Categorie archief: video

Muziek in wrakhout


Kun je hout laten dansen? Met een videofragment van een ballet over Apollo, de Griekse God van de kunsten en de muziek, introduceer ik hier het gigantische houten balletgezelschap, dat architect/beeldhouwer Ivan Cremer (1984) op de Apollolaan heeft geplaatst.
Maar liefst 10 houten sculpturen zet Cremer als ensemble neer, met Apollo in het midden. Om hem heen: de negen muzen, zijn halfzussen, die elk een tak van kunst vertegenwoordigen, en die de muziek inspireren.

20190608_195811.jpg
Birth of Apollo, 2019, sculptuur van hout en staal, Ivan Cremer, Apollolaan, Amsterdam Zuid

De muziek die u hoort is van Igor Stravinsky uit 1927. Een echt 20e eeuws klassiek muziekstuk. Het ballet werd in 1928 door choreograaf George Balanchine gearrangeerd en heeft Cremer geïnspireerd tot zijn sculptuur “Birth of Apollo” voor de Amsterdam Sculptuur Biennale Art Zuid.

“The birth of Apollo” is ook de naam van de proloog van het ballet. Stravinsky liet zich door de Klassieke Oudheid inspireren of door schilderijen als “Apollo en de 9 muzen” van Baldassare Peruzzi (1520) en noemde zijn muziekcompositie Apollon Musagète: “Apollo, aanvoerder van de muzen”.

AKG241827.jpg
Dans met de 9 muzen, olieverf panel v Baldasare Peruzzi (architect/schilder), ooit onderdeel van een toetseninstrument.

Het totale muziekstuk van Stravinsky duurt een half uur. Onderaan dit blog kan de liefhebber ernaar luisteren.

Kijkt u naar het balletfragment en dan nog eens naar het beeldhouwwerk op de Apollolaan.

New York City Ballet, Tiler Peck, Indiana Woodward, Brittany Pollack and Taylor Stanley in George Balanchine’s Apollo. © Erin Baiano.

20190614_145301.jpg

1050378.jpg

Apollo tussen 9 muzen op de Apollolaan, Ivan Cremer, 2019
Cremer in zijn studio in Leipzig, bij het beeld van Apollo. copyright: ivanattila.com
1040980.jpg
Ivan Cremer tijdens de perspresentatie van ArtZuid met zijn Birth of Apollo, op de Apollolaan

IVAN CREMER

Het is niet de eerste keer dat Cremer balletdanseressen bouwt. Eerder al ontwierp hij een hele serie “Dancers from Oblivion”. De zoon van kunstenaar/schrijver Jan Cremer, is van het robuuste handwerk. Uit Italiaans afvalhout uit ruïnes hakt, bikt, schuurt, timmert en schroeft hij handmatig zelf zijn sculpturen in elkaar.20190614_150309.jpgHij is een echte bouwer, van oorsprong architect met zijn opleiding aan de TU in Delft. Hij moet weinig hebben van computergestuurde kunst, die hij eerder als design ziet. Hij maakt in zijn atelier liever alles zelf met eigen handen.
Het zijn bonkige woeste brokken hout waarmee hij werkt, met staalplaten bij elkaar gehouden, niet roestvrij. Het hoofd van Apollo of de hoofden van de danseressen of hun losse wilde haren bestaan uit stalen troffels of gekartelde schijven, waarmee hij ook beweging suggereert.

Ik probeer ballerina’s te portretteren, ik ga niet de beweging nadoen,” zegt hij tijdens de perspresentatie. Hij heeft dus niet overwogen om als een bewegingskunstenaar Jean Tinguely (1925-1991) het balletgezelschap letterlijk te laten draaien aan stalen kabels om Apollo heen.
Ieder staat op zijn eigen (betonnen) voetstuk, beklemtoont Cremer. Iedere muze. Elke kunstdiscipline. Zowel de dichtkunst (als muze). Als de zang. Alle negen muzen kunnen muziek doen ontstaan.
De kunsten beïnvloeden elkaar wederzijds, maar geen één is superieur, wil Cremer maar zeggen. Ook Apollo niet.

MUZEN, MUSEUM, MUZIEK, AMUSEMENT

Muziek (Apollo) ontstaat in combinatie met:

  • poëzie,
  • zang, de voordrachtkunst,
  • mime, expressie
  • geschiedenis (Stravinsky componeert bijvoorbeeld op basis van de Antieke Oudheid)
  • tragediespelen (voor een opera)
  • of komediespelen (voor een operette of musical).

Voor elk is er een muze.

Ze zijn structureel van elkaar afhankelijk. Ze staan op zichzelf, maar trekken zich aan elkaar op, en beïnvloeden elkaar, houden elkaar in balans en worden ondersteund door Apollo” zegt Cremer.

Essentieel voor de sculptuur van Cremer is zo het feit dat de 10 figuren, ondanks hun eigen voetstuk, toch met elkaar verbonden zijn. De God van de kunsten en muziek is met stalen kettingen verbonden met zijn Muzen. En inspireert op zijn beurt weer schilders.

Als architect heb ik naar de straten rondom de Apollolaan gekeken, er zijn schildersstraten van Michelangelo en Rubens en Van Eijck, en er zijn muziekstraten als Beethoven in deze buurt”.

(Ook zijn er parallel aan de Apollolaan twee straten naar muzen genoemd, waaronder de Cliostraat, muze van de geschiedenis).

Stravinsky noemde zijn muziekcompositie: Apollo, leider van de Muzen: Apollo Musagète. Ook bij Cremer is Apollo weliswaar groter dan zijn zussen en staat hij centraal middenin, maar bij Cremer lijkt het toch ook alsof het de muzen zijn die Apollo in beweging zetten.

20190517_225844.jpg
Urania, links, met haar armen in de lucht, zorgt als muze voor hemelse muziek. Vooraan staat Terpsichore als muze van de dans op muziek.

In de balletvideo zie je ook hoe de ingebakerde mannelijke God Apollo pas geboren kan worden als zijn katoenen windselen worden afgewikkeld door drie van zijn halfzussen. Apollo heeft zijn muzen nodig.
Stravinsky en Balanchine gebruiken maar drie danseressen als muzen, Cremer doet het met negen en volgt hierin getrouw de mythologie.

20190608_005717.jpg
Muzen voor de muziek. 1. Urania met hemelbol voor hemelse klanken. 2. Euterpe van de instrumentale muziek, met dubbele fluit, 3. Calliope voor de voordrachtskunst en zang 4.Terpsichore met lier voor de dans.
20190608_010848.jpg
5. Thalia met vrolijk masker, voor komediespelen 6. Polyhymnia met meditatieve blik, voor religieuze muziek 7. Melpomene met een tragediemasker 8. Erato met haar cupido en liefdespoëzie 9. Clio met haar geschiedenisrol

Zo kan muziek hemels klinken (Urania: met hemelbol), en komt muziek via allerlei instrumenten tot ons (Euterpe: met dubbele fluit), kun je op muziek vaak dansen (muze Terpsichore) en vertelt muziek vaak een verhaal, al of niet als programmamuziek of met zang (Calliope van de zang en Clio, muze van de geschiedenis, met een papierrol).

Die inter-afhankelijkheid van Apollo met zijn muzen laat Ivan Cremer nu zien. In hout. Met kettingen. Op de Apollolaan.

Zo was er eerst de Griekse mythe; toen in 1520 een schilderij over Apollo en zijn 9 muzen, toen in 1927 Stravinsky met zijn instrumentale muziek, toen Balanchine met zijn ballet en ook een film daarover in 1968 en nu in 2019 Cremer met zijn houten beeldhouwversie van Apollo’s geboorte.

Zo voedt de mythologie de schilderkunst, de muziek de dans en die weer de beeldhouwer. Een mooie pirouette. In het Openlucht-museum dat Art Zuid heet.

Dromen over later

strandbeest.gif

Kijk, een Strandbeest van Theo Jansen (1948) wil bewegen in de wind en hang je niet zomaar boven je bank, zoals een poster van een vliegend object van Leonardo Da Vinci.

