Categorie archief: muziek

Muziek in wrakhout


Kun je hout laten dansen? Met een videofragment van een ballet over Apollo, de Griekse God van de kunsten en de muziek, introduceer ik hier het gigantische houten balletgezelschap, dat architect/beeldhouwer Ivan Cremer (1984) op de Apollolaan heeft geplaatst.
Maar liefst 10 houten sculpturen zet Cremer als ensemble neer, met Apollo in het midden. Om hem heen: de negen muzen, zijn halfzussen, die elk een tak van kunst vertegenwoordigen, en die de muziek inspireren.

20190608_195811.jpg
Birth of Apollo, 2019, sculptuur van hout en staal, Ivan Cremer, Apollolaan, Amsterdam Zuid

De muziek die u hoort is van Igor Stravinsky uit 1927. Een echt 20e eeuws klassiek muziekstuk. Het ballet werd in 1928 door choreograaf George Balanchine gearrangeerd en heeft Cremer geïnspireerd tot zijn sculptuur “Birth of Apollo” voor de Amsterdam Sculptuur Biennale Art Zuid.

“The birth of Apollo” is ook de naam van de proloog van het ballet. Stravinsky liet zich door de Klassieke Oudheid inspireren of door schilderijen als “Apollo en de 9 muzen” van Baldassare Peruzzi (1520) en noemde zijn muziekcompositie Apollon Musagète: “Apollo, aanvoerder van de muzen”.

AKG241827.jpg
Dans met de 9 muzen, olieverf panel v Baldasare Peruzzi (architect/schilder), ooit onderdeel van een toetseninstrument.

Het totale muziekstuk van Stravinsky duurt een half uur. Onderaan dit blog kan de liefhebber ernaar luisteren.

Kijkt u naar het balletfragment en dan nog eens naar het beeldhouwwerk op de Apollolaan.

New York City Ballet, Tiler Peck, Indiana Woodward, Brittany Pollack and Taylor Stanley in George Balanchine’s Apollo. © Erin Baiano.

20190614_145301.jpg

1050378.jpg

Apollo tussen 9 muzen op de Apollolaan, Ivan Cremer, 2019
Cremer in zijn studio in Leipzig, bij het beeld van Apollo. copyright: ivanattila.com
1040980.jpg
Ivan Cremer tijdens de perspresentatie van ArtZuid met zijn Birth of Apollo, op de Apollolaan

IVAN CREMER

Het is niet de eerste keer dat Cremer balletdanseressen bouwt. Eerder al ontwierp hij een hele serie “Dancers from Oblivion”. De zoon van kunstenaar/schrijver Jan Cremer, is van het robuuste handwerk. Uit Italiaans afvalhout uit ruïnes hakt, bikt, schuurt, timmert en schroeft hij handmatig zelf zijn sculpturen in elkaar.20190614_150309.jpgHij is een echte bouwer, van oorsprong architect met zijn opleiding aan de TU in Delft. Hij moet weinig hebben van computergestuurde kunst, die hij eerder als design ziet. Hij maakt in zijn atelier liever alles zelf met eigen handen.
Het zijn bonkige woeste brokken hout waarmee hij werkt, met staalplaten bij elkaar gehouden, niet roestvrij. Het hoofd van Apollo of de hoofden van de danseressen of hun losse wilde haren bestaan uit stalen troffels of gekartelde schijven, waarmee hij ook beweging suggereert.

Ik probeer ballerina’s te portretteren, ik ga niet de beweging nadoen,” zegt hij tijdens de perspresentatie. Hij heeft dus niet overwogen om als een bewegingskunstenaar Jean Tinguely (1925-1991) het balletgezelschap letterlijk te laten draaien aan stalen kabels om Apollo heen.
Ieder staat op zijn eigen (betonnen) voetstuk, beklemtoont Cremer. Iedere muze. Elke kunstdiscipline. Zowel de dichtkunst (als muze). Als de zang. Alle negen muzen kunnen muziek doen ontstaan.
De kunsten beïnvloeden elkaar wederzijds, maar geen één is superieur, wil Cremer maar zeggen. Ook Apollo niet.

