Categorie archief: Verslag

Muziek in wrakhout


Kun je hout laten dansen? Met een videofragment van een ballet over Apollo, de Griekse God van de kunsten en de muziek, introduceer ik hier het gigantische houten balletgezelschap, dat architect/beeldhouwer Ivan Cremer (1984) op de Apollolaan heeft geplaatst.
Maar liefst 10 houten sculpturen zet Cremer als ensemble neer, met Apollo in het midden. Om hem heen: de negen muzen, zijn halfzussen, die elk een tak van kunst vertegenwoordigen, en die de muziek inspireren.

20190608_195811.jpg
Birth of Apollo, 2019, sculptuur van hout en staal, Ivan Cremer, Apollolaan, Amsterdam Zuid

De muziek die u hoort is van Igor Stravinsky uit 1927. Een echt 20e eeuws klassiek muziekstuk. Het ballet werd in 1928 door choreograaf George Balanchine gearrangeerd en heeft Cremer geïnspireerd tot zijn sculptuur “Birth of Apollo” voor de Amsterdam Sculptuur Biennale Art Zuid.

“The birth of Apollo” is ook de naam van de proloog van het ballet. Stravinsky liet zich door de Klassieke Oudheid inspireren of door schilderijen als “Apollo en de 9 muzen” van Baldassare Peruzzi (1520) en noemde zijn muziekcompositie Apollon Musagète: “Apollo, aanvoerder van de muzen”.

AKG241827.jpg
Dans met de 9 muzen, olieverf panel v Baldasare Peruzzi (architect/schilder), ooit onderdeel van een toetseninstrument.

Het totale muziekstuk van Stravinsky duurt een half uur. Onderaan dit blog kan de liefhebber ernaar luisteren.

Kijkt u naar het balletfragment en dan nog eens naar het beeldhouwwerk op de Apollolaan.

New York City Ballet, Tiler Peck, Indiana Woodward, Brittany Pollack and Taylor Stanley in George Balanchine’s Apollo. © Erin Baiano.

20190614_145301.jpg

1050378.jpg

Apollo tussen 9 muzen op de Apollolaan, Ivan Cremer, 2019
Cremer in zijn studio in Leipzig, bij het beeld van Apollo. copyright: ivanattila.com
1040980.jpg
Ivan Cremer tijdens de perspresentatie van ArtZuid met zijn Birth of Apollo, op de Apollolaan

IVAN CREMER

Het is niet de eerste keer dat Cremer balletdanseressen bouwt. Eerder al ontwierp hij een hele serie “Dancers from Oblivion”. De zoon van kunstenaar/schrijver Jan Cremer, is van het robuuste handwerk. Uit Italiaans afvalhout uit ruïnes hakt, bikt, schuurt, timmert en schroeft hij handmatig zelf zijn sculpturen in elkaar.20190614_150309.jpgHij is een echte bouwer, van oorsprong architect met zijn opleiding aan de TU in Delft. Hij moet weinig hebben van computergestuurde kunst, die hij eerder als design ziet. Hij maakt in zijn atelier liever alles zelf met eigen handen.
Het zijn bonkige woeste brokken hout waarmee hij werkt, met staalplaten bij elkaar gehouden, niet roestvrij. Het hoofd van Apollo of de hoofden van de danseressen of hun losse wilde haren bestaan uit stalen troffels of gekartelde schijven, waarmee hij ook beweging suggereert.

Ik probeer ballerina’s te portretteren, ik ga niet de beweging nadoen,” zegt hij tijdens de perspresentatie. Hij heeft dus niet overwogen om als een bewegingskunstenaar Jean Tinguely (1925-1991) het balletgezelschap letterlijk te laten draaien aan stalen kabels om Apollo heen.
Ieder staat op zijn eigen (betonnen) voetstuk, beklemtoont Cremer. Iedere muze. Elke kunstdiscipline. Zowel de dichtkunst (als muze). Als de zang. Alle negen muzen kunnen muziek doen ontstaan.
De kunsten beïnvloeden elkaar wederzijds, maar geen één is superieur, wil Cremer maar zeggen. Ook Apollo niet.

MUZEN, MUSEUM, MUZIEK, AMUSEMENT

Muziek (Apollo) ontstaat in combinatie met:

  • poëzie,
  • zang, de voordrachtkunst,
  • mime, expressie
  • geschiedenis (Stravinsky componeert bijvoorbeeld op basis van de Antieke Oudheid)
  • tragediespelen (voor een opera)
  • of komediespelen (voor een operette of musical).

Voor elk is er een muze.

Ze zijn structureel van elkaar afhankelijk. Ze staan op zichzelf, maar trekken zich aan elkaar op, en beïnvloeden elkaar, houden elkaar in balans en worden ondersteund door Apollo” zegt Cremer.

Essentieel voor de sculptuur van Cremer is zo het feit dat de 10 figuren, ondanks hun eigen voetstuk, toch met elkaar verbonden zijn. De God van de kunsten en muziek is met stalen kettingen verbonden met zijn Muzen. En inspireert op zijn beurt weer schilders.

Als architect heb ik naar de straten rondom de Apollolaan gekeken, er zijn schildersstraten van Michelangelo en Rubens en Van Eijck, en er zijn muziekstraten als Beethoven in deze buurt”.

(Ook zijn er parallel aan de Apollolaan twee straten naar muzen genoemd, waaronder de Cliostraat, muze van de geschiedenis).

Stravinsky noemde zijn muziekcompositie: Apollo, leider van de Muzen: Apollo Musagète. Ook bij Cremer is Apollo weliswaar groter dan zijn zussen en staat hij centraal middenin, maar bij Cremer lijkt het toch ook alsof het de muzen zijn die Apollo in beweging zetten.

20190517_225844.jpg
Urania, links, met haar armen in de lucht, zorgt als muze voor hemelse muziek. Vooraan staat Terpsichore als muze van de dans op muziek.

In de balletvideo zie je ook hoe de ingebakerde mannelijke God Apollo pas geboren kan worden als zijn katoenen windselen worden afgewikkeld door drie van zijn halfzussen. Apollo heeft zijn muzen nodig.
Stravinsky en Balanchine gebruiken maar drie danseressen als muzen, Cremer doet het met negen en volgt hierin getrouw de mythologie.

20190608_005717.jpg
Muzen voor de muziek. 1. Urania met hemelbol voor hemelse klanken. 2. Euterpe van de instrumentale muziek, met dubbele fluit, 3. Calliope voor de voordrachtskunst en zang 4.Terpsichore met lier voor de dans.
20190608_010848.jpg
5. Thalia met vrolijk masker, voor komediespelen 6. Polyhymnia met meditatieve blik, voor religieuze muziek 7. Melpomene met een tragediemasker 8. Erato met haar cupido en liefdespoëzie 9. Clio met haar geschiedenisrol

Zo kan muziek hemels klinken (Urania: met hemelbol), en komt muziek via allerlei instrumenten tot ons (Euterpe: met dubbele fluit), kun je op muziek vaak dansen (muze Terpsichore) en vertelt muziek vaak een verhaal, al of niet als programmamuziek of met zang (Calliope van de zang en Clio, muze van de geschiedenis, met een papierrol).

Die inter-afhankelijkheid van Apollo met zijn muzen laat Ivan Cremer nu zien. In hout. Met kettingen. Op de Apollolaan.

Zo was er eerst de Griekse mythe; toen in 1520 een schilderij over Apollo en zijn 9 muzen, toen in 1927 Stravinsky met zijn instrumentale muziek, toen Balanchine met zijn ballet en ook een film daarover in 1968 en nu in 2019 Cremer met zijn houten beeldhouwversie van Apollo’s geboorte.

Zo voedt de mythologie de schilderkunst, de muziek de dans en die weer de beeldhouwer. Een mooie pirouette. In het Openlucht-museum dat Art Zuid heet.

EEN MAN IN JE BADKAMER

Met zijn iconische kubusbank 430 uit 1969 is Nederlands bekendste binnenhuisarchitect, Jan des Bouvrie (77), zonder dat hij het zelf eigenlijk wist, opgenomen in de beeldenroute van Artzuid: zijn bank is onderdeel van het zwartbronzen meubelkunstwerk “11 rue Simon-Crubellier” van Matthew Darbyshire op het Stadionplein.

20190524_231843.jpg
Op de Minervalaan staat uit de privé-kunstcollectie van Jan Des Bouvrie een zwartbronzen beeld van Arman (1995). In beide kunstwerken speelt water een rol. Des Bouvrie opende Art Zuid 2019 door de kranen even open te zetten.

Dat de zwartbronzen bank een kopie van zijn origineel in wit is, vindt hij “prima” zegt hij me. Daar hoefde hij geen toestemming voor te geven aan Darbyshire.
Het is een gebruiksvoorwerp. Er zijn er ruim 55.000 van verkocht. Hij zit ook gewoon lekker, heeft hoge armleuningen. Ze zijn in tal van kleuren verkocht”.

Hij vindt het “eervol,” zegt Des Bouvrie, dat zijn bank nu in brons is vereeuwigd. “Ik sta ermee tussen hele grote namen“. In het meubelkunstwerk op het Stadionplein staat achter zijn bank een kopie van een chaise longue van “Le Corbu”, de beroemde Franse architect Le Corbusier uit begin 20e eeuw en ernaast een boekenkastmeubel van de Memphisgroep uit de jaren 80, in designkringen ook niet één van de minsten.
Van Des Bouvries leermeester op de kunstnijverheidsopleiding, architect/meubelmaker Gerrit Rietveld, die later de Rietveldacademie in Amsterdam-Zuid ontwierp, staat een eenvoudig zwart bed op het Stadionplein. Van Rietveld leerde Des Bouvrie de eenvoud.
Hij ontwerpt in wit of zwart, al zijn het maar zwarte accenten, zegt hij. Kleur haal je in je huis met bloemen en met kunst, vindt hij.
De rest moet rust uitstralen.

KUNSTVERZAMELAAR

Zijn kubusbank was niet de reden waarom hij werd uitgenodigd om ArtZuid 2019 te openen. Hij stond er die avond vooral als fanatieke kunstverzamelaar.
Vier beelden uit zijn privécollectie heeft hij beschikbaar gesteld aan Art Zuid, het zwart-bronzen beeld Monsieur Teste (1995) met waterkranen van Arman (hierboven) en een glimmend bronzen beeld van Jan Fabre: “De man die vuur geeft“. Ook een koffiekan met peer van Klaas Gubbels in Amstelveen en het glad gepolijste witte “Opzittend konijn” van Tom Claassen vlakbij de Zuidas behoren tot de privécollectie van Des Bouvrie. Zelf noemt hij het een haas, merk ik in gesprek met hem.

1050285.jpg
Opzittend konijn, Tom Claasen, 2012, polystyreen, bij Zuid WTC
P1050301
De man die een vuurtje geeft, Jan Fabre, 2006, brons, op de Minervalaan
IMG_0662
Klaas Gubbels op de Bovenkerkerkade in Amstelveen, foto ©AgreyLady

De privécollectie van Des Bouvrie is dermate spraakmakend, dat in 2012 een expositie van zijn verzameling werd gehouden in het Singer Museum in Laren.

Ik heb geleerd om kunst te kopen op het moment dat het net uitkomt, kunst die betaalbaar is“, zei hij tijdens de opening van ArtZuid. Hij benadrukte het belang van kunst voor je huis. “Een huis zonder kunst is geen huis,” vindt hij.

De interieurontwerper begon ooit met kunstverzamelen voor zijn showroom/woonwinkel in Naarden, omdat hij mensen wilde laten zien hoe bij een rustig wit interieur kunst mooi uitkomt en sfeer geeft.

Het was de bedoeling in eerste instantie dat hij die kunst tegelijk verkocht met zijn eigen interieurontwerpen. Mensen raakten ook wel enthousiast, maar op den duur bleef hij zitten met de wat meer gewaagdere, experimentele kunst die niet meteen 1,2,3 “boven de bank” past. En zo begon zijn kunstverzameling.

P1040959
Monsieur Teste van Arman, 1995, op de Minervalaan

WATER

Armans zwartbronzen beeld, dat tijdens de openingsavond voor het gemak “de waterman” werd genoemd – waarbij even de kranen met water werden aangesloten door Des Bouvrie en directeur Cintha van Heeswijck  – staat bij Des Bouvrie thuis in de badkamer, vertelt hij mij. Ik ben stomverbaasd.
En heeft u die kranen dan ook aanstaan?”.
“Nee, zelden”. Zijn stem is zacht en kwetsbaar.
Frappant vind ik, dat in beide kunstwerken – de zwartbronzen kubusbank van Des Bouvrie in het designkunstwerk op het Stadionplein en het zwartbronzen Arman-beeld op de Minervalaan – het element water een rol speelt. En dat beiden zwartbrons zijn.