HTB1PvQ7PFXXXXXvXFXXq6xXFXXX0.jpg
poster: Vliegtuigontwerp van Leonardo da Vinci

Maar Jansen is net als een Da Vinci gefascineerd in de techniek van de beweging. Hij ontwierp ooit een vliegende schotel die boven Delft heeft gevlogen en noemt zich zelf kunstenaar-uitvinder. Net als Da Vinci.

In Amsterdam-Zuid zijn nu twee van zijn strandbeesten neergestreken #ArtZuid, op de hoek Stadionweg/ Minervalaan en op de Zuidas. De beesten van Jansen bestaan uit pvc electriciteitsbuizen en bewegen zich op de grens van techniek en kunst.

P1050288

P1050293

P1050292
de voet waarmee het strandbeest zich voortbeweegt

P1050306

ALCHEMIST

Als een alchemist wil Jansen nieuw leven crėeren. Met lucht in pet-flessen en pvc-buizen maakt hij strandbeesten die zichzelf voortbewegen op de wind. Helaas staan ze in Amsterdam vast aan de grond en lijken het een soort uitgestorven beesten. De Animaris Longus is uitgestorven in 2010, zegt het naambordje #ArtZuid. Ik had ze zo graag over de Minervalaan zien stappen!😃
Kijk in de video online hoe gracieus deze beauties bewegen als ze nog leven:

DROOM

Wat beweegt die man, denk ik steeds als ik gefascineerd naar documentaires van hem kijk. Het is zo uitzonderlijk, zijn romantiek, zijn bijna kinderlijke fantasie, zijn ironie, maar tegelijkertijd zijn bloedserieuze doortastendheid om zijn droom werkelijkheid te laten worden: dat die beesten ooit zelfstandig in kuddes op het strand kunnen leven.

Ook al storten ze tot nu toe na elke zomer op het strand ineen, en “sterven ze uit”: hij blijft het gewoon proberen. Gefascineerd als Jansen is door het Bestaan, de Evolutie, spieren, zenuwcellen, hij wil de beweging van Het Leven zelf doorgronden.
U kunt hem online zien en beluisteren in deze mooie TED-TALK met ondertiteling:

Luister naar zijn dromen: een natuurkundige romanticus, een dromerige scheikundige, die in 2018 tot kunstenaar van het jaar werd gekozen en in Den Haag de Haagse Cultuurprijs won. Wat heerlijk toch dat er zulke mensen zijn!
Want: bewegen zal het!

Emailvolgers kunnen het beste klikken op de titel van dit blog en video online kijken:

Verbindende elementen

20190516_002235.jpgEen atletische hoogspringer, een hordeloper en een atletische duiker in de lucht, van de Poolse kunstenares Jerzy Jotka Kędziora verbinden op het Stadionplein deze zomer – in het kader van Art Zuid – het historische Olympisch Stadion met het moderne kunstwerk dat ertegenover staat, waarvan de titel ontleend is aan een schrijver met Poolse roots.

Het thema van Art Zuid dit jaar is “Tussenruimte en verbinding“. En dat is wat ik van ’t zomer in mijn foto’s en fotocollages vooral wil laten zien: de kunst in verbinding met haar omgeving, de kunst in verbinding tot de architectuur van Berlage Zuid. De kunst in relatie tot de mythologische straatnamen erom heen. Maar ook de beeldende kunst: in relatie tot de historie van de buurt. Ik deed dat al in eerdere blogs.

P1050013
Cintha van Heeswijck, Directeur ART ZUID

Directeur Cintha van Heeswijck van Art Zuid zegt: “Berlage heeft de tussenruimte op de lanen geclaimd”. En Art Zuid vult die lanen nu in, voor de zesde keer op rij, in de tweejaarlijkse beeldententoonstelling in de openlucht.
Art Zuid wil ook de verschillende pleinen van Zuid met elkaar verbinden, het Van Tuyll van Serooskerkenplein, het Hygieaplein, het Stadionplein, ze wil ze er allemaal bij betrekken. “we willen mensen naar buiten krijgen, uit hun sociale isolement. En als ze iets niet mooi vinden of confronterends: kom er maar over discussiëren, zeg ik dan”.

Kunst als ontmoetingsplek. Ook de ontmoeting tussen de diverse sculpturen onderling wil ik fotografisch in beeld brengen deze zomer. Het wordt via die invalshoek mijn eigen visuele verslag en verbindende interpretatie van Art Zuid.

BELADEN BUURT

P1050002
Eén van de twee curatoren: Michiel Romeyn

Het is een beladen buurt” zegt één van de twee curatoren Michiel Romeyn tot tweemaal toe over de locatie van Art Zuid in de Apollobuurt, de aangrenzende Stadionbuurt en (via het Muzenplein) zelfs tot in de Rivierenbuurt. Gedoeld wordt op de oorlogsjaren, de jodenvervolging.

Habitation – security or isolation, van Dini Thomsen (Katwijk 1943), wonend in Duitsland
Elsa Thomkowiak (1981) kunstwerk OUT. Op achtergrond Jan Havermans‘ herdenkingsmonument ’40-’45 op de Apollolaan
Apollo offering (1994), beeld van Arman (1928-2005) op de Minervalaan, een gespleten beeld

Romeyn: “Ja, een beladen buurt…..en dan nu met al die beelden hier….ik zeg: er stroomt bloed door de aderen van Zuid. Ik vind het wel wat hebben om juist op die lanen hier dan nu allemaal gekke eigentijdse beelden te plaatsen”. Het is volgens hem ook wel tijd voor grappen en grollen.
En dat is gelukt. Laat dat maar aan ex-Jiskefet acteur Michiel Romeyn over, samen verantwoordelijk met co-curator Jhim Lamoree voor de keuze van de beelden. Romeyn, zelf beeldend kunstenaar, was in 2009 al eerder curator van Art Zuid. Het levert een verfrissend andere tentoonstelling op dan die onder ex-curator Rudi Fuchs.

Ik zie een Jezus met avocado’s, een Maria met spitskolen, een glimmend bronzen meneer in bad (wiens schrijvende vinger per ongeluk, geloof ik, net onder water steekt), gekke dansende of hangende beesten als balletdansers, ik zie een soort faun en atleten.
Er is voor elk wat wils.
Romeyn: “Er hangt iets in de lucht, maar wat precies blijft onduidelijk. De reis begint…..Voor iedereen”. 

P1040867

P1040870
Tony Matelli (1978), een Maria en een Jesus, 2016, met avocado’s en kolen
P1050068
Barry Flanagan (1941-2009): balletdanser Nijinski als dansende haas (1985)
P1050100
Arman (1928-2005), Monsieur Teste (1995). Hij lijkt op een faun, op bosgod Pan

video, klik online: ‘The man writing on water’ (2006), Jan Fabre (1958) . Tussen zeven badkuipen in zit hij daar: wie is hij? En waarom zeven, in deze opstelling?

De liefde voor Zuid spat van de tentoonstelling af. Romeyn: “Het is net als naar je psychiater gaan: van Zuid kom je nooit meer af”.

 

 

Hygiea’s gezondheid

photo_detail
detail van schilderij Hygiea van Gustav Klimt, 1900
hy to earth.jpg
Planetoïde Hygiea draait met haar diameter van 431 km in 5 ½ jaar om de zon

Verloskundigen- en huisartsenpraktijken, gymnastiekverenigingen, ja zelfs een counselingsbedrijf voor zorgprofessionals: ze kunnen zomaar naar HYGIEA heten, de Griekse godin van de gezondheid, de patrones van de apothekers.
Haar vader was Asklepios, ja, die van de dokterslang, de esculaap: de Griekse God van de geneeskunde. Zoon van de grote Apollo.

