Categorie archief: Fotoreportage

Onsterfelijke appels

FACE to FACE Olympisch Kwartier

 
Oneindig leven. Wie wil dat nou?? Hoeveel moeite we als mens ook hebben met de dood, wie wil nou eigenlijk on-sterfelijk zijn?

Bovenstaande video schoot ik in augustus 2016 bij de begraafplaats achter de Stadionkade. De klokken luiden de doden de eeuwigheid binnen. Luister hierboven maar, hoe mooi.

Niet ver van die begraafplaats vandaan, woon ik achter de Laan der Hesperiden, waar volgens de Griekse mythe in een Tuin de Gouden Appels van Onsterfelijkheid groeiden. Appels, waar sterfelijke menswezens (als Hercules) op aasten. Een stel nimfen, de Hesperiden, moesten dat voorkomen en bewaakten die appels, die je onsterfelijk konden maken.

Edward_Burne-Jones_-_Garden_of_the_Hesperides_(Hamburger_Kunsthalle) Tuin der Hesperiden, 1873, Edward Burne-Jones

z14 de reus Atlas die de aarde draagt

Voordat ik hier kwam wonen, had ik nog niet van de dames gehoord: van die Hesperiden, dochters van de half-goddelijke reus Atlas (wiens broer Prometheus als reus voor het Olympisch Stadion staat)

Aan het eind…

View original post 1.014 woorden meer

Vlucht uit Turkije

#vluchtelingenproblematiek #oorlog #Turkije #Griekenland #Italië # Aeneas vlucht uit Troje

Geheel onopvallend, in de schaduw van een dikke boom, flankeert een bronzen sculptuur de ingang van het Hiltonhotel, op de Apollolaan in Amsterdam-Zuid, en dat beeld heeft met Italië te maken, met Griekenland en ook met Turkije. Het is een verhaal over vluchtelingen en oorlog.

GettyImages-1203899156 (3)
(c)Gettyimages: vluchtelingen uit Turkije

Zo kom ik dan, laat in de nacht, weer bij mijn tochtgenoten..

Tot mijn verbazing merk ik dat een grote menigte van nieuwe vluchtelingen daar is toegestroomd, van mannen

én vrouwen, triest maar krachtig volk, vereend in ballingschap,

en overal vandaan, beladen met bezit én wilskracht

om mij te volgen over zee naar welk land ik maar wil.

Uit: Het verhaal van Aeneas, Vergilius, vertaling 2008: M. d’Hane-Scheltema

1050982
Enea, sculptuur uit 1999  van de Florentijn  Sandro Chia (1946)

Het is de prins uit Troje, de mythische Aeneas, waarmee ik zomaar oog in oog sta bij het Hilton, leider van een schare vluchtelingen, die – na de oorlog met Griekenland – het middellandse zeegebied introk.

Correcter was geweest als ik dit blog had genoemd: Troje ontvlucht. Dat Troje, dat als stadsstaat lag aan de kust van het huidige Turkije, waar de oude Grieken een veldslag van jewelste leverden met de Trojanen.

greekvases-640

Een echte classicus zal mij niet in dank afnemen als ik de Trojanen als volk verwar met de huidige Turken, maar gezien de locatie aan de Turkse kust doe ik het toch. De vluchtelingenproblematiek is van alle eeuwen. We hebben hier laatst een kamerdebat over het opnemen van 500 vluchtelingkinderen gehad.

shutterstock_1664290714-1132x670
(c)Shutterstock.com: vluchtelingen Middelandsezeegebied

Aeneas wordt bij het Hilton afgebeeld met zijn vader Anchises op zijn rug en zijn zoontje Ascanius aan zijn hand, op het moment dat ze Troje moeten verlaten, waarbij de vrouw van Aeneas omkomt.

20190811_222037.jpg

“Tussen veel Trojanen vluchten wij.
Ik draag mijn vader op mijn schouders. “
(-)
Met mijn linkerhand houd ik mijn vader vast, met mijn rechterhand Ascanius.
De kleine jongen kan met zijn voeten het tempo nauwelijks bijhouden.
(-)
Wij vluchten allen verschrikt naar verschillende kanten.”.

Uit: Aeneas, rond 20 voor Chr., gedicht van Vergilius, in 10.000 verzen

Een oude vader op de rug van zijn zoon, het kleinkind ernaast. Het reisverhaal over deze zwerftocht in ballingschap is van Vergilius (Italiaanse dichter, 70 voor Christus – 19 voor Chr), een tocht via Libië (Carthago) en Sicilië naar Rome. Het is een soort (Romeins-Italiaans) vervolg op de Ilias en Odysee van de Griekse schrijver Homerus. En alle drie epossen zijn geschreven rondom de oorlog om Troje,

reis-Aeneas-768x425
De zwerftocht van de migrant Aeneas van Troje via Libië, Sicilië naar Italië

TROJAN HORSE EN ITALIE

Nu zal ik u niet vermoeien met de ins en outs van de Trojaanse oorlog, maar feit is dat Troje in ons collectieve bewustzijn aanwezig is als een verhaal over list (het houten Paard van Troje waarin de Grieken zich verstopten) en over overwinning: de Grieken versloegen de Trojanen. En sommige Trojanen vluchtten weg, zoals de familie van Aeneas.

Troje is een naam die u ook kent als een virus, Trojan horse!, die zich stiekem inmengt in uw computer en de boel overneemt. Net als de Grieken deden😃

Tegelijkertijd zien de Italianen Aeneas als de mythische stichter van Rome en Italië, na zijn omzwervingen op zee. Het is een lang mythologisch verhaal, van Aeneas als zoon van de Griekse godin Aphrodite en de Trojaan Anchises, via het dramatische verhaal over zijn liefdesgeschiedenis met Dido in Libië, Carthago, tot aan Rome.

Maar Aeneas zie ik vooral hier als de migrant, zwervend rond de Middellandse Zee.

MIGRANT

Op de één of andere wijze moet dat migrantenverhaal van Aeneas de Italiaanse hoteldirecteur Roberto Payer (1950) van het Hilton Hotel hebben aangesproken, toen het beeld van de Florentijnse kunstenaar Sandro Chia (1946) door het Hilton aangekocht werd in 2011 van #ArtZuid, de internationale sculptuur-biennale in Amsterdam.

