architect Jan Wils van het Olympisch Stadion. Naar hem zijn twee bruggen vernoemd.

Het Elte-stadion is na afloop van de Olympische Spelen afgebroken voor woningbouw en afronding van Plan Zuid. Tot in de oorlog, voorafgaand aan zijn deportatie, was Elte Stadionbuurtbewoner aan de Stadionweg.
Nog meer plaatsen laten verdwijnen, die naar Elte verwijzen, vinden de ondertekenaars van het geschrift ongepast.

DAME VAN 104 JAAR

“Op een bepaalde manier, ook al was het wellicht lange tijd een parkeerplaats, is het Stadionplein ook het hart van de Stadionbuurt, dat u eruit wilt snijden,” schrijven ze aan hun waarnemend burgemeester Jozias van Aartsen.

“Een historisch plein, een Dame van 104 jaar. Wij vragen ons af college. Is Cruijff voor u belangrijker dan een historisch plein? Is Cruijff belangrijker dan Elte? Is Cruijff belangrijker dan de Olympische Spelen van 1928?

Korter dan een buurvrouw het zei, kunnen wij het niet zeggen: ”Het is een belachelijk idee”.

Als u uw besluit toch doorzet heeft uw college in Amsterdam ons vertrouwen in behoorlijk bestuur volkomen verloren”.

75236ab0-31a5-49f7-be99-e524647a0a7a
Johan Cruijff en burgemeester Eberhard van der Laan tijdens de opening van een Cruyff Court in het Amsterdamse Betondorp in 2014. © ANP

TEKEN OOK:

https://www.petities24.com/stadionplein_moet_de_naam_stadionplein_houden?wh

Spel van dimensies

De vrolijke 3-potige trollen op de Minervalaan van twee jaar terug zijn in de Art Zuid-beeldenroute van 2017 vervangen door drie verkreukelde rechthoeken van spiegelglad gepolijst staal. In het herdenkingsjaar van Mondriaan en de Nederlandse kunstbeweging De Stijl uit 1917 staat nu abstracte beeldhouwkunst centraal. Curator Rudi Fuchs, oud-directeur van het Stedelijk Museum, die twee jaar terug de figuratieve beeldhouwkunst tentoonstelde, had toen direct gezegd dat hij bij de volgende Art Zuid de abstractie in wilde. En dat zullen we weten!

DSC06663
‘Three of a kind’, 2017, geïmplodeerde rechthoeken, Ewert Hilgemann (1938)

Fuchs wil ons geloof ik een beetje opvoeden. Makkelijke kunst is het nl. op het eerste gezicht niet, daar op de lommerrijke lanen van Art Zuid. En met makkelijk bedoel ik: dat je in één klap wordt gegrepen of ontroerd en uitgenodigd wordt om van je fiets af te stappen. Daar zijn bij mij blijkbaar twee klappen voor nodig. Het lijkt op het eerste gezicht een beetje ‘strenge’ tentoonstelling van ijzer en beton. Vooral in de ‘hardcore’ van de beeldenroute rond het Hiltonhotel.

DSC06654
‘Antipode” (2010), een beeld dat de zwaartekracht wil tarten, Lon Pennock (1945)

Dat zijn keuze “niet voor het grote publiek is” kon Fuchs niet veel schelen, begrijp ik van Art Zuid. In de uitlopers van de beeldenroute – zo’n 60 sculpturen in totaal in de openlucht –  mocht het allemaal wat ‘toegankelijker kunst’ worden met kleurrijke mediterrane beeldhouwkunst van vrolijke Spanjaarden, zoals bij het Rijksmuseum en op de Zuidas bij het NS-station. Maar de Apollo- en Minervalaan rondom het Hilton blijven als centrale as met hun ‘strenge’ Hollandse en Duitse kunst zo toch een beetje voor de ‘elite’. Passend bij de buurt en bij Fuchs, die om de hoek woont. 

DSC06644
”Statistocrat”(2015), een ambtenaar die met zijn buro versmolten is, Joep van Lieshout (1965)

Een beetje tekst en uitleg bij de sculpturen is dan wel handig. Of zelfs nodig. Om het daardoor ineens toch weer spannend te gaan vinden!
Je moet blijkbaar gewoon twee keer kijken, in plaats van één keer! Niet iedere eerste klap is een daalder waard.

