Categorie archief: Fotoreportage

GESTAPELDE BAKSTEEN

20190518_135445.jpg
moderne beeldhouwkunst in dialoog met bakstenen uit 1919 op het Stadionplein

Hoe blijven ze op elkaar staan, die enorme loodzware cortenstalen, roestkleurige “bakstenen” van de Nederlandse beeldhouwer Lon Pennock (1945). Welke specie houdt ze bij elkaar?
Moderne beeldhouwkunst mengt zich tijdens Art Zuid 2019 met de honderd jaar oude baksteenarchitectuur erom heen, zie ik. De beelden gaan een dialoog aan met de Stadionbuurt.
Een strak moderne sculptuur, recht tegenover woonblokken uit 1919-1923, van o.a. architect Ernst Roest (1875-1952) 😃 waarin “geborduurd” wordt met rode bakstenen: siermetselwerk in portieken bij de ingangsdeuren, rond raampartijen en dakkapellen.

20190515_001539.jpg

Stalen sculpturen van Len Pennock in dialoog met de nieuwbouw in de Stadionbuurt

Ook de nieuwbouwwijk het “Olympisch Kwartier” uit 2006 “citeert” uit deze baksteenarchitectuur van de late Amsterdamse Schoolstijl.
Nieuwbouw vraagt om moderne kamerhoge raampartijen, maar om aan te sluiten bij het uiterlijk van Plan Zuid van Berlage is de glasgevel verbloemd, door dwars op de kozijnen niet-dragende nep-bakstenen te plaatsen, zodat zijwaarts de gevelvand een bakstenen uiterlijk lijkt te hebben, een project van architect Rudy Uytenhaak (1949).

ZWAARTEKRACHT

Het is het tarten van de zwaartekracht, wat beeldhouwer Lon Pennock wil laten zien. Sommige stalen constructies van hem heten Antipode.
Een antipode, letterlijk een tegenvoeter, is afkomstig uit een mythisch gebied aan de andere kant van de aarde waar zwaartekracht afwezig is,” staat in de Art Zuid-catalogus 2017, toen de beelden nog op de Apollolaan stonden.

Zijn roestvast-stalen sculpturen Harvest en Man uit 2008 staan nu op de grens Stadionweg/Stadionplein, tegenover de “geborduurde” baksteen-architectuur uit 1919.

Harvest en Man, 2008, van Lon Pennock (1945), Stadionplein 2019

Verbindende elementen

20190516_002235.jpgEen atletische hoogspringer, een hordeloper en een atletische duiker in de lucht, van de Poolse kunstenares Jerzy Jotka Kędziora verbinden op het Stadionplein deze zomer – in het kader van Art Zuid – het historische Olympisch Stadion met het moderne kunstwerk dat ertegenover staat, waarvan de titel ontleend is aan een schrijver met Poolse roots.

Het thema van Art Zuid dit jaar is “Tussenruimte en verbinding“. En dat is wat ik van ’t zomer in mijn foto’s en fotocollages vooral wil laten zien: de kunst in verbinding met haar omgeving, de kunst in verbinding tot de architectuur van Berlage Zuid. De kunst in relatie tot de mythologische straatnamen erom heen. Maar ook de beeldende kunst: in relatie tot de historie van de buurt. Ik deed dat al in eerdere blogs.

P1050013
Cintha van Heeswijck, Directeur ART ZUID

Directeur Cintha van Heeswijck van Art Zuid zegt: “Berlage heeft de tussenruimte op de lanen geclaimd”. En Art Zuid vult die lanen nu in, voor de zesde keer op rij, in de tweejaarlijkse beeldententoonstelling in de openlucht.
Art Zuid wil ook de verschillende pleinen van Zuid met elkaar verbinden, het Van Tuyll van Serooskerkenplein, het Hygieaplein, het Stadionplein, ze wil ze er allemaal bij betrekken. “we willen mensen naar buiten krijgen, uit hun sociale isolement. En als ze iets niet mooi vinden of confronterends: kom er maar over discussiëren, zeg ik dan”.

Kunst als ontmoetingsplek. Ook de ontmoeting tussen de diverse sculpturen onderling wil ik fotografisch in beeld brengen deze zomer. Het wordt via die invalshoek mijn eigen visuele verslag en verbindende interpretatie van Art Zuid.

BELADEN BUURT

P1050002
Eén van de twee curatoren: Michiel Romeyn

Het is een beladen buurt” zegt één van de twee curatoren Michiel Romeyn tot tweemaal toe over de locatie van Art Zuid in de Apollobuurt, de aangrenzende Stadionbuurt en (via het Muzenplein) zelfs tot in de Rivierenbuurt. Gedoeld wordt op de oorlogsjaren, de jodenvervolging.

Habitation – security or isolation, van Dini Thomsen (Katwijk 1943), wonend in Duitsland
Elsa Thomkowiak (1981) kunstwerk OUT. Op achtergrond Jan Havermans‘ herdenkingsmonument ’40-’45 op de Apollolaan
Apollo offering (1994), beeld van Arman (1928-2005) op de Minervalaan, een gespleten beeld

Romeyn: “Ja, een beladen buurt…..en dan nu met al die beelden hier….ik zeg: er stroomt bloed door de aderen van Zuid. Ik vind het wel wat hebben om juist op die lanen hier dan nu allemaal gekke eigentijdse beelden te plaatsen”. Het is volgens hem ook wel tijd voor grappen en grollen.
En dat is gelukt. Laat dat maar aan ex-Jiskefet acteur Michiel Romeyn over, samen verantwoordelijk met co-curator Jhim Lamoree voor de keuze van de beelden. Romeyn, zelf beeldend kunstenaar, was in 2009 al eerder curator van Art Zuid. Het levert een verfrissend andere tentoonstelling op dan die onder ex-curator Rudi Fuchs.

Ik zie een Jezus met avocado’s, een Maria met spitskolen, een glimmend bronzen meneer in bad (wiens schrijvende vinger per ongeluk, geloof ik, net onder water steekt), gekke dansende of hangende beesten als balletdansers, ik zie een soort faun en atleten.
Er is voor elk wat wils.
Romeyn: “Er hangt iets in de lucht, maar wat precies blijft onduidelijk. De reis begint…..Voor iedereen”. 

P1040867

P1040870
Tony Matelli (1978), een Maria en een Jesus, 2016, met avocado’s en kolen
P1050068
Barry Flanagan (1941-2009): balletdanser Nijinski als dansende haas (1985)
P1050100
Arman (1928-2005), Monsieur Teste (1995). Hij lijkt op een faun, op bosgod Pan

video, klik online: ‘The man writing on water’ (2006), Jan Fabre (1958) . Tussen zeven badkuipen in zit hij daar: wie is hij? En waarom zeven, in deze opstelling?