MUZEN, MUSEUM, MUZIEK, AMUSEMENT

Muziek (Apollo) ontstaat in combinatie met:

  • poëzie,
  • zang, de voordrachtkunst,
  • mime, expressie
  • geschiedenis (Stravinsky componeert bijvoorbeeld op basis van de Antieke Oudheid)
  • tragediespelen (voor een opera)
  • of komediespelen (voor een operette of musical).

Voor elk is er een muze.

Ze zijn structureel van elkaar afhankelijk. Ze staan op zichzelf, maar trekken zich aan elkaar op, en beïnvloeden elkaar, houden elkaar in balans en worden ondersteund door Apollo” zegt Cremer.

Essentieel voor de sculptuur van Cremer is zo het feit dat de 10 figuren, ondanks hun eigen voetstuk, toch met elkaar verbonden zijn. De God van de kunsten en muziek is met stalen kettingen verbonden met zijn Muzen. En inspireert op zijn beurt weer schilders.

Als architect heb ik naar de straten rondom de Apollolaan gekeken, er zijn schildersstraten van Michelangelo en Rubens en Van Eijck, en er zijn muziekstraten als Beethoven in deze buurt”.

(Ook zijn er parallel aan de Apollolaan twee straten naar muzen genoemd, waaronder de Cliostraat, muze van de geschiedenis).

Stravinsky noemde zijn muziekcompositie: Apollo, leider van de Muzen: Apollo Musagète. Ook bij Cremer is Apollo weliswaar groter dan zijn zussen en staat hij centraal middenin, maar bij Cremer lijkt het toch ook alsof het de muzen zijn die Apollo in beweging zetten.

20190517_225844.jpg
Urania, links, met haar armen in de lucht, zorgt als muze voor hemelse muziek. Vooraan staat Terpsichore als muze van de dans op muziek.

In de balletvideo zie je ook hoe de ingebakerde mannelijke God Apollo pas geboren kan worden als zijn katoenen windselen worden afgewikkeld door drie van zijn halfzussen. Apollo heeft zijn muzen nodig.
Stravinsky en Balanchine gebruiken maar drie danseressen als muzen, Cremer doet het met negen en volgt hierin getrouw de mythologie.

20190608_005717.jpg
Muzen voor de muziek. 1. Urania met hemelbol voor hemelse klanken. 2. Euterpe van de instrumentale muziek, met dubbele fluit, 3. Calliope voor de voordrachtskunst en zang 4.Terpsichore met lier voor de dans.
20190608_010848.jpg
5. Thalia met vrolijk masker, voor komediespelen 6. Polyhymnia met meditatieve blik, voor religieuze muziek 7. Melpomene met een tragediemasker 8. Erato met haar cupido en liefdespoëzie 9. Clio met haar geschiedenisrol

Zo kan muziek hemels klinken (Urania: met hemelbol), en komt muziek via allerlei instrumenten tot ons (Euterpe: met dubbele fluit), kun je op muziek vaak dansen (muze Terpsichore) en vertelt muziek vaak een verhaal, al of niet als programmamuziek of met zang (Calliope van de zang en Clio, muze van de geschiedenis, met een papierrol).

Die inter-afhankelijkheid van Apollo met zijn muzen laat Ivan Cremer nu zien. In hout. Met kettingen. Op de Apollolaan.

Zo was er eerst de Griekse mythe; toen in 1520 een schilderij over Apollo en zijn 9 muzen, toen in 1927 Stravinsky met zijn instrumentale muziek, toen Balanchine met zijn ballet en ook een film daarover in 1968 en nu in 2019 Cremer met zijn houten beeldhouwversie van Apollo’s geboorte.

Zo voedt de mythologie de schilderkunst, de muziek de dans en die weer de beeldhouwer. Een mooie pirouette. In het Openlucht-museum dat Art Zuid heet.

Een kunstwerk: een gebruiksaanwijzing

Als het kunstwerk van Matthew Darbyshire in Amsterdam binnenkort wordt onthuld, bestaat voor het eerst het Franse woonadres 11 Rue Simon-Crubellier in werkelijkheid. Omgetoverd vanuit fictie, vanuit een roman, naar een monumentaal kunstwerk op het Stadionplein: als betonnen 3-kamerappartement van 65 m² met bronzen meubels in zwart.
Nergens anders ter wereld bestaat de 11 Rue Simon-Crubellier. Een kunstwerk met zo’n naam vraagt om verder onderzoek. Wat is dat voor adres, waarvan Matthew Darbyshire niet de eerste kunstenaar blijkt die zich hiermee bezighoudt?