LUCHT

Uit de stalen gelaste rechthoeken op de Minervalaan blijkt bijvoorbeeld de lucht weggezogen te zijn. Ik laat me bijpraten en rondvoeren door kunsthistorica drs. Inge Raadgever van de Vrije Academie. De tekstbordjes naast de beelden bieden, vind ik, niet al te veel houvast.
Zo’n kunsthistorica stimuleert je om twee- dan wel driemaal te kijken en je af te vragen wat een kunstenaar bezielt. Z
e vergelijkt de drie ingedeukte rechthoeken uit 2017 met een keurige witte kubusstructuur uit 1973 van dezelfde kunstenaar Hilgemann, even verder op de Apollolaan.
Zijn eigen perfectionisme zat ‘m in de loop van zijn leven in de weg”, vertelt ze. Hij last tegenwoordig een perfecte vorm in elkaar, maar laat daarna de lucht eruit zuigen en laat zo heel bewust het toeval de vorm van zijn werk bepalen. Weg met het perfectionisme. “Smeden met lucht”, noemt ie dat”, vertelt zeGeïmplodeerde kubussen zijn het.
Het stalen drietal zou nog iets te maken kunnen hebben met Drie Griekse Godinnen, zo krijg ik te horen, ‘The Three of a Kind’ zoals ze heten, zouden ook Hera, Athene en Aphrodite kunnen voorstellen. Waarbij ik er dan maar vanuit ga dat de liggende rechthoek Aphrodite is. (Ik verzin het, waar u bijstaat ;-)).

DSC06646
“Public Hybrid”, 2017 David Jablonovski (1982), sculptuur met spiegelbeeld

Op de Apollolaan kijk ik – gek genoeg – vooral naar het voetstuk van een sculptuur. Dat voetstuk maakt het beeld wat er op staat interessanter dan zichzelf, wat mij betreft. Maar dat blijkt ook de bedoeling te zijn. De metershoge sculptuur van zwart carbon fiber en aluminium van David Jablonowski, die schuin omhoog de hemel in rijst, staat op een metersbreed spiegelend oppervlak.
In de spiegel duikt die sculptuur dus de diepte in, het spiegelbeeld. Metersdiep gaat het beeld omlaag de spiegel in. Je ziet dus steeds in feite twee kunstwerken, het origineel, en de reflectie: de kopie. En eigenlijk maakt die complexheid het beeld juist spannend. Want wat is nou het werkelijke beeld, en wat de reflectie, de kopie? Het loopt gewoon in elkaar over.

Volgens de kunsthistorica gaat het de kunstenaar vooral om de vraag hoe een 3-dimensionaal beeld er op het platte vlak (2-dimensionaal) uitziet. En omgekeerd. Bij een 2-dimensionaal schilderij vraagt hij zich af, hoe het er ruimtelijk zou uitzien. Maar de platte spiegel geeft het nu een dimensie, waardoor ikzelf niet meer weet of ik in de 2e, 3e of 4e dimensie ben beland. Ik verdrink in de spiegel tussen de wolken. En dat is leuk.

DSC06648

KOPIE of Werkelijkheid

De vraag wat een reflectie van de werkelijkheid is – een kopie – en hoe een 2-dimensionele afbeelding (van de werkelijkheid) er in 3-d uitziet, houdt ook de twee vrouwelijke kunstenaars van Art Zuid 2017 bezig. Beiden stellen op hun eigen manier ter discussie: wat Werkelijk is en wat Onecht.
Saskia Noor van Imhoff (1982) onderzoekt het verschil tussen een kopie en een origineel. Er ligt een stenen kei op het gras, gestempeld “terminal 8A“, wat de kei nog aardser en reëler maakt dan hij al is, doordat hij een lokatiebestemming in de natuur krijgt, wellicht gehouwen uit een terminal van een bepaalde grot. Daarachter ligt dezelfde keivorm, in aluminium gegoten. De éen is kunst, de ander origineel. Maar beiden vormen het kunstwerk.
Verandert door die aluminium kopie het origineel?”, stimuleert de kunsthistorica je, om na te denken over Echt en Onecht. “Krijgt het origineel daardoor een meerwaarde?”.