ARMAN

Werk van Arman (1928-2005) bestaat doorgaans uit opeenhopingen van voorwerpen uit de consumptiemaatschappij, vanuit de gedachte dat de alledaagse werkelijkheid ook kunst kan zijn. Behalve een overdosis douchekranen, zoals nu op de Minervalaan, kunnen het grote verzamelingen brillen, auto’s, cello’s, kunstgebitten of strijkijzers zijn, al of niet aan elkaar gelast of in beton gegoten. Of bergen afval in doorzichtig perspex.

20190525_160742.jpg
De zgn. ”accumulaties” van Arman

P1050110Zijn sculpturen “Apollo’s offering” (die hij aan Amsterdam schonk, en ook op de Minervalaan staat) en “Monsieur Teste” met douchekranen zijn beiden gefragmenteerde beelden: geen mannen uit één stuk, omdat Arman ook graag objecten ontleedde of vernietigde.

In een interview in 2006 met de Volkskrant zei Des Bouvrie over de verschillende Arman-kunstwerken bij hem thuis:

Of ik Arman’s werk ‘mooi’ vind? Ik ben helemaal niet bezig met mooi. Arman is vernieuwend, hij is spannend. Hij heeft de kunst veranderd. Net als Picasso de schilderkunst heeft veranderd, the Beatles de muziek, Le Corbusier de architectuur, of Philippe Starck de styling. De verandering die zij teweegbrengen, vind ik belangrijker dan wát ze doen. Het moet niet mooi zijn, het moet uitstraling hebben.””(Volkskrant, sept 2006)

FAUN

Of het beeld dat Des Bouvrie in zijn badkamer heeft staan nu een waterman is, of een Grieks mythologische Hermes of Hercules of Monsieur Teste heet – ik lees diverse omschrijvingen – kan me niet zoveel schelen.
Het beeld had mijn bijzondere aandacht getrokken, omdat ik er een faun in zag. Een weerspiegeling van de tufstenen reliëfs eromheen van beeldhouwer Anton Rådecker (1887-1960) in de architectuur met gevelstenen van de Minervalaan. Dezelfde Rådecker die de monumentale “Polospeler‘ en ‘Ruiter te paard‘ in 1930 op het Van Tuyl van Serooskerkenplein in de Stadionbuurt maakte.

“Ha, meneer Pan!” dacht ik, toen ik het beeld zag staan. Het kraantje uit zijn billen lijkt verdacht veel op het staartje van mythologische faunen, onderaan hun rug. De gebogen kranen op het hoofd lijken op hoorns en manen, de armen met douchekranen op klauwen. En beiden hebben ook een sik. Desnoods wil ik in de koperen kraan bij zijn mond nog wel een fluit zien, al ziet een panfluit er anders uit.

Ik sluit absoluut niet uit dat Arman geïnspireerd kan zijn door de antieke Dancing Faun, een klein beeldje uit een huis in Pompeï, dat als souvenir en interieurkunst naast je bank thuis kan staan (zie middenin collagefoto). Arman’s vader was bovendien antiquair, misschien verkocht hij het wel. Het lijkt wel of Arman dit beeldje heeft willen ontleden.

Overigens komt “Monsieur Teste” als persoon voor in een roman van Paul Valéry (1871 – 1945) over een man die erg ‘in zijn hoofd zit’, bezig is met zijn eigen Bewustzijn (het oud-Franse woord “Test” =hoofd). Maar daarin zie ik zelf, al bladerend, niet meteen 1,2,3 een aanknopingspunt voor onze kranenman.

“Het Ik zou nooit ergens aan kunnen beginnen als het niet meende dat het Alles was”. (p.78)

Dat is wel wat anders dan een man in je badkamer thuis.

Of Jan Des Bouvrie betaald wordt voor zijn kunstwerken op Art Zuid weet ik niet. Desgevraagd zegt Art Zuid hierover: “Wat de basis is van een bruikleen verschilt van geval tot geval. Daar doen we verder geen uitspraken over”.

De kunstverzamelaar was op het moment dat ik hem sprak nog niet naar zijn eigen kubusbank op het Stadionplein wezen kijken. Hij kende het meubelkunstwerk van Darbyshire alleen van foto’s. En hoopte dat de Britse kunstenaar niet te “hatelijk” met het onderwerp ‘design’ omgaat.

  1. meer Informatie over het meubelkunstwerk ’11 rue Simon-Crubellier’, zie mijn blog: Hygiea, Hercules, Perec: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  2. Bronnen:
    – Persoonlijk interview met Des Bouvrie tijdens de opening ART ZUID 2019
    – NPO-documentaire over Des Bouvrie en diverse tv-interviews.
    – Meneer Teste, Paul Valéry, 1946
  3. Antieke faun: http://toussaintbonnet.nl/nl/portfolio_page/dansende-faun/

Verbindende elementen

20190516_002235.jpgEen atletische hoogspringer, een hordeloper en een atletische duiker in de lucht, van de Poolse kunstenares Jerzy Jotka Kędziora verbinden op het Stadionplein deze zomer – in het kader van Art Zuid – het historische Olympisch Stadion met het moderne kunstwerk dat ertegenover staat, waarvan de titel ontleend is aan een schrijver met Poolse roots.

Het thema van Art Zuid dit jaar is “Tussenruimte en verbinding“. En dat is wat ik van ’t zomer in mijn foto’s en fotocollages vooral wil laten zien: de kunst in verbinding met haar omgeving, de kunst in verbinding tot de architectuur van Berlage Zuid. De kunst in relatie tot de mythologische straatnamen erom heen. Maar ook de beeldende kunst: in relatie tot de historie van de buurt. Ik deed dat al in eerdere blogs.

P1050013
Cintha van Heeswijck, Directeur ART ZUID

Directeur Cintha van Heeswijck van Art Zuid zegt: “Berlage heeft de tussenruimte op de lanen geclaimd”. En Art Zuid vult die lanen nu in, voor de zesde keer op rij, in de tweejaarlijkse beeldententoonstelling in de openlucht.
Art Zuid wil ook de verschillende pleinen van Zuid met elkaar verbinden, het Van Tuyll van Serooskerkenplein, het Hygieaplein, het Stadionplein, ze wil ze er allemaal bij betrekken. “we willen mensen naar buiten krijgen, uit hun sociale isolement. En als ze iets niet mooi vinden of confronterends: kom er maar over discussiëren, zeg ik dan”.

Kunst als ontmoetingsplek. Ook de ontmoeting tussen de diverse sculpturen onderling wil ik fotografisch in beeld brengen deze zomer. Het wordt via die invalshoek mijn eigen visuele verslag en verbindende interpretatie van Art Zuid.

BELADEN BUURT

P1050002
Eén van de twee curatoren: Michiel Romeyn

Het is een beladen buurt” zegt één van de twee curatoren Michiel Romeyn tot tweemaal toe over de locatie van Art Zuid in de Apollobuurt, de aangrenzende Stadionbuurt en (via het Muzenplein) zelfs tot in de Rivierenbuurt. Gedoeld wordt op de oorlogsjaren, de jodenvervolging.

Habitation – security or isolation, van Dini Thomsen (Katwijk 1943), wonend in Duitsland
Elsa Thomkowiak (1981) kunstwerk OUT. Op achtergrond Jan Havermans‘ herdenkingsmonument ’40-’45 op de Apollolaan
Apollo offering (1994), beeld van Arman (1928-2005) op de Minervalaan, een gespleten beeld

Romeyn: “Ja, een beladen buurt…..en dan nu met al die beelden hier….ik zeg: er stroomt bloed door de aderen van Zuid. Ik vind het wel wat hebben om juist op die lanen hier dan nu allemaal gekke eigentijdse beelden te plaatsen”. Het is volgens hem ook wel tijd voor grappen en grollen.
En dat is gelukt. Laat dat maar aan ex-Jiskefet acteur Michiel Romeyn over, samen verantwoordelijk met co-curator Jhim Lamoree voor de keuze van de beelden. Romeyn, zelf beeldend kunstenaar, was in 2009 al eerder curator van Art Zuid. Het levert een verfrissend andere tentoonstelling op dan die onder ex-curator Rudi Fuchs.

Ik zie een Jezus met avocado’s, een Maria met spitskolen, een glimmend bronzen meneer in bad (wiens schrijvende vinger per ongeluk, geloof ik, net onder water steekt), gekke dansende of hangende beesten als balletdansers, ik zie een soort faun en atleten.
Er is voor elk wat wils.
Romeyn: “Er hangt iets in de lucht, maar wat precies blijft onduidelijk. De reis begint…..Voor iedereen”. 

P1040867

P1040870
Tony Matelli (1978), een Maria en een Jesus, 2016, met avocado’s en kolen
P1050068
Barry Flanagan (1941-2009): balletdanser Nijinski als dansende haas (1985)
P1050100
Arman (1928-2005), Monsieur Teste (1995). Hij lijkt op een faun, op bosgod Pan

video, klik online: ‘The man writing on water’ (2006), Jan Fabre (1958) . Tussen zeven badkuipen in zit hij daar: wie is hij? En waarom zeven, in deze opstelling?

De liefde voor Zuid spat van de tentoonstelling af. Romeyn: “Het is net als naar je psychiater gaan: van Zuid kom je nooit meer af”.

 

 

What’s in a name

Het is bizar. Wat zegt de titel van een kunstwerk nou eigenlijk? De naam van een straat, een plein? Wat is de functie ervan? Ik vroeg me dat af, toen in 2018 eerst de naam Stadionplein na 104 jaar dreigde te verdwijnen en ik daarna – door de Franse titel van het kunstwerk van Matthew Darbyshire op het Stadionplein – de joodse Franse schrijver Georges Perec ontdekte en merkte dat zijn hele schrijversoeuvre gaat over het thema “verdwijnen”. Wat zegt dat over het kunstwerk 11 rue Simon-Crubellier van Darbyshire?

De middelste ring van de 5 Olympische ringen op het Olympische Stadion, recht tegenover het zwarte kunstwerk 11 Rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire op het Stadionplein.

Namen van straten en pleinen ordenen, geven structuur en richting aan een stad. Straten in een buurt hebben dezelfde type namen. Ook de naam van een kunstwerk geeft richting aan het denken over een kunstwerk. Denk ik.

TITELFUNCTIE

In het Singer Museum Laren zag ik laatst nog heel wat naambordjes “Zonder Titel” naast kunstwerken, zoals bij een tafel van Tom Claassen. Vermeld werd dat het uit natuurrubber, schuim en 7 vliegen bestond. Tussen haakjes was toegevoegd dat het om een tafel ging ;-).

Als er zo’n bordje zou komen (“Untitled”, materiaal: zwart gepatineerd brons en beton) bij het design-appartement van Matthew Darbyshire op het Stadionplein zou je naar een berg meubels kijken, die samen een moderne sculptuur vormen: een driekamer-appartement. Maar mét de door Darbyshire gekozen Franse titel “11 rue Simon-Crubellier” wordt het m.i. een ander verhaal. De gemeente Amsterdam plaatst binnenkort een plaquette bij het kunstwerk. Ik ben benieuwd.

P1040293
De Britse kunstenaar Matthew Darbyshire in zijn kunstwerk, november 2018

In kunsttijdschrift Mister Motley memoreren ze wat kunstenaar Marcel Duchamp (1887 -1968) ooit zei over titels van kunstwerken.

‘De titel van een schilderij’, zei Marcel Duchamp “is één van de kleuren op het palet van de kunstenaar”. Als ware het een onzichtbare tint die ons denken kleurt.

Duchamp gaf hiermee aan dat titels méér zijn dan alleen objectnaam. Immers, titels prikkelen de fantasie, verklaren, geven houvast en zaaien in een enkel geval zelfs verwarring.” (uit “Het benoemen van de dingen”, Saskia van Kampen. Mister Motley

11 FEBRUARI 1943
De Franse titel ’11 rue Simon-Crubellier’ van het Stadionplein-kunstwerk kan verwarring zaaien, ja. Maar biedt mij tegelijkertijd de vrijheid om het te duiden binnen de context van de Stadionbuurt.

3110ed85ce0b7c7b688b73824cd8ef48 - kopie
Franse cover. Vertaald heet het boek: Het leven een gebruiksaanwijzing (1978)

Het woonadres “11 rue Simon-Crubellier” komt uit het literaire oeuvre van de Fransman Georges Perec (1936-1982), geboren uit Pools-Joodse ouders. Op een studieavond over Perec ontdekte ik dat in heel zijn oeuvre de Tweede Wereldoorlog nooit ver weg is.

Als Perec het getal 11 noemt, raak je als Perec-kenner altijd alert”, hoorde ik van mw. dr. Manet van Montfrans, in Nederland gepromoveerd op Perec.