Payer, die zelf als migrant uit Italië kwam in 1969 en hier als kelner in het Hilton begon. Payer, die dit jaar voor zijn diverse werkzaamheden een koninklijke onderscheiding ontving.

Het beeld voor het Hiltonhotel drukt ontegenzeglijk zijn liefde voor Italië uit. Zoals ook het beeld De Denker van August Rodin dat doet, tegenover Aeneas, een paar meter verderop, aan de andere zijde van de hotelingang. Eveneens aangekocht door het Hilton, van Art Zuid. 1050961(0).jpg

Het Rodin-beeld  (bekend als De Denker) beeldt in werkelijkheid de grote Italiaanse dichter Dante Alighieri uit. Ik schreef hierover eerder het blog: De Denkers van Zuid.

Zo staan er twee Italiaanse ‘landmarks‘ voor het Hiltonhotel, geleid door een Italiaanse migrant. De één verwijst naar Dante. De ander naar Vergilius. En die twee dichters kun je niet los van elkaar zien.

DANTE

De Italiaanse manager weet als geen ander dat het reisverhaal van Vergilius over Aeneas, (waarin Aeneas ook zijn vader Anchises zal gaan bezoeken in het dodenrijk) een directe inspiratiebron is geweest voor het Italiaanse reisverhaal van Dante, De Goddelijke Komedie, 13 eeuwen later.

De mythologie is voor Dante altijd, altijd, samen met de bijbel, een basis geweest voor zijn visionaire tocht door de onderwereld, het dodenrijk, het hiernamaals.

Dante zelf was een vluchteling, een banneling. Hij mocht om politieke redenen grote delen van Italië niet meer in, dus de zwerftocht van Aeneas inspireerde hem. Hij geeft de dichter Vergilius een grote rol als gids in zijn Goddelijke Komedie. En zelfs de vader van Aeneas, dood als hij is, duikt op in Dantes hiernamaals.

20190918_124554.jpg

KUNST EN MUZIEK EN LITERATUUR

Anchises op de nek van zijn zoon zien we op veel kunstwerken terug, allereerst op sommige Griekse vazen. Een vaas in het Louvre geeft het duidelijkste beeld. Een vaas uit 520-510 voor Christus.

Aineias_Ankhises_Louvre_F118

Maar ook het Museum voor Oudheden in Leiden heeft er één, uit: 510-500 v. Chr. Ook hier: Anchises op de rug van zijn zoon, vluchtend uit Troje, met de kleine Ascanius aan hun zij.

De vrouw ernaast is Aeneas’ vrouw Creuse, die tijdens hun vlucht omkomt. Zij wordt wel vaker afgebeeld:

pompeo-batoni-aeneas-fleeing-from-troy-1753.jpg
Pompeo Batoni, Aeneas vluchtend uit Troje, 1753.
a1bd672f1f56dd514cce5a6ba3cf1961.jpg
Aeneas, Anchises en Ascanius, 1619 – Lorenzo Bernini, Galleria Borghese, Rome

Ook de Italiaanse beeldhouwer Bernini (15981680) van wie op dit moment in het Rijksmuseum een mooie tentoonstelling schijnt te zijn (ik moet er nog heen) heeft het drietal uitgebeeld. Ongetwijfeld is deze sculptuur voorbeeld geweest voor het beeld van Chia (1946) bij het Hilton. Voorafgaand aan ArtZuid stond Chias beeld eerst in Rome.

1009140057
Aeneas and Anchises” by Sandro Chia, 2005 Palazzo Valentini, Via IV Novembre Rome, September 2010

De vluchtreis van Aeneas, waarbij hij ook op de kust van Libië aanspoelde, is als opera “verbeeld” door de Engelse componist Purcell (1659-1695). Aeneas, op doorreis, begon een liefdesaffaire met Dido, koningin van Carthago. Maar zich verbinden met haar kon hij niet, hij was slechts een passant. Wanhopig pleegt zij daarna zelfmoord.

muziekvideo online: (emaillezers: klik op de titel van dit blog): 

Ook Dido komt voor in De Goddelijke Komedie van Dante.

Zo kan via de kunst, een vluchtverhaal van lang, lang geleden ineens dichtbij komen in de straten van de stad. Zo kan de vluchtelingenproblematiek van dit moment zomaar zichtbaar worden in de straten van Zuid.
Als het je opvalt.

IK NOEM DE NAMEN

Geen naam mag ooit nog worden weggevaagd”, zei burgemeester Halsema bij de Nationale Holocaust Herdenking in Amsterdam, januari 2020. Ik zou de namen van mijn 1100 vermoorde Joodse buurtbewoners uit de Stadionbuurt willen noemen, weggehaald uit hun huizen, bij mij om de hoek en uit mijn eigen straat. Ze lijken een vergeten groep tussen de grotere aantallen vermoorde Joden uit de Beethoven-en Rivierenbuurt in Zuid. Ik doe al bijna een jaar onderzoek naar hen.

elias_spitz_in_westerbork_1944.jpg(mediaclass-warvictim-carousel.67d08ede1706aa86ac21a1f8fb99afb12f769340).jpg
Elias Spitz uit de Herculesstraat, met zijn grijze sik, op het perron van Westerbork, 1944. Hij loop pontificaal door het beeld, in het videofragment hieronder.

Om te beginnen zou ik de oude Elias Spitz willen noemen, diamantbewerker uit de Herculesstraat. Ik zie hem tot mijn verbijstering met zijn grijze puntbaardje zomaar lopen, in een film over Westerbork, op het perron, zoekend met zijn bagage.

Ineens komt mijn onderzoek naar de joodse geschiedenis van de Stadionbuurt wel heel erg dichtbij. Ik schrik ervan, van die Joodse buurtgenoot die voor mijn ogen tot leven komt in de eerste 20 seconden van bijgaand filmfragment. Maar ben raar genoeg ook verheugd hem te zien. Video online (klik op blogtitel):

De 70-jarige Spitz gaat nog meer voor me leven, als ik in september 2019 in het Joods Historisch Museum de tentoonstelling “Amsterdam Diamantstad” bezoek en  plotsklaps oog in oog sta met zijn diamantbewerkerstas, in een vitrine met diamantkloversgereedschap, wow, wat een vondst, vind ik dat, als Stadionbuurtbewoner. 

wp-1587546904529.jpg
Diamantkloversgereedschap van Elias Spitz in de vitrine van de tentoonstelling Amsterdam Diamantstad, JHM

Zijn 27 jarige neef Alfred Spitz woonde in de Jasonstraat met zijn moeder Frederika en zus Mathilda. De vrouwen worden in Sobibor vermoord. Maar Alfred wordt als ingenieur eerst tewerkgesteld in het Brabantse kamp Vught, in het Polizeiliches Durchgangslager Herzogenbusch, waar de firma Philips een speciale werkafdeling B 677 had voor o.a. radiobuizen voor de oorlogsindustrie. Het zgn, Philipskommando.

