Categorie archief: Column

Dromen over later

strandbeest.gif

Kijk, een Strandbeest van Theo Jansen (1948) wil bewegen in de wind en hang je niet zomaar boven je bank, zoals een poster van een vliegend object van Leonardo Da Vinci.

HTB1PvQ7PFXXXXXvXFXXq6xXFXXX0.jpg
poster: Vliegtuigontwerp van Leonardo da Vinci

Maar Jansen is net als een Da Vinci gefascineerd in de techniek van de beweging. Hij ontwierp ooit een vliegende schotel die boven Delft heeft gevlogen en noemt zich zelf kunstenaar-uitvinder. Net als Da Vinci.

In Amsterdam-Zuid zijn nu twee van zijn strandbeesten neergestreken #ArtZuid, op de hoek Stadionweg/ Minervalaan en op de Zuidas. De beesten van Jansen bestaan uit pvc electriciteitsbuizen en bewegen zich op de grens van techniek en kunst.

P1050288

P1050293

P1050292
de voet waarmee het strandbeest zich voortbeweegt

P1050306

ALCHEMIST

Als een alchemist wil Jansen nieuw leven crėeren. Met lucht in pet-flessen en pvc-buizen maakt hij strandbeesten die zichzelf voortbewegen op de wind. Helaas staan ze in Amsterdam vast aan de grond en lijken het een soort uitgestorven beesten. De Animaris Longus is uitgestorven in 2010, zegt het naambordje #ArtZuid. Ik had ze zo graag over de Minervalaan zien stappen!😃
Kijk in de video online hoe gracieus deze beauties bewegen als ze nog leven:

DROOM

Wat beweegt die man, denk ik steeds als ik gefascineerd naar documentaires van hem kijk. Het is zo uitzonderlijk, zijn romantiek, zijn bijna kinderlijke fantasie, zijn ironie, maar tegelijkertijd zijn bloedserieuze doortastendheid om zijn droom werkelijkheid te laten worden: dat die beesten ooit zelfstandig in kuddes op het strand kunnen leven.

Ook al storten ze tot nu toe na elke zomer op het strand ineen, en “sterven ze uit”: hij blijft het gewoon proberen. Gefascineerd als Jansen is door het Bestaan, de Evolutie, spieren, zenuwcellen, hij wil de beweging van Het Leven zelf doorgronden.
U kunt hem online zien en beluisteren in deze mooie TED-TALK met ondertiteling:

Luister naar zijn dromen: een natuurkundige romanticus, een dromerige scheikundige, die in 2018 tot kunstenaar van het jaar werd gekozen en in Den Haag de Haagse Cultuurprijs won. Wat heerlijk toch dat er zulke mensen zijn!
Want: bewegen zal het!

Emailvolgers kunnen het beste klikken op de titel van dit blog en video online kijken:

GESTAPELDE BAKSTEEN

20190518_135445.jpg
moderne beeldhouwkunst in dialoog met bakstenen uit 1919 op het Stadionplein

Hoe blijven ze op elkaar staan, die enorme loodzware cortenstalen, roestkleurige “bakstenen” van de Nederlandse beeldhouwer Lon Pennock (1945). Welke specie houdt ze bij elkaar?
Moderne beeldhouwkunst mengt zich tijdens Art Zuid 2019 met de honderd jaar oude baksteenarchitectuur erom heen, zie ik. De beelden gaan een dialoog aan met de Stadionbuurt.
Een strak moderne sculptuur, recht tegenover woonblokken uit 1919-1923, van o.a. architect Ernst Roest (1875-1952) 😃 waarin “geborduurd” wordt met rode bakstenen: siermetselwerk in portieken bij de ingangsdeuren, rond raampartijen en dakkapellen.

20190515_001539.jpg

Stalen sculpturen van Len Pennock in dialoog met de nieuwbouw in de Stadionbuurt

Ook de nieuwbouwwijk het “Olympisch Kwartier” uit 2006 “citeert” uit deze baksteenarchitectuur van de late Amsterdamse Schoolstijl.
Nieuwbouw vraagt om moderne kamerhoge raampartijen, maar om aan te sluiten bij het uiterlijk van Plan Zuid van Berlage is de glasgevel verbloemd, door dwars op de kozijnen niet-dragende nep-bakstenen te plaatsen, zodat zijwaarts de gevelvand een bakstenen uiterlijk lijkt te hebben, een project van architect Rudy Uytenhaak (1949).

ZWAARTEKRACHT

Het is het tarten van de zwaartekracht, wat beeldhouwer Lon Pennock wil laten zien. Sommige stalen constructies van hem heten Antipode.
Een antipode, letterlijk een tegenvoeter, is afkomstig uit een mythisch gebied aan de andere kant van de aarde waar zwaartekracht afwezig is,” staat in de Art Zuid-catalogus 2017, toen de beelden nog op de Apollolaan stonden.

Zijn roestvast-stalen sculpturen Harvest en Man uit 2008 staan nu op de grens Stadionweg/Stadionplein, tegenover de “geborduurde” baksteen-architectuur uit 1919.

Harvest en Man, 2008, van Lon Pennock (1945), Stadionplein 2019

Vijf invalshoeken

Ziet u wat het is?” vraagt een Hindoestaanse moeder me op het Stadionplein. Ze staat met haar zoontje van een jaar of zes bij het rode beeld dat Art Zuid op het plein  geplaatst heeft, de beroemde Amsterdam Sculptuur Biënnale, die vrijdag 17 mei officieel opent.
Het jongetje draait en draait vrolijk om het beeld heen.
uuhh….,ik zie één of ander poppetje, geloof ik“, antwoord ik aarzelend.
Jaaahhh“, roept de moeder, wijzend op haar kind: “dat ziet hij óók, zegt hij. Maar ik zie het niet!”
Dat is nou het leuke van kunst!”, zeg ik tegen het jongetje. “Niets is fout of goed. Het hoeft niet meteen duidelijk te zijn. Je kunt er van alle kanten naar kijken en er iets anders in zien, je mag erin zien, wat jij denkt!”.
Het jongetje straalt.