Beiden werden in het Oude Griekenland in Epidaurus op de Peloponesos vereerd. Er was een kuuroord en patienten hoefden er alleen maar te slapen worden gelegd voor genezing. Wanneer men in een droom een slang zag, was men meteen genezen…

Ik ben er een keer geweest, op een gloeiendhete kurkdroge zomermiddag. Met mijn schoolvriendin F. vergat ik me destijds altijd aan te passen aan de uren van de dag, de temperatuur van het Zuiden.
Ook het Griekse slow-motion-ritme van “sigá sigá !” leerden we pas later over te nemen. Een Griekse lover G. zei – op bezoek in Nederland ooit – dat hij hier de treinen miste, omdat ze hier altijd op tijd reden! Ja, dat is Griekenland: de bussen vertrokken nooit op tijd. Soms stapte de buschauffeur onderweg gewoon even uit om bij de bakker een broodje te kopen. Zo trokken we een maand door Griekenland.
Slowly – slowly: heeeeel gezond!

epidaurus

Epidaurus, tempel ter ere van Asklepios en Hygiea, met de slang als symbool

In de kunsten wordt Hygiea meestal uitge

salus hygieia_-3.jpg

beeld met de slang (van haar vader) en een schaaltje: de geneeskunst voedt zich uit de gezondheid.
De kleurrijke Hygiea van de schilder Gustav Klimt uit 1900 is misschien wel de bekendste afbeelding van haar uit de kunst. Ze was onderdeel van een grotere uitbeelding van de Medische Faculteit voor een zaal in de Universiteit van Wenen.

Het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden bezit een marmeren reliëf uit de 2e eeuw na Christus, waarop ze haar vader Asklepios eert.

Het Rijksmuseum in Amsterdam bezit een prent uit 1640 naar een (stand)beeld van Hygiea in Rome.

Asklepios_800p-4.jpg

2e eeuw na Chr.: Marmeren reliëf: Hygiea eert haar vader Asklepios , Museum voor Oudheden Leiden

unnamed-3.jpg

Hygiea, naar een sculptuur uit Rome, prent uit 1640, Rijksmuseum A’dam

Nieuw voor mij was dat er ook in de ruimte een asteriode met veel ijs erop naar haar is vernoemd. Het rotsblok draait samen met ook Hestia/Vesta – genoemd naar de Griekse godin van het huiselijke vuur – als een van de vier grootste ruimtebrokken tussen Mars en Jupiter in een grote asteroïde-regen om de zon. Daar doet ze 5 ½ x langer over dan de aarde, die dat traject in een jaar aflegt. video online:

hygieia-brunnen-01

Hygiea, als waterbron bij stadhuis in Hamburg

Vaak staat ze als sculptuur bij kuurooorden of bij waterbronnen of fonteinen, zoals in Rome in de Trefi-fontein of in Hamburg op de binnenplaats van het Stadhuis, in Karlsruhe voor een kuuroord.
Water en gezondheid: die twee horen bij elkaar.

NEDERLAND

Voorstreek 58 (5) (Small).jpg

Hygiea als tegelplateau op Jugenstill apotheek in Leeuwarden, 1905

Als schutspatroon voor apothekers prijkt ze in Leeuwarden in een prachtig tegelplateau boven de Centraal Apotheek uit 1905; in Groningen als zandreliëf boven een voormalig laboratorium.

In Spijkenisse staat er voor het Medische Centrum een moderne naakte sculptuur met slang van Hygiea. Ongetwijfeld vergeet ik er een aantal te noemen.

AMSTERDAM

In Amsterdam is Hygiea opgenomen als sculptuur in de beeldencollectie van het AMC-ziekenhuis, een “Vrouwe Hygieia‘ uit 1935 van beeldhouwer Christiaan Jozef Hassoldt (1877-1956) afkomstig uit het vroegere Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, een van de voorlopers van het AMC.

GR07fb-5.jpg

Hygiea in Groningen

2016-amc-beeld1-3.jpg

Vrouwe Hygiea, 1935 in het AMC

Daarnaast is ze in Amsterdam opgenomen in de architectuur van de stad, en vooral bekend als groot plein in de mythologische Olympische buurt, rond het Olympisch Stadion.
Het plein zit barstensvol met scholen en kinderen. Ik ging er als kind naar de Volksmuziekschool op no. 7 waar ik muzieknoten leerde lezen en waar de basis werd gelegd voor mijn liefde voor klassieke muziek. Veel later heb ik naast die school op no. 9 twintig jaar gewoond.
Mijn huisarts heeft er zijn praktijk.

jjjj-05-09-uu40-13_edited

Hygieaplein, 1928: toen de stad nog groene pleinen mocht hebben

Hygiea, godin van de gezondheid: we vinden haar dus overal en nergens. In dromen – of als ik een doodenkel keertje in mijn leven es stoned ben, zo heb ik gemerkt – komt er vaak een angst voor slangen omhoog. Maar bang, dat moet ik helemaal niet zijn, begrijp ik nu. Slangen zijn het zinnebeeld van de gezondheid! Wanneer men in een droom een slang zag, in het Griekse Epidaurus, waar Hygiea werd vereerd, was men juist genezen!
Ik zal dat onthouden.

ZH63am-2.jpg
Hygiea, modern beeld voor het ziekenhuis in Spijkenisse

Hygiea, Hercules, Perec

Bomvol, volgepropt met meubels, staat het nieuwe kunstwerk 11 rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire op het Stadionplein. Zoals onze eigen huizen vaak met meubels volstaan. Maar ook: zoals onze huizen zich kunnen vullen met bekende merkartikelen, die ons alom aangeprezen worden. Dat is wat Darbyshire wil laten zien.

Design: it’s all about. Hij laat zien hoe sommigen van ons zich graag omhullen met Grote Namen. Een horloge van Gucci, een tas van Valentino, een citroenpers van Philippe Starck, een bank van Jan des Bouvrie.
Het geeft blijkbaar een meerwaarde aan je huis, je Zijn, je identiteit.

Darbyshire is niet specifiek maatschappijkritisch, maar laat in al zijn kunst zien hoe wij als consumenten met onze alledaagse omgeving omgaan, hoe status en materie met elkaar verbonden lijken.

600_inpage_supporting-us_1
Oak Effect (2012), in de Manchester Art Galery

Zo maakte hij in 2012 een tentoonstelling over het “Eiken-effect”- een installatie vol kunststofmeubels die het idee van eikenhout moeten geven, omdat eikenhout blijkbaar een andere uitstraling, meer status geeft dan kunststof. Kijkt u even 😉 naar uw eigen laminaat op de vloer bijvoorbeeld, uw Ikea-boekenkast of keukenkastdeurtjes…

GRIEKSE GODINNEN: ALS VERKOOPTRUC

Ook laat Darbyshire in zijn werk zien hoe op ons consumentengedrag wordt ingespeeld. Grote namen uit de Klassieke Oudheid worden gebruikt om ons te verleiden.

HS14-MD6621S_i
Hygieia – Goddess of Health, Cleanliness and Sanitation, 2018 Building fragment and Helios Stress Relief Pillules, Zeus Beard Shampoo, Mars Protein Powder, Venus Razors, Trojan Condoms, Apollo Shower Gel, Siren Logo Cup, Aphrodite Hair Dryer, Minerva Toilet Brush, Nike Shower Sandals, Samsonite Toilet Kit, Olympus Bathroom Scale, Athena Poster, Olympus Camera, Selene Red Wine, Victoria Lagers, Apollo Noodles, Aurora Coffee, Eros Paprika Paste, Gaia Detox Tea, Ajax Cleaner, Apollo Scouring Pads, Pegasus Rice and Arion Cat Food Artwork: 231 x 80 x 70 cm / 98 x 31 x 28 in Glass: 233 x 84.8 x 112 cm / 90.6 x 33.4 x 44.1

In een installatie-kunstwerk uit 2018 laat hij zien hoe Hygiea, Griekse Godin van de Gezondheid en andere mythologische Grieken worden “misbruikt” om schoonmaak- of schoonheidsproducten aan te prijzen. Wakker worden met Aurora koffie: (Aurora=Eos) de Godin van de Dageraad. Of: harder lopen op Nike-sportschoenen: Nikè: de Griekse Godin van de Overwinning.

