Tagarchief: 40-45

Het vuur van de goden

Jan_Cossiers_-_Prometeo_trayendo_el_fuego,_1637
Prometheus draagt het Olympisch vuur, Jan Cossiers, 1637 – Pradomuseum

Het vuur is aan. Het Olympische vuur. Via zonnestralen werd eind april de fakkel ontstoken in het Griekse stadje Olympia, op weg naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro, augustus 2016.
Actrices, gekleed als priesteressen, verrichtten het ritueel in het voormalige heiligdom uit de Oudheid, Olympia: daar waar de Olympische Spelen ooit gehouden werden ter ere van oppergod Zeus (zie: videolink, onderaan).

media_xll_3752014
Olympia,  ceremonie 21 april 2016: het vuur komt van de zon ©AP

Bij de eerste Spelen – 776 voor Christus – was er nog geen fakkel, geen estafetteloop en geen openingsceremonie met het ontbranden van het Olympische vuur. Wel brandde er bij dit soort ceremonieën ter ere van de Goden het vuur van godin Hestia, het haardvuur dat altijd brandende gehouden moest worden.

De fakkel werd pas later bedacht. In navolging van de Griekse mythe over de reus Prometheus, die het vuur van de Hemelgoden stal van de hoogste berg van Griekenland, de Olympus, en het – verborgen in een opgerold venkelblad – naar de mensen op aarde bracht. Trots staat de reus naast de ingang van het Olympisch Stadion met de fakkel in zijn hand.

In Amsterdam hebben we zo zomaar twee reuzen als standbeeld, de gebroeders Atlas en Prometheus. Atlas staat als Hemeldrager bovenop het Paleis op de Dam (hij moest de hemel op zijn nek dragen van Zeus) en zijn broer Prometheus – de Vuurbrenger – staat in Zuid. Twee reuzen – Titanen, halfgoden – die volgens de Oude Grieken tussen de mens en de goden bemiddelden. (Zie ook column over Atlas: “Amsterdam: een wereldbol”).

DSC04335
Het standbeeld van Prometheus met fakkel; Stadionplein, naast de marathontoren, waar in 1928 voor het eerst Olympisch Vuur ceremonieel werd aangestoken.

In het Grieks zeggen ze dat het Olympische vuur niet wordt aangestoken, maar wordt aangeraakt door de toorts, zo leer ik uit een VPRO-radiodocumentaire uit 2004 over het ontstaan van het Olympische Vuur, van sporthistoricus Jurryt van de Vooren. Dat vind ik een nogal interessant taalkundig detail, moet ik zeggen: “aangeraakt worden”. Het doet me direct denken aan het vingertje van Michelangelo in de Sixtijnse kapel: het vingertje van God waarmee Adam werd aangeraakt en tot leven kwam.

Dat dat geen gekke associatie is, merk ik, als ik me voor deze column verder verdiep in de mythe van Prometheus, die veel en veel verder blijkt te gaan dan het (letterlijk) brengen van het vuur van de berg Olympus naar de aarde.

Creation_of_man_Prometheus_Berthelemy_Louvre_INV20043_n2-1
Plafondschildering Louvre: Prometheus schept de mens; Jean-Simon Berthélemy (1745-1811), Jean-Baptiste Mauzaisse (1784-1844)

Het meest bekend is de letterlijke interpretatie van de mythe: Prometheus steelt het vuur – opgerold in een venkelblad –  van de berg Olympus omdat hij de mens wil uitrusten met meer macht. Het vuur van donder en bliksem had altijd bij de Hemelgoden gehoord. Maar Prometheus wil, als halfgodenzoon, de mens minder afhankelijk van de weergoden maken. Met vuur en techniek kan de mens tot verdere beschaving komen.
Maar het verhaal begon ermee, volgens sommige auteurs van de mythe, dat Prometheus zelf in opdracht van Zeus de eerste mens had geschapen. Uit klei.

Scheppingsverhaal

Het verhaal over het ontstaan van de mens uit klei is een oeroud esoterisch scheppingsverhaal, dat in diverse culturen voorkomt en ooit in de Griekse mythologie bij de reus Prometheus terecht is gekomen, maar ook via de mystieke Kabbala in de Joodse Thora en het eerste bijbelboek Genesis en zo via de Joodse traditie in het latere Christendom (Oude Testament, deel 1 uit de Christelijke bijbel).
In het Hebreeuws zijn de woorden “mens” (Adam) en “aardbodem” (Adama) verwant aan elkaar.
Genesis 6:4: “Er leefden toen en ook later nog reuzen op aarde. Het waren de kinderen die de godenzonen bij de dochters van de mensen gekregen hadden. Zij staan als de beroemde helden van de oudheid bekend“.
PROM-367
Sf-film Prometheus, 2012

In 2012 speelde de science fictionfilm Prometheus hier mooi op in. In de film blijkt de reus Prometheus afkomstig te zijn van een andere planeet, die achterblijft op aarde en die zijn DNA aan de mens geeft.