De Stadionbuurt is voor het eerst opgenomen in de tweejaarlijkse beeldenroute van Art Zuid, waarvan de kern rond de Apollolaan-en Minervalaan ligt. Het is een 2,5 km lange wandelroute langs zo’n 80 beeldhouwwerken van 50 gerenommeerde internationale kunstenaars.
De Stadionbuurt doet mee met meerdere sculpturen. Inclusief “onze” eigen “11 rue Simon-Crubellier“, het zwarte meubelkunstwerk van de Brit Matthew Darbyshire op het Stadionplein.

De rode sculptuur is van Hans van de Bovenkamp (1938) en heet “Red, Circles & Waves“.

“What’s in a name?” denk ik stilletjes, n.a.v. mijn laatste blog van 1 mei.
Voor Face to Face Olympisch Kwartier wandel ik deze zomer met mijn fototoestel langs diverse beelden.

EMAILVOLGERS: LEES ONLINE

Go_ko_animación
Mijn EMAILVOLGERS raad ik aan, om mijn blog niet als email te lezen, maar ONLINE te lezen.

Gebruik de mail gewoon als reminder, dat er een nieuw stukje  online staat.

Mijn zorgvuldig online ge-layout blog ziet er als email uit, als een grote chaos aan foto’s immers, vooral op een desktop computer.
Het blog is niet als email opgesteld namelijk.
In de mail klikt u op de TITEL van het blog, waardoor u op mijn website Face to Face Olympisch Kwartier ONLINE uitkomt.

VIDEO

Voordeel is natuurlijk ook dat u daardoor video’s met geluid in mijn blog kunt zien of diavoorstellingen van een fotoserie, bewegende gifs of muziek kunt horen. Dit alles is een wezenlijk onderdeel van mijn teksten.
Zulke dynamiek is in een mail niet zichtbaar.

Veel plezier met het verder ONLINE lezen, van mijn blog!
groet, Marion Algra

Hygiea, Hercules, Perec

Bomvol, volgepropt met meubels, staat het nieuwe kunstwerk 11 rue Simon-Crubellier van Matthew Darbyshire op het Stadionplein. Zoals onze eigen huizen vaak met meubels volstaan. Maar ook: zoals onze huizen zich kunnen vullen met bekende merkartikelen, die ons alom aangeprezen worden. Dat is wat Darbyshire wil laten zien.

Design: it’s all about. Hij laat zien hoe sommigen van ons zich graag omhullen met Grote Namen. Een horloge van Gucci, een tas van Valentino, een citroenpers van Philippe Starck, een bank van Jan des Bouvrie.
Het geeft blijkbaar een meerwaarde aan je huis, je Zijn, je identiteit.

Darbyshire is niet specifiek maatschappijkritisch, maar laat in al zijn kunst zien hoe wij als consumenten met onze alledaagse omgeving omgaan, hoe status en materie met elkaar verbonden lijken.

600_inpage_supporting-us_1
Oak Effect (2012), in de Manchester Art Galery

Zo maakte hij in 2012 een tentoonstelling over het “Eiken-effect”- een installatie vol kunststofmeubels die het idee van eikenhout moeten geven, omdat eikenhout blijkbaar een andere uitstraling, meer status geeft dan kunststof. Kijkt u even 😉 naar uw eigen laminaat op de vloer bijvoorbeeld, uw Ikea-boekenkast of keukenkastdeurtjes…

GRIEKSE GODINNEN: ALS VERKOOPTRUC

Ook laat Darbyshire in zijn werk zien hoe op ons consumentengedrag wordt ingespeeld. Grote namen uit de Klassieke Oudheid worden gebruikt om ons te verleiden.

HS14-MD6621S_i
Hygieia – Goddess of Health, Cleanliness and Sanitation, 2018 Building fragment and Helios Stress Relief Pillules, Zeus Beard Shampoo, Mars Protein Powder, Venus Razors, Trojan Condoms, Apollo Shower Gel, Siren Logo Cup, Aphrodite Hair Dryer, Minerva Toilet Brush, Nike Shower Sandals, Samsonite Toilet Kit, Olympus Bathroom Scale, Athena Poster, Olympus Camera, Selene Red Wine, Victoria Lagers, Apollo Noodles, Aurora Coffee, Eros Paprika Paste, Gaia Detox Tea, Ajax Cleaner, Apollo Scouring Pads, Pegasus Rice and Arion Cat Food Artwork: 231 x 80 x 70 cm / 98 x 31 x 28 in Glass: 233 x 84.8 x 112 cm / 90.6 x 33.4 x 44.1

In een installatie-kunstwerk uit 2018 laat hij zien hoe Hygiea, Griekse Godin van de Gezondheid en andere mythologische Grieken worden “misbruikt” om schoonmaak- of schoonheidsproducten aan te prijzen. Wakker worden met Aurora koffie: (Aurora=Eos) de Godin van de Dageraad. Of: harder lopen op Nike-sportschoenen: Nikè: de Griekse Godin van de Overwinning.

Eerder dit jaar liet ik zien, in mijn blog “De Geur van Zuid”, hoe al die Olympische Grieken de parfumwereld inspireren, maar Darbyshire laat juist zien hoe wij consumenten op die manier ons allerlei spullen laten aansmeren.
De Oude Klassieken: als marketing-tool.