Eerder dit jaar liet ik zien, in mijn blog “De Geur van Zuid”, hoe al die Olympische Grieken de parfumwereld inspireren, maar Darbyshire laat juist zien hoe wij consumenten op die manier ons allerlei spullen laten aansmeren.
De Oude Klassieken: als marketing-tool.

11 rue Simon-Crubellier

Ook de designmeubelen van bekende ontwerpers in het kunstwerk op het Stadionplein moeten we zo zien, begrijp ik eruit en ons laten kijken naar onszelf.
We moeten de titel van zijn kunstwerk niet al te letterlijk nemen, benadrukt Darbyshire. Ondanks de titel, moet je het 3-kamerappartement niet echt zien als een 3D-weergave van de 11 rue Simon-Crubellier uit het boek van Georges Perec (1936-1982), vindt hij.

d009747ed913c3f785f1352fceb65ae6
Eén van de covers van het Franse boek La Vie Mode d’Emploi (Het leven een gebruiksaanwijzing)

Het fictieve woonadres zag hij als abstractie, net als zijn eigen idee voor een appartement zonder muren, als “ghost-architecture“.

Hij ziet zijn kunstwerk eerder als “een soort van gedenkteken” (“oblique memorial“) voor Perec. Een “tribute“, eerbetoon aan de schrijver die hij als een “buitengewoon intellectuele kijker en kunstenaar” omschrijft.
Motivated more by a desire to celebrate the man than illustrate this specific text”.

De link met het boek is: dat de 99 vertrekken aan de Parijse 11 rue Simon-Crubellier in “Een leven een gebruiksaanwijzing” (1978) eveneens volgestouwd staan met spullen. Perec houdt ellenlange interieurbeschrijvingen.
In zijn debuutroman De Dingen (1965) onderzocht Perec al eerder wat materiële spullen met mensen ‘doen’ : ergens bij (willen) horen, bij een sociale groep bijvoorbeeld. Perec in De Dingen: “ze wilden van het leven genieten, maar overal om hen heen werd genot op één lijn gesteld met bezit”.
Eigenlijk had Darbyshire, zegt hij mij, liever dat boek van Perec uit 1965 vernoemd, maar daar kwam geen straatnaam in voor.

INTUITIEF DE ZIEL VERBEELD

Als hij in een interview met kunstjournalist Edo Dijksterhuis echter zegt, dat hij in het algemeen in zijn kunst “de ziel of de aura van een object” probeert te vangen, is dat m.i. exact wat er is gebeurd met zijn verbeelding van het adres 11 Rue Simon-Crubellier – bedoeld of onbedoeld. Geheel intuïtief.
Een verbeelding van het adres dus, geen uitbeelding. Maar hij heeft de ziel van het boek wel getroffen. Ik verwijs naar eerdere blogs hierover in deze serie.

P1040222
11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire, Stadionplein 2018

In het boek uit 1978 wordt ook duidelijker waaróm Perec zo gefascineerd is door interieurs; graag over kasten, schilderijen, wandtapijten, theebladen e.a. schrijft: die spullen omhullen je ook met herinneringen. Ze lijken bij Perec een manier om grip op zijn omgeving te krijgen.

In de wijkkrant van december 2017 liet ik in mijn column “Onze straat met Zwarte Spullen” over het Stadionplein-kunstwerk al zien hoe interieurs niet alleen over status of consumentisme gaan. Spullen hebben ook een andere functie: de kast van je oma, de souvenir van je vakantie.

“Ik herinner me tante M., zoals het hele Hygieaplein haar noemde, vooral aan haar porseleinen beeldjes in haar zwarte vitrinekast, haar opgedirkte meisjespoppen op de kolossale zwarte glimmende bank, haar tafels vol vazen met kunstbloemen. Van echte bloemen hield ze niet. Vorig jaar is ze overleden.
Als iets verdwijnt, probeer je het vaak met “spullen” bij je te houden. Van tante M. heb ik nu een porseleinen “bidmadammeke” staan: een wijwaterbakje.
Elk interieur, elk huisadres zit zo vol met spullen en verhalen over het verleden”. (Wijkkrant Olympus, december 2017)

darbyshire
Links, origineel. Rechts: Hercules van polystyreen, 2014, Darbyshire

MATERIAAL

Bij Darbyshire is het gehele Stadionplein-interieur van zwart gepatineerd brons. Hij houdt nl. helemaal niet van klassiek brons. Het liefste gebruikt hij eigentijdse materialen. Zo heeft hij een immense sculptuur van Hercules van polystyreen gemaakt, de goedkope kunststof waarvan plastic wegwerp-bekertjes gemaakt zijn.
Maar, ha, zulk materiaal leent zich nou niet bepaald voor een omgevingskunstwerk in de Openbare Ruimte.
Brons is voor hem echt een concessie. Darbyshire over 11 rue Simon-Crubellier:
De betonnen elementen zijn net zo belangrijk en zeker zo mooi voor mij als de bronzen elementen”.
Overigens maakte hij zijn plastic-Hercules om te laten zien hoe Klassieke Kunst in de populaire cultuur vaak misbruikt wordt voor commerciële doeleinden.

P1040218
kopie v Ph. Starck’s Gnome Stool

Droste_Cacao_reclame_plaatje
L’ART POUR l’ART

In zijn kunstwerk laat hij ons tegelijkertijd Kijken naar Kunst. Het is een Droste-cacao-effect, als u begrijpt wat ik bedoel. Je ziet een busje cacao met een vrouwtje daarop, dat een busje in haar hand heeft met een vrouwtje erop.

In het kunstwerk van Darbyshire staan design-tafeltjes van andere kunstenaars, ontwerpers als Philippe Starck (1949) bijvoorbeeld met zijn gnoomtafeltje. U kunt het voor zo’n 250 euro online bestellen, zie ik, op sites die prompt Musthave.nl heten. Hebbedingetjes dus.
Ook kijk je naar een (kopie van een) bronzen sculptuur van de Duits/Franse kunstenaar Hans Arp (1886-1966), op het bureau in de huiskamer. Een kunstwerk in een kunstwerk dus.

P1040210
torso, 1957, Hans Arp. Versie Darbyshire

ORIGINEEL

Darbyshire speelt zo m.i. ook met het postmoderne thema: origineel, kopie en identiteit. Zoals Hygiea een schoonmaakproduct aan de man brengt, eigent Darbyshire zich een woonadres van Perec toe. Maar dan wel: als eerbetoon aan Perec.

Ook Perec laat je trouwens naar kunst kijken in die 99 interieurs op de 11 rue Simon-Crubellier en gaat in al zijn werk in op thema’s als: kopie, origineel en vooral: identiteit.
De Sefardische Joodse naam Perez was na verbanning uit Spanje/Portugal in Polen al in Peretz veranderd en – na emigratie naar Frankrijk – verfranst tot Perec, toen Georges geboren werd. Iets wat hem als kind in de oorlog geholpen heeft. Dat thema Identiteit achtervolgt hem in heel zijn schrijverschap. Mensen wisselen steeds van identiteit bij hem.

P1030929AA
Darbyshires bank van Jan de Bouvrie, incl. kopie vaas van Moobach, tafeltje van Vitra/Noguchi

Zelfs de (kopie van een) fallus-vaas van Jaan Mobach (1933) uit het Centraal Museum uit Utrecht, binnenin Darbyshires kunstwerk, brengt mij een verhaal uit “Het leven een gebruiksaanwijzing” in gedachten over een Utrechtse vaas, die vals was. Perec wijdde er een heel hoofdstuk aan. Hij schreef vaker over vervalsing in de kunst.

Ook komt het Drostecacao-effect bij Perec op de 11 rue Simon-Crubellier voor. De schrijver beschrijft de bewoner Valène, die een schilderij wil maken van een dwarsdoorsnede van het flatgebouw, zoals Perec zelf als schrijver doet.
En hij wijdt uit over een andere bewoner Hutting, die 24 portretten wil schilderen, waarvan de persoon in kwestie in een detail op het schilderij wordt afgebeeld, niet als hoofdonderwerp.
Dat is exact wat Georges Perec doet als schrijver.
In alle woonvertrekken beschrijft ie eigenlijk iets van zichzelf.
Een crypto-jood. Noodgedwongen in het geheim.