Prometheus als schepper van de mens werpt – wat mij betreft- een verrassend ander licht op het hele Vuurbrengers-thema.
Wil je de Griekse mythes doorgronden dan moet je op zoek gaan naar de ziel van het verhaal, de symboliek, zegt de Franse classicus prof. Jean-Pierre Vernant, in zijn boek “De wereld, de Goden, de Mensen“. Prometheus is dan de brenger van het goddelijke vuur naar de aarde. Oftewel: Prometheus brengt de goddelijke vonk en het leven, geeft de mens zijn onsterfelijke ziel.
prometheussarco_center
Relief sculpture Prometheus, creating man. Roman, 3rd century CE. Rome, Capitoline Museums (Palazzo Nuovo).

Op tal van marmeren reliëfs op Romeinse sarcofagen wordt juist dit aspect van de Prometheus-mythe afgebeeld. Prometheus’ vuurfakkel krijgt op die manier wel een heel andere betekenis!

Opvallend is dat wij vooral het letterlijke aspect van de mythe lijken te hebben onthouden, Prometheus als vuurdrager, niet zozeer als vuur-géver. Wellicht komt dat doordat het Grieks-mythologische scheppingsverhaal in de loop der eeuwen verdrongen werd door de opkomst van het (Grieks-orthodoxe) Christendom en het scheppingsverhaal uit Genesis. (Zie ook mijn column  “Onsterfelijke appels” over de appels van de Griekse Hesperiden en de latere Adam en Eva-appelmythe uit de bijbel).

Olympisch Vuur

Ook de Olympische Spelen zelf werden verdrongen. Door opkomst van het Christendom verdwenen eeuwenlang de Spelen, als zijnde een heidense eredienst voor Zeus.
Pas in 1896 kwamen de Olympische Spelen weer terug (ontdaan van elke religieuze context). In 1928 sprak de confessionele pers in Nederland nog schande van dit “heidens spektakel” en werd mede vanwege het sporten op zondag overheidssubsidie voor de Spelen in Amsterdam onthouden. Dat de Spelen in 1928 toch konden doorgaan, komt puur door een grootschalige collecte onder het volk, ter financiering van het spektakel. Architekt Jan Wils van het Stadion, die ook de marathontoren ontwierp met voor het eerst de vuurschaal bovenin, moet deze noviteit voor het Olympische Vuur bewust zo ontworpen hebben: een heidens spektakel? Dan ook: heidens vuur!
12096385_10206711190691798_707531947699330875_n
Prometheus vanaf 1947 tot de renovatie in 2000, op de tribune binnenin het Olympisch Stadion.

4 mei

DSC04328
4 mei herdenking, 2015

Het standbeeld van Prometheus als fakkeldrager staat sinds 1947 in Amsterdam. Hier wordt tegenwoordig op 4 mei de Nationale Sportherdenking gehouden. Het Nederlands Olympisch Comité had na W.O. II opdracht gegeven tot een oorlogsmonument bij het stadion.
Met het standbeeld blijkt men vooral de opstandige kant van Prometheus te hebben willen uitdrukken. Volgens de kleindochter van de beeldhouwer Fred Carasso (1899-1969) werd in 1947, aldus informatie van het Olympisch Stadion, Prometheus gezien als een soort verzetsheld: hij kwam in opstand tegen het heersende gezag (de Olympische goden) toen hij de mens van vuur voorzag. nationaal-committee-4-en-5-meiHet scheppen van de mens was keurig in opdracht van Zeus gegaan, maar de mens vuur geven was tegen diens zin geweest: Prometheus stal het vuur van Zeus, zodat de mens zich onderscheiden kon van andere levende wezens op aarde en macht kreeg, ook ten opzichte van de goden. Met het vuur kon de mens zelf creëren (techniek).

Het vuur bracht zo ook vrijheid. ‘Deze daad van verzet was uiteraard al geschikt als onderwerp voor een oorlogsmonument.’  schreef Deirdre Carasso in 2003, aldus informatie van het Stadion, in het tijdschrift Amstelodamum over het kunstwerk van haar grootvader. Daarnaast constateerde ze dat de symboliek van de vlam soms ook bij andere oorlogsmonumenten een rol speelt: ‘Het niet te doven vuur van verzet, het vuur als vrijheid, als een gloed waardoor het kwade wordt verteerd, en het vuur als teken van hoop en licht.”

De fakkel wordt vaker als vrijheidssymbool gebruikt. Het Vrijheidsbeeld in Amerika draagt een fakkel. En we zien de fakkel terug in het logo van het 4 -5 mei comité. Morgen, 3 mei, arriveert de Olympische fakkel in Brazilië. Overmorgen, 4 mei, wordt om 10.30 uur bij het Olympisch Stadion bij het beeld van Prometheus stilgestaan.
Geef de fakkel door. Het vuur is aan.