1040164

11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire. Stadionplein, 2018

Darbyshire (1977) heeft als Brit het woonadres uit een Franse roman van Georges Perec (1936-1982) als titel gekozen, zegt hij desgevraagd, omdat hij dat wel “romantisch” vond en in het kader van de huidige Brexit-discussie wel een mooi statement. Een Nederlandse titel vond hij wat obligaat. Hoewel ik dat niet meteen begrijp (bij een gemeenteopdracht vanuit Amsterdam) maakt hij zijn kunstwerk er wel veel intrigerender door, veel internationaler. En dat is slim van de Brit.

Australische videokunstenaars gingen in 2004 al op zoek naar de 11 Rue Simon-Crubellier, in een multi-mediaproject rond de straatnaam, om te kijken of een verzonnen adres uit een roman werkelijkheid kan worden, louter omdat je ernaar op zoek gaat. Op You Tube is te zien hoe ze ambtenaren met vragen over het niet-bestaande adres gekmaken.
Art-video 2004, kijk online, deel 2: “Searching for Rue Simon-Crubellier”:

Een Belgische striptekenaar Brecht Evens (1986) heeft in 2015 het flatgebouw geïllustreerd.

1453377443852

La vie Mode d’emploi, Perec par B. Evens. Illustratie Brecht Evens

Een andere kunstenaar, Max Richter (1966), een Britse componist van Duitse oorsprong die dit jaar nog in het Concertgebouw een zgn. ‘Sleep-concert’ gaf van 8 uur lang, wijdde in 2008 een meditatieve compositie aan de Simon-Crubellierstraat.
Muziekvideo “Circles From The Rue Simon-Crubellier”: luister online:

In 2018 nu sleept de Britse kunstenaar Matthew Darbyshire het fictieve adres in 3 D, als sculptuur, de werkelijkheid in. “Concrete” is het Engelse woord voor beton. De Brit heeft een fictief adres in grijs beton concreet gemaakt. Als Environmental Art, op het Stadionplein. Je kunt erin gaan zitten.

1040079

Op verzoek van bewoners, die een fontein als kunstwerk wilden, zijn er “waterelementen” in opgenomen

11

9200000052067929

In juni 2017 tijdens een studieavond – vol met Perec-ologen – van Atheneum Boekhandel en de Universiteit van Amsterdam werd me voor het eerst duidelijk dat het huisnummer 11 door de Franse schrijver, die het adres verzon, niet zómaar gekozen is.
Georges Perec is bekend met getallensymboliek, vanuit de Joodse kabbala. Cijfers, getallen en wiskundige formules blijken essentieel voor de Frans-Poolse Joodse schrijver (1936-1982).
De hele roman van 511 pagina’s over bewoners in een groot Parijs’ flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier kun je niet loszien van ander werk van Perec. Het woonadres blijkt vooral een metaforisch levensverhaal over hemzelf te zijn.

20180923_123306B

Dr. Manet van Montfrans, gastonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, verbonden aan de leerstoelgroep Moderne Europese Letterkunde is gepromoveerd op Perec en heeft een zeer leesbaar boekje geschreven, dat als handleiding kan dienen om de roman beter te begrijpen. “George Perec: een gebruiksaanwijzing“.
Een knipoog naar de Nederlandse vertaling “Het leven een gebruiksaanwijzing” van de Franse roman: “La Vie Mode d’emploi”.

s-l300

Perec is in Frankrijk bepaald geen onbekende. Er is notabene een asteroide, een kleine planeet, naar hem vernoemd, dus als wij in Nederland Perec slechts in kleine kring kennen, zegt dat meer over ons dan over de Franse schrijver.
Hij heeft 2 belangrijke Franse literatuurprijzen gewonnen, stond op een Franse postzegel, er zijn straten naar hem vernoemd, een school en verschillende bibliotheken. Hij wordt gezien als een (jong gestorven hedendaags) schrijver, behorend tot de Grote Klassieken.