De 11 verwijst
naar 11 februari 1943, de dag waarop tijdens een razzia in Parijs zijn moeder werd opgepakt, haar vader en haar zus. Van alle drie is nooit meer iets vernomen. Ze zijn spoorloos verdwenen.
Perec weet alleen dat zijn moeder gedeporteerd is naar Auschwitz.

Zijn leven lang houdt hij haar “Acte de Disparition” – een staatsdocument over haar vermissing – bij zich.
Perec houdt van cryptisch schrijven, zaken verstoppen, zoals in zijn e-loze boek uit 1969, “La Disparition (2 + 11 letters, 11 februari) waarin ook de één na de andere persoon verdwijnt, terwijl die mensen onderling met elkaar verbonden blijken door een kringvormig merkteken op de onderarm dat de letter e blijkt te zijn. De associatie met een kampnummer dringt zich op. Het e-loze boek is meer dan een taalspel, er is constant sprake van een gemis. In het Nederlands heet het: ’t Manco.

Zijn vader sneuvelde als soldaat in 1940, zijn andere opa werd ook gedeporteerd. Zijn oma ontsnapte omdat ze tijdens de razzia niet thuis was, en voegde zich bij de 8-jarige Perec, die – met zijn verfranste Poolse naam Peretz – in 1942 in een Frans bergdorp was ondergebracht, waar zij vanwege haar Poolse jiddisch voor doofstom moest doorgaan.

Die thema’s – vermissing, doofstomheid, kidnapping, verdwijnen, identiteit- en naamswisseling- verstopt Perec in al zijn boeken. Ik heb er nu 4 gelezen. In Perec’s debuutroman Les Choses/Things (1965) – dat de Engelse kunstenaar Matthew Darbyshire, vertelt hij mij, vooral beïnvloed heeft – gaat het om een identiteit die niet moet zoekraken, als je je omringt met luxe en designvoorwerpen.
Dat spreekt Darbyshire vooral aan.

MAUSOLEUM

De vraag is of hij zich gerealiseerd heeft – als je dan een titel naar Perec vernoemt en Georges Perec daarmee ” naar Amsterdam haalt” – dat je met Perec automatisch eigenlijk de oorlog meekrijgt. De meeste Perec-boeken zitten vol biografische hints, als je tenminste weet waarnaar je zoeken moet. Anders lees je daar overheen. Het is een mysterieuze schrijver.
Misschien is dat geheimzinnige niet vreemd voor iemand, die als kind met zijn verfranste naam en ‘onderduikachtergrond’ in een bergdorp, met zijn Poolse oma niet herkend mocht worden door Duitsers. Kortom, Perec houdt van: zich verstoppen.

Ook de naam van zijn Poolse moeder Cyrla Szulewicz – verfranst tot Cécile of Caecilia (patrones van de muziek) – gebruikt hij op tal van manieren in diverse boeken. Er is altijd wel een operazangeres, ook op de 11 rue Simon-Crubellier.

Het hele flatgebouw op dit adres propt hij boordevol bewoners en kan gezien worden als een eerbetoon aan allen die verdwenen zijn.

hij dacht aan de anderen, aan al diegenen die al vertrokken waren (…)”
“Over de trappen glijden de vluchtige schimmen van al degenen die daar eens waren”(p. 72)

Op de 11 rue Simon-Crubellier laat Perec vervolgens een heel ritueel vernietigingsproces plaatsvinden van puzzelstukjes.

zo zou er geen enkel spoor overblijven (-)” p.130
(Uit: Het leven een gebruiksaanwijzing)

Go_ko_animación

Ook het getal ’43 verstopt hij, vertrouwd als hij is met Joodse getallensymboliek en Kabbala.

Hij laat in het trappenhuis 4 zwarte en 3 witte marmeren schijven “vinden”, die zo zijn neergelegd dat ze samen in het Japanse go-spel het woord Eeuwigheid vormen (p.477).
Hoe cryptisch wil je het hebben voor een jongen, wiens familie is uitgemoord. De oudste bewoner van het pand, een schilder die het flatgebouw wil schilderen, mijmert:

“alleen al de voorstelling die hij zich maakte van dat opengebroken pand dat de scheuren van zijn verleden (-) toonde (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)” p.138

Voilà, 11 rue Simon-Crubellier als mausoleum. Als praalgraf dus.

STADIONBUURT

Met dit gegeven krijgt het Stadionpleinkunstwerk met de Franse titel voor mij ineens een heel andere lading.
Ik denk aan de verdwenen joodse schoolkinderen uit de Stadionbuurt, waarover schrijver Heere Heeresma (1932-2011) – buurtbewoner tijdens de oorlog – schreef in zijn boeken “Een jongen uit Plan Zuid” (2005).
Ik denk aan de verlaten huizen, die door andere bewoners in beslag genomen werden. Heeresma beschrijft dat heel treffend, als hij op de Stadionweg één van zijn joodse schoolvriendjes Mosje Ansinger weer wil bezoeken, maar plots ziet dat het naambordje is veranderd en er wordt opengedaan door onbekende mensen.

“Ik kom voor Mosje, mijn vriendje. Mosje Ansinger”.
De vrouw schudt haar hoofd. “Die woont hier niet”.
Maar langs haar heen zie ik dat mooie met parelmoer ingelegde tafeltje met daarop die lamp met een schelpachtige kap en daarnaast een echt troubadourzeteltje, dat Mosje en ik naar het balkon tilden zodat we bij de hoog geplaatste vliegenkast konden om er een appel of een banaan uit te jatten. (-).
“Wat is daar” hoor ik een mannenstem achter in het huis roepen.
De vrouw roept terug terwijl ze me aan blijft staren. “Een jongetje dat naar de familie Ansinger vraagt!”.
“Laat-ie opdonderen!”.
(-) Het portier zoeft dicht…”
(Een jongen uit plan Zuid, deel 1, pag.73)

Deportatie-Amsterdam-20-6-1043-Beeldbank-WO2-NIOD-96771
Olympiaplein, hoek Marathonweg: deportatie van Joden, 20 juni 1943, foto Beeldbank

Van diverse adressen in de Stadionbuurt zijn ook na de oorlog bij de Duitse overheid zogenaamde Möbelclaims ingediend vanwege leeggeroofde inboedels.

Ons eigen Olympiaplein was op 20 juni 1943 een belangrijke verzamelplaats tijdens meerdere razzia’s die dag in Amsterdam.
Het is een pijnlijke oorlogsgeschiedenis die de straten kleurt van een buurt met zowel heel veel NSB-adressen (zoals 2 jaar terug op een map van bet Stadsarchief duidelijk werd gemaakt NSB in Zuid) als veel Joodse bewoners, voornamelijk gevluchte joodse immigranten uit Duitsland en Oost-Europa (net als de Poolse families Szulewicz en Peretz in Parijs)

stippenkaart - 2

20190430_190746
1548 joden in de Stadionbuurt, detail van de Amsterdamse Stippenkaart uit 1941. Elke stip staat voor 10 joodse bewoners, 1100 werden vermoord, zo’n 7 procent van de Stadionbuurtbevolking

PLEK VOOR 1100 STOLPERSTEINE

Op een bevolking van 16.592 mensen in de Stadionbuurt was in 1941 een kleine 10 procent Joods. Van de 1548 Joden in de Stadionbuurt werden er, naar mijn berekening, zo’n 1100 vermoord, d.w.z. 71 procent.
Ik heb voor deze gegevens Joodsmonument.nl, het Stadsarchief en het NIOD geraadpleegd. De beruchte Joodse stippenkaart, die de Duitsers in 1941 door ambtenaren lieten maken, is ook een belangrijke bron. Elke stip op de kaart staat voor 10 joden. Je ziet dan dat er in de Beethoven- en Rivierenbuurt in Amsterdam-Zuid meer joden woonden dan in de Stadionbuurt; en in Oost en rond het Waterlooplein veel meer. Voor de Stadionbuurt begrens ik me tot en met het Olympiaplein.

sternfeld_edith_with_brother_martin_and_his_wife_molly_jpg()(F72F55D018125D640EBDF423A45BAD09)
Edith en haar broer Martin Sternfeld, met zijn vrouw Molly op hun balkon, vermoedelijk in de Stadionstraat 23 III. Molly overleefde.

In de Achillesstraat alleen al tel ik 92 vermoorde joodse buurtbewoners, in de Herculesstraat 59, op de Stadionkade 89, en zo kan ik doorgaan. Meerdere gezinnen plegen zelfmoord.

Hoe moet ik me een lint van 1100 messing Stolpersteine, struikelstenen, door de Stadionbuurt voorstellen, als iemand daar geld voor over heeft? Een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig.

Ik zie dat er in het huidige Olympisch Kwartier, dat toen maar uit één woonblok bestond in de Stadionstraat, 9 joden woonden. O.a. een gevluchte jurist Martin Sternfeld en zijn zus Edith, uit Oost-Pruisen: Martin werd al op 16 september 1941 vermoord in Mauthausen. Edith in Auschwitz. Ik vind een balkonfoto van hen voor een houten verandakast, zoals de oude huizen hier hebben.

HARRY ELTE

Ook de feitelijke naamgever van de Stadionbuurt, de joodse architect Harry Elte (1880- 1944 Theresienstadt), werd als bewoner van de Stadionweg, in 1942 gedeporteerd. Hij was het die met zijn sportstadion in 1912 – ver voor de Olympische Spelen van 1928 – aan de namen Stadionweg en Stadionplein bijdroeg.

Dat gegeven brachten buurtbewoners in 2018 in herinnering toen de naam Stadionplein bijna verdween. Moest eerst Eltes stadion verdwijnen voor nieuwe huizenbouw in de jaren ’30, en moest hijzelf in 1942 verdwijnen, zou dan nu ook nog zijn Stadionplein moeten verdwijnen?

De gemeente was niet ontvankelijk voor dit argument, maar zegde wel schriftelijk toe aan de actievoerders om Harry Elte in de stad te gaan vernoemen. Hoezo architect Jan Wils van het Olympisch Stadion wel, immers, en Harry Elte niet?

album_large_7971
Het stadion van Elte 1912-1929, naamgever van Stadionweg en Stadionplein, aan rand van Amsterdam met weilanden.

HOMMAGE AAN PEREC

Matthew Darbyshire vindt het, desgevraagd, prima als ik zijn 3-kamerappartement ’11 rue Simon-Crubellier’ een duiding geef, omdat hij zich realiseert dat dit inherent is aan kunst in de Openbare Ruimte.
Maar hij relativeert al snel de functie die een titel van een kunstwerk volgens hem heeft. De titel maakt volgens hem maar 1 procent van een kunstwerk uit. Eén procent.
“I’ve highlighted before that the appropriation of Perec’s fictive address informs what I believe to be approx one percent of the works content.”


Hij vond het te midden van de Brexit-hectiek wel aardig, zegt hij, om met een Franse titel een statement te maken.
Hij ziet zijn design-meubels ook zeker niet als letterlijke uitbeelding van het Franse flatgebouw, dat Perec beschrijft, maar de Franse titel ziet hij wel als “eerbetoon aan Perec”.
Hij bewondert de Franse schrijver; zegt gefascineerd te zijn door de complexiteit van Perec’s boeken.
“I hope at the very least it is understood as a tribute to the extraordinary intellectual voyeur, philosopher, poet, prankster, artist, filmmaker…just incredible thinker who is certainly worthy of this oblique memorial!”

Een hulde aan Perec dus. Een soort van gedenkteken. Maar teveel accent op Perec is niet zijn bedoeling.

Wat mij betreft is dan de cirkel rond. Eerst richt Perec een heel flatgebouw op aan een fictieve 11 rue Simon-Crubellier, ter nagedachtenis van zijn verdwenen familie, vervolgens ziet Darbyshire zijn driekamer-appartement 11 rue Simon-Crubellier als eerbetoon aan Perec.
Ik vraag hem wat hij ervan vindt als ik de (joodse verborgen) achtergrond van het oeuvre van Perec verbind aan de geschiedenis van de Stadionbuurt, en daarmee aan “11 rue Simon-Crubellier” op het Stadionplein. Darbyshire:
I’m delighted that these histories can be crossed and interlaced. It certainly was not my intention but hopefully you can see how I have tried desperately to leaves things open, malleable and democratic as possible”.

Alle interpretaties zijn dus mogelijk.