Vrouw in sarong


2014-04-20 2014-04-20 002 033 (2)
Fier rechtop lijkt een Vrouw 2014-04-20 2014-04-20 002 018in Sarong je op te wachten als je via de poort van het Amsterdams Lyceum over de Lyceumbrug Berlage’s Zuid binnenrijdt. Fier torent de Vrouw uit boven de waterpartij met fonteinen, tussen twee leeuwen in.
Innig Nederlands-Indië” staat er sinds 2007 op een muurtje naast haar.

Onthulling v h Van Heutszmonument in ’t bijzijn v konigin Wilhelmina in 1935, de koloniale periode

Ze is alleen geen Vrouw in Sarong.
Schijn bedriegt. Ze is oorspronkelijk een Vrouw met een wetsrol in haar handen, symbool voor het Nederlands gezag in Nederlands-Indië…

Tja, dat komt er nou van als je een monument in de loop der tijd en geschiedenis een andere naam en andere betekenis geeft. Iedereen kan er nu in zien, wat hij of zij wil.
En ik zie er een fiere Vrouw in Sarong in. Ik máák er een Vrouw in Sarong van.

  • Op 17 augustus 1945 verklaarden de Indonesiërs zich – 2 dagen na de capitulatie van Japan en het einde van WO II – per “Proclamasie” onafhankelijk van Nederland. Nederland erkende die verklaring niet en stuurde lichtingen-vol-dienstplichtige soldaten de Onafhankelijksheidsoorlog in. Eufemistisch heette dat toen “politionele acties”. Pas 4 jaar later, december 1949, ondertekende Nederland in het Paleis op de Dam de souvereiniteitsoverdracht. Maar voor Indonesiers is de 17e augustus hun Onafhankelijkheidsdag.

Wat nu het “Monument Indië-Nederland” is gaan heten  op het Olympiaplein, heette vanaf de inhuldiging in 1935 – nog tijdens de koloniale periode –  het “Van Heutsz-monument” in Amsterdam-Zuid. Er prijkte onder de Vrouw met wetsrol een bronzen plaquette met de buste en naam van Generaal van Heutsz (1851-1924): het “Hollandse bulderkanon“, zoals Indiërs in Atjeh op Noord-Sumatra deze gouverneur-generaal, commandant in het Koninklijk-Nederlands-Indische-Leger (het KNIL) noemden.
De Nederlanders noemden hem de “Pacificator van Atjeh“, alsof de man slechts rust en vrede had gebracht in een opstandig moslimgebied, dat zich niet makkelijk liet kolonialiseren. De generaal kreeg een grootse staatsbegrafenis in Amsterdam , een praalgraf en ook nog een eigen monument. Maar was vanaf het allereerste begin politiek omstreden.

De telefoon rinkelde.
Ga je mee het Van Heutz bekladden?“, hoorde ik een meisjesstem aan mij vragen. Het was Mineke R., mijn schoolbankgenootje van de Moriaschool in de Wodanstraat, haar broer was bij Provo. Het was eind jaren 60 en ik nog maar piepjong op de lagere school. Ze wilden met liters witte verf het standbeeld van Van Heutz op het Olympiaplein bekladden.

ANP01_12977032_X
©ANPfoto: Ruud Hof, 1965

Huhh?? Bekladden? Wat was dat?

Van Heutsz was HET symbool van de Nederlandse koloniale onderdrukking in Nederlands Indië,” vertelt ex-provo Auke Boersma in de documentairefilm De Rebelse Stad, die dit jaar ter herinnering aan de Provo-beweging in première ging.

Het beeld werd het doelwit van Provo. Er moest afgerekend worden met het verleden. Er brak een nieuwe tijd aan. Het was de tijd van Martin Luther King, de Burgerrechtenbeweging. Dus het Geweldloze stond echt voorop. Die massamoordenaar in Atjeh, die zat ons verschrikkelijk hoog.
Een half jaar voor de allereerste anti-Vietnamdemonstraties speelde dat voor ons al, die link met Van Heutsz werd door ons gelegd: Massamoord in Atjeh en massamoord in Vietnam”.

VIDEO: geschiedenis Van Heutsz- staatsbegrafenis Amsterdam -Provo:

Dit foute eerbetoon (aan Van Heutsz) moet gestopt worden’, vond een buurtbewoner bij een inspraakronde van Stadsdeel Oud-Zuid (bron: Historisch Nieuwsblad, 12/10/2000). Na jarenlang gedoe en adviezen kreeg het monument een nieuwe naam: Monument Indië-Nederland. Ter Nagedachtenis aan 350 jaar koloniale geschiedenis. De plaquette van Van Heutsz verdween in de jaren 80 al (op mysterieuze wijze).
Tegenstanders van een naamswijziging waren er ook: ‘Naamsvervalsing zou geschiedvervalsing zijn”. Het koloniale verleden moest je niet zomaar wegpoetsen. Een andere buurtbewoner vond ‘Insulinde-monument ” wel een goede naam. ‘Zo noemde Multatuli het Indisch eilandenrijk’.