TRAUMA

Essentieel voor Perec en zijn hele oeuvre blijkt: het op transportstellen naar Auschwitz van zijn moeder op 11 februari 1943. Zij werd tijdens een razzia uit zijn geboortehuis in de Rue Vilin in Parijs gehaald. Ook zijn tante en 2 opa’s “verdwenen” in de oorlog. Perec was zes jaar toen hij in 1942 voor het laatst zijn moeder zag. (Zij bracht hem in een Frans bergdorp in veiligheid). Hij was 4  toen zijn vader sneuvelde in 1940 als soldaat in het Franse leger.
Ik heb geen jeugdherinneringen aan mijn ouders,” zegt hij daarover, in een intrigerend verzonnen boek over zijn jeugd: “W en de Jeugdherinnering”, waarop ik in een volgend blog nog terugkom i.v.m. het Stadionpleinkunstwerk. En: “Mijn moeder heeft geen graf”.

Het thema Verdwijnen, oplossen in het Niets blijkt het kernthema van Perec. Ook op de 11 Rue Simon-Crubellier (volgend blog).

Ook het woonadres uit zijn jeugd aan de Rue Vilin verdwijnt, als na de oorlog de Parijse wijk verpaupert en op de schop gaat voor nieuwbouw. Perec legt dan met pen en papier en ontelbare zwart-wit foto’s een gigantisch gedetailleerd archief aan over die straat uit zijn jeugd. Als een soort stadsarchivaris of socioloog, in een poging het verleden vast te houden. (zie: video onderaan)

Plaque_perec

Bordje “Verdwijning” door Christophe Verdon, als eerbewijs aan Georges Perec. Café de la Mairie, Place Saint-Sulpice Parijs

Ook schrijft hij een belangrijke roman waarin de letter e verdwenen is. Een essentiële letter in het Frans.

Samen met een jeugdherinnering aan een soort Hebreeuwse letter, die lijkt op een J, vormt het boek over de verdwenen letter E en zijn latere boek over zijn jeugd, waarin hij een eiland W verzint, zich tot het woord JEW, zo leer ik uit de fascinerende Franse documentairefilm over Perec. (zie onderaan).

P1030924

11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum

Als eerbetoon aan zijn gedeporteerde familie en de verdwenen straat uit zijn jeugd richt Perec dan, in zijn fantasie, een giga flatgebouw op aan de 11 Simon-Crubellier, in zijn magnum opus “Het leven een gebruiksaanwijzing “. Hij propt het boordevol met mensen en met spullen.
Hij laat dat de oudste bewoner van het pand, de schilder Valène, in feite vertellen: een kunstenaar die een dwarsdoorsnede van het flatgebouw wil schilderen (p.239/138)

Hij zou zelf op het schilderij voorkomen, op de manier van de renaissanceschilders, die altijd (-) een heel klein plaatsje voor zichzelf reserveerden (-) alsof hij niet wilde dat het opgemerkt zou worden, alsof het alleen maar een signatuur voor ingewijden moest zijn (-) als een waakzaam spinnetje dat zijn glinsterende web weeft (-)
“alleen al de voorstelling die hij zich maakte van dat opengebroken pand dat de scheuren van zijn verleden (-) toonde (-) maakte op hem de indruk van een grotesk mausoleum (-)”

Het flatgebouw aan de 11 Rue Simon-Crubellier als mausoleum, als praalgraf.
Als je meer weet over Perec , dan herken je in het antiekwinkeltje onderin het flatgebouw de kapperszaak van zijn vermoorde moeder en in de levensverhalen van alle bewoners – én in hun voornamen – stukjes en beetjes van verdwenen familieleden van Perec. Of andere boeken van Perec.
Wat een vernuftig, complex bouwwerk, dat boek!!! Ingewikkeld, taai, maar mateloos intrigerend hoe iemand zijn oorlogstrauma’s verwerkt in literaire fictie. Met een fascinatie voor alledaagse spullen. Alsof je met al die materie het verleden bij je kunt houden.