11 rue Simon-Crubellier

Ook de designmeubelen van bekende ontwerpers in het kunstwerk op het Stadionplein moeten we zo zien, begrijp ik eruit en ons laten kijken naar onszelf.
We moeten de titel van zijn kunstwerk niet al te letterlijk nemen, benadrukt Darbyshire. Ondanks de titel, moet je het 3-kamerappartement niet echt zien als een 3D-weergave van de 11 rue Simon-Crubellier uit het boek van Georges Perec (1936-1982), vindt hij.

d009747ed913c3f785f1352fceb65ae6
Eén van de covers van het Franse boek La Vie Mode d’Emploi (Het leven een gebruiksaanwijzing)

Het fictieve woonadres zag hij als abstractie, net als zijn eigen idee voor een appartement zonder muren, als “ghost-architecture“.

Hij ziet zijn kunstwerk eerder als “een soort van gedenkteken” (“oblique memorial“) voor Perec. Een “tribute“, eerbetoon aan de schrijver die hij als een “buitengewoon intellectuele kijker en kunstenaar” omschrijft.
Motivated more by a desire to celebrate the man than illustrate this specific text”.

De link met het boek is: dat de 99 vertrekken aan de Parijse 11 rue Simon-Crubellier in “Een leven een gebruiksaanwijzing” (1978) eveneens volgestouwd staan met spullen. Perec houdt ellenlange interieurbeschrijvingen.
In zijn debuutroman De Dingen (1965) onderzocht Perec al eerder wat materiële spullen met mensen ‘doen’ : ergens bij (willen) horen, bij een sociale groep bijvoorbeeld. Perec in De Dingen: “ze wilden van het leven genieten, maar overal om hen heen werd genot op één lijn gesteld met bezit”.
Eigenlijk had Darbyshire, zegt hij mij, liever dat boek van Perec uit 1965 vernoemd, maar daar kwam geen straatnaam in voor.

INTUITIEF DE ZIEL VERBEELD

Als hij in een interview met kunstjournalist Edo Dijksterhuis echter zegt, dat hij in het algemeen in zijn kunst “de ziel of de aura van een object” probeert te vangen, is dat m.i. exact wat er is gebeurd met zijn verbeelding van het adres 11 Rue Simon-Crubellier – bedoeld of onbedoeld. Geheel intuïtief.
Een verbeelding van het adres dus, geen uitbeelding. Maar hij heeft de ziel van het boek wel getroffen. Ik verwijs naar eerdere blogs hierover in deze serie.

P1040222
11 Rue Simon-Crubellier, Matthew Darbyshire, Stadionplein 2018

In het boek uit 1978 wordt ook duidelijker waaróm Perec zo gefascineerd is door interieurs; graag over kasten, schilderijen, wandtapijten, theebladen e.a. schrijft: die spullen omhullen je ook met herinneringen. Ze lijken bij Perec een manier om grip op zijn omgeving te krijgen.

In de wijkkrant van december 2017 liet ik in mijn column “Onze straat met Zwarte Spullen” over het Stadionplein-kunstwerk al zien hoe interieurs niet alleen over status of consumentisme gaan. Spullen hebben ook een andere functie: de kast van je oma, de souvenir van je vakantie.

“Ik herinner me tante M., zoals het hele Hygieaplein haar noemde, vooral aan haar porseleinen beeldjes in haar zwarte vitrinekast, haar opgedirkte meisjespoppen op de kolossale zwarte glimmende bank, haar tafels vol vazen met kunstbloemen. Van echte bloemen hield ze niet. Vorig jaar is ze overleden.
Als iets verdwijnt, probeer je het vaak met “spullen” bij je te houden. Van tante M. heb ik nu een porseleinen “bidmadammeke” staan: een wijwaterbakje.
Elk interieur, elk huisadres zit zo vol met spullen en verhalen over het verleden”. (Wijkkrant Olympus, december 2017)

darbyshire
Links, origineel. Rechts: Hercules van polystyreen, 2014, Darbyshire

MATERIAAL

Bij Darbyshire is het gehele Stadionplein-interieur van zwart gepatineerd brons. Hij houdt nl. helemaal niet van klassiek brons. Het liefste gebruikt hij eigentijdse materialen. Zo heeft hij een immense sculptuur van Hercules van polystyreen gemaakt, de goedkope kunststof waarvan plastic wegwerp-bekertjes gemaakt zijn.
Maar, ha, zulk materiaal leent zich nou niet bepaald voor een omgevingskunstwerk in de Openbare Ruimte.
Brons is voor hem echt een concessie. Darbyshire over 11 rue Simon-Crubellier:
De betonnen elementen zijn net zo belangrijk en zeker zo mooi voor mij als de bronzen elementen”.
Overigens maakte hij zijn plastic-Hercules om te laten zien hoe Klassieke Kunst in de populaire cultuur vaak misbruikt wordt voor commerciële doeleinden.

P1040218
kopie v Ph. Starck’s Gnome Stool

Droste_Cacao_reclame_plaatje
L’ART POUR l’ART

In zijn kunstwerk laat hij ons tegelijkertijd Kijken naar Kunst. Het is een Droste-cacao-effect, als u begrijpt wat ik bedoel. Je ziet een busje cacao met een vrouwtje daarop, dat een busje in haar hand heeft met een vrouwtje erop.

In het kunstwerk van Darbyshire staan design-tafeltjes van andere kunstenaars, ontwerpers als Philippe Starck (1949) bijvoorbeeld met zijn gnoomtafeltje. U kunt het voor zo’n 250 euro online bestellen, zie ik, op sites die prompt Musthave.nl heten. Hebbedingetjes dus.
Ook kijk je naar een (kopie van een) bronzen sculptuur van de Duits/Franse kunstenaar Hans Arp (1886-1966), op het bureau in de huiskamer. Een kunstwerk in een kunstwerk dus.

P1040210
torso, 1957, Hans Arp. Versie Darbyshire

ORIGINEEL

Darbyshire speelt zo m.i. ook met het postmoderne thema: origineel, kopie en identiteit. Zoals Hygiea een schoonmaakproduct aan de man brengt, eigent Darbyshire zich een woonadres van Perec toe. Maar dan wel: als eerbetoon aan Perec.