CITIUS, ALTIUS, FORTIUS


Tot slot moet ik dan nog een ander bizar detail vermelden. Precies tegenover het zwarte kunstwerk op het Stadionplein staat de poort van het Olympisch Stadion met de 5 Olympische ringen en de leus: Citius, Altius Fortius: sneller, hoger, sterker. Opvallend genoeg komt deze Olympische leus voor in Perec’s wonderlijke semi-autobiografische roman “W, of de jeugdherinnering” (1975) over een zoekgeraakt doofstom kind.
DSC03812
Olympische leus boven toegangspoort Olympisch Stadion: sneller, hoger, sterker

Ik zei al: in meerdere romans van Perec raken mensen of dingen spoorloos. Of wisselt hij van identiteit. In de zoektocht naar dat kind belandt hij op een eiland W. waar een extreem-hiërarchische, maniakale, zelfs sadistische Olympische sportcultuur heerst vol regels en dwang. Met Duits geschreeuw “Schnell, schnell” worden verliezers in de sport afgestraft.

De atleten hebben grijsgestreepte trainingspakken aan met de letter W op hun rug of van witte stof genaaide driehoeken op hun borst. De parallel met jodensterren en concentratiekampen is evident. Een Roemeense bookcover laat dat ondubbelzinnig zien.

1257482
Roemeense bookcover van boek over zijn jeugd

Perec gebruikt de Olympische sportbeoefening dus als metafoor voor de kadaverdiscipline die er heerst in totalitaire regimes als het nazisme.
Van het doofstomme kind wordt niets meer vernomen…

De hoofdpersoon in het boek over de 11 Rue Simon-Crubellier sterft met in zijn hand een puzzelstukje in de vorm van de letter W. Het puzzelstukje past niet in de puzzel die op tafel ligt.

En zo zitten we dan in Amsterdam – recht tegenover het Olympische Stadion met de leus Citius, Altius, Fortius – met het wonderlijke verschijnsel dat er in deze buurt allerlei Möbelclaims tegen de Duitse staat zijn ingediend en er nu een meubelkunstwerk “11 rue Simon-Crubellier” is, welke naam bij Perec indirect verwijst naar een razzia op 11 februari 1943.

U kunt natuurlijk zeggen: what the hell. What’s in a Name?

Maar m.i. lijkt het erop dat een kunstwerk met deze titel exact past in de Stadionbuurt. Het is precies het juiste puzzelstukje.
Een mens is pas vergeten als zijn naam is vergeten’ (citaat uit de Thora)

P1040821
Stolperstein, Argonautenstraat 12 II
P1040823
Stolpersteine, Herculesstraat 25A I
P1040824
Stolpersteine, Parnassusweg 10 II

© Overname van gedachtengoed uit dit blog s.v.p. met bronvermelding

Dit is blog 6 in een serie over “11 rue Simon-Crubellier”

Hygiea’s gezondheid

photo_detail
detail van schilderij Hygiea van Gustav Klimt, 1900
hy to earth.jpg
Planetoïde Hygiea draait met haar diameter van 431 km in 5 ½ jaar om de zon

Verloskundigen- en huisartsenpraktijken, gymnastiekverenigingen, ja zelfs een counselingsbedrijf voor zorgprofessionals: ze kunnen zomaar naar HYGIEA heten, de Griekse godin van de gezondheid, de patrones van de apothekers.
Haar vader was Asklepios, ja, die van de dokterslang, de esculaap: de Griekse God van de geneeskunde. Zoon van de grote Apollo.

Beiden werden in het Oude Griekenland in Epidaurus op de Peloponesos vereerd. Er was een kuuroord en patienten hoefden er alleen maar te slapen worden gelegd voor genezing. Wanneer men in een droom een slang zag, was men meteen genezen…

Ik ben er een keer geweest, op een gloeiendhete kurkdroge zomermiddag. Met mijn schoolvriendin F. vergat ik me destijds altijd aan te passen aan de uren van de dag, de temperatuur van het Zuiden.
Ook het Griekse slow-motion-ritme van “sigá sigá !” leerden we pas later over te nemen. Een Griekse lover G. zei – op bezoek in Nederland ooit – dat hij hier de treinen miste, omdat ze hier altijd op tijd reden! Ja, dat is Griekenland: de bussen vertrokken nooit op tijd. Soms stapte de buschauffeur onderweg gewoon even uit om bij de bakker een broodje te kopen. Zo trokken we een maand door Griekenland.
Slowly – slowly: heeeeel gezond!

epidaurus

Epidaurus, tempel ter ere van Asklepios en Hygiea, met de slang als symbool

In de kunsten wordt Hygiea meestal uitge

salus hygieia_-3.jpg

beeld met de slang (van haar vader) en een schaaltje: de geneeskunst voedt zich uit de gezondheid.
De kleurrijke Hygiea van de schilder Gustav Klimt uit 1900 is misschien wel de bekendste afbeelding van haar uit de kunst. Ze was onderdeel van een grotere uitbeelding van de Medische Faculteit voor een zaal in de Universiteit van Wenen.

Het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden bezit een marmeren reliëf uit de 2e eeuw na Christus, waarop ze haar vader Asklepios eert.

Het Rijksmuseum in Amsterdam bezit een prent uit 1640 naar een (stand)beeld van Hygiea in Rome.

Asklepios_800p-4.jpg

2e eeuw na Chr.: Marmeren reliëf: Hygiea eert haar vader Asklepios , Museum voor Oudheden Leiden

unnamed-3.jpg

Hygiea, naar een sculptuur uit Rome, prent uit 1640, Rijksmuseum A’dam

Nieuw voor mij was dat er ook in de ruimte een asteriode met veel ijs erop naar haar is vernoemd. Het rotsblok draait samen met ook Hestia/Vesta – genoemd naar de Griekse godin van het huiselijke vuur – als een van de vier grootste ruimtebrokken tussen Mars en Jupiter in een grote asteroïde-regen om de zon. Daar doet ze 5 ½ x langer over dan de aarde, die dat traject in een jaar aflegt. video online:

hygieia-brunnen-01

Hygiea, als waterbron bij stadhuis in Hamburg

Vaak staat ze als sculptuur bij kuurooorden of bij waterbronnen of fonteinen, zoals in Rome in de Trefi-fontein of in Hamburg op de binnenplaats van het Stadhuis, in Karlsruhe voor een kuuroord.
Water en gezondheid: die twee horen bij elkaar.

NEDERLAND

Voorstreek 58 (5) (Small).jpg

Hygiea als tegelplateau op Jugenstill apotheek in Leeuwarden, 1905

Als schutspatroon voor apothekers prijkt ze in Leeuwarden in een prachtig tegelplateau boven de Centraal Apotheek uit 1905; in Groningen als zandreliëf boven een voormalig laboratorium.

In Spijkenisse staat er voor het Medische Centrum een moderne naakte sculptuur met slang van Hygiea. Ongetwijfeld vergeet ik er een aantal te noemen.

AMSTERDAM

In Amsterdam is Hygiea opgenomen als sculptuur in de beeldencollectie van het AMC-ziekenhuis, een “Vrouwe Hygieia‘ uit 1935 van beeldhouwer Christiaan Jozef Hassoldt (1877-1956) afkomstig uit het vroegere Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, een van de voorlopers van het AMC.

GR07fb-5.jpg

Hygiea in Groningen

2016-amc-beeld1-3.jpg

Vrouwe Hygiea, 1935 in het AMC

Daarnaast is ze in Amsterdam opgenomen in de architectuur van de stad, en vooral bekend als groot plein in de mythologische Olympische buurt, rond het Olympisch Stadion.
Het plein zit barstensvol met scholen en kinderen. Ik ging er als kind naar de Volksmuziekschool op no. 7 waar ik muzieknoten leerde lezen en waar de basis werd gelegd voor mijn liefde voor klassieke muziek. Veel later heb ik naast die school op no. 9 twintig jaar gewoond.
Mijn huisarts heeft er zijn praktijk.

jjjj-05-09-uu40-13_edited

Hygieaplein, 1928: toen de stad nog groene pleinen mocht hebben

Hygiea, godin van de gezondheid: we vinden haar dus overal en nergens. In dromen – of als ik een doodenkel keertje in mijn leven es stoned ben, zo heb ik gemerkt – komt er vaak een angst voor slangen omhoog. Maar bang, dat moet ik helemaal niet zijn, begrijp ik nu. Slangen zijn het zinnebeeld van de gezondheid! Wanneer men in een droom een slang zag, in het Griekse Epidaurus, waar Hygiea werd vereerd, was men juist genezen!
Ik zal dat onthouden.

ZH63am-2.jpg
Hygiea, modern beeld voor het ziekenhuis in Spijkenisse

Anybody home?

Het is mutsenweer. Half november, er staat een gure wind, handen houden open kragen bijéen. Bakfietsvaders en moeders achter kinderwagens sjezen in grote vaart voorbij. Kranten-bezorgers met overvolle fietstassen, haastige postbodes, zelfs scooters zigzaggen dwars door voetgangersgebied heen. In de week dat de 11 rue Simon-Crubellier als kunstzinnig woonadres 11 dagen is opgeleverd in Amsterdam, observeer ik – verspreid over de week – 11 uur lang haar gasten. En het Stadionplein. 

P1040306A
Als tegen 17 uur de straatlantaarns aanflitsen, verdwijnt de woonkamer in de donkerte. De bewoners van 11 rue Simon-Crubellier zijn vertrokken. Alleen het water is niet afgesloten.

MAANDAG 15.30 – 17.30

Er woont niemand op de 11 rue Simon-Crubellier. Maar de vloer en stoelen zijn nat, alsof de werkster net geweest is. De wind wappert de waterfontein boven de wc-pot wild door het huis .

Rond 16 uur lijkt het alsof er een haardvuurtje wordt aangestoken. In de beregende zwarte linnenkast weerspiegelt een oranje gloed van een zwaailicht van een vrachtauto. Het lijkt 20 minutenlang een wakkerend vuurtje en is het enige levende element in het appartement – naast de waterstralen uit de radiator, de gootsteen en het keukenblok.P1040291
Om 16.07 uur cirkelt een man via het gras door het huis heen, zet zijn capuchon op en verlaat over de deurmat het zwarte ‘pand’. 
Om 16.28 uur vegen twee meiden hun voeten op die deurmat, voelen aan de keukenapparatuur, de stoel in de huiskamer. In de slaapkamer pakt één haar telefoon en begint zichzelf te filmen. Het zijn de 2e en 3e gast binnen een uur.

Om 17.10 bezoekt een vader met peuter – weer via de deurmat – het appartement. De moeder blijft buiten, haar hand op een kinderwagen. Zoekerig lopen de twee rond, dralen bij het keukenblok; dan trekt de vader het kind mee naar de huiskamer en legt zijn hand precies op de plek van de radiator, waar water uitspuit, waardoor de waterstraal oncontroleerbaar wordt.
De vader springt weg. Ik kan het niet horen, maar denk dat de peuter schaterlacht omdat de vader zichzelf steeds herhaalt: zijn hand eventjes op de radiator; en wegspringen. Na een minuut of 5 verlaten ze via de denkbeeldige slaapkamerdeur het zwarte huis.P1040302AOp dit tijdstip in november duurt het niet lang voordat het zwarte kunstwerk verdwijnt in de avondschemer. Als de straatlantaarns aanflitsen, is er niets dat het appartement  verlicht. Er zijn geen bewoners op de 11 rue Simon-Crubellier, hun lampen in de huiskamer en op het bureau doen het niet.
Rode achterlichtjes van auto’s rond het plein schijnen soms even door de vakken van het boekenmeubel heen.
De feestverlichting in de bomen bij het hotel-restaurant op het plein trekt nu meer aandacht.

DINSDAG 10.30 – 12.15

Vaste bezoekers blijken de meeuwen en de kraaien, de kauwen en de duiven op het plein. Vijftien duifjes houden op 5 hoog, onder de dakgoot, het plein in de gaten of zoeken beschutting in de wind, wie zal het zeggen. P1040374

P1040383P1040376Net als maandag, zie ik kijkers.
Kijkers zijn niet meteen ook bezoekers die naar binnengaan. Kijkers zijn overstekende wandelaars met plastic of katoenen boodschappentasjes op weg naar de supermarkt, die misschien even hun tred vertragen en opzij kijken. Een mevrouw achter een rollator met een slepend been; druk discussiërende scholieren met rugzakjes, studenten op gympen, meisjes met wilde wapperende haren in de wind.giphy-3.gif
Als ze stilstaan, staan de meesten stil voor het denkbeeldige keukenraam, omdat het direct aan de straatkant grenst. Er wordt gewezen, er wordt overlegd.

Een fietser in het voetgangersgebied houdt stil bij de logeerkamer, voet aan de grond, stapt niet af maar kijkt, wil doorfietsen, kijkt nog es om en rijdt weer terug.

Ik denk aan het gemopper in de buurt over het zwarte interieur. Maar eigenlijk is iedereen en àlles zo’n beetje donkergrijs en zwart in november om me heen in dit land. Niet alleen de wolken, maar ook de jassen van de mensen, de fietsen, fietskratten, de fietstassen.