De liefde voor Zuid spat van de tentoonstelling af. Romeyn: “Het is net als naar je psychiater gaan: van Zuid kom je nooit meer af”.

 

 

Vijf invalshoeken

Ziet u wat het is?” vraagt een Hindoestaanse moeder me op het Stadionplein. Ze staat met haar zoontje van een jaar of zes bij het rode beeld dat Art Zuid op het plein  geplaatst heeft, de beroemde Amsterdam Sculptuur Biënnale, die vrijdag 17 mei officieel opent.
Het jongetje draait en draait vrolijk om het beeld heen.
uuhh….,ik zie één of ander poppetje, geloof ik“, antwoord ik aarzelend.
Jaaahhh“, roept de moeder, wijzend op haar kind: “dat ziet hij óók, zegt hij. Maar ik zie het niet!”
Dat is nou het leuke van kunst!”, zeg ik tegen het jongetje. “Niets is fout of goed. Het hoeft niet meteen duidelijk te zijn. Je kunt er van alle kanten naar kijken en er iets anders in zien, je mag erin zien, wat jij denkt!”.
Het jongetje straalt.

De Stadionbuurt is voor het eerst opgenomen in de tweejaarlijkse beeldenroute van Art Zuid, waarvan de kern rond de Apollolaan-en Minervalaan ligt. Het is een 2,5 km lange wandelroute langs zo’n 80 beeldhouwwerken van 50 gerenommeerde internationale kunstenaars.
De Stadionbuurt doet mee met meerdere sculpturen. Inclusief “onze” eigen “11 rue Simon-Crubellier“, het zwarte meubelkunstwerk van de Brit Matthew Darbyshire op het Stadionplein.

De rode sculptuur is van Hans van de Bovenkamp (1938) en heet “Red, Circles & Waves“.

“What’s in a name?” denk ik stilletjes, n.a.v. mijn laatste blog van 1 mei.
Voor Face to Face Olympisch Kwartier wandel ik deze zomer met mijn fototoestel langs diverse beelden.

Hygiea’s gezondheid

photo_detail
detail van schilderij Hygiea van Gustav Klimt, 1900
hy to earth.jpg
Planetoïde Hygiea draait met haar diameter van 431 km in 5 ½ jaar om de zon

Verloskundigen- en huisartsenpraktijken, gymnastiekverenigingen, ja zelfs een counselingsbedrijf voor zorgprofessionals: ze kunnen zomaar naar HYGIEA heten, de Griekse godin van de gezondheid, de patrones van de apothekers.
Haar vader was Asklepios, ja, die van de dokterslang, de esculaap: de Griekse God van de geneeskunde. Zoon van de grote Apollo.

Beiden werden in het Oude Griekenland in Epidaurus op de Peloponesos vereerd. Er was een kuuroord en patienten hoefden er alleen maar te slapen worden gelegd voor genezing. Wanneer men in een droom een slang zag, was men meteen genezen…

Ik ben er een keer geweest, op een gloeiendhete kurkdroge zomermiddag. Met mijn schoolvriendin F. vergat ik me destijds altijd aan te passen aan de uren van de dag, de temperatuur van het Zuiden.
Ook het Griekse slow-motion-ritme van “sigá sigá !” leerden we pas later over te nemen. Een Griekse lover G. zei – op bezoek in Nederland ooit – dat hij hier de treinen miste, omdat ze hier altijd op tijd reden! Ja, dat is Griekenland: de bussen vertrokken nooit op tijd. Soms stapte de buschauffeur onderweg gewoon even uit om bij de bakker een broodje te kopen. Zo trokken we een maand door Griekenland.
Slowly – slowly: heeeeel gezond!

epidaurus

Epidaurus, tempel ter ere van Asklepios en Hygiea, met de slang als symbool

In de kunsten wordt Hygiea meestal uitge

salus hygieia_-3.jpg

beeld met de slang (van haar vader) en een schaaltje: de geneeskunst voedt zich uit de gezondheid.
De kleurrijke Hygiea van de schilder Gustav Klimt uit 1900 is misschien wel de bekendste afbeelding van haar uit de kunst. Ze was onderdeel van een grotere uitbeelding van de Medische Faculteit voor een zaal in de Universiteit van Wenen.

Het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden bezit een marmeren reliëf uit de 2e eeuw na Christus, waarop ze haar vader Asklepios eert.

Het Rijksmuseum in Amsterdam bezit een prent uit 1640 naar een (stand)beeld van Hygiea in Rome.

Asklepios_800p-4.jpg

2e eeuw na Chr.: Marmeren reliëf: Hygiea eert haar vader Asklepios , Museum voor Oudheden Leiden

unnamed-3.jpg

Hygiea, naar een sculptuur uit Rome, prent uit 1640, Rijksmuseum A’dam

Nieuw voor mij was dat er ook in de ruimte een asteriode met veel ijs erop naar haar is vernoemd. Het rotsblok draait samen met ook Hestia/Vesta – genoemd naar de Griekse godin van het huiselijke vuur – als een van de vier grootste ruimtebrokken tussen Mars en Jupiter in een grote asteroïde-regen om de zon. Daar doet ze 5 ½ x langer over dan de aarde, die dat traject in een jaar aflegt. video online:

hygieia-brunnen-01

Hygiea, als waterbron bij stadhuis in Hamburg

Vaak staat ze als sculptuur bij kuurooorden of bij waterbronnen of fonteinen, zoals in Rome in de Trefi-fontein of in Hamburg op de binnenplaats van het Stadhuis, in Karlsruhe voor een kuuroord.
Water en gezondheid: die twee horen bij elkaar.

NEDERLAND

Voorstreek 58 (5) (Small).jpg

Hygiea als tegelplateau op Jugenstill apotheek in Leeuwarden, 1905

Als schutspatroon voor apothekers prijkt ze in Leeuwarden in een prachtig tegelplateau boven de Centraal Apotheek uit 1905; in Groningen als zandreliëf boven een voormalig laboratorium.

In Spijkenisse staat er voor het Medische Centrum een moderne naakte sculptuur met slang van Hygiea. Ongetwijfeld vergeet ik er een aantal te noemen.

AMSTERDAM

In Amsterdam is Hygiea opgenomen als sculptuur in de beeldencollectie van het AMC-ziekenhuis, een “Vrouwe Hygieia‘ uit 1935 van beeldhouwer Christiaan Jozef Hassoldt (1877-1956) afkomstig uit het vroegere Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, een van de voorlopers van het AMC.