Ook Perec laat je trouwens naar kunst kijken in die 99 interieurs op de 11 rue Simon-Crubellier en gaat in al zijn werk in op thema’s als: kopie, origineel en vooral: identiteit.
De Sefardische Joodse naam Perez was na verbanning uit Spanje/Portugal in Polen al in Peretz veranderd en – na emigratie naar Frankrijk – verfranst tot Perec, toen Georges geboren werd. Iets wat hem als kind in de oorlog geholpen heeft. Dat thema Identiteit achtervolgt hem in heel zijn schrijverschap. Mensen wisselen steeds van identiteit bij hem.

P1030929AA
Darbyshires bank van Jan de Bouvrie, incl. kopie vaas van Moobach, tafeltje van Vitra/Noguchi

Zelfs de (kopie van een) fallus-vaas van Jaan Mobach (1933) uit het Centraal Museum uit Utrecht, binnenin Darbyshires kunstwerk, brengt mij een verhaal uit “Het leven een gebruiksaanwijzing” in gedachten over een Utrechtse vaas, die vals was. Perec wijdde er een heel hoofdstuk aan. Hij schreef vaker over vervalsing in de kunst.

Ook komt het Drostecacao-effect bij Perec op de 11 rue Simon-Crubellier voor. De schrijver beschrijft de bewoner Valène, die een schilderij wil maken van een dwarsdoorsnede van het flatgebouw, zoals Perec zelf als schrijver doet.
En hij wijdt uit over een andere bewoner Hutting, die 24 portretten wil schilderen, waarvan de persoon in kwestie in een detail op het schilderij wordt afgebeeld, niet als hoofdonderwerp.
Dat is exact wat Georges Perec doet als schrijver.
In alle woonvertrekken beschrijft ie eigenlijk iets van zichzelf.
Een crypto-jood. Noodgedwongen in het geheim.

© Overname van gedachtengoed uit dit blog s.v.p. met bronvermelding

EMAILVOLGERS : LEES ONLINE

large-كل-مشكلة-ليس-لها-حل-353c2[33698]

Mijn EMAILVOLGERS raad ik aan, om mijn blog niet als email te lezen, maar ONLINE te lezen. Gebruik de mail gewoon als reminder, dat er een nieuw stukje van mij online staat.

Mijn zorgvuldig online ge-layout blog ziet er als email uit, als een grote chaos aan foto’s immers, vooral op een desktop computer.
Het blog is niet als email opgesteld namelijk.
In de mail klikt u op de TITEL van het blog, waardoor u op mijn website Face to Face Olympisch Kwartier ONLINE uitkomt.

VIDEO

Voordeel is natuurlijk ook dat u daardoor video’s met geluid in mijn blog kunt zien of diavoorstellingen van een fotoserie, bewegende gifs of muziek kunt horen. Dit alles is een wezenlijk onderdeel van mijn teksten.
Zulke dynamiek is in een mail niet zichtbaar.

Veel plezier met het verder ONLINE lezen, van mijn blog!
groet, Marion Algra

Tram 16: Das war einmal

4222237338_fcd887aae4_b
Tram 16 bij het pleintje in het Olympisch Kwartier, waar Eos-en Hestiastraat elkaar kruisen

Tram 16. Ooit had ie zijn eindhalte op het oude pleintje voor mijn serreramen, middenin mijn woonwijk, waar toen nog geen nieuwbouw stond. Ik bedoel maar: er verandert wel vaker wat in Amsterdam in het lijnennetwerk van het openbaar vervoer. Maar dit weekend, zondag 22 juli, verandert er wel heel véél in Amsterdam.

Met de opening vandaag van de nieuwe ondergrondse metrolijn – van Amsterdam Noord naar Amsterdam Zuid – gaat de komende uren alles op de schop: veranderen praktisch alle bus-en tramlijnen qua route, alle vertrektijden en alle informatieborden op haltes worden aangepast, want alles moet aansluiten op die ene centrale metrolijn., de ruggengraat van de stad.

Het is de grootste verandering sinds de komst van de paardentram”, zei GVB-directeur Alexandra van Huffelen daar eerder over”, meldt Trouw vandaag.

Diverse bovengrondse tramverbindingen uit allerlei wijken verdwijnen of worden ingekort tot aan het traject van de NoordZuidlijn, waardoor overstappen op de ondergrondse een noodzaak wordt.  De stad bovengronds moet daardoor rustiger worden. Dat, althans,  is het idee.

Ook tram 16 naar Zuid moet eraan geloven, na 105 jaar geschiedenis. Op het informatiebord op de tramhalte bij het stadion was hij zaterdag al verdwenen.

EINDE VAN EEN TIJDPERK

023a
Een zondagmiddag in de Stadionstraat, 4 mei 1958. Nu: Eosstraat

Het is zondagmiddag 4 mei 1958 op bovenstaande foto in de huidige Eosstraat, de toenmalige Stadionstraat. Het is koud, rond de 10 graden. Tram 16 is ingezet als extra vervoersdienst naar het Olympisch Stadion voor een Interland- voetbalwedstrijd tussen het Nederlands Elftal en Turkije.
Het wordt een sof, die wedstrijd op 4 mei 1958. Voetballer Abe Lenstra is 37, Coen Moelijn 21 jaar jong. Nederland verliest met 1-2. Lenstra schrijft in dagblad Het Vrije Volk van maandag 5 mei, dat hij zich ziek voelde en een strafschop overliet aan een ander. Ik zie blije Turken op de foto in het Vrije Volk, met voetbalshirts met de halve maan erop met ster. Op http://www.sportgeschiedenis.nl bespreekt sporthistoricus #Jurryt van de Vooren de wedstrijd: https://sportgeschiedenis.nl/sporten/voetbal/4-mei-1958-oranje-verliest-van-turkije/

23_004
Jaren 30: Drukte van voetbalsupporters bij tram 6 bij het Olympisch Stadion

De twee tramsporen naar het Olympisch Stadion lagen er al vanaf 1928, toen de tramlijnen 6 en 23 voor het transport zorgden van publiek naar de Olympische Spelen.
Die rails werden ook daarna gebruikt bij enorme drukte van voetbalsupporters op zondagmiddag. Sinds de opgehoogte betonnen extra ring van 1937 konden er 64.000 mensen in het Olympisch Stadion.