Ik ben blij met een voorbijrennende sporter in knalgroen lichtgevend sportpak. Een vrouw met rode baret. Een KLM-stewardess in lichtblauw met rolkoffer. Een wit poedelhondje met rode halsband dat zijn bazinnetje het gras optrekt.P1040327.JPGOok in de moderne brasserie om mij heen is de kleur zwart “bon ton“, afgewisseld met wit marmer, koper en houttinten. De plantenbakken buiten zijn zwart, de boekenkasten binnen, de stoelen, het theeblad. Ook de soepkom is zwart. “Strive to be happy” zegt de zwarte huls van het servet.

Hier netwerken vanaf 8 uur s’ochtends vooral dertigers. Ik hoor marketinggesprekken, Engels, Russisch.  Achter zwarte laptops met ‘wit bedraadde oortjes’ in “delen ze schermen” met onzichtbare klanten aan de andere kant van de lijn.

P1040358
Bezemvegers van de gemeente praten samen over het kunstwerk

Vanuit de verte – vanaf mijn horecastoel – lijkt het misschien even, zoals een kritische lezer van mijn blog laatst schreef als commentaar, of iemand de grofvuildienst heeft gebeld en zijn meubilair op straat heeft gezet. 
Ahhh neee toch...!”, grijnst een Antilliaanse bewoonster van het plein, die naast me zit, iemand die – voor 1.345 euro huur per maand – van 2-hoog uitkijkt over het kunstwerk. Ze heeft een piepklein zwartkrullerig mannetje bij zich, dat ik even warm op mijn schoot mag houden, als zij zijn melkflesje prepareert.
Nee, geen oud vuil, maar ik ben er nog niet goed uit, wat ik ermee aan moet, wat het is!“. 
Ik leg uit wat het is.
Een betonnen 3-kamerappartement van 65 m², naar voorbeeld van de nieuwbouw op het plein, met meubels van 20e eeuwse designontwerpers in zwart brons, die door 45 buurtbewoners zijn uitgekozen uit een voorselectie van de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire.

WOENSDAG 9.30 – 12.30

Op de 11e dag na de House-warming-party van 11 rue Simon-Crubellier, om 11.05 uur, ruimt een voorbijgangster het kunstwerk even op. Ze gooit papiertjes en een kartonnen bekertje in de prullenbak.shutterstock_70714939-1080x675[33696]Mijn gedachten dwalen soms af naar het Franse boek van Georges Perec (dat ten grondslag ligt aan het kunstwerk) en naar de bewoners van die Parijse 11 rue Simon-Crubellier, die met hun vernietigingsproces van puzzelstukjes bezig waren, zoals ik in een eerder blog beschreef.

Ik begin me te realiseren dat mensen misschien niet làng binnenin het appartement op bezoek komen, maar dat als het een gewoon standbeeld was geweest – noem maar wat: een paard met een vent er op, voor mijn part een Griekse held  – dat iedereen er dan gewoon langsgelopen was. Nu zie ik mensen stilstaan, nadenken, een hand aan hun kin, de één blijft aan de stoeprand staan, de ander loopt naar binnen.

Misschien dat het gras om het huis als een soort tuin functioneert, een barrière om binnen te stappen. Als het kunstwerk rechtstreeks op de keien stond, kwam er misschien eerder binnenin bezoek.
Misschien.
Maar kijkers en omkijkers zijn er zo wie zo. Bijna iedereen die de 11 rue Simon-Crubellier bezoekt, kijkt als ze eenmaal buiten zijn, ook weer achterom. Alsof ze denken: “huh, wat was dat nou, wat ik net gezien heb? Waar ben ik nou net geweest….?“. P1040355

DONDERDAG 12.15 – 14.30

Op donderdag rond het middaguur is het spitsuur. In totaal tel ik in 2 uur tijd 31 bezoekers, voornamelijk scholieren. Een verliefd stelletje neemt even plaats. Een man wast er zijn handen. Een fietser loopt dwars door het appartement heen. Even later dansen scholieren op het bureau, terwijl een derde met zijn telefoon voor muziek zorgt.IMG-20181122-WA0000[53580]

Ook de Waternet-inspectie komt donderdag even langs.

ZATERDAG 9 – 11 uur

P1040371Op zaterdagochtend als er nog ochtenddamp hangt en de marktkramen worden opgebouwd, zijn er al vroeg opa’s met kleine jongetjes in het kunstwerk. Toeristen met bepluimde mutsen en een plattegrond in hun handschoenen, nemen foto’s. In twee uur tijd tel ik 12 bezoekers in het huis.

Langslopende kijkers zijn er natuurlijk ook: met stokbroden onder hun arm of bossen bloemen in bruin papier van de markt. De kaasboer, groenteman, notenkraam en bloemenman staan vlak voor het kunstwerk. Ik zie vrouwen met korte jacks en dikke billen eronder. Een joggende vader achter een kinderwagen; het kind klotst een beetje op en neer. P1040388.JPGOm 11.17 uur brengen twee meiden 37 seconden in het appartement door, eentje gaat even op het bureau liggen. Daarna zijn ze 1 minuut en 24 seconden bezig met het nemen van selfies.
 
Als ik even google naar hoelang mensen voor een schilderij in een museum stilstaan, heeft Trouw het over gemiddeld 9 seconden per schilderij, maar de NRC schrijft over 28 seconden, waarvan tegenwoordig veel tijd opgaat aan het maken van selfies bij een kunstwerk.

ZONDAG 15 – 16.30

Op zondagmiddag is het stiller. Een man met zijn handen op zijn rug staat om 15 uur aan de rand van het gras bij de deurmat stil, in gedachten, alsof het een monument is. 
Hey, een huiskamertje!” roept een voorbijflitsende fietster enthousiast.
Maar je mag er niet op zitten“, roept haar compagnon.
Jawel,” roep ik terug: “dat mag!”P1040391.JPG
Er komt toch nog zondagmiddagbezoek in het huis. Spelende kids. En gasten uit het hotelrestaurant met fototoestellen.

In 11 uur tijd, verspreid over deze week, heeft 11 rue Simon-Crubellier 77 bezoekers gehad, ontelbare gluurders door denkbeeldige ramen en diverse fotografeerders. 

DE ZEVENTIENDE DAG

IMG_20181127_133351246[53613]Op de 17e dag na de opening zijn de denkbeeldige ramen van het huis ineens met karton dichtgemaakt.
Een saillant detail, als ik bedenk dat het de kunstenaar Matthew Darbyshire – als Brit – juist was opgevallen dat Nederlanders s’avonds hun gordijnen openlaten en al het interieur voor iedereen zichtbaar is. Iets wat hem inspireerde tot dit kunstwerk.

Onze meubels als openbaar kunstbezit dus.

Even denk ik aan een buurtprotest tegen het zwarte kunstwerk, maar later blijkt het om balorigheid te gaan. 
Scholieren zijn aan de haal gegaan met grote kartonnen meubeldozen van een eigenaar midden op het plein – de adressticker zit er nog op –  die zijn rotzooi onversnipperd en veel te vroeg als grof vuil heeft buitengezet.

De scholieren wilden het huis wat knusser inrichten met kartonnen muren erom heen, zo gaat het verhaal, zodat ze er wat beschutter konden zitten. IMG_20181127_134157480_BURST000_COVER_TOPOok misschien omdat ze dan minder snel nat werden. De waterfontein uit de radiator spettert de huiskamermeubels nat. De scholieren hadden met een steen de radiatorwaterknop geblokkeerd.
Ik snap ze ergens wel. Ik heb deze weken me ook wel afgevraagd of het compromis van kunstwerk-met-fontein wel zo’n geslaagd idee is geweest. Maar ook heb ik gezien, dat juist het speelse water in de wind de opa’s en oma’s met kleinkinderen naar het kunstwerk trekt.
Zonder water was er minder bezoek geweest. Zonder water was het een zwarte lege huiskamer geweest. Waaruit de bewoners zijn vertrokken.

(wordt vervolgd)

  • Met dank aan: Irka voor een foto, Jan en Blanche voor uitleg over het karton en Unice voor haar commentaar.

Dit was deel 5 in een serie blogs over: 11 Rue Simon-Crubellier

Het leven: een puzzel

frustrated-little-man-missing-puzzle-piece[33694]

Er wordt nogal gepuzzeld aan de 11 Rue Simon-Crubellier te Parijs, het woonadres dat de schrijver Georges Perec verzon, waaraan het kunstwerk van Matthew Darbyshire op het Stadionplein haar titel ontleent. Het kunstwerk wordt zaterdag 10 november onthuld.

Nou heb ik niks met legpuzzels. Maar vorige zomer, juist toen ik me voor de eerste keer door dat dikke, niet-zo-toegankelijke boek “Het leven een gebruiksaanwijziging” van Perec heenworstelde, kwam het er dan toch van.
Mijn hoofd stond niet naar lezen.
Als een soort meditatief herstel van een ziekenhuisopname werkte ik aan een legpuzzel. Daardoor weet ik nu hoe het voelt als je dagenlang naar een specifiek puzzelstukje zoekt.

Ben je aan het puzzelen?”, vroeg de buurvrouw, toen ik tussendoor even met haar op een zonnig terras op het Stadionplein zat, aan de voet van de lange bak aarde, waar nu het kunstwerk “11 Rue Simon-Crubellier” is verrezen.

Stomverbaasd keek ik mijn buurvrouw aan. Hoe kon ze nou weten dat ik aan het puzzelen was? Zag ze dat aan mijn neus, daar op dat terras? Hoe kon dat?
Het was idioot: ze zag het aan mijn arm!
In de warme plakkerigheid van de zomer was er een legpuzzelstukje aan mijn onderarm blijven hangen en wonderbaarlijk genoeg had dat stukje mijn wandeling naar het Stadionplein overleefd.
Ik had het ook kunnen verliezen.

life-puzzle

Puzzelstukjes verdwijnen soms. En dan krijg je het plaatje niet meer compleet. Bij de schrijver Georges Perec is dat het geval. In al zijn boeken is er een (verkapte) zoektocht gaande naar het puzzelstukje van zijn jeugd: zijn verdwenen Joodse familieleden, zijn herinneringen.
“Mijn moeder heeft geen graf”, schrijft hij, n.a.v. haar deportatie op 11 februari 1943 naar Auschwitz. Perec is dan zes jaar. Er is verder niets over zijn moeder bekend. Ze is opgelost in het niets.”Ik heb geen herinneringen aan mijn kinderjaren”.
Ja, dan heb je een gebruiksaanwijzing nodig om te kunnen leven. Voilà, de titel van het boek over de 11 rue Simon-Crubellier.

perec-puzzle-piece

Georges Perec (1936-1982)

Wat is er aan de hand met dat gepuzzel op de 11 Rue Simon-Crubellier?
Te midden van veel zwarte details, zoals ik in het eerste blog uit deze serie liet zien, is een aantal bewoners in dat flatgebouw met elkaar betrokken bij een krankzinnig verhaal over aquarellen en puzzels.
Maar in feite vindt er in dit verhaal een ritueel vernietigingsproces plaats.

AQUARELLEN

Zoals Perec in een eerdere roman (over zijn jeugd, op zoek naar een verzonnen eiland W) zelf de wereldzeeën was afgestruind, laat hij nu een steenrijke bewoner aan de 11 rue Simon-Crubellier, een Engelsman, de wereld afstruinen om zee- en havengezichten te schilderen. Aquarellen, op papier, waarin een watermerk W van Whatman staat.
De miljardair, die met zijn tijd en zijn leven geen raad weet, wil zo het Zinloze van Alles, nutgeven. Hij doet er 20 jaar over, maakt 500 aquarellen, de laatste van de haven van Brouwershaven in Zeeland.

havensluis-Brouwershaven

Ad Kikkert (1914-1995): zeesluis Brouwershaven

De miljardair heet Percival Bartlebooth (let op zijn voornaam, bij Perec is Niets zomaar bedacht; ik denk aan Parsifal die op zoek was naar de Heilige Graal) en maakt er zijn levensdoel van.
Hij bedenkt een plan, waarbij meerdere bewoners van het flatgebouw betrokken raken.

BURENNETWERK

Voorafgaand aan zijn reizen, neemt hij eerst 10 jaar schilderles bij een buurman, die schilder is, Serge Valène. Een andere buur wordt zijn secretaris, die hem 20 jaar lang op reis vergezelt. Tijdens die reizen worden de aquarellen als pakketjes naar de 11 Rue Simon-Crubellier opgestuurd. De postzegels komen terecht bij een buurjongetje.

net-a-porter-vacation-kit-

Een buurman die houtbewerker is, Gaspard Winckler, vraagt hij om de 500 aquarellen op te plakken en er legpuzzels van te zagen. Die door een buurvrouw in mooie zwarte dozen worden bewaard met een zwarte strik erom heen.
Deze puzzels worden door de Engelsman 20 jaar later zelf in elkaar gezet. Het leven moet toch ergens zin voor hebben?
Maar daar laat Perec het niet bij.