GR07fb-5.jpg

Hygiea in Groningen

2016-amc-beeld1-3.jpg

Vrouwe Hygiea, 1935 in het AMC

Daarnaast is ze in Amsterdam opgenomen in de architectuur van de stad, en vooral bekend als groot plein in de mythologische Olympische buurt, rond het Olympisch Stadion.
Het plein zit barstensvol met scholen en kinderen. Ik ging er als kind naar de Volksmuziekschool op no. 7 waar ik muzieknoten leerde lezen en waar de basis werd gelegd voor mijn liefde voor klassieke muziek. Veel later heb ik naast die school op no. 9 twintig jaar gewoond.
Mijn huisarts heeft er zijn praktijk.

jjjj-05-09-uu40-13_edited

Hygieaplein, 1928: toen de stad nog groene pleinen mocht hebben

Hygiea, godin van de gezondheid: we vinden haar dus overal en nergens. In dromen – of als ik een doodenkel keertje in mijn leven es stoned ben, zo heb ik gemerkt – komt er vaak een angst voor slangen omhoog. Maar bang, dat moet ik helemaal niet zijn, begrijp ik nu. Slangen zijn het zinnebeeld van de gezondheid! Wanneer men in een droom een slang zag, in het Griekse Epidaurus, waar Hygiea werd vereerd, was men juist genezen!
Ik zal dat onthouden.

ZH63am-2.jpg
Hygiea, modern beeld voor het ziekenhuis in Spijkenisse

Hygiea, Hercules, Perec

Bomvol, volgepropt met meubels, staat het nieuwe kunstwerk 11 rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire op het Stadionplein. Zoals onze eigen huizen vaak met meubels volstaan. Maar ook: zoals onze huizen zich kunnen vullen met bekende merkartikelen, die ons alom aangeprezen worden. Dat is wat Darbyshire wil laten zien.

Design: it’s all about. Hij laat zien hoe sommigen van ons zich graag omhullen met Grote Namen. Een horloge van Gucci, een tas van Valentino, een citroenpers van Philippe Starck, een bank van Jan des Bouvrie.
Het geeft blijkbaar een meerwaarde aan je huis, je Zijn, je identiteit.

Darbyshire is niet specifiek maatschappijkritisch, maar laat in al zijn kunst zien hoe wij als consumenten met onze alledaagse omgeving omgaan, hoe status en materie met elkaar verbonden lijken.

600_inpage_supporting-us_1
Oak Effect (2012), in de Manchester Art Galery

Zo maakte hij in 2012 een tentoonstelling over het “Eiken-effect”- een installatie vol kunststofmeubels die het idee van eikenhout moeten geven, omdat eikenhout blijkbaar een andere uitstraling, meer status geeft dan kunststof. Kijkt u even 😉 naar uw eigen laminaat op de vloer bijvoorbeeld, uw Ikea-boekenkast of keukenkastdeurtjes…

GRIEKSE GODINNEN: ALS VERKOOPTRUC

Ook laat Darbyshire in zijn werk zien hoe op ons consumentengedrag wordt ingespeeld. Grote namen uit de Klassieke Oudheid worden gebruikt om ons te verleiden.

HS14-MD6621S_i
Hygieia – Goddess of Health, Cleanliness and Sanitation, 2018 Building fragment and Helios Stress Relief Pillules, Zeus Beard Shampoo, Mars Protein Powder, Venus Razors, Trojan Condoms, Apollo Shower Gel, Siren Logo Cup, Aphrodite Hair Dryer, Minerva Toilet Brush, Nike Shower Sandals, Samsonite Toilet Kit, Olympus Bathroom Scale, Athena Poster, Olympus Camera, Selene Red Wine, Victoria Lagers, Apollo Noodles, Aurora Coffee, Eros Paprika Paste, Gaia Detox Tea, Ajax Cleaner, Apollo Scouring Pads, Pegasus Rice and Arion Cat Food Artwork: 231 x 80 x 70 cm / 98 x 31 x 28 in Glass: 233 x 84.8 x 112 cm / 90.6 x 33.4 x 44.1

In een installatie-kunstwerk uit 2018 laat hij zien hoe Hygiea, Griekse Godin van de Gezondheid en andere mythologische Grieken worden “misbruikt” om schoonmaak- of schoonheidsproducten aan te prijzen. Wakker worden met Aurora koffie: (Aurora=Eos) de Godin van de Dageraad. Of: harder lopen op Nike-sportschoenen: Nikè: de Griekse Godin van de Overwinning.

Eerder dit jaar liet ik zien, in mijn blog “De Geur van Zuid”, hoe al die Olympische Grieken de parfumwereld inspireren, maar Darbyshire laat juist zien hoe wij consumenten op die manier ons allerlei spullen laten aansmeren.
De Oude Klassieken: als marketing-tool.

11 rue Simon-Crubellier

Ook de designmeubelen van bekende ontwerpers in het kunstwerk op het Stadionplein moeten we zo zien, begrijp ik eruit en ons laten kijken naar onszelf.
We moeten de titel van zijn kunstwerk niet al te letterlijk nemen, benadrukt Darbyshire. Ondanks de titel, moet je het 3-kamerappartement niet echt zien als een 3D-weergave van de 11 rue Simon-Crubellier uit het boek van Georges Perec (1936-1982), vindt hij.

d009747ed913c3f785f1352fceb65ae6
Eén van de covers van het Franse boek La Vie Mode d’Emploi (Het leven een gebruiksaanwijzing)

Het fictieve woonadres zag hij als abstractie, net als zijn eigen idee voor een appartement zonder muren, als “ghost-architecture“.

Hij ziet zijn kunstwerk eerder als “een soort van gedenkteken” (“oblique memorial“) voor Perec. Een “tribute“, eerbetoon aan de schrijver die hij als een “buitengewoon intellectuele kijker en kunstenaar” omschrijft.
Motivated more by a desire to celebrate the man than illustrate this specific text”.

De link met het boek is: dat de 99 vertrekken aan de Parijse 11 rue Simon-Crubellier in “Een leven een gebruiksaanwijzing” (1978) eveneens volgestouwd staan met spullen. Perec houdt ellenlange interieurbeschrijvingen.
In zijn debuutroman De Dingen (1965) onderzocht Perec al eerder wat materiële spullen met mensen ‘doen’ : ergens bij (willen) horen, bij een sociale groep bijvoorbeeld. Perec in De Dingen: “ze wilden van het leven genieten, maar overal om hen heen werd genot op één lijn gesteld met bezit”.
Eigenlijk had Darbyshire, zegt hij mij, liever dat boek van Perec uit 1965 vernoemd, maar daar kwam geen straatnaam in voor.