Uit het dagboek van een kampgenoot van Alfred kom ik te weten dat Alfred tot een warme vriendschap en zelfs grapjes in staat was in het kamp. Soms maakten ze een zooitje van het gedisicplineerde ochtendappèl. 

Een machteloze Ober-en Hauptscharführer stonden voor ons, maar we praatten en grinnikten en hadden de handen in de jaszakken. Één grote troep onopgevoede kwajongens. “Der Appell stimmt etwa, Herr Kommandant”, merkte Spitz op.” (“Dagboek geschreven in Vught”, David Koker)

Begin maart 2020 bezocht ik Kamp Vught,

wp-1588532287541.jpg
kamp Vught

De dood van de twee vrienden – tijdens een ziekentransport naar Dachau in februari 1945 –  wordt, toevalligerwijs door een andere Stadionbuurtgenoot,  gruwelijk gedetailleerd beschreven in Vrij Nederland, 1 mei 1965, door ooggetuige/schrijver Ed Hoornik uit de toenmalige Stadionstraat, de huidige Hestiastraat. In de volgestampte trein waren ze doodgevroren. Hoornik overleeft Dachau.

wp-1588532526914.jpg
Fred Stranders, 87 jaar, in Amstelveen nov 2019, bij de boekenkast, die op de Van Tuyl van Serooskerkenweg was “ondergedoken”

Ik noem ook accountant David Romijn van de Stadionweg, die zijn mooi ontworpen boekenkast (waar hij als ex-diamantwerker – via zelfstudie –  zó trots op was) vlak voor deportatie onderbracht bij niet-joodse vrienden  op de Van Tuyl van Serooskerkenweg. De kast werd na de oorlog slechts met grote, gróte moeite teruggegeven aan de wettelijke erfgenamen, vertelt zijn neef Fred Stranders (87) mij in 2019. “Dat noemen wij joden nou “Bewariërs“, zegt hij.  

wp-1588531539063.jpg
Duitse vluchtelingen, Helene en Siegmund Klein met hun zoon Walter, op de Van Tuyl van Serooskerkenweg. (c)Joodsmonument.nl

WANHOOP

Zeker wil ik ook de Duits-joodse vluchtelingen noemen, die na de Kristallnacht in 1938 in de lege nieuw-opgeleverde Stadionbuurt neerstreken, zoals bijvoorbeeld het vluchtelingengezin van de jurist Klein, op de Van Tuyl van Serooskerkenweg, waarvan vader Siegmund, correspondeerde met andere gevluchte familieleden.

Zijn brieven zijn bewaard gebleven en gebundeld in: “Falls wir uns nicht wiedersehen…” . Ik schafte het in 2019 aan en lees dat zijn vrouw Helene wanhopig hier van haar balkon op de Van Tuyll sprong, waarna ze in een verpleeginrichting terechtkwam en hij als vereenzaamde immigrant achterbleef, tot zijn deportatie.  

wp-1588531907884.jpg
het gezin Judels van de Stadionweg, (c) Joodsmonument.nl

Of ik noem Louis en Mientje Judels op de Stadionweg, boven wat nu restaurant Baut heet, vlakbij het stadion. Zij zetten thuis, met twee kindjes, vlak nadat Nederland capituleerde in 1940, uit wanhoop de gaskraan open. Zoals veel Joodse buurtgenoten deden…

wp-1588532733106.jpg
in 2019 luister ik in de Hollandse Schouwburg op een pc naar de getuigenis van Mirjam Blits uit de Argonautenstraat. Haar dagboek “Auschwitz 13917” uit 1946 is verpletterend.

En ik noem Mirjam Penha-Blits uit de Argonautenstraat, die na Ausschwitz, in 1946 gedetailleerd in een dagboek opschrijft wat haar met haar man Elias is overkomen.
Ik griezelde bij haar details en besefte de dubbele kwetsbaarheid van meisjes en vrouwen in de oorlog, zowel in concentratiekampen als in de onderduik.

Je kon verkracht worden door een kampbewaker als je naar de latrines liep. Of betast door de tuinman van de Stadionkade, die voor jou een onderduikplek in de polder regelde. Of worden gebruikt in een kampbordeel, zoals Helene (20) Hirsch met haar zusje, vluchteling/ dienstmeisje op het Olympiaplein.

De 1100 joodse buurtgenoten, ik zou ze stuk voor stuk bij naam kunnen noemen, nu ik ze heb leren kennen uit de archieven. 1100 namen. Waarom zijn we hen vergeten?

Deportatie-Amsterdam-20-6-1043-Beeldbank-WO2-NIOD-96771
Olympiaplein, hoek Marathonweg: deportatie van Joden, 20 juni 1943, foto Beeldbank

OLYMPIAPLEIN

Stadsdeel Zuid wil een grote razzia van 20 juni 1943 gaan herdenken, middels een standbeeld op het Olympiaplein. Het sportterrein aldaar was die ene dag, één van de drie verzamelplekken voor Amsterdamse Joden. Niet speciaal voor Joden uit de Stadionbuurt. Wel waren ook hier ’s nachts Duitse wagens met megafoons door de straten gereden: dat Joden zich moesten klaarmaken voor vertrek. Op de Stadionweg, ter hoogte van de AH-winkel nu, stonden lange rijen trams 24, klaar voor transport.

2e4b9a609b45ae9822801d5d8e32242ca0cb4ff4abdd3cb0aef305fb080a50a8
Joden met bagage op het Olympiaplein, 20 juni 1943. (c) Beeldbank

Het ontwerp in 2019 voor dat herdenkingsbeeld op het Olympiaplein liet een persoon zien met een koffer, en een voetbal ernaast. Stadsdeel Zuid heeft zijn eigen argumenten voor dat kunstontwerp, maar wil die pas in een laat stadium aan de Stadionbuurt voorleggen. Dit, tot ongenoegen van een aantal buurtbewoners. Schriftelijk heb ikzelf en de Cultuurcommissie van Stadsdorp Olympia bezwaargemaakt tegen dit specifieke kunstontwerp met voetbal.