PUZZEL

Het is een hele puzzel, dat boek over de 11 rue Simon-Crubellier, dat begint met een taai hoofdstuk over de ins en outs en de talloze vormen van legpuzzelstukjes. Je moet er maar doorheen komen, door dat eerste hoofdstuk!

tumblr_kqsblkZqxn1qa53j3o1_1280

Omdat ik zelf in een enorm woonblok woon, waarbij op mijn ene lift al 30 huisdeuren uitkomen, terwijl er vele liften zijn, hielp dit gegeven mij bij het lezen van het boek om me voor te stellen hoe er allerlei kruislingse dwarsverbanden ontstaan tussen de diverse bewoners van dat 10-etages hoge Parijse flatgebouw. Er spint zich een heel netwerk van burencontacten rond dat verhaal over puzzels en aquarellen.
Perec maakt er een spel van. Een spel dat hij speelt met de lezer.

RITUELE VERNIETIGING

22801697-houten-schildersezel-met-leeg-canvas-geïsoleerd-op-zwarte-achtergrond

Vanaf het begin is het plan van de miljardair, om de puzzels ook weer te laten verdwijnen. Om de legpuzzels weer terug te brengen tot de oorspronkelijke aquarel.

Sterker nog: ook de aquarellen wil hij laten verdwijnen, m.a.w. hij wil de water-verf-achtige herinneringen aan de zeegezichten laten oplossen in het Grote Niets.

Door het oplossen van de aquarellen tot opnieuw een blanco vel papier met het watermerk W erin, “zou het hele project in zichzelf verdwijnen zonder sporen na te laten”.

Het plan van de re-aquarellisatie van de puzzels had geen enkel nut. Maar dat vond de Engelse miljardair prima. Het ging hem om “niets“.

Om zover te komen moet dan eerst een buurman op de 11 rue Simon-Crubellier iets verzinnen om de puzzelstukjes weer naadloos aan elkaar te plakken. Een ander verzint een procedé om de aquarel weer los te weken van het hout. En daarna wil de miljardair de aquarel op de plaats waar ie geschilderd is, terugbrengen en op rituele wijze bewerken met een oplosmiddel.

13466missing_jigsaw_puzzle1[33699]

Als een buurman, die tv-producent is, van dit rituele vernietigingsproces hoort en ervan een tv-uitzending wil maken, loopt het – na veel gesoebat en concessies met Bartlebooth – uiteindelijk uit op het verbranden van de filmopnames.
Vooral nadat een kunstcriticus, die er wel een modern kunstproject in ziet, er 10 miljoen dollar voor heeft geboden.
B

artlebooth wil dat helemaal niet.
Het hele proces van de aquarel-puzzel-vernietiging raakt zo verstoord in zijn opzet. En uiteindelijk besluit de Engelsman dat hij de rest van de puzzels in de zwarte dozen zou laten “en in een verbrandingsoven” zou gooien.

Zo speelt Perec met metaforen.

Ondertussen zit de schilder Valène, de oudste bewoner van het pand, voor een leeg schildersdoek en mijmert hoe hij dat flatgebouw aan de 11 rue Simon-Crubellier met al die mensen erin zou kunnen schilderen.

14072Rembrandtzijnatelier

1629 Rembrandt in zijn atelier

Hij denkt aan “de vluchtige schimmen van al degenen die daar eens waren”.
Hij “had soms de indruk dat de tijd stil was blijven staan”.
“Alleen al de gedachte aan het schilderij dat hij van plan was te maken (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)”.

Maar als Valène sterft, is het schilderij op zijn schildersezel nog praktisch maagdelijk wit.

VLAKGOM

Het verdwijn-thema komt in allerlei details terug, ook in zijlijnen. Zo wordt in de zak van een regenjas van een vroegere Joodse bewoner van het pand, die bij een razzia wordt opgepakt, door de Gestapo een doosje gevonden met op het deksel: een reclametekst voor “vlakgom veeguit“.
Ook gaat iemand dood aan het overmatig kauwen op het gummetje van zijn potlood.
Het lijkt een volkomen onbeduidend detail, over de man van de concierge, maar in het vernuftig geconstrueerde boek van Perec worden errugh veel details opgesomd, en bijna geen één detail is onbeduidend.
Vlakgommen wissen dingen uit. En daar gaat het over bij Perec. Hij speelt met het thema van vergeten, uitwissen, oplossen in het niets.

1040214

Een kruimeldief en het mondstuk van een steelstofzuiger: 2 schoonmaakobjecten in brons in het kunstwerk 11 rue simon.Crubellier, van Matthew Darbyshire, Stadionplein 2018

VERNIETIGING IN DE KUNST

Het brengt bij mij – hoe kan het ook anders – toch ook andere kunstprojecten in gedachten. Perec kan, behalve door zijn jeugd, ook geïnspireerd zijn door de Amerikaanse kunstenaar Robert Rauschenberg (1925-2008), die in 1953 een kunstwerk van de beroemde Nederlandse Willem De Kooning (1904-1997) uitwiste.
Erased De Kooning” heet het. Het is in 1998 aangekocht door het San Francisco Museum of Modern Art. Een leeg uitgewist schilderij dus! Het wordt in postmoderne kunstkringen gezien als een neo-dadaïstisch conceptueel kunstwerk.

Leuke video van Rauschenberg over zijn uitgewiste schilderij:

694

Banksy versnippert, oktober 2018

En dan Banksy natuurlijk laatst!
Wat te denken van de Britse straatkunstenaar in oktober 2018 met zijn stunt op een veiling om zijn eigen kunstwerk te versnipperen, net nadat het verkocht was voor 1,2 miljoen euro. De kunstwereld werd voor gek gezet.
De opzet was dat alles versnipperde. Maar na de gedeeltelijke versnippering is het kunstwerk prompt 2 miljoen waard geworden, omdat er die avond tijdens de veiling een nieuw kunstwerk is ontstaan ;-).
Video: https://www.telegraaf.nl/video/2697725/banksy-onthult-snipperstunt-mislukt

rompecabezas-puzzle

Het puzzelstukje, de Jeugdherinnering W, past niet in de puzzel.

W

Als Bartlebooth uiteindelijk sterft, mist er één puzzelstukje op het zwarte tafelkleed. Het heeft de vorm van een X.
Een kruis, zou je kunnen zeggen.

In zijn hand heeft hij een puzzelstukje in de vorm van een W.

En W verwijst bij Perec naar alles wat met zijn verdwenen moeder te maken heeft en naar zijn

W

roman “W en de Jeugdherinnering” over een fictief eiland W, vol kadaverdiscipline en – hou u vast – Olympische Spelen, bizar genoeg.

(Boekcover-ontwerp van Perec met Olympische ringen van prikkeldraad)
Een krankzinnige speling van het lot wil dat Amsterdam Stadsdeel Zuid het kunstwerk 11 Rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire recht tegenover het Olympisch Stadion plaatst.

(Wordt vervolgd)

Een kunstwerk: een gebruiksaanwijzing

Als het kunstwerk van Matthew Darbyshire in Amsterdam binnenkort wordt onthuld, bestaat voor het eerst het Franse woonadres 11 Rue Simon-Crubellier in werkelijkheid. Omgetoverd vanuit fictie, vanuit een roman, naar een monumentaal kunstwerk op het Stadionplein: als betonnen 3-kamerappartement van 65 m² met bronzen meubels in zwart.
Nergens anders ter wereld bestaat de 11 Rue Simon-Crubellier. Een kunstwerk met zo’n naam vraagt om verder onderzoek. Wat is dat voor adres, waarvan Matthew Darbyshire niet de eerste kunstenaar blijkt die zich hiermee bezighoudt?

1040164

11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire. Stadionplein, 2018

Darbyshire (1977) heeft als Brit het woonadres uit een Franse roman van Georges Perec (1936-1982) als titel gekozen, zegt hij desgevraagd, omdat hij dat wel “romantisch” vond en in het kader van de huidige Brexit-discussie wel een mooi statement. Een Nederlandse titel vond hij wat obligaat. Hoewel ik dat niet meteen begrijp (bij een gemeenteopdracht vanuit Amsterdam) maakt hij zijn kunstwerk er wel veel intrigerender door, veel internationaler. En dat is slim van de Brit.

Australische videokunstenaars gingen in 2004 al op zoek naar de 11 Rue Simon-Crubellier, in een multi-mediaproject rond de straatnaam, om te kijken of een verzonnen adres uit een roman werkelijkheid kan worden, louter omdat je ernaar op zoek gaat. Op You Tube is te zien hoe ze ambtenaren met vragen over het niet-bestaande adres gekmaken.
Art-video 2004, kijk online, deel 2: “Searching for Rue Simon-Crubellier”:

Een Belgische striptekenaar Brecht Evens (1986) heeft in 2015 het flatgebouw geïllustreerd.

1453377443852

La vie Mode d’emploi, Perec par B. Evens. Illustratie Brecht Evens

Een andere kunstenaar, Max Richter (1966), een Britse componist van Duitse oorsprong die dit jaar nog in het Concertgebouw een zgn. ‘Sleep-concert’ gaf van 8 uur lang, wijdde in 2008 een meditatieve compositie aan de Simon-Crubellierstraat.
Muziekvideo “Circles From The Rue Simon-Crubellier”: luister online:

In 2018 nu sleept de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire het fictieve adres in 3 D, als sculptuur, de werkelijkheid in. “Concrete” is het Engelse woord voor beton. De Brit heeft een fictief adres in grijs beton concreet gemaakt. Als Environmental Art, op het Stadionplein. Je kunt erin gaan zitten.

1040079

Op verzoek van bewoners, die een fontein als kunstwerk wilden, zijn er “waterelementen” in opgenomen

11

9200000052067929

In juni 2017 tijdens een studieavond – vol met Perec-ologen – van Atheneum Boekhandel en de Universiteit van Amsterdam werd me voor het eerst duidelijk dat het huisnummer 11 door de Franse schrijver, die het adres verzon, niet zómaar gekozen is.
Georges Perec is bekend met getallensymboliek, vanuit de Joodse kabbala. Cijfers, getallen en wiskundige formules blijken essentieel voor de Frans-Poolse Joodse schrijver (1936-1982).
De hele roman van 511 pagina’s over bewoners in een groot Parijs’ flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier kun je niet loszien van ander werk van Perec. Het woonadres blijkt vooral een metaforisch levensverhaal over hemzelf te zijn.

20180923_123306B

Dr. Manet van Montfrans, gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, verbonden aan de leerstoelgroep Moderne Europese Letterkunde is gepromoveerd op Perec en heeft een zeer leesbaar boekje geschreven, dat als handleiding kan dienen om de roman beter te begrijpen. “George Perec: een gebruiksaanwijzing“.
Een knipoog naar de Nederlandse vertaling “Het leven een gebruiksaanwijzing” van de Franse roman: “La Vie Mode d’emploi”.

s-l300

Perec is in Frankrijk bepaald geen onbekende. Er is notabene een asteroide, een kleine planeet, naar hem vernoemd, dus als wij in Nederland Perec slechts in kleine kring kennen, zegt dat meer over ons dan over de Franse schrijver.
Hij heeft 2 belangrijke Franse literatuurprijzen gewonnen, stond op een Franse postzegel, er zijn straten naar hem vernoemd, een school en verschillende bibliotheken. Hij wordt gezien als een (jong gestorven hedendaags) schrijver, behorend tot de Grote Klassieken.

TRAUMA

Essentieel voor Perec en zijn hele oeuvre blijkt: het op transportstellen naar Auschwitz van zijn moeder op 11 februari 1943. Zij werd tijdens een razzia uit zijn geboortehuis in de Rue Vilin in Parijs gehaald. Ook zijn tante en 2 opa’s “verdwenen” in de oorlog. Perec was zes jaar toen hij in 1942 voor het laatst zijn moeder zag. (Zij bracht hem in een Frans bergdorp in veiligheid). Hij was 4  toen zijn vader sneuvelde in 1940 als soldaat in het Franse leger.
Ik heb geen jeugdherinneringen aan mijn ouders,” zegt hij daarover, in een intrigerend verzonnen boek over zijn jeugd: “W en de Jeugdherinnering”, waarop ik in een volgend blog nog terugkom i.v.m. het Stadionpleinkunstwerk. En: “Mijn moeder heeft geen graf”.

Het thema Verdwijnen, oplossen in het Niets blijkt het kernthema van Perec. Ook op de 11 Rue Simon-Crubellier (volgend blog).