DSC06666
Aluminium kei, 2017, getiteld #+30.00, Saskia Noor van Imhoff (1982)

Het is een vraag die anno nu met alle multi-media-mogelijkheden die er zijn, actueler is dan ooit en door een kunstenaar als Rob Scholte in de jaren ’80 binnen de Nederlandse kunst al is aangekaart. Het leidt op de Universiteit van Amsterdam al jarenlang tot een hele collegeserie “Jatwerk”, als onderdeel van het bachelor Kunstgeschiedenis. Wat is de werkelijkheid en “echt”, als een getrouwe kopie zo makkelijk te maken is? Wat is dan de waarde van het origineel? En wat is plagiaat?

Vragen, vragen en ter discussie stellen. Dat is wat de kunst doet. Esther Tielemans (1976) doet dat op de Minervalaan met haar rood-geel- en blauwe kolommen (een verwijzing naar de Stijl en Mondriaan) die de illusie van een plat schilderij willen geven. Kunsthistorica Inge Raadgever:  “Ze vraagt zich af : waarom zou een 3-dimensionale opstelling van rechte lijnen geen schilderij kunnen zijn, terwijl het normaal is dat je naar een 2-dimensionaal (plat) schilderij kijkt, dat de illusie wil scheppen van een 3-dimensionale werkelijkheid” .

ABSTRACTE WERKELIJKHEID

Het tv-programma The Mind of the Universe op zondagavond met wetenschapper Robert Dijkgraaf gaat toevallig ook over diezelfde vermaledijde werkelijkheid. Die bestaat niet, zeggen ze daar a.s. zondag. Je kunt de werkelijkheid niet ervaren, hoogstens interpreteren”.

De vraag is ook: als er al een werkelijkheid zou bestaan, waarom zou je ‘m dan eigenlijk in de kunst zo perfect mogelijk willen nabootsen? Zeker nu film en digitale fotografie dat voor ons in een split-second doen. Waarom zou je de ‘werkelijkheid’ zowiezo willen uitbeelden, als er al een 3-dimensionale werkelijkheid om je heen is? Is nabootsen niet per definitie een kopie?

DSC06494
“Non Verbal”, Theo Niermeijer (1940-2005), een Taoïstisch symbool in staal

Bovendien: als je door een sculptuur heen kunt kijken, zoals bij de sculptuur van Theo Niermeier (1940-2005) op de Apollolaan, lost het beeld dan op in die werkelijkheid? Doordat de ruimte erachter onderdeel is geworden van het beeld? M.a.w.  wat is de 3-dimensionale werkelijkheid nou eigenlijk precies?

De regels van de Renaissance, hoe je de werkelijkheid in perspectief zo getrouw mogelijk kon weergeven, werden radicaal doorbroken toen men begon de werkelijkheid te abstraheren. Dat begon in 1907 met Picasso en zijn “Les demoiselles d’Avignon” en in Nederland, toen Mondriaan rond 1912 zijn boom begon te abstraheren.

Geloof me, de Abstracte Kunst van Art Zuid is 10x spannender dan je in eerste instantie misschien denkt.

 

 

Hallelujah Amsterdam

 

DSC01644
Leonard Cohen, Olympisch Stadion 21 augustus 2012. Op de achtergrond het logo van twee verenigde harten, gezegend door twee handen die het Kabbalistische teken van God maken

Als een drieluik. Een altaarstuk: zo zag het podium op het grasveld van het Olympisch Stadion eruit: links en rechts twee beeldschermen met close-up beelden van Leonard Cohen. Het was 21 augustus 2012.

Nederig had hij daar gestaan vier jaar geleden, 78 jaar oud, soms met zijn zwarte hoed in zijn hand, soms geknield naar zijn muzikanten, op één knie of op twee knieën, of staand met zijn hoofd gebogen, nederig naar zijn publiek.
disunityOp de achtergrond een projectie van het logo van twee verenigde harten, een echo van de joodse Davidster bestaand uit twee verenigde driehoeken. Een eigen ontwerp van Cohen himself, de poëet van de Liefde.
Twee harten met twee zegenende handen, waarvan de vingers het teken voor God maken volgens de joodse Kabbala.