Want ik herken mijn vermoorde Stadionbuurtgenoten op geen enkele manier in dat beeldontwerp met voetbal. Die voetbal, die verwijst naar het sportveld op het Olympiaplein, verstoort enórm de treurige verhalen die ik inmiddels over hen ken. Zij verdienen hun eigen plaats in de geschiedenis, los van de algemene Amsterdamse razziaplek, op 20 juni 1943.

Maar hoe willen wij hen dan, als buurt, gedenken? Middels een boek n.a.v. mijn buurtonderzoek, dat wegens gezondheidsredenen voorlopig stilligt? Of middels bijvoorbeeld een interactieve buurtwebsite, een plaquette, of misschien wel 1100 Stolpersteine: van die messing herdenkingssteentjes in onze troittoirs? Of middels iets totaal anders?

Ruim 1100 vermoorde buurtgenoten vragen om respect. Ruim 1100 namen.

Hoe gaan we dat in de Stadionbuurt vormgeven?.

Lees verder IK NOEM DE NAMEN

MOVE ON

20200124_193854
Ikzelf, Marion, opgenomen in het videokunstwerk van de Amerikaans/ Israelische kunstenaar Daniel Rozin in Move op het Stadionplein

Ik hoef niet veel en ver te bewegen om op loopafstand van mijn huis gefascineerd te raken door een videokunstwerk met een grote zon, waarin ik als kijker zelf zorg voor beweging, als ik de installatie nader. Ik word als het ware opgenomen in het kunstwerk. De video-installatie van Daniel Rozin (1961) hangt vlakbij een tentoongestelde futuristische auto die op zonne-energie rijdt.

1060360
Ikzelf word met mijn fototoestel onderdeel van de zon in dit videokunstwerk van Daniel Rozin, “Sunset Mirror” in Move, Stadionplein. Klik: op blogtitel voor online lay-out en video

1060368(0)

Beweging. MOVE, heet op het Stadionplein, tegenwoordig de gerenoveerde Citroënshowroom van architect Jan Wils, die ook het Olympisch Stadion in 1928 bouwde. In 1930 werd de showroom uitgevoerd in geel baksteen; in de jaren zestig witgekalkt.

10865_1

Het Nederlandse bedrijf PON, importeur van diverse automerken, waaronder Volkswagen, en eigenaar van diverse rijwielmerken, is in het witte Citroėngebouw getrokken en stelt daar onder de naam Move o.a. kunst tentoon, die met beweging te maken heeft.

1060297
Aan de achtergevel van Move is een klassiek Volskwagenbusje geplakt.

Op het dak van Move zien we van Jeroen Henneman (1942) een sculptuur staan, Schakelband, een soort fietsrad, die ’s avonds in neon oplicht. Het was eerder te zien vanaf de A6, toen het rad in Almere nog op het hoofdkantoor van Pon stond. Nu staat het op het Stadionplein.

1060398
Schakelband in neon, van kunstenaar Jeroen Henneman, op het dak van de firma Pon

Henneman is bekend om zijn platte tweedimensionale werken die een driedimensionaal effect hebben. In Amsterdam is hij o.a. bekend van zijn “Schreeuw” in het Oosterpark, een eerbetoon aan de vermoorde Theo van Gogh en de vrijheid van meningsuiting.

IMG-20190920-WA0001
2 foto’s van de Schakelband, door buurtgenoten Harm Smit/ Susanne van Drongelen

IMG-20190920-WA0002

Auto-importeur Pon zegt me, als Move geen echt museum te willen zijn, maar een Mobility Experience Center. Ja, zo heet dat anno nu, in goed Amsterdams😃. De kunst is aangekocht door het bedrijf om het begrip mobiliteit en beweging meer tot de verbeelding te laten spreken. 

1060383
Beetle Spheere, van kunstenaar Ichwan Noor, een verfrommelde Volkswagen Kever.

10865_2In de centrale hal, waar vroeger de Citroëns geshowd werden, staat als kunstwerk een lichtblauwe ronde opgerolde Volkswagen Kever, in verfrommelde status.

Pon, importeur van Volkswagens heeft ook een klassiek Volkswagenbusje aan de achterkant van de gevel van Move hangen.

De Indonesische kunstenaar Ichwan Noor (1964) maakt de opgerolde kever in tigvoud in polyurethaan en aluminium. In Amsterdam is zijn sculptuur “Beetle Sphere” ook in rood te zien in de Kalverstraatpassage.

Postmoderne Kunst hoeft wat dat betreft niet meer uniek te zijn. Het oude dogma van de originaliteit van een kunstontwerp is verdwenen, mede door de moderne reproductietechnieken en materialen waarvan ze gemaakt zijn.

Auto-importeur Pon gaat graag anno nu de discussie over mobiliteit aan. Aan de kant van het Stadionplein worden diverse electrische automobielontwerpen van de toekomst tentoongesteld, maar ook de Witkar uit de Provotijd, ontworpen door industrieel ontwerper/Provolid Luud Schimmelpennink, die zijn tijd ver vooruit was. Hij wilde de stad autoluw maken.

We passen ons aan. Vroeger dachten we dat de auto ons de vrijheid zou geven. Dat is inmiddels niet meer zo. We staan uren in de file tegenwoordig. We hebben hier ook een veelvoud van fietsmodellen tentoongesteld, omdat we denken dat dat de toekomst heeft,” luidt de salestalk van Pon, als ik aan de achterkant van het gebouw, vlak voor het Olympisch Stadion, binnenstap en word rondgeleid in een ruimte, die verdacht veel op een fietswinkel lijkt.

Alle grote fietsmerken die je kunt bedenken financiėren mee aan dit MOVE-ideaal van Pon. De e-bike en de Swapfiets, die je kunt huren per abonnement, zijn allemaal aanwezig. Ook Greenwheels, de gedeelde huurauto op abonnementbasis, is onderdeel van Pon.

1060376(0)

Het is een grote wonderlijke mix van commercie en kunst daar op het moderne Stadionplein. Met een hip sausje eroverheen van klimaatbeheersing.

Waar eens in 1928, voorafgaand aan de Citroëngarage uit 1930, tijdens de Olympische Spelen het gebouw voor de bokssport stond – met daarnaast het gebouw voor schermsport – is alles dus volop in beweging.