INTUITIEF DE ZIEL VERBEELD

Als hij in een interview met kunstjournalist Edo Dijksterhuis echter zegt, dat hij in het algemeen in zijn kunst “de ziel of de aura van een object” probeert te vangen, is dat m.i. exact wat er is gebeurd met zijn verbeelding van het adres 11 Rue Simon-Crubellier – bedoeld of onbedoeld. Geheel intuïtief.
Een verbeelding van het adres dus, geen uitbeelding. Maar hij heeft de ziel van het boek wel getroffen. Ik verwijs naar eerdere blogs hierover in deze serie.

P1040222
11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire, Stadionplein 2018

In het boek uit 1978 wordt ook duidelijker waaróm Perec zo gefascineerd is door interieurs; graag over kasten, schilderijen, wandtapijten, theebladen e.a. schrijft: die spullen omhullen je ook met herinneringen. Ze lijken bij Perec een manier om grip op zijn omgeving te krijgen.

In de wijkkrant van december 2017 liet ik in mijn column “Onze straat met Zwarte Spullen” over het Stadionplein-kunstwerk al zien hoe interieurs niet alleen over status of consumentisme gaan. Spullen hebben ook een andere functie: de kast van je oma, de souvenir van je vakantie.

“Ik herinner me tante M., zoals het hele Hygieaplein haar noemde, vooral aan haar porseleinen beeldjes in haar zwarte vitrinekast, haar opgedirkte meisjespoppen op de kolossale zwarte glimmende bank, haar tafels vol vazen met kunstbloemen. Van echte bloemen hield ze niet. Vorig jaar is ze overleden.
Als iets verdwijnt, probeer je het vaak met “spullen” bij je te houden. Van tante M. heb ik nu een porseleinen “bidmadammeke” staan: een wijwaterbakje.
Elk interieur, elk huisadres zit zo vol met spullen en verhalen over het verleden”. (Wijkkrant Olympus, december 2017)

darbyshire
Links, origineel. Rechts: Hercules van polystyreen, 2014, Darbyshire

MATERIAAL

Bij Darbyshire is het gehele Stadionplein-interieur van zwart gepatineerd brons. Hij houdt nl. helemaal niet van klassiek brons. Het liefste gebruikt hij eigentijdse materialen. Zo heeft hij een immense sculptuur van Hercules van polystyreen gemaakt, de goedkope kunststof waarvan plastic wegwerp-bekertjes gemaakt zijn.
Maar, ha, zulk materiaal leent zich nou niet bepaald voor een omgevingskunstwerk in de Openbare Ruimte.
Brons is voor hem echt een concessie. Darbyshire over 11 rue Simon-Crubellier:
De betonnen elementen zijn net zo belangrijk en zeker zo mooi voor mij als de bronzen elementen”.
Overigens maakte hij zijn plastic-Hercules om te laten zien hoe Klassieke Kunst in de populaire cultuur vaak misbruikt wordt voor commerciële doeleinden.

P1040218
kopie v Ph. Starck’s Gnome Stool

Droste_Cacao_reclame_plaatje
L’ART POUR l’ART

In zijn kunstwerk laat hij ons tegelijkertijd Kijken naar Kunst. Het is een Droste-cacao-effect, als u begrijpt wat ik bedoel. Je ziet een busje cacao met een vrouwtje daarop, dat een busje in haar hand heeft met een vrouwtje erop.

In het kunstwerk van Darbyshire staan design-tafeltjes van andere kunstenaars, ontwerpers als Philippe Starck (1949) bijvoorbeeld met zijn gnoomtafeltje. U kunt het voor zo’n 250 euro online bestellen, zie ik, op sites die prompt Musthave.nl heten. Hebbedingetjes dus.
Ook kijk je naar een (kopie van een) bronzen sculptuur van de Duits/Franse kunstenaar Hans Arp (1886-1966), op het bureau in de huiskamer. Een kunstwerk in een kunstwerk dus.

P1040210
torso, 1957, Hans Arp. Versie Darbyshire

ORIGINEEL

Darbyshire speelt zo m.i. ook met het postmoderne thema: origineel, kopie en identiteit. Zoals Hygiea een schoonmaakproduct aan de man brengt, eigent Darbyshire zich een woonadres van Perec toe. Maar dan wel: als eerbetoon aan Perec.

Ook Perec laat je trouwens naar kunst kijken in die 99 interieurs op de 11 rue Simon-Crubellier en gaat in al zijn werk in op thema’s als: kopie, origineel en vooral: identiteit.
De Sefardische Joodse naam Perez was na verbanning uit Spanje/Portugal in Polen al in Peretz veranderd en – na emigratie naar Frankrijk – verfranst tot Perec, toen Georges geboren werd. Iets wat hem als kind in de oorlog geholpen heeft. Dat thema Identiteit achtervolgt hem in heel zijn schrijverschap. Mensen wisselen steeds van identiteit bij hem.

P1030929AA
Darbyshires bank van Jan de Bouvrie, incl. kopie vaas van Moobach, tafeltje van Vitra/Noguchi

Zelfs de (kopie van een) fallus-vaas van Jaan Mobach (1933) uit het Centraal Museum uit Utrecht, binnenin Darbyshires kunstwerk, brengt mij een verhaal uit “Het leven een gebruiksaanwijzing” in gedachten over een Utrechtse vaas, die vals was. Perec wijdde er een heel hoofdstuk aan. Hij schreef vaker over vervalsing in de kunst.

Ook komt het Drostecacao-effect bij Perec op de 11 rue Simon-Crubellier voor. De schrijver beschrijft de bewoner Valène, die een schilderij wil maken van een dwarsdoorsnede van het flatgebouw, zoals Perec zelf als schrijver doet.
En hij wijdt uit over een andere bewoner Hutting, die 24 portretten wil schilderen, waarvan de persoon in kwestie in een detail op het schilderij wordt afgebeeld, niet als hoofdonderwerp.
Dat is exact wat Georges Perec doet als schrijver.
In alle woonvertrekken beschrijft ie eigenlijk iets van zichzelf.
Een crypto-jood. Noodgedwongen in het geheim.

© Overname van gedachtengoed uit dit blog s.v.p. met bronvermelding

De lente is in het land

De Lente is in het land!” zong mijn schoolvriendin F. vroeger, als ze jubelend bij ons op 1 hoog in de Stadionbuurt de trap ophuppelde. Binnenkort gaat ze trouwen, ja dat kan ook, dat is niet aan leeftijd gebonden.