2014-04-20 2014-04-20 002 044Het monument op het Olympiaplein is groots en complex en niet op één enkele foto vast te leggen. Het bestaat uit het ruim 4 m hoge vrouwenstandbeeld, uit vele poorten, een grote waterpartij en vele in steen gebeeldhouwde laag-reliëf sculpturen met landelijke Indische taferelen.
“Saïdjahs vader had een buffel, waarmee hij zijn veld bewerkte. Toen deze buffel hem was afgenomen door het districtshoofd van Parang-Koedjang, was hij zeer bedroefd, en sprak geen woord, vele dagen lang”. Uit: Max Havelaar, Multatuli)

Als je wilt, “lees” je het monument nu als het grote koloniale verhaal. Het verhaal van de handel in nootmuskaat en kruidnagel en de gedwongen verbouw voor de export naar Nederland. Het koloniale verhaal van de Heren van de Thee en de koelies op de plantages,

Dat het op Gamboeng zo vaak en zo hevig zou regenen, had hij niet voorzien. Die regen en de eenzaamheid (hij had nu in bijna drie maanden geen woord Nederlands gehoord of gesproken) waren de schaduwzijden van zijn Eldorado. (-) Hij begreep ook waarom voor de mensen die hier woonden elke boom, steen en bergstroom bezield was, een wezen met een naam, een bijzondere macht” (Uit: Heren van de Thee, Hella Haase)

het verhaal van Amsterdamse kooplieden als ”Batavus Droogstoppel, makelaar in koffie op de Lauriergracht no. 37”, en van bestuursambtenaren als Max Havelaar.
Het verhaal van de

“De laatste telg van de machtige verzetsfamilie Di Tiró was net in de bergen van Pidië neergeschoten en de Hollanders vierden feest. Het verzet was gebroken”. (Uit: Wisselkind, Basha Faber)

suiker en de rubberbomen, van de aanleg van de Groote Posweg op Java: in een jaar tijd een trajekt van 1000 km met louter menskracht aangelegd.
Het koloniale verhaal van: moeten afstappen van je fiets en je hoed moeten afnemen voor een blanda.
Het grote verhaal van oliebedrijven als Shell, mijnbouw-en ertswinningsbedrijven als de Billitonmaatschappij op het eiland Belitung. Het verhaal van geld,

“Als ik sterf te Badoer, en men begraaft mij buiten de dessa, oostwaarts tegen den heuvel, waar ’t gras hoog is, dan zal Adinda daar voorbijgaan, en de rand van haar sarong zal zachtkens voortschuiven langs het gras…Ik zal het horen”. (uit: Saïdjah en Adinda, uit Max Havelaar, Multatuli)

geld, geld: van”money makes the world go around“….

De veelomvattendheid van het monument op het Olympiaplein staat wat mij betreft inmiddels symbool voor de enorme uitgestrektheid van het eilandenrijk dat Indonesië als archipel is: meer dan 17.000 eilanden rijk is de republiek. Met een veelvoud aan culturen, talen en religies.

Het was jarenlang een wonderlijk monument, als je bedenkt dat het oorspronkelijke Van Heutsz-monument nooit een standbeeld van de gouverneur-generaal heeft bezeten. Slechts een plaquette met zijn kop en zijn naam.
De wijdsheid en rijkheid van Indonesië heeft dus altijd al in alle onderdelen van het monument de boventoon gevoerd. De beeldhouwer Frits Van Hall die het monument ontwierp, schijnt ook gezegd te hebben “Vervang het door de letters Vrijheid, Merdeka of Indonesia, en je hebt een Vrijheidsbeeld’.cruise 272

Het was 17 augustus 2011. Het cruiseschip de Ms Rotterdam, waarop ik vaarde, lag in de Oostzeehaven van Warnemünde in Duitsland voor anker. De Indonesische bemanningsleden hadden vrij en vierden hun nationale Onafhankelijkheidsdag aan boord van hun werkgever de Holland Amerika Lijn. De rederij leek het cruiseprogramma expres zo gepland te hebben. Het gros van de passagiers was een hele dag aan land op excursie naar Berlijn.
Ook mijn vader was in dienst van de Holland Amerika Lijn geweest. Ik hoor hem nog, begin jaren ’70, zuchtend somberen aan tafel ’s avonds, toen het met het passagiersbedrijf bergafwaarts ging door het opkomend vliegverkeer met Amerika en er fors ingekrompen moest worden op personeelskosten “en de Indonesiërs zouden komen“… Als goedkoop alternatief voor Nederlands bemanningspersoneel.
De vakbonden gingen knarsentandend akkoord omdat ’t alternatief was: de teloorgang van het historisch scheepvaartbedrijf.
Tot op de dag van vandaag kun je zo op cruiseschepen van de HAL de koloniale geschiedenis van Nederland terugzien. (Hoewel de Indonesiërs inmiddels alweer deels vervangen zijn door nog goedkoper personeel uit de nabij gelegen Philippijnen).
De Indonesiërs op de ms Rotterdam hoefden op hun Onafhankelijkheidsdag hun scheepsuniformen niet aan en vierden in eigen moslimkledij, met muziek en welriekend Indonesisch eten hun 17e augustus. Zelfs op de kade van Warnemünde, waar meerdere vlaggen gehezen waren, wapperde die dag eenmalig het rood-wit van Indonesië.
Ik hoorde de Nederlandse kapitein aan boord over de scheepsintercom de Indonesiërs een fijne feestdag toewensen.