20200124_195345

Een bewegende sculptuur van staal en glas, “Amplitude” van Studio Drift hangt onder het glazen plafond in de centrale hal, de vroegere Citroënshowroom. Het lijkt op een vogel in slow motion, het kunstenaarsduo Lonneke Gordijn (1980) en Ralph Nauta (1978) is gefascineerd door beweging in de natuur en vliegen. De beweging van de sculptuur is computergestuurd.

1060333(0)1060319Daarnaast herbergt Move bovenin het gebouw, restaurant Wils, waar gekookt wordt op houtvuur, en aan de achterkant beneden een café Madame Cyclette, waar fietslampen het design van de verlichting vormen en de hippe gefermenteerde groenten in glazen wekpotten, de worteltaart en selderijstengels op de bar je in een bepaalde mood moeten brengen. Een bepaalde move.

IMG_20191219_133407505_BURST000_COVER
Fietslampdesign in Madame Cyclette

MARKETINGTAAL

Het witte gebouw vormt samen met de nevenstaande gerenoveerde strakke Citroëngarage uit 1960 (eveneens ontworpen door architect Jan Wils) nu het gebouwencomplex The Olympic Amsterdam. De garage uit 1960 heet nu natuurlijk The Garage en huisvest  bedrijven en restaurant Neni, met palmbomen.

Met vuurvreters, vuurwerk en zelfs Olympisch vuur wordt het complex op 30 januari geopend in het bijzijn van o.a. buurtbewoners. Het wordt nogal een spektakel, met ook de Commissaris van de Koning erbij. Het vuur van Amsterdam brandt, luidt de slogan.
Gelikter kan het niet.

Hoe sport, commercie, kunst en horeca fuseren in het postmoderne tijdperk.

Come on, Marion, spreek ik mijzelve toe. This is 2020! De witkartijd is voorbij. Move on!

Buiten aan de gevel hangt de tekst: “To keep your balance you must keep moving”. Daar doe ik, al wankelend tijdens het fotograferen, mijn stinkende best voor.

Gelukkig heeft het zwarte meubelkunstwerk “11 rue Simon-Crubellier” van de Brit Matthew Darbyshire aan de overkant op het Stadionplein tenminste een Franse titel.

Ook lekker Mokums ;-).

20200124_191357
De achterkant van Move

#theOlympicAmsterdam #Olympisch Stadion

De Armen van Zuid

Details van sculpturen van Art Zuid:

Van het Apocalyptische Le Souffre van de Canadees David Altmejd, en Apollo Offering (Arman) via een Duikende Atleet van de Poolse Jerzy Kedziora naar details van de liggende La Rivière van Aristide Maillol en tenslotte detail van een muze, die haar armen naar de hemel uitstrekt, onderdeel van de houten Birth of Apollo van Ivan Cremer

De klauwen van een faun? Monsieur Teste, Arman

Detail van een Myth (Sphinx)- Marc Quinn

Van de arm van de “De Zaaier” en handloze mouwen van de “Leider” van Atelier van Lieshout, via de Welcoming Arms van Louise Bourgeois in de tuin van het Rijksmuseum, naar de glimmende Man die een vuurtje geeft (Jan Fabre) en een Venus zonder armen (Eja Siepman v d Berg).

De Amsterdam Art Biennale: te zien tot en met 15 september 2019

Muziek in wrakhout


Kun je hout laten dansen? Met een videofragment van een ballet over Apollo, de Griekse God van de kunsten en de muziek, introduceer ik hier het gigantische houten balletgezelschap, dat architect/beeldhouwer Ivan Cremer (1984) op de Apollolaan heeft geplaatst.
Maar liefst 10 houten sculpturen zet Cremer als ensemble neer, met Apollo in het midden. Om hem heen: de negen muzen, zijn halfzussen, die elk een tak van kunst vertegenwoordigen, en die de muziek inspireren.

20190608_195811.jpg
Birth of Apollo, 2019, sculptuur van hout en staal, Ivan Cremer, Apollolaan, Amsterdam Zuid

De muziek die u hoort is van Igor Stravinsky uit 1927. Een echt 20e eeuws klassiek muziekstuk. Het ballet werd in 1928 door choreograaf George Balanchine gearrangeerd en heeft Cremer geïnspireerd tot zijn sculptuur “Birth of Apollo” voor de Amsterdam Sculptuur Biennale Art Zuid.

“The birth of Apollo” is ook de naam van de proloog van het ballet. Stravinsky liet zich door de Klassieke Oudheid inspireren of door schilderijen als “Apollo en de 9 muzen” van Baldassare Peruzzi (1520) en noemde zijn muziekcompositie Apollon Musagète: “Apollo, aanvoerder van de muzen”.

AKG241827.jpg
Dans met de 9 muzen, olieverf panel v Baldasare Peruzzi (architect/schilder), ooit onderdeel van een toetseninstrument.

Het totale muziekstuk van Stravinsky duurt een half uur. Onderaan dit blog kan de liefhebber ernaar luisteren.

Kijkt u naar het balletfragment en dan nog eens naar het beeldhouwwerk op de Apollolaan.

New York City Ballet, Tiler Peck, Indiana Woodward, Brittany Pollack and Taylor Stanley in George Balanchine’s Apollo. © Erin Baiano.

20190614_145301.jpg

1050378.jpg

Apollo tussen 9 muzen op de Apollolaan, Ivan Cremer, 2019

Cremer in zijn studio in Leipzig, bij het beeld van Apollo. copyright: ivanattila.com

1040980.jpg
Ivan Cremer tijdens de perspresentatie van ArtZuid met zijn Birth of Apollo, op de Apollolaan

IVAN CREMER

Het is niet de eerste keer dat Cremer balletdanseressen bouwt. Eerder al ontwierp hij een hele serie “Dancers from Oblivion”. De zoon van kunstenaar/schrijver Jan Cremer, is van het robuuste handwerk. Uit Italiaans afvalhout uit ruïnes hakt, bikt, schuurt, timmert en schroeft hij handmatig zelf zijn sculpturen in elkaar.20190614_150309.jpgHij is een echte bouwer, van oorsprong architect met zijn opleiding aan de TU in Delft. Hij moet weinig hebben van computergestuurde kunst, die hij eerder als design ziet. Hij maakt in zijn atelier liever alles zelf met eigen handen.
Het zijn bonkige woeste brokken hout waarmee hij werkt, met staalplaten bij elkaar gehouden, niet roestvrij. Het hoofd van Apollo of de hoofden van de danseressen of hun losse wilde haren bestaan uit stalen troffels of gekartelde schijven, waarmee hij ook beweging suggereert.