P1030216
Bloesempark in Amsterdamse Bos met 400 kersenbomen

In het Bloesempark in het Amsterdamse Bos, waar de lente deze week uit zijn voegen barst met een overdaad aan kersenbloesem, kijk ik deze week naar een Turkse bruid in een rood kanten jurk, die door een zwart behoofd-doekte fotografe geïnstrueerd wordt voor een mooie trouwreportage. Zo’n bruidegom staat er in zijn pak toch altijd wat oenig onhandig naast te drentelen, vind ik, want het gaat tenslotte om hoe die bruidsjurk zo mooi mogelijk gedrapeerd op de foto komt te midden van de kersenbloesem.

P1030177
Turkse bruidsreportage onder de Japanse kersenbloesem

Het bloesempark met 400 Japanse kersenbloesembomen in het Amsterdamse Bos, aan de rand van Amsterdam-Zuid, is een geschenk ooit geweest van Japan. De entrada via een bamboe-loopbrug is indrukwekkend. Vooral deze week.
De knoppen van de sierkers barsten open en ontspruiten rechtstreeks uit de boomstammen zelf. Zij zijn het, die ons nu toeroepen: “De lente is in het land“!.P1030144P1030145P1030153P1030146P1030143“Hanami Matsuri'”

Vanaf zondag vieren Aziatische boeddhisten de komst van de lente met het bloesemfeest “Hanami Matsuri”. Ook de geboorte van Boeddha wordt op 8 april herdacht.

Overal ter wereld zijn deze week Japanse families in het kader van dit lentefeest aan het picknicken, en in hun kielzog spreiden ook Hollandse gasten nu in het bloesempark hun kleedje uit, blazen Hollandse moeders bellen voor hun kinderen; duwt een Aziatische vrouw haar grijsharige oude moeder in rolstoel onder de kersenbomen voort, zit een Aziatisch meisje te mediteren, en speelt een Hollandse jongen een vertraagd balspel in de lucht alsof hij chi kung bedrijft: een bewegende meditatie die je hoofd kalmeert.
Ook liggen er in het Bloesempark bloemen bij een gedenksteen van de aardbeving en tsunami in Japan in maart 2011.

Iedereen fotografeert iedereen geloof ik onder de Japanse kersenbloesem. Maar vooral de enorme hoeveelheid selfie-sticks valt me op. Ook de markante Hollandse “gele babydoll-man met luier” paradeert rond; hij laat zich graag zien. We kennen hem vanuit de Stadionbuurt. Een buurvrouw kreeg hem eens als huishoudelijke hulp in huis; toen hij bij de kapstok zijn jas uittrok,  had ze daar toch wel wat moeite mee. Hoe tolerant moeten we zijn?P1030210P1030194P1030201Ook een kunstenaar uit Amsterdam West heeft veel bekijks in het Bloesempark. Als een ware 19e eeuwse buitenschilder, met een palet en een draagbare ezel, is hij een schilderij aan het “opzetten”, de takken van de sierkers zijn er al, het wit en roze liggen als klodders verf klaar om tot bloesem te worden getransformeerd. Ook hij wordt weer door Aziaten op de foto gezet.
Hij doet me denken aan de schilders uit de School van Barbizon, zoals Gustave Courbet (1819-1877) of  Jean-François Millet (1814–1875) die er voor het eerst bewust op uittrokken om en-plein-air buiten te schilderen, een nieuwigheid in de kunst in die periode. Toevallig heb ik net deze dagen in deze Schildersstraten langs het Olympiaplein flyers voor de Stadionplein-petitie rondgebracht. Vandaag ben ik bijvoorbeeld de Tintorettostraat huis aan huis langs geweest.

KERSENBLOESEM

De kersenbloesem (‘Sakura’ in het Japans) staat symbool voor een nieuw begin, maar verwijst tegelijkertijd naar de vergankelijkheid van het leven. Op een site van Wereld Feesten Almanak, lees ik over het Kersenbloesemfeest in april bij de boeddhisten :

Het is met deze kersenbloesem alsof na een koude winter de aarde alle energie heeft samengeperst in de schitterende bloei van deze bloem.

Hoe hevig en schitterend de bloei ook is, zij is, net als het leven, van kortstondige duur.

Het verwaaien van de bloesems tekent het einde van het leven.

IMG_20180410_161539988_BURST000_COVER_TOP.jpgHet leven wordt, zeg maar, een beetje beschouwd zoals de kersenbloesem. Mooi en kort.  Een oeroud symbool voor de wedergeboorte van de natuur en puurheid.

Hoe lang ze bloeien in het bloesempark, zal afhangen van de wind de komende weken. Het is maar een kwetsbaar bloesempje. Bij veel wind en regen is de bloesemperiode zo voorbij.

Het duurt dus maar kort, de bloei van de kersenbloesem.
Het leven duurt maar kort.
Geniet ervan, nu het nog kan!

 

DE GEUR VAN ZUID

paco_rabanne_olympea_eau_de_parfum_spray_30ml

Als een kat zet ik deze weken mijn geursporen uit en verdedig ik mijn territorium in de Stadionbuurt, om het behoud van een historische naam, het Stadionplein. Blijkbaar wil ik de gemeentebestuurders die er plots een Johan Cruijffbuurt in Zuid van willen maken wel een poepie laten ruiken. Een Stadionbuurt zonder Stadionplein: hoe kan dat nou?

Dus ik geef mijn mening via diverse kanalen. Ik vind dat er een luchtje zit aan het onverwachtse besluit van B&W. Een commercieel geldluchtje. Hoe het besluit dan ook tot stand gekomen is, het stinkt, wat mij betreft.

20141219_151010

Nu was ik stomtoevallig deze weken nogal met geur bezig geweest. Ik had voor het buurtkrantje van Huis van de Wijk OLYMPUS een column ingeleverd over de Geur van Zuid, die deze week verschijnt.

Ik was namelijk laatst in een chique parfumlounge hier in de buurt, een Haute Parfumerie. Ze verkopen daar een parfum dat vernoemd is naar de Griekse Hesperiden, zoals de Laan naast het Olympisch Stadion tegenwoordig heet. Daar werd ik nieuwsgierig van.
Hoe ruikt Zuid, dacht ik? Ik verwachtte een appelige geur, vanwege de Griekse nimfen die een tuin met appels moesten beschermen. Wie ervan at, werd onsterfelijk. Maar het bleek een kruidige geur te zijn met o.a. citrus, salie en rozemarijn.

Zuid ruikt naar kak, zeggen ze wel. Stinkend rijk zouden we hier zijn. Ik vind dat altijd zwaar overdreven omdat er hele woonblokken vol sociale woningbouw zijn. Wel gaan delen daarvan steeds vaker in de verkoop, waardoor de gewone kantoorman met zijn huuretage steeds meer uit de Stadionbuurt verdreven wordt.