Dat is nog eens tactisch personeelsbeleid, dacht ik toen. Daar hou je je mensen wel tevreden mee.  Of moet ik misschien zeggen: mak?
 

Kaddish voor een buurt

Een knettersaaie buurt” noemde ondernemer Niels Wouters van het nieuwe trendy restaurant Citroen in de Citroëngarage op het Stadionplein laatst de Stadionbuurt. Het Parool kopte groot.

Parool, 10 april 2015
Parool, 10 april 2015

Wouters, half dertig, eigenaar van diverse hippe horecagelegenheden: “Een afschuwelijke buurt. Knettersaai. Het is hier zo dood als een pier. Dat het gebouw hier staat is vooral jammer voor het gebouw“.

Er gebeurt werkelijks niets bijzonders in de Stadionbuurt” stemt een andere “hipster” in online en is blij met de culinaire nieuwe ‘hotspots’ Baut Zuid en Citroen op het Stadionplein met hun roze en witte metalen stoeltjes, bijzondere “drinks with a twist”, “street-art-murals” en DJ-afterparties.

9200000000029404Tja, denk ik dan. Maar wel een buurt met op elke straathoek een levende historie van zo’n 100 jaar! Tis maar of je er oog voor hebt, oor voor hebt, hart voor hebt.
Allereerst Olympische Historie. Maar ook gewone-mensen-historie, uit ongewone oorlogsjaren, opgetekend door schrijvers als Heere Heeresma (1932-2011), opgegroeid rond de Olympiaweg, 8 jaar toen de oorlog uitbrak, die met zijn literatuur een eerbetoon wilde brengen aan zijn verdwenen buurtgabbers uit de oorlog: een “kaddish“: een joods gebed in de synagoge voor de rouwenden.

Lijn 16 in Stadionstraat = nu EOSstraat
Lijn 16 in Stadionstraat = nu EOSstraat

“Lonneke…we waren aan het spelen op een zaterdagmiddag. Toen zei ze: oja, zei ze, voor ik het vergeet, maandag ben ik er niet meer.”
“O, ga je verhuizen?”
“Ja, we gaan allemaal weg, met elkaar.”
“Ik vroeg: Waar ga je dan naartoe?”
“Ze zei: We moeten daar bij de halte van het Amsterdams Lyceum bij lijn 16 staan, ’s morgens om half zes”.

Soms marcheert er een colonne Waffen-SS zingend over de Stadionweg: “Die Fahne hoh, die Reihen fest geschlossen”; trekt zomers een cohorte soldaten van de Wehrmacht over de Olympiaweg, met ontbloot bovenlijf zingend op weg naar het Mirandabad: “Blonde Gretchen heeft een hart van Stacheldraht“. Ook de NSB klinkt in de buurt: “De wil wordt daad, aan ons de straat, voor NSB houzee!”

Heeresma brengt het allemaal tot leven. De foute buurtslager Roelofzen, wiens zoons bij de HitlerJugend zijn, met wie hij een keer meeglipt het Olympisch Stadion in, naar een boxwedstrijd van Wehrmachtsoldaten.
De Wehrmacht, die het Amsterdams Lyceum heeft bezet, de Kriegsmarine die in een villa in de Olympiastraat is ingetrokken. De koperen kerkklokken van de Willem de Zwijgerkerk, die worden afgevoerd naar Duitsland, om er kogels van te maken. Banketbakkerij Maison Kiebert op de Marathonweg – nu Café Kiebert –  waar hij suikervrij gebak voor zijn tante koopt.

Een jongen, in korte broek met afzakkende kniekousen, is hij, gefascineerd door de vliegtuigen boven zijn hoofd op weg naar Schiphol. In de buurt pikt hij de streetlanguage van zijn tijd op: het Jiddisch, vol Oost-Europese en Duitse accenten van immigranten. Nieuw-Zuid was in de jaren ’30 volgestroomd met gevluchte joden uit het Oosten. En Heere weet van zijn vader, die godsdienstleraar is, veel van het Jodendom.