© Overname van gedachtengoed uit dit blog s.v.p. met bronvermelding

Het leven: een puzzel

frustrated-little-man-missing-puzzle-piece[33694]

Er wordt nogal gepuzzeld aan de 11 Rue Simon-Crubellier te Parijs, het woonadres dat de schrijver Georges Perec verzon, waaraan het kunstwerk van Matthew Darbyshire op het Stadionplein haar titel ontleent. Het kunstwerk wordt zaterdag 10 november onthuld.

Nou heb ik niks met legpuzzels. Maar vorige zomer, juist toen ik me voor de eerste keer door dat dikke, niet-zo-toegankelijke boek “Het leven een gebruiksaanwijziging” van Perec heenworstelde, kwam het er dan toch van.
Mijn hoofd stond niet naar lezen.
Als een soort meditatief herstel van een ziekenhuisopname werkte ik aan een legpuzzel. Daardoor weet ik nu hoe het voelt als je dagenlang naar een specifiek puzzelstukje zoekt.

Ben je aan het puzzelen?”, vroeg de buurvrouw, toen ik tussendoor even met haar op een zonnig terras op het Stadionplein zat, aan de voet van de lange bak aarde, waar nu het kunstwerk “11 Rue Simon-Crubellier” is verrezen.

Stomverbaasd keek ik mijn buurvrouw aan. Hoe kon ze nou weten dat ik aan het puzzelen was? Zag ze dat aan mijn neus, daar op dat terras? Hoe kon dat?
Het was idioot: ze zag het aan mijn arm!
In de warme plakkerigheid van de zomer was er een legpuzzelstukje aan mijn onderarm blijven hangen en wonderbaarlijk genoeg had dat stukje mijn wandeling naar het Stadionplein overleefd.
Ik had het ook kunnen verliezen.

life-puzzle

Puzzelstukjes verdwijnen soms. En dan krijg je het plaatje niet meer compleet. Bij de schrijver Georges Perec is dat het geval. In al zijn boeken is er een (verkapte) zoektocht gaande naar het puzzelstukje van zijn jeugd: zijn verdwenen Joodse familieleden, zijn herinneringen.
“Mijn moeder heeft geen graf”, schrijft hij, n.a.v. haar deportatie op 11 februari 1943 naar Auschwitz. Perec is dan zes jaar. Er is verder niets over zijn moeder bekend. Ze is opgelost in het niets.”Ik heb geen herinneringen aan mijn kinderjaren”.
Ja, dan heb je een gebruiksaanwijzing nodig om te kunnen leven. Voilà, de titel van het boek over de 11 rue Simon-Crubellier.

perec-puzzle-piece

Georges Perec (1936-1982)

Wat is er aan de hand met dat gepuzzel op de 11 Rue Simon-Crubellier?
Te midden van veel zwarte details, zoals ik in het eerste blog uit deze serie liet zien, is een aantal bewoners in dat flatgebouw met elkaar betrokken bij een krankzinnig verhaal over aquarellen en puzzels.
Maar in feite vindt er in dit verhaal een ritueel vernietigingsproces plaats.

AQUARELLEN

Zoals Perec in een eerdere roman (over zijn jeugd, op zoek naar een verzonnen eiland W) zelf de wereldzeeën was afgestruind, laat hij nu een steenrijke bewoner aan de 11 rue Simon-Crubellier, een Engelsman, de wereld afstruinen om zee- en havengezichten te schilderen. Aquarellen, op papier, waarin een watermerk W van Whatman staat.
De miljardair, die met zijn tijd en zijn leven geen raad weet, wil zo het Zinloze van Alles, nutgeven. Hij doet er 20 jaar over, maakt 500 aquarellen, de laatste van de haven van Brouwershaven in Zeeland.

havensluis-Brouwershaven

Ad Kikkert (1914-1995): zeesluis Brouwershaven

De miljardair heet Percival Bartlebooth (let op zijn voornaam, bij Perec is Niets zomaar bedacht; ik denk aan Parsifal die op zoek was naar de Heilige Graal) en maakt er zijn levensdoel van.
Hij bedenkt een plan, waarbij meerdere bewoners van het flatgebouw betrokken raken.

BURENNETWERK

Voorafgaand aan zijn reizen, neemt hij eerst 10 jaar schilderles bij een buurman, die schilder is, Serge Valène. Een andere buur wordt zijn secretaris, die hem 20 jaar lang op reis vergezelt. Tijdens die reizen worden de aquarellen als pakketjes naar de 11 Rue Simon-Crubellier opgestuurd. De postzegels komen terecht bij een buurjongetje.

net-a-porter-vacation-kit-

Een buurman die houtbewerker is, Gaspard Winckler, vraagt hij om de 500 aquarellen op te plakken en er legpuzzels van te zagen. Die door een buurvrouw in mooie zwarte dozen worden bewaard met een zwarte strik erom heen.
Deze puzzels worden door de Engelsman 20 jaar later zelf in elkaar gezet. Het leven moet toch ergens zin voor hebben?
Maar daar laat Perec het niet bij.

PUZZEL

Het is een hele puzzel, dat boek over de 11 rue Simon-Crubellier, dat begint met een taai hoofdstuk over de ins en outs en de talloze vormen van legpuzzelstukjes. Je moet er maar doorheen komen, door dat eerste hoofdstuk!

tumblr_kqsblkZqxn1qa53j3o1_1280

Omdat ik zelf in een enorm woonblok woon, waarbij op mijn ene lift al 30 huisdeuren uitkomen, terwijl er vele liften zijn, hielp dit gegeven mij bij het lezen van het boek om me voor te stellen hoe er allerlei kruislingse dwarsverbanden ontstaan tussen de diverse bewoners van dat 10-etages hoge Parijse flatgebouw. Er spint zich een heel netwerk van burencontacten rond dat verhaal over puzzels en aquarellen.
Perec maakt er een spel van. Een spel dat hij speelt met de lezer.

RITUELE VERNIETIGING

22801697-houten-schildersezel-met-leeg-canvas-geïsoleerd-op-zwarte-achtergrond

Vanaf het begin is het plan van de miljardair, om de puzzels ook weer te laten verdwijnen. Om de legpuzzels weer terug te brengen tot de oorspronkelijke aquarel.

Sterker nog: ook de aquarellen wil hij laten verdwijnen, m.a.w. hij wil de water-verf-achtige herinneringen aan de zeegezichten laten oplossen in het Grote Niets.

Door het oplossen van de aquarellen tot opnieuw een blanco vel papier met het watermerk W erin, “zou het hele project in zichzelf verdwijnen zonder sporen na te laten”.

Het plan van de re-aquarellisatie van de puzzels had geen enkel nut. Maar dat vond de Engelse miljardair prima. Het ging hem om “niets“.

Om zover te komen moet dan eerst een buurman op de 11 rue Simon-Crubellier iets verzinnen om de puzzelstukjes weer naadloos aan elkaar te plakken. Een ander verzint een procedé om de aquarel weer los te weken van het hout. En daarna wil de miljardair de aquarel op de plaats waar ie geschilderd is, terugbrengen en op rituele wijze bewerken met een oplosmiddel.

13466missing_jigsaw_puzzle1[33699]

Als een buurman, die tv-producent is, van dit rituele vernietigingsproces hoort en ervan een tv-uitzending wil maken, loopt het – na veel gesoebat en concessies met Bartlebooth – uiteindelijk uit op het verbranden van de filmopnames.
Vooral nadat een kunstcriticus, die er wel een modern kunstproject in ziet, er 10 miljoen dollar voor heeft geboden.
B

artlebooth wil dat helemaal niet.
Het hele proces van de aquarel-puzzel-vernietiging raakt zo verstoord in zijn opzet. En uiteindelijk besluit de Engelsman dat hij de rest van de puzzels in de zwarte dozen zou laten “en in een verbrandingsoven” zou gooien.

Zo speelt Perec met metaforen.