Op weg naar het Stadion, op het bankje aan de Laan der Hesperiden, had ik meer van die mannen met zwarte hoeden gezien. Het leken wel orthodoxe joden, die je in Amsterdam Zuid en Buitenveldert wel rond de synagoges zag, maar nu hadden die zwart “behoede” mannen geen vlechtjes langs hun oren: het bleek een gimmick: het waren Cohen-fans.

DSC01657

De in het boeddhisme geschoolde, in het zwart pak gestoken, monnik van joodse origine, speelde in zijn teksten met tal van religies. Hij was bekend met de mystiek van de Kabbala.
Het was of ik naar de sjoel was geweest“, omschreef een bezoeker het concert in Antwerpen, vlak voordat Cohen in Amsterdam optrad (uit: dagblad Trouw). En in Amsterdam was het niet anders. Er hing een serene, bijna gewijde sfeer in het Olympisch Stadion. Vooral toen zijn “Hallelujah” klonk.

1823
©Stageco.com

Als de grote podiumlichten aangingen en over het grasveld en publiek heen zwaaiden, zong het hele stadion zacht en ingetogen het: “Hallelujah!” mee. Het nummer van Cohen uit 1984, dat later gecoverd werd door vele vele andere artiesten, en dat door vriend Bob Dylan, zoals hij laatst zei in de krant de New Yorker, vanaf het begin werd herkend als een unieke mix van religieuze en seculiere devotie.

Maar waar gááat het nummer nou precies over?” zie ik mensen online verzuchten onder You Tube opnames van Cohens Hallelujah. De song heeft een absoluut ongemakkelijke tekst, die Cohen eigen is.

Videomontage Hallelujah in het Olympisch Stadion, online:


Het lied gaat hoe dan ook over de liefde, over de pijn en de troost ervan, zoals zoveel van Cohens teksten pure liefdespoëzie en liefdespijn zijn. Maar met altijd die zweem van een spirituele context. Hallelujah betekent: Prijs God, in het Hebreeuws.

Op You Tube, waar Cohen zelf de London-versie uit 2012 van zijn Hallelujah heeft geplaatst –  (meer dan 137 miljoen views en meer dan 11.000 reacties) – discussiëren fans over de inhoud van het lied. Het is grappig om die discussie te volgen:

SEX

De één ziet er vooral – of alleen – een Loflied op de Liefdesdaad in:
It’s a celebration of sex !”, verwijzend naar het couplet:

“Yeah but I remember, yeah when I moved in you,
And the holy dove, she was moving too,
and every single breath that we drew was: “Hallelujah”.

Een ander wijst op de religieuze connotaties die Cohen geeft aan de poëzie van de liefde.

Door in zijn song te refereren aan de lust van de muzikale koning David van Israël voor Bathsheba, een badende getrouwde vrouw (ook vaak als badend Naakt afgebeeld in de beeldende kunst) plaatst Cohen de liefdesdaad in een bredere context.

Behalve aan koning David refereert hij tevens aan de krachtige Samson uit het Oude Testament:

“She tied you to a kitchen chair
She broke your throne, and she cut your hair”

en lijkt zo de twee Bijbelse verhalen van David en Bathsheba en die van Samson en Delilah vrijelijk met elkaar te vermengen, als om de “machteloosheid” te kunnen uitdrukken van de man, die in de greep is van zijn Lust en Liefde.

De krant De New Yorker plaatste vorig jaar maart de oorsprong van het nummer Hallelujah ook in de joodse historische context van het Canadese Quebec/Montreal, waar Cohen opgroeide en waar Engelse protestante immigranten en Franse katholieken het voor het zeggen hadden gehad en de joodse nieuwkomers eind 19e eeuw het licht in de ogen niet hadden gegund.

bag
Unified hearts logo

Hallelujah, Prijs God. In het Hebreeuws. De Troost van de Liefde, de Heiligheid van de Liefdesdaad, Cohen bezingt het.