Ook het woonadres uit zijn jeugd aan de Rue Vilin verdwijnt, als na de oorlog de Parijse wijk verpaupert en op de schop gaat voor nieuwbouw. Perec legt dan met pen en papier en ontelbare zwart-wit foto’s een gigantisch gedetailleerd archief aan over die straat uit zijn jeugd. Als een soort stadsarchivaris of socioloog, in een poging het verleden vast te houden. (zie: video onderaan)

Plaque_perec

Bordje “Verdwijning” door Christophe Verdon, als eerbewijs aan Georges Perec. Café de la Mairie, Place Saint-Sulpice Parijs

Ook schrijft hij een belangrijke roman waarin de letter e verdwenen is. Een essentiële letter in het Frans.

Samen met een jeugdherinnering aan een soort Hebreeuwse letter, die lijkt op een J, vormt het boek over de verdwenen letter E en zijn latere boek over zijn jeugd, waarin hij een eiland W verzint, zich tot het woord JEW, zo leer ik uit de fascinerende Franse documentairefilm over Perec. (zie onderaan).

P1030924

11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum

Als eerbetoon aan zijn gedeporteerde familie en de verdwenen straat uit zijn jeugd richt Perec dan, in zijn fantasie, een giga flatgebouw op aan de 11 Simon-Crubellier, in zijn magnum opus “Het leven een gebruiksaanwijzing “. Hij propt het boordevol met mensen en met spullen.
Hij laat dat de oudste bewoner van het pand, de schilder Valène, in feite vertellen: een kunstenaar die een dwarsdoorsnede van het flatgebouw wil schilderen (p.239/138)

Hij zou zelf op het schilderij voorkomen, op de manier van de renaissanceschilders, die altijd (-) een heel klein plaatsje voor zichzelf reserveerden (-) alsof hij niet wilde dat het opgemerkt zou worden, alsof het alleen maar een signatuur voor ingewijden moest zijn (-) als een waakzaam spinnetje dat zijn glinsterende web weeft (-)
“alleen al de voorstelling die hij zich maakte van dat opengebroken pand dat de scheuren van zijn verleden (-) toonde (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)”

Het flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum, als praalgraf.
Als je meer weet over Perec , dan herken je in het antiekwinkeltje onderin het flatgebouw de kapperszaak van zijn vermoorde moeder en in de levensverhalen van alle bewoners – én in hun voornamen – stukjes en beetjes van verdwenen familieleden van Perec. Of andere boeken van Perec.
Wat een vernuftig, complex bouwwerk, dat boek!!! Ingewikkeld, taai, maar mateloos intrigerend hoe iemand zijn oorlogstrauma’s verwerkt in literaire fictie. Met een fascinatie voor alledaagse spullen. Alsof je met al die materie het verleden bij je kunt houden.

1040167

42 zwarte objecten

Hoewel het Zwart in het kunstwerk van Matthew Darbyshire nogal opvalt, zegt de Brit mij, niet zozeer uit biografische redenen voor de straatnaam van Perec te hebben gekozen. Meer is hij gefascineerd door de enorme complexiteit van Perec’s boeken, de ingewikkelde structuur ervan en de zelf opgelegde regels en inperkingen.

Zo heeft de schrijver bijvoorbeeld in elk woonvertrek aan de 11 Rue Simon-Crubellier en in elk hoofdstuk 42 objecten willen onderbrengen. Geen 43, wat naar 1943 zou kunnen verwijzen. Maar 42.
Er ontbreekt er bij Perec altijd éèn.
Zoals de letter e ontbrak in een boek, zo beschrijft hij van de 100 woonvertrekken aan de voorkant van het flatgebouw er maar 99.
Of: in 1942 zag Perec zijn moeder voor het laatst.

1040096

Citruspers van Alessi/Philip Starck en mixer van Smeg

Vervolgens tel ik 38 designobjecten in het kunstwerk van Matthew Darbyshire, maar als ik de zwart-bronzen douchekop, 2 kranen en wc-bril in brons meereken, kom ik op 42 zwartbronzen objecten. (Als ik de Imac op het bureau met toetsenbord als 1 reken).
Op deze manier verbindt Darbyshire zich vermoedelijk aan Perec. Meer om formele, dan om biografische redenen.

DARBYSHIRE

Vooral die inperkingen die Perec zichzelf oplegt, intrigeren Darbyshire. Zelf heeft hij het zich ook niet gemakkelijk gemaakt, door zich in zijn interieurkeuze van het Stadionplein-appartement te beperken tot alleen design-meubels, die in Nederlandse musea staan en/of in Nederlandse winkels te koop zijn. Om zich vervolgens vrijwillig te laten inperken door buurtbewoners, die hij liet kiezen uit een selectie van 5, per design-object.
M.a.w.: de kunstenaar koos 5 designbanken uit en Stadionbuurtbewoners kozen daaruit de bank van Jan de Bouvrie. Zijn eigen opsommingslijsten brengt Darbyshire zo in verband met de lijstjes die Perec graag maakt in zijn boeken.

Max Richter benadert met zijn muziek Perec vermoedelijk het meest inhoudelijk. Vooral als ik zie dat Richter ook een compositie heeft geschreven over de Rue Vilin, de straat uit Perec’s jeugd, de straat van de razzia, denk ik:
Als je dàt doet, ja, dan heb je Perec “begrepen”.

In een volgend blog laat ik zien welke metafoor Perec aan zijn 11 Rue Simon-Crubellier gebruikt voor het verdwijnen van zijn Joodse familie.
(wordt vervolgd)

  • Op You Tube zijn er talrijke Franstalige video’s die inzicht geven in de Joodse roots van Perec.
  • In bijgaande film wordt duidelijk hoe zijn jeugd zijn gedetailleerde schrijfstijl, zijn obsessie voor objecten, straten en huizen heeft beïnvloed.

© Overname van gedachtengoed uit deze column: graag met bronvermelding

Dit is deel 2 in een serie van 6 blogs over 11 rue Simon-Crubellier

  1. Zie website van mw. dr. M.A.E. van Montfrans: http://www.manetvanmontfrans.nl/index.php/2018/12/29/de-rue-simon-crubellier-in-amsterdam/
  2. Blog 1 over Zwart in 11 Rue Simon-Crubellier;
    https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/17/het-gevoel-van-zwart/
  3. Blog 3 over de boekinhoud: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/04/het-leven-een-puzzel/
  4. Blog 4 over de plaats van dit kunstwerk in het werk van Mathew Darbyshire: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  5. Blog 5: Stadionbuurters als bezoekers van het kunstwerk 11 rue Simon Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2018/12/01/anybody-home/
  6. Blog 6: “What’s in a name”, over de Joodse context van 11 rue Simon-Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2019/05/01/whats-in-a-name/
  7. Zie film van Australische kunstenaars: Searching for 11 Rue Simon-Crubellier, dl 1: https://youtu.be/WE_zH3D0mNM

Tram 16: Das war einmal

4222237338_fcd887aae4_b
Tram 16 bij het pleintje in het Olympisch Kwartier, waar Eos-en Hestiastraat elkaar kruisen

Tram 16. Ooit had ie zijn eindhalte op het oude pleintje voor mijn serreramen, middenin mijn woonwijk, waar toen nog geen nieuwbouw stond. Ik bedoel maar: er verandert wel vaker wat in Amsterdam in het lijnennetwerk van het openbaar vervoer. Maar dit weekend, zondag 22 juli, verandert er wel heel véél in Amsterdam.

Met de opening vandaag van de nieuwe ondergrondse metrolijn – van Amsterdam Noord naar Amsterdam Zuid – gaat de komende uren alles op de schop: veranderen praktisch alle bus-en tramlijnen qua route, alle vertrektijden en alle informatieborden op haltes worden aangepast, want alles moet aansluiten op die ene centrale metrolijn., de ruggengraat van de stad.

Het is de grootste verandering sinds de komst van de paardentram”, zei GVB-directeur Alexandra van Huffelen daar eerder over”, meldt Trouw vandaag.

Diverse bovengrondse tramverbindingen uit allerlei wijken verdwijnen of worden ingekort tot aan het traject van de NoordZuidlijn, waardoor overstappen op de ondergrondse een noodzaak wordt.  De stad bovengronds moet daardoor rustiger worden. Dat, althans,  is het idee.

Ook tram 16 naar Zuid moet eraan geloven, na 105 jaar geschiedenis. Op het informatiebord op de tramhalte bij het stadion was hij zaterdag al verdwenen.

EINDE VAN EEN TIJDPERK

023a
Een zondagmiddag in de Stadionstraat, 4 mei 1958. Nu: Eosstraat

Het is zondagmiddag 4 mei 1958 op bovenstaande foto in de huidige Eosstraat, de toenmalige Stadionstraat. Het is koud, rond de 10 graden. Tram 16 is ingezet als extra vervoersdienst naar het Olympisch Stadion voor een Interland- voetbalwedstrijd tussen het Nederlands Elftal en Turkije.
Het wordt een sof, die wedstrijd op 4 mei 1958. Voetballer Abe Lenstra is 37, Coen Moelijn 21 jaar jong. Nederland verliest met 1-2. Lenstra schrijft in dagblad Het Vrije Volk van maandag 5 mei, dat hij zich ziek voelde en een strafschop overliet aan een ander. Ik zie blije Turken op de foto in het Vrije Volk, met voetbalshirts met de halve maan erop met ster. Op http://www.sportgeschiedenis.nl bespreekt sporthistoricus #Jurryt van de Vooren de wedstrijd: https://sportgeschiedenis.nl/sporten/voetbal/4-mei-1958-oranje-verliest-van-turkije/

23_004
Jaren 30: Drukte van voetbalsupporters bij tram 6 bij het Olympisch Stadion

De twee tramsporen naar het Olympisch Stadion lagen er al vanaf 1928, toen de tramlijnen 6 en 23 voor het transport zorgden van publiek naar de Olympische Spelen.
Die rails werden ook daarna gebruikt bij enorme drukte van voetbalsupporters op zondagmiddag. Sinds de opgehoogte betonnen extra ring van 1937 konden er 64.000 mensen in het Olympisch Stadion.

1959STAdiontraatEOS
1959: het pleintje op de hoek van de huidige Eosstraat en Hestiastraat. De twee tramsporen werden gebruikt voor extra vervoer van voetbalsupporters naar het Stadion. In 1948 kreeg tramlijn 1 er zijn eindhalte, in 1971 tram 16 . Later kwam tram 6 er ook weer bij.

16-946970Stadionstraat13-4-19791487
1979: In de huidige Hestiastraat, op weg naar het Stadion. In de verte: het vroegere Frans Ottenstadion

PLEINTJE IN DE HESTIASTRAAT

P1030534
Pleintje in de huidige Hestiastraat, vroeger decor van komen en gaan van tramlijnen 1 , 6, 16

6552986043_a049b27a23_z
het pleintje in de Stadionstraat (hoek Eos-Hestiastraat). Eind- en beginhalte van tram 16

021
1983: Stadionstraat/huidige Hestiastraat

Tram 1, tram 6, tram 16, : hun route en eindhalte veranderde vaak, maar ooit hielden ze kwartier op het pleintje schuin voor mijn raam in het Olympisch Kwartier.
Tram 16, die vandaag zijn laatste rit rijdt, heeft sinds 1913 bestaan, 105 jaar lang en werd in de loop van de eeuw steeds zuidelijker doorgetrokken. Hij groeide mee met het oprukken van de stad in zuidelijke richting.
In 1923 werd ie doorgetrokken naar de Amstelveenscheweg – met sch geschreven 😃 – met een eindhalte bij de Havenstraat (bij het huidige Haarlemmermeerstation). In 1971 werd de lijn zuidwaarts verlengd tot aan het Stadionplein, via (een lus door) de Stadionstraat, de huidige Eosstraat en Hestiastraat. In 2003 werd de 16 nog verder zuidwaarts doorgetrokken naar de VU, via de Amstelveenseweg, De Boelelaan en de Gustav Mahlerlaan.
Tot aan dit weekend. Nu de NoordZuidlijn ondergronds duikt.

P1030602
21 juni 2018: de historische museumtram 16 – uit 1918 – rijdt voor het laatst voorbij het Olympisch Stadion

21 JUNI: DE LAATSTE DAG

Met de jongens van de Historische Museumtramlijn kachel ik deze zaterdag in een motor-_en bijwagen uit 1918 nog 1x vanaf het Stadionplein naar het CS. Buiten is het snikheet, maar binnenin is het heerlijk fris, omdat er open balkons zijn. Geen airco nodig, in zo’n historische tram.
Via de linkerdeur, die gesloten wordt met een hekje, stap je het balkon op. Via rechts uit. De houten banken en schuifdeuren met messingbeslag glimmen je tegemoet, een olielampje achter glas is er voor nood, tekstbordjes verbieden het dragen van  “onbeschermde hoedenpennen” en verbieden pruimtabak-kauwende passagiers “te spuwen”. Ook mag je niet  “rooken of een brandende sigaar, cigarette of pijp in den wagen mede brengen” en “men wordt beleefd verzocht den aandacht van den wagenbestuurder niet af te leiden”.