Ondertussen zit de schilder Valène, de oudste bewoner van het pand, voor een leeg schildersdoek en mijmert hoe hij dat flatgebouw aan de 11 rue Simon-Crubellier met al die mensen erin zou kunnen schilderen.

14072Rembrandtzijnatelier

1629 Rembrandt in zijn atelier

Hij denkt aan “de vluchtige schimmen van al degenen die daar eens waren”.
Hij “had soms de indruk dat de tijd stil was blijven staan”.
“Alleen al de gedachte aan het schilderij dat hij van plan was te maken (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)”.

Maar als Valène sterft, is het schilderij op zijn schildersezel nog praktisch maagdelijk wit.

VLAKGOM

Het verdwijn-thema komt in allerlei details terug, ook in zijlijnen. Zo wordt in de zak van een regenjas van een vroegere Joodse bewoner van het pand, die bij een razzia wordt opgepakt, door de Gestapo een doosje gevonden met op het deksel: een reclametekst voor “vlakgom veeguit“.
Ook gaat iemand dood aan het overmatig kauwen op het gummetje van zijn potlood.
Het lijkt een volkomen onbeduidend detail, over de man van de concierge, maar in het vernuftig geconstrueerde boek van Perec worden errugh veel details opgesomd, en bijna geen één detail is onbeduidend.
Vlakgommen wissen dingen uit. En daar gaat het over bij Perec. Hij speelt met het thema van vergeten, uitwissen, oplossen in het niets.

1040214

Een kruimeldief en het mondstuk van een steelstofzuiger: 2 schoonmaakobjecten in brons in het kunstwerk 11 rue simon.Crubellier, van Matthew Darbyshire, Stadionplein 2018

VERNIETIGING IN DE KUNST

Het brengt bij mij – hoe kan het ook anders – toch ook andere kunstprojecten in gedachten. Perec kan, behalve door zijn jeugd, ook geïnspireerd zijn door de Amerikaanse kunstenaar Robert Rauschenberg (1925-2008), die in 1953 een kunstwerk van de beroemde Nederlandse Willem De Kooning (1904-1997) uitwiste.
Erased De Kooning” heet het. Het is in 1998 aangekocht door het San Francisco Museum of Modern Art. Een leeg uitgewist schilderij dus! Het wordt in postmoderne kunstkringen gezien als een neo-dadaïstisch conceptueel kunstwerk.

Leuke video van Rauschenberg over zijn uitgewiste schilderij:

694

Banksy versnippert, oktober 2018

En dan Banksy natuurlijk laatst!
Wat te denken van de Britse straatkunstenaar in oktober 2018 met zijn stunt op een veiling om zijn eigen kunstwerk te versnipperen, net nadat het verkocht was voor 1,2 miljoen euro. De kunstwereld werd voor gek gezet.
De opzet was dat alles versnipperde. Maar na de gedeeltelijke versnippering is het kunstwerk prompt 2 miljoen waard geworden, omdat er die avond tijdens de veiling een nieuw kunstwerk is ontstaan ;-).
Video: https://www.telegraaf.nl/video/2697725/banksy-onthult-snipperstunt-mislukt

rompecabezas-puzzle

Het puzzelstukje, de Jeugdherinnering W, past niet in de puzzel.

W

Als Bartlebooth uiteindelijk sterft, mist er één puzzelstukje op het zwarte tafelkleed. Het heeft de vorm van een X.
Een kruis, zou je kunnen zeggen.

In zijn hand heeft hij een puzzelstukje in de vorm van een W.

En W verwijst bij Perec naar alles wat met zijn verdwenen moeder te maken heeft en naar zijn

W

roman “W en de Jeugdherinnering” over een fictief eiland W, vol kadaverdiscipline en – hou u vast – Olympische Spelen, bizar genoeg.

(Boekcover-ontwerp van Perec met Olympische ringen van prikkeldraad)
Een krankzinnige speling van het lot wil dat Amsterdam Stadsdeel Zuid het kunstwerk 11 Rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire recht tegenover het Olympisch Stadion plaatst.

(Wordt vervolgd)

Een kunstwerk: een gebruiksaanwijzing

Als het kunstwerk van Matthew Darbyshire in Amsterdam binnenkort wordt onthuld, bestaat voor het eerst het Franse woonadres 11 Rue Simon-Crubellier in werkelijkheid. Omgetoverd vanuit fictie, vanuit een roman, naar een monumentaal kunstwerk op het Stadionplein: als betonnen 3-kamerappartement van 65 m² met bronzen meubels in zwart.
Nergens anders ter wereld bestaat de 11 Rue Simon-Crubellier. Een kunstwerk met zo’n naam vraagt om verder onderzoek. Wat is dat voor adres, waarvan Matthew Darbyshire niet de eerste kunstenaar blijkt die zich hiermee bezighoudt?

1040164

11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire. Stadionplein, 2018

Darbyshire (1977) heeft als Brit het woonadres uit een Franse roman van Georges Perec (1936-1982) als titel gekozen, zegt hij desgevraagd, omdat hij dat wel “romantisch” vond en in het kader van de huidige Brexit-discussie wel een mooi statement. Een Nederlandse titel vond hij wat obligaat. Hoewel ik dat niet meteen begrijp (bij een gemeenteopdracht vanuit Amsterdam) maakt hij zijn kunstwerk er wel veel intrigerender door, veel internationaler. En dat is slim van de Brit.

Australische videokunstenaars gingen in 2004 al op zoek naar de 11 Rue Simon-Crubellier, in een multi-mediaproject rond de straatnaam, om te kijken of een verzonnen adres uit een roman werkelijkheid kan worden, louter omdat je ernaar op zoek gaat. Op You Tube is te zien hoe ze ambtenaren met vragen over het niet-bestaande adres gekmaken.
Art-video 2004, kijk online, deel 2: “Searching for Rue Simon-Crubellier”:

Een Belgische striptekenaar Brecht Evens (1986) heeft in 2015 het flatgebouw geïllustreerd.

1453377443852

La vie Mode d’emploi, Perec par B. Evens. Illustratie Brecht Evens

Een andere kunstenaar, Max Richter (1966), een Britse componist van Duitse oorsprong die dit jaar nog in het Concertgebouw een zgn. ‘Sleep-concert’ gaf van 8 uur lang, wijdde in 2008 een meditatieve compositie aan de Simon-Crubellierstraat.
Muziekvideo “Circles From The Rue Simon-Crubellier”: luister online:

In 2018 nu sleept de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire het fictieve adres in 3 D, als sculptuur, de werkelijkheid in. “Concrete” is het Engelse woord voor beton. De Brit heeft een fictief adres in grijs beton concreet gemaakt. Als Environmental Art, op het Stadionplein. Je kunt erin gaan zitten.

1040079

Op verzoek van bewoners, die een fontein als kunstwerk wilden, zijn er “waterelementen” in opgenomen

11

9200000052067929

In juni 2017 tijdens een studieavond – vol met Perec-ologen – van Atheneum Boekhandel en de Universiteit van Amsterdam werd me voor het eerst duidelijk dat het huisnummer 11 door de Franse schrijver, die het adres verzon, niet zómaar gekozen is.
Georges Perec is bekend met getallensymboliek, vanuit de Joodse kabbala. Cijfers, getallen en wiskundige formules blijken essentieel voor de Frans-Poolse Joodse schrijver (1936-1982).
De hele roman van 511 pagina’s over bewoners in een groot Parijs’ flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier kun je niet loszien van ander werk van Perec. Het woonadres blijkt vooral een metaforisch levensverhaal over hemzelf te zijn.