1040167

42 zwarte objecten

Hoewel het Zwart in het kunstwerk van Matthew Darbyshire nogal opvalt, zegt de Brit mij, niet zozeer uit biografische redenen voor de straatnaam van Perec te hebben gekozen. Meer is hij gefascineerd door de enorme complexiteit van Perec’s boeken, de ingewikkelde structuur ervan en de zelf opgelegde regels en inperkingen.

Zo heeft de schrijver bijvoorbeeld in elk woonvertrek aan de 11 Rue Simon-Crubellier en in elk hoofdstuk 42 objecten willen onderbrengen. Geen 43, wat naar 1943 zou kunnen verwijzen. Maar 42.
Er ontbreekt er bij Perec altijd éèn.
Zoals de letter e ontbrak in een boek, zo beschrijft hij van de 100 woonvertrekken aan de voorkant van het flatgebouw er maar 99.
Of: in 1942 zag Perec zijn moeder voor het laatst.

1040096

Citruspers van Alessi/Philip Starck en mixer van Smeg

Vervolgens tel ik 38 designobjecten in het kunstwerk van Matthew Darbyshire, maar als ik de zwart-bronzen douchekop, 2 kranen en wc-bril in brons meereken, kom ik op 42 zwartbronzen objecten. (Als ik de Imac op het bureau met toetsenbord als 1 reken).
Op deze manier verbindt Darbyshire zich vermoedelijk aan Perec. Meer om formele, dan om biografische redenen.

DARBYSHIRE

Vooral die inperkingen die Perec zichzelf oplegt, intrigeren Darbyshire. Zelf heeft hij het zich ook niet gemakkelijk gemaakt, door zich in zijn interieurkeuze van het Stadionplein-appartement te beperken tot alleen design-meubels, die in Nederlandse musea staan en/of in Nederlandse winkels te koop zijn. Om zich vervolgens vrijwillig te laten inperken door buurtbewoners, die hij liet kiezen uit een selectie van 5, per design-object.
M.a.w.: de kunstenaar koos 5 designbanken uit en Stadionbuurtbewoners kozen daaruit de bank van Jan de Bouvrie. Zijn eigen opsommingslijsten brengt Darbyshire zo in verband met de lijstjes die Perec graag maakt in zijn boeken.

Max Richter benadert met zijn muziek Perec vermoedelijk het meest inhoudelijk. Vooral als ik zie dat Richter ook een compositie heeft geschreven over de Rue Vilin, de straat uit Perec’s jeugd, de straat van de razzia, denk ik:
Als je dàt doet, ja, dan heb je Perec “begrepen”.

In een volgend blog laat ik zien welke metafoor Perec aan zijn 11 Rue Simon-Crubellier gebruikt voor het verdwijnen van zijn Joodse familie.
(wordt vervolgd)

  • Op You Tube zijn er talrijke Franstalige video’s die inzicht geven in de Joodse roots van Perec.
  • In bijgaande film wordt duidelijk hoe zijn jeugd zijn gedetailleerde schrijfstijl, zijn obsessie voor objecten, straten en huizen heeft beïnvloed.

© Overname van gedachtengoed uit deze column: graag met bronvermelding

Dit is deel 2 in een serie van 6 blogs over 11 rue Simon-Crubellier

  1. Zie website van mw. dr. M.A.E. van Montfrans: http://www.manetvanmontfrans.nl/index.php/2018/12/29/de-rue-simon-crubellier-in-amsterdam/
  2. Blog 1 over Zwart in 11 Rue Simon-Crubellier;
    https://marionalgra.wordpress.com/2018/10/17/het-gevoel-van-zwart/
  3. Blog 3 over de boekinhoud: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/04/het-leven-een-puzzel/
  4. Blog 4 over de plaats van dit kunstwerk in het werk van Mathew Darbyshire: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  5. Blog 5: Stadionbuurters als bezoekers van het kunstwerk 11 rue Simon Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2018/12/01/anybody-home/
  6. Blog 6: “What’s in a name”, over de Joodse context van 11 rue Simon-Crubellier: https://marionalgra.wordpress.com/2019/05/01/whats-in-a-name/
  7. Zie film van Australische kunstenaars: Searching for 11 Rue Simon-Crubellier, dl 1: https://youtu.be/WE_zH3D0mNM