Een Marokkaans jongetje van een jaar of 12, met ogen glimmend van de pret, kan het niet bevatten dat deze tramwagen al 100 jaar oud is. Hij slaat zijn hand voor zijn mond. Het is toch ook erg, dat dit Rijdend Historisch Erfgoed zelf ook in haar bestaan wordt bedreigd nu de gemeente nieuwbouwplannen heeft voor het terrein achter het Haarlemmermeerstation, waar de Museumtram haar wagens stalt. De enthousiaste mannen van de Museumtramlijn doen alles als vrijwilliger. Ook  vandaag.
P1030566Nog eenmaal ga ik de Amstelveenseweg over en door de Lairessestraat heen. Lijn 16: das war einmal.

P1030620
Tram 16 op zijn laatste dag. Op de hoek van de Eosstraat, de vroegere Stadionstraat

VIDEO (online klikken):

  • Zie eerdere columns over de Noord-Zuidlijn: “Ondergronds Zuidwaarts”
  • “Station Febo”: over het nieuwe station in de Pijp: https://wp.me/p5FQtR-32y

 

 

 

 

Een Griekse tragedie

William-Adolphe_Bouguereau_(1825-1905)_-_The_Remorse_of_Orestes_(1862)
De Drie Erinyen, Griekse wraakgodinnen kwellen Orestes, de zoon van Agamemnon. Schilderij uit 1862 van William-Adolphe Bouguereau (1825-1905). Soms ook getiteld: Orestes heeft spijt

Het stadsbestuur van Amsterdam wilde ons dolgraag doen geloven dat wij in de Stadionbuurt wonen in straten, die “allen sportgerelateerd” zijn. Maar voor hoe dom houden ze ons?

Ik woon al 61 jaar in een Grieks-mythologische buurt en niet in een sportbuurt en doorzag het flinterdunne argument van het stadsbestuur om persé het Stadionplein haar nek om te draaien, omdat ze een plek zochten met allure, zo schrijven ze ons, om wijlen Johan Cruijff  “passend” te eren.

De noodzaak daartoe was groot, omdat de omnoeming van het voetbalstadion De Arena maar steeds voor problemen bleef zorgen met de STAK, de stichting van aandeelhouders die naast Ajax en de gemeente, partij waren bij het tot stand brengen van de Johan Cruijfarena.

Dus zocht de gemeente ook een stedelijke lokatie ter ere van Johan Cruijff. Maar of je dan een Grande Dame, zoals ik het Stadionplein ben gaan noemen – met haar historie van 104 jaar –  daartoe dan maar ineens de nek moet omdraaien, dat vond ikzelf nou niet zo gepast.

Drie vrouwen, alle drie Stadionbuurtbewoners staken de koppen bij elkaar en ondersteunden de petitie, die buurtbewoner Menno Köhler was gestart om het Stadionplein haar naam te laten houden. Trap op, trap af, portiek in, portiek uit, bootsteiger op en af werden flyers rond gebracht en affiches opgeplakt om de petitie te doen groeien. De drie vrouwen, de drie MMM-en genoemd voor het gemak, begonnen aan een Verzoekschrift. En zochten steun bij Wijkraad ZuidWest en andere – al jarenlang – actieve bewuste Stadionbuurters. Die allen het Verzoekschrift ondertekenden.

HOORZITTING

Op 29 mei wordt nu een bezwaarschrift, op basis van dat Verzoekschrift, tijdens een Hoorzitting over het Stadionplein besproken. Ook andere bezwaarschriften van bewoners komen aan de orde. Als de actualiteit dit tenminste nog nodig maakt.

Het wordt dan een hoorzitting van Stadionbuurtbewoners versus de gemeente Amsterdam. Waarbij de 3 MMM’en zich per dag en per uur meer en meer aan het ontpoppen zijn als de drie Wraakgodinnen uit de Griekse mythologische onderwereld, De Drie Erinyen. Inmiddels lijkt dat een betere naam voor de 3 MMM’en. De Erinyen zijn ook bekend onder hun Latijnse naam, als de drie Furiën.

videobijschrift: fragment van de Drie Furiën uit de operafilm Gianni Schizzi, van opera Spanga, regie: Corina van Eyk. De opera van Puccini is gebaseerd op een verhaal uit Dante’s  La Divina Commedia


De vraag is alleen wel wie de drie Erinyen aan het kwellen zijn in dit geval. Wie de Orestes uit de Griekse tragedie is, waarin we met ons allen beland zijn.

Inmiddels laat de demissionair wethouder van Sport Eric van der Burg het in de Volkskrant van zaterdag doen voorkomen, alsof het waarnemend burgemeester Jozias Van Aartsen is, die in februari 2018  het oude college van B&W verkeerd heeft voorgelicht rondom de omnoeming van Stadionplein in Johan Cruijffplein. De Stadionbuurters denken dat het probleem al ver voor februari 2018 speelt.

DEMOCRATIE

Ons woord democratie stamt uit het oude Griekenland.  Bij de presentatie van het nieuwe coalitieakkoord in Amsterdam afgelopen donderdag deed Groenlinks voorman Rutger Groot Wassink ferme uitspraken over het vergroten van de zeggenschap van Amsterdammers bij hun buurt.
Maar de hamvraag is nu: wat doet Van Aartsen de komende dagen? Wat doet hij met het besluit van het oude college om het historische Stadionplein op te doeken?

De Stadionbuurters, die a.s. dinsdag een Hoorzitting wacht, verbazen zich met zijn allen over de uitlatingen van Van der Burg, dat “het stadsbestuur” verkeerd is voorgelicht, omdat ze zien dat de Commissie Naamgeving  Openbare Ruimte – de CNOR – al op 2 december 2017 haar negatief advies uitbracht aan het oude college, en op dat moment Van der Burg de loco-burgemeester was van Amsterdam.
Van Aartsen werd op 4 december benoemd.
Van der Burg is ook, samen met de zieke en wijlen burgemeester Eberhard Van der Laan steeds betrokken geweest bij de hele procedure rond de naamsverandering van de Amsterdam ArenA en het voornemen om daarnaast in de stad Cruijff op een goede locatie “passend”  te eren.

Erinyen (Furiae ofwel De Drie Furien)
De drie Furiën

Op de Hoorzitting  a.s. dinsdag willen de Stadionbuurters o.a. aan de orde stellen of het negatieve advies van de CNOR gemeld had moeten worden aan de Gemeenteraad, voordat het stadsbestuur zijn besluit nam op 20 februari 2018.

In een brief van 21 december 2017 aan de gemeenteraad meldt Van Aartsen wel, dat de vernoeming van de Arena nog steeds op zich laat wachten, maar er staat niets in over de (negatieve) vorderingen m.b.t. een straatnaam voor Johan Cruijff. Het negatieve CNOR-advies van 2 december 2017 wordt aan de gemeenteraad niet vermeld.
Eerst moest Stadsdeel Zuid nog om advies gevraagd worden. Naar later bleek, werd Zuid toen rond januari 2018 foutief voorgelicht. Voorgespiegeld werd alsof de CNOR positief geadviseerd had over het Johan Cruijffplein in Zuid. Dit kwam pas tot uiting, nadat via een WOB-verzoek van Wijkraad Zuidwest, het negatueve advies van de CNOR in de openbaarheid werd gebracht.

ACHTERKAMERTJES

De buurtbewoners willen op de hoorzitting aantonen hoe ondemocratisch het is, dat enerzijds heel Amsterdam een mening heeft over (de vernoeming van) Johan Cruijff, maar toen er problemen waren met de vernoeming van het voetbalstadion De ArenA, er plots alleen nog maar achter gesloten deuren mocht worden overlegd over een stedelijke locatie voor Cruijff.
Daarbij waren – naast de Dienst Basis Informatie en de CNOR – de wethouder Sport Eric Van der Burg en ook de waarnemend burgemeester Van Aartsen heus wel eens betrokken, denken de buurtbewoners, en heeft (opvallend genoeg) ook een woordvoerder van de familie Cruijff mogen meedenken, staat er in de brief aan de Stadionbuurters.
De buurtbewoners vinden dit opvallend omdat de familie Cruijff langs het Stadionplein wel twee firma’s heeft, zowel de Cruyff Institute als de Cruyfffoundation. En de woordvoerder van de familie altijd Carol Thate is, de “general manager” van de “World of Johan Cruyff”, d.w.z.  de manager van alles wat met het merk Cruyff te maken heeft.

Door deze achterkamertjespolitiek is het totaal niet transparant uit welke hoek het idee voor het Stadionplein is gekomen, en waarom alternatieve locatiekeuzes als de Sportheldenbuurt op het nieuwe Zeeburgereiland of vernoeming van Cruijff op de Arenaboulevard van tafel zijn geveegd. De afwegingen zijn nog steeds geheim.

JURIDISCH STEEKSPEL MET BURGERS

Als de hoorzitting van de Stadionbuurters nog doorgaat a.s. dinsdag – gezien de recente ontwikkelingen – zullen diverse bezwaarschriften op tafel komen. Ook een advocaat zal voor enkele bezwaarden het woord voeren.

Duidelijk is, dat het dan een juridisch steekspel wordt tussen de gemeente en de Stadionbuurtbewoners over de vraag of burgers juridisch wel of geen bezwaar mogen maken over een Naamgevingsbesluit m.b.t. een plein. Voorafgaand aan de zitting is al duidelijk dat de gemeente wil aantonen dat alle regels m.b.t. de Algemene Wet Bestuursrecht niet van toepassing zijn.

Het gevaar dreigt dat het dinsdag gaat om juridische haarkloverij i.p.v. over de inhoud van de bezwaren. Waarom nou eigenlijk tal van mensen het geen goed plan vinden om een historisch plein als het Stadionplein op te doeken en om te noemen naar Johan Cruijff.  Niet alleen buurtbewoners, maar ook architectuur-historici als Erik Mattie in de NRC, sporthistorici als Jurryt van de Vooren en Wendingen, digitaal platform van de Amsterdamse School van Museum Het Schip hebben zich erover uitgesproken een andere locatie voor Cruijff een beter plan te vinden.

image
Stadionbuurtbewoners verrassen op 16 mei Stadsdeelcommissie Zuid, tijdens hun rondwandeling op het Olympiaplein. Foto: Chris Aalberts

De Stadionbuurtbewoners laten zich niet uit het veld slaan, door achterhaalde jurisprudentie waarmee de gemeente schermt in hun verweerschrift.  In hun bezwaarschriften benadrukken de buurtbewoners dat een negatief advies van een deskundige CNOR zelden wordt genegeerd. Slechts als B&W ”een zwaarwegende reden” heeft mag B&W juridisch zo’n advies negeren.

Gelet op de bijzondere verdiensten van Johan Cruijff voor de stad Amsterdam” – aldus de brief van Van Aartsen aan de Stadionbuurters – mag dat dan blijkbaar? Moet dat dan de zwaarwegende reden zijn om een deskundig advies m.b.t. naamgeving te passeren?.
De Stadionbuurters vragen zich af of die reden – juridisch gezien – zwaarwegend genoeg is, en wie of welk orgaan dat nou moet toetsen in een democratische samenleving.
De statuur van Cruijff lijkt groter geworden dan de democratie in Amsterdam“, betogen de Stadionbuurtbewoners in hun bezwaarschriften.

INTREKKEN

Zolang Van Aartsen het op 6 maart genomen besluit nog niet heeft uitgesteld of ingetrokken, betekent dit dat de bezwaarde Stadionbuurters zich voorbereiden op de Hoorzitting, omdat reeds voor 1 juni de ingangsdatum is aangekondigd voor een Johan Cruijffplein. Zelfs het Gemeente Vervoerbedrijf heeft haar lijnenkaart al aangepast.

33583349_10156007216243889_8893515417490817024_n
Johan Cruijffplein is al ingetekend

Maar verwacht wordt dat tijdens een aangekondigde laatste vergadering van het oude collegebestuur a.s. maandag of dinsdag alles nog kan veranderen.

Zo niet, dan hoort dinsdag de Bezwaarschriftencommissie op de Hoorzitting beide partijen aan en brengt daarna een advies uit aan het nieuwe college van B&W, dat op 30 mei, de dag na de hoorzitting, beëdigd wordt.

Opvallend is dat het oude college zich bij de hoorzitting o.a. laat vertegenwoordigen door de heer H. Tomson, van de Dienst Basis Informatie. De buurtbewoners zullen hem tijdens de zitting aanspreken op het feit, dat hij tegelijkertijd lid is van de CNOR, die juist negatief adviseerde over een Johan Cruijffplein in Zuid.

Een nogal vreemde hoorzitting wordt het dus.

ALS er nog een hoorzitting nodig is.😃