20180923_123306B

Dr. Manet van Montfrans, gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, verbonden aan de leerstoelgroep Moderne Europese Letterkunde is gepromoveerd op Perec en heeft een zeer leesbaar boekje geschreven, dat als handleiding kan dienen om de roman beter te begrijpen. “George Perec: een gebruiksaanwijzing“.
Een knipoog naar de Nederlandse vertaling “Het leven een gebruiksaanwijzing” van de Franse roman: “La Vie Mode d’emploi”.

s-l300

Perec is in Frankrijk bepaald geen onbekende. Er is notabene een asteroide, een kleine planeet, naar hem vernoemd, dus als wij in Nederland Perec slechts in kleine kring kennen, zegt dat meer over ons dan over de Franse schrijver.
Hij heeft 2 belangrijke Franse literatuurprijzen gewonnen, stond op een Franse postzegel, er zijn straten naar hem vernoemd, een school en verschillende bibliotheken. Hij wordt gezien als een (jong gestorven hedendaags) schrijver, behorend tot de Grote Klassieken.

TRAUMA

Essentieel voor Perec en zijn hele oeuvre blijkt: het op transportstellen naar Auschwitz van zijn moeder op 11 februari 1943. Zij werd tijdens een razzia uit zijn geboortehuis in de Rue Vilin in Parijs gehaald. Ook zijn tante en 2 opa’s “verdwenen” in de oorlog. Perec was zes jaar toen hij in 1942 voor het laatst zijn moeder zag. (Zij bracht hem in een Frans bergdorp in veiligheid). Hij was 4  toen zijn vader sneuvelde in 1940 als soldaat in het Franse leger.
Ik heb geen jeugdherinneringen aan mijn ouders,” zegt hij daarover, in een intrigerend verzonnen boek over zijn jeugd: “W en de Jeugdherinnering”, waarop ik in een volgend blog nog terugkom i.v.m. het Stadionpleinkunstwerk. En: “Mijn moeder heeft geen graf”.

Het thema Verdwijnen, oplossen in het Niets blijkt het kernthema van Perec. Ook op de 11 Rue Simon-Crubellier (volgend blog).

Ook het woonadres uit zijn jeugd aan de Rue Vilin verdwijnt, als na de oorlog de Parijse wijk verpaupert en op de schop gaat voor nieuwbouw. Perec legt dan met pen en papier en ontelbare zwart-wit foto’s een gigantisch gedetailleerd archief aan over die straat uit zijn jeugd. Als een soort stadsarchivaris of socioloog, in een poging het verleden vast te houden. (zie: video onderaan)

Plaque_perec

Bordje “Verdwijning” door Christophe Verdon, als eerbewijs aan Georges Perec. Café de la Mairie, Place Saint-Sulpice Parijs

Ook schrijft hij een belangrijke roman waarin de letter e verdwenen is. Een essentiële letter in het Frans.

Samen met een jeugdherinnering aan een soort Hebreeuwse letter, die lijkt op een J, vormt het boek over de verdwenen letter E en zijn latere boek over zijn jeugd, waarin hij een eiland W verzint, zich tot het woord JEW, zo leer ik uit de fascinerende Franse documentairefilm over Perec. (zie onderaan).

P1030924

11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum

Als eerbetoon aan zijn gedeporteerde familie en de verdwenen straat uit zijn jeugd richt Perec dan, in zijn fantasie, een giga flatgebouw op aan de 11 Simon-Crubellier, in zijn magnum opus “Het leven een gebruiksaanwijzing “. Hij propt het boordevol met mensen en met spullen.
Hij laat dat de oudste bewoner van het pand, de schilder Valène, in feite vertellen: een kunstenaar die een dwarsdoorsnede van het flatgebouw wil schilderen (p.239/138)

Hij zou zelf op het schilderij voorkomen, op de manier van de renaissanceschilders, die altijd (-) een heel klein plaatsje voor zichzelf reserveerden (-) alsof hij niet wilde dat het opgemerkt zou worden, alsof het alleen maar een signatuur voor ingewijden moest zijn (-) als een waakzaam spinnetje dat zijn glinsterende web weeft (-)
“alleen al de voorstelling die hij zich maakte van dat opengebroken pand dat de scheuren van zijn verleden (-) toonde (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)”

Het flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum, als praalgraf.
Als je meer weet over Perec , dan herken je in het antiekwinkeltje onderin het flatgebouw de kapperszaak van zijn vermoorde moeder en in de levensverhalen van alle bewoners – én in hun voornamen – stukjes en beetjes van verdwenen familieleden van Perec. Of andere boeken van Perec.
Wat een vernuftig, complex bouwwerk, dat boek!!! Ingewikkeld, taai, maar mateloos intrigerend hoe iemand zijn oorlogstrauma’s verwerkt in literaire fictie. Met een fascinatie voor alledaagse spullen. Alsof je met al die materie het verleden bij je kunt houden.

1040167

42 zwarte objecten

Hoewel het Zwart in het kunstwerk van Matthew Darbyshire nogal opvalt, zegt de Brit mij, niet zozeer uit biografische redenen voor de straatnaam van Perec te hebben gekozen. Meer is hij gefascineerd door de enorme complexiteit van Perec’s boeken, de ingewikkelde structuur ervan en de zelf opgelegde regels en inperkingen.

Zo heeft de schrijver bijvoorbeeld in elk woonvertrek aan de 11 Rue Simon-Crubellier en in elk hoofdstuk 42 objecten willen onderbrengen. Geen 43, wat naar 1943 zou kunnen verwijzen. Maar 42.
Er ontbreekt er bij Perec altijd éèn.
Zoals de letter e ontbrak in een boek, zo beschrijft hij van de 100 woonvertrekken aan de voorkant van het flatgebouw er maar 99.
Of: in 1942 zag Perec zijn moeder voor het laatst.

1040096

Citruspers van Alessi/Philip Starck en mixer van Smeg

Vervolgens tel ik 38 designobjecten in het kunstwerk van Matthew Darbyshire, maar als ik de zwart-bronzen douchekop, 2 kranen en wc-bril in brons meereken, kom ik op 42 zwartbronzen objecten. (Als ik de Imac op het bureau met toetsenbord als 1 reken).
Op deze manier verbindt Darbyshire zich vermoedelijk aan Perec. Meer om formele, dan om biografische redenen.

DARBYSHIRE

Vooral die inperkingen die Perec zichzelf oplegt, intrigeren Darbyshire. Zelf heeft hij het zich ook niet gemakkelijk gemaakt, door zich in zijn interieurkeuze van het Stadionplein-appartement te beperken tot alleen design-meubels, die in Nederlandse musea staan en/of in Nederlandse winkels te koop zijn. Om zich vervolgens vrijwillig te laten inperken door buurtbewoners, die hij liet kiezen uit een selectie van 5, per design-object.
M.a.w.: de kunstenaar koos 5 designbanken uit en Stadionbuurtbewoners kozen daaruit de bank van Jan de Bouvrie. Zijn eigen opsommingslijsten brengt Darbyshire zo in verband met de lijstjes die Perec graag maakt in zijn boeken.

Max Richter benadert met zijn muziek Perec vermoedelijk het meest inhoudelijk. Vooral als ik zie dat Richter ook een compositie heeft geschreven over de Rue Vilin, de straat uit Perec’s jeugd, de straat van de razzia, denk ik:
Als je dàt doet, ja, dan heb je Perec “begrepen”.

In een volgend blog laat ik zien welke metafoor Perec aan zijn 11 Rue Simon-Crubellier gebruikt voor het verdwijnen van zijn Joodse familie.
(wordt vervolgd)

  • Op You Tube zijn er talrijke Franstalige video’s die inzicht geven in de Joodse roots van Perec.
  • In bijgaande film wordt duidelijk hoe zijn jeugd zijn gedetailleerde schrijfstijl, zijn obsessie voor objecten, straten en huizen heeft beïnvloed.