OLYMPISCHE LUCHTJES

Bij nader inzien blijkt de wijk, behalve naar kak, ook houtachtig te kunnen ruiken, of citroenachtig en kruidig, zoutig; naar saffraan, salie of gember. Of fruitig, naar water-jasmijn of vanille. Alle Grieks Olympische straatnamen uit de Stadionbuurt blijken namelijk in parfum of eau de toilette of zeep vertaald te zijn, ontdek ik online. Theseus, Achilles, Hercules, Apollo, Amazone, Argos, Olympia, Minerva, Clio. Werkelijk alle!

online video:

Het hele Olympisch Kwartier blijkt als geur verpakt in glas: Artemis, Rhea, Aphrodite, Hestia, Eos en ook de Hesperiden. De Olympische goden en godinnen, nimfen en muzen en Griekse helden vormen een enorme inspiratiebron. Niet alleen voor mij. Blijkbaar ook voor parfumeurs.

20180303130915
de geuren van het Olympisch Kwartier
Ik mocht ook ruiken aan een flesje Aurora Nomade in die parfumlounge. Een vrij zoetige geur met banaan, kaneel en nootmuskaat. Aurora is de Latijnse naam voor Eos, de centrale straat in het Olympisch Kwartier en spreekt blijkbaar als Godin van de Dageraad bij tal van parfumeurs tot de verbeelding. Online zie ik diverse Aurora-varianten. Zoals er ook diverse Afrodite-parfums blijken te zijn.
20180220193325
De Stadionbuurt in geur
De Argonauten met hun Argos-schip kom ik als Argos-parfum voor mannen tegen. Minerva, Clio en de Amazonen: ze zijn er grappig genoeg allemaal als flesje. Al zie je Clio eerder als Chloé op de markt. Ook Euterpe, muze van de fluitmuziek, wiens naam in Zuid bezoedeld was door de Tweede Wereldoorlog waardoor zij nu Gerrit van der Veenstraat heet, is een eau de parfum. Voor een Hestia-parfum moet u in het alternatieve, esoterische circuit zijn, waar ze godinnensprays voor in uw huiskamer verkopen.

Hygiea, Godin van de gezondheid, is blijkbaar te clean voor een parfum, maar als lichaamsolie en zeep is ze er wel, zoals Patroclus als geurkaars, Jason als shampoo en deodorant, (geurloos, opvallend genoeg). En Marathon als druppels, om langer te kunnen vrijen. Ook lekker! De vrouw van Jason, de mythische Medea, is wel als parfum te koop.

31PD5ceIK4L

Ik ontdek ook dat de mythologische namen niet aan sekse gebonden zijn. Er bestaan van de maangodin Artemis zowel mannenparfums als merken vrouwenparfum. Idem voor Apollo-geuren, de Griekse God voor de muziek. En ook de mythische Europa zie ik als geur bij het ene merk voor mannen, bij een ander merk voor vrouwen.

De parfumlounge in Zuid maakt dat onderscheid niet. Ze hebben hun boutique op geur ingedeeld, niet op sekse. Je stuurt in een museum een man ook niet naar een ander schilderij als een vrouw, is hun redenering.

DSC06527
Eau d’Amsterdam

Prachtige verhalen kunnen ze hier vertellen over hun producten. ook geven ze geurworkshops. Ze verkopen er avant-garde parfums die bijna nergens in Nederland te vinden zijn. Stinkend duur ja, maar wel een feestje voor je neus. Wat een ervaring!
Die lounge is echt iets anders dan een drogisterij waar ook parfum verkocht wordt. Hier werken geurexperts, geur-designers noemen ze zich, “neuzen” bijna, zoals de vrouw die ook de geur van Amsterdam heeft willen vangen. Hier is Eau d’Amsterdam ontworpen, bedacht door het kunstenaarsduo Tijdmakers: een flesje voor zowel vrouwen als mannen.

IEPENLUCHT

Eau d’Amsterdam ruikt houtachtig, een beetje woest vind ik en is samengesteld uit geurmoleculen van de bladeren en het hout van de iep. De Amsterdamse iep zou je bijna zeggen, want de stad heeft zo’n 75.000 iepenbomen, waardoor er in de lente een witte zee aan iepenzaadjes over de straten ligt, als lentesneeuw.

DSC06547
Lentesneeuw: de talloze zaadjes van de iep verspreid op straat

In april is er al een paar jaar een Springsnow-festival met een wandelroute langs alle iepenbomen in de stad. De Amstelveenseweg in de Stadionbuurt stond er altijd vol mee, maar is vrij recent – ondanks bewonersprotesten – nogal ‘ontiept’. Maar langs de Schinkel, Aalsmeerweg en Hoofddorpplein in Zuid staan ze volop. Op een interactieve kaart van de gemeente kun je exact zien in welke straat en bij welk huis de iep zich bevindt. Je kunt op straatnaam zoeken.

Aqua-Cruyff

En tja, ehhh,,,dan is er ook nog een Spaanse Agua de Cruyff realiseer ik me deze week. Met een y dus, want de Nederlandse ij zorgt internationaal voor uitspraakproblemen.

Mocht de gemeente haar zin krijgen om Cruijff in Zuid te vernoemen, dan komt er over het Olympische bouquet aan geuren en de “headspace” van de iep, zoals dat heet, ook nog een Cruijff-luchtje heen. Naar Spaanse munt ruikt dat.

Al die odeurs te samen zullen dan toch wel behoorlijk stinken, denk ik. Misschien hebben die roddels over Zuid dus toch een grond van waarheid. Of een hart, om in parfumtermen te spreken.

Amsterdamse Stijl

giphy_63_1508014948363Het zal u niet ontgaan zijn dat er een jaar ten einde loopt waarin de kunststroming De Stijl centraal stond, 1917-2017. Het was het themajaar “Van Mondriaan tot Dutch Design” .  Nu hebben we misschien wel stijl in Amsterdam, maar weinig van De Stijl.

Voor het spectaculaire Victory Boogie-Woogie-schilderij van Piet Mondriaan (1872-1944) dat met overheidsgeld in 1997 gekocht is voor 37 miljoen euri, moet je naar Den Haag, voor zijn geboortehuis naar Amersfoort, voor het modernistische Rietveld-Schröderhuis van meubelmaker/architect Gerrit Rietveld (1888-1964) en zijn muze moet je naar Utrecht.
Wat heeft Amsterdam-Zuid?