Eén voor éen brengt Heeresma ze tot leven:

Olympiaplein 20 juli 1941
Olympiaplein 20 juli 1943: joden gaan op transport
  • Lonneke Fajgenbaum
  • Zijn gabber Eli en diens tweelingzus Naomi van de Olympiakade, bij wie hij zaterdags de “sjabbes” doorbracht en die hij ziet worden afgevoerd met kussenslopen vol bagage
  • Zijn buren, de familie Gomperts, die maar niet gaan onderduiken omdat ze denken dat t wel goed komt. Totdat ze in Bergen-Belsen belanden
  • Roza Taitelbaum, die vraagt of ze met hem mag trouwen, zodat zijn naam op hun deur komt te staan “en dan ben ik veilig” zegt
  • Monne uit de Watteaustraat, afkomstig uit Litouwen, die al aardig Nederlands spreekt en waar “prachtig meubilair” staat tussen allemaal dozen en koffers
  • schooljufrrouw Sara De Wilde, die ook plots een gele ster draagt en afscheidneemt met de woorden: “Nou kinderen, tot na de oorlog dan maar
  • Esther Moritz, met wie hij kauwgombal kauwend door de buurt struint, totdat er ook bij het bankje op het Minervaplantsoen een bordje staat “Voor Joden verboden”
  • schoolgenootje Kiki Epstein, die “ganz mesjogge” doet
  • Mosje Ansinger op de Stadionweg, waar hij met electrische treintjes speelt in een huis vol mahonie, kristal en mooie voorwerpen, totdat ineens het naambordje verdwenen is en vreemden de deur opendoen, terwijl Heere nog wel “het mooie met parelmoer ingelegde tafeltje” in de hal ziet staan. Hij wordt weggejaagd.
  • Judith, waarmee ie voor t eerst zoent
  • Käthe Schlesinger uit de Hectorstraat, afkomstig uit Berlijn, die door zijn ouders wordt gestimuleerd om onder te duiken
  • Rozèle Raskower van het Raphaelplein, voor wie hij – als ze onderduikt – soms een joods boek steelt uit de studeerkamer van zijn vader en –  in krantenpapier verpakt – onder een tegel legt, in een poort bij de Jan van Goyenkade: tot op een dag het vorige boek er nog ligt
  • Of meneer Vijg, illegaal vluchteling uit Hitler-Duitsland, die elders is ondergedoken, maar door Heere soms moet worden opgehaald van zijn moeder om bij hen te komen eten, totdat hij op een dag voor niks komt: “Meneer Vijg was als in rook opgegaan“.
  • Zo ook de joodse onderduiker Johan Hiegentlich in het huis van de Heeresma’s zelf

Zij allen, hij ziet ze niet weerom.

N.a.v. zijn boek “Een jongen uit Plan Zuid” maakte Heeresma in 2003 voor het VPRO-radioprogramma De Avonden vier wandelingen door de Stadionbuurt met journalist Anton de Goede, uitgezonden als: “Monologen uit het bijna toen“, waarin hij vertelde over hun onderduiker:

DSC04314Ze staan tijdens het radioprogramma stil voor de fietsenwinkel op de Marathonweg, al bijna een eeuwlang een fietsenstalling/reparatie/handel, waar in de oorlog ene Jongsma als eigenaar inzat.

Jongsma zat ook in het verzet. Hij kwam wel eens bij ons met bonkaarten en stamkaarten. Daardoor kende hij Johan Hiegentlich die bij ons ondergedoken zat.

Op een bepaald moment komt Johan Hiegentlich bij Jongsma en zegt: ik heb ogenblikkelijk een fiets nodig, ik moet even vlug ergens zijn.
Zegt Jongsma: ik heb een fiets die op slot staat, die is van een foute inspecteur van politie, die komt over anderhalf uur terug, zorg dat je over een uur terug bent, anders heb je problemen.

Toen Johan Hiegentlich terugkwam stond hier neuriënd die foute politieman te wachten. Die heeft hem meteen meegenomen naar de Euterpestrasse, nu de Gerrit van der Veenstraat, naar de SD die daar in een school was gevestigd.

In dat gebouw waren twee elektriciëns bezig, eén van hen zat ook in het verzet. Die heeft Hiegentlich zien binnenbrengen. Hij is ’s avonds naar ons toegekomen.
Hij zegt: ze hebben hem verhoord op een gruwelijke manier. Ik heb hem horen jammeren, huilen, genade smeken, alles.
En nou het wonder! Die hypernerveuze overgevoelige jongen heeft geen woord gezegd, want anders had ik hier niet gestaan”.(-). 

De Deutsche Sicherheitsdienst in de Euterpestraat = nu Gerrit vd Veenstraat
De Deutsche Sicherheitsdienst in de Euterpestraat = nu Gerrit vd Veenstraat

De VPRO: “als Hiegentlich had doorgeslagen, dan waren ze naar uw ouderlijk huis gekomen en was het hele gezin meegenomen”?.

Heeresma: “Dan ging je naar Neuengamme of zo, dat soort speelterreinen“.

Diezelfde avond werd de joodse onderduiker van de Heeresma’s naar het C.S. gebracht, waar een goederentrein klaarstond.