© Overname van gedachtengoed uit deze column: graag met bronvermelding

Dit is deel 2 in een serie van 6 blogs over 11 rue Simon-Crubellier

  1. Zie website van mw. dr. M.A.E. van Montfrans: http://www.manetvanmontfrans.nl/index.php/2018/12/29/de-rue-simon-crubellier-in-amsterdam/
  2. Blog 1 over Zwart in 11 Rue Simon-Crubellier;
    https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/17/het-gevoel-van-zwart/
  3. Blog 3 over de boekinhoud: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/04/het-leven-een-puzzel/
  4. Blog 4 over de plaats van dit kunstwerk in het werk van Mathew Darbyshire: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  5. Blog 5: Stadionbuurters als bezoekers van het kunstwerk 11 rue Simon Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2018/12/01/anybody-home/
  6. Blog 6: “What’s in a name”, over de Joodse context van 11 rue Simon-Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2019/05/01/whats-in-a-name/
  7. Zie film van Australische kunstenaars: Searching for 11 Rue Simon-Crubellier, dl 1: https://youtu.be/WE_zH3D0mNM

DE GEUR VAN ZUID

paco_rabanne_olympea_eau_de_parfum_spray_30ml

Als een kat zet ik deze weken mijn geursporen uit en verdedig ik mijn territorium in de Stadionbuurt, om het behoud van een historische naam, het Stadionplein. Blijkbaar wil ik de gemeentebestuurders die er plots een Johan Cruijffbuurt in Zuid van willen maken wel een poepie laten ruiken. Een Stadionbuurt zonder Stadionplein: hoe kan dat nou?

Dus ik geef mijn mening via diverse kanalen. Ik vind dat er een luchtje zit aan het onverwachtse besluit van B&W. Een commercieel geldluchtje. Hoe het besluit dan ook tot stand gekomen is, het stinkt, wat mij betreft.

20141219_151010

Nu was ik stomtoevallig deze weken nogal met geur bezig geweest. Ik had voor het buurtkrantje van Huis van de Wijk OLYMPUS een column ingeleverd over de Geur van Zuid, die deze week verschijnt.

Ik was namelijk laatst in een chique parfumlounge hier in de buurt, een Haute Parfumerie. Ze verkopen daar een parfum dat vernoemd is naar de Griekse Hesperiden, zoals de Laan naast het Olympisch Stadion tegenwoordig heet. Daar werd ik nieuwsgierig van.
Hoe ruikt Zuid, dacht ik? Ik verwachtte een appelige geur, vanwege de Griekse nimfen die een tuin met appels moesten beschermen. Wie ervan at, werd onsterfelijk. Maar het bleek een kruidige geur te zijn met o.a. citrus, salie en rozemarijn.

Zuid ruikt naar kak, zeggen ze wel. Stinkend rijk zouden we hier zijn. Ik vind dat altijd zwaar overdreven omdat er hele woonblokken vol sociale woningbouw zijn. Wel gaan delen daarvan steeds vaker in de verkoop, waardoor de gewone kantoorman met zijn huuretage steeds meer uit de Stadionbuurt verdreven wordt.

OLYMPISCHE LUCHTJES

Bij nader inzien blijkt de wijk, behalve naar kak, ook houtachtig te kunnen ruiken, of citroenachtig en kruidig, zoutig; naar saffraan, salie of gember. Of fruitig, naar water-jasmijn of vanille. Alle Grieks Olympische straatnamen uit de Stadionbuurt blijken namelijk in parfum of eau de toilette of zeep vertaald te zijn, ontdek ik online. Theseus, Achilles, Hercules, Apollo, Amazone, Argos, Olympia, Minerva, Clio. Werkelijk alle!

online video:

Het hele Olympisch Kwartier blijkt als geur verpakt in glas: Artemis, Rhea, Aphrodite, Hestia, Eos en ook de Hesperiden. De Olympische goden en godinnen, nimfen en muzen en Griekse helden vormen een enorme inspiratiebron. Niet alleen voor mij. Blijkbaar ook voor parfumeurs.

20180303130915
de geuren van het Olympisch Kwartier
Ik mocht ook ruiken aan een flesje Aurora Nomade in die parfumlounge. Een vrij zoetige geur met banaan, kaneel en nootmuskaat. Aurora is de Latijnse naam voor Eos, de centrale straat in het Olympisch Kwartier en spreekt blijkbaar als Godin van de Dageraad bij tal van parfumeurs tot de verbeelding. Online zie ik diverse Aurora-varianten. Zoals er ook diverse Afrodite-parfums blijken te zijn.
20180220193325
De Stadionbuurt in geur
De Argonauten met hun Argos-schip kom ik als Argos-parfum voor mannen tegen. Minerva, Clio en de Amazonen: ze zijn er grappig genoeg allemaal als flesje. Al zie je Clio eerder als Chloé op de markt. Ook Euterpe, muze van de fluitmuziek, wiens naam in Zuid bezoedeld was door de Tweede Wereldoorlog waardoor zij nu Gerrit van der Veenstraat heet, is een eau de parfum. Voor een Hestia-parfum moet u in het alternatieve, esoterische circuit zijn, waar ze godinnensprays voor in uw huiskamer verkopen.

Hygiea, Godin van de gezondheid, is blijkbaar te clean voor een parfum, maar als lichaamsolie en zeep is ze er wel, zoals Patroclus als geurkaars, Jason als shampoo en deodorant, (geurloos, opvallend genoeg). En Marathon als druppels, om langer te kunnen vrijen. Ook lekker! De vrouw van Jason, de mythische Medea, is wel als parfum te koop.

31PD5ceIK4L

Ik ontdek ook dat de mythologische namen niet aan sekse gebonden zijn. Er bestaan van de maangodin Artemis zowel mannenparfums als merken vrouwenparfum. Idem voor Apollo-geuren, de Griekse God voor de muziek. En ook de mythische Europa zie ik als geur bij het ene merk voor mannen, bij een ander merk voor vrouwen.

De parfumlounge in Zuid maakt dat onderscheid niet. Ze hebben hun boutique op geur ingedeeld, niet op sekse. Je stuurt in een museum een man ook niet naar een ander schilderij als een vrouw, is hun redenering.

DSC06527
Eau d’Amsterdam

Prachtige verhalen kunnen ze hier vertellen over hun producten. ook geven ze geurworkshops. Ze verkopen er avant-garde parfums die bijna nergens in Nederland te vinden zijn. Stinkend duur ja, maar wel een feestje voor je neus. Wat een ervaring!
Die lounge is echt iets anders dan een drogisterij waar ook parfum verkocht wordt. Hier werken geurexperts, geur-designers noemen ze zich, “neuzen” bijna, zoals de vrouw die ook de geur van Amsterdam heeft willen vangen. Hier is Eau d’Amsterdam ontworpen, bedacht door het kunstenaarsduo Tijdmakers: een flesje voor zowel vrouwen als mannen.

IEPENLUCHT

Eau d’Amsterdam ruikt houtachtig, een beetje woest vind ik en is samengesteld uit geurmoleculen van de bladeren en het hout van de iep. De Amsterdamse iep zou je bijna zeggen, want de stad heeft zo’n 75.000 iepenbomen, waardoor er in de lente een witte zee aan iepenzaadjes over de straten ligt, als lentesneeuw.

DSC06547
Lentesneeuw: de talloze zaadjes van de iep verspreid op straat

In april is er al een paar jaar een Springsnow-festival met een wandelroute langs alle iepenbomen in de stad. De Amstelveenseweg in de Stadionbuurt stond er altijd vol mee, maar is vrij recent – ondanks bewonersprotesten – nogal ‘ontiept’. Maar langs de Schinkel, Aalsmeerweg en Hoofddorpplein in Zuid staan ze volop. Op een interactieve kaart van de gemeente kun je exact zien in welke straat en bij welk huis de iep zich bevindt. Je kunt op straatnaam zoeken.

Aqua-Cruyff

En tja, ehhh,,,dan is er ook nog een Spaanse Agua de Cruyff realiseer ik me deze week. Met een y dus, want de Nederlandse ij zorgt internationaal voor uitspraakproblemen.

Mocht de gemeente haar zin krijgen om Cruijff in Zuid te vernoemen, dan komt er over het Olympische bouquet aan geuren en de “headspace” van de iep, zoals dat heet, ook nog een Cruijff-luchtje heen. Naar Spaanse munt ruikt dat.

Al die odeurs te samen zullen dan toch wel behoorlijk stinken, denk ik. Misschien hebben die roddels over Zuid dus toch een grond van waarheid. Of een hart, om in parfumtermen te spreken.