In 2011 behoorde een villa op de Apollolaan 1 in Zuid met zijn vraagprijs van €4.500.000 bij de top 5 duurste huizen van Amsterdam. Bouwjaar: 1927. Aantal kamers: 11. Woonoppervlakte: 399 m². Perceeloppervlakte: 589 m². Maarrrrr, dan heeft u wel een huis met een raam, ontworpen door Gerrit Rietveld himself , dat u zich dat even realiseert.😃
De ramen van Rietveld met hun dunne spijlen, waarin hij buiten en binnen graag in elkaar liet overlopen, zelfs zonder kozijnen op de hoek, waren in die tijd – de jaren twintig van de 20e eeuw – heel beroemd.

P1000063
Harrenstein-Slaapkamer 1926, ontwerp Rietveld, vaste collectie Stedelijk Museum A’dam

“Het lijkt wel een Ikea-interieur” hoor ik een buitenlandse bezoekster zeggen, als ik bij een slaapkamerinterieur van Rietveld sta, in het kader van “100 jaar De Stijl” in het Stedelijk Museum. De slaapkamer is een zogenaamde Stijlkamer, in zijn geheel overgenomen uit een huis aan de Weteringsschans in Amsterdam. Het Stedelijk Museum heeft ook stoelen van Rietveld en Mondriaanschilderijen, en had vorig jaar zelfs per ongeluk een vervalste Mondriaan geleend, zoals laatst bleek. Iets wat net op tijd ontdekt werd, voordat het in De Stijl-jaar 2017 tentoongesteld werd.

Ik begreep dat eigenlijk wel, die Ikea-opmerking van die bezoekster, maar dacht aan al de eikenhouten meubels waar iedereen in de jaren twintig van de vorige eeuw nog tussen bivakkeerde en welke enorme shock en verandering die abstracte ontwerpen van Rietveld en Mondriaan moeten zijn geweest. Kunst als Avant Garde. Kunst die voorop loopt. Het is wel een ontwerp uit 1926 moet u bedenken, hoe dodelijk een “Ikea-label” anno nu ook is.Gerrit-Rietveld-College2

Natuurlijk hebben we in Zuid de Gerrit Rietveld Academie aan de Stadionkade, een glazen rechthoek, als Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving; daar neergezet in1962, ontworpen door Rietveld. Ook het Van Goghmuseum (1973) is als gebouw mede door hem ontworpen.

Hbeugel-bedet komende kunstwerk op het vernieuwde Stadionplein krijgt eveneens een Stijl-element: in het betonnen appartement van 65 m2 komt een bedontwerp van Rietveld te staan. In zwart gepatineerd brons, zoals alles in het kunstwerk. Volgens mij wil je nog niet dood neergelegd worden op dat Rietveldbed 😃 Maar daar gaat het niet om. Dat is een kwestie van smaak. En daar gaat het in de kunst niet over.

beozek_bronsgieterij-1[33627]
Maquette Kunstwerk Stadionplein, Matthew Darbyshire (1977) met rechtsonder bed van Gerrit Rietveld. Foto, ©S. Capel
Meer in het oog springen in Amsterdam-Zuid de zgn. Warnersblokken, de vier rood-blauw-gele woonblokken in De Stijlkleuren, net achter de Stadionkade en de Parnassusweg. Een eilandje moderniteit uit 1957. Flats die sinds 2010 de status van Rijksmonument hebben. De gekleurde gevelplaten zijn ontworpen door kunstenaar Joseph Ongenae, geïnspireerd door De Stijl.

P1000209
Vier huizenblokken van architect Allert Warners, 1957. Amsterdam Zuid
image_db_asp
Slotermeerlaan (De Verfdoos, 1954)

Van dezelfde architect Allert Warners (1914-1980) staan er in Amsterdam-West ook twee flats, die De Verfdoos worden genoemd. Ook heeft West een Piet Mondriaanstraat, maar dat is natuurlijk geen “De Stijl-landmark”.

Vervolgens hebben we in Zuid de 1e Openluchtschool uit 1929 van architect Jan Duiker (1890-1935), net achter de Apollolaan en Beethovenstraat. In de Cliostraat.
Duiker was officieel geen lid van De Stijl-groep, maar behoorde net als Rietveld tot wat in kunstkringen de “Nieuwe Zakelijkheid” heet. Beide kunststromingen waren een reactie op de expressieve Art Nouveau-stijl van begin 20e eeuw en de uitbundige Amsterdamse School-architectuur, waar Zuid vol mee zit. 

DSC06188
Cliostraat, ingang Openluchtschool (1929) van Jan Duiker, gepropt tussen baksteenarchitectuur;
16856513cf0788da1f1baae0cb2b411c
De Openluchtschool uit 1929 van Jan Duiker, verbannen naar de tuinen van het huizenblok

Aan die school van Duiker kun je eigenlijk wel zien hoe er “geschipperd” werd in die tijd. De gemeente wilde het bakstenen straatbeeld niet teveel laten afwijken en verbande de moderne school zelf naar de binnenplaats van het huizenblok. De schoolingang aan de straatzijde zit tussen de baksteenarchitectuur ingepropt. Bijna, zoals er vroeger katholieke ”schuilkerken” in Amsterdam waren. Als je het aan de straatzijde maar niet zag. Lekker hypocriet.😃

Overigens was Jan Wils, de architect van het Olympisch Stadion (1928) in zijn begintijd ooit aanhanger van De Stijl, maar later een afvallige, die door de Stijlpuristen “van effectbejag” beschuldigd werd met zijn baksteenbouwsels in Zuid.

Toch bestonden de kunststijlen naast elkaar. Tegelijkertijd. Het was 2017 zowel het herdenkingsjaar van De Stijl als van 100 jaar Amsterdamse School. 

Het kon blijkbaar allebei. De opdrachtgevers voor de Rietveldslaapkamer (foto hierboven) gaven – naast Gerrit Rietveld – bijvoorbeeld op hetzelfde Weteringsschansadres aan architect Piet Kramer (1881-1961) opdrachten, zowel voor de pui van het huis als voor een studeerkamer. Nou, en die Kramer kennen we natuurlijk als DE zwierige bruggenbouwer van de Amsterdamse Schoolstijl (200 bruggen, waaronder de Stadionbrug in 1937 en het golvende wooncomplex De Dageraad (1919-1922) in Zuid, nu onderdeel van museum Het Schip).

DSC06524
Rietveldhuisje, 1972, in het Amstelpark, van een kunstenaarscollectief

Ook in Zuid ontwaar ik nog een niet door Rietveld ontworpen gebouw, dat Rietveldhuisje heet, in het Amstelpark. Het staat er sinds de Floriade, 1972.