I doubt Leonard Cohen would be anything other than amused by all the debate about Judaism vërsus Christianity,” reageert een fan op You Tube, “I think his great genius as a poet is the way in which he combines the religious and the secular in his metaphors and images. This “metaphysical”  integration of the sacred and the profane relies first of all on his really intimate knowledge of the Hebrew bible”.

En nu, sinds vandaag, is de verlichte poëet niet meer.
Hij is het Bardo ingegaan, de tussenwereld van de zielen in het Tibetaanse boeddhisme.
So Long, Leonard.
See you down the road”, had hij als afscheid dit jaar tegen zijn vroegere muze Marianne gezegd, die een paar maanden geleden overleed. Hij wist het. En was klaar voor de dood, zei hij tegen de New Yorker,  17 oktober. Zijn recent uitgebrachte album “You want it darker” loopt er op vooruit.
So long, Leonard.
Mij rest de schitterende documentaire op video over het Tibetaanse Dodenboek en het Bardo, die door de sonore stem van Cohen wordt begeleid.

cohen 14
hoes van cd-album Popular Problems, 2014: Cohen, als Boeddhist

Zijn biografie op de Facebooksite (2,1 miljoen Likes) toont slechts de volgende woorden, uit zijn Hallelujah-song:

I did my best
It wasn’t much
I couldn’t feel
So I learned to touch
I’ve told the truth
I did’nt come to fool you
And even though
it all went wrong
I’ll stand before
The Lord of Song
With nothing on my tongue
But Hallelujah!

12194883_10153722673139644_2897173001960279533_o

Lees over David en Bathsheba: https://plus.google.com/b/113245558353488782003/+floravinitzky/posts/bbdpHbgqGvE?pageId=113245558353488782003

Zout op je huid

afbeelding1d
Kees Smout (1876-1961), Marathonlopers, Gevelsteen Marathonweg, Amsterdam

Het zout koekte in witte opgedroogde korsten op zijn wangen en de derde trap van mijn etagewoning op het Hygieaplein destijds nam hij kruipend. Tree voor tree. Op handen en voeten omhoog naar drie-hoog. Zijn romp was in een opengeknipte grijze vuilniszak gestoken. Plastic tegen de afkoeling, hadden ze hem gegeven. In het trapportaal, nog voor de deur van mijn woning, zakte hij op de deurmat neer. Hij kon niet meer, mijn oude getrouwe vriend uit mijn studietijd. Maar hij had de Marathon van Amsterdam uitgelopen, een medaille om zijn nek en zijn ogen straalden!

Hij had mij telefonisch gevraagd of hij ’s ochtends voorafgaand aan de marathon en na afloop in mijn huis zich mocht omkleden. Ik woonde op 5 minuten afstand van het Olympisch Stadion, om de hoek van de Marathonweg. Ik had hem nog niet zo vroeg terug verwacht, die middag. Hij had een mooie tijd gemaakt met zijn tanige lijf.

Ik liet hem even zitten op die deurmat en zette zonder het te vragen de kraan van het bad aan. Nou ja, bad: een losstaand plastic zitbadje heb ik. Nog steeds. Lekker languit zou ie niet kunnen liggen, maar toch: “Dan kun je in een heet bad een beetje bijkomen, lekker voor je spieren” , sprak ik hem bemoedigend toe.
Zwijgend knikte hij.

Nog nooit heb ik iemand na een uur zo gelukkig weer uit een klein plastic zitbadje zien komen. En zo grenzeloos dankbaar zien aanschuiven aan mijn eettafel, waar ik een pittige Indiase paprikasoep voor hem had klaarstaan. Het is alweer jaren later nu, maar als ik hem soms zie, die oude kameraad, dan heeft hij het er nòg over. Over die soep. En over dat hete bad. Het is alweer jaren later nu, maar het was de eerste keer dat ik als Stadionbuurter zò persoonlijk bij de marathon betrokken raakte en voor het eerst zelf van binnenuit diep diep respect voelde voor zo’n loper. Petje af! Wat een sport! Wat een prestatie!