Ik probeer ballerina’s te portretteren, ik ga niet de beweging nadoen,” zegt hij tijdens de perspresentatie. Hij heeft dus niet overwogen om als een bewegingskunstenaar Jean Tinguely (1925-1991) het balletgezelschap letterlijk te laten draaien aan stalen kabels om Apollo heen.
Ieder staat op zijn eigen (betonnen) voetstuk, beklemtoont Cremer. Iedere muze. Elke kunstdiscipline. Zowel de dichtkunst (als muze). Als de zang. Alle negen muzen kunnen muziek doen ontstaan.
De kunsten beïnvloeden elkaar wederzijds, maar geen één is superieur, wil Cremer maar zeggen. Ook Apollo niet.

MUZEN, MUSEUM, MUZIEK, AMUSEMENT

Muziek (Apollo) ontstaat in combinatie met:

  • poëzie,
  • zang, de voordrachtkunst,
  • mime, expressie
  • geschiedenis (Stravinsky componeert bijvoorbeeld op basis van de Antieke Oudheid)
  • tragediespelen (voor een opera)
  • of komediespelen (voor een operette of musical).

Voor elk is er een muze.

Ze zijn structureel van elkaar afhankelijk. Ze staan op zichzelf, maar trekken zich aan elkaar op, en beïnvloeden elkaar, houden elkaar in balans en worden ondersteund door Apollo” zegt Cremer.

Essentieel voor de sculptuur van Cremer is zo het feit dat de 10 figuren, ondanks hun eigen voetstuk, toch met elkaar verbonden zijn. De God van de kunsten en muziek is met stalen kettingen verbonden met zijn Muzen. En inspireert op zijn beurt weer schilders.

Als architect heb ik naar de straten rondom de Apollolaan gekeken, er zijn schildersstraten van Michelangelo en Rubens en Van Eijck, en er zijn muziekstraten als Beethoven in deze buurt”.

(Ook zijn er parallel aan de Apollolaan twee straten naar muzen genoemd, waaronder de Cliostraat, muze van de geschiedenis).

Stravinsky noemde zijn muziekcompositie: Apollo, leider van de Muzen: Apollo Musagète. Ook bij Cremer is Apollo weliswaar groter dan zijn zussen en staat hij centraal middenin, maar bij Cremer lijkt het toch ook alsof het de muzen zijn die Apollo in beweging zetten.

20190517_225844.jpg
Urania, links, met haar armen in de lucht, zorgt als muze voor hemelse muziek. Vooraan staat Terpsichore als muze van de dans op muziek.

In de balletvideo zie je ook hoe de ingebakerde mannelijke God Apollo pas geboren kan worden als zijn katoenen windselen worden afgewikkeld door drie van zijn halfzussen. Apollo heeft zijn muzen nodig.
Stravinsky en Balanchine gebruiken maar drie danseressen als muzen, Cremer doet het met negen en volgt hierin getrouw de mythologie.

20190608_005717.jpg
Muzen voor de muziek. 1. Urania met hemelbol voor hemelse klanken. 2. Euterpe van de instrumentale muziek, met dubbele fluit, 3. Calliope voor de voordrachtskunst en zang 4.Terpsichore met lier voor de dans.

20190608_010848.jpg
5. Thalia met vrolijk masker, voor komediespelen 6. Polyhymnia met meditatieve blik, voor religieuze muziek 7. Melpomene met een tragediemasker 8. Erato met haar cupido en liefdespoëzie 9. Clio met haar geschiedenisrol

Zo kan muziek hemels klinken (Urania: met hemelbol), en komt muziek via allerlei instrumenten tot ons (Euterpe: met dubbele fluit), kun je op muziek vaak dansen (muze Terpsichore) en vertelt muziek vaak een verhaal, al of niet als programmamuziek of met zang (Calliope van de zang en Clio, muze van de geschiedenis, met een papierrol).

Die inter-afhankelijkheid van Apollo met zijn muzen laat Ivan Cremer nu zien. In hout. Met kettingen. Op de Apollolaan.

Zo was er eerst de Griekse mythe; toen in 1520 een schilderij over Apollo en zijn 9 muzen, toen in 1927 Stravinsky met zijn instrumentale muziek, toen Balanchine met zijn ballet en ook een film daarover in 1968 en nu in 2019 Cremer met zijn houten beeldhouwversie van Apollo’s geboorte.

Zo voedt de mythologie de schilderkunst, de muziek de dans en die weer de beeldhouwer. Een mooie pirouette. In het Openlucht-museum dat Art Zuid heet.

Plastic beeldhouwer

20190607_132035
Michelangelo in polystyrene op de Minervalaan, achter de Michelangelo in tufsteen in de Michelangelostraat 29

Hoe een bijna 100-jaar oude gevelsteen van tufsteen in Amsterdam-Zuid een jonge – in Nederland wonende – Japanse kunstenaar inspireert tot een Michelangelo-sculptuur van wegwerp-plastic (polystyrene) en harslijm (epoxy).

Behalve schilder was Michelangelo (1475-1564) architect, dichter en één van de belangrijkste beeldhouwers uit de Renaissance. In opdracht van de paus heeft hij tot op zeer hoge leeftijd heéel wat zwaar werk verzet en moest dan – in grote armoede – bedelen om de betaling.
Via een houten trapje kun je op de Minervalaan nu binnenin het hoofd van de grote beeldhouwer stappen.

Dus:
hoe een Italiaanse Renaissance-beeldhouwer inspiratiebron was voor de Nederlandse steenbeeldhouwer Anton Rädecker (1887-1960) die bij veel architectuur van Amsterdam-Zuid betrokken was en op zijn beurt in 2019 weer Sachi Miyachi (1978) inspireert.
(het hoekreliëf van tufsteen is op de hoek van de Michelangelostraat 29 en de Gerrit van de Veenstraat, achter de Minervalaan).

Leestip: een heéeéerlijke roman van Irving Stone: ‘Michelangelo‘: je hoort en ziet en ruikt hem bijna zwetend bikken in het witte Carrara-marmer!
#artzuid

https://www.facebook.com/FaceToFaceOlympischKwartier/

Dromen over later

strandbeest.gif

Kijk, een Strandbeest van Theo Jansen (1948) wil bewegen in de wind en hang je niet zomaar boven je bank, zoals een poster van een vliegend object van Leonardo Da Vinci.