“(-) Dat is hier gebeurd.” Aldus Heere Heeresma, staand op de Marathonweg, voor wat al een eeuwlang een fietsenhandel is.

Inderdaad.
Een doodsaaie buurt. Er gebeurt niets bijzonders.

  • Heere Heersema: Een jongen uit Plan Zuid, 2005
  • Heere Heeresma: Kaddish voor een buurt, 2013
zie ook mijn blog: What’s in a name:

DE DENKERS VAN ZUID

2014-04-20 16.40.38
De Denker van Rodin, bij Hiltonhotel, Apollolaan

Het was een echte man uit Zuid, met een mini-mini hondje aan de lijn, een deftige stem, gebronst, donker costuum en met zijn wit-met zwarte herenschoenen met gaatjes, brogues ja, toch eerder Nieuwgeld dan Oudgeld, denk ik.
Zijn weinige haren waren glimmend achterover gekamd over zijn kale schedel heen, zijn colbert hing losjes om zijn schouders, zoals er mannen zijn die rode truien om hun schouders knopen.
Een man die aan het eind van onze ontmoeting op de Apollolaan, in het plantsoen voor het Hiltonhotel, “Ciao, ciao!” tegen me zou zeggen.
Het was een lenteachtige zondag en ik maakte een wandeling door de buurt.

2014-04-20 2014-04-20 002 077Ongelofelijk mooi he?” hoorde ik zijn stem – vragend – achter me.
Ik had net foto’s van De Denker gemaakt, het beeldhouwwerk van Auguste Rodin (1840-1917), links naast ’t Hilton (één van de vele afgietsels) en stond nu uitgebreid een dikke boom te fotograferen in het plantsoen voor het hotel, waarvan de bast mij uitermate fascineerde: het leek wel kanten houtsnijwerk wat er in de loop der jaren overheen gespannen was.2014-04-20 2014-04-20 002 078Sinds ik niet meer werk,” begon hij, “sta ik bij de dingen stil, heb ik tijd om bij dingen stil te staan.”
En met uw hondje buiten lopen, helpt zeker ook?”.
Hij knikte: “Als je loopt, ga je niet aan de dingen voorbij.”
We bewonderden de oude boom. Daarna wees ik hem op de Denker. Wat hij daarvan vond.
U weet dat het Dante is, de filosoof?”, vroeg ik: “Die Rodin bovenaan de Poorten van de Hel heeft gebeeldhouwd, uit Dante’s Goddelijke Komedie?”.
Hij keek me onderzoekend aan.800px-Hoellentor_Detail_grDoor mijn Dantestudie weet ik dat er eind 19e eeuw een nieuw Frans museum zou komen, waarvoor Rodin in 1880 een bronzen toegangsdeur zou ontwerpen. Een reliëf met taferelen uit het gedicht De Goddelijke Komedie van Dante: een Visioen over het Leven na de Dood.

1gatesofhellrodin
Dante bovenin de Hellepoort van Rodin, in Parijs

Zoals Florence haar bronzen Paradijsdeuren van de beeldhouwer Ghiberti heeft in de middeleeuwse Doopkapel, het Baptisteriumzo zou Parijs haar eigen bronzen 19e eeuwse museumdeuren met Helle-taferelen krijgen. Rodin werkte ruim 37 jaar aan dit epos.

En zoals een Christus bovenaan gotische en romaanse kerkportalen staat, zette Rodin Dante als filosoof bovenaan zijn Hellepoort neer, piekerend over het lot van de zielen na de dood.
Hij heeft zijn compositie nooit afgekregen, maar zijn “Poorten van de Hel” zijn in Parijs in het Musée Rodin te zien. Onderdelen uit die Hellepoort werkte hij ondertussen uit tot zelfstandige sculptuur en zo kennen wij o.a.. De Kus en De Denker.

EMOTIE

Wij hebben hier om de 2 jaar een beeldententoonstelling Art-Zuid rond de Apollo/ Minervalaan en toen heb ik De Denker toch maar mooi een maand lang voor mijn deur gehad!,” vertelde de man trots.
“Kijk, zei ik dan tegen mijn vrienden, “I am a philosopher!” …mevrouw, het is toch on-ge-lo-fe-lijk hoe je geëmotioneerd kunt raken door een beeld”.
“Jaha,” beaamde ik, “maar welke emotie maakt de Denker dan bij u los? Weet u dat?” 

De man gooide zijn armen wat hulpeloos wijd in de lucht, waardoor zijn loshangende jasje van zijn schouders gleed. “Tja, wat zal ik u zeggen….”
Hij keek me vragend aan, kwam er niet goed uit.
En u dan?” speelde hij snel de bal terug: “u toch ook? U heeft ‘m net staan fotograferen, u vindt ‘m ook prachtig, wat doet hij u dan?
Oef….hij piekert zich suf, daar met zijn elleboog op zijn knieëen, hij moet die hele tocht door het hiernamaals maken voor zijn Beatrice…” brainstormde ik, “hoe krijgt hij dat gedicht geschreven?… hij heeft het zwaar, hij gaat zwoegend door het leven…”.
De man bleef me al die tijd indringend aankijken, maar begon zich geloof ik ook wat ongemakkelijk te voelen: zijn ogen werden een beetje vochtig en rood. Het werd ‘m denk ik allemaal iets te persoonlijk.
Het hondje trok.

