Alle berichten door Face to Face Olympisch Kwartier

Met een sociologisch-journalistieke achtergrond en kunsthistorisch hobbyisme schrijf ik vanuit Amsterdam-Zuid over kunst en architectuur, spiritualiteit, de 13e eeuwse dichter Dante, de multiculturele samenleving, en de (Olympische ) historie van het Olympisch Kwartier in de Stadionbuurt rond t Olympisch Stadion v 1928. Als t kan raak ik aan de actualiteit. Vaker gebruik ik een persoonlijke invalshoek. Met t wonen in een nieuwbouwwijk als t Olympisch Kwartier als startpunt.

Stoned forever

DSC03557De laatste keer dat ik stoned was, zal toch zeker wel een kleine 10 jaar terug zijn. Ik was op een feestje, stond stijf van de forse pijnstillers, ging toen toch leuk aan de wijn en in de loop van de avond schoof er een waterpijp voorbij. Ja zomaar, haha. Geen flauw idee wat erin zat, maar t kwam wel hard binnen bij die opiaten die ik als pijnstiler al geslikt had, ik ging bijkans knock-out, en bleef de hele nacht tot in de vroege ochtenduurtjes werkelijk ape-ape-stoned.

Tegenover mijn serreramen kijk ik elke dag uit op een tekst in de bakstenen muur. Stoned forever-staat er, op kniehoogte in het muurtje van de plantenbakken. Forever in stone. sandberg_ols_brickmodel_s_01_bigAls je het niet weet, kun je het niet lezen. De letters zijn te lastig. De letters bestaan niet zelfstandig, maar zijn samengesteld uit metalen losse baksteen.

Wat staat er nou precies?”, vroeg ik hangend uit mijn raam, toen ik op een middag in 2008 buiten op straat twee mannen foto’s zag maken van de tekst in de bakstenen muurtjesHet Olympisch Kwartier als wijk was amper opgeleverd, ik woonde er een half jaar en hoewel er nog een hoop zand in de straat lag, liepen er al groepen architectuurstudenten rond, om te zien hoe het Olympisch Kwartier als moderne nieuwbouwwijk aan wil sluiten bij de (late) Amsterdamse School-stijl uit het Plan Zuid van Berlage.

DSC03504
A’damse Schoolstijl 1919-1923, Amstelveenseweg t.o t Olympisch Kwartier

Bij die Amsterdamse School-bouwstijl ging het rond 1920 om grootschalige huizenblokken, met daarin individuele woningen voor arbeiders en burgers, elk blok ontworpen als een soort sculptuur, waarbij architectuur verfraaid werd met kunstzinnige details. Gebouwd door veelal socialistische architecten, in opdracht van het Amsterdams stadsbestuur met socialistische wethouders als Wibaut en De Miranda, met als doel ook de arbeider en de gewone burger met schoonheid in aanraking te laten komen.

De kunst was te vinden in de vorm: sierlijk gemetseld baksteen, apart vormgegeven gevels, poorten, erkertjes en raamkozijnen, smeedijzeren versiersels en details in hout, huisnummerbordjes in sierlijke cijfers, stenen beeldhouwwerken op hoekpartijen, kortom: een overdaad aan “onnuttige” – niet altijd functionele – elementen, waardoor de Amsterdamse School-stijl als een Gesamstkunstwerk werd beschouwd tussen kunst en architectuur..sandberg_ols5_00_big De man naast de fotograaf, beneden bij mijn raam in de nog zanderige straat, bleek in 2008 de kunsteraar himself te zijn. De man van de stalen bouwstenen in de plantenbakken: Martijn Sandberg. Hij keek omhoog naar mij, toen ik ‘m vroeg wat voor tekst er tegenover mijn raam stond.

. “Ja, wat denkt u zelf?” gaf hij korzelig als antwoord.

Ik kan het niet lezen,” sputterde ik, terwijl ik er toch al een half jaar tegenaan keek.

Ja, een krant die kunt u elke dag lezen!” zei hij pinnig. “Hier mag u een levenlang over doen!”.

Nou, nou nou! Daar kon ik het mee doen, met dat antwoord. De letterontwerper bleek niet van plan zijn geheim te ontcijferen aan mij. Een beetje beduusd sloot ik mijn raam weer. Lag het aan mij, dat ik zijn antwoord een beetje arrogant vond?