HTB1PvQ7PFXXXXXvXFXXq6xXFXXX0.jpg
poster: Vliegtuigontwerp van Leonardo da Vinci

Maar Jansen is net als een Da Vinci gefascineerd in de techniek van de beweging. Hij ontwierp ooit een vliegende schotel die boven Delft heeft gevlogen en noemt zich zelf kunstenaar-uitvinder. Net als Da Vinci.

In Amsterdam-Zuid zijn nu twee van zijn strandbeesten neergestreken #ArtZuid, op de hoek Stadionweg/ Minervalaan en op de Zuidas. De beesten van Jansen bestaan uit pvc electriciteitsbuizen en bewegen zich op de grens van techniek en kunst.

P1050288

P1050293

P1050292
de voet waarmee het strandbeest zich voortbeweegt

P1050306

ALCHEMIST

Als een alchemist wil Jansen nieuw leven crėeren. Met lucht in pet-flessen en pvc-buizen maakt hij strandbeesten die zichzelf voortbewegen op de wind. Helaas staan ze in Amsterdam vast aan de grond en lijken het een soort uitgestorven beesten. De Animaris Longus is uitgestorven in 2010, zegt het naambordje #ArtZuid. Ik had ze zo graag over de Minervalaan zien stappen!😃
Kijk in de video online hoe gracieus deze beauties bewegen als ze nog leven:

DROOM

Wat beweegt die man, denk ik steeds als ik gefascineerd naar documentaires van hem kijk. Het is zo uitzonderlijk, zijn romantiek, zijn bijna kinderlijke fantasie, zijn ironie, maar tegelijkertijd zijn bloedserieuze doortastendheid om zijn droom werkelijkheid te laten worden: dat die beesten ooit zelfstandig in kuddes op het strand kunnen leven.

Ook al storten ze tot nu toe na elke zomer op het strand ineen, en “sterven ze uit”: hij blijft het gewoon proberen. Gefascineerd als Jansen is door het Bestaan, de Evolutie, spieren, zenuwcellen, hij wil de beweging van Het Leven zelf doorgronden.
U kunt hem online zien en beluisteren in deze mooie TED-TALK met ondertiteling:

Luister naar zijn dromen: een natuurkundige romanticus, een dromerige scheikundige, die in 2018 tot kunstenaar van het jaar werd gekozen en in Den Haag de Haagse Cultuurprijs won. Wat heerlijk toch dat er zulke mensen zijn!
Want: bewegen zal het!

Emailvolgers kunnen het beste klikken op de titel van dit blog en video online kijken:

EEN MAN IN JE BADKAMER

Met zijn iconische kubusbank 430 uit 1969 is Nederlands bekendste binnenhuisarchitect, Jan des Bouvrie (77), zonder dat hij het zelf eigenlijk wist, opgenomen in de beeldenroute van Artzuid: zijn bank is onderdeel van het zwartbronzen meubelkunstwerk “11 rue Simon-Crubellier” van Matthew Darbyshire op het Stadionplein.

20190524_231843.jpg
Op de Minervalaan staat uit de privé-kunstcollectie van Jan Des Bouvrie een zwartbronzen beeld van Arman (1995). In beide kunstwerken speelt water een rol. Des Bouvrie opende Art Zuid 2019 door de kranen even open te zetten.

Dat de zwartbronzen bank een kopie van zijn origineel in wit is, vindt hij “prima” zegt hij me. Daar hoefde hij geen toestemming voor te geven aan Darbyshire.
Het is een gebruiksvoorwerp. Er zijn er ruim 55.000 van verkocht. Hij zit ook gewoon lekker, heeft hoge armleuningen. Ze zijn in tal van kleuren verkocht”.

Hij vindt het “eervol,” zegt Des Bouvrie, dat zijn bank nu in brons is vereeuwigd. “Ik sta ermee tussen hele grote namen“. In het meubelkunstwerk op het Stadionplein staat achter zijn bank een kopie van een chaise longue van “Le Corbu”, de beroemde Franse architect Le Corbusier uit begin 20e eeuw en ernaast een boekenkastmeubel van de Memphisgroep uit de jaren 80, in designkringen ook niet één van de minsten.
Van Des Bouvries leermeester op de kunstnijverheidsopleiding, architect/meubelmaker Gerrit Rietveld, die later de Rietveldacademie in Amsterdam-Zuid ontwierp, staat een eenvoudig zwart bed op het Stadionplein. Van Rietveld leerde Des Bouvrie de eenvoud.
Hij ontwerpt in wit of zwart, al zijn het maar zwarte accenten, zegt hij. Kleur haal je in je huis met bloemen en met kunst, vindt hij.
De rest moet rust uitstralen.

KUNSTVERZAMELAAR

Zijn kubusbank was niet de reden waarom hij werd uitgenodigd om ArtZuid 2019 te openen. Hij stond er die avond vooral als fanatieke kunstverzamelaar.
Vier beelden uit zijn privécollectie heeft hij beschikbaar gesteld aan Art Zuid, het zwart-bronzen beeld Monsieur Teste (1995) met waterkranen van Arman (hierboven) en een glimmend bronzen beeld van Jan Fabre: “De man die vuur geeft“. Ook een koffiekan met peer van Klaas Gubbels in Amstelveen en het glad gepolijste witte “Opzittend konijn” van Tom Claassen vlakbij de Zuidas behoren tot de privécollectie van Des Bouvrie. Zelf noemt hij het een haas, merk ik in gesprek met hem.

1050285.jpg
Opzittend konijn, Tom Claasen, 2012, polystyreen, bij Zuid WTC

P1050301
De man die een vuurtje geeft, Jan Fabre, 2006, brons, op de Minervalaan

IMG_0662
Klaas Gubbels op de Bovenkerkerkade in Amstelveen, foto ©AgreyLady

De privécollectie van Des Bouvrie is dermate spraakmakend, dat in 2012 een expositie van zijn verzameling werd gehouden in het Singer Museum in Laren.

Ik heb geleerd om kunst te kopen op het moment dat het net uitkomt, kunst die betaalbaar is“, zei hij tijdens de opening van ArtZuid. Hij benadrukte het belang van kunst voor je huis. “Een huis zonder kunst is geen huis,” vindt hij.