Vanaf die eerste bewuste kennismaking met het marathonzout loop ik tegenwoordig als supporter om 9 uur ’s ochtends naar het stadion toe voor de start van de Amsterdam marathon. Mijn zondag is dan al vroeg begonnen met ronkende politie- en tv-helikopters boven mijn tuin, van NOS en lokale media die al circulerend het parcours verkennen.

20161013_161921_resized107De deuren van de Stadionpoort zijn dan nog dicht. Maar als die bij het startschot om half tien opengaan, zoals ik een keer zag….en er een gigantische massa van duizenden mensen zich naar buiten stort, dan weet je niet wat je ruikt.

Het zweet, het zout, de damp, de lucht…

De zweetwalm die zich vanachter die dichte deuren in de smalle poort van het stadion heeft verzameld bij de getrainde en geoefende lopers knalt je gezicht in. Menigeen heeft zich dan al ingelopen. Voorop gaan de professionals, de Kenianen en de Ethiopers, als ranke hindes flitsen ze voorbij, mannen en vrouwen, met tussen die zwarte Afrikanen her en der een verdwaalde blanke. Daarachteraan komt een enorme bulk  blanke wereldburgers. Duizenden. En nog eens duizenden, het zijn er 16.500 voor de hele marathon dit jaar. Engels, Iers, Frans, Duits, Arabisch, aan de omstanders en hun aanmoedigingen merk ik hoe internationaal de wedstrijd is. De vlaggen wapperen. Het is een mega-festijn.

Na de start ga ik dan naar huis, zet de lokale tv-zender aan of Eurosport en volg de renners hoe ze via Ouderkerk, langs de Amstel terugkeren naar het centrum van de stad en via het Vondelpark hun weg terugvinden naar het Stadion: 42, 195 km lang. De wedstrijd is zondag in 138 landen live te volgen op tv.

In twee uur tijd zijn de eerste lopers hier weer terug. Topatleten, als de Kenianen Sammy Kitware, Wilson Chebet en Bernard Kipyego. Het is dan rond half twaalf, het parcoursrecord is  11.35.36. Wie wordt “Mr. Amsterdam”? Ze hopen dit jaar een tijd onder de 2.05 uur te kunnen lopen. De Marokkaanse Nederlander Khalid Choukoud hoopt Nederlands kampioen te worden, maar Koen Raymaekers is ook favoriet. Net als bij de vrouwen, de Keniaanse atlete Priscah Jeptoo en de Ethiopische Meselech Melkamu.
Tot 17 uur ’s middags hebben de andere lopers de kans en de tijd om te finishen.
(tekst loopt onder video door…)

Het is een bonte stoet die op zo’n dag voorbijtrekt. De muziek en de trommels zwepen van alle kanten op. In de loop van de middag sta ik weer achter de dranghekken. Ik moedig de laatste strompelaars tegen 5 uur de hoek van het Stadionplein om.
Nog één bocht en je bent er!!!” schreeuw ik.
Tachtigers, maar ook tieners horen bij de laatste diehards. Soms wandelend of struikelend of hinkstapsprongend trekken ze voorbij of ze nemen, met het eind in zicht, toch nog een laatste spurt. Soms zie ik bloedende tepels onder hun t-shirt van het urenlang schuren langs de stof. Anderen, zo zie ik, hebben daarom pleisters opgeplakt ter bescherming. En iedereen heeft zo zijn eigen loopje. De één met lange halen, de ander met korte, hoge pasjes, de knieën opgetrokken. Ook ’s ochtends bij de start zie je loopjes, waarvan je je afvraagt hoe ze de finish ooit kunnen halen.

Via megafoons worden ze – uur na uur- vanuit een omroepwagen luid het Olympisch Stadion ingeschreeuwd. “Welkommm nummer 3456, hij komt nuuuuu het stadion binnenlopen….dames en heren, 3456 is nu op weg naar de finish, geef hem een warm applaus!!! Nummer 3456 is gefinisht!”
De Kenianen en de Ethiopiërs, de profs, zijn na hun huldiging dan al uren eerder vertrokken.