GEEN DROMER

2014-04-30 19.07.15A
Dante als Denker in het Olympisch Kwartier, bovenin mijn boekenkast

Het is geen dromer, maar een schepper,” zei Rodin ooit in een brief over “zijn Dante”, de Denker. Het beeld staat ook op het graf van Rodin zelf.

Er zijn stemmen die zeggen dat Rodin zich voor zijn Denker heeft laten inspireren door een beeld Il Pensiaroso van Michelangelo. Zelf zie ik dat niet zo, denk dan nog eerder aan Michelangelo’s fresco van de piekerende profeet Jeremia in de Sixtijnse Kapel, maar ik denk ook dat Rodin voor zijn Denker het schilderijDante’s Dream” van zijn tijdgenoot Sir Joseph Noel Patton voor ogen kan hebben gehad, een Schotse schilder uit de “pre-Raphaellitische kunststijl” (Veel Pre-Raphaëlieten in de 19e eeuw schilderden Dante’s romantische liefde voor Beatrice (o.a. Gabriël Rossetti).
Daar zit Dante piekerend voorovergebogen, met middeleeuws mutsje op. Eenzelfde afhangend mutsje zien we bij de Denker van Rodin.

2014-04-28 11.59.41
Bookcover in mijn kast: Sir Joseph Noel Patton, 1852: Dante Meditating

2014-04-20 16.39.24

Ik zei de man, dat ik nog even naar de andere “Denker” op de Minervalaan wilde doorlopen.
Maar dat is geen Rodin, en geen echte Denker”, waarschuwde hij mij.
Maar wat het wel was en van wie, wist ie ook niet.

HAVERMANS

Dat niet iedereen met een hand onder zijn kin een Denker hoeft te zijn, bewijst onze “nepdenker” op de kruising Minervalaan/ Stadionweg.
Het blijkt een steenplastiek van “Een rustende Atleet” te zijn, something quite different, van beeldhouwer Jan Havermans. Uit 1941, lees ik online.

2014-04-20 2014-04-20 002 092
Rustende atleet, van Jan Havermans, 1941

Uit 1941..? denk ik, eenmaal thuis googelend. Werden er dan gewoon middenin de oorlog beeldhouwwerken op straat geplaatst, terwijl om de hoek in de Beethovenstraat en bij ’t Olympiaplein de Joden uit hun huizen werden gehaald?

Ik moet aan de “Kulturkammer” denken, waar Nederlandse kunstenaars lid van moesten worden vanaf 1942; ik lees dat Havermans met de kunstenaar Paul Citroen in 1933 de Nieuwe Kunstschool oprichtte, naar model van het modernistische Bauhaus. En dat die vernieuwende kunstschool hier tot 1941 heeft bestaan. Tja…, het Bauhaus moest in Duitsland van de Nazi’s ook dicht, als zijnde Entartete Kunst.

Hoe deze moderne ‘Rustende atleet’ hier in 1941 geplaatst is, moet ik ooit maar voor een nieuw blog uitzoeken. Misschien was ie wel met zijn atletische esthetiek “op-zijn-Leni-Riefenstahl’s” Arisch verantwoord?

UPDATE:
1941 is verkeerde informatie. Dat moet 1951 zijn, meldt Hans Havermans, kleinzoon van beeldhouwer Jan Havermans, mij. Hij reageert per mail op bovenstaand blog. Het beeld is een Gemeente Opdracht geweest van 26 april 1940”, schrijft hij. Het beeld is voor het eerst tentoongesteld in juli 1950 in Antwerpen tijdens een internationale beeldententoonstelling (nu Openluchtmuseum voor Beeldhouwkunst, park Middelheim).
April 1951 wordt het op het Minervaplein geplaatst.
Hans Havermans: “Wat Jan Havermans betreft, hij had vele Joodse leerlingen , waaronder bijvoorbeeld Benno Premsela en de ontwerper Otto Treuman, hij was overtuigd partij communist . De schrijver Theun de Vries is bij hem ondergedoken geweest. Ik denk niet dat hij geassocieerd zou willen worden met Leni Riefenstahl.”
(waarvoor excuus).
De Nieuwe Kunstschool sloot niet in 1941 maar in 1943 haar deuren.

scannen0355
Jan Havermans, met alpinopet, bij zijn beeld

Dit stuk is eerder verschenen op 1 mei 2014 op Facebook als column: https://www.facebook.com/notes/face-to-face-column-olympisch-kwartier/column-de-denkers-van-zuid/249386918578260