De interieurontwerper begon ooit met kunstverzamelen voor zijn showroom/woonwinkel in Naarden, omdat hij mensen wilde laten zien hoe bij een rustig wit interieur kunst mooi uitkomt en sfeer geeft.

Het was de bedoeling in eerste instantie dat hij die kunst tegelijk verkocht met zijn eigen interieurontwerpen. Mensen raakten ook wel enthousiast, maar op den duur bleef hij zitten met de wat meer gewaagdere, experimentele kunst die niet meteen 1,2,3 “boven de bank” past. En zo begon zijn kunstverzameling.

P1040959
Monsieur Teste van Arman, 1995, op de Minervalaan

WATER

Armans zwartbronzen beeld, dat tijdens de openingsavond voor het gemak “de waterman” werd genoemd – waarbij even de kranen met water werden aangesloten door Des Bouvrie en directeur Cintha van Heeswijck  – staat bij Des Bouvrie thuis in de badkamer, vertelt hij mij. Ik ben stomverbaasd.
En heeft u die kranen dan ook aanstaan?”.
“Nee, zelden”. Zijn stem is zacht en kwetsbaar.
Frappant vind ik, dat in beide kunstwerken – de zwartbronzen kubusbank van Des Bouvrie in het designkunstwerk op het Stadionplein en het zwartbronzen Arman-beeld op de Minervalaan – het element water een rol speelt. En dat beiden zwartbrons zijn.

ARMAN

Werk van Arman (1928-2005) bestaat doorgaans uit opeenhopingen van voorwerpen uit de consumptiemaatschappij, vanuit de gedachte dat de alledaagse werkelijkheid ook kunst kan zijn. Behalve een overdosis douchekranen, zoals nu op de Minervalaan, kunnen het grote verzamelingen brillen, auto’s, cello’s, kunstgebitten of strijkijzers zijn, al of niet aan elkaar gelast of in beton gegoten. Of bergen afval in doorzichtig perspex.

20190525_160742.jpg
De zgn. ”accumulaties” van Arman

P1050110Zijn sculpturen “Apollo’s offering” (die hij aan Amsterdam schonk, en ook op de Minervalaan staat) en “Monsieur Teste” met douchekranen zijn beiden gefragmenteerde beelden: geen mannen uit één stuk, omdat Arman ook graag objecten ontleedde of vernietigde.

In een interview in 2006 met de Volkskrant zei Des Bouvrie over de verschillende Arman-kunstwerken bij hem thuis:

Of ik Arman’s werk ‘mooi’ vind? Ik ben helemaal niet bezig met mooi. Arman is vernieuwend, hij is spannend. Hij heeft de kunst veranderd. Net als Picasso de schilderkunst heeft veranderd, the Beatles de muziek, Le Corbusier de architectuur, of Philippe Starck de styling. De verandering die zij teweegbrengen, vind ik belangrijker dan wát ze doen. Het moet niet mooi zijn, het moet uitstraling hebben.””(Volkskrant, sept 2006)

FAUN

Of het beeld dat Des Bouvrie in zijn badkamer heeft staan nu een waterman is, of een Grieks mythologische Hermes of Hercules of Monsieur Teste heet – ik lees diverse omschrijvingen – kan me niet zoveel schelen.
Het beeld had mijn bijzondere aandacht getrokken, omdat ik er een faun in zag. Een weerspiegeling van de tufstenen reliëfs eromheen van beeldhouwer Anton Rådecker (1887-1960) in de architectuur met gevelstenen van de Minervalaan. Dezelfde Rådecker die de monumentale “Polospeler‘ en ‘Ruiter te paard‘ in 1930 op het Van Tuyl van Serooskerkenplein in de Stadionbuurt maakte.

“Ha, meneer Pan!” dacht ik, toen ik het beeld zag staan. Het kraantje uit zijn billen lijkt verdacht veel op het staartje van mythologische faunen, onderaan hun rug. De gebogen kranen op het hoofd lijken op hoorns en manen, de armen met douchekranen op klauwen. En beiden hebben ook een sik. Desnoods wil ik in de koperen kraan bij zijn mond nog wel een fluit zien, al ziet een panfluit er anders uit.

Ik sluit absoluut niet uit dat Arman geïnspireerd kan zijn door de antieke Dancing Faun, een klein beeldje uit een huis in Pompeï, dat als souvenir en interieurkunst naast je bank thuis kan staan (zie middenin collagefoto). Arman’s vader was bovendien antiquair, misschien verkocht hij het wel. Het lijkt wel of Arman dit beeldje heeft willen ontleden.

Overigens komt “Monsieur Teste” als persoon voor in een roman van Paul Valéry (1871 – 1945) over een man die erg ‘in zijn hoofd zit’, bezig is met zijn eigen Bewustzijn (het oud-Franse woord “Test” =hoofd). Maar daarin zie ik zelf, al bladerend, niet meteen 1,2,3 een aanknopingspunt voor onze kranenman.

“Het Ik zou nooit ergens aan kunnen beginnen als het niet meende dat het Alles was”. (p.78)

Dat is wel wat anders dan een man in je badkamer thuis.

Of Jan Des Bouvrie betaald wordt voor zijn kunstwerken op Art Zuid weet ik niet. Desgevraagd zegt Art Zuid hierover: “Wat de basis is van een bruikleen verschilt van geval tot geval. Daar doen we verder geen uitspraken over”.

De kunstverzamelaar was op het moment dat ik hem sprak nog niet naar zijn eigen kubusbank op het Stadionplein wezen kijken. Hij kende het meubelkunstwerk van Darbyshire alleen van foto’s. En hoopte dat de Britse kunstenaar niet te “hatelijk” met het onderwerp ‘design’ omgaat.

  1. meer Informatie over het meubelkunstwerk ’11 rue Simon-Crubellier’, zie mijn blog: Hygiea, Hercules, Perec: https://marionalgra.wordpress.com/2018/11/08/hygiea-hercules-perec/
  2. Bronnen:
    – Persoonlijk interview met Des Bouvrie tijdens de opening ART ZUID 2019
    – NPO-documentaire over Des Bouvrie en diverse tv-interviews.
    – Meneer Teste, Paul Valéry, 1946
  3. Antieke faun: http://toussaintbonnet.nl/nl/portfolio_page/dansende-faun/