“Stoned forever”, staat er dus. Ja, nu ik het opschrijf, ziet u het natuurlijk ook. De volgende regel is “Stoned again” of in een volgende muurtje “Forever in stone”. De tekst loopt als een slinger door de hele wijk heen, onderaan de plantenbakken, langs elk portiek, in elke straat. Tegenwoordig staan er doorgaans fietsen tegenaan.

Martijn Sandberg wilde geen losse elementen aan de architectuur toevoegen, maar in de huid van de architectuur zelf kruipen, zoals inkt in de poriën dringt bij een tatoeage,” schrijft StadsdeelOud Zuid in een speciale brochure in 2008 bij de opening van het Olympisch Kwartier. “Dan wordt kunst geen toevoeging bij architectuur maar wordt ze er onlosmakelijk mee verbonden”.

20150113_154641De ene letter is de andere niet. Dat had ik al snel door toen ik als student Journalistiek tijdens mijn eerste stage bij een landelijk dagblad een rondleiding over de letterzetterij van de krant kreeg. Alles werd toen nog in lood gezet, een gigantisch bedrijf: met letterbakken vol kant en klare letters van diverse origine. De tekst verscheen in losse letters in spiegelschrift in lood onder mijn neus. Het metalen “gekletter” van de loden letters, die in de haast tegen elkaar aan botsten, was het dominante geluid in de hal daar, in de Wibautstraat.

Als grapje liet zo’n man toen mijn eigen naam in lood smelten, misschien wel om indruk te maken op de jonge blom, die ik toen was, ik zou t niet weten, maar in ieder geval niet met de bedoeling mijn naam in zulke grote letters in de krant te drukken.

De vraag is: welk doel dienen letters? Gaat het om leesbaarheid of om kunst? Misschien is een krant iets anders dan een kunstobject? Mag je van letters in architectuur ook verwachten leesbaar te zijn of is dat het doel niet van toegepaste KUNST?

De oprichter van de groep “Amsterdamse School” op Facebook, Richard Keijzer, wees me er laatst op hoe kunstzinnige letters soms bijna hun praktische doel kunnen voorbijschieten. Hij liet zien hoe Amsterdamse School-letters uit het voormalige Scheepvaarthuis (het pronkstuk van Amsterdamse School-architectuur uit 1915 t.o. het Centraal Station) nu in het Amrathhotel dienst doen. 10931234_1542536129318890_6979810764439766512_n

Keijzer: “Neem bijv. het oude Scheepvaarthuis, waar nu een hotel in zit. De letters op de gevel hebben ze gebruikt voor eigen doeleinden, zoals deze tekst op de deur van de lift. Aan de vorm van de deur kun je wel zien dat het een lift is, maar de tekst zelf is moeilijk leesbaar“. Ja, je zou als hotelgast toch amper de hotellift kunnen vinden, maar…mooi zijn de historische letters wel! Elevator staat er, dus.

Beeldend kunstenaar Martijn Sandberg is geen typograaf. Het gaat hem vooral “om het spanning

sveld tussen beeld en tekst“, lees ik in de brochure van het Stadsdeel. “Dat heeft consequenties voor de directe leesbaarheid. Die is hier, in tegenstelling tot in de krant of bij een reclameboodschap, niet primair. Deze teksten hoeven niet in een keer begrepen te worden. Ze beogen de tijd juist te vertragen. Er is immers tijd genoeg om er langs te lopen. Ze staan “forever in stone” gegrift”.

nummersOok voor de huisnummers in het Olympisch Kwartier is een kunstenaar aangetrokken, Reinoud Oudshoorn.

In de Amsterdamse School-architectuur was typografie een essentieel onderdeel van het Gesamstkunstwerk: met bakstenen kon je “borduren”, met raamkozijnen en dakkapellen kon je creatief vormgeven, een deur was niet zomaar een deur maar kon een kunstwerk van hout op zichzelf zijn. En aan de huisnummers werd ook aandacht besteed.

In dezelfde lijn hebben de architecten en stedebouwkundigen voor het Olympisch Kwartier willen werken. Net als bij de Amsterdamse School typografie heeft elk huisadres een individueel nummer gekregen. Bij een flatingang annex huisdeur met 30 huisadressen zie je dus niet 1 – 30 staan, maar heeft elke bewoner zijn individuele getal gekregen.