Die oude kameraad van mij, die van die soep en dat hete bad, heeft zich na die ene keer met de drie trappen na de marathon, niet meer bij mij in Amsterdam gemeld. Hij ging de marathon van New York lopen, en die van Rotterdam. Daar vond ie het publiek wat enthousiaster. Van hem weet ik ook, hoe fijn het is als je de lopers aanmoedigt.
Tegenwoordig is hij reisleider in verre landen. Op mijn verjaardag laatst kreeg ik getrouw een felicitatiemailtje van hem. Vanuit Kenia. Nota-beide-blote-bene.

afbeelding1c
Kees Smout (1876-1961), Marathonlopers, gevelsteen Marathonweg, Amsterdam

 

dsc05777
Olympisch Stadion: wit plastic tegen het afkoelen na afloop van de marathon, 2016

 

Verkloot

 

IMG_10171

Wat is dit zonde om de tafel zo te verkloten!”. Frons van Marktplaats reageerde nogal kortaf op mijn advertentie, waarin ik een 8-hoekige vintage tafel aanbood onder het kopje “retro Amsterdamse School-stijl” . Het ging om een grijswit geschilderde oude tafel van mijn overleden oude buurvrouw S. uit het Olympisch Kwartier.
2013-10-19 2013-10-19 001 002In plaats van ‘m op straat te zetten, zoals de familie wilde, had ik ‘m in huis gehaald, terwijl ik eigenlijk niet wist wat ik met het nogal logge “monster” aan moest.
Er waren zwarte plastic wielen onder gemonteerd: die konden er af. Maar aan de geometrische details van het houtsnijwerk zag ik wel, door de witte verf heen, dat het vermoedelijk om een bruinhouten Amsterdamse-School meubel ging uit begin 20e eeuw. Ik zag onder de verf 2013-10-19 2013-10-19 001 001de contouren van een grote ster, ingelegd in het hout, ter grootte van het 8-hoekige tafelblad. Toch bleef ’t een wit log monster in mijn huis met een spiegelende 8-hoekige glazen afdekplaat, waar ik me eigenlijk geen raad mee wist. Maar op straat zetten was ook zo weer wat.

Hij staat er nog. Frons van Marktplaats vond ‘m dus niks. Iemand anders promootIMG_1142a1te via Markplaats hoe ik de verf kon laten verwijderen voor nogal wat geld. En ene Truus wilde de glasplaat wel van me kopen voor 35 euri, want ze had een huisinterieur in Amsterdamse Schoolstijl, vertelde ze en de glasplaat paste exact op de tafel, die zij had. Ze stuurde me een foto van haar interieur en salontafel toe en mijn bek viel ervan open. DAT was inderdaad de lelijke witte tafel in mijn zijkamer, maar nu met prachtige zwart/bruine accenten. WOW!
Frons vond het echt vreselijk hoe mijn tafel witgeschilderd was: “Echt jammer hoor, het toont weinig respect voor het origineel en zeker met dit tafeltje met vele details, moet je voorstellen dat ze zo’n Amsterdamse School-gevel wit zouden spuiten, daar gruwel je toch van?”

TENTOONSTELLING

Het zal u niet ontgaan zijn in de media dat de beroemde Amsterdamse bouwstijl De Amsterdamse School dit jaar 100 jaar bestaat. Dit weekend opent er in het Stedelijk Museum in Amsterdam een tentoonstelling over Amsterdamse School-meubels. “Wonen in de Amsterdamse School“.

DSC03530
AS-stijl Stadionweg 1926/8

De meeste mensen kennen de architectuurstroming “De Amsterdamse School” (1910-1930) wel, afgekort AS, waar ook sommige huizenblokken in de Stadionbuurt toegerekend mogen worden en waar de architecten van het moderne Olympisch Kwartier op hebben willen voortborduren, met kunstzinnige huisnummering, typografie in de bakstenen muren en de neoncirkels in de glazen tuinpoorten (zie columnlink Stoned Forever).
Kenmerk van de AS-stijl was o.a. de integratie van kunst en architectuur, een gebouw als Gesamtkunstwerk in sculpturale vorm. Er is aandacht voor Toegepaste Kunst: Amsterdamse School-design. Ontwerpers en architecten hielden zich zowel bezig met het exterieur van de woning of het gebouw, als met het interieur. Alles moest in perfecte harmonie zijn.

Amsterdamse School-design kun je o.a. vinden in tafels, stoelen, bureaus, dressoirs, klokken, lampen, spiegellijsten, fotolijstjes, schoorsteenmantels, behang- en tapijtontwerpen, trappenhuizen met glas in loodramen. Het Stedelijk Museum laat vanaf zaterdag 9 april zo’n 500 objecten zien. “Wonen in de Amsterdamse School”, een ontwerpstijl 1910-1930, met invloeden van de Art Déco, architect Berlage en het expressionisme.

Behalve op de tijdelijke tentoonstelling van het Stedelijk Museum kunt u in Amsterdam door het jaar heen ook complete Amsterdamse School-interieurs bekijken. Het leuke van museumwoningen vind ik altijd dat je over de drempel heen echt terug in de tijd stapt.
Dat kan allereerst in Museum Het Schip, het voormalige postkantoor aan het Spaarndammerplantsoen in A’dam West – een hoogtepunt in Amsterdamse School-architectuur gebouwd in opdracht van woningbouwvereniging Eigen Haard – maar ook in het Sociale Woningbouwcomplex De Dageraad in A’dam Zuid (zie interieurfoto’s hierboven).

Wie van de Highlights van Amsterdamse School-design wil genieten, raad ik aan eens een (kunsthistorische) rondleiding te boeken (via museum het Schip) door het voormalige Scheepvaarthuis, schuin tegenover het Centraal Station, een pronkstuk van AS-stijl, zowel van binnen als van buiten, gebouwd tussen 1912- 1916. Tegenwoordig is dit opgekocht door Grand Hotel Amrath.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

trappenhuis = daklichtHDK_10_0141_a_lowres
Lamp Burcht van Berlage

Maar voor de niet-puristen onder u is ook een audiotour door filmkathedraal Tuschinki uit de jaren ’20, met een interieur van Jugendstil, Amsterdamse School en Art Deco een leuk uitje. Of het vroeg 20-eeuwse interieur van De Burcht van Berlage in de Henri Polaklaan in Oost met een schitterende lamp uit 1919. Het gebouw is nog ontworpen door Berlage himself voor het vakbondskantoor van de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond (ANDB). Ook hier zijn rondleidingen te boeken. Of is tijdens Open Monumentendagen gratis te bezichtigen.

Zelfs in het archeologische Allard Piersonmuseum aan het Rokin, het voormalige gebouw van de Nederlandse Bank, stapte ik tot mijn verrassing zomaar een kamer binnen geheel in jaren ’20-stijl, al of niet verwant aan AS-design.

20140830_152441
wachtkamer Ned. Bank, in het gebouw van ’t Allard Pierson Museum

Het is natuurlijk de terreur van de witkwast uit de jaren zeventig, waar mijn tafel thuis onder geleden heeft. Zelf heb ik in mijn studententijd ook tafeltjes van mijn oma en kastjes van mijn tante Anne “verkloot”, zoals Frons van Marktplaats het zo fijntjes uitdrukt. Alles wat bruin en van hout was, werd als “burgerlijk” ervaren en moest een kleurtje krijgen. Ik was allergisch voor de bruine vooroorlogse sferen, die een zompigheid en benauwdheid, zwaarte en donkerte uitademden. Alles moest lichter worden in de jaren ’70. Ruimer en vrijer.

Er zijn wel eens dagen, dat ik me afvraag wat we in die jaren ’70 nog meer verkloot hebben dan slechts een aantal mooie bruinhouten meubels. Maar het gevaar is dat ik dan al filosoferend beland in een somberte en zwaarte die niet goed voor me is. Dus ik kijk maar bewust naar het grijswitte monster in mijn huis – een aandenken aan mijn overleden buuf – en zie het maar als een trofee. Een zegeteken van de vrijheid (van stijl).
Er wordt tenslotte al genoeg oude troep tegenwoordig op straat gezet bij ons:-(