1959STAdiontraatEOS
1959: het pleintje op de hoek van de huidige Eosstraat en Hestiastraat. De twee tramsporen werden gebruikt voor extra vervoer van voetbalsupporters naar het Stadion. In 1948 kreeg tramlijn 1 er zijn eindhalte, in 1971 tram 16 . Later kwam tram 6 er ook weer bij.
16-946970Stadionstraat13-4-19791487
1979: In de huidige Hestiastraat, op weg naar het Stadion. In de verte: het vroegere Frans Ottenstadion

PLEINTJE IN DE HESTIASTRAAT

P1030534
Pleintje in de huidige Hestiastraat, vroeger decor van komen en gaan van tramlijnen 1 , 6, 16
6552986043_a049b27a23_z
het pleintje in de Stadionstraat (hoek Eos-Hestiastraat). Eind- en beginhalte van tram 16
021
1983: Stadionstraat/huidige Hestiastraat

Tram 1, tram 6, tram 16, : hun route en eindhalte veranderde vaak, maar ooit hielden ze kwartier op het pleintje schuin voor mijn raam in het Olympisch Kwartier.
Tram 16, die vandaag zijn laatste rit rijdt, heeft sinds 1913 bestaan, 105 jaar lang en werd in de loop van de eeuw steeds zuidelijker doorgetrokken. Hij groeide mee met het oprukken van de stad in zuidelijke richting.
In 1923 werd ie doorgetrokken naar de Amstelveenscheweg – met sch geschreven 😃 – met een eindhalte bij de Havenstraat (bij het huidige Haarlemmermeerstation). In 1971 werd de lijn zuidwaarts verlengd tot aan het Stadionplein, via (een lus door) de Stadionstraat, de huidige Eosstraat en Hestiastraat. In 2003 werd de 16 nog verder zuidwaarts doorgetrokken naar de VU, via de Amstelveenseweg, De Boelelaan en de Gustav Mahlerlaan.
Tot aan dit weekend. Nu de NoordZuidlijn ondergronds duikt.

P1030602
21 juni 2018: de historische museumtram 16 – uit 1918 – rijdt voor het laatst voorbij het Olympisch Stadion

21 JUNI: DE LAATSTE DAG

Met de jongens van de Historische Museumtramlijn kachel ik deze zaterdag in een motor-_en bijwagen uit 1918 nog 1x vanaf het Stadionplein naar het CS. Buiten is het snikheet, maar binnenin is het heerlijk fris, omdat er open balkons zijn. Geen airco nodig, in zo’n historische tram.
Via de linkerdeur, die gesloten wordt met een hekje, stap je het balkon op. Via rechts uit. De houten banken en schuifdeuren met messingbeslag glimmen je tegemoet, een olielampje achter glas is er voor nood, tekstbordjes verbieden het dragen van  “onbeschermde hoedenpennen” en verbieden pruimtabak-kauwende passagiers “te spuwen”. Ook mag je niet  “rooken of een brandende sigaar, cigarette of pijp in den wagen mede brengen” en “men wordt beleefd verzocht den aandacht van den wagenbestuurder niet af te leiden”.

Een Marokkaans jongetje van een jaar of 12, met ogen glimmend van de pret, kan het niet bevatten dat deze tramwagen al 100 jaar oud is. Hij slaat zijn hand voor zijn mond. Het is toch ook erg, dat dit Rijdend Historisch Erfgoed zelf ook in haar bestaan wordt bedreigd nu de gemeente nieuwbouwplannen heeft voor het terrein achter het Haarlemmermeerstation, waar de Museumtram haar wagens stalt. De enthousiaste mannen van de Museumtramlijn doen alles als vrijwilliger. Ook  vandaag.
P1030566Nog eenmaal ga ik de Amstelveenseweg over en door de Lairessestraat heen. Lijn 16: das war einmal.

P1030620
Tram 16 op zijn laatste dag. Op de hoek van de Eosstraat, de vroegere Stadionstraat

VIDEO (online klikken):

  • Zie eerdere columns over de Noord-Zuidlijn: “Ondergronds Zuidwaarts”
  • “Station Febo”: over het nieuwe station in de Pijp: https://wp.me/p5FQtR-32y

 

 

 

 

EMAILVOLGERS: KIJK ONLINE

 

Mijn EMAILVOLGERS raad ik echt aan, om mijn blog niet als email te lezen, maar ONLINE te lezen. Mijn zorgvuldig online ge-layout blog ziet er als email uit, als een grote chaos aan foto’s immers, vooral op een desktop computer.
Het blog is niet als email opgesteld namelijk.

Gebruikt u de mail gewoon als reminder, dat er een nieuw stukje van mij online staat.

In de mail klikt u op de TITEL van het blog, waardoor u op mijn website Face to Face Olympisch Kwartier ONLINE uitkomt.

VIDEO

Een bijkomend voordeel is natuurlijk dat u daardoor video’s met geluid in mijn blog kunt zien en horen of diavoorstellingen van een fotoserie.  Die zijn een wezenlijk onderdeel van mijn teksten.

Zulke dynamiek is in een mail niet zichtbaar.

Veel plezier met het verder ONLINE lezen, van mijn blog!

groet, Marion Algra

De ziel van een kroeg

P1030461Je komt bij Bos niet om een vrouw te versieren. Of andersom” zegt een oude klant, in een prachtig verhalenboek over Café Bos aan de Amstelveenseweg. Het boek verscheen in 2012 toen de buurtkroeg 100 jaar bestond. “Om te beginnen komen er niet zo veel dames en ten tweede zijn de klanten er niet op uit om een avontuur te beginnen”. 

P1030436.JPGDe inmiddels 106 jaar oude bruine kroeg gaat deze zomer ter ziele. Buurtgenoot, kinderboekenschrijver Karel Eyckman, vroeger IKON-tv programmamaker en al meer dan 30 jaar stamgast van Bos, typeert – net als anderen in het jubileumboek – het café als zowel (jarenlang) een mannenkroeg als een huiskamer: “Ik ben niet buitengewoon goed in het leggen van contacten, maar je went aan elkaar, je ziet elkaar met enige regelmaat en de alcohol doet simpelweg de rest”.

In de krakersjaren tachtig laat Eyckman meerdere kinderboeken afspelen rondom Bos. In Sneeuwwitje en de zeven krakers verhaalt hij over een pubermeisje dat in de gekraakte buurtbioscoop Victoria aan de Sloterkade woont en in Bos wacht op haar companen:

Doe die kleine meid daar een kleintje pils van mij’.
Het was alweer dezelfde Ome Jan.
“Monika, eentje tegoed van Ome Jan’, zei de jongen achter de bar. Toch knap van zo’n jongen om zo snel haar naam te onthouden.
“Of moet je geen kleintje van me, haha”, grinnikte Ome Jan. “Dat kleintje van Ome Jan gaat er altijd wel in, overal, haha. Niet waar, Kees?”
Altijd die mannen weer.
Monika kon er nu even niet tegen, dat soort ongein.”

P1030452ALCOHOL

Zelf kwam ik er niet als vrouw alleen. Als ik er kwam, sporadisch, dan kwam ik er met mijn hoofdredacteur, ’s avonds laat rond elven, als hij me – na een veel te lange zetterij-sessie of een uit de hand gelopen redactievergadering – als een gentleman per auto naar huis bracht, maar niet nadat we even bij Bos staand aan de bar wat hadden “ingenomen” om de droge werkkelen te smeren. Soms zonder dat er een avondmaaltijd genuttigd was.

“Ze kijken naar ons” zei hij dan wel eens met een grijns, daar aan die mooie oude bruine tap met spiegelwand. Ik had dat niet zo door, dat gekijk, en misschien zei hij het slechts om me te teasen, maar er kwamen wel meer journalisten en schrijvers, en door me zo bewust te maken hoe anderen naar die combi van hoofdredacteur-met-blonde-jonge -redactrice keken, ging ik me dan toch wat ongemakkelijk voelen.

Zijn vrouw, die ook bij ons werkte, vroeg wel ‘es zo’n volgende dag, of ík er dan niet voor kon zorgen, dat haar man wat vroeger naar huis kwam, en eens goed ging eten, zonder al dat bier. Ik vond dat niet zo in mijn functieomschrijving passen eerlijk gezegd, om hem naar huis te sturen. Het was de verantwoordelijkheid van de man zelf, vond ik.

cafebos
Tekening: Peter van Straaten; Café Bos
1912

P1030456

Het café opende in 1912 aan de toenmalige zuidrand van de stad, vlak naast een gevangenis, die daar al sinds 1890 stond, het latere Huis van Bewaring. Zo’n café, ook in de looproute naar het voetbalstadion (1914) op het Stadionplein even verderop en het Olympisch Stadion (1928), maar ook tegenover de Sint-Agneskerk (1919) aan de overkant van de Amstelveenseweg en tegenover de Valeriusstraat, genoemd naar een Nederlandse dichter/componist uit begin 17e eeuw, alwaar de statige Concertgebouwbuurt eigenlijk al begint – trekt een wonderlijk gemêleerd publiek. En die mix van publiek is nou precies altijd de charme van café Bos geweest, begrijp ik uit de verhalen.
P1030453SCHRIJVERS EN TRAMCONDUCTEURS

Café Bos ligt sociologisch precies goed” vertelt schrijver Eyckman, tegenwoordig bewoner in het Olympisch Kwartier, maar jarenlang woonachtig in die Valeriusstraat. Hij wijst op café Welling in de Concertgebouwbuurt met één en hetzelfde soort artistiek Zuid-publiek. Maar bij Bos kwam van alles: de loodgieter uit de Vaartstraat, de pianostemmer, een hoornist van het Concertgebouworkest met hoorn, na afloop van zijn concert; Piet Muizelaar (van het vroegere Revue-duo Snip en Snap) met zijn revuedanseres.

Maar je hebt ook de kant, waar het Huis van Bewaring staat en alles wat daarnaast en achter is gebouwd. Tegenwoordig spreek je niet meer over arbeiders, maar die woonden wel in de straten rond de Zeilstraat. Zo kwamen er bij Bos ook gedetineerden onmiddellijk na hun ontslag uit het Huis van Bewaring.”P1030446Ook tramconducteurs komen er ’s avonds na hun dienst een afzakkertje halen: de kroeg ligt vlakbij een tramremise sinds 1914, waar tramlijnen ’s nachts op honk gaan. Ook kolenboeren vroeger, die bedrijfjes op het Haventerrein achter het Haarlemmermeerstation (1915) hadden. Of ambulancebroeders, vanuit het ambulance-hoofdkantoor naast het Haarlemmermeerstation.

106 JAAR

In 106 jaar heeft de buurtkroeg uiteraard verschillende uitbaters gehad. Jarenlang heette het Café Loos, maar sinds de jaren vijftig kent de buurt de tent als café Bos. Een café waar getoept en zelfs nu nog deels gerookt kan worden; met twee gokkasten en over-de-top kerstversiering in december.

P1030447
De laatste jaren runden Anita en Hans Peter van HeusdenHP – het café. Er kwamen muziekavonden, haringparty’s, samen tv-kijken naar voetbal- en rugbytoernooien. En een pan snert voor de deur, tijdens de Amsterdamse marathon in oktober.

LIEVE AMSTERDAMMER

P1030442Op zondagmiddag 24 juni a.s. is er om 16 uur live-muziek van de “Alsjemaargelukkigband“, een vervroegd afscheidsoptreden, want op 1 augustus, als HP 74 jaar wordt, gaat café Bos dicht.

De investeerders van de huizenpandjes rondom Bos, tevens eigenaars van de kroeg, veranderen de etages boven het café in luxe appartementjes; de WOZ-waarden van de huizen in Zuid vliegen omhoog en nu willen ze ook een ander type etablissement downstairs.

De bruine kroeg in Zuid is uit.

Met de driedubbele huur die daarvoor gevraagd gaat worden, moet er een totaal andere klantenkring komen. Een kring, die geen eigenmerk Bos-jenevertje meer drinkt,  maar tapas wil en oesters of chique cocktails.

HP heeft er geen zin meer in op zijn 73e. Het is: time to move.

Op 5 mei werd hij, op initiatief van zijn klanten, geëerd om als Lieve Amsterdammer aan te schuiven bij het Bevrijdingsdiner onder de bogen van het Rijksmuseum. Wijlen burgemeester Eberhard Van der Laan kwam zelf ook wel eens bij Bos.
Ach,” zegt HP “lieve Amsterdammer…als er zwangere vrouwen in mijn straat zijn, breng ik ze een biefstuk na de bevalling, om aan te sterken. En nu ik met pensioen ga, heb ik nog zoveel liefde over…, ik heb een brief geschreven om clini-clown te worden in het AMC“.
Ook wil hij een roman gaan schrijven en gaan bloggen.

Ik hoor muziek en een rauwe stem uit een autoradio: “The times they are changing“.

  • Gebaseerd o.a. op “100 jaar café Bos” naar een idee van H.P van Heusden, samenstelling eindredactie Dick Walda, 2012
  • Sneeuwwitje en de zeven krakers, Karel Eyckman, 1988
  • http://www.boskastelein.nl

Architect tot 1941

Gestold in de tijd. Aan de Stadionweg 44 ligt een privewoning, maar eigenlijk is het een museumwoning. Het is een rijksmonument. De huidige bewoner zat me tijdens Open Monumentendag 2015 op de hielen en had weinig tijd. Lekker vrij rondlopen was er niet bij. Je voelt je ook wel een gluurder als je door iemands huiskamer mag rondbanjeren en iemands toilet wordt binnengeleid om de groene betegeling en groene beglazing te bewonderen: alles geconserveerd in een stijl van rond 1930.”

“Kunst en Ambacht” was op die Open Monumentendag het thema, zoals dat vorig jaar “Stad en land” was en ik in mijn column “Na Druk Geluk” de lommerrijke Amstelveenseweg een monument noemde, als verbindingsader met de vroegere landerijen rondom Amsterdam.

Het thema “Kunst en Ambacht” brengt je al snel bij de Amsterdamse School: bouwstijl van begin 20e eeuw, waarbij glas-in-lood, artistiek metselwerk- meubels en design als kunstzinnige ambachten samengingen met de bouwkunst.

P1030399
Rijksmonument 1928: Stadionweg 44.
Het hele interieur in die Stadionwegwoning – van mahoniehouten lambriseringen, ingebouwd theemeubel, Art-Deco lampen tot glas-in-loodwand in het trapportaal – was op elkaar afgestemd. Een Gesamtkunstwerk, zoals Amsterdamse School-architecten dat graag bouwden.
P1030254
Woonhuis Elte, 1928. Ontwerp groenglazen bouwstenen naast de voordeur is van H.P. Berlage
HARRY ELTE (1880 – Theresienstadt, 1 april 1944)

De woning was tot 1942 van architect Harry Elte. Hij had de woning voor zichzelf gebouwd. De lamp in het trappenhuis is ook van zijn hand, het glas-in-lood van glazenier Willem Bogtman, met wie veel Amsterdamse Schoolarchitecten samenwerkten.
Harry_ElteElte was een Joods architect, die voor veel Joodse opdrachtgevers bouwde: bedrijfspanden, winkels, Joodse instellingen en diverse synagogen. Maar ook privéwoningen, o.a. in Amsterdam-Zuid.

Net voordat de crisisjaren ’30 aanbraken – en de stad zich vanaf het Concertgebouw (1888) verder zuidwaarts uitbreidde – bouwde Elte achter de Apollolaan, schuin tegenover zijn eigen huis, zo’n 14 villa’s. Het is het chiquere deel van de Stadionweg, een villawijkje tussen Stadionkade en Stadionweg in. In de Schubertstraat hield Elte zelf een architectenkantoor met 6 man personeel.

P1030267
Voorbeeld van een Elte-villa, Wagnerstraat 2-4, met inpandige garage, 1929. Op de achtergrond: de Sociale Verzekeringsbank, hoek Stadionweg/Apollolaan
Het was de gegoede burgerij die zich in deze eerste en tweede ring van Zuid achter het Concertgebouw vestigde. De villa’s hebben vaak een centrale ontvangsthal, inpandige of aangebouwde garages, centrale verwarming, erkers, serres en balkons. Hoewel hij doorgaans privéopdrachten kreeg, bouwde Elte langs de Stadionkade in 1931 een groot woonblok, met daarin ruim 30 woningen.

20180428004400
Woonblok aan de Stadionkade, Holbeinstraat, Velasquezstraat en Rubensstraat, 1931

De schoonheid zit ‘m vaak in de details: het metselwerk, een extra bouwelement als accent, een vloermozaïek of betegeld wandtableau in een trapportiek. Als geboren Stadionbuurtbewoner ken ik deze robuuste bouwstijl ‘van huis uit’ en fiets er gewoonlijk aan voorbij. Maar vandaag, vandaag sta ik er ineens bij stil.

Letterlijk sta ik met mijn fiets stil bij de huizen die Harry Elte ons in Zuid heeft nagelaten. Nu ik me er bewust van ben geworden, dat het Elte is, aan wie we sinds 1914 de naam ‘Stadionbuurt’ te danken hebben, de naam Stadionplein en Stadionweg e
n dat die naamgeving losstaat van het Olympisch Stadion uit 1927.

hetstadion00
Eltes stadion, naamgever van de Stadionbuurt, gebouwd in 1912, afgebroken in 1929 voor woningbouw. Op de achtergrond de landerijen van Buitenveldert.
STADIONBUURT

Aan de Zuidrand van de toenmalige stad, omgeven door landerijen, bouwde Elte het eerste nationale voetbalstadion in 1912, voor 30.000 toeschouwers. Op de plek, waar nu de Argonauten- en Jasonstraat liggen. Vanaf 1914 sprak de pers van een “Stadionplein” als men de ruimte voor het stadion bedoelde, waar chique zwarte auto’s geparkeerd konden worden. De gewone man had toen nog geen auto.

oudetsadion1914artistensportfeest
artiestensportfeest, 1914 in Elte Stadion, Stadionplein

Vijftien jaar later bouwde architect Jan Wils ertegenover, aan de andere kant van de Amstelveenseweg, nog een tweede stadion, voor de Olympische Spelen van 1928. Tijdens de Spelen werd Eltes stadion gebruikt voor oefenwedstrijden. Maar in 1929 werd het afgebroken voor verdere uitbreiding van ‘Plan Zuid‘ van H.P. Berlage, voor massale woningbouw in de Stadionbuurt.

20110611_hetstadion005
april 1929, sloop van Eltes Stadion

Elte is niet de architect van de wulps golvende gevelwanden van vroege Amsterdamse Schoolarchitecten, als Michiel de Klerk of Piet Kramer, maar Elte hoort bij de sobere, strakkere Late Amsterdamse Schoolstijl, als leerling van – en werknemer ooit – van Berlage.
En dat kun je zien, als je denkt aan het Beursgebouw aan het Damrak in Amsterdam of aan de Burcht van Berlage (het gebouw van de Algemene Nederlandse Diamant Bewerkersbond) in de Henri Polaklaan in Amsterdam-Oost, in welke straat ook Elte monumentale panden voor Joodse instellingen neerzette.

Stoere, kloeke torens bouwde Elte, ook in zijn villa’s in de Stadionbuurt zie ik dat in forse schoorstenen wel terug; ook bij een driedubbele villa van Eltes hand in de Willemsparkbuurt, langs het Vondelpark. En in zijn beroemde “Obrecht-sjoel”, aan het Jacob Obrechtplein, richting Concertgebouw.

In de gevel staat in het Hebreeuws een regel uit Psalm 84: “Hoe lieflijk is uw woning, Heer van de hemelse machten”. En op de grote luifel: “Ik heb U een prachtig huis gebouwd” (Koningen I, hoofdstuk 8, vers 13).

20180427200049
1927:  Raw Aron Schuster Synagoge, Jacob Obrechtplein
Die luifels zijn ook kenmerkend voor Elte. Zowel Berlage als hij waren bewonderaars van de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright (1867-1959) en dat zie je terug in de ruim overhangende dakranden en overkragingen bij Elte.
20180427115125
Driedubbele villa, Sophialaan 2-6, Willemsparkbuurt. Entree met luifel. 1920

ENTREE

Een deur is niet zomaar een deur bij Elte. Altijd zal er wel een geometrisch gemetseld pilaartje bovenaan een toegangstrapje of een abstract houtelement in de deur zijn, die de entree van het huis accentueert. Kom Binnen, roept het huis. Het geeft je volgens mij een welkom gevoel. Ik zie dat zowel bij de ingang van de synagoge op het Obrechtplein als in de stadsvilla’s in Zuid.

1030271-1
tegelplateau-en vloermozaiek in trapportaal Velasquezstraat 3

Hij speelt ook met lichtinval. Ik zag dat in 2015 in het zachtgroene schijnsel van de glas- in-loodramen in de toilet van zijn eigen woonhuis, maar ook zie ik dat in het trapportiek aan de Velasquezstraat en, zo lees ik, binnenin de synagoge speelt lichtinval bij Elte via het vele glas-in-lood een hele spirituele rol.

JODENVERVOLGING

Eltes eigen woning is qua interieur gestold in de tijd, schreef ik niet zonder reden. Het is zowel bijzonder, als wrang dat het huis aan de Stadionweg vanbinnen in dezelfde staat verkeert, waarin Elte zijn woning onvrijwillig heeft moeten verlaten tijdens de oorlog.

Vanaf 1941 mocht hij als Jood geen leiding meer geven aan zijn eigen bedrijf; in 1942 werd hij met zijn vrouw gedeporteerd naar Westerbork. Zoals vele, vele andere Joden uit de Stadionbuurt. In Theresiënstad overleed hij op 1 april 1944 aan een longontsteking.

VERDWIJNEN

Van Verdwijnen naar Herdenken. Die stap kunnen wij als Stadionbuurtbewoners zetten, als we ons ervan bewustworden dat Elte met zijn stadion de naamgever van onze buurt is, waaraan ook het Stadionplein haar historische naam te danken heeft.

Eerst moest zijn stadion verdwijnen in 1929, toen Elte zelf in 1942 en nu moet, volgens B & W van Amsterdam ook zijn Stadionplein verdwijnen?

Als bewuste Stadionbuurters zijn we van plan dat anders aan te pakken. Er gaan stemmen op om juist Elte – en de vele, vele andere verdwenen Joden uit de Stadionbuurt – eindelijk te gaan herdenken.
Met een beeld, een monument of Stolpersteine: zogenaamde struikelstenen met naamplaatjes van messing, bij woningen van verdwenen, gedeporteerde en vermoorde Joodse buurtgenoten.
Eén van die adressen kennen we al. Stadionweg 44.