De nummers van aluminium liggen als sculpturen op de gevels en wegen “bijna een pond per stuk” lees ik.

Oudshoorn “werkt het liefst op het raakvlak van de tweede en de derde dimensie, in het gebied tussen ruimte innemende sculpturen en de ruimtelijke illusie van het platte vlak”.

Maar ook hier is de leesbaarheid een probleem. Die cijfers zijn soms zo onduidelijk, dat taxichauffeurs of andere toevallige bezoekers, vaak de nummers niet kunnen herkennen. De 1, de 7 en de 9 zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden, maar ook de 2 lijkt voor sommige mensen wel op een 9.

Tis allemaal wel fraai, maar niet zo praktisch. Zegt u het nou eens, wat vindt u van dit soort kunst die is ingebed in de architectuur?

Over het derde geïntegreerde kunstwerk in het Olympisch Kwartier, de neon lichtcirkels in de glazen poorten in de bouwblokken, de zgn. “Moongates” van lichtkunstenaar Willem Hoebink, kom ik een andere keer graag te spreken.

Maar dan moet er eerst maar weer eens een forse “Afghaan” voorbijschuiven, vrees ik, en moet ik eerst maar weer ‘es na al die jaren een keertje goed stoned worden 🙂 om te weten in welke vorm ik dat dan moet gieten: als column of als uitleg bij een serie architectuur-foto’s van mij uit de Stadionbuurt.

“Everybody must get stoned,” galmt het steeds in mijn oren tijdens het schrijven van deze column. Bob Dylan zingt het nog steeds.

Bob Dylan – Rainy Day Women #12 & 35 (Live at Farm Aid 1986): http://youtu.be/lu9IQHxsrDU

Vriendschapshanddruk

“Mani incontrando” , Margot Homan

In de hal van ons nieuwe Stadsdeelkantoor prijkt een bronzen sculptuur van twee handen. “Weet u wat het betekent,” vroeg ik de mevrouw van de receptie. “Uhhh…Vriendschap,” antwoordde ze. “Geloof ik…” voegde ze er aarzelend aan toe. “Twee handen die elkaar schudden“.

Ja, dat zou heel goed kunnen in zo’n multi-culturele stad als Amsterdam.

Mij deed de sculptuur echter direct denken aan de handen in Michelangelo’s fresco van de Schepping van de Mens: een vingeraanraking van God.

Die verwijzing zou toch ook heel mooi passen bij het Aangifte doen van Geboorte en Dood bij het register van de stad, dacht ik even. Maar dat was een domme gedachte van mij: wellicht toch iets te religieus voor een Westers overheidsgebouw als een Stadsdeelkantoor.

Wij houden Godsbeleving en Burgermanszaken toch graag gescheiden. Althans: sinds de Franse Revolutie.

God schept de mens, fresco Michelangelo
God schept de mens, fresco Michelangelo

Ik kom echt voor Michelangelo’s vingertje“, zei een reisgenote tegen me toen ik ooit een kunstreis naar Italie maakte en we het Vaticaan in Rome zouden bezoeken. Ik wist toen nog niet zoveel over kunstgeschiedenis en begreep niet meteen waar ze op doelde. Mijn protestantse achtergrond had me een enorme achterstand opgeleverd aan beeldcultuur.

Kunst was toch eeuwenlang in het Westen vooral Katholieke kunst geweest, kunst gemaakt in opdracht van de Roomse kerk. En God en Jezus beeldde je niet uit bij de protestanten. Het ging, zoals bij Joden en moslims, om het Woord van God. Niet om Zijn afbeelding.

Toen ik dus een jaar of 15 geleden een serieuze aanvang maakte met mijn hobby kunsthistorie donderde ik echt het rijkse roomse leven en de kerkgeschiedenis in, en moest ik me suf lezen om de protestantse “schade” weg te werken.

de-sixtijnse-kapelIn het lijvige boek “De hemel van de paus” van pracht-schrijver Ross King las ik o.a. over de gewelfschilderingen van Michelangelo in de Sixtijnse kapel. Het is echt een pageturner dat boek. Ross King is romancier, maar is een kenner van Italiaanse kunst en architectuur en schrijft zijn historieboeken als een roman. Lees verder Vriendschapshanddruk