MONDRIAAN

20170914_130904 (2)Verder kom ik er in het Mondriaanhuis in Amersfoort – Mondriaans geboortehuis en alleraardigst nieuw multi-mediamuseum – achter dat Mondriaan zelf lange tijd in Amsterdam heeft gebivakkeerd en er naar de Rijksacademie ging om kunstenaar te worden. Het is de tijd voordat hij naar Parijs vertrok, en later naar New York.

Hij schilderde rondom Amsterdam, nog net voordat hij – via zijn bomen – langzaam maar zeker tot abstractie kwam. Het Amsterdam Museum had daar in 2012/13 al een tentoonstelling over. Het zijn dus geen De Stijl-schilderijen, maar is wel Mondriaan.

20170914_130249 - kopie (4)
Knotwilgen aan een sloot, buiten Amsterdam, 1905
mondriaan-de-man-die-alles-veranderde
Boerderij bij Duivendrecht, 1916, Piet Mondriaan

Al inventarisend ontdek ik dan nog dat Amsterdam-Zuid ook een toren naar Mondriaan heeft vernoemd. Nooit geweten! De op 1 na hoogste wolkenkrabber in Amsterdam blijkt de Mondriaantoren te heten.
De Rembrandttoren, die er naast staat, in een wijkje naast het Amstelstation, is de hoogste van de stad. Met de zgn. Breitner-toren vormen ze zo een schilders-hoogbouwtrio. Maar ik denk dat weinig Amsterdammers de Mondriaantoren kennen, hij wordt eerder de Rabobank-toren of Delta Loyd-toren genoemd.

De Rembrandttoren is de bekendste.
Maar dat is misschien wel een kwestie van smaak. Of van stijl. 😃

20284536843_de3269f832_b
Bij Amstelstation: de Mondriaantoren (rechts). De Rembrandtoren (links) is de hoogste toren van de stad. Middenin: de Breitnertoren. Drie schilders, die alle drie in Amsterdam schilderden.
  • T/m 27 november kunt u nog de tentoonstelling ‘De Stijl in het Stedelijk’ zien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

A lazy afternoon

Voor de Niet-Facebookers onder u, mijn email-Volgers:

Video’s en bewegende fotoreportages laten zich niet lezen in een emailbericht over een nieuwe column. Terwijl ik toch graag met beeldmateriaal werk. U kunt zo’n video of foto-slideshow toch bekijken, door in de email op de titel van de column te klikken en dan ONLINE op mijn website de column plus de video te bekijken.

Overigens is de column ook Online opgemaakt. Dus de lay-out is erop afgestemd dat u de tekst online leest. In de email-melding ziet de lay-out van mijn column er vaak merkwaardig slordig uit. Zoals het niet door mij bedoeld is. Advies dus: lees ONLINE.

Hier nu een melding voor een fotoreportage, die ik laatst maakte van de herfst en Kunst in het Beatrixpark in Amsterdam: A lazy afternoon, op muziek van Stan Getz: Autumn Leaves.

De video is laatst door mij ook op mijn Facebook columnpagina geplaatst: http://www.facebook.com/FaceToFaceColumns

Video Lazy Afternoon: Kunst in het Beatrixpark: online (klik op titel in de email)

 

 

 

♫ Canta-re ♫♪

We zijn met onze Cabriolet op pad geweest,” lachte mijn buurvrouw altijd, als ze opgepropt en wel met boodschappen en al, weer uit de kleine Canta van haar vriendin was geklommen. Ze voelde zich door elkaar geschud tot en met, zei ze, en het was binnen een hoop lawaai aan je oren.

dsc05843Stadsdeel Amsterdam-Zuid kreeg laatst van buurtbewoners de tip voor “een Leen-Canta of een Canta delen”, toen het tijdens een gespreksavond over het sociale isolement van ouderen ging. De kleine tweezitter voor gehandicapten is een gewild stadsautootje geworden, zelfs voor niet-gehandicapten. Overal in de Stadionbuurt zie ik Canta’s op de trottoirs. Je hebt er geen rijbewijs voor nodig, en geen parkeervergunning en mag hem op de stoep parkeren. Ja, hij rijdt maar 45 km per uur, maar als je er alleen mee in de stad boodschappen wil doen….

dsc05859

Naast Canta’s zie ik ook steeds vaker andere mini”s in de buurt:  Brommobielen en electrische Smarts in het Olympisch Kwartier: die kun je als electrische deel-auto huren van de firma Car2Go: een variant op de Witkar van Provo uit de jaren 60. Met zo’n kleine huur-Smart kun je overigens gewoon de snelweg op en je kunt ‘m overal in Amsterdam gratis parkeren binnen de ring A10, in IJburg en rondom de Zuidas. Voor een huurbedrag van 15 euro per uur richt Car2Go zich echter op een andere doelgroep dan de boodschap doende oudere.

Voor een brommobiel, die net als de Canta ook maar 45 km per uur kan, gelden dezelfde regels als voor gewone auto’s: hij mag niet op de stoep geparkeerd worden en je hebt een parkeervergunning nodig en een rijbewijs of bromfietscertificaat. De brommobiel mag ook niet op het fiets- en voetpad, de Canta wel. 

dsc05824Parkeervergunningen voor bewoners in Amsterdam betekenen gewoon extra Vaste Lasten per maand. Bewoners in de Stadionbuurt betalen voor een normale parkeervergunning 132,50 euro per half jaar. In het Olympisch Kwartier zijn bewoners bovendien verplicht hun auto ondergronds te parkeren. De ondergrondse garage van woningbouwvereniging Eigen Haard kost zo’n 85 euro per maand.  Niet alle autobezitters hebben zin om dat per maand bovenop hun huur te betalen. Vermoedelijk wonen er daardoor in de sociale woningbouw van Eigen Haard relatief veel mensen zonder auto. Hierdoor zijn er vervolgens ondergronds vrije parkeerplaatsen beschikbaar, die op de één of andere manier weer rendabel moeten worden gemaakt en particulier verhuurd worden, bijv. via een zgn. Switchpark-systeem. Voor zo’n 130 euro per maand.

Tja. De Canta op de stoep dus…..lijkt wel op te rukken. Zelfs voor niet-gehandicapten. In 2012 arrangeerde Karin Spaink, columniste en M.S.-patiënt, in de Westergasfabriek een Nationaal Cantaballet, waarbij de mini-autootjes met elkaar en met balletdansers een dans aangingen. Ook schreef ze het boek: “De benenwagen, het succesverhaal van de Canta”. In bijgaande video ziet u een impressie van dit Cantaballet.

Een rondwandeling door de Stadionbuurt leverde de volgende video op:
♪♫♪♪…Canta-re…oh oh oh oh””♫♪ :

https://youtu.be/SR